Droom…

Soms droom ik ervan een gedeeltelijk gehandicaptenstatuut te krijgen.

Niet dat ik ook maar één euro uitkering wil of een parkeerkaart, nee, ik zou gewoon willen dat mensen mijn rugprobleem au sérieux nemen. Dat mijn bezwaar om te gaan tellen op de verkiezingen – ik kàn niet al die uren zitten – aanvaard wordt. Dat ik niet aan het zeveren ben als ik op de parking van het grootwarenhuis vraag aan iemand om alsjeblief mijn tas in de auto te zetten. Dat ik helaas niet meer mee kan naar een concert of zelfs maar een receptie als ik niet af en toe kan zitten.
Omdat het knauwt aan mijn ego van energieke vrouw dat ik dat niet meer kan, al die dingen. Omdat elke medisch geschoolde die mijn röntgenfoto’s ziet, grote ogen trekt en niet begrijpt dat ik een full time job heb en een huishouden en hobby’s.

Gewoon, dat ik aan mensen kan bewijzen dat het geen plantrekkerij is, dat achter die façade, goed humeur en grote bek wel degelijk bij momenten een hoop pijn schuilt.

En dan dank ik mijn gezin dat zij zelfs geen woord nodig hebben, dat ze aan mijn gezicht voldoende zien dat het niet gaat, dat de kinderen spontaan de volle wasmand naar beneden brengen, en komen aanlopen om de auto uit te legen als ik boodschappen heb gedaan. En dat ze mijn hoekje in de zetel waar ik languit lig, niet als een verworven recht beschouwen maar als een noodzaak.
En dank ik mijn directie omdat die me goed genoeg kennen en er rekening mee houden. En omdat ze weten als ik zeg dat ik iets niet kan, dat dat ook gewoon zo is.

En dus droom ik van zo’n gehandicaptenstatuut, gewoon omdat ik aan mensen zou kunnen bewijzen dat het echt is.

Vooroordelen

Eigenlijk zijn vooroordelen toch een gemeen beest…

Daarstraks reed ik weg van de Delhaize toen ik plots dacht dat ik nog bloemen wilde van de bloemenwinkel die op hetzelfde terrein ligt. Ik sla, nog op het parkeerterrein, rechtsaf, kijk dus opnieuw uit naar een parkeerplaats en rijd vrij traag. Op het moment dat ik links een plekje zie, pink ik naar links en wil inslaan. Op dat moment vlamt een witte sportieve auto me links voorbij, waarbij ik me zowat een ongeluk verschiet én bijna een ongeluk veroorzaak. Geschrokken hamer ik op mijn toeter.

De witte auto stopt een paar meter verder en een jonge gast mét petje stapt uit. “Lap” dacht ik, “dit wordt een geval van verkeersagressie” en ik zet me mentaal al schrap.
Maar nee, de jongeman komt op me toe en verontschuldigt zich uitgebreid. Hij had me naar rechts zien pinken – die pinker moet nog even aangestaan hebben – en dacht dat hij probleemloos links voorbij kon. Het pinken naar links had hij effectief niet gezien. Ik heb me verontschuldigd voor het getoeter en zeg dat ik gewoon gigantisch geschrokken was.

Hij geeft me nog net geen knuffel, lacht breeduit, verontschuldigt zich nogmaals en stapt opnieuw in.

En ik ben een illusie over mezelf armer: blijkbaar ging ik ervan uit dat een jonge gast met sportauto en petje net iets agressiever ging zijn. Tsja…

Met een beschaamd gevoel reed ik naar huis.

Drie jaar…

Zeg ma,

het is vandaag precies drie jaar dat ik de laatste keer salu heb kunnen zeggen tegen u. Drie jaar… En ik mis u bij momenten nog altijd even hard.

Ik heb het gevoel dat dat in de lente het ergst is: gij hadt daar zo’n deugd van, van die beginnende zon en die beginnende natuur. En ik, ik kan geen bloeiend muguetje zien, of de magnolia’s of de rododendrons zonder aan u te denken en u te willen bellen. Het doet nog altijd pijn, ma.

Meestal maakt het me nostalgisch, en denk ik met zo veel deugd terug aan ons beidjes. Aan alle domme stoten die we samen gedaan hebben, aan al onze gesprekken, al dan niet diepzinnig…

En de kinderen missen u ook, ma. Ze zeggen dat dikwijls: dat oma daar zo of zo zou op reageren, of dat of dat zou zeggen. En dan staan we met zijn allen met onze voeten in de Warche en staan we allemaal te grijnzen omdat gij daar zo godsoneindig veel leute hebt gehad dat ge tewege in uw broek hebt gedaan van ’t lachen. En dan doen we de wandeling die we samen met u deden, en dan genieten we daarvan.

