Gezapige zondag

Vandaag was zo’n zondag uit de boekskes, eentje zonder stress, met lekker eten en mijn vader over de vloer en zo.

Hij was er tegen elf uur en begon meteen te schaken tegen Wolf, iets waar ze allebei evenveel deugd van hadden, en bij momenten was het ook serieus spannend, zo bleek. Intussen maakte Merel haar huiswerk en was Bart aan het koken. En na het eten vertrok Merel naar de scouts, een babyvergadering.

 

Ik zette kaarsjes en stak de haard aan en we keken met zijn allen tv ’s avonds.

Zo van die zondagen, dat zijn er waarop niks speciaals gebeurt, maar die wel zorgen voor heerlijke herinneringen aan sfeer en gezelligheid.

Uitgemest

Ik had al langer aan Merel gevraagd om ne keer haar kleerkast uit te mesten, want ik heb er geen flauw idee meer van wat ze nog wel en niet meer heeft qua kleren.

Vandaag heeft ze dat spontaan zelf gedaan en heeft ze me heelder stapels gegeven. Neem dat gerust letterlijk: drie wasmanden vol kleren heeft ze naar beneden gebracht. Ik heb die allemaal bekeken, netjes opgevouwen en dan gefotografeerd om weg te geven.

Voor het geval ge u afvraagt of dat dan wel de moeite was: er waren 34 T-shirts met korte mouwen, 16 T-shirts met lange mouwen, 7 shorts, 9 lange broeken en leggings, 16 rokjes, 3 slaapkleedjes, 1 pyjama en 14 kleedjes (en ze staan niet allemaal op onderstaande foto).

Aan de pulls en gilets zijn we nog niet eens begonnen, da’s voor een volgende zitting.

Nu heeft ze toch nog een reeks rokjes, een kleedje of 5, een tiental Tshirts en een aantal lange broeken. Nog altijd. ’t Is dat het kind geen kleren heeft, he…

Druk, en toen plots niet meer

Nee, het was geen goeie dag vandaag. Deze morgen stond Bart om kwart over acht al met Wolf bij de orthopedist in Sint-Amandsberg: Wolf had opnieuw zijn duim bezeerd tijdens de rugby, net op dezelfde plaats als een jaar of drie geleden. Toen bleek dat een barstje geweest te zijn dat verkeerd behandeld was geweest, en ik wilde liever geen risico lopen. Enfin, gelukkig bleek het een verstuiking te zijn, niks meer. Oef.

Intussen zat ik op school, maar Kobe voelde zich niet zo goed. Hij was ’s morgens toch naar school vertrokken met de belofte dat hij me iets ging laten weten als het niet lukte. En jawel, om elf uur kreeg ik een berichtje: dat hij zich echt slecht voelde en dat hij naar huis wilde. Ik ging even kijken, zag dat hij echt mottig was, en liet hem uiteraard gaan. Maar het feit dat hij koorts had en hoestte, was voldoende om een afspraak bij de dokter te maken voor een test.

Hij is wel nog zelf naar huis gefietst en ik ben hem na twaalven achterna gegaan: eigenlijk had ik nog studiepermanentie, maar er was niet echt iemand ziek en ik kreeg toestemming om te vertrekken. Oef. Thuis lag Kobe in zijn bed te slapen en ik heb hem wakker moeten maken om half twee voor het doktersbezoek. Zij deelde mijn mening: dat hij het eerste geval was van de week waarbij ze echt wel dacht dat het corona kon zijn. Bon, preventieve quarantaine dus.

Ik ging om half drie Merel en haar vriendinnetjes nog ophalen aan de Blaarmeersen na een oriëntatieloop, maar zegde de klassenraad van de eerstes daarna af: ik wilde geen risico lopen om iemand te besmetten, plus ik had zelf een gemene koppijn en het is niet alsof mijn eerstes, na vier lessen module Latijn, veel hebben aan mijn input: ik ken ze nog nauwelijks.

