Vogeltjes

De winter zou de winter niet zijn zonder een obligate vogeltjespost. Ik blijf er immens van genieten om de vogels te zien die in onze tuin zich komen bevoorraden aan de mezenbollen en de nootjes.

Helaas, mijn telelens heeft de geest gegeven, het zijn dit jaar dus foto’s geworden met de iPhone en de gewone lens van de camera, maar het blijft mooi om zien. Ik heb een paar merels gespot, een roodborstje (of meer) dat hier heel regelmatig komt pikken, wat koolmeesjes en iets minder vinkjes dan vorig jaar.

Valentijn

Bart en ik zijn geen romantische mensen. Absoluut niet. Ik zie graag bloemen, en dus koop ik die voor mezelf, ik wacht niet tot ik er krijg, dat hoeft ook helemaal niet.

Cadeautjes? Ik weet zo al niet wat ik voor mijn liefste moet kopen voor verjaardagen en kerstmis en zo, laat staan dat er vandaag nog eentje extra moet bijkomen.

En van die hartjesdingen? Goh… da’s ook meestal zo klef, toch? Dus nee, hier ten huize doen wij niet echt aan Valentijn. Soms gaan we daar chique voor eten, maar dit jaar is ook dat uitgesloten. Tsja.

Dus houden we het dit jaar gewoon op elkaar graag zien. Op een kusje in het passeren, eventjes wrijven over een voet, met een liefdevolle blik kijken naar elkaar en elkaar een koffie brengen als de ander zich al in de zetel heeft geïnstalleerd.

Yup.

Na 28 jaar samen hebben we daar onze draai wel al in gevonden, denk ik dan.

Lectuur: “Honderd jaar eenzaamheid” van Gabriel García Márquez

Dit was er eentje van mijn lijst van klassiekers uit zowel de BBC-lijst als de Big Read.

Toen ik op voorhand meldde dat ik dit ging lezen, kreeg ik daar behoorlijk wat commentaar op, gaande van zeer positief tot een aantal mensen die hem absoluut niet uitgelezen kreeg. Enkele mensen die me vrij goed kennen, waarschuwden me dat ik er een kluif aan ging hebben. Maar het boek is niet voor niets een klassieker, dus ik ging ervoor.

Hmmm.

Als ik nog één keer de naam José, José Arcadio of Aureliano hoor, ga ik gillen, denk ik. Ik heb niks tegen magisch realisme, wel integendeel, maar hier had ik bij momenten zin om een stamboom op te stellen om toch maar de verschillende personages uit elkaar te kunnen houden. Het zouden er al genoeg geweest zijn moesten ze allemaal verschillende namen hebben gehad, maar als je meerdere, soms zelfs gelijktijdige personages krijgt met dezelfde naam, dan wordt het een beetje moeilijk. Naar het schijnt zit er standaard een stamboom in de meeste uitgaven, maar dat is een van de weinige nadelen aan een ebook: het bladert niet zo eenvoudig.

Enfin, ik heb me er bij momenten toch wel een beetje moeten doorheen worstelen. Het is dan ook bijna een stream of consciousness die meandert over de verschillende generaties heen, met vooral heel veel liefdesintriges en bizarriteiten. Nu, ik ben een fantasy lezer, die bizarre dingen storen me allerminst. Maar soms lijkt het wel een beetje op een soap, met van die kleine cliffhangers en goedkope plotwendingen. Waar ik het ook lastig mee had, was dat Márquez bepaalde gebeurtenissen beschrijft die achteraf absoluut niet gebeurd blijken te zijn. Ik weet wel dat het net voor een stuk om die lotsbestemming gaat, maar toch…

Ik kan eigenlijk wel begrijpen dat sommige mensen dit een prachtig boek vonden, maar mij kon het niet echt bekoren. Slecht is het niet, maar ik heb al beter gelezen. Ik heb er ook tien – weliswaar drukke – dagen over gedaan, en dat is eerder uitzonderlijk bij mij.

Hmmm.

Nope.

Zeventien

Lieve Wolf

helemaal licht was het  nog niet, toen je deze morgen opstond en aan de ontbijttafel kwam. Die was intussen helemaal versierd door je zusje, er hingen slingers op en je broer was pancakes aan het bakken. Je moest zelf niet naar school, maar je had wel online les om half negen, en vooral: Merel moest om acht uur de deur uit.

Erg vond je het dus niet. Met slaapdronken kop opende je eerst het cadeautje van je zusje, en ze glunderde toen je meteen zei: “Oh, zo cool!” Ze had woensdag speciaal lopen zoeken naar iets en had zo’n klein plastieken kauwgomautomaatje gevonden. Van Marleen had ik ook iets mogen kopen voor jou, en ik had toen maar meteen Maltezers, M&Ms en van die Lion bolletjes gekocht voor in dat machien. Je vond het leuk.

En van papa en mij had je eerder al je gewichten gekregen, maar kreeg je nu ook nog een kick ass toetsenbord, eentje dat je zelf had uitgekozen.

Je wordt nu eenmaal niet elke dag zeventien, liefje. Ik keek met een glimlach naar jou, en zag in niks meer dat kleine jongetje van vroeger, maar zag een heuse man. Je bent volwassen aan het worden, Wolf, en ik zie het met gemengde gevoelens aan.

Zeventien jaar geleden mocht ik je voor het eerst in mijn handen houden, en man, wat een rollercoaster was me dat zeg! Ik geef toe: ik besefte niet helemaal waar ik aan begon, maar ik heb ervan genoten, en ik geniet er nog steeds van. Zeventien jaar, van onthaalmoeder naar kleuterklas, naar lagere school naar middelbaar. Van turnlessen tot rugby, met de nodige blessures. Van muziekles op zaterdag om half negen, tot gitaarles, tot een experiment met elektrische gitaar. Van scouts en surfkampen, van vrienden en een heus lief, al meer dan drie jaar. Van een klein afhankelijk jongetje tot een flinke scholier tot een matige puber tot een heuse kerel.