Och ma, er is zo veel veranderd in die drie jaar, en tegelijk zo weinig. De kinderen worden groot, ik sta erbij en ik kijk ernaar, en ik kan ze alleen maar graag zien, net als gij. En ik ben nog steeds gelukkig met mijn leven, mijn Bart, mijn job, mijn kinderen, mijn vrienden… Alleen mis ik het om tegen u te kunnen zagen over dat lijf van mij, en ambeteer ik daar nu andere mensen mee. En ik mis het zelfs dat gij zaagt tegen mij over dat lijf van mij, en dat ik beter ne keer wat zou vermageren, dat dat algelijk een pak zou schelen voor mijn rug. En dan zou ik met mijn ogen rollen en zuchten en zeggen dat ge u niet te moeien hebt.
Terwijl, ma, ik eigenlijk niets liever zou hebben dan dat ge u nog zoudt kunnen moeien.

Zaterdag trouwt Roeland, ma, en ik ga daar staan in uw plaats. Dat is zo niet eerlijk: gij hadt daar moeten staan blinken en genieten en uitleggen en peten tekenen. Ge kondt dat zo goed. En nu ga ik dat moeten doen, en iedereen gaat zeggen dat ik zo ongelofelijk op u trek, dat ik just mijn moeder ben.

Ik mis u, ma. Al drie jaar. En wellicht gewoon de rest van mijn leven.

Kus.

Een dag van Parmenides, Zeno, heet water en geen stem

Yup, de naweeën van een weekendje larpen, die moet je erbij nemen natuurlijk.

Het is duidelijk een ‘need more coffee’ dag als je pas merkt dat je een kop heet water vast hebt in plaats van koffie wanneer je drinkt. Ugh.

En ook: waar is mijn stem naar toe? Gisteren deed die nog niet moeilijk na de esbattementen van zaterdagnacht? Maar vandaag is die de grote verdwijntruc aan het toepassen…

Nochtans is het een van mijn favoriete lessen van het ganse schooljaar vandaag:  Parmenides, en dan Zeno. Meteen ook de meest gehate les door mijn zesdes, vermoed ik zo. De gemoederen waren alweer verhit, de discussies liepen hoog op, en ik, ik genoot. En dronk koffie, dat ook.

Filosofie: ik geef dat dus echt graag…

Slaap zacht, Christophe…

Vreemd toch hoe emotioneel een mens soms kan reageren op de dood van iemand die je niet eens persoonlijk kende…

Maar jij, Christophe, jij kwam quasi elke dag stilletjes mijn huiskamer binnen zonder op te vallen. Met je warme stem praatte je moeiteloos de platen aan elkaar, en ik betrapte me er regelmatig op dat ik bewondering had voor je manier van presenteren.
Weet je, ergens in de voorbije weken heb ik zelfs op een bepaald moment nog gedacht dat het toch fijn was dat jij al al die jaren de ochtend deed op Studio Brussel: heerlijke vastigheid en vooral kwaliteit.

En dan komt het nieuws dat jij er plots niet meer bent. Tsja… Ik was er even niet goed van, gisterenavond. Maar deze morgen, iets over negen, kwam het zelfs keihard binnen: je was er gewoon niet! In de plaats klonk een boodschap van je geëmotioneerde collega’s en was er enkel muziek. Oh, en de boodschappen van trouwe luisteraars aan jou gericht.

Ja, ik heb ook even ingebeld en iets ingesproken.

Studio Brussel zal nooit meer hetzelfde zijn zonder jou, Christophe. Waar je ook bent: het ga je goed. Je wordt gemist.

Ze wordt zo groot…

Merel, dat is echt al zo’n halve puber bij momenten. Ze wordt natuurlijk wel tien dit jaar, maar toch, in mijn ogen is ze nog altijd mijn kleine meisje.

Alhoewel… ze weet bijvoorbeeld precies wat ze wil aandoen en wat niet, en wat bij elkaar past en wat niet, en wat hip is en wat niet. De verhalen over haar vriendinnen zijn ook al echt zo puberaal: die heeft ruzie met die, daarom en daarom, en dan hebben die het weer bijgelegd maar is er nu ruzie met die, want die heeft dat en dat gezegd… Soms komt ze thuis dat ze gewoonweg niet meer naar school wil, en dat is dan niet omdat ze de school op zich niet leuk vindt, maar omdat er voortdurend ruzie is in de klas en tussen de meisjes… Tsja.

