Lectuur: “The Disorderly Knights” (Lymond Chronicles #3) van Dorothy Dunnet

Wat. Een. Boek.

Yup, ik ben meer en meer fan van Dorothy Dunnet, en zeker van haar Lymond Chronicles. Nee, ze leest niet als een trein, zeker niet als je het vergelijkt met pakweg Jim Butcher of Ben Aaronovitch. Daarvoor zitten er veel te veel rare wendingen, ongewone vergelijkingen en totaal vreemde woorden in haar taal: zelfs de Oxford English Dictionary herkent ze belange niet allemaal. Maar er zitten pareltjes tussen, zoals bijvoorbeeld een hearth claith dat je maar verstaat als je 1. het luidop zegt 2. Nederlands kan. Blijkbaar iets dat honderden jaren geleden wel nog gebruikt werd, en zo zit het vol.

Het zorgt ervoor dat ik dubbel zo lang lees aan één boek van haar als aan een gemiddeld ander boek, dat heb ik al vast kunnen stellen. Maar eigenlijk is dat gewoon een verlenging van het leesplezier.

Francis Crawford of Lymond, niet langer Master of Culter maar wel Comte de Sévigny, verzeilt deze keer op missie in Malta waar hij in een bloedige oorlog terechtkomt tussen de Hospitaalridders van Sint-Johannes van Jeruzalem en de Turken. Dunnet weet het bij momenten ongewoon spannend te maken, en ergens is het zelfs jammer dat je weet dat Lymond zelf het hoe dan ook zal overleven omdat er anders geen zes boeken kunnen zijn. Ze maakt er echter totaal geen punt van om hem extreem te laten afzien en sympathieke nevenpersonages zonder meer af te maken. Veel hilarische passages zitten er hier niet in, maar wel des te meer diepgaande psychologische analyses, prachtige nieuwe personages, twijfel, verrukking…

Als lezer weet je eigenlijk niet meer of je nu wel of niet mee moet voelen met Lymond. Hij is ongelofelijk intelligent, knap, charmant, maar ook bij momenten gewetenloos, wreed en vooral arrogant. En toch, toch blijkt hij altijd het morele gelijk te halen, ook al is de weg ernaartoe niet altijd even… rooskleurig. En toch zou je hem met open armen en een gezonde dosis achterdocht ontvangen.

Na Malta en vooral ook een heftige belegering in Tripoli komt hij terug naar Schotland om daar een eliteleger op te richten dat hij wil verhuren. Maar tegelijk blijft hij moeilijkheden rond zich opstapelen en blijkt hij vooral een aartsvijand in zijn onmiddellijke omgeving te hebben opgenomen. Pas doorheen het boek wordt je duidelijk wie dat is, wat die persoon al allemaal heeft ondernomen en vooral wat Lymond daartegen in stelling heeft gebracht.

De spanning druipt ervan af, en “eind goed al goed” is niet bepaald een frase die je vlotjes met Dunnet in verband brengt, zo blijkt. Altijd is er nevenschade, zijn er betreurenswaardige doden, is er onherstelbare emotionele beschadiging.

Maar net dat heeft ervoor gezorgd dat ik zowel donderdagavond als vrijdagavond tot half drie heb liggen lezen in mijn bed. Het is vakantie, ik kan het me permitteren, maar by Jove, ik doe dat lang niet voor elk boek.

Wafels!

Ik had het Merel beloofd om nog eens wafels te bakken, had al verse gist gekocht, en met dat winterweer dat we hadden, besloot ik woensdag om er toch eens werk van te maken.

Het probleem met gistwafels is dat je dat niet op den bots kan doen, je deeg moet twee uur rijzen. Maar ik had er dus aan gedacht, en de kinderen protesteerden niet.

