Is Dysfunctional?!

Twee mensen die ik ken en wel kan appreciëren, hebben samen met nog een derde persoon een tentoonstelling in Tanu, een kasteeltje langs de Grote Baan in Lovendegem.

Ik was eigenlijk van plan om vrijdag naar de vernissage te gaan, maar kon mezelf toen met geen stokken uit de zetel krijgen, ik was echt veel te moe. De vrijdagavond, man, dat is het toch echt niet meer…

Toen was het ietwat uit mijn hoofd gegaan, tot ik deze namiddag Wolf moest ophalen bij Arwen en ik dus letterlijk er moest passeren. “Goh”, vroeg ik Wolf, “zou je het erg vinden als ik even binnenwip? Het gaat echt niet lang duren en ik ga er Hannes en Batist echt een groot plezier mee doen. En jij mag, hamster dat je bent, gerust in de auto blijven zitten.”

Mijn zoon vergaf het me, ik parkeerde me aan de oprit en liep het volledig verlaten kasteeltje in.

Ik liep er rond, zag dus niemand, enkel werken van Batist, en tot mijn verbazing niks van Hannes. En toen kwam ik beneden en liep ik beide heren tegen het lijf: achteraan in de tuin is er een groot paviljoen met serres en daar hangt het werk van Hannes en staat nog een deel van dat van Batist. Ahhhh.

Zelfs Wolf stapte mee uit en ging kijken, en we waren eigenlijk allebei best onder de indruk van de foto’s van Hannes: hij fotografeert bloemen die al half verwelkt zijn tegen een pikzwarte achtergrond, wat een zeer bevreemdend effect geeft.

Ze organiseren regelmatig nog een tentoonstelling, dus ik zou zeggen: hou ze beiden in de gaten.

Hannes Couvreur

Batist Vermeulen, hier ook gekend voor zijn beeld van Nello en Patrasche in Antwerpen.

“De zaak Shell” van Anoek Nuyens & Rebekka De Wit & De Nwe tijd & Frascati

Afgelopen woensdag sprong ik zo rond half acht op mijn fiets om tegen kwart voor acht aan het NTGent te staan. Er was immers nog een plaatsje over bij de Cultuurcel, en dus ging ik met graagte naar het theater.

Voor de schoolwebsite – dat zal pas later gepubliceerd worden – schreef ik er het volgende over:

Op woensdag 19 oktober tekende een hele groep leerlingen samen met een handvol leerkrachten present op het Sint-Baafsplein voor de tweede activiteit van de Cultuurcel: “De zaak Shell”.

De site van het NTGent schrijft het volgende:

“Theatermakers Anoek Nuyens en Rebekka de Wit bezochten aandeelhoudersvergaderingen van multinationals, lazen speeches en interviews van Shell, ploegden akkoorden en beleidsnota’s van overheden door en noteerden stelselmatig de opmerkingen van hun ooms en buurmannen zodra er tijdens het kerstdiner over de klimaatcrisis gesproken werd.

Aanleiding is een echte rechtszaak die nu loopt en aangespannen is door een groep ngo’s tegen de oliegigant. Inzet van de zaak: Shell dwingen hun bedrijfsvoering radicaal te veranderen. Het verweer van Shell? Niet wij, maar de consument moet veranderen.”

Het stuk valt dan ook onder de noemer documentair theater. Als ik heel eerlijk ben, zag ik het bij het begin van het stuk niet meteen zitten: Anoek Nuyens komt uitleggen waarom zij en Rebekka het stuk hebben geschreven en geven het uiteraard meteen een politiek kantje. Ik had op een avondje vertier gerekend en keek een beetje op tegen een politiek statement. Maar beetje bij beetje begon het stuk me te intrigeren tot ik volledig werd meegesleept in het, welja, verhaal.

De scène is heel eenvoudig een vierkant verhoogd platform dat daardoor een beetje de indruk wekt van een boksring. Een voor een komen de verschillende standpunten aan bod met telkens bijzonder goede argumenten. Als eerste krijgen we een uitstekende Michaël Pas die de gigant Shell vertegenwoordigt als CEO. Misschien krijg je niet meteen sympathie voor het personage, maar dan toch op zijn minst begrip, zelfs voor zijn exorbitante salaris. En zo komen alle aspecten van de zaak aan bod door middel van verschillende personages: de consument, de politica, de burger, de jonge klimaatactivist die ook effectief een jongedame blijkt te zijn die gaan betogen is en zelfs gearresteerd is tijdens een van die acties.

