Begrafenis
Een groter contrast met de uitvaart van ons ma was eigenlijk niet mogelijk, en toch was het in beide gevallen 100% persoonlijk.
Ons ma is destijds gecremeerd, en het afscheid vond plaats in de grote aula van het crematorium: persoonlijke foto’s, boodschappen, muziek die ze zelf gekozen had, en na afloop een grote receptie met hapjes en drankjes, waarbij menig anekdote werd verteld en duidelijk werd wat voor een bijzonder persoon mijn ma was geweest. Haar urne staat nog steeds in Zomergem op de schouw.
Ons pa is begraven op het kerkhof in Zomergem, na een bijzonder traditionele mis in het Gregoriaans. Dat had hij ons ooit doen beloven: dat we de In Paradisum zouden zingen voor hem, in het Latijn. De kerk zat quasi vol, en ook de mis was persoonlijk: de pastoor heeft dat echt goed gedaan. Maar tijdens het Requiem van Mozart hield ik het toch niet helemaal droog, nee.
Na de dienst vertrokken we meteen naar de begrafenisondernemer voor een receptie in de stralende zon: met porto, en kaas en salami, ook zoals pa dat wilde. En ja, ook hier werd menig anekdote verteld en werd duidelijk wat voor een bijzonder persoon ons pa was geweest.
Tegen twaalf uur gingen we met wie dat wilde van de familie naar het kerkhof, achter de lijkwagen aan, ook zoals de traditie dat vereist, en zoals pa dat apprecieerde. We keken toe hoe hij ter aarde werd besteld, namen een laatste keer afscheid, en dekten hem met de zachtheid van de aarde toe.
En toen was er de maaltijd. Bijzonder klassiek, ook zoals pa dat wilde: enkel de familie – met uiteraard Martine erbij, dat moest gewoon – en met een klassieke menu, met een garnalencocktail als voorgerecht, varkenshaasje met een roomsaus, groenten en kroketjes, en als dessert aardbeien met ijs en extra veel slagroom. Die werd er overigens nog extra bij gezet, en ons pa zou het zalig gevonden hebben.
Het was goed. Het was zoals het zijn moest. En ik was dankbaar voor de aanwezigheid van mijn broers: we deden dat samen. Ook zoals ons pa dat zou gewild hebben.
Vaarwel pa. Ut requiescas in pace.
365 – 05 juli 2026 – long overdue
Dag pa
Dag pa
zie ons hier eens allemaal zitten. Wij hadden dit niet verwacht, en gij al zeker niet. Twee weken geleden zat ge op zondag, zoals elke zondag, nog rustig bij ons: ge hadt uw voorgerechtje binnengespeeld, met veel smaak uw hoofdgerecht, en zoals altijd hadt ge, toen Merel een koffie met een koekske voor uw neus zette, verbaasd gereageerd met een “Ah? Dank u”.
En daarna gingt ge onverdroten aan het werk om mijn berg gewassen kousen te sorteren en samen te steken. Ge deedt dat graag, want dan kondt ge u nuttig voelen, zeidt ge. En ja, ge deedt mij daar ook echt een plezier mee.
En dan hadt ge u efkes buiten gezet: de zon op uw gezicht deed deugd, zeidt ge altijd. Voor uw taartje kwaamt ge weer binnen, natuurlijk. Want eten, dat was uw lang leven, en naar die zondagen, daar keekt ge naar uit.
Toen ik u tegen vijf uur terug naar uw kamer in het woonzorgcentrum bracht en ik “tot volgende week” zei, antwoordde ge altijd: “Bij leven en bij welzijn, als God het wil”, waarop ik, steevast: “Inshallah”. En ge moest elke keer weer glimlachen daarom.
Het heeft deze keer niet mogen zijn, vader. Heel tegen mijn gewoonte in kwam ik op donderdagavond bij u, net op tijd om te zien hoe ze juist de ambulance hadden gebeld omdat ge 41 graden koorts hadt. De huisdokter dacht aan longontsteking, maar later op intensieve wisten ze te zeggen dat het griep was, maar dat ze er maar niet in slaagden u te stabiliseren. De zuurstof bereikte uw spieren en organen niet meer, pa. Het had geen zin: ze konden u niet redden zonder blijvende schade, en dat wilden we u niet aandoen.
