Lectuur: “Heart of Darkness – Amy Foster – The Secret Sharer” van Joseph Conrad

Tussen al het fantasygeweld door probeer ik toch nog gestaag verder te lezen aan de infame, apocriefe BBC-lectuurlijst.

Deze keer was mijn lodderig oog gevallen op de absolute klassieker “Heart of Darkness” van Joseph Conrad. De titel alleen al deed me vermoeden dat ik ook hier geen jolige lectuur voorgeschoteld ging krijgen, en dat vermoeden werd bewaarheid.

Het hoofdpersonage Marlow vertelt van zijn zeer vreemde reis naar Congo in dienst van de Union Minière, jawel, het Brusselse bedrijf dat slavernij en uitpersing tot zijn handelsmerk maakte. Hij wordt er aangenomen als kapitein van een rivierboot die ivoor moet ophalen in de lokale handelsposten en naar de haven brengen. Het is een relaas van uitbuiting, van verregaande corruptie waardoor zijn boot makkelijk een paar maanden stil ligt wegens het ontbreken van onderdelen, en geen haan die ernaar kraait. Maar het is vooral een verhaal over reputatie: hij reist ene Kurtz achterna die blijkbaar een genie is als het op ivoor aankomt, maar zichzelf als een god voordoet bij “die achterlijke zwarten” en eigenlijk vooral stapelgek blijkt te zijn.

We volgen Marlows gedachtegang en daar is bijvoorbeeld nauwelijks conversatie tussen hem en Kurtz opgenomen. Maar hij beschrijft wel wat hij ziet en hoort, hoe bevreemdend alles is, en hij vraagt zich af of hij ook zelf niet gek aan het worden is.

Het is een… verontrustend, beangstigend boek dat vooral ook de wreedheden van Leopold II en co in de verf zet zonder dat expliciet te doen. Het is net dat… casuele, dat vrijblijvend racisme dat de tijdsgeest weerspiegelt, dat het boek zo indringend maakt. Het heeft zich in elk geval een tijdlang in mijn geest genesteld, geloof me. Een aanrader, maar liefst niet als je je al ietwat depressief voelt, me dunkt.

Mijn ebookversie knoopte daar ook nog “Amy Foster” aan vast, een kortverhaal over, jawel, racisme. Een schipbreukeling met Indische roots komt op het platteland terecht, met alle desastreuze gevolgen vandien. Ook een doordenker.

Het derde verhaal in mijn ebook was “The Secret Sharer”, opnieuw een kortverhaal over een zeeman die onopzettelijk iemand anders heeft vermoord, zijn schip kan ontvluchten en als verstekeling ontdekt wordt door de kapitein van een ander schip. Die ziet in hem een verwante ziel, een Döppelganger, een spiegelbeeld, en besluit hem verborgen te houden.

Alle drie de verhalen zijn een aanslag op je psyche: Conrad doet je nadenken over de inherente waanzin van de menselijke geest, over vooroordelen, eerste indrukken, racisme, perceptie en het verdraaien van waarheden.

Zoals gezegd: korte, maar indringende lectuur voor de stevigen van geest. Zalig voor een donkere winteravond, met de haard, een paar kaarsjes en een goed glas wijn. En bij voorkeur dan nog een uurtje stilte om na te denken over wat je nu net hebt gelezen.

Cogitationes

  • Kijk, Nest, wettelijk of niet, als uw rookmelders een signaal moeten geven als de batterijen bijna plat zijn, dan moet dat niet om HALF VIER ‘S NACHTS! Serieus zeg…
  • Mijn lief: “Wanneer we naar Bordeaux gaan met de trein, heb ik drie uur gelaten in Parijs om van Gare du Nord naar Gare Montparnasse te gaan. Tijd genoeg om te eten, te wandelen (het is 6 km) en te cachen onderweg.” Ik denk dat mijn lief mij graag ziet…
  • Hmpf. In deze tijden is een allergie waarbij je stevig moet niezen, niet evident. Geloof me.
  • Ik kan niet zeggen dat ik er rouwig om ben dat het schooljaar gedaan is: die online lessen vréten energie. Maar het is toch met zeer gemengde gevoelens dat ik het schooljaar afsluit. Een stapeltje verbeteringen en eindwerken, dan terugkomdagen en deliberaties, en dat allemaal op afstand… Meh.
    Ik hoop uit de grond van mijn hart dat we in september gewoon kunnen lesgeven.
  • Een prachtig filmpje van Peter De Craene, fascinerend en rustgevend.

