Bird Buddy

Ik denk dat het nog voor de corona was dat Bart een ongelofelijk wijs project had gezien op Kickstarter: Bird Buddy. Dat is een vogelvoederhuisje – op zich niks speciaals – maar dan wel eentje met een camera en een wifi-verbinding. Zodra een vogeltje komt eten, wordt er een foto genomen en doorgestuurd naar je app, met eventueel zelfs een filmpje. De vogeltjes worden herkend en je kan ze ‘verzamelen’ als ware het een pokédex of zo.

We hebben er lang op gewacht, bijzonder lang: door de corona konden ze eerst niet geproduceerd worden, dan niet verscheept enzovoort en zoverder. Maar eindelijk was het er dus: een knalgeel plastieken lelijk ding, maar wel ongelofelijk amusant.

Intussen hebben we wel vastgesteld dat de vinkjes en dergelijke blijkbaar niet of moeilijk op het platte platformpje van het huisje kunnen landen, enkel de roodborstjes en na een tijdje ook de meesjes. Bart heeft er nu een soortement grilletje bij besteld dat we erop kunnen monteren zodat ze dat ook kunnen. Maar het is de max om de vogeltjes te zien.

Intussen kennen we ook het verschil tussen een koolmeesje en een pimpelmeesje: het koolmeesje heeft een volledig zwart kopje tot onder de oogjes, terwijl het pimpelmeesje een zwart streepje heeft op de ogen, maar daarboven wit en dan een blauw streepje bovenop.

Wat ne mens al niet leert zeg!

Call of Cthulhu

Eigenlijk speel ik al meer dan 25 jaar tabletop rollenspel: daar zat DnD tussen, Vampire, Fields of the Nephilim, Beyond (iets dat een vriend zelf geschreven had) maar vooral ook Call of Cthulhu, mijn absolute favoriet. Het is gebaseerd op de wereld van Lovecraft: een “gewone” wereld maar voor de kenners bevolkt met duistere wezens, Great Old Ones en alle mogelijke occulte toestanden. Héérlijk gewoon.

Vorige jaren, eigenlijk vooral voor corona, speelde ik met Jesse, Robbe, Yorick, Emma en Wolf een heel fijne DnD. Alleen is door omstandigheden de groep uit elkaar gevallen toen we eigenlijk nog maar een sessie of twee moesten spelen. En sindsdien ligt de roleplay voor mij gewoon stil. Meh.

Tot ik dus twee dagen na de operatie in het ziekenhuis zat te wachten voor een nieuwe plaaster en Pascal voorbij kwam. Die ken ik nog van lang geleden, in The Lonely Mountain in Gent. Hij meesterde ook toen al verschillende roleplays, en we hadden het er dus ook over. Momenteel was hij net begonnen met drie vrienden, waarvan ik er eentje ook al van kende van dik 20 jaar geleden op de larp, aan een Call of Cthulhu campaign, The Masks of Nyarlatothep. Die heb ik ook ooit gespeeld, wellicht ook zo’n 20 jaar geleden. Ik weet er niet veel meer van, en elke campagne wordt ook altijd compleet anders gespeeld door elke groep.

Pascal kon best nog een extra speler gebruiken, en vorige week ging ik dus al een nieuw personage aanmaken. En dinsdag was mijn vuurdoop: ik leerde mijn medespelers kennen, voelde dat het eigenlijk best wel klikte, en genoot intens. Echt, ik heb dat zo hard gemist, dat spelen!

En dus is er nu weer Cthulhu om de veertien dagen, en ik ben een gelukkig mens.

Nieuwe start (voor mij dan toch) in het koor

Vorige week waren ze eigenlijk al begonnen, maar toen had ik geen vervoer en zag ik het eigenlijk ook nog niet zitten.

Vandaag ben ik zelf met de auto gereden: dat doet op zich geen pijn en ik moet ook geen kracht zetten, dus ik zie niet in waarom niet.