Het is een documentaire en toch bijzonder aangrijpend: uitstekend gebracht en goed geschreven zet het stuk je vooral aan het denken. Dit is geen vrijblijvend theater, en daar waren onze leerlingen het ook over eens. Je wordt er niet meteen vrolijk van, maar gelukkig zaten er ook bijzonder grappige en spitsvondige momenten in het stuk.

Al bij al een geslaagde avond voor de Cultuurcel, daar was iedereen het over eens.

Duo-operatie

Eind augustus waren we langs gegaan bij de stomatoloog en had ze voor beide jongens samen de operatie vastgelegd voor hun wijsheidstanden: allebei onder volledige verdoving, allebei alle vier hun wijsheidstanden in één keer. En jawel, dus ook samen op één kamer, al konden ze ons dat niet op voorhand garanderen.

We stonden om zeven uur met zijn viertjes bij de opname van het Jan Palfijn, een half uur later waren beide broertjes hun übersexy operatiehemd aan het aantrekken. Goed gelachen! Gelukkig hielden ze er allebei ook de moed in.

Ik moest wel gaan lesgeven tegen negen uur, maar tegen dan waren beide heren al vertrokken richting operatiekwartier, met zo’n twintig minuten tussen. Bart ging dan maar fitnessen en zorgde dat hij wat later terug in het ziekenhuis was tegen dat de jongens op hun positieven kwamen.

Blijkbaar lagen ze ook naast elkaar op de recovery, al werd Wolf wel eerst terug naar de kamer gebracht. En ja, we hadden twee paaseieren, met langwerpige ijszakjes in van die kousverbanden. Tsja.

 

De komende dagen zal het alleen maar erger worden: hun kaken gaan zwellen en pijn doen, eten wordt lastig en vooral zaterdag en zondag worden de moeilijkste dagen, zei de dokter. Ik kijk al uit naar mijn twee hamstertjes.

 

Schoorsteenveger

Ja, die mannen bestaan nog, ze zijn zelfs wettelijk verplicht. Alleen zijn het geen sexy jonge gasten in een zwart kostuum met hoge hoed en vegen op hun gezicht, zoals in die Britse musicals.

Nee, onze schoorsteenveger had een speciale roetzuiger, borstels op stokjes en een bouwvakkersdécolleté. Sympathieke mens, daar niet van.

Hij koterde in de schouw van de kachel en verklaarde dat hij niet verder kon. Logisch ook, daar zit een knik, en boven achter Merels kast zit een schuifje om de rest van de schouw te kunnen kuisen. Bart wist dat blijkbaar absoluut niet. Bon, wij naar boven, Merels kast versleept en schuifje open geprutst. Toen was er geen enkel probleem meer, verklaarde de man, al was het echt wel nodig dat de schouw eens onder handen was gepakt.

Daarna installeerde hij zich in de garage waar een gelijkaardig schuifje hem toegang verschafte tot de schouw van de verwarming, iets wat een pak makkelijker bleek. We hadden ook geluk met het weer: de verwarming stond nog uitgeschakeld. Die schouw was wel vaker schoongemaakt, elke keer dat er een onderhoud was van de ketel.

Soit, dat hebben we dan ook weer gehad.

 

MRI

Eind september regelde ik een MRI-scan in het Jan Palfijn voor mijn rechterhiel. Ondertussen is de pijn er niet bepaald op verminderd, integendeel.

Deze ochtend stond ik dus kwart voor zes onder de douche en om twintig over zes aan de nachtingang van de medische beeldvorming. Alwaar een bordje hing dat de afdeling pas opende om half zeven. Hmpf. Daar stond ik dus nog tien minuten te draaien op een zere voet en met een zere rug. Ik ben dan maar weer in de centrale hal gaan zitten waar ze wel stoelen hebben.

Stipt half zeven drukte ik op de bel: geen antwoord. Ook niet om 6.35 uur. Of om 6.40 uur. Intussen stond ik daar al niet meer alleen, ook de volgende patiënten stonden al vertwijfeld in het kleine halletje op de bel te duwen. Pas tegen 6.45 uur – was ik daarvoor zo vroeg opgestaan, zeg? – werd ik binnengelaten, een kleine vijf minuten lag ik al netjes onder de scanner. Ik had een hoofdtelefoon gekregen, maar de muziek was me veel te druk op dat uur: ik heb niks tegen Netsky, maar niet om kwart voor zeven ’s morgens, en het stond dan ook nog eens veel te luid. Ik heb dan nog liever het geklop en gedreun van de scanner zelf, die stoort me niet, integendeel, ik val ervan in slaap.

Soit, tegen half acht was ik weer thuis, net op tijd om te ontbijten met Kobe.

Benieuwd wat het verdict zal zijn: over een paar dagen eens bellen naar Wouter, me dunkt.