Jack o’Lantern editie 2026

Gisteren had ik pompoensoep gemaakt voor de Latijnolympiade – traditie, weetuwel – en meteen de pompoen deftig uitgehold. Ik had een opening gemaakt in de bodem, vanuit het idee dat je de pompoen daarna beter terug kan sluiten, of anders hem stabiel neerzetten. Alleen had ik dat gat iets te klein gemaakt, zodat ik mezelf een serieuze blauwe plek op mijn pols heb bezorgd  bij het uithollen van de pompoen. Komt ervan als je pijngevoel een beetje verwrongen is. Maar de soep was in orde, en uiteindelijk de pompoen ook.

Merel stuurde me een verzoek: “Mama, kan je dit maken?”

Euh, ja zeker?

Best wel oké gelukt, vind ik.

En die blauwe plek? Awel, die is geel intussen.

Boekhoek krijgt vorm

Eind augustus was ik met twee collega’s het achterste deel van onze schoolbibliotheek (cum groot lokaal) gaan opruimen, met het idee er een leeshoek te maken.

Geloof me, er is wel al wat werk in gekropen: stapels oude boeken weggooien, andere doorgeven aan de betreffende vakgroepen, kasten legen, dat soort dingen.

Gelukkig hebben we twee zalige werkmannen op school, die keihard meedenken in al dat soort dingen. Ik vermoed dat ze dat ook eens een fijne afwisseling vinden tussen het scheren van een haag, het ontstoppen van een leiding, het bijwerken van een muurtje, het repareren van een deur, het ophangen van een kastje…

Ze waren vooral ook met het idee gekomen om een oud rek voor tijdschriften, dat boven in een gang eigenlijk toch maar in de weg stond, hier beneden te zetten als een soort afscheiding: de hoek is dan apart, maar als toezichter kan je er toch gewoon nog doorkijken. Ideaal! Ik had al een aantal poëzieposters opgehangen, en een Van Gogh reproductie die ik via Gift had gekregen, en een oud maar proper tapijt van vroeger,

We kregen twee zetels van collega’s, en toen verschenen er plots ook twee kleine tafeltjes, een extra zeteltje, een plant: Sam en Maarten hadden zich er eens aangezet, het rek volledig in elkaar gezet, en meteen had een van de kuisvrouwen ook nog eens alles netjes afgekuist. Is het af? Nog niet helemaal: er moeten nog extra plantjes komen, nog twee zeteltjes die nog moeten opgehaald worden, een paar sfeerlampjes en eventueel zelfs kerstboomlichtjes, dat soort dingen. Maar intussen wordt het wel al gebruikt: over de middag zitten er al regelmatig leerlingen te lezen, terwijl de rest van het lokaal gebruikt wordt voor stille studie.

Ik ben nu al fan, en het moet nog afgewerkt worden!

Mijn lief schrijft: “Bezig”. Een kortverhaal. België, 2036.

(Ik geef u het begin mee. Voor het vervolg klikt ge maar door naar zijn eigen blog, tiens.)

I. Januari

Ik heb mijn eerste muur zelf gemetst. Hij staat scheef.

Iedereen gelooft het meteen.

‘Dat is met de hand gedaan,’ zegt Marcel, en hij bedoelt het niet als compliment. Marcel is zesentachtig. Hij is metser op rust sinds 2005 en sinds vorig jaar niet meer op rust. Ze hebben zijn knieën teruggezet. Zijn geduld zijn ze vergeten, zegt hij.

De muur is een meter hoog en staat achteraan in de Kastanjestraat, tegen de serre. Hij dient nergens voor. Het was een oefening.

We staan met de hele straat rond een vuurkorf, voor de nieuwjaarsreceptie. De straat is in 2031 onthard. Waar de auto’s stonden, staan nu perenbomen, want niemand heeft nog een auto en de stad wist niet wat ze anders met de plaats moest doen. Op elk dak ligt zonnefolie. De wijk maakt meer stroom dan ze opkrijgt. Met de rest verwarmen we de serre op het dak van de oude spinnerij, waar Godelieve van nummer twaalf in januari tomaten heeft.

Mijn moeder heeft de frituur op de hoek. Ze heeft geen scherm en geen systeem, en ze vindt dat ik te veel buiten ben.

Ik ben twintig. Ik was elf toen niemand nog juniors aannam, en ik herinner mij dat ik dacht: dan moet ik dat ook niet worden. Ik ben niet gematcht en ik heb het nooit gevraagd. Ik krijg mijn dividend, zoals iedereen, via het ziekenfonds. Vorig jaar heb ik leren lassen, enten en een dakconstructie berekenen. Het systeem is de geduldigste leraar die ooit bestaan heeft. Het wordt nooit kwaad en het is nooit onder de indruk. Voor dat laatste heb ik Marcel.

