Zomer!

Ik weet niet hoe het met u zit, maar dat weer maakt me spontaan gelukkig! Echt, dat maakt toch een wereld van verschil met dat druilerige, sombere, kille weer van de voorbije weken?

Ik ga met de fiets naar school, ik geef buiten les, ik lig te lezen in de zon en ik ben zelfs al verhuisd naar de schaduw. Ik draag sandalen, de was droogt weer buiten, en ook de leerlingen lopen een pak vrolijker.

De tuindeuren staan open, de katten lopen binnen en buiten en nestelen zich in de schaduw, ik ben voortdurend mijn zonnebril kwijt en de ijsjes vliegen erdoor.

Oh, en er zijn aardbeien! Nee, nog niet uit eigen tuin want daarvoor is het veel te lang veel te koud geweest, maar wel: aardbeien!

Yup. Blij dat het zomert.

 

Parmenides

In het zesde ben ik momenteel weer bezig met Antieke Filosofie, en ik geef dat dus dolgraag. Je kan quasi geen enkele filosofie echt begrijpen zonder in te zien waar de denkprocessen vandaan komen, en die komen dus van die Grieken.

De leukste les is en blijft Parmenides en zijn leerling Zeno, gewoon omdat dat een gigantische mindfuck is, zoals de leerlingen het noemen.

Ik vat even de voorlopers samen (want ook Parmenides kan je niet echt begrijpen zonder zijn voorgangers):

  • de mens probeert de natuurverschijnselen en de realiteit om zich heen te verklaren met goden en mythes
  • Thales van Milete is een astronoom en kan dus zonsverduisteringen voorspellen. Ergo: geen goden. Er is een oerelement, en dat is water.
  • Anaximander: water is te concreet als oerelement, dat moet het onbepaalde zijn.
  • Anaximenes: Onbepaalde? Ja, zo kan ik het ook. Het oerelement is lucht: niet tastbaar zoals water, maar ook niet zo vaag als onbepaalde. En alles heeft lucht nodig, zonder ga je dood.
  • Pythagoras: Meh, oerelement: alles is wiskunde. En het getal 10. En wiskunde.
  • Heraclitus: Oerstof? Goh ja, als het moet, vuur dan. Maar als we dan toch met principes bezig zijn: alles is opgebouwd uit tegengestelden. Zonder dag geen nacht, zonder warm geen koud. Oh, en panta rhei, alles vloeit, alles verandert voortdurend.

En dan komen we bij Parmenides. Hij is de filosoof, hij weet het beter dan 99.99999% van de mensen, οἱ πολλοί. Je zintuigen bedriegen je, je mag enkel voortgaan op de ratio.

Over het heelal kan je drie dingen zeggen:
1. het is en het kan niet anders dan zijn
2. het is niet en kan onmogelijk zijn
3. het is en het is niet.

Stelling twee wijst hij af omdat er toch ergens iets bestaat, anders zouden we niet denken (cfr. Cogito ergo sum van Descartes).

Stelling drie is wat de meeste mensen denken: een kind bestaat niet, wordt geboren, groeit op en sterft. Bestaat niet, bestaat wel, bestaat niet meer.
Onzin, zegt Parmenides: want dan komt het vanuit stelling 2 en gaat terug naar stelling 2, en die heeft hij afgewezen.

Ergo, als je puur rationeel denkt (en uiteraard een denkfout maakt):
1. Het zijnde is eeuwig. Ha ja, want anders zou het ooit moeten begonnen zijn of eindigen en in stelling 2 zitten.
2. Het zijnde is onveranderlijk (Eat that, Heraclitus!). Want als het zou veranderen, zou het moeten veranderen naar het niet-zijnde, quod non.
3. Het zijnde is één. Want het alternatief is het niet-zijnde.

Conclusie: we zijn er helemaal niet. Of toch niet als individu, dat zijn maar onze zintuigen die ons iets wijsmaken. U bent er niet. U bent één met de laptop of gsm die u vasthoudt. En met de zetel. En met de bus. En met het coronavirus. En die beweging die u ziet? Quatsch, bestaat helemaal niet. Matrix, als het ware.

Bon, lees het nu maar eens opnieuw. Tenzij je Parmenides kent, natuurlijk. Het probleem is: puur theoretisch heeft hij gelijk, maar de werkelijkheid zegt uiteraard iets anders.

En dan zijn er de paradoxen van Zeno, waar je al helemaal grijs haar van krijgt. Ik pik de uitleg even van Wikipedia, want die is eigenlijk bijzonder goed:

De snelvoetige Achilles gaat een wedstrijd aan met een schildpad. De schildpad krijgt een voorsprong. Wanneer Achilles het punt A bereikt, waar de schildpad kort tevoren was, is de schildpad intussen bij punt B aangekomen. Arriveert Achilles bij dit punt B, dan is de schildpad intussen aangekomen bij punt C, enzovoorts.

De Schildpad daagde Achilles uit voor een hardloopwedstrijd. Hij beweerde dat hij zou winnen als Achilles hem een kleine voorsprong gaf. Achilles moest lachen, want hij was natuurlijk een machtige strijder, snel van voet, terwijl de Schildpad zwaar en langzaam was.

“Hoeveel voorsprong?” vroeg hij de Schildpad met een glimlach.

“Tien meter,” antwoordde deze. Achilles lachte harder dan ooit.

“Dan ga jij zeker verliezen, vriend” vertelde hij de Schildpad, “maar laten we vooral rennen, als je dat graag wilt.”

“Integendeel,” zei de Schildpad, “ik zal winnen, en ik kan het je met een eenvoudige redenering bewijzen.””

“Kom op dan,” antwoordde Achilles, die al iets minder vertrouwen voelde dan eerst. Hij wist dat hij de superieure atleet was, maar hij wist ook dat de Schildpad een scherper verstand had, en dat hij al vaak een discussie met het dier had verloren.

“Veronderstel,” begon de Schildpad, “dat u me een voorsprong van 10 meter geeft. Zou u zeggen dat u die 10 meters tussen ons snel kunt afleggen?”

“Zeer snel,” bevestigde Achilles.

“En hoeveel meter heb ik in die tijd afgelegd, denkt u?”

“Misschien een meter – niet meer,” zei Achilles na even nagedacht te hebben.

“Zeer goed,” antwoordde de Schildpad, “dus nu is er een meter afstand tussen ons. En zou u die achterstand snel inlopen?”

“Zeer snel inderdaad!”

“En toch zal ik in die tijd verder gegaan zijn, zodat u DIE afstand moet inhalen, ja?”

“Eeh, ja” zei Achilles langzaam.

“En terwijl u dat doet, zal ik een stukje verder gegaan zijn, zodat u steeds een nieuwe achterstand moet inlopen” ging de Schildpad stug door.

Achilles zei niets.

“En zo ziet u, elke periode dat u bezig bent uw achterstand in te halen zal ik gebruiken om een nieuwe afstand, hoe klein ook, aan die achterstand toe te voegen.”

“Inderdaad, daar valt geen speld tussen te krijgen,” antwoordde Achilles, nu al vermoeid.

“En zo kunt u nooit de achterstand inlopen,” besloot de Schildpad met een sympathieke glimlach.

“U heeft gelijk, zoals altijd,” besloot Achilles droevig – en gaf de race gewonnen.

Conclusie: de achterstand wordt kleiner, maar Achilles haalt de schildpad ogenschijnlijk nooit in. Dit is een paradox, want in werkelijkheid zou Achilles de schildpad wel inhalen.

(Door Daniele Pugliesi – Eigen werk, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=27640179)

De hele uitleg waarom dit niet klopt (inclusief limieten en al dat soort dingen) staat op wikipedia uitgelegd.

Een ander pareltje van Zeno:

Een vliegende pijl neemt achter elkaar verschillende, nauwkeurig te omschrijven plaatsen in. Als we zo’n pijl op een ondeelbaar ogenblik beschouwen, bevindt hij zich op een vaste plaats in de ruimte. Alle eigenschappen van de pijl op dat moment zijn vast te leggen en te omschrijven. Ten opzichte van die plaats in de ruimte is hij dus in rust. Maar wanneer hij op elk moment in rust is, dan is hij ook gedurende de hele vlucht in rust. De pijl beweegt zich niet.

Tot in deze tijd hebben denkers zich over deze argumenten het hoofd gebroken.

Zeno’s paradoxen lijken vandaag misschien triviaal, maar ze vormden een groot probleem voor de filosofen van de oude tijd en de middeleeuwen. Pas in de 17e eeuw vond men een bevredigende oplossing in de wiskundige resultaten op het gebied van oneindige reeksen en calculus.

Naar moderne inzichten wordt de paradox opgelost door het fundamentele inzicht van de calculus dat een som van oneindig veel termen een eindig resultaat kan opleveren. Het oneindige aantal tijdsspannes dat Achilles nodig heeft om de vorige posities van de schildpad te bereiken, leveren bij elkaar opgeteld een eindige totaaltijd, en dat is inderdaad de tijd die Achilles nodig heeft om de schildpad in te halen.

De paradox van de vliegende pijl kan echter ook op een meer fysische wijze worden benaderd, en wel als een gevolg van een te beperkt begrip van de toestand van de pijl. Deze toestand werd geacht volledig te worden gekarakteriseerd door uitsluitend de plaats van de pijl. Daardoor kon er geen onderscheid gemaakt worden tussen toestanden waarin de pijl verschillende snelheden heeft. Dit laatste is pas mogelijk geworden in de newtoniaanse mechanica waarin de toestand wordt gekarakteriseerd door plaats en snelheid (c.q. impuls). Door deze generalisatie van het toestandsbegrip wordt de paradox geheel opgeheven. Ze is daarmee een illustratie van het feit dat paradoxen in het algemeen optreden als er begripsmatige problemen zijn in de theorievorming.

Het ontbreken van de snelheid in het antieke toestandsbegrip heeft mogelijk te maken met de afwezigheid van het begrip instantane snelheid dat pas kon worden geïntroduceerd na ontwikkeling van het wiskundige limietbegrip. De paradox van de vliegende pijl is daarvan echter onafhankelijk omdat ze ook optreedt wanneer we ons beperken tot constante snelheden.

Snapt u waarom dit een les is waaruit de leerlingen met koppijn naar buiten komen? Zalig, toch?

Namen

Wanneer ik onder de douche sta, durf ik al eens filosoferen over van die idiote dingen. Zoals namen.

Hoe vreemd is dat toch dat je aan een naam – de occasionele uitzondering niet te na gesproken – meteen ook de generatie kan aflezen? Ik bedoel maar: een Koen, een Bart of een Frank zal nu rond de 50 draaien, wellicht. Antoinette, Margriet, Erna of Georgette zit naar alle waarschijnlijkheid momenteel in een rusthuis. Thomas, Davy, Stijn zijn nu ergens in de dertig, zoiets. Caroline, Katrien of Barbara wellicht in de veertig.

En uiteraard zijn er namen die opnieuw in voege komen, maar dan vaak anders geschreven: Jef wordt Zjef, Louis is Lowie, Oscar wordt vaak met een k geschreven, enzovoort. Mijn grootmoeder heet Laura, maar dan wel Lora uitgesproken.

En dan zijn er van die vreemde namen zoals de mijne. En van die evergreens zoals Matthieu, Anna, Arthur…

Ik vermoed dat daar uitgebreid sociolinguïstiek onderzoek naar gedaan is, maar ik zit me dat dan te bedenken onder de douche.

Ne mens moet iets doen terwijl hij zijn haar aan het uitspoelen is, toch?

Cogitationes

  • Om een of andere reden kan ik mijn tanden niet poetsen met mijn bril op. Echt, geen idee waarom, maar als ik mijn bril ophou – wat uiteraard gewoon kan – voel ik me extreem oncomfortabel. Ugh.
  • Vraag eens aan je Google Home om iets af te spelen van #Like me. Wij lagen hier allemaal in een deuk, want: “Ik speel Porselein van de likkemekastaf”. 
  • De meest originele reden om plots uit mijn online les te verdwijnen was vorige week toch wel deze: “Mevrouw, Ruben is offline gegaan omdat het brandt bij zijn buren.”
    Euh, say what? Gelukkig bleek alles snel onder controle te zijn. Oef.
  • Zegt een leerlinge: “Nee, ik spreek niet met een tongpunt r (we zitten in Gent he) want daar ben ik veel te lui voor, dat is veel te veel werk.”
    Juist ja.

Liefste school

Begin februari stuurde Lieve Oosterlinck, mama van twee leerlingen bij ons op school, de school een brief. Vier weken later heeft die brief nog niks aan actualiteit ingeboet, integendeel.
We mochten die delen, en de brief heeft me zo hard geraakt dat ik hem ook hier wilde delen.

Liefste school

Van een puber in coronatijden
Wordt moeiteloos verwacht
De woelige en unieke zoektocht
Naar zijn eigen ik
Naar zijn eigen zijn
Naar zijn eigen kunnen
Naar zijn eigen willen
Te ‘kunnen’beleven
Binnen de gekende en vertrouwde muren
Van de eigen gezinsbubbel

En net tijdens de puberteit‘
roetsjt’ de puber door zijn leven
Op een onverkende roetsjbaan
Het ene moment angstaanjagende snel
Het andere moment tergend traag
Het ene moment met een mooi uitzicht
Het andere moment door een dor landschap
Het ene moment onder een stralend zuivere hemel
Het andere moment onder dreigende onweerswolken
Het ene moment in volle openheid
Het andere moment door een donkere tunnelbuis
Het ene moment comfortabel glijdend
Het andere moment met verbrande billen
Het ene moment vol geluk
Het andere moment vol verdriet

En laat het nu net bij dit ‘roetsjen’ zijn
In de zoektocht naar het ‘eigen zelf’
Dat ‘dé ander’ zijn betekenis heeft
Dé ander, de collega-puber
die onvoorwaardelijk ‘mee-roetsjt’
die zorgt voor ontmoetingen op veilig ‘niemandsland’
die eindeloos meepraat over waar het tijdens het roetsjen écht over gaat
die zorgt voor uitdagingen
die mee zoekt naar wat een ‘ja’ en een ‘neen’ waard is in het leven

En ook tijdens deze coronatijden
Gaat voor een puber het roetsjen door
De gezonde en normale zoektocht naar het ‘eigen zelf’
Kan door geen enkele maatregel stil gelegd worden.
Het proces van zoeken, knopen ervaren, evenwicht verliezen
Gaat onverminderd door.

Maar in deze tijden
Wordt het samen kunnen en mogen roetsjen
Even ‘on hold’ gezet
Echte emoties worden verborgen achter het mondmasker
Echte relaties worden omgezet in online connecties

Maar ook in deze tijden
Hebben pubers de kans nodig
Om hun roetsjen te beleven
Om hun eigen muren te doorbreken
En te gluren naar het onbekende
Samen met die betekenisvolle ‘ander’

Beste school

Al maandenlang zijn jullie noodgedwongen
Dé enige plaats
Waar de puber nog ‘oogcontact’ ervaart ‘in het echt’
Alle andere ‘opgroeiplaatsen’
Werden plots verboden terrein

Veel pubers glijden langzaam weg
Eenzaam op hun roetsjbaan
Maar ze slaken geen kreet
Enkel de doffe ogen
Verraden hun diep geworstel
De mondhoeken zitten immers als maandenlang
Veilig verborgen onder het mondmasker

Liefste school

Natuurlijk zijn de huidige maatregelen noodzakelijk
Dat kan een puberbrein zeker aanvaarden
Maar misschien lukt het voor jou, school
Om te beseffen dat je plaats en positie
Ook plots sterk is veranderd
Misschien lukt het om de koers van je boot even aan te passen
Om de leerlingen die ongemerkt en stil uit de boot zijn gevallen
Terug op te vissen
Misschien lukt het om je leerlingen ruimte aan te bieden
Om hen gerust te stellen
Dat roetsjen als puber normaal en gezond is
Misschien lukt het om je leerlingen
Knopen te helpen ontwarren
In hun zoektocht naar hun eigen ik.
Misschien lukt het om hen ruimte te geven
zodat ze ervaren dat ze over zichzelf en samen met de ander
zoveel kunnen leren
Misschien lukt het om vanuit je sterktes in het schoolteam
Schouders aan te bieden om op te huilen
Handen te geven die kunnen helpen
Harten te delen vol energie en positieve moed

Misschien lukt het zelfs
Om de talloze smartschool-berichten met ‘objectieve’ cijfers
Even langzaam te laten uitdeinen
En plaats te maken voor smartschool-berichten
Waar het echt over gaat
Over de leerling achter de cijfers
Zoekend –vindend, wanhopig –hoopvol, moedeloos –vol energie, verdrietig –blij
Over de leerling
Op zijn roetsjbaan
Op zijn weg naar zijn echte wereld

Liefste school

Het ga je goed!

Lieve Oosterlinck (1 februari 2021)

Zeventien

Lieve Wolf

helemaal licht was het  nog niet, toen je deze morgen opstond en aan de ontbijttafel kwam. Die was intussen helemaal versierd door je zusje, er hingen slingers op en je broer was pancakes aan het bakken. Je moest zelf niet naar school, maar je had wel online les om half negen, en vooral: Merel moest om acht uur de deur uit.

Erg vond je het dus niet. Met slaapdronken kop opende je eerst het cadeautje van je zusje, en ze glunderde toen je meteen zei: “Oh, zo cool!” Ze had woensdag speciaal lopen zoeken naar iets en had zo’n klein plastieken kauwgomautomaatje gevonden. Van Marleen had ik ook iets mogen kopen voor jou, en ik had toen maar meteen Maltezers, M&Ms en van die Lion bolletjes gekocht voor in dat machien. Je vond het leuk.

En van papa en mij had je eerder al je gewichten gekregen, maar kreeg je nu ook nog een kick ass toetsenbord, eentje dat je zelf had uitgekozen.

Je wordt nu eenmaal niet elke dag zeventien, liefje. Ik keek met een glimlach naar jou, en zag in niks meer dat kleine jongetje van vroeger, maar zag een heuse man. Je bent volwassen aan het worden, Wolf, en ik zie het met gemengde gevoelens aan.

Zeventien jaar geleden mocht ik je voor het eerst in mijn handen houden, en man, wat een rollercoaster was me dat zeg! Ik geef toe: ik besefte niet helemaal waar ik aan begon, maar ik heb ervan genoten, en ik geniet er nog steeds van. Zeventien jaar, van onthaalmoeder naar kleuterklas, naar lagere school naar middelbaar. Van turnlessen tot rugby, met de nodige blessures. Van muziekles op zaterdag om half negen, tot gitaarles, tot een experiment met elektrische gitaar. Van scouts en surfkampen, van vrienden en een heus lief, al meer dan drie jaar. Van een klein afhankelijk jongetje tot een flinke scholier tot een matige puber tot een heuse kerel.

Ik kijk naar jou, en ik ben trots, liefje. Je doet het goed. Je bent een stevige kerel in 5 wetenschappen-wiskunde met een hele fijne vriendengroep, een heel leuk lief, een zeker zelfbewustzijn, een volwassen ingesteldheid, een ongelofelijke zorg voor je omgeving en – laten we wel wezen – best wel een knap snoetje. Ik krijg vaak complimentjes over jou van mijn collega’s: dat je echt een fijne, attente leerling bent.

Wat ik ook vooral zo fijn vind aan jou, is dat je hulp durft vragen. Aan mij, aan je papa, aan je omgeving… Dat is iets wat ikzelf nog steeds te weinig doe en waarmee ik uiteindelijk vooral mezelf in de problemen steek. Een misplaatste trots, vermoed ik. Jij bent trots, maar op de juiste manier. Je bent volhardend, maar je kent ook vooral je eigen limieten. Je probeert die wel te verleggen, gelukkig maar, maar je weet als geen ander waar je sterktes en zwaktes liggen.

En af en toe ben je gelukkig ook nog steeds mijn kleine ondeugende jongen, zeker als ik zie hoe je iets aan het plannen bent om je broer mee in de val te lokken, en hoe je ogen dan glinsteren. Dan lijk je immens op je papa.

Ik weet het, Wolf, ik ga je binnen afzienbare tijd moeten loslaten. Daar ben ik nu al mee bezig: je blijft regelmatig slapen bij Arwen, je spreekt af met je vrienden, je bent de hort op. Ik probeer keihard om geen helicoptermoeder te zijn, om je je onafhankelijkheid en je zelfstandigheid te gunnen. Maar soms maak ik me zorgen: ik heb je niet voor niets bijna een jaar moeten afstaan aan het Zeepreventorium, en ik weet maar al te goed hoe fragiel je soms kan zijn, zowel fysiek als mentaal. Maar ik probeer er vooral te zijn voor jou, dat je weet dat je altijd op ons kan terugvallen.

En gelukkig kom je me nog altijd op dezelfde manier slaapwel zeggen: door gewoon lekker languit bovenop me te komen liggen, en dan knuffelen we even en praten we even. Ik hou je dan vast alsof je weer zes jaar was, en daar geniet ik intens van. Ik hoop dat je dat toch nog wel even zal doen met je kleine mamaatje. Want ja, je bent uiteraard groter dan ik intussen.

Lieve Wolf, verander maar niet te hard. Je bent een zalige kerel geworden in die zeventien jaar dat ik je mocht begeleiden. Ik weet niet in hoeverre ik daar verdienste aan heb, ik denk dat dat gewoon al altijd in jou heeft gezeten.

Voorlopig ben je nog even mijn zalige kerel. En je zal altijd mijn Wolfje blijven.

Gelukkige verjaardag, liefje!

Ochtendritueel

Maandagochtend. Iets voor zeven hoort mijn slaperige brein een deur opengaan, en dan sluipen kleine voeten zachtjes de trap op. Trippelen doet een maatje 36 niet meer, stil zijn kan het gelukkig wel.

Luttele seconden later sla ik, zonder mijn ogen te openen, mijn dekbed weg en schuif ik wat op. Geruisloos nestelt zich een jong lijf tegen mij aan. Ik sla het dekbed dicht en hoor een zachte tevreden knor. Samen in de ochtendlijke warmte van het bed genieten we van de stilte en dommelen we nog eventjes in.

Maar we kunnen zo niet blijven liggen, en dus trek ik na een tiental minuten één oog open, duw mijn neus in de bos haar die voor mij ligt, en geef haar een kusje in haar nek.

Er volgt een zacht giecheltje, gevolgd door een gemurmeld “goeiemorgen mama…” Ze draait zich, mijn zomerse fee, nestelt zich in mijn armen met mijn hand in de hare, en geeft me de liefste glimlach van de wereld. Zo blijven we opnieuw eventjes genieten, tot ik het niet kan laten haar zachtjes te kriebelen. Verontwaardigd protesteert ze, maar ik hoor de lach in haar stem.

En dan, met een diepe zucht, slaat ze het dekbed weg, stapt uit het bed, en zegt: “Kom, mama, of we gaan ons weer moeten haasten.” En verdwijnt ze richting badkamer.

Soms klaagt ze er wel eens over dat ze twee keer moet opstaan: één keertje uit haar eigen bed richting het mijne, en een tweede keer “voor echt”. Maar dat heeft haar nog geen enkele schoolse ochtend tegengehouden.

Ik kijk haar achterna, zucht op mijn beurt eens diep, en duw mezelf recht. De dag moet nu eenmaal begonnen worden.

Cogitationes…

  • Zegt een collega tegen me: “Wat gij zelf ook gedaan of bereikt hebt in uw leven, of net niet: uw kinderen zijn in elk geval de max!”
    Ik denk dat ik een halve meter groeide ^^
  • Ik verklaar leerlingen bij deze helemaal weird. Krijg ik ’s nachts om half één een mailtje van een leerling uit een andere klas – dus geen Latijn: “Mevrouw, door een van uw leerlingen heb ik zeer veel interesse gekregen in uw cursus retoriek, vooral het theoretische gedeelte dan. Is het mogelijk dat online te krijgen?”

Doorgestuurd, uiteraard. Maar hoe maf is dat zeg?

  • Uzelf wakker niezen midden in de nacht, en daar zodanig van verschieten dat ge u mega verslikt waardoor ge zelfs moet opstaan om het onder controle krijgen, ik kan dat. Yup. 
  • 52 corona-overlijdens per dag. Zegt Bart: “Zot he. Twee van uw klassen per dag die sterven aan dat virus.”
Slik.
Perspectief.

  • Avondklok in Frankrijk. Maar, beste ouders van tieners en pubers, wat als we hier nu eens voor onze pubers een ochtendklok zouden invoeren? Zou dat voor hen eigenlijk verschil uitmaken? Of zouden ze dat überhaupt erg vinden?

Terugblik

Ik eindigde mijn terugblik op 2019 met de vraag aan het voorbije jaar: “Oh, enne… beloof je je goede vibes door te geven aan 2020?”

Wel euhm…. ik heb het gevoel dat 2020 dat niet helemaal heeft ingelost, om het nog zacht uit te drukken. Een echt slecht jaar was het voor mij persoonlijk niet, maar ik heb uiteraard niet kunnen doen wat ik wilde, mijn sociale contacten verder uitbouwen, uitstapjes doen, dat soort dingen. In mijn persoonlijke kring is er niemand die echt getroffen is door corona, al heb ik wel een paar vriendinnen die nog kampen met de gevolgen ervan. Maar mijn overzicht zal een stuk korter zijn dan anders, tsja.

Zijn er mooie dingen gebeurd? Welzeker! Vooral dan in tempore non suspecto.
We zetten het jaar goed in met een dagje Brussel en Keith Haring, we gingen uitgebreid nieuwjaren in Ronse, ik ging nog eens bij Sophie, we deden een winterdagje in Gent met het reuzenrad, ik ging naar een loodzwaar toneelstuk, deed nog een dagje Brussel voor de certamina met Bozar, en ik genoot nog eens met Bart in de Chambre Séparée. Met de Cultuurcel mocht ik mee naar Peer Gynt, met Bart en de KBC naar Scala, en vooral: we gingen naar Djerba! Ik bleef regelmatig mijn kleine momentje hebben in Villa Ooievaar, en Bart nam me mee naar Daens en naar Karel De Stoute. We gingen nogal laat nieuwjaren in Zomergem,  en er was de uitvaart op school. Met het hele gezin gingen we Van Eyck bekijken en Bart en ik hadden een rare datenight.
En toen werd het coronatijd. Ik ging nog fietsen, ging dan zelfs met de fiets met Wolf even zwaaien bij Arwen, en we gingen dan maar online quizzen. Bart verraste me met een thuisdate, en Merel toonde dat ze echt wel kan fietsen, meermaals zelfs. We steunden de locale horeca, ik dweilde met Merel nog door ’t stad en we kregen bubbelbezoek aan het zwembad. Bart en ik konden eind juni eindelijk nog eens op restaurant en we vierden zelfs een heus verjaardagsfeestje! Begin juli konden Bart en ik vijf dagen naar Bordeaux  waarna we meteen gingen eten in De Jonkman. Ik ging zelfs op mijn eentje een week naar Saleich voor een fotografievakantie en daarna brachten we met het gezin twee zalige dagen in Pairi Daiza door. En toen begaf mijn rug het weer, en zat augustus erop voor mij, of toch min of meer. We deden wel een fijn tochtje op de Leie en ik ging eten zowel met Véronique en Sophie. En toen begon het schooljaar weer en had ik weer tijd voor mezelf. We vierden de verjaardag van ons pa en de dokter bevestigde dat mijn rug zwaar ontstoken zat.  Ik ging lunchen met Véro, lunchen met Véro, lunchen met Véro  Ik genoot intens, maar echt intens van een ballonvaart  en Bart en ik gingen eten in The Church. We gingen met het hele gezin vrolijk in quarantaine  en ik verjaarde. Ik opende het winterterras met Annick, Mathias en Jarne en ons pa joeg me de stuipen op het lijf.   We vierden kerstavond met onze bubbel en gingen de dag nadien naar Omaly. Op de voorlaatste dag deden we met het hele gezin de wandeling van de Bourgoyen en sloten het jaar onder ons af.

Ook de kinderen deden nog vanalles: Merel zong in het kinderkoor, Wolf stond eindelijk nog eens op een rugbyveld en speelde zelfs goeie matchen bij de U18, Merel had een klein concertje, Kobe ging karten voor zijn verjaardag, Merel zat een hele dag bij Feija, en samen richtten ze een heuse game room in. Merel kreeg kleur in haar haar, figureerde in de TikTokjes van haar papa, en kreeg een heuse make-over en fotoshoot. Wolf kreeg eindelijk zijn beugel, Merel gaf een buitenfeestje voor Lieze en kreeg een bril voordat ze op kamp vertrok. Een paar dagen later vertrok ook Kobe op kamp en begin augustus kregen de twee jongens een zware computer. Wolf deed voor het eerst een paar weken een vakantiejob, ging op surfkamp en Merel begon met dansles. Helaas testte Wolf ook positief op corona, waarna hij zijn kamer schilderde. Merel kreeg ondanks alles een fijne verjaardag, gelukkig maar.

In het begin van het jaar waren er zelfs nog LARPs: ik deed een mini Haven, we hadden een Vossenweekendje, maar dat was dat, helaas. Er kwam gelukkig wel een Aether online.

Ook het geocachen stond op een lager pitje dan anders: ik zocht er eentje in de buurt van Zomergem met ons pa, in Latem op mijn eentje, ging fietsen in Oostakker, deed dat nog eens in Oostakker Lourdes, en ik zette vooral meermaals mijn eigen caches in orde. Ik stak de fiets in de koffer en toerde door Lochristi, liep met Véronique en Merel in de regen in Munte, met de fiets in Ertvelde, met de vier dames in Vurste, met ons pa in Sint-Kruis-Winkel, twee keer zelfs. Met Véro ging het nog naar Lemberge en met Merel in de Bourgoyen. Ik liep een rondje in Sleidinge en eentje met Véro in Munte. Om het jaar af te sluiten ging ik nog cachen in Laarne en tussen Drongen en De Pinte.  Dat gaf me een totaal van 185 caches dit jaar, waar het er vorig jaar nog 415 waren en het jaar voordien 500.

Ik las ook gigantisch veel: 62 boeken dit jaar. Een ganse reeks rond een Peter Grant, tovenaar in hedendaags Londen (al las ik de meeste daarvan in 2019), The Grapes of Wrath, Birdsong, twee Baru Cormorant, IJzerkop, vijf boeken Red Rising, Northanger Abbey, Stone Cold, The Grail Trilogy, Middlemarch, False Value, de Broken Empiretrilogie, 8 boeken van The Witcher, Peace Talks, Heart of Darkness, Shattered Sea Trilogy, Persuasionde Mistborntrilogyde zeven boeken van The Chronicles of Narniade tweede trilogie van MistbornEen Schitterend Gebrek, Battle Ground, A Prayer for Owen Meany, Secret History, The Woman in White, en dan om af te sluiten een aantal uit de Codex Alera.

Professioneel kreeg ik de titel ‘mediacoach’, maar ontwierp ik ook vanalles, iets wat eigenlijk absoluut niet mijn area of expertise is, maar bon. Er was het programmaboekje voor tToneel en  de volledig vernieuwde schoolbrochure.
Ik probeerde ook nog wat bij te scholen: een lezing over tellen en rekenen bij de Romeinen, eentje over economie, een bijscholing door Gwen in Brussel, en toen was het gedaan.
Ik leerde filmpjes opnemen in de lockdown, ging daarna gewoon steeds live, en nam een coronafilmpje op voor de terugkomdagen. Ik schreef een artikel voor het vaktijdschrift Prora, en zorgde dat de school in de krant en op tv kwam. Ik begon uiteindelijk online de lezingen te volgen.

Maar ikzelf had het soms wat moeilijk. Het werd me in januari al even te veel, en ik stapte zelfs uit het koor. Maar toen kwam corona en kon dat sowieso niet meer. Ik amuseerde me met gamen in het Oude Griekenland, daarna het oude Egypte en uiteindelijk met de vikings.

Uiteraard moest ik nu ook meer zorgen voor ons pa: hij kwam een aantal maanden niet, maar werd uiteindelijk toch overtuigd opnieuw op zondag tot bij ons te komen. Zoveel isolement is nergens goed voor. Hetzelfde geldt voor Marleen: ook daar hebben we gewoon de boodschappen en dergelijke overgenomen. Daarnaast hielp ik mee aan het coronablog van de CEO van een groot ziekenhuis.

Mijn jaar was dus eigenlijk wel goed gevuld met zelfs drie buitenlandse vakanties, meer dan ooit dus. Maar het bleef een raar jaar, met weinig sociale contacten, mondmaskers overal, kleine drama’s op school, maar gelukkig geen zware slachtoffers in mijn omgeving.
Professioneel was het een zwaar jaar, dat zeker, en 2021 zal nog even op hetzelfde elan verdergaan, vrees ik.

Ik heb er geen idee van wat 2021 zal brengen, maar ik hoop vooral op meer vrijheid voor iedereen.

Wereldlichtjesdag

Ik neem hier niet vaak dingen over van andere mensen, maar een vriendin van me, Freya Perdaens, schreef vandaag een tekst die me diep raakte. Ik neem haar woorden hier over:

Op 13 december herdenken we wereldwijd overleden kinderen. Een moment van rouw dat we nodig hebben om de emoties een plaats te kunnen geven. Onderstaand stuk schreef ik over de 4 kinderen die ik niet op de wereld mocht verwelkomen, die ik verloor zelfs voor ze officieel erkend mogen worden. Het is het verhaal van mijn man en mij, maar het is tegelijk het verhaal van zoveel mensen. Mensen die niet durven spreken over wat gebeurt, die in stilte rouwen en verwerken. Het is het verhaal van een taboe dat we moeten doorbreken.

Het is een vreemd gegeven, om te rouwen op het moment dat je jouw geluk niet op kan. Maar het overviel me deze zomer. Na jaren proberen, heel wat tegenslag en een resem medische onderzoeken en pogingen bleek ik zwanger. Echt zwanger, lang genoeg om alle testen positief te doorstaan, lang genoeg om de arts aan de telefoon wel in drie verschillende omschrijvingen om verduidelijking bij het resultaat te vragen.

We hadden de eerste jaren het meeste voor ons gehouden, maar het werd op den duur moeilijk te dragen. De vele pogingen, de teleurstelling bij doktersbezoeken en de verschillende erg vroege miskramen. Op een gegeven moment besefte ik ook gewoon dat er zo ongelooflijk veel mensen in dezelfde schoenen staan. Mensen die er niet over zullen praten. Die niet eerlijk antwoorden wanneer ze voor de duizendste keer de vraag krijgen wanneer zij aan kindjes beginnen. En ik voelde me sterk genoeg om het vanaf dan wel te doen. Dus ons traject bij de fertiliteit verliep in alle openheid. Mijn man en ik maakten openlijk mopjes over de ingrepen en het feit dat geen van ons beide erbij was toen het kind gemaakt werd. Dat maakte ook dat onze nauwe omgeving wist waar het stond, toen alles stil werd een week of twee na de terugplaatsing van ‘Polleke’.

En zo kwam het dat ik na een berichtje van een vriendin, “Geniet van jouw roze wolk”, hevig huilend in de zetel zat. Want genietend van het uitzicht vanop die grote roze wolk, zag ik pas de leegte die achter me lag. En ik maakte de rekening. 5 jaar, trajecten in 2 verschillende ziekenhuizen, een lading spuiten, ontelbaar veel zwangerschapstesten en 4 miskramen. 4… Ik herinnerde mij nog hoe ik de eerste pas een half jaar later kon benoemen. Hoe de arts wel gezegd had dat alle symptomen overeen kwamen met een erg vroege miskraam, maar ik het niet wilde weten, ik was vast gewoon niet echt zwanger geweest. Ik herinnerde mij de volgende 2. En als een golf kwam de herinnering van de laatste over me heen. Hoe ik die laatste eigenlijk nooit verwerkt had. Het was de zomer van 2018, een onwaarschijnlijk drukke periode voor mij op het werk. En ik kon het mij niet veroorloven om me op dat moment te laten afleiden door een verlies dat er voor velen die het nooit meemaken allicht zelfs geen is.

Nu pas besef ik hoe ongezond en onverstandig dat was. Maar je doet wat je denkt dat je moet doen en je zet door. Maanden gaan voorbij, de halve wereld lijkt te veranderen. Om dan plots, op het hoogtepunt van jouw geluk het allemaal als een boemerang terug in je gezicht te krijgen. Iedereen bleef me maar vertellen hoe geweldig het is om zo gelukkig te zijn en om dat nieuwe leven in je lichaam te voelen groeien. En ik was bang. Ik was bang dat het allemaal weer maar voor heel even zou zijn. Ik was bang dat ik ook jou zou moeten opgeven, jij aan wie ik gehecht raakte, wiens naam ik al fluisterde terwijl ik over mijn buik wreef voor iemand daar iets kon zien veranderen. Maar meer dan dat alles was ik bedroefd. Omdat ik wie jouw broertje of zusje had kunnen zijn niet de tijd gegeven had die het verdiende om er voor te rouwen.

Maar het rouwen kreeg een plaatsje, naarmate jij groeide. Zonder jou zou ik er misschien zelfs nooit aan begonnen zijn om er dat plaatsje voor uit te beitelen in mijn hart. Je doet iets met me kleintje. En ik ben vastbesloten om daar en van alles wat nog komt ten volle te genieten. Ik beloof je dat ik de tijd zal nemen om ook de moeilijke dingen met je mee te maken. Om jou de kans te geven te voelen wat je voelt en een plekje in je hart te beitelen waar je alles een plaats kan geven. Het zijn lessen die je me nu al leert. Hoe bijzonder mooi het is om je kwetsbaar op te mogen stellen.

Yup. Helemaal. Ik durfde niet eens hopen zolang Wolf in mijn buik zat, en zelfs na de geboorte durfde ik me nog bijna niet hechten.
Het doet wat met een mens. Ik duim keihard mee met Freya en Fré, al de hele tijd. En vooral respect. Echt.