Gelukkig is ze voor de rest wel zeer plichtsbewust en maakt ze meteen haar huiswerk en zo. Al moet ook dat natuurlijk wel in stijl gebeuren.

Elanor revisited

Ik heb jarenlang in Elanor gezeten, de Vlaamse Tolkienvereniging. Ik heb er zelfs een aantal vrienden leren kennen die ik echt nog altijd als vrienden beschouw.

Alleen…

Ik moet echt kiezen welke hobbies ik behoud en welke ik, jammer genoeg, laat vallen. En Elanor, dat is vaak een eind rijden, of zoals op FACTS iets dat mijn lijf niet langer aankan. En dus zit ik niet meer in Elanor, ook al krijg ik nog steeds de mails, en weten ze dat ze een beroep op me mogen doen wanneer nodig.

Zoals nu: Hedwig houdt een lezing of zoiets ergens in het Antwerpse, en wilde daarvoor de muziek gebruiken die Johan en ik een jaar of vijftien geleden ooit zongen daarvoor. Maar de datum is dezelfde als die van onze openschooldag, en daarom onmogelijk. Gisteren zijn Johan en ik daarom voor het eerst in een jaar of vijf opnieuw samengekomen om het in te zingen. Het deed deugd en eigenlijk heel erg vertrouwd aan om hem terug te zien. Alsof we elkaar een week of drie geleden nog hadden gesproken. Vreemd, maar als je ooit zo goed bevriend bent geweest…

We hebben dus de elfenliederen samen ingezongen, en ja, dat was eigenlijk best leutig. Zoals vaak denk ik dan: dat zou ik meer moeten doen, maar dan stoot ik weer op fysieke en temporele grenzen. En dan besef ik ook dat ik eigenlijk al ongelofelijk veel doe, en dat mensen zich soms afvragen waar ik de tijd en de energie vandaan haal. En dat ik me misschien toch wel beter een beetje aan mijn beperkingen hou.

Mja.

Sucks.

Krokusgeocaching: het vervolg

Mja, ik denk dat Véro en ik gewoon allebei straatlopers zijn, toch als het gezelschap ons aanstaat en er geen ander volk is :-p

In ieder geval was het vandaag ook best te doen qua weer, en dus gingen we verder waar we maandag gestopt waren: die twee ontbrekende caches en dus ook de bonus oplossen, en dan een reeks HilJor doen, ook allemaal rond Lochristi. Deze keer was ook Kobe – verplicht – mee, want die was de hele vakantie letterlijk nog niet uit ons huis geweest.
We hebben het rondje met de auto gedaan, en dat was bij wijlen nogal riskant wegens boerenslag, maar bon, het is gelukt, en we hadden een bijzonder fijne middag, vond ik. Oh, en massa’s foto’s, dat ook. U krijgt er hier een paar. Courtesy Véronique.

Great Characters: Helena van Troje

In januari had ik de lezingenreeks “Great Characters” hier nog aangekondigd, maar naar de eerste aflevering over Orpheus kon ik al niet gaan: het was tegelijk ook de infoavond voor de nieuwe leerlingen bij ons op school. De vakgroep had van de directie al gedaan gekregen dat een van ons daar naartoe mocht gaan, en dat was dan Ellen, omdat zij degene is die het verhaal van Orpheus en Eurydice leest in de klas.

Bon, dinsdag kon ik er gelukkig wel bij zijn, al moest ik me behoorlijk reppen en was het eigenlijk net begonnen. Spreker van dienst was onze oud-leerlinge Berenice Verhelst, reden te meer om aanwezig te zijn. Zij had het over de fameuze Helena van Troje (of Sparta, zo u wil) en vooral hoe zij doorheen de eeuwen werd gepercipieerd. Wat heb ik ervan onthouden? Wel…

  • Eigenlijk is zij het slachtoffer buiten haar wil om: ze wordt door Aphrodite versjacherd als beloning voor Paris. Is ze verliefd op hem? Jazeker, maar ook dat is wellicht door toedoen van Aphrodite.
  • Ze is niet geliefd, noch door Trojanen, noch door Grieken, juist omdat ze hen allen in een oorlog heeft gestort. Aan de andere kant: wanneer ze naar het Trojaanse paard gaat, doet ze daar alle stemmen van de echtgenotes van de Grieken na, om een reactie uit te lokken. Daar lijkt ze aan de kant van de Trojanen te staan. Wanneer ze echter Odysseus die binnen de stadsmuren is, helpt, lijkt ze partij te kiezen voor de Grieken.
  • In de Odyssea wordt haar huwelijk scherp in contrast gezet met dat van Odysseus en zijn Penelope. Ja, ze is opnieuw thuis bij Menelaos, maar wat betekent dat voor haar, en voor hem?
  • In bepaalde periodes gaat het minder om haar moraliteit en meer om haar loyaliteit, in andere perioden weer andersom.
  • Volgens sommige verhalen is ze nooit in Troje geweest, maar zat ze in Egypte, en was haar verdwijning een voorwendsel voor de oorlog.
  • Volgens verschillende auteurs was ze helemaal niet zo mooi, maar had ze wel uitstraling.

