Lectuur: “The Wolf Den” (Wolf Den Trilogy #1) van Elodie Harper

Ik had deze op Goodreads via een van mijn “vriendjes” zien passeren en ik dacht: dat kan wel eens leuk zijn.

The Wolf Den refereert namelijk aan een lupanar, het Latijnse woord voor effectief een wolvenhol én een bordeel. Amara is een Griekse jongedame die van goeden huize is, maar na de dood van haar vader in armoede is terechtgekomen en door haar moeder als slavin is verkocht. De bedoeling was als huisslavin, maar een jaloerse meesteres verkocht haar dan opnieuw door, meer bepaald dus aan een Pompeiaans bordeel. Maar Amara mag dan de controle over haar lichaam kwijt zijn – je hebt als slaaf niet te kiezen – maar heeft wel nog haar wil en haar strijdlust, en beetje bij beetje kan ze haar meester Felix ervan overtuigen dat zij en haar bordeelgenoten meer in hun mars hebben.

Is dit hoogstaande lectuur? Nee. Maar dat moet ook niet: het is vlot geschreven, ik heb de schrijfster ook niet op foute details kunnen betrappen, het is realistisch en bovendien gewoonweg Romeins. En meer moet dat niet zijn.

Concert + feestje

Zoals gezegd was het een bijzonder drukke week. Om half zes stond ik in de Sint-Coletakerk voor de raccord, om acht uur zongen we ons concert met Cantandum en deed ik de presentatie.

Om half tien waren we klaar, en terwijl de rest nog iets dronk en napraatte, sprong ik in de auto en reed naar Deurne. Ha ja, want Philip werd 40 en gaf een feestje en daar wilde ik echt wel bij zijn.

Het grootste deel van de avond – om niet te zeggen de hele tijd – heb ik met Koen en met Veerle zitten kletsen en het werd een aangename avond, jawel. Ik was blij dat ik er toch nog geraakt was, want ik had er niet op gerekend. Drukke week + concert + presentatie = pijnlijke rug, dacht ik, maar dat bleek goed mee te vallen. Zelfs de stem werkte nog volop mee, want anders was ik ook niet gegaan.

Soit, fijne dag. Morgen nog een concertje, yepla.

Uitvaart

De titel klinkt wat omineus, maar eigenlijk is dat gewoon de naam van de 100-dagenviering bij ons op school, al sinds jaar en dag. Kobe zat deze keer mee in het team en stak er wel wat tijd in. Maar er is één van de zesdes die er ongelofelijk veel werk heeft ingestoken om alles te filmen en te editen. En met filmen bedoel ik dan ook echt verschillende camerastandpunten en al. Die jongen wil filmschool gaan doen volgend jaar, en dat snap ik. Al is de consensus momenteel onder de leraars dat we hem een C-attest geven, zodat hij volgend jaar opnieuw kan filmen.

Ook al sinds een jaar of tien – als het niet langer is – ben ik de leerkracht die die Uitvaart een beetje bij sta. Als in: praktische informatie doorgeven, dingen regelen met directie, dat soort dingen. Over de inhoud ga ik niet, die wil ik ook op voorhand niet eens weten.

En – ik geef het toe, ik was er niet helemaal gerust in want het ging precies niet vooruit – het was uiteindelijk een van de beste uitvaarten van de laatste jaren. Ik heb me ziek gelachen met een bepaald filmpje dat niet online komt, maar ook met de rest van de overval heb ik meer dan smakelijk gelachen. Serieus, gasten!

Nieuwsgierig? Alles staat hier online, op de schoolwebsite.

 

Inherent nieuwsgierig

Jongeren zijn inherent nieuwsgierig, dat werd me vandaag nog maar eens bewezen.

Op donderdag heb ik les in een lokaal van geschiedenis – na 30 jaar lesgeven heb ik nog steeds geen vast lokaal – en mijn jonge collega had een kaart open laten liggen op haar bureau: een kaart met alle locaties van concentratiekampen, uitroeiingskampen en speciale gevangenissen tijdens de tweede wereldoorlog.

