Einde van de zomer

Jawel, het is weer welletjes geweest, vonden we. Het gaat wellicht geen dagen aan een stuk meer dan 25 graden meer zijn, en dus zal het zwembadwater toch niet meer opwarmen zoals het hoort.

Dit jaar hebben we er niet echt veel plezier van gehad, van dat zwembadje. Een paar keer, jawel, maar niet zoals voorgaande jaren. We hebben dan ook absoluut geen goeie zomer gehad, laat staan een hittegolf waarbij dat zwembadje een welkome verfrissing bood.

Mja. Laten leeglopen, kuisen, laten drogen en opbergen, en ik heb mijn terras weer terug. Oef. Niet dat we er wellicht veel zullen zitten, maar toch.

Lectuur: “To Lie with Lions” (The House of Niccolò #6) van Dorothy Dunnet

Na het intermezzo van The Broken Earth Trilogy en een klassieker en een lectuurlijstboek ben ik toch weer teruggegaan naar The House of Niccolo van Dorothy Dunnet. Die boeken zijn een stevige tijdsinvestering, maar zo goed…

Was het vijfde boek uit de reeks een overgangsboek dat “maar” vier sterren kreeg van mij, dan ga ik hier voluit weer voor de vijf sterren. Wat. Een. Intrige! Wat. Een. Spanning!

Nicholas bevindt zich opnieuw in Schotland, waar hij ook zijn jonge zoontje én zijn vrouw heeft geïnstalleerd. Gelis vindt het niet fijn, maar heeft geen keuze. Alleen blijkt het Schotse hof niet voldoende voor Nicholas: hij trekt naar IJsland met alle gevaren en problemen van dien, een paar prachtige beschrijvingen en een bloedstollend avontuur. Echt, je waant je in het landschap en je leeft bijzonder intens mee. Dunnet op haar best!

Het spel tussen Nicholas en Gelis gaat ook verder, op soms behoorlijk boosaardige wijze, en waar het me de vorige keer nog irriteerde, wordt het hier gewoon intrigerend. Het is ook onvoorstelbaar hoe ver Nicholas gaat en hoe meedogenloos hij kan zijn in het bereiken van zijn doelen.

Het enige jammere is dat Nicholas blijkbaar een wonderkind is dat in bijna niks niet de beste is: hij spreekt talloze talen, kan vechten en paardrijden als de beste, tekent prachtig, zingt op goddelijke wijze, en dan spreken we nog niet over zijn bovennatuurlijk talent met cijfers. Soms werkt dat wel eens op de zenuwen, ja.

Maar verder? Niks dan lof voor deze reeks. Echt.

 

Ugh.

Euhm.

Die extra lesuren, zoals ik eerder schreef, hangen precies wel aan de ribben. Naast mijn eigen leerlingen heb ik dus nog drie extra klassen erbij. En ik stel vast dat het lesgeven zelf eigenlijk nog best meevalt, die zeven extra lesuren, dat blijkt nog te gaan. Ik heb het ook gewoon gekaderd aan de leerlingen dat mijn rug het lastig heeft, en ik geef nu dus regelmatig al zittend les, iets wat ik anders niet zo vaak doe eigenlijk.

Ik heb gewoon mijn eigen twee klasjes eerstes, en ja, ça va uiteraard.

De tweedes zitten vier uur per week met 35 in mijn les. Als lokaal heb ik dan de studiezaal, want er is geen enkel lokaal dat die 35 kan herbergen op een ietwat comfortabele manier. Gelukkig zijn het eigenlijk gewoon schatjes. Allez ja, nu toch nog :-p Ze doen wat ze moeten doen, ze luisteren, ze maken oefeningen en taken, en toetsen zullen ook wel lukken. Het is vermoeiender dan normaal, dat wel. Het feit dat ik hen tussendoor ook nog moet voorzien van nieuw cursusmateriaal is niet zo evident.

De derdes heb ik normaal gezien niet, maar nu dus wel. Met een nieuw leerplan en een nieuwe cursus, maar ’t is niet alsof dat nu zo moeilijk is.