Enfin, er zullen nog wel dingen geweest zijn, maar die heb ik helaas niet allemaal onthouden. Ik kan natuurlijk wel aan Berenice haar slides vragen, maar aan de andere kant: ik geef al eeuwen geen Grieks meer, het is niet alsof ik het nog zo nodig heb. Maar ik vond het wel interessant, zeker weten.

Vijftien

Lieve, lieve Wolf

ik vind het gewoon onwerkelijk: vandaag ben je al vijftien. Vijftien! Man, die tijd gaat snel…

En wat een contrast met vorig jaar! Vorig jaar was je aan het wegkwijnen, zag ik je dag na dag achteruit gaan, en was je nog een schim van mijn echte Wolf.

Vandaag stond je op met lichtjes in je ogen. We zijn een jaar later, een jaar waarin vooral het Zeepreventorium een enorme rol speelde, en je bent een andere Wolf. Niet alleen fysiek: je pijn is zo goed als verdwenen, je fietst naar school, doet mee met de turnles, en hangt rond met je maten. Alleen die rugby is er nog niet: je moet eerst nog beginnen fitnessen, zoals je in december plechtig hebt beloofd aan de dokter. Tsja…

Ook mentaal ben je een andere Wolf. Ja, je bent een puber en hebt al eens last van een pesthumeur en van het gevoel dat de hele wereld tegen jou is en dat het leven gewoon oneerlijk is. Dat is normaal, ik verwacht ook niet anders. Maar verder heeft het Zeepreventorium je ook mentaal veranderd: je hebt leren relativeren, je weet wat pijn is, wat het is om af te zien, ja, zelfs om vrienden of kennissen te zien sterven. Je was altijd al een meelevende en enorm attente jongen, en dat is alleen nog maar sterker geworden.

Neem nu mijn rug: je weet dat ik koppig ben en soms te ver zou gaan, en je beschermt me voor mezelf, ook al betekent dat meer werk voor jou. Je zal nooit klagen als je nog eens een mand natte was naar beneden moet dragen, of ik je vraag de boodschappen uit de auto te halen.
Maar ook voor anderen ben je even zorgzaam. Zo dacht je vrijdag dat ik niet op tijd was – ik was Kobe gaan afhalen van de fagotles – om Merel in bed te steken, dacht je dat ze alleen in bed moest kruipen, en was je meteen even naar haar kamer gegaan om haar in te stoppen, zonder dat iemand je dat gevraagd had. Dat soort dingen, liefje.

Je weet ook gewoon wat anderen belangrijk vinden. Je weet dat ik er echt belang aan hecht dat je even salu zegt voor je vertrekt, of dat je ook echt slaapwel komt zeggen, en dan geef je me meteen een dikke knuffel. Of beter nog: als ik ’s avonds in de zetel lig, kom je gewoon vierkant boven op me liggen voor een echte dikke knuffel. Dat ik doorheen de jaren platter en platter word omdat jij nu eenmaal al groter bent dan ik, dat maakt niet uit: we genieten daar beiden van.

Op school doe je het prima. Nee, je cijfers zijn niet zo goed als ze zouden kunnen zijn mocht je keihard werken, maar dat hoeft ook niet voor mij. Zo lang je maar zorgt dat ze meer dan behoorlijk blijven, zo lang je er maar moeite in steekt en zorgt dat je dingen bij leert, is het voldoende voor me. Je mag ook nog een leven naast school hebben, snap je, ik had dat ook.

En verder… Als we mogen afgaan op Merels vriendinnetjes, ben je echt wel een knappe jongen. Ikzelf vind dat ook, maar ik ben dan ook grandioos bevooroordeeld, vrees ik.

Weet je, Wolf. Als ik ze zo zie lopen op school, of ik zie je vertrekken met de fiets, of ik zie je rondhangen met je vrienden, dan krijg ik steevast een warm gevoel van binnen. Al vijftien jaar lang, liefje. Ik ben trots op jou, trots op de jongen die je bent en op de man die je aan het worden bent.

En ik benijd nu al de vrouw die jou definitief zal binnenhalen. Ze weet niet wat voor schat ze in handen zal krijgen.