Meestal is de vrijdagavond een gigantische rush van de ene taxirit na de andere, maar plotseling liep de hele avond leeg.  Wolf mag met die gekwetste duim niet gaan trainen, Kobe mag het huis niet verlaten en Merels dansjuf liet weten dat ze ziek is en dat de les dus niet doorgaat. En dus waren we plots allemaal gewoon rustig thuis. Ik kan niet zeggen dat ik het erg vond, want de levels stresshormoon in mijn bloed vandaag zouden wellicht boekdelen spreken. Tsja.

 

Frisjes

Met de coronamaatregelen staan in elke klas altijd de ramen open. Dat hoort zo, de leerlingen weten dat en ze mogen gerust hun jas aanhouden als het moet, of zelfs een dekentje meebrengen.

Zelf heb ik er eerlijk gezegd nog geen last van gehad: zo koud is het nog niet, en als je zelf staat of zit les te geven, dan scheelt dat wel nog een pak, zo blijkt.

Maar dinsdag en vandaag waren er klassenraden, en dat betekent een paar uur stilzitten in zowat het koudste lokaal van de school, zijnde de studiezaal. Zo kunnen we allemaal op afstand van elkaar en met een mondmasker op tóch nog live vergaderen, maar ook dus stilzitten. Ik moet toegeven, ik heb na een half uur toch mijn gilet aangetrokken boven mijn T-shirt. De directie zat intussen al als een halve eskimo ingepakt, maar ik kan me voorstellen dat het op haar bureau meestal wel wat warmer is, aangezien ze er alleen zit en dus niet hoeft te verluchten. Tsja.

Maar het geeft te denken over de winter. Als die ramen moeten openblijven – en dat kan eigenlijk niet anders als je met 25 leerlingen in één ruimte zit – hoe koud gaat het dan worden? En heeft het dan zin om de verwarming aan te zetten en op die manier geld uit te geven?

Hmm…

Dr. Martens

– “Zeg mamaaaaa?”

– “Ja, Merel?”

– “Zou ik soms van die Dr. Martensschoenen mogen hebben? Ik weet het, ze zijn verschrikkelijk duur, ze kosten 200 euro, maar ik zou ze dan vragen voor mijn verjaardag en de helft bijleggen van mijn spaarpot. Want Julie heeft er zo en Janne ook en Lieze gaat er ook zo krijgen.”

– “Euh…. Liefje, je moet sowieso schoenen hebben, dus 100 euro moet kunnen, maar schoenen van 200 euro waar je na maximaal één seizoen bent uitgegroeid? Nee, dat zie ik niet zitten, muizie. Denk maar aan je scoutsschoenen: we hebben die in juni gekocht, je hebt die vrijwel enkel op kamp gedragen en nu zijn die bijna te klein…”

Een dikke pruillip was mijn deel, maar ze begreep het wel. Alleen ken ik de ouders van Lieze en Janne, en ik ben vrij zeker dat ook Els geen 200 euro gaat uitgeven aan een paar schoenen, hoezeer ze ook in de mode zijn. Ik heb dus even online gezocht en vastgesteld dat de Dr. Martens voor volwassenen effectief 190 euro kosten, maar dat die voor kinderen “maar” 90 euro zijn. Maar bon, een paar laarzen voor Merel kost ook zoveel, helaas. En nog een chance dat ze nog maat 36 heeft, want vanaf 37 zit je bij de volwassenen…

Toen ze thuis kwam van school, zei ik dus dat we wel even tot aan een schoenenwinkel gingen rijden, en ik geloof dat ze me drie keer omhelsd heeft en vier dansjes heeft gedaan. Soit, om vijf uur in de namiddag was ze een paar donkerdonkerblauwe Dr. Martens rijker, een paar Reeboks om mee naar de dansles te gaan en een nieuwe jegging, iets waar ze al eventjes naar op zoek was.

Ze glunderde.

Oh, en wie al eens naar ’t Fabriekske gaat: loop eens tot het einde van de straat? Daar vind je een prachtig uitzicht!