Familiedineetje

Naar aloude traditie – allez, toch in onze familie – gingen we ook vandaag eten met Nelly en Koen en Else, en daarna naar het kerkhof. De keuze was gevallen op de Bonaparte in Eke omdat dat net iets minder ver is dan ’t Konijntje tegen Ronse, maar het was er toch ook net iets minder, vonden we. Niet dat het niet goed was, maar het zat er stampvol waardoor het ook allemaal nogal traag verliep. En het eten was goed, maar ook niet meer dan dat. Tsja.

Wolf zit ergens in Duitsland, die was dus niet mee, zodat we nog met negen waren. Kobe dronk vrolijk mee een niet-alcoholische cocktail: hij wordt ook echt al groot…

Nelly doen lachen op een foto, dat is me helaas nog steeds niet gelukt.

Tegen een uur of vier reden we met zijn allen naar het kerkhof van Kruishoutem: ook Nelly was deze keer mee in de rolstoel, waardoor we even met zijn allen hallo konden zeggen tegen Jeroom. Ik vind het zo ongelofelijk jammer dat Merel zich hem niet meer herinnert, ze was zo zot van hem als kleutertje en vice versa. En ik weet dat ze hem een fantastische opa had gevonden…

Obligate eerste-schooldagfoto

Het is hier een traditie om elk jaar op 1 september de eerste-schooldagfoto’s te posten. Het is dan ook een uitgelezen moment: je vergeet het niet én je krijgt een prachtig overzicht van hoe ze gegroeid zijn.

Vorig jaar vreesde ik nog dat het de laatste foto ging zijn met zijn drietjes, omdat Wolf nu richting unief gaat. Maar hij vertrekt pas morgenvroeg naar Portugal met zijn maten en vond het eigenlijk helemaal niet erg om speciaal nog eens op te staan, en ook Kobe was niet aan het grommelen. Ze weten hoe fijn ik deze foto’s vind…

En geef toe, het overzicht van de jaren is toch prachtig? Het is enorm hoe sterk ze veranderen, hoe volwassen Wolf er intussen uit ziet met zijn baardje, hoe ook Merel een stukje vrouwelijker is geworden, en hoe Kobe ook weer veranderd is. Hij had deze keer zelfs zijn schoenen aangetrokken, maar voor Wolf was dat een brug te ver.



366-sep01





Het ga je goed, Chantal!

Chantal is een deel van ons leven geworden. Chantal, dat is de kuisvrouw die op dinsdag en donderdag ons huishouden even overneemt, in de vakantie de kinderen uit bed zet, zorgt dat de vuilbakken buiten staan, de planten water hebben, de katten een extra stokje krijgen en eigenlijk gewoon gans ons huis proper houdt.

Chantal, die komt al sinds ik hoogzwanger was van Merel, dus een kleine twaalf jaar. Elke week twee keer, trouw op post, tenzij een week of twee in augustus en een paar maanden toen de knie het niet meer deed.

Chantal, diezelfde Chantal, is nu 60 geworden en gaat met pensioen. Meer dan oververdiend, het is ook op. De andere knie wil niet meer, de rug doet ook lastig en de koppijnen zijn niet meer te tellen. Niet dat je dat zag aan de kwaliteit van het schoonmaken, daar is ze veel te trots en te koppig voor.

Maar Chantal, onze Chantal, we gaan ze missen. Ja, er komt een andere kuisvrouw, maar dat zal nooit meer hetzelfde zijn. Want gaat die nog willen koffie drinken met mij en een klapke doen bij een koekske? Over de dochter en de twee kleindochters, over Marc, over het nieuwe huis in Laarne, over de hond van de dochter, over de vakanties, over… alles, eigenlijk.

Chantal, geniet er maar van. Ge hebt het verdiend, echt waar. Maar dat neemt niet weg dat wij u liever nog wat zouden houden. Zo nog een klein beetje, zo. Zo een jaar of 12 extra. Ja toch?

Den hof van den deken

Nog half ziek zijnde, zag ik het niet zitten om vandaag te gaan geocachen, ook al was het prachtig weer. Maar toen ik ons pa naar huis voerde, wilde ik toch nog wel even met hem in Rijvers een cache oppikken. We hadden die vlug in handen, parkeerden voor zijn deur, en wandelden samen nog even tot in de tuin van de dekenij. Daar zat namelijk nog de laatste labcache van Zomergem en ons pa was ook al in geen tijden nog in den hof geweest.

We waren allebei aangenaam verrast: het is echt een publiek park geworden, en ik genoot. En ik moest vooral terugdenken aan die keer, ik vermoed 35 jaar geleden, dat de toenmalige deken zijn Engelse hoendertjes ontsnapt waren en hij ze al dagen probeerde te vangen, zonder resultaat. Hij heeft toen aan ons pa gevraagd om ze te komen schieten omdat ze de gansen hof naar de *** hielpen. Ons pa heeft dan een heel licht kaliber cartouche gezocht en die hoendertjes geschoten, we hebben vooral tranen gelachen want die beesten waren gigantisch rap, en als beloning hebben we er eentje gekregen voor in de pot. Dik in orde.

Afscheid van mijn motor…

Deze morgen is er een klein stukje van mijn hart afgebroken, en ik denk niet dat het nog kan geplakt worden…

Bart, een bevriend larper, is namelijk mijn motor komen ophalen. Ik had eerder een motor dan een auto, ik heb er als student een vakantiejob voor gedaan en reed rond op mijn 21ste, altijd met hetzelfde model, een Suzuki Savage. Dat is een kleine, lage chopper, 652 cc, riemaandrijving, luchtkoeling, een heerlijk ding om mee te rijden.

Ik heb met een hoop mannen van toen middelbare leeftijd in Zomergem een motorclub opgericht, MC Arapaho, en reed als eenentwintigjarige met hen mee op zondagse toer. Secretaris was mijn functie en ik heb me er echt mee geamuseerd.

Ik ben met het ding ooit naar Parijs gereden, enfin, naar Jouy-en-Josas bij Versailles, waar een goede vriendin destijds werkte, en we zijn samen gaan cruisen op de Champs Elysées.

De laatste jaren voor mijn rugprobleem reed ik al niet vaak meer: ik moest te vaak kinderen of boodschappen meenemen of andere dommigheden, en om naar school te rijden op een mooie zomerdag nam ik dan liever de fiets. Dat scheelt een pak in kledij, namelijk. De regels zijn ook enorm verstrengd, en terecht: ik heb nog gereden met sandaaltjes, shortje, bustier en jawel, lederen handschoentjes, in mijn magere en leniger studentenjaren.

Sinds mijn rugongeluk in 2017 stond hij stil, die motor. Bart reed ook al niet meer, sinds hij zelf zijn knie om zeep had geholpen door ermee te vallen. Ik kreeg het echter niet over mijn hart om hem weg te doen, dat betekende het definitief afsluiten van een stuk van mijn jeugd, een stuk van mijn vrijheid, een stuk van mijn wilde haren.

Maar het ding stond op den duur in de weg, en die rug gaat toch nooit meer beter worden. Ik mag er niet meer op rijden, het geeft me te veel schokken. En dus heb ik van mijn hart een steen gemaakt en heb hem weggegeven. Kon ik hem verkopen? Goh, wellicht wel, maar dat wilde ik niet.

Bart is hem komen ophalen, omdat hij stelde dat het ding gewoon wat extra liefde nodig had. Dat is ook zo: hij staat vier jaar stil, zit onder het stof en vuil, de leidingen moeten gekuist worden, maar vier jaar geleden reed hij wel nog prima, met nieuwe banden en al.

Ja.

Het deed pijn om mijn motor te zien vertrekken. Maar ik weet dat hij in goede handen is.

Ik ben officieel een ouwe taart nu.

Zucht.