Elk jaar opnieuw.

Elk jaar opnieuw krijg ik kippevel.
Elk jaar opnieuw, wanneer ik de klaprozen zie in de bermen langs de wegen, in dit geval in het klein straatje.


Elk jaar opnieuw denk ik dan aan het fameuze gedicht van John McCrae.

En elk jaar opnieuw weet ik: dit mogen we nooit vergeten. Dit mogen we nooit opnieuw meemaken. Dit mogen we nooit onze kinderen aandoen.

En daarom post ik opnieuw dit gedicht. Om niet te vergeten.

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

– John McCrae

Enkele gedachten…

  • het aantal keer dat onze afwasmachine draait tegenwoordig, is de moeite. Eén à twee keer per dag. Tsja.
  • Ik weet weer waarom ik in het schooljaar niet game. Ik ben alweer zwaar verslaafd aan Assassin’s Creed.
  • Een nadeel aan het feit dat ik mij tijdens de vakantie niet schmink: ik zou mijn oogdruppels ’s morgens vergeten. Gelukkig tater ik mezelf wel op als ik live moet lesgeven.
  • Zoals elke vakantie: bakken respect voor mijn kuisvrouw.
  • Ik mis mijn leerlingen. Echt.
  • Een fijn compliment gekregen van de moeder van een leerling van tien jaar geleden: “Goh, als er één leerkracht is die hij zich heel goed herinnert en naar wie hij met plezier terugkijkt, dan zijt gij het wel.”
    Awel, dat doet deugd se.
  • De geur van ligusterhaag als je ’s morgens door de wijken fietst…
  • Ik heb nu al een jaar de tattoo op mijn pols, en ik verschiet er soms nog zelf van.

Coronagedachten

Ik heb het gevoel dat er deze weken nog wel meer coronaposts zullen volgen. Tsja.

* Geniaal: de blokfluitleerkracht vraagt om de stukjes te oefenen en op zondag een filmpje te maken en door te sturen, zodat ze feedback kan geven. Zalig, toch?

* Uitspraak van Merel: “Zeg mama, ik wil gerust taken en zo maken in de quarantantie, maar niet in de vakantie hoor!

* Toch maar afgesproken met ons vader van 78 dat hij NIET naar ons komt eten, zoals normaal gezien elke zondag. Met de kinderen in huis en ik die met zo veel mensen in contact kom, leek het ons niet meteen het beste idee, nee. Het zullen eenzame weken worden voor hem, maar toch maar beter geen risico lopen. Misschien lukt het wel om eens te skypen of zo.

* We gaan elke dag een lijstje opstellen met taken: dan hebben de kinderen houvast wat ze nog moeten doen, maar mogen ze zelf hun dag indelen. Schermbeperking is opgeheven: zolang ze hun taken maar doen, is het oké.

* Ik heb de indruk dat tegen het einde van de quarantantie ons huis gewoon opgeruimd gaat zijn. Dik in orde!

And so it begins…

De hele week was er al onzekerheid rond dat coronavirus, en nu is dus de kogel door de kerk: scholen sluiten – allez ja, er worden geen lessen meer gegeven – cafés en restaurants gaan dicht, geen bijeenkomsten meer… Het is maar best ook, maar het zullen eenzame weken worden. Gelukkig heb ik een heel fijn gezin, maar hoe ik die vijf weken ga entertainen, valt nog te bezien.

Ik ging deze middag nog een laatste keer eten in Villa Ooievaar en zag dat het dik in orde was. En ik kreeg nog een dikke merci en een “Tot binnenkort hé!” erbij. Ik ga het missen…

En toen wilde ik mijn goede daad van de dag doen: boodschappen doen voor Marleen, mijn oud-lerares dictie en voordracht met wie ik altijd contact ben blijven houden. Ze woont tussen mijn werk en mijn huis, is intussen bijna 70 en is vooral al jaren zwaar ziek, onder andere CVS. In een gewone winter komt ze al vrijwel alleen maar buiten met een mondmaskertje omdat een griepje haar fataal kan worden. Nu heb ik haar ronduit verboden om buiten te komen en ben ik haar boodschappen gaan doen. Alleen… WTF is er aan de hand zeg? Hamsterwoede much????