‘En, Noor,’ vraagt de buurvrouw van nummer acht. ‘Waar zijt ge nu mee bezig?’

Bij ons is dat geen beleefdheid. Ze wil het weten, want misschien heeft ze iemand nodig.

‘Met de parking,’ zeg ik.

Achter de oude supermarkt ligt drieduizend vierkante meter asfalt, sinds niemand nog naar de winkel rijdt. We willen er twaalf huizen op zetten, voor de twaalf van ons die nog thuis wonen en nergens op kunnen wachten.

Marcel kijkt naar mijn muur.

‘Twaalf huizen,’ zegt hij. ‘Het zal schoon zijn.’

(Lees verder)

Creator SMP

Voor wie die titel niks zegt: troost u, mij zei het ook niks tot een week of twee geleden. En veel nerdiër wordt het ook niet, want het gaat om Minecraft, dat spel met die gepixelde figuurtjes.

Blijkbaar is er een mega evenement, waarbij 100 spelers – allemaal bekende spelers (beroemdheden, Tiktokkers, content creators en effectief ook spelers) uit Nederland, met dan Acid erbij als Belg, en nog eentje – het tegen elkaar opnemen, elke dag van 12 uur ’s middags tot 12 uur ’s nachts. Allez ja, ze hoeven niet altijd allemaal online te zijn. En je kan dus als toeschouwer kiezen wie van hen je volgt via Twitch, want de voorwaarde is wel dat ze allemaal online streamen. Die worden daar uiteraard voor betaald al naargelang hun aantal volgers en abonnementen.

De kinderen zijn beginnen kijken, en af en toe zaten ze ook hier beneden te kijken. Geloof me, het was af en toe redelijk bizar, en vooral met heel veel drama, want ze zijn in het begin met twee teams, en het is uiteindelijk de bedoeling dat er maar één speler overblijft, en dus moeten ze elkaar wel afmaken, ja.

De finale was vooral hectisch, luid, bijzonder druk, koppijn opwekkend, en hilarisch. Oh, en Clownpierce heeft gewonnen, voor mocht u dat willen weten.

Droogkastgeurtjes opgelost!

Mijn droogkast (Bosch Avantixx 7) is al een oud beestje, blijkbaar uit 2014. En ja, met een gezin van vijf (en tijdelijk zes) heeft dat ding al gigantisch veel ladingen gedroogd. Al twee keer hebben we ze moeten openvijzen om een voeler schoon te maken, maar dan ging ze weer vrolijk verder.

Alleen….

Er gaat een muffe geur van uit, eentje die ik niet weg krijg. De filters worden na elke droogbeurt geleegd, het water weggegoten, en het waterbakje heb ik al proberen kuisen, met gemengd resultaat. Maar de was blijft muf, en de geur komt echt uit de machine zelf. Ik hang dus zo veel mogelijk mijn was buiten, maar met het regenweer van de voorbije dagen was dat alweer geen optie.

Vandaag had ik het gehad. Ik zocht even op, en het zou aan de zelfreinigende condensor liggen die na al die jaren niet meer zo zelfreinigend is. Tsja. Dat ding zit echter ontoegankelijk ingebouwd: er zit een plastieken plaatje voor dat vastgesmolten is en dat je dus niet los kan vijzen of zo. Ik vroeg de jongens om dat toch even verder op te zoeken, en blijkbaar moet je dat plastiek gewoon lossnijden om daaraan te kunnen. Wat Wolf dan ook prompt deed voor mij: ik ging de boel dan later wel weer aan elkaar McGyveren.

En ja, het werd meteen duidelijk waar het probleem zat:

Ugh. De geur was navenant. Ik ben aan de slag gegaan met heet water, afwasmiddel en een stevig borsteltje, en iets later zag het er zo uit:

Ik heb dan het plastiek opnieuw op zijn plaats gestoken en dat klikte zelfs bijna. En met genoeg duct tape kan je alles vastzetten, toch?

En had het dan resultaat? Yesh!

De eerstvolgende was rook zoals was hoort te ruiken: proper en met een hint van het wasmiddel.

Het voordeel is dat ik nu enkel maar, zodra ik weer het begin van een muffe geur opmerk, de tape moet losmaken en het boeltje weer kan kuisen, zodat alles weer is zoals het moet. En wie weet gaat de machine dan nog behoorlijk wat extra jaren mee, bovenop deze twaalf jaar. Ik ga niet klagen.