De vierdes, dat is een ander paar mouwen. De ene groep kan ik 3 van de vier uur lesgeven, de andere groep valt helaas volledig samen met mijn eigen lessen. Ik probeer dus taken te plannen voor in de studie, maar als ze nog niks gezien hebben, is dat niet bepaald evident, geloof me. Ik ga binnenkort kijken of ik toetsen kan plannen voor mijn eigen vijfdes en zesdes en die in de studie kan laten afnemen, zodat ik ondertussen les kan geven aan dat ene vierde. Hmm.

Mijn vijfdes en zesdes zijn gelukkig mijn eigen klassen, daar heb ik weinig werk aan, en al zeker geen voorbereiding aangezien ik destijds die syllabus zelf geschreven heb.

Maar het lastige is dus dat plannen, die taken en zo. Ik ben elke dag ongeveer een uur kwijt met mijn schoolagenda en het plannen van alles alleen al. Ik moet dan nog alles zien uit te schrijven, op tijd gekopieerd krijgen, en van verbeteren, daar spreken we voorlopig nog niet eens van.

En daarnaast is er natuurlijk ook nog de website en de communicatie, die valt natuurlijk ook niet stil.

Hmmm.

Ik hoop echt dat er nog ergens een interimaris uit de lucht valt, want dit hou ik geen twee maanden vol, dat voel ik nu al. Er is ergens een vage hoop op een gepensioneerde collega die dat misschien wel zou willen doen, tijdelijk, maar dat is nog absoluut niet concreet.

Opnieuw rugby

Jawel, Wolf is opnieuw rugby beginnen spelen. Niet vollen bak, nee: hij wil het rustig aan doen met de trainingen en vooral de matchen. Hij is zodanig lang uit geweest – blessures en corona – dat hij zich in die groep van 17 en 18 jaar ook eerst opnieuw moet leren handhaven, dat hij opnieuw een spelerspositie en zo moet zien te krijgen. Hij ziet het in elk geval weer volledig zitten, en dat maakt me blij.

En ik, ik ben opnieuw taxi mama. Vandaag ben ik ietsje vroeger doorgereden en heb ik mijn cache op de Blaarmeersen even nagekeken. Het was stralend weer en er zat behoorlijk wat volk. Maar wat me vooral gigantisch goed gezind maakte: op een van de houten paden was er een groepje mensen aan het dansen. Gewoon, op ’t gemakje, een tango, een lindy hop… De muziek stond niet te luid, ze hadden wijn en wat eten bij en genoten ongelofelijk zichtbaar. Ik werd er echt spontaan vrolijk van.

Gent, mijn Gent: nooit veranderen, alsjeblief.

Lectuur: “Vissen praten niet” van Tine Bergen

Ik schrijf deze bespreking dik 2.5 maanden nadat ik het gelezen heb, en ik had al geen flauw idee meer waarover het ging. Op zich zegt dit eigenlijk genoeg, als je weet dat ik van sommige boeken jaren na datum nog perfect de hoofdpersonages en de plot kan opsommen.

Ik heb het dus weer even opgezocht: Flo is een kleuterjuf wier man gestorven is, en daar blijft ze het – logischerwijs – moeilijk mee hebben. Het boek begint wanneer de politie aan haar deur staat in verband met de dood van de vader van een van haar kleuters. Blijkbaar had ze meer contact met die vader dan ze eerst laat uitschijnen. Arthur, zijn zoontje en een van haar kleuters, staat namelijk regelmatig vol blauwe plekken. Dat had ze dus in het voorjaar ontdekt en dat kon ze niet zomaar naast zich neerleggen. Meer nog, het lot van het kleutertje wordt een ware obsessie voor haar, met stalkerneigingen en dergelijke tot gevolg.

Het verhaal speelt zich grotendeels af als flashback vanop het politiekantoor: beetje bij beetje kom je te weten wat Flo die zomer allemaal heeft uitgespookt aan zee, met haar vriendin, en hoe haar man gestorven is.

Is het spannend? Bij momenten wel, ja, en het einde is ronduit verrassend. Maar Flo is zo’n vervelend mens dat je niet de neiging hebt je in het personage in te leven. De setting is wel heel herkenbaar: aan de Vlaamse kust, of in een Vlaams appartement, en dat is wel fijn.

Is het een aanrader? Meh. Waarom ik het dan gelezen heb? Wel, Wolf moest het lezen voor Nederlands, en dan lees ik gewoon mee. Tsja. Maar als je houdt van Nederlandstalige thrillers, dan is deze zeker niet slecht.