Haar boodschappen waren alles behalve exuberant, maar geen diepvriesspinazie meer, geen craquottes of Parovita, geen kabeljauw, geen appels… En uiteraard ook geen wc-papier meer, geen idee wat daarmee aan het gebeuren is, maar het is hallucinant.

Voor haar is dat niet evident, want ze kan lang niet alles eten en/of verteren. Mja… Enfin, we gaan de komende weken goed voor haar zorgen.

Bon, het coronavirus is dus nog wel even een blijvertje. Ik sakker omdat de Omen mini is afgezegd, andere larps, rollenspelavonden, concerten, maar dat de OpenSchoolDag niet doorgaat, dat vind ik gelijk wat minder jammer.

Enfin, het is wat het is, we zien nog wel.

Bedenkingen over Djerba

* Het land is vuil. Als in: afval overal. Echt. Plastiek flessen, zakjes, autobanden, stukken glas, tegeltjes, en echt overal. Je wil over het strand wandelen? Doe maar sandalen of slippers aan, of je bezeert je voeten. Foto’s nemen is echt moeilijk als je er geen afval op wil hebben. De mensen zijn echt achteloos, ik heb mensen vuil uit hun auto zien gooien.

* Auto’s zijn overal. En brommertjes. Om ter luidst en om ter vervuilendst. Het was het eerste wat we opmerkten toen we van de luchthaven kwamen: de stank van diesel in de lucht. Moest je daar van die luchtkwaliteitsmeters zetten, je weet niet wat je ziet. Blijkbaar bestaat er een technische controle, maar die is zo corrupt als wat, wist iemand me te vertellen. Als je maar genoeg betaalt, ben je erdoor. En die brommertjes rijden ook echt overal, bij voorkeur in het donker zonder lichten en zonder te kijken. Levensgevaarlijk!
Het is trouwens ook niet zo verwonderlijk dat iedereen met de auto rijdt: voor een halve tank diesel betaalde ik 40 dinar, zijnde 12 euro. Serieus, 12 euro!!

* Eten is vrijwel enkel de lokale keuken. Uiteraard zijn er toeristendingen, maar eigenlijk ook vrij weinig: de meeste hotels zijn all-in, en dat merk je. Dus is er couscous en lamsvlees. En lamsvlees met couscous. Lekker, daar niet van, maar een beetje eentonig.

* Ongeveer de helft van de vrouwen draagt een hoofddoek, lang niet iedereen. Heel af en toe hebben we ook een burqa gezien, maar da’s per hoge uitzondering. De gewone hoofddoek is wel een normaal straatbeeld, maar ze gaan je zeker niet anders bekijken omdat je er geen draagt.

* Winkelprijzen voor kleren en eten zijn zowat hetzelfde als hier, toch in de winkels die wij gezien hebben. En de kleren zijn ook zowat hetzelfde als hier. Veel petjes, veel trainingsbroeken, dat wel. En af en toe een djellaba, dat ook.

* Eten in een restaurant is spotgoedkoop. We betaalden gemiddeld 25 euro voor ons zesjes, toch voor een gewone dagschotel of een pizza of zo.

* Het hele eiland is tweetalig: Arabisch en Frans. Alle winkels zijn tweetalig, de verkeersborden, de uitleg. Hier en daar is het eentalig Arabisch, maar da’s niet vaak. Zelfs de scholen hebben ook een Franstalig opschrift, en iedereen leert het blijkbaar van jongsaf.

* De koffie valt er niet te zuipen. Percolatorkoffie van een dag oud? Moet kunnen. Gruis in je koffie? Standaard. In de riadh kon je altijd koffie krijgen, hadden ze gezegd. Ja hoor, als je het niet erg vindt om de koffie van ’s morgens op te warmen in de microgolf. Ugh.

* Grappig: het is 22° en mensen lopen er met een dikke wintervest. Want ha ja, het is februari, toch? En ik daar dan tussen in een topje… Maar als het er in de zomer vlotjes 40° wordt, dan snap ik dat wel.