De afgelopen jaren waren sowieso al zo zwaar geweest: de opnames met een psychose, die operatie voor darmkanker, de slokdarmproblemen, uw parkinson die er niet minder op werd… Gelukkig kwam er een plaatsje in de Vroonstalle, op een straat van mijn deur. En daar waren we allemaal gerust in: ge zat daar goed, ge kreegt uw medicatie en de nodige omkadering.
Ge waart ook helemaal anders dan vroeger, pa: vroeger waart ge wat ze noemen “ne moeilijke mens, enen met een serieus karakter”. Maar sinds ons ma er niet meer was, waart ge inschikkelijker, zachter, meegaander. Het heeft wel wat met u gedaan, ons ma verliezen, en ik snap dat. Ik mis ze ook nog altijd, ik kan me niet voorstellen hoe gij u moet gevoeld hebben. Tien jaar zonder haar, pa, ge hebt het toch maar gedaan.
Het is goed geweest, vader. Maar morgen is het zondag, en ik ga verloren lopen, dat weet ik nu al. Wie gaat er nu mijn kousen doen? Wie gaat er nu verlekkerd zitten kijken naar het eten dat Bart op tafel zet? Wie gaat er nu tegen Merel zeggen dat ze weer gegroeid is, tegen Kobe dat hij algelijk toch ne groten is, en tegen Wolf dat hij zo ne stevigen is? En dat hij zo trots is op al zijn kleinkinderen?
Waar ge ook zijt, pa, ik hoop dat het u goed gaat. Dat ge moogt zijn waar ge wilt, en dat ge daar ook bij ons ma zijt. Doe haar de groeten. Wij, wij trekken hier wel onze plan. We kunnen niet anders. Maar we missen u pa, en dat zal nog even zo blijven.
Inshallah.
365 – 04 juli 2026 – steun en toeverlaat
Wandelingetje naar de sluis
Ik moest vandaag bij Carglass een sterretje in mijn voorruit laten repareren, en dan is het zalig om een klein wandelingetje te maken, de Wiedauwkaai over te steken en naar de Tolpoortsluis te wandelen. Heel weinig mensen weten die zijn, zodat ik er een cache heb weggestoken. Ik checkte die even, zag dat alles nog in orde was, en merkte toen dat er een schip aankwam om versluisd te worden. Meer nog: er kwam zelfs een tweede!
Ik heb me dus heerlijk op een meerpaal in de schaduw gezet en gekeken hoe zalig dat zo’n sluis eigenlijk werkt.
En toen ik na een half uurtje terugkwam, was mijn auto gewoon al klaar en had ik even een rustmomentje gehad, daar aan die sluis. Ik kan dat iedereen aanraden.
365 – 03 juli 2026 – Tolpoortsluis
Rouwbrief
Een tekstje van Felix Timmermans op de voorkant, samen met een jachttekening van Rien Poortvliet, want van beiden was ons pa echt fan.
En de foto, die is bewerkt met AI, want eigenlijk heeft hij een vest aan en zit hij voor mijn rode boekenkast verlekkerd te kijken naar een slagroomtaartje.
De lay-out, die is dan weer zoals de brief van ons ma.
Met dank aan Stefaan (de begrafenisondernemer) en Wim (de drukker) voor alle hulp.
365 – 02 juli 2026 – expansief
Eerste soldendagje
Deze ochtend zat ik nog bij de stemspecialist, om twee uur bij de kine, en aansluitend reden Merel en ik naar ’t stad want zij had wat gerief nodig. Op hoop van zege dus, want het is vaak moeilijk om iets te vinden voor haar.
Maar nee hoor, we hadden een zeer succesvol dagje: drie beha’s (geen solden), en dan wandelden we helemaal tot aan de Weekday (in de buurt van de Vooruit) waar ze een jeans vond (geen solden) en waar we ook in de Carhartt binnengingen waar we wél in de solden een T-shirt voor Wolf meenamen. En er was een ijsje, van Nonno daar in de Walpoortstraat.
En toen was het plots al na zessen en wandelden we doorheen de warmte terug naar de auto en zagen we dat het goed was.








