Cake met wortel en speculoos

Ik had deze namiddag afgesproken om koffie te gaan drinken bij Charlotte en Thomas en vooral hun stralende baby Athena te gaan begroeten. Zo geschiedde, en het werd vakkundig vastgesteld dat het inderdaad een pracht van een baby is, een ode aan de godin waardig.

We kletsten honderduit, dronken koffie en aten cake. Niet zomaar cake, nee, ik had er deze namiddag nog met Merel gebakken, zodat ik met een nog warme cake kwam aanzetten bij Charlotte.

Hij werd geproefd en goedgekeurd, het was op aanraden van Chantal, mijn kuisvrouw.

Het recept vond ik terug op Njam, maar ik heb er, zoals bij al mijn cakes, nog een scheut melk aan toegevoegd. Dat maakt de cake net iets smeuïger, iets minder droog. Ik zou zeggen: doe er uw voordeel mee!

Oh, en blijkbaar is het verplicht om er de mop van de worteltjestaart bij te vertellen. *rolt met ogen*

Ingrediënten

400 gr zelfrijzende bloem
4 eieren
100 gr blonde kandijsuiker
100 gr griessuiker
200 gr boter
200 gr fijngeraspte wortelen
200 gr fijngemalen speculaas

Bereiden:

Klop de boter samen met de twee soorten suiker tot een romige massa, voeg er een voor een de eieren aan toe onder voortdurend kloppen.

Meng de zelfrijzende bloem onder het beslag en spatel er tot slot de fijn geraspte wortelen onder.

Vet een cakevorm in met wat gesmolten boter en bestrooi met een beetje griessuiker, klop de overtollige suiker uit de vorm.

Lepel een laag van het cakebeslag over de bodem van de bakvorm en bestrooi met wat fijngemalen speculaas, herhaal dit tot het beslag en de speculaas zijn opgewerkt. Haal een mes door het beslag om de cake mooi te ‘marmeren’.

Verwarm de oven voor op 170°C en bak de cake in circa 40 minuten af in het midden van de oven. Controleer of de cake gaar is door er met een mes of breinaald in te prikken, wanneer er geen beslag meer blijft aankleven is de cake gaar.

Laat de cake afkoelen op een rooster.

Vriendinnetjesdrama

Zucht. Soms is het moeilijk om goed te doen bij negenjarigen…

Sandra, de mama van Feija, moest weg deze namiddag en had gevraagd of Feija hier dan mocht komen spelen. Natuurlijk kan dat, het is niet de eerste keer deze vakantie en dan verveelt Merel zich ook niet.

Merel had ook al verschillende keren gevraagd of Lieze hier mocht blijven slapen, en Els had geantwoord dat vandaag de ideale gelegenheid zou zijn. Dik in orde. Ik had er meteen bij gedacht dat Feija dan misschien ook kon blijven slapen. Merel vond het geweldig, maar ik had het moeten weten toen Els daarop nogal aarzelend reageerde: zij had op Liezes verjaardagsfeestje opgemerkt dat het soms wel botste tussen die drie samen. Merel + Lieze = BFF, Merel + Feija = schitterend, Feija + Lieze = lukt ook wonderwel. De drie samen? Tsja… Ik had dat echter niet door, dus.

Ze speelden geheim agent en amuseerden zich kostelijk. Tot Merel huilend beneden kwam: Feija vond alles wat Lieze voorstelde, stom, en precies ook omgekeerd.

Enfin, even gepraat, gedreigd met het feit dat ik Feija naar huis ging sturen, en het lukte wel weer.

Tot het iets voor het eten weer tot een uitbarsting kwam, waarbij Feija naar huis wilde, Lieze naar huis wilde en ze alle drie aan het huilen waren. Vooral Merel was er het hart van in: haar twee beste vriendinnetjes…

Enfin, ik had zelfs al Sandra gebeld toen het toch nog uitgepraat geraakte en ze toch allebei gingen blijven slapen. En toen waren er pannenkoeken en daarna keken ze samen naar de tekenfilmversie van The Grinch.

Maar toen moest het slapen nog komen… Ze sliepen alle drie samen in het grote bed van Wolf en mochten van mij nog blijven tetteren tot half tien.
Alleen… we hoorden voortdurend eentje naar toilet gaan, en dat bleek Feija te zijn die bang was in die vreemde kamer. Bart is een paar keer naar boven gegaan, en tegen half elf heb ik Merel voorgesteld dat zij in haar eigen bed ging slapen, wat ze met veel plezier deed want ze had nog geen oog dicht gedaan.
Toen Bart en ik gingen slapen, deed ik zoals afgesproken het licht in de gang uit. Vijf minuten later was Feija aan het huilen: ze was bang. Gelukkig had LIeze een slaapmaskertje mee, want toen moest er een lichtje aan.
Een half uur later begon Feija plots luidop te huilen, waardoor ook Lieze natuurlijk weer wakker was. Ze was nog bang en ze wilde naar huis. Ik kon Sandra moeilijk bellen na middernacht, liet het grote licht branden in de kamer en kreeg Feija toch nog rustig. Enfin, dat was gelukkig dat.
Maar een rustige avond/nacht kan je het niet noemen, nee.

Kousen

Ik heb het er al een paar keer over gehad, maar ons pa zijn hobby hier bij ons thuis zijn de kousen. Yep, als in: sokken.