Alleen… met zes personen – Arwen was hier ook – gaat dat vreselijk traag, en dus vroeg ik aan Bart om toch nog het oude Nova wafelijzer van ons ma uit te halen. Een zalig ding, maar de stekkers zijn… om het nog zacht te zeggen, niet optimaal meer.

Het was denk ik al een jaar of tien niet meer gebruikt en ik was dus ook compleet vergeten dat het toch wel een kwartier nodig heeft om om te warmen. Maar zodra het warm is, man, dat gaat vooruit! Het is een stuk heter, blijkbaar, dan hedendaagse wafelijzers en de smaak is dan ook anders. Echt, zo’n zalige wafels!

Er werd bijzonder grondig gesmuld, er werd vooral niet geprotesteerd, en er werd de volgende ochtend nog eens genoten van de overschot.

Maar bon, toch een vraagje: hoe zou ik die stekkers kunnen vervangen? Of laten vervangen? Want er zit geeneens aarding op en de stekkers zijn nog van een soortement bakeliet of zo.

Lectuur: “Queens’ Play” (The Lymond Chronicles #2) van Dorothy Dunnet

Schreef ik over boek 1 van de Lymond Chronicles nog dat ik moeite had om erin te geraken, dan was dit aansluitende boek helemaal geen probleem.

Let op: spoiler voor boek 1!

We zitten ietsje verder en Lymond is helemaal gerehabiliteerd, zij het nog niet helemaal genezen. Mary de Guise, the Queen Dowager vraagt hem om haar dochter in Frankrijk te beschermen: Mary Queen of Scots is zeven jaar oud en verloofd met de Franse Dauphin. Om die reden verblijft ze aan het Franse hof. Maar er zijn heel veel partijen die er baat zouden bij hebben om haar uit de weg te ruimen: jaloerse troonpretendenten, Ierse verzetsstrijders die de oorlog tussen Engeland en Frankrijk opnieuw willen zien oplaaien, Engelsen die haar liever willen zien trouwen met de Engelse kroonprins en, als dat niet kan, haar nog liever dood willen…

Francis stemt toe, maar dan wel in een vermomming, wat ronduit hilarische slapstick oplevert. Aan de andere kant zit er ook iets diep tragisch in zijn dekmantel: wie is de echte Lymond? De edelman die in alles zijn rigide zelfbeheersing behoudt, gewapend met scherpe tong, of de ollave Thady Boy die alle remmingen loslaat en het hele Franse hof op stelten zet?

Tegelijk blijft er de onderstroom van intrige: wie is degene die de aanslagen op de kleine Mary pleegt? En kan Lymond haar wel beschermen?

Meer ga ik hier niet zeggen zonder de plot weg te geven, maar waar Lymond in het eerste boek bijzonder koud, hard en bij momenten onsympathiek overkomt, laat de auteur hem hier al vaker zijn menselijke kantjes blootgeven. Pas op, hij blijft mensen gebruiken zoals het hem uitkomt, ruïneert levens, springt achteloos om met gevoelens, maar deze keer weet je als lezer dat hij zich daar maar al te goed van bewust is, maar oordeelt dat zijn principes en doelen belangrijker zijn dan emoties.

Je krijgt dan ook vaak intense discussies tussen Lymond en zijn vrienden, waarin zij hem uiteindelijk ook bevestigen: “You did the right thing”. Al is ‘vrienden’ misschien wel een groot woord: Lymond laat zich vooral bewonderen, laat mensen verliefd worden op hem, laat hen zich opofferen voor hem, maar houdt zelf altijd afstand en geeft zich emotioneel niet bloot. Hij is en blijft alleen, een welbewuste zij het eenzame keuze.

Dunnet heeft het aantal citaten gevoelig teruggeschroefd, al blijft het leuk om dingen te herkennen. Zo vraagt iemand spottend over Lymond of hij, stomdronken, eigenlijk nog wel leeft, waarop de ander antwoordt: “Vivit et est vitae nescius ipse suae”, een citaatje uit Ovidius Tristia I 3, iets wat ik met mijn leerlingen lees.
Deze keer komt er ook een vleug Gaelic bij, maar het meeste kan je echt wel uit de context afleiden.