Merel en Lieze die vlak aan dat bureau zitten, keken verwonderd naar wat die kaart precies was. Ik kwam erbij, keek even en gaf enkele woorden uitleg. En toen kwam er een aantal andere meisjes bij om te luisteren. En verbijsterd te kijken naar de hoeveelheid.

En toen spendeerde ik plots een kwartier van mijn les, omdat de anderen ook nieuwsgierig vroegen naar wat dat precies was, aan een uitleg rond de vernietigingskampen van de nazi’s. En wat de essentie was van de Endlösung. En hoe ik ooit in Praag gesproken had met een van de overlevers van Terezin, die haar hele familie had zien uitroeien en zelf overleefd had omdat ze in het kinderkoor van Terezin zat.

Ze waren muisstil en hingen aan mijn lippen. Omdat het geen leerstof was. Omdat het zo verschrikkelijk was. Omdat het, helaas, zo menselijk was. En omdat ze er zo weinig van afwisten.

Onze jeugd, daar is echt niets mis mee, geloof me. We moeten hen alleen leren wat ze moeten weten. En als dat een uitleg is in de les Latijn over het nazisme van tachtig jaar geleden, dan is dat zo. Daar kan geen leerplan tegenop.

Doorlichting

Yup, we hebben er weer van: de doorlichting! De directie is ons daar stevig bang voor aan het maken, en dat vind ik jammer. Jonge of onervaren collega’s zijn half aan het flippen en dat is niet meteen de bedoeling.

Wat doet zo’n doorlichting in essentie? Ze komen met een team naar school en doen aan kwaliteitsbewaking. Voldoen de gebouwen qua veiligheid en hygiëne? Werkt de ijskast in de leraarskamer naar behoren? Zijn er voldoende toiletten? Nu ja, dat zijn dingen waar je als school zelf niet veel aan kan doen, veel van die problemen zijn voor scholengroep of voor Brussel, want wij kunnen zelf niet beslissen om ramen te repareren of toiletten bij te bouwen, daarvoor moet er extern budget komen.

Wat ze vooral ook nakijken, is of we effectief wel valabele diploma’s afleveren. Hebben de leerlingen ook gezien wat wij beweren dat ze gezien hebben? Geven wij de juiste leerstof om de leerplandoelen en dus de eindtermen te halen? Uiteraard kunnen ze dat niet voor alle vakken, en dus zitten er enkele in de focus, vakken waarop ze zich concentreren. Daar wordt gekeken, aan de hand van jaarvorderingsplannen en agenda’s, of we alle verwachte leerstof hebben aangeboden. Daar worden dan ook toetsen en examens naast gelegd. Wanneer er twijfel is over een bepaald leerstofonderdeel, bekijken ze ook de notities van de leerlingen: als er ook daar geen spoor te vinden is, dan besluiten ze – terecht – dat een bepaald stuk leerstof niet is aangeboden en dus ook niet is verwerkt. Dat moeten we uiteraard remediëren en daar krijgen we dan enkele maanden tijd voor.

Er wordt ook grondig gekeken naar het beleid: wat is de visie van de school, hoe zit het met inclusiviteit, hoe behandelen we leerproblemen, hoe gaan we om met de onderwijsloopbaan? Remediëren we voldoende, differentiëren we waar nodig? Veel van het werk – en dus ook de angstreflex – zit bij het beleid. Ook daar kunnen wij als individuele leerkracht weinig aan bijdragen. Wij kunnen er wel voor zorgen dat we op de hoogte zijn van alle beleidsmaatregelen, zoals dat hoort, want niet iedereen volgt alles voldoende op.

Dit is mijn zesde doorlichting. Zoals Wolf zei: “Goh, mama, jij bent toch in orde met al die dingen?” Ja dus. En ik maak me geen zorgen. Ja, ik ga nog enkele beleidsnota’s nalezen, maar daar houdt het voor mij ook op. Latijn zit sowieso niet in de focus, maar zelfs dan heb ik niks te vrezen.

Trouwens, ik heb vertrouwen in onze school. Ik zou er anders mijn drie kinderen niet naartoe gestuurd hebben, toch?