Met vijf in huis die elke dag een vers paar sokken aan doen, dat geeft in de winter toch zo’n 35 paar per week. Dat kan tellen, dus. In de zomer dragen Merel en ik zo goed als altijd sandalen, dat scheelt, maar toch. En als er nu één hatelijk werkje is, dan is het wel kousen recht draaien – om een of andere reden doen de kinderen ze altijd binnenstebuiten uit – en sorteren. Ugh.

En blijkbaar is dat nu een hobby van ons pa geworden. Ooit had hij gevraagd of er iets was dat hij kon terugdoen voor die zondagen dat hij hier zit, maar ik wist het niet zo meteen. Maar elke zondag ben ik druk in de weer met de was, en hij zag ook altijd die kousenberg. Spontaan heeft hij toen aangeboden om die kousen te doen, en sindsdien is dat zijn vaste ritme hier: eten, sigaretje roken buiten, koffie met een klein koekje of snoepje erbij, en dan kousen. En dan daarna taart.

Hij beweert zelfs dat hij er al op voorhand naar uitkijkt, naar die kousen. Het is soms ook echt wel een uitdaging: die zwarte kousen van Bart trekken allemaal op elkaar en het is echt puzzelwerk. En iets waar ik echt wel dankbaar om ben.

Bedankt, pa!

Lectuur: Jean Le Flambeur

k ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na “His Dark Materials” van die lijst dook ik opnieuw in de science-fiction, al zetten sommige van mijn vrienden deze ook gewoon onder fantasy. Het gaat om de reeks rond Jean Le Flambeur, drie boeken van de Finse auteur Hannu Rajaniemi. Het universum waarin dit afspeelt, is blijkbaar een verre, verre toekomst, waarin de aarde eigenlijk een voetnoot is en de mens maar één van de vele soorten.

Het verhaal draait rond, u raadt het al, Jean Le Flambeur, een gentleman-dief die bevrijd wordt uit een gevangenis om er dan als tegenprestatie iets te gaan stelen voor een soort goddelijk wezen om daarmee dan datzelfde universum te redden. Of zoiets. De plot is vreselijk ingewikkeld, mensen zijn eigenlijk een verzameling gedachten en herinneringen die je kan digitaliseren en dus naar wens in een lichaam dumpen. Ze zijn op die manier ook onsterfelijk, maar kunnen zich in duizenden tegelijk verdelen, gogols genaamd. Transhumanisme, mind-uploading maar daarnaast ook het delen van een lichaam tegen betaling, gevangenissen die experimenteren met het steeds opnieuw doden van zijn gevangenen, … Steden zijn kunstmatig gevormd, bewegen zich voort op grote poten om de hitte van de zon  te vermijden en dat soort dingen. U ziet het, science fiction maar met een compleet bijeengefantaseerde wereld.

Rajaniemi is doctor in de fysica, en dat is wel duidelijk: hij speelt met termen als neutrino’s, quantumteleportatie, Higgsdeeltjes, Planckruimte, Hawkingdrive enzoverder, en dat maakt het soms echt wel moeilijk om te lezen. Af en toe heb ik bij zijn wetenschappelijke uitleg afgehaakt, en af en toe heb ik ook een stuk herlezen omdat ik niet meteen helemaal mee was.

Maar zijn het goeie boeken? Welzeker. Rajaniemi heeft prijzen behaald met zijn eerste boek, en ik snap dat wel: het is compleet vernieuwend en verfrissend en de plot zit ingenieus in elkaar. Maar lichte strandlectuur is het niet, neem dat van me aan.

Laatste dag in Zeeland

Wolf en Arwen waren al rond half acht op, want ze hadden beloofd om samen om croissants te gaan, en dat deden ze dan ook. De wachtrij was lang, zeiden ze: allemaal papa’s met de krant en de koeken ^^
Bart was intussen gaan lopen en had meteen ook de auto’s gehaald, zodat vooral ook zijn elektrische een beetje kon opladen.
We ontbeten, ruimden geroutineerd op en waren zowaar klaar om half tien. Iets over tien stonden we in de Action Factory voor een rondje minigolf, maar dan wel ene in steampunkstijl, met transportbanden, pneumatische toestanden, wegschietende balletjes en dat soort dingen. Amusant! Zeker als je dan nog wint ook, iets wat me nog nooit overkomen was :-p

Daarna namen we afscheid van het park en reden naar de zee. Allez ja, de immensen Brouwersdam, want iedereen had intussen blijkbaar alweer honger. En ja, die Beach Bar is dik in orde, ook ’s middags.

En toen was het tijd om te vliegeren. Echt te vliegeren, net zoals massa’s mensen op het strand, overigens. En die stuntvlieger, dat is wat wennen, maar dat ding is fantastisch om mee te spelen. Vooral Wolf vloog ermee, maar ook Kobe en Arwen probeerden af en toe. Kobe had vooral zijn zelfgemaakte vlieger, en Merel vloog met de kleurrijke.

Toen gingen ze met zijn vijven even tot aan het water zelf – het strand is daar altijd immens breed, behalve bij springtij – en ik ging languit in het zand liggen, mét een vlieger uiteraard.

En toen wilden zij nog een eind verder vliegeren terwijl Bart en ik voor een koffie gingen.

Bart reed al naar huis, en ik ging nog met de kinderen de cache aan de overkant van de straat, rond het Inspiratiepunt Grevelingen, oppikken. En toen waren ze moe, blijkbaar.

Tegen half zes kon ik Arwen gaan afzetten, tegen half zeven zat ik ook zelf in mijn eigen vertrouwde zeteltje. Een heerlijke vakantie gehad, maar het doet toch deugd om terug thuis te zijn ook. Hehe.