Dia’s

Mijn ouders namen eigenlijk nooit foto’s toen wij klein waren, maar dia’s. Goedkoper dan foto’s, maar wel meer werk, want je moet ze allemaal inkaderen.

En ook: je kan ze niet zomaar even bekijken, je moet al de projector opzetten, een scherm plaatsen, en dan er een heuse show van maken, niet zomaar iets dat je op je eentje doet. Sommige foto’s heb ik dus in jaren niet gezien, en ik kan ook nooit kinderfoto’s van mezelf doorgeven, als daar om een of andere reden om gevraagd wordt.

Tot nu: ik heb een diascanner van een vriendin geleend, en ben ze beetje bij beetje aan het inscannen, doos per doos. Er zitten echt hilarische dingen tussen, maar ook soms gewoon mooie foto’s. In elk geval heb ik intussen dus wel weer foto’s van toen ik klein (of zeventien in Griekenland) was, en da’s eigenlijk best leuk om te zien.

16076772093_241d55c37c_k 15983277683_2e8734a885_k 16416011640_c40a19762d_k

Reünie

Vijfentwintig jaar afgestudeerd van het middelbaar, het doet wat met een mens. Vooral ouder zijn, eigenlijk, maar bon.

In al die jaren ben ik niet één keer naar een reünie geweest, maar nu was er nogal wat animo rond op Facebook, en dacht ik: “What the hell, ik wil eigenlijk wel eens weten hoe het met mijn klasgenoten is, en hoe mijn school er nu uitziet”.

Ik trok dus een schoon kleedje aan, nylons, zorgde dat ik er behoorlijk uitzag, en meldde me aan op Sint-Bavo. Instant trip down memory lane, niet te doen.
Ik vond het eigenlijk wel jammer dat we geen rondleiding kregen, ik had eigenlijk wel eens willen zien in welke mate de school veranderd was in al die jaren. Vele dingen zijn identiek gebleven, maar ik weet dat er een ganse vleugel is bijgebouwd, en dat moet wel eens de moeite zijn geweest.

We kregen een aperitief en wat hapjes, en daarna een massa lekkere belegde sandwiches. En intussen zag ik een tiental mensen van mijn klas terug, en stelde ik vast dat we geen van allen onder de tijd hadden geleden, eigenlijk. Misschien zijn het net degenen die wél veel veranderd zijn, die weggebleven zijn natuurlijk, dat kan best. We kletsten, we keken naar een panorama-uitzending over onze reis naar Rome in het laatste jaar, en lachten ons te pletter, ondanks het feit dat we het geluid niet aan de praat kregen.

IMG_2195

Ik ben geen receptiemens, ik ben dus ook niet blijven hangen. Rond acht uur ben ik effectief doorgegaan, samen met Barbara. Mijn beste vriendin in het middelbaar had ik al in een paar jaar niet meer gezien. Vroeger slaagden we er toch min of meer in contact te houden, maar intussen was eigenlijk het leven er wat tussengekomen, u kent het vast wel. Maar het deed deugd haar terug te zien, en for old times’ sake liepen we al kletsend nog eens een rondje van de tuin. Kwestie van ons weer zestien te voelen, en elkaar weer op de hoogte te brengen van ons wedervaren.

Ik ben blij dat ik geweest ben. En meer moet dat niet zijn.

Imkeren

Mijn vader heeft jarenlang bijen gehouden. In onze tuin, in de bossen, bij een bevriend fruitkweker… Als kind gaf ik dan ook vaak  op de vraag: “Hoeveel huisdieren heb jij?” het antwoord “80.002”. De laatste twee onze hond en kat dus.

Ik heb nog kasten gekuist en nieuwe raampjes voorzien van ijzerdraad en dan met stroom opgewarmd om er de wastafels op te smelten. Mijn pa maakte namelijk zijn bijenkasten zelf, vandaar. Ik heb nog suiker staan roeren in warm water, zodat ze smolt tot een mooi suikerwater, en dan voederbakken op de kasten gezet. Ha ja, als je de bijen hun eten in de vorm van honing afneemt, dan moet je ze iets in de plaats geven, natuurlijk.

Ik heb nog bijenramen uit de kast genomen, met een veer alle bijen er afgeveegd tot ze weer in de kast vielen – werksters vallen niet aan, tenzij je hen echt platknijpt -, alle honingraten van hun dekseltje ontdaan, het raam in de slinger gezet, en me een halve lamme arm gedraaid aan de zwengel, zodat de honing in dikke droppels naar beneden zakte langs de kanten van het inoxen vat.

Ik heb nog enthousiast als achtjarige of zo rook staan blazen in de kast, tot alle verdedigers groggy op een of andere tak “No woman no cry” zaten te zoemen. En dan maar ramen uit de kast nemen, tot je de koningin zag kruipen. En dan geïntrigeerd kijken hoe mijn pa met een minipincetje een schildje van twee millimeter doorsnee op dat beest haar rug plakte.

Ik heb vooral ook nog, toen we door de brandweer waren opgeroepen om een bijenzwerm uit een boom te halen, met een bang hartje en een clichébijenkorf omgekeerd in de armen onder de boom gestaan, tot mijn vader die zwerm gewoon naar beneden trok en in de korf liet vallen. Of, nog beter: een warme, zoemende bal bijen in mijn blote handen gehad, en die dan zachtjes naar beneden geduwd, tot hij losliet en in de korf in mijn vaders handen viel. Dat gevoel ga ik mijn leven lang niet meer vergeten.

Mijn vader imkert niet meer.

Het onderhoud vraagt veel werk, en er zijn gigantisch veel ziekten waar de beestjes aan bezwijken. Het werd hem te veel, en dus stonden de kasten en al het materiaal werkloos te verstoffen.

Tot een vriend van mij op Facebook iets zette over beginnen imkeren, en ik hem het gerief aanbood. Mijn vader ging akkoord, maar enkel in bruikleen. Wie weet wil hij zelf ooit nog herbeginnen… Enfin, gisteren stond Tim vanuit Limburg hier, en doken we samen de spinnenwebben in: twee kasten, de slinger en een hoop extra materiaal, ideaal voor een beginner. Hij ging het opzij zetten om het in de loop van volgende week schoon te maken, maar daarnet hoorde ik dat hij het toch niet had kunnen laten, en dat hij deze avond nog alles heeft schoongeborsteld, tot en met een verschot in zijn rug.

Ik hoop dat het lukt, Tim. Ik kijk ernaar uit dat iemand weer met passie voor die beestjes gaat zorgen, en het immense gevoel van voldoening leert kennen als je eerste potje honing uit het kraantje van de slinger loopt.

Succes!