Ik kijk naar jou, en ik ben trots, liefje. Je doet het goed. Je bent een stevige kerel in 5 wetenschappen-wiskunde met een hele fijne vriendengroep, een heel leuk lief, een zeker zelfbewustzijn, een volwassen ingesteldheid, een ongelofelijke zorg voor je omgeving en – laten we wel wezen – best wel een knap snoetje. Ik krijg vaak complimentjes over jou van mijn collega’s: dat je echt een fijne, attente leerling bent.

Wat ik ook vooral zo fijn vind aan jou, is dat je hulp durft vragen. Aan mij, aan je papa, aan je omgeving… Dat is iets wat ikzelf nog steeds te weinig doe en waarmee ik uiteindelijk vooral mezelf in de problemen steek. Een misplaatste trots, vermoed ik. Jij bent trots, maar op de juiste manier. Je bent volhardend, maar je kent ook vooral je eigen limieten. Je probeert die wel te verleggen, gelukkig maar, maar je weet als geen ander waar je sterktes en zwaktes liggen.

En af en toe ben je gelukkig ook nog steeds mijn kleine ondeugende jongen, zeker als ik zie hoe je iets aan het plannen bent om je broer mee in de val te lokken, en hoe je ogen dan glinsteren. Dan lijk je immens op je papa.

Ik weet het, Wolf, ik ga je binnen afzienbare tijd moeten loslaten. Daar ben ik nu al mee bezig: je blijft regelmatig slapen bij Arwen, je spreekt af met je vrienden, je bent de hort op. Ik probeer keihard om geen helicoptermoeder te zijn, om je je onafhankelijkheid en je zelfstandigheid te gunnen. Maar soms maak ik me zorgen: ik heb je niet voor niets bijna een jaar moeten afstaan aan het Zeepreventorium, en ik weet maar al te goed hoe fragiel je soms kan zijn, zowel fysiek als mentaal. Maar ik probeer er vooral te zijn voor jou, dat je weet dat je altijd op ons kan terugvallen.

En gelukkig kom je me nog altijd op dezelfde manier slaapwel zeggen: door gewoon lekker languit bovenop me te komen liggen, en dan knuffelen we even en praten we even. Ik hou je dan vast alsof je weer zes jaar was, en daar geniet ik intens van. Ik hoop dat je dat toch nog wel even zal doen met je kleine mamaatje. Want ja, je bent uiteraard groter dan ik intussen.

Lieve Wolf, verander maar niet te hard. Je bent een zalige kerel geworden in die zeventien jaar dat ik je mocht begeleiden. Ik weet niet in hoeverre ik daar verdienste aan heb, ik denk dat dat gewoon al altijd in jou heeft gezeten.

Voorlopig ben je nog even mijn zalige kerel. En je zal altijd mijn Wolfje blijven.

Gelukkige verjaardag, liefje!

Maagperikelen

Ik had het in oktober al geschreven: mijn maag doet niet wat ze moet doen. Stress, maar ook het feit dat ik intussen 30 kilo te zwaar ben, dat doet er absoluut geen goed aan.

In januari had ik er alweer opmerkelijk meer last van, en toen ik op een bepaalde avond gewoon al een Rennie of 5 had genomen en gewoon niet kon slapen van de stekende spasmen in mijn maag, vond ik het welletjes. Ik nam wat extra pantomed en maakte een afspraak bij de gastroloog.

Deze ochtend om acht uur zat ik dus bij die mens, en die wist me te vertellen dat het blijkbaar al va 2002 geleden was dat ik nog bij hem was geweest. Wat ouder, wat grijzer en met een bril, zo omschreef hij zichzelf. Geweldig sympathieke man, overigens. Een maagonderzoek – een vréselijke procedure – vond hij niet nodig: dat ging toch alleen maar bevestigen wat we allebei al wisten: mijn maag doet lastig, die afsluitklep naar mijn slokdarm is niet wonderbaarlijk teruggegroeid en mijn slokdarm zelf is geïrriteerd door de oesophagitis. Tsja.

Een mogelijke oplossing is vermageren. Hmpf. Dat wist ik al, dat zou voor zoveel dingen goed zijn, maar ik kan het gewoon niet opbrengen. Eten is voor mij een troost, een beloning, en ja, momenteel ook een suikerverslaving. I know.

Hij raadde me dan ook een maagballon aan, iets waar ik nog nooit van gehoord had. Een maagverkleining of maagring zou hij me niet aanraden, nee. Maar zo’n ballon, dat is iets dat onder zeer lichte verdoving ingebracht wordt in de maag, een ballon ter grootte van een sinaasappel, gevuld met een zoutoplossing. Na zes maanden of een jaar wordt die doorprikt en verdwijnt die gewoon met de stoelgang. En dat is ook het mooie eraan: als ik er echt niet mee kan leven, als ik het echt niet zie zitten, dan wordt die simpelweg doorprikt, en dat is dat. Gemiddeld vermageren mensen er 14 kilo, maar, zo waarschuwde hij, 3 jaar later zat 90% terug op zijn originele gewicht wegens het jojo-effect.

Ik weet het niet. Ik blijf het ingrijpend vinden.  Momenteel heeft hij gewoon mijn medicatie verhoogd, en vooral ook uitgelegd dat die Pantomed maar 10 uur werkt, vandaar de problemen ’s avonds. Ik mag dan ook een extra, kleinere dosis nemen ’s avonds als dat nodig is.

Hmmm.

Zucht.