* Merel had veel bekijks met haar lange blonde haar en haar felblauwe ogen, maar dat zijn we intussen wel een beetje gewoon. En nu Arwen daar nog bij…

* ik denk niet dat ik er “normale” bomen gezien heb, en daarmee bedoel ik loofbomen. Palmen met hopen en kilo’s, en naaldbomen, dat ook, en olijfbomen. En het valt niet eens op, pas achteraf denk ik daar nu aan.

Djerba dag 3: geocaching

Het werd een rustige voormiddag voor iedereen, met lang slapen en zo. Deze keer was het overal warm, en heeft iedereen ook goed geslapen. Overdag wordt het hier inderdaad wel meer dan 20°, maar de kou zit binnen en is niet te verdrijven. ’s Avonds zitten we hier met een pull aan en een vuurtje: buiten koelt het af tot een graad of 12, maar binnen is het voorlopig niet echt warm te krijgen.

Bart en ik gingen nog even tot aan de supermarkt, we aten, en ik sprong in de auto om te gaan geocachen. Er liggen er in totaal 20 op het eiland en ik zou ze graag alle twintig proberen. Gisteren hebben we er al twee gezocht: eentje gevonden, de andere was verdwenen. Tsja, dat heb je met vakantiecaches: die kunnen niet onderhouden worden. En ik heb niet de indruk dat er veel Djerbese cachers zijn. Soit, vandaag dus op mijn eentje de auto in om wat rond te rijden. Ik reed naar de kust en daarna naar Taguermess, om dan naar het strand daar achter te rijden. Blijkbaar is dit niet echt toeristisch maar wel voor locals, want geen grote hotels, met moeite een restaurantje dat momenteel gesloten is, maar wel een prachtige, pràchtige zee. En wat ik eerst dat dat gedumpt zagemeel of zo was, blijkt verdroogd zeewier te zijn.

Ik denk dat ik morgen de kinderen naar hier meeneem: het water was echt niet koud. Ik kan niet zeggen dat het warm was, maar eigenlijk best nog wel te doen, en zeker warmer dan het zwembad.  En ook verbazingwekkend weinig afval. Want dat is hier een mega probleem: overal waar je kijkt, ligt afval. Plastiek zakjes, flessen, bekertjes, rommel… Het is echt vies en vuil, en niemand kijkt ervan op. Ik vermoed dat enkel de stranden van de grote hotels opgeruimd zijn, maar voor de rest? Ugh…

Ik keerde een eindje terug en reed langs het meest oostelijke punt van het eiland verder naar beneden, voorbij een lagune en een watertoren. Volgens de beschrijving zat de cache op zo’n 6 meter hoog, het wankele laddertje op, maar daar was niks te vinden. De cache lag uiteindelijk netjes onder een steen naast het laddertje.

Nog wat verderop loste ik een kleine multi op die me naar een klein haventje bracht. De cache zelf heb ik niet gevonden, daarvoor lag er veel te veel afval om tussen te zoeken, maar ik ben wel het zandweggetje wat verder ingeslagen. Ik was trouwens diep onder de indruk van een paar jongens van een jaar of 16, die in jeans en zonder zadel of stijgbeugels een paardenrace hielden op het strand. De vreugde én het rijplezier straalden ervan af.

En toen reed ik naar huis, want ik had beloofd om tegen half zes thuis te zijn, zodat we samen ergens iets konden gaan eten.
De dame van de riad had ons aangeraden om naar Houmt Souk te rijden, naar de marina. We zagen een hoop mensen lopen, maar blijkbaar zijn we niet ver genoeg gereden: het plezierhaventje lag nog net iets verder. We wandelden wat rond en Bart zocht even op Tripadvisor en vond er een heel traditioneel restaurant in de binnenstad. Wij daarnaar toe. Stemmig, inderdaad, maar vrijwel enkel couscous en lamsvlees op de kaart, en laat Arwen dat nu net niet eten. En ja, het was eigenlijk ook wel redelijk pikant, al vond die mens zelf absoluut van niet.

Maar bon, ook dat moeten we toch eens gedaan hebben hier in Tunesië, toch?

Toneel: “Familie” van Milo Rau

Vrijdag of zo kreeg ik een berichtje van Patricia: of ik zