Lectuur: “The Olympian Affair (The Cinder Spires, #2)” van Jim Butcher

Na deel één en een novelle wilde ik ook graag deel twee lezen: dit is geen hoogstaande diepzinnige lectuur, maar wel zeer vlot geschreven, hoogst onderhoudende fantasy, dus waarom ook niet?

De wereld staat op de rand van oorlog: Spire Aurora heeft zijn vloot in gereedheid gebracht en valt zelfs verder gelegen spires aan. Alleen… is dat niet op conventionele manier, maar met een nog onbekend wapen dat een hele bevolking kan uitroeien.

De enige hoop voor Albion is om tijdens een conferentie op Olympia medestanders te vinden én dat wapen uit te schakelen. Uiteraard komen daarvoor de hoofdpersonages uit het eerste boek op de voorgrond: zij moeten de ambassadeurs begeleiden en beschermen, en wie weet ook dat geheime wapen ontmantelen. Dat vergt niet alleen moed en doorzettingsvermogen, maar ook een stevige dosis waanzin, overmoed en uiterlijk vertoon.

Yup, zeer onderhoudend, en eigenlijk niet zo licht als je wel zou vermoeden, want er zit ook een stevige ethische inslag in, zoals we intussen bij Butcher dat wel gewoon zijn.

Graag gelezen dus.

Call of Cthulhu: extra volk

Om de veertien dagen speel ik nog altijd Call of Cthulhu, nu iets meer dan een jaar, met ongelofelijk veel gusto. Het zijn ook wijze mannen, mijn medespelers: de DM is net geen 60 en een bijzonder doorgewinterde speler; Alex ken ik nog van op de Poortlarp jàààren geleden, en daar kom ik ook echt goed mee overeen, ook al is hij intussen al 66; Koen is 65, niet echt een larper, maar ook een fijne speler, en Stefaan kende ik niet, die is ergens in de 40, en speelt ook uitstekend. Een goed groepje dus, maar vier spelers, dat is niet echt veel: zodra er eentje afwezig is, speelt het niet zo makkelijk meer.

En dus zochten we een vijfde man: liefst een rustige speler die in de buurt van het Gentse woont, en zo kwam ik uit op Ruben. Een jonge gast want nog geeneens 30, maar hij past er precies echt wel bij, en hij lijkt zich ook prima te amuseren in mijn clubje van geriacultisten ^^

Vorige maandag hebben we echt quasi niks gespeeld: we hebben meer oeverloos zitten kletsen, bijzonder gezellig, maar niet meteen productief. En onze DM had nog wel zo’n mooie scènes zitten uitwerken…

Hij heeft stapels materiaal van andere games en kan dus zomaar meteen een vechtscène op tafel zetten. Zalig!

Enfin, volgende keer wat meer doorspelen, maar het gevoel zit in elk geval goed!

Fietswinkel

Terwijl ik vandaag naar huis reed van school, kreeg ik een telefoontje van Merel: ze was gevallen met de fiets – net naast het fietspad geraakt en daarna tegen het boordje blijven hangen – en haar fiets wilde niet meer mee, haar rem achteraan zat vast.

Bon, ik passeerde letterlijk een minuut later, stopte en bekeek de fiets. Hmm. Zelf kon ik die niet de auto krijgen, dus fiets op slot gezet aan een paal, Merel ingeladen, thuis Merel uitgeladen – ze had wat blauwe plekken maar gelukkig niet meer dan dat – een tegenpruttelende Kobe ingeladen, naar fiets gereden, fiets met heel veel moeite in de auto proberen krijgen, naar de fietsenmaker gereden met de koffer open want dat stuur was te groot, fiets uitgeladen, vastgesteld dat het volledige achterwiel verbogen was, en dan maar de reparatie besteld. Tsja. Maar die fietswinkel, dat is wel wat. Cyclart heeft uiteraard een gamma aan nieuwe fietsen, maar doet vooral herstellingen. En speciallekes: riksja’s, gigantische bakfietsen ter grootte van een kleine remorque, verhuur van de raarste dingen (allemaal op elkaar gestapeld) en daarnaast ook nog in de winkel zelf enkele antiquiteiten. Prachtig, gewoon.

Merel en ik zaten ons wel af te vragen hoe je daarmee voor het licht kan staan. Want achteraan zijn er treetjes om erop te klimmen, maar hoe sta je gewoon stil? Elke keer eraf klimmen? Misschien wel, ja.

Enfin, fiets toch weer eens binnen en weer eens kosten. Zo blijven we bezig.

Revue

Onze agenda’s zaten de vorige weken overvol, maar deze week maakten Gwen en ik met plezier nog een avond vrij om samen te gaan eten. Zij koos Revue uit, op de hoek van de Nederkouter en de Ketelvest, iets waar Ernest toch redelijk enthousiast over was.

We hadden weer tot het laatste moment gewacht om een restaurant te zoeken, zodat we een plaatsje aan de bar kregen, maar op het moment zelf bleken we ook beneden te mogen zitten, op het terras langs het water, maar wel netjes afgeschermd met dikke plastiek en terrasverwarmers. En ja, het was er best aangenaam zitten, ja.

En het eten? Niet goedkoop, maar echt bijzonder goed. We namen een alcoholvrije aperitief en deelden gefrituurde scampistaarten met een excellent sausje bij. Daarna namen we allebei een kortgebakken stuk tonijn met gemengde groenten en een soort wilde rijst: om bij te kruipen, geloof me. Echt, maar echt lekker. Geef die kok een andere omgeving en een betere presentatie, en die haalt een ster, echt waar.

Een dessert hoefde niet, maar de bijzonder charmante jonge ober – fijn gesprekje gehad over toprestaurants – raadde met klem de tarte tatin aan, en jawel, die loste de verwachtingen in: met yoghurtijs en een dikke stroperige karamel.

De rekening was behoorlijk (80 euro per persoon), maar we hebben ook echt wel genoten. Dit is eentje dat ik ook aangeraden heb aan Bart, intussen.

Soit, we liepen samen terug naar de parking in de Savaanstraat en zagen dat het goed was. Wie immer.

 

Reparatietochtje

Yup, mijn rondje van 18 caches langs dat fietspad had weer eens een opfrisbeurt nodig: enkele kletsnat, enkele vol en ook enkele verdwenen. Bon, geen regen, dus de fiets op met de cachebak in de fietstassen, en richting Bourgoyen om eerst de verste cache – nat en vol – te repareren, en dan op ’t gemakje van cache naar cache om ze na te kijken. ’t Is een bezigheid als een ander, geloof me. En ja, ik genoot van het feit dat ik buiten kon zijn zonder dikke jas en zonder regen.

Ik reed zelfs even verder tot aan het nieuwe Bloemekenspark om te kijken of ik daar ook geen cache kon steken, ik had toch alle gerief bij. Ik kwam op de Kiosk Kiosk uit, en vond daar warempel een oude, wel weggestoken maar nooit geactiveerde cache van Troopeg terug. Ik heb er dan zelf maar geen gestoken maar hem gecontacteerd, en ik mag het plekje gebruiken. ’t Zal voor later zijn.

Bizarre kiosk, overigens. Geen idee wat er precies mee bedoeld werd, maar het is een raar iets.