Bedenkingen bij Japan

Ik heb het hier een beetje laten liggen, omdat het nogal druk was, zou men kunnen zeggen. Maar toch wel een paar dingen die me opgevallen of bijgebleven zijn in Japan:

  • Japan is druk, en dat is blijkbaar algemeen geaccepteerd. Niemand doet moeilijk over stampvolle metrostellen, over lange wachtrijen aan restaurants – dat is blijkbaar standaard – over kleine kamertjes, weinig plaats aan tafel in een restaurant, veel te veel volk in een museum. Ik spreek dan niet enkel over grootsteden zoals Tokyo of Osaka, ook op andere plaatsen was dat zo. Neem nu Nakatsugawa: daar liep om tien uur ’s avonds geen kat meer over straat, het leek verlaten. En toch waren de kamers in het hotel echt wel klein, was er in het restaurant echt niet veel plaats, en meer van dat soort details. Ze zijn dat daar gewoon, en daarom dat ons hotel in Hakkone zo uitzonderlijk aanvoelde: ruimte, plaats, stilte, een eigen ruimte voor het avondeten en het ontbijt, zonder extra lawaai. Want dat hoort er dus onvermijdelijk bij, zo blijkt: lawaai. Op elke bus speelt er een schermpje met reclames, in elke taxi achteraan ook, overal op straat is er schreeuwerige muziek, in de wachtrij voor de kabelbaan stond er een reclamebord met luide repetitieve muziek. Ik had het daar soms echt moeilijk mee.
    .
  • de spreekwoordelijke vriendelijkheid is ook echt. In Tokyo op onze eerste dag sprak ik een jongeman aan om het bureau van de Japan Rail te vinden. Hij had ons aanwijzingen kunnen geven, maar nee, hij liep gewoon drie verdiepingen mee tot aan de deur. Idem bij dat sushirestaurant dat we maar niet vonden: een werknemer van de mediawinkel liep mee tot aan de lift en wees ons de juiste verdieping aan. En ja, dat was in Tokyo waar je struikelt over de toeristen en waar die wellicht ook bij momenten zwaar op het systeem van de bevolking werken, zoals in Brugge.
  • Het aanschuiven is een ding. Nette rijen, vaak ook aangeduid op de grond, zoals in de treinstations. En iedereen doet dat ook, probleemloos. Idem voor de roltrappen en dergelijke. Het contrast met Zaventem was dan ook groot, waar mensen stonden te drummen voor de roltrap naar omhoog, zich dan met valiezen tussen de paaltjes van de neergaande trap wrongen en dan ook meedogenloos – je kan ook niet anders – werden omvergeduwd door degenen die van de trap kwamen.
  • Stations. Wow. Dat zijn megagrote winkelcentra waar je alle mogelijke winkels vindt, en waar je soms zelfs al de betaalzone moet binnengaan om de winkels te vinden. Op zich is dat niet zo erg: je scant, zoals bij ons in de metro, je kaart wanneer je binnengaat en opnieuw wanneer je buitengaat, en als je dan een reis heb afgelegd, gaat het geld automatisch van je kaart. Je moet dus wel zorgen dat die opgeladen blijft, en dat kan, vreemd genoeg, enkel met cash. Wij hadden ook een veertiendaagse treinpas waarmee je ook op veel van die metro’s kan, en die kost zo’n 450 euro voor twee weken, maar dat geld hebben we er meer dan uitgehaald, denk ik dan. Praktische mensen, die Japanners. Behalve die cash dan.
  • Tattoos. Ik had wel gelezen dat tattoos een dingetje waren, dat Japanners daar zeer wantrouwig tegenover staan, omwille van het feit dat dat gelinkt wordt aan de Yakuza, de Japanse maffia. We waren gewaarschuwd dat in een onsen, een publiek bad, tattoos niet toegelaten waren. Ik had dat ook nog gezegd tegen Bart, want die heeft een half sleeve op zijn ene arm en een wolvenkop op zijn andere. Hij had dat toen al lachend afgewimpeld en gedacht dat dat wel ging meevallen. Niet dus.
    Kobe is in Hakkone in de bijzonder luxueuze onsen geweest, waar hij meer dan een half uur in het hete water naar de sterren heeft liggen staren. Daar stond dus expliciet aangegeven dat tattoos niet toegelaten waren, en dan niet alleen de grote, maar ook duidelijk bv. een klein bloemetje bij een dame. Euh juist ja. In Nakatsugawa was ik alleen en was het geen probleem, maar ik had dus teruggefloten kunnen worden. Meh.
  • Formulieren. Voor alles, maar dan ook echt alles moet je een formulier invullen. Elke keer dat Bart de valiezen moest versturen, moest hij eerst online een formulier invullen, en dan ook nog eens in drievoud op papier.
    Een treinticket reserveren voor een half uur later? Papieren invullen tiens! En alles wordt driemaal gecheckt. Een bestelling aan tafel? Je zegt je bestelling, de dame of heer herhaalt het, iedereen heeft besteld, en alles wordt minstens nog een keer herhaald. En aan de kassa wordt nog eens overlopen of het ook echt wel klopt wat ze aanrekenen. Meer dan één stuk kopen in een winkel? De rekening wordt met jou overlopen om zeker te zijn.
    Een drinkfles kopen voor Merel: elke fles werd nog eens uitgepakt om zeker te zijn dat het de juiste kleur was, opnieuw ingepakt, dichtgeplakt en pas dan aangerekend. En als die voor jou dan vijf flessen koopt, duurt dat tien minuten, jawel. Urgh.
  • De fameuze Japanse toiletten: nee dank je. Ik hou niet van een voorverwarmde toiletbril – misschien is dat in de winter anders – en ook niet van het water op mijn kont. Allez, dat water zou misschien nog wel oké zijn, als je er deftig papier bij kreeg om alles af te drogen, want op de meeste toiletten zit geen droogfunctie. Maar het toiletpapier is één laagje, het lijkt wel van dat papier uit schoendozen. Daar kan je dus niks mee aanvangen. En dat zo’n toilet opengaat zodra je in de buurt komt: laat mij met rust! Maar vooral: zo’n toilet spoelt dus ook vanzelf door. Ik weet niet hoe u uw kont afveegt – of in dit geval afdroogt – maar ik ga dan op één bil zitten. Goh, denkt dat toilet, die is klaar, ik spoel door. En dat is hoogst onaangenaam, zo’n toilet dat doorspoelt terwijl jij er nog op zit. Nee dank je. BTW, zelfs openbare toiletten en toiletten in winkelcentra en zo zijn van die speciale gevallen. Dat, of Franse hurkgevallen. Urgh.