Een boek, niet voor de snelle, oppervlakkige lezers, maar voor wie wel graag eens een kluifje heeft. Schitterend qua intrige, ingebed in historische realiteit, met ongelofelijk veel spanning – ik heb vannacht doorgelezen tot half drie – en een stevige portie psychologie. En, jawel, de nodige slapstick bij momenten.

Valt het op dat ik dit boek graag gelezen heb?

Bos ’t Ename

Vakantie en dus tijd voor geocaching. Véronique is gelukkig dezelfde mening toegedaan, afspreken was dus vrij makkelijk. Het weer is ander paar mouwen deze ‘kerstvakantie’, maar voor vandaag zag het er redelijk uit, en dus trokken we erop uit.

Ik had een fijn rondje gevonden in Ename, een kwartiertje van Ronse, in een bos, natuurgebied, Scheldevallei en uiteindelijk ook de abdij van Ename. Tegen twee uur bevonden we ons op een redelijk onverwachte parking middenin een woonwijk en, jawel, in de zon.

We kletsten, zochten geocaches, kletsten nog meer, aten een koekje op een zalig bankje, tetterden nog wat, namen foto’s, en vonden uiteindelijk ook de bonus.

En toen vonden we dat we eigenlijk ook nog wel even naar de abdij konden gaan kijken: een aparte losse cache én een labcaches van vijf stadia en een bonus. De parking daarvan is totaal niet aangeduid, maar bon, met wat moeite bevonden we ons toch aan de grondvesten van de abdij en het Provinciaal Archeologisch Museum.

Véro had een thermosfles hete kersenthee mee en cakejes, en daar op een bankje, in de zon, met een snelle mokke, beaamden we beiden dat het leven bij momenten nog zo slecht niet is.

Enfin, zeer, zeer aangename middag gehad. Voor herhaling vatbaar, dus.

Scrapbooking

Merel was al een tijdje aan het knutselen geslagen met kaartjes en zo, en ze kwam me een pagina tonen die ze gemaakt had als vakantie-agenda, zo heel netjes overzichtelijk met kleuren en vakjes.

Meteen introduceerde ik haar in het concept scrapbooking en kreeg ze mijn bullet journal, iets wat ik een aantal jaren geleden gekregen had van Bart in de hoop mijn chaotische geest een beetje meer onder controle te krijgen, maar wat aan geen kanten werkt voor mij, integendeel, ik word er zenuwachtig van.

Er staan allerlei voorbeelden in van leuke kadertjes, titels, grafiekjes, en de blaadjes zelf hebben heel lichte puntjes zodat je perfect rechte lijnen kan trekken en dergelijke. Merel was meteen door het dolle heen: ze zag het helemaal zitten!

Ze ging meteen aan de slag en maakte al een paar pagina’s met het materiaal dat ze had. Woensdag reden we dan ook even tot aan de Action om er extra materiaal te halen, zoals stickertjes en vooral heel veel soorten washi tape.

Helaas doen we nu echt vrijwel niks, zodat er ook niks te scrapbooken valt, zoals bv de impressie en het toegangsticketje van een museum of zo. Ze maakt dan maar moodboards, zoals je hierboven kan zien. Eentje voor pasen, eentje in grijstinten, eentje voor een zeemeermin en een zomerimpressie.

En toen zat ze zonder inspiratie en deed ik haar een kort nonsensgedichtje aan de hand, en ging ze nog voor de herfst en de liefde ook.

Intussen is er weer papier voor zo’n heel klein fotoprintertje dat je rechtstreeks op je telefoon aansluit en kan ze ook daarmee aan de slag.

Ik heb echt wel het gevoel dat ons dochter een nieuwe hobby heeft ^^