Ik kon gelukkig vlakbij parkeren en genoot van het zingen. En genoot van het feit dat er alweer twee bassen waren bij gekomen, zodat we echt wel met een fijne groep zijn intussen. De tenoren blijven het zwakke broertje: we waren maar met vier, terwijl we normaal gezien toch nog met zes zijn. Maar onze voorzitter Stefan zal, na zijn hartoperatie, nog wel eventjes buiten strijd zijn, vermoed ik.

Ik heb alleszins al genoten van de eerste lezing van “Alexander’s Feast” van Händel, en ik ben benieuwd wat er nog zoal op het programma komt van het volgende concert!

Tandperikelen

Jawel, alweer. Vorig jaar is er twee keer een stuk van een tand afgebroken, in december en februari, in augustus 2020 ook al, en in 2017 was een tand gewoon in twee gebarsten en niet meer te redden.

Datzelfde was nu het geval: de tand naast die ontbrekende kies was al een tijdje ontzenuwd. Blijkbaar zijn die tanden dan een stuk brozer, en jawel, maandagavond tijdens het eten voelde ik plots een “krak”, een vreemde pijnscheut en een in twee gebarsten tand. Ik voelde de barst zo lopen en één van de twee stukken tand zat gewoon los! Niet dat ik er hem zelf kon of wilde uittrekken, dat nu ook weer niet. en het deed eigenlijk ook behoorlijk veel pijn zodra ik er op beet. Geen goed idee dus.

Dinsdag een telefoontje naar de tandarts, en die kon woensdag een kwartiertje vrijmaken om het losse stuk uit te trekken en me tenminste van de pijn af te helpen.

Zo geschiedde dus: het losse stuk was snel weg, de wortel werd afgedekt, het overgebleven stuk werd afgevijld tot een kegeltje zodat ik mijn tong er niet aan kon snijden, en ik kreeg een nieuwe afspraak. De tand valt niet te redden, er kan ook geen kroon op wegens te diep afgebroken. We gaan eens grondig moeten kijken wat we eraan kunnen doen, want twee tanden naast elkaar weg, dat is niet zo praktisch meer om te bijten.

Ik word oud, jong, ge hebt er geen gedacht van.

Zonnepanelen

Ze waren al een tijdje besteld, gingen eerst in november geplaatst worden, maar zijn uiteindelijk toch uitgesteld, zodat we toch onze premie niet meer hadden. Tsja, het is niet daarvoor dat we zonnepanelen wilden plaatsen.

Bart en ik hadden er al langer over zitten denken, maar het is een enorme investering. Niet enkel de zonnepanelen op zich, wij hadden nog een slecht geïsoleerd asbesthoudend dak, zodat zonnepanelen ook absoluut niet konden.

De vernieuwing van dat dak, compleet met onderdak en isolatie, kostte ons een kleine 50.000 euro. Nu zijn we voor een maximaal aantal zonnepanelen gegaan, deels op ons schuine zuidoostgerichte dak, deels op het dak van de garage. De andere kant van ons dak had geen zin, aangezien het daar om NW gaat, en het stukje plat dak boven onze keuken, dat eigenlijk ideaal zou zijn, kan niet omdat er een lichtkoepel staat en de motor van de luchtcirculatie hier. Tsja. Combineer dat met een stevige thuisbatterij en we zijn er weer aan voor 20.000 euro. Hmpf.

Maar eigenlijk moest het echt wel: alle computers hier in huis, gecombineerd met de twee elektrische auto’s, zorgt voor een jaarlijks verbruik van ongeveer 10.000 KW, min of meer het dubbele van een gewoon gezin. We hebben natuurlijk geen andere kosten meer aan de auto’s, we moeten niet tanken, maar het tikt wel aan.

Ik ben benieuwd hoeveel het gaat schelen: we hebben behoorlijk wat panelen liggen, maar de ene zijn vooral rendabel in de voormiddag en de vroege namiddag, de andere in de namiddag en de avond, dus nooit volle capaciteit. Maar bon, het is ook principieel dat we het doen: we proberen zo milieubewust mogelijk te leven zonder in te boeten aan comfort.

Wordt ongetwijfeld vervolgd, zodra we een beetje kijk hebben op opbrengst en verbruik.