Er zullen me wellicht nog wel dingen invallen, en dat schrijf ik dan later nog wel eens.

Japan.

Het is een speciaal land, jawel.

Zeus versus Allah

Een paar weken geleden had ik een bijzonder interessante… discussie mag ik het niet noemen, eerder een gesprek met een van mijn leerlingen uit het eerste jaar.

We waren aan het lezen over Romulus en Remus, en dat zij de zonen waren van de oorlogsgod Mars, en dat hun oom hen daarom niet durfde te vermoorden, want wie wil er nu boel met Mars?

Waarop een van mijn jongens de hand opstak en voorzichtig vroeg: “Mevrouw, geloofden zij daar nu echt in, in die oude goden?”

Ik keek hem aan en vroeg: “Ben jij gelovig?”
Hij knikte.
– “En heb jij jouw god ooit al gezien?”
– “Euh, nee?”
– “En moet je die gezien hebben om te geloven in je god?”
– “Euh…” Hij dacht even diep na, de rest van de klas volgde gefascineerd in stilte. “Nee, want dat is toch net geloven, mevrouw?”
– “Klopt. Want anders zou het wetenschap zijn.” Ik liet even een stilte. “En kan jij bewijzen dat jouw god bestaat?”
– “Euh… nee.”
– “Maar kan iemand bewijzen dat hij níet bestaat?”
– “Nee, dat zeker niet!”
– “Wel?”
Het werd stil, ik hoorde hersens kraken in de klas.

– “Dan kan je hen het toch niet kwalijk nemen dat zij geloven in hun goden, ook al lijkt dat nogal raar voor ons? Want wat geldt voor jouw god, geldt toch ook voor hun goden? En wat voor hun goden geldt, geldt toch ook voor God, Allah, Jahweh en andere goden? Niemand heeft hen ooit gezien, niemand kan het bewijzen, er zijn enkel geschriften, maar niemand kan ook bewijzen dat ze niet bestaan. Daarom net moet je elkaars geloof respecteren. Of respecteren dat je in geen enkele god gelooft, zoals ik. En daarom is het ook belangrijk dat je, ook al geloof je zelf niet in een god, andermans geloof respecteert.

En wil Amulius geloven dat zijn nichtje zwanger is van de god Mars, dan is dat zijn volste recht. Ook al denk ik persoonlijk dat het eerder van de tuinman zal geweest zijn.”

Met die laatste opmerking was de zware sfeer gelukkig weer gebroken, maar ik heb zelden een klas twaalfjarigen zo ernstig, zo aandachtig geweten.

Nee, onze jeugd is niet minder dan vroeger. Ze gaan op een andere manier met de wereld en de realiteit om, maar ze zijn nog steeds de prachtige hoop voor de toekomst.

Zwanen

Er zijn zo van die kleine dingetjes waarvan ik instant gelukkig word. De zon in mijn woonkamer tijdens de winter, bijvoorbeeld. Of een zeer enthousiaste vogel in de tuin. Mijn kat die tegen me aan komt liggen en zachtjes begint te spinnen.

Toen ik onlangs nog eens naar Zomergem reed, was er zo nog eentje. Toen ik ons pa nog wekelijks ging ophalen, reden we altijd vanuit de Durmstraat via de vaart naar Gent. Op dat stuk staan geen huizen: dat is een en al veld en weide, en een van die weides loopt regelmatig onder water. Sinds een paar jaar woont daar een koppel zwanen. Elke keer weer zagen we hen zitten, in de winter toch. In de zomer zochten ze andere oorden op, maar we waren er telkens blij om als we hen weer zagen verschijnen.

Nu rij ik enkel sporadisch nog naar Zomergem: om iets in ons pa zijn huis  te halen, als er iets is met zijn hoorapparaten, of als ik bij Jeroen moet zijn.

En onlangs reed ik dus nog eens langs dat stuk langs de vaart, en jawel, wie zat er als twee helderwitte vlekken in het vale wintergroen? Het koppel zwanen.

Ik werd er instant gelukkig van.

Open brief van onze leerlingenraad, en ik ben trots.

Beste mevrouw Demir

Wij staken niet. Want volgens de letter van de wet kunnen we dat niet. Wij betogen ook niet. Al willen velen onder ons dat wel. Wij willen wel van ons laten horen. Daarom schrijven wij u deze brief.
Wij zijn de leerlingenraad van het GO! Atheneum Mariakerke. We voelen bij veel leerlingen groeiende ongerustheid over recente veranderingen die u doorvoerde in het onderwijsveld. Veel spelers in dat veld voelen zich niet gehoord en als gevolg daarvan niet gerespecteerd.
U merkt de achteruitgang van de kwaliteit in het onderwijs op. Wij delen deze bezorgdheid. Lessen die wegvallen omdat de leerkracht niet gevonden wordt. Daarom noodgedwongen grotere lesgroepen om zo aan iedere leerling toch les te kunnen geven. Te grote groepen waardoor de noden van de leerlingen verloren gaan. Gestresseerde leerkrachten omdat de administratieve druk te groot wordt. Doemberichten over onze gebrekkige kennis, maar ook de maatschappelijke druk die ligt bij de leerkracht om ons klaar te stomen als wakkere, kritische, empathische en wel onderrichte leerling. Wij maken het als geen ander alle dagen mee.
Voor ons lijken de beslissingen die u maakt, niet de juiste om beter onderwijs te bereiken. Het afschaffen van pedagogische studiedagen, facultatieve en deliberatiedagen zou de stress en werkdruk voor leerkrachten doen oplopen en nemen dagen van rust of zelfstandig (inhaal-)werk voor leerlingen weg. Daarnaast kwam het GSM-verbod voor veel leerlingen over als een weinig gegronde maatregel die zonder inspraak met leerlingen, leerkrachten of experts werd ingevoerd.
U wil het beroep van leerkracht aantrekkelijk maken. Waarom bespaart u dan op lonen, pensioenen en opleidingen voor leerkrachten? Hierdoor verliest de job toch net aan waarde? Leren zonder je goed te voelen op school gaat niet. Investeer daarom in betere begeleiding van leerlingen en schoolpersoneel. Zo bouwt iedereen mee aan een betere, veiligere sfeer op school.
Als leerlingenraad van het GO! Atheneum Mariakerke roepen we de leerlingen van onze school op om de grote scholierenbevraging van de scholierenkoepel in te vullen. Zo krijgt u een beter inzicht in de bezorgdheden en drijfveren van scholieren. Wij pleiten er bij onze medeleerlingen voor om geen waardevolle lestijd te verliezen met betogen tijdens de schooldag. We begrijpen dat leerlingen willen betogen. Wij hopen met deze open brief eveneens een stem te bieden aan scholieren en onze mening op een constructievere manier te delen.
Neem deze signalen alstublieft serieus. Wij zijn de kinderen die moeten opgroeien in het onderwijs dat u vormt. Onze hoop als groep jongeren is om steun en gehoor te vinden bij de regering in het algemeen en bij u als minister in het bijzonder. Leerlingen trekken nu aan de alarmbel. Neem de kans om naar hen te luisteren, te horen wat er bij hen speelt.

Terugblik op 2025

Vreemd genoeg heb ik vorig jaar blijkbaar geen terugblik geschreven. Ach ja, zo belangrijk is dat ook allemaal niet, ik kan me zelfs voorstellen dat de meesten het niet eens lezen. Het is voornamelijk voor mezelf, toch?

Maar ik mag, denk ik, wel stellen dat 2025 voor mij persoonlijk een goed jaar was. Echt wel. Het belangrijkste feit voor mij is dat ik intussen 18 kilo kwijt ben, en dat heeft een behoorlijk impact op mijn leven. Ik voel me gewoon beter, zit weer beter in mijn vel, heb wat meer zelfvertrouwen gekregen, en de rug *hout vasthouden* heeft, na de problemen in het begin van het jaar, wel nog lastig gedaan dit jaar maar is niet compleet plat gegaan.
Mijn kinderen doen het prima, ik zou onmiddellijk opnieuw trouwen met mijn lief, ik ben nog steeds verliefd op (het grootste deel van) mijn job en financieel hebben we zeker ook niet te klagen.

Naar mijn aanvoelen was het een druk jaar. Eigenlijk ben ik behoorlijk sociaal geweest voor mijn doening. Er was het nieuwjaren natuurlijk, twee weken later nog eens, ik ging quizzen in Destelbergen, deed een quiz voor het goede doel, en eentje in Don Bosco. Er was een zeer fijne Aether, ik ging geocachen met Véro in Ronse, deed een Omen mini, en ging in de paasvakantie twee daagjes naar Dordrecht. Met de fam gingen we eten in The Backyard voor pasen, en uiteraard waren er de tweewekelijkse sessies van Call of Cthulhu waar ik telkens weer naar uitkijk. Ik ging lunchen met Laurens, er was het lentefeest van Bo, een verjaardagsdrink op een terrasje, en nog een bordjesquiz. Ik genoot van drie dagen Dordrecht met de vriendinnen, ging koffiedrinken met Sofie en zat een week in Tallinn met de echtgenoot. Met Mireille maakte ik Vlaardingen onveilig en we vierden dat Gwen en Erik dertig jaar getrouwd zijn. Met Gwen ging ik dan ook naar Sofia, en ik begon zowaar een nieuwe reeks van Duister Gent. Bart nam me mee naar een fundraiser, en ik ging naar de laatste Omen. Ik speelde de Kammekequiz en een dagje Chronicles, en ik ging zelfs een derde keer naar Dordrecht. We gingen met het gezin eten op Allerheiligen en ik nam Bart mee naar Jan De Smet, waarop hij me meenam naar het circus en we ook nog samen gingen eten in Sin. Ik amuseerde me rot op Into The Node en nog eens op de Hot Shots Quiz. Ik ging Latijn lezen op café en we vierden kerstdag met de Rombauts. Ik nam Véro mee naar Roubaix en ging lunchen met Sophie.

Uiteraard ging ik ook op stap met Gwen: naar de Indiër, bij Cé’s Arts, koffie bij Claw, een Griekje, voor haar verjaardag bij Woest, en zelfs naar Bulgarije. We aten bij Circe en ontbeten bij Jaggers en dronken om het jaar af te sluiten een koffie bij mij thuis.

Cultureel gezien was er het volgende: een toneel met school, het ballet van Marie-Julie, Orfeus met de Cultuurcel van de school, een lezing van professor Laes, en met mijn lief een dagje Brussel voor Berlinde De Bruycker. Uiteraard ging het nog eens naar Velzeke met mijn klassen, Romeo + Julia met de Cultuurcel, met mijn lief naar De Spreekbeurt, de presentatie van Undertow, een concertje in Horebeke. Er was Gent Jazz met mijn liefste, en we gingen naar het Kröller-Müller en dan nog eens naar Gent Jazz. Ik bezocht het Puppetbuskerfestival, het MSK met Merel en nog eens het poppentheaterfestival. Met de Cultuurcel was er Van den Vos die Amoc maekte, en in eigen stad was er de Kunstbiënnale. De Cultuurcel toonde me Grand Finale, en ik ging naar een lezing over Herodotos. Met Bart ging ik Vanfleteren bekijken en met Véro liep ik in La Piscine.

Een mijlpaal was ook het appartement: het werd in januari opgeleverd, we gingen een eerste reeks meubels zetten, en ik nam nog een filmpje hoe het eruit zag zonder inrichting. Ze verhuisden nog wat spullen voordat ze er definitief op kot gingen. We verzamelden nog extra meubels, zoals terrasmeubilair, een klein bureautje en barkrukken. Ik nam dan ook een nieuw filmpje op. Er kwam een diepvriesje en eindelijk deftige verduistering. Daarnaast kwam er dus ook licht,

Het geocachen was er uiteraard ook, met een korte wandeling na nieuwjaar met het gezin, eventjes in Belzele, een toertje in Wetteren, het Leen en Eeklo, Rijsel, Ronse, de Biesbosch. Ik stak er ook enkele nieuwe weg. Er was Gontrode, Horebeke, Merendree, Heusden, Belzele, Vlaardingen, het Vrijbroekpark, De Panne, de Rozenbroeken, Roubaix en Aalst.

Fysiek begon het allemaal niet zo goed met een zeer ambetante rug, en ik kreeg dan ook een isotopenscan en een MRI. Dat beterde, en op 1 maart startte ik met Mounjaro. Ik liet een tandimplantaat zetten en de kroon op het werk.

Ook Nazgûl ging het fysiek niet voor de wind: blaasproblemen, compleet met operatie, en dan later nog eens veel ernstiger, zodat hij bijna dood was.

Ik ben nog steeds volledig verslaafd aan handwerken: een pull voor Marie-Julie, een grijze vest voor Fien, een reparatie van een rokje voor Merel, een blauwe vest voor Hannah, een supersnelle appelscrunchie, een pull voor Marne, zomertruitje 1, zomertruitje 2, een pull voor Hannah, zomertruitje 3, zomertruitje 4, zomertruitje 5, zomertruitje 6, zomertruitje 7, een stropzakje, zomertruitje 8, een babymutsje, zomertruitje 9, een witte vest voor Fien en zelfs een bruine vest voor haar. Ik breide polswarmertjes voor Merel en een mutsje voor Gwen. Er waren op zijn minst 6 paar gehaakte polswarmers en een muts voor Nikolaas.

Ik schilderde ook nog enkele scoutshemden: een Sint-Bernard en een lieveheersbeestje,

En dan waren er ook de verschillende momenten van afscheid, iets waar ik wat minder aan probeer te denken. We namen afscheid van nonkel Staf, en vooral ook van Nelly, Barts moeder.

Op een zekere manier was er ook een afscheid voor ons pa. Hij was het jaar nog steeds in het ziekenhuis ingezet, maar kreeg eind maart eindelijk een plekje in Residentie Vroonstalle. We installeerden hem, en hij zag dat het best oké was. En toen begonnen we aan het huis.

Mja. Het was dus een fijn jaar met heel veel bezigheden, en met een goed gevoel.

Op naar een nog beter 2026!

Wijze woorden van mijn lief op zijn verjaardag

4 dingen voor 54 jaar.
Doe ermee wat je wil.
Lees ze. Deel ze. Negeer ze. Gebruik er eentje. Gebruik ze allemaal.
Ze zijn gratis, caloriearm en getest op mensen – vooral op mij.
1. Kijk naar de manier waarop kinderen dingen oplossen. Soms is eenvoud slimmer dan logica.
2. Lees af en toe de gebruiksaanwijzing van iets dat je al tien jaar bezit, want je ontdekt verrassend vaak dat je het toestel maar op 12 procent van zijn potentieel gebruikt – net als jezelf.
3. Spreek met jezelf af dat je tijdens meetings maar één tabblad mag openlaten, tenzij je écht wil dat je gezicht verraden wordt wanneer Slack tóch een melding laat zien.
4. Besef dat geluk geen marathon is maar een reeks kleine sprintjes die soms eindigen in struikelen, en dat dat oké is.
5. Laat je sleutels altijd op dezelfde plek. Chaos begint klein.
6. Zet je vuilniszak meteen in de vuilnisbak nadat je de oude hebt weggegooid, want je toekomstige zelf vloekt altijd net iets te luid wanneer die weer in een plastic-loze afgrond staart.
7. Probeer af en toe bewust te luisteren naar mensen zonder te wachten op je eigen beurt om te spreken, want echte aandacht is een zeldzame valuta die verrassend snel rendement oplevert.
8. Stop met gelijk willen hebben, tenzij het echt dringend is of over thermostaten gaat.
9. Ga op tijd slapen. De wereld ziet er véél minder dramatisch uit met acht uur op de teller.
10. Aanvaard dat je je jong voelt maar je knieën ouder klinken. Geluid is geen leeftijd.
11. Koop een plant die weinig nodig heeft. Dat geeft hoop.
12. Lach om jezelf. Je bent stand-upmateriaal en dat is een zegen.
13. Leg verse lakens op en kruip er vroeg in. Geluk hoeft niet spectaculair te zijn.
14. Zeg vaker sorry. Ook als jij technically gezien misschien gelijk had.
15. Kijk iemand écht in de ogen wanneer je praat. Dat is wifi voor je ziel.
16. Besef dat niemand weet wat hij doet. Sommigen verbergen het gewoon beter.
17. Koop een wasmand met handvatten, want niets confronteert je sneller met je sterfelijkheid dan een trap oplopen met een volle, wiebelende mand zonder grepen.
18. Wees mild wanneer je merkt dat je minder kan dan vroeger, want elke levensfase ruilt spierkracht in voor zachtheid en dat is geen achteruitgang maar een evolutie die stiekem precies op tijd komt.
19. Laat je schouders zakken. Ze dragen vaak meer dan nodig.
20. Stop even met praten wanneer iemand iets moeilijks probeert uit te leggen. Pauzes genezen misverstanden.
21. Stop met doen alsof jouw bedrijf ‘urgent’ is – echte urgentie is brand, waterlek of een klant die eerst belt en dan mailt en dan nog eens belt; al de rest is planning.
22. Weet dat geluk soms een boterham met choco is die nét goed smeert.
23. Ruim het aanrecht op. Een proper blad maakt je hoofd minder rommelig.
24. Gun jezelf rust, want je lichaam is een collega die niet zomaar ontslag kan nemen.
25. Loop elke dag vijf minuten zonder doel. De wereld vertraagt vanzelf.
26. Accepteer dat je geheugen soms buffert. Dat maakt je mens, geen machine.
27. Kijk oude foto’s terug om te glimlachen, niet om te vergelijken met wie je dacht te moeten zijn.
28. Gun jezelf de rust om niet overal een mening over te hebben, want sommige discussies zuigen alleen maar energie zonder ooit iets op te lossen, en dat is een belasting die je met plezier mag schrappen.
29. Complimenteer iemand onverwacht. Liefde is een vorm van micromanagement die wél werkt.
30. Laat drama voorbijwaaien. Je bent een mens, geen windvanger.
31. Neem af en toe de tijd om je afstandsbediening om te draaien en je te verwonderen over het feit dat je exact nul van die knopjes ooit gebruikt, want zelfs dat onbruikbare plastieken ding herinnert je eraan dat het leven vol opties zit die je nooit gaat ontdekken en dat dat perfect is.
32. Word zacht in je oordeel. Hardheid heeft nog nooit iemand geheeld.
33. Houd een noodvoorraad koekjes bij. Emotionele infrastructuur is belangrijk.
34. Sta soms stil zonder reden. Bewust niets doen is een levensvaardigheid.
35. Koester je partner. Liefde is een software die draait zonder interface maar met veel impact.
36. Besef dat je oven altijd precies één graad warmer lijkt dan wat je instelt, waardoor elk gerecht dat “ongeveer 20 minuten” moest bakken verandert in een culinair gokspel waarbij jij en de natuurkunde elkaar aankijken en denken: hoe zijn we hier beland?
37. Veeg de kruimels van tafel. Kleine orde maakt grote rust.
38. Laat verwachtingen los die je al jaren meedraagt. Ze zijn zwaarder dan je denkt.
39. Lees de achterkant van verpakkingen. Het universum verstopt wijsheid op rare plekken.
40. Gebruik een dekentje dat je gelukkig maakt. Comfort is volwassen rebellie.
41. Weet dat je gedachten soms te veel tabbladen open hebben. Sluit er tien. Minstens.
42. Adem diep in en uit wanneer iemand je irriteert. Zuurstof wint bijna altijd.
43. Kijk naar vogels. Ze hebben nul stress over pensioenplannen.
44. Accepteer dat sommige mensen in je leven verschijnen als mysterieuze footnotes in een boek waar jij de hoofdtekst niet van begrijpt, en dat je soms pas jaren later ontdekt dat die blijkbaar de belangrijkste passage vormden.
45. Beantwoord je mails niet sneller, maar slimmer – een trage “ja” is beter dan een snelle “misschien”, en een duidelijke “nee” redt meer agenda’s dan therapie.
46. Luister naar stilte. Ze heeft betere analyses dan de meeste mensen op LinkedIn.
47. Investeer in een goed paar schoenen, want je voeten dragen niet alleen je lichaam maar ook al je slechte beslissingen – dan mogen ze tenminste comfortabel zitten.
48. Vraag hulp. Niemand is gemaakt om alles alleen te doen, zelfs jij niet.
49. Eet af en toe groenten die je vroeger vies vond, want soms realiseer je op 54 dat je smaakpapillen ondertussen geüpdatet zijn naar volwassen firmware en dat rode kool nu wél “oké” is, mits correct bereid en zonder trauma’s uit de jaren ’80.
50. Laat iemand voorgaan. Generositeit is gratis premium content.
51. Begrijp dat het leven geen puzzel is maar een legodoos. Je bouwt zelf wel iets.
52. Liefde lijkt vaak minder op een grootse symfonie en meer op een gammele radio die kraakt maar toch altijd het juiste lied vindt. Imperfectie is misschien wel de meest betrouwbare frequentie.
53. Sluit de dag af met een ritueel. Een kleine finale houdt het leven samen.
54. En zeg elke dag, minstens één keer, tegen iemand: blij dat je er bent. Zelfs al ben jij die iemand.
Het leven is minder een grote theorie en meer een verzameling kleine, onnozele, prachtige micro-momenten die je rustig aan elkaar moet puzzelen zonder handleiding.
We doen allemaal maar wat.
Soms werkt het. Soms knettert het. Soms gaat het volledig mis en soms voelt het alsof het universum even knipoogt.
En als jij één van deze 54 dingen meeneemt, al is het maar “leg je sleutels altijd op dezelfde plek”, dan is mijn verjaardag officieel nuttiger geweest dan de meeste nieuwjaarsresoluties.
Bedankt om mee te lezen.
Bedankt om er te zijn.
En vooral: vergeet niet dat je eigenlijk elke dag een nieuwe versie van jezelf mag downloaden.
Versie 54.0 draait alvast verrassend stabiel.

