Dag ma!
Zeg, hoe is het? Weet ge, het is vandaag tien jaar geleden dat ik u voor het laatst gezien heb, tien jaar geleden dat ik afscheid genomen heb van u. Tien jaar geleden, net toen ik van school wou vertrekken, dat het telefoontje van Roeland kwam dat ge gestopt waart met ademen, terwijl hij uw hand vast hield. Tien jaar geleden dat pa voorzichtig uw ringen nam, uw trouwring aan zijn eigen pink stak, en mij uw prachtige verlovingsring gaf. Ik heb hem sindsdien altijd aan, alleen niet om te douchen en te slapen.
Tien jaar, ma. Serieus. Enig idee wat er intussen van Downtown Abby nog is verschenen? Hoe de wereld is veranderd? Ge zoudt u blauw ergeren aan de alomtegenwoordige smartphones overal, maar ik ben er zeker van dat ge er zelf ook een zoudt hebben, al was het maar om foto’s van ’t Sas en van uw bloemen en van een prachtig landschap in Ro te delen met mij. En ik, ik zou u vanalles doorsturen van hier: de bosaardbeitjes in de berm van de schoolparking, een raar opschrift ergens op een paal in Gent, een fotootje van hoe mijn haakwerk aan het opschieten is, dat soort onzin. Goh ma, wij belden veel, maar ik denk dat onze Whatsapp buiten proportie zou zijn. En god ma, ik mis dat. Als ik zie hoe anderen dat soms nog doen met hun ouders, ben ik jaloers. Gij zoudt zo een wijs oud wijf zijn, ik zou mij de max amuseren. Ik zou u meepakken, al dan niet in een rolstoel omdat uw knieën het intussen helemaal opgegeven hebben, naar het MSK, of het KMSK, of naar het MIAT, of nog zo van die dingen. En we zouden overal heerlijke kritiek op hebben en ons een kriek lachen met sommige dingen, en sommige mensen, en sommige outfits.
Ik had deze week per toeval nog foto’s in handen van toen ik 16 was en we samen met Kim rondreden in Engeland. Gij waart echt een zot geval, ma. Met zo’n felgekleurde gebloemde broek aan, en een rood regenvestje, en dan maar onnozel doen, en de slappe lach krijgen bij die Britse dames daar op de Good Will Fair ergens in Cornwall.
Ik durf er zelfs niet aan te denken hoe veel ge zoudt sturen met uw kleinkinders, ma. Ik denk dat ze u vaak op gelezen zouden laten staan, omdat ge gewoon te veel voor u amusante dingen en memes zoudt doorsturen. Maar ook zij zouden ervan genieten. Merel zegt dat soms: dat ze zich u niet zo goed herinnert, en dat ze u dus eigenlijk ook nooit echt gekend heeft. Maar dan komen de verhalen van Wolf en Kobe, en dan zie ik ze genieten, alle drie.
Ge zoudt zo trots zijn, ma. De jongens zijn geen jongens meer, als ge ze ziet lopen, maar jonge mannen. Wolf, ernstig en zelfbewust en o zo goed bezig; Kobe, lang en vrolijk maar intussen ook verantwoordelijk en toch nog steeds een warhoofd, en eigenlijk ook best goed bezig; en Merel: zo een knap meisje, en dan bedoel ik het niet alleen qua uiterlijk. Ze heeft duidelijk de taalvibes van u geërfd, ma: ze geniet van Duits, kijkt nu al uit naar Spaans, speelt met die talen, zet soms met mij een hele discussie op over linguïstiek, en is ook de lezer die ik zo graag had gehad in mijn kinderen. En dan is er ook nog Arwen, uiteraard, en ook haar zoudt ge wijs gevonden hebben: ernstig, soms best verlegen en wat afstandelijk, maar tegelijk ook een zalige geek, en vooral: ze past perfect bij Wolf, en daar gaat het om. Het is wijs om die twee samen te zien, en ook hoe ze dan Kobe een draai om zijn oren geeft wanneer hij dat verdient. Het is echt zo de grote zus van de hoop.
Ach ja, ma, dat is het leven, zeker? Afscheid nemen van uw ouders, dat is de normaalste zaak van de wereld. Alleen had het voor mij nog niet gehoeven: ik had u zo graag ook de voorbije tien jaar kunnen bellen voor de domste dingen eerst, en al even graag met mijn ogen gerold omdat ge mij belde terwijl ge wist dat ik aan het lesgeven was, want mijn lesrooster lag bij u naast de telefoon.
En dan bloeien de meiklokjes, en denk ik aan u. En hang ik uw T-shirt van Kuyichi aan de wasdraad want Merel gebruikt die om te slapen, en denk ik aan u. En maak ik spaghetti met bollekes, en denk ik aan u. Of speel ik, in gedachten verzonken, met uw ring, en denk ik aan u. En dan bloeien de witte rozen.
Tien jaar, ma.
Ik mis u.
Oh, en voor ge toelegt: ik stuur u efkes ne foto door van de oranje klaprozen die Bart vorig jaar had gezaaid. Moet maar ne keer kijken: schoon hè!
Allez ma, tot de volgende hè! Saluuuuu!