In Flanders Fields

Merel is op toneelweekend in Poperinge – begot! – en ik moest haar en haar vriendinnen om één uur ophalen. Nu, dat is algelijk wel een eindje rijden, ik had dus wat marge genomen, en daardoor had ik tijd om eventjes onderweg halt te houden aan Essex Farm Cemetery, beter gekend als Site John McCrae. De auteur van het beroemde gedicht ‘In Flanders Fields’ ligt daar begraven, net buiten Ieper, en ik werd er helemaal stil van, daar in de herfstzon, tussen de graven van zoveel soldaten…

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

– John McCrae

Bedenkingen bij Tallinn

  • We zijn voornamelijk in het historische centrum gebleven, maar dan nog: het is er proper. Iets meer dan bij ons, denk ik, gigantisch veel meer dan in pakweg Djerba.
  • Toeristisch. Maar echt. Misschien nog niet zo erg als Brugge, maar in elk geval meer dan Gent. Alle mogelijke nationaliteiten, maar veel Russisch en Amerikaans gehoord. Al dacht ik op een bepaald moment dat iemand die me aansprak, Amerikaans was en Canadees bleek te zijn, zoals ze licht verontwaardigd zei. Toen ik daarop een bijzonder prompte, welgemeende ‘Oh sorry!’ eruit flapte, schoten ze allemaal in de lach.
  • Heel mooi, en dus ook alle reden om toeristisch te zijn. De moeite waard, ja.
  • Er was ons gezegd dat quasi iedereen Engels sprak. In de winkels is dat wel zo, maar de meeste taxichauffeurs zijn Oost-Europees, hebben we gemerkt, en dan wil dat wel eens tegenvallen.
  • De taal is echt onmogelijk. Er is dus niet zoiets als Baltisch: Lets en Litouws leunen aan bij de Scandinavische talen, Ests is blijkbaar sterk gerelateerd aan Fins, en even onmogelijk. Het enige woord dat ik opgepikt heb, is “Aitah”, dankjewel. Het is wel vreemd om ergens te zijn waar je echt geen touw aan kan vastknopen.

  • Kasseien. Als iemand nog eens durft klagen over de kasseien in Gent – zoals ikzelf – dan moet die daar eens gaan kijken. Het oude centrum is nog volledig met kasseien en die liggen niet goed. Als in: de meeste auto’s rijden amper 10 per uur omwille van de vele putten, met hakken moet je er echt niet rondlopen, en fietsen is maar verstandig als je een mountainbike hebt of iets anders met dikke banden.

  • Ze hebben er echt wel nagedacht over ruimtelijke ordening. Er is plaats voor groen, voor parkjes, de straten die erbij gekomen zijn, zijn ruim. Zoals Bart het stelde: dit is een stad waar we wel nog zouden kunnen wonen. Mochten de winters zo koud niet zijn, denk ik dan. Je bent ook op tien minuten de stad uit en in de natuur.
  • We hebben een paar daklozen gezien, maar niet veel. Wel heb ik regelmatig vastgesteld dat mensen in de vuilbakken aan het graaien waren, wellicht voor blikjes en flesjes met statiegeld.
  • Ik denk niet dat in het centrum veel Esten wonen: het zijn allemaal appartementjes met vaak een sleutelkastje, en beneden overal restaurantjes en souvenirwinkeltjes. De wijken errond hebben dan wel weer veel woonblokken.
  • Fietsinfrastructuur is er in het centrum amper, gezien de oude straten en de kasseien. Daarbuiten, zo wist een lokale taxichauffeur me te vertellen, zijn ze bezig aan een inhaalbeweging. Bij elke vernieuwing komen er nu ook fietspaden, maar hij twijfelde een beetje aan het nut ervan, want tijdens de wintermaanden zijn die sowieso onberijdbaar, stelde hij. Mja.

Er zullen nog wel dingen zijn, en eventueel voeg ik die later wel toe, maar dat is het zo’n beetje, denk ik. Veel negatiefs valt er echt niet over te zeggen.

Taalverarming

Het is uiteraard al jaren bezig, die taalverarming van leerlingen. Enkele jaren geleden waren er leerlingen die een lijst bijhielden van het vocabularium die ze bij mij leerden en niet in het vak Nederlands. Na twee jaar kwamen ze op meer dan twee bladzijden uit. Mja, ik heb een rijke woordenschat, zo blijkt, en ik ben ook niet bang om die te gebruiken in de hoogste jaren. Ze krijgen dan ook uitdrukkelijk de raad om het te vragen wanneer ze een woord niet begrijpen. Ik heb het dan over woorden en uitdrukkingen zoals ipso facto, wat me logisch lijkt in mijn vak, maar evengoed over pensief, pendant, vergankelijk, gispen, billijk, dat soort woorden.

Soms vragen ze me ook dingen waarvan ik echt dat dat ze die zouden kennen, zoals destructief of decadent. Mja.

Maar wat ik de laatste tijd opmerk, is dat ze geen Vlaams meer kunnen. En daar bedoel ik dan woorden mee die typisch in het Algemeen Schoon Vlaams geaccepteerd zijn. Zo kenden ze het woord bleiten niet meer, en dan spreek ik niet over leerlingen met een anderstalige achtergrond, maar leerlingen wier ouders en grootouders ook gewoon standaard Vlaams spreken. Een schuif was dus ook niet algemeen gekend, in plaats van lade. En Merel zei daarstraks dat ze zich nog moest omkleden, waar wij vroeger altijd – en uiteraard foutief – verkleden zeiden.

Ik vind dat een verarming, ja. Pleit ik hier voor het gebruik van tussentaal? Dat nu ook weer niet, maar er is voor alles een plaats en een moment. En als je enkel nog het woord lade kent en niet meer het synoniem schuif, dan is dat een verarming.

Ik doe mijn keiharde, stinkende best om daar tegenin te gaan en ik gebruik zo veel mogelijk rare woorden en uitdrukkingen, maar het is vechten tegen de bierkaai. Ach ja, als ik al een handvol mensen de fijne kneepjes van het Vlaams en het uitgebreidere Nederlands kan bijbrengen, beschouw ik mezelf al als een gelukkig persoon, denk ik dan. En dan zwijgen we nog over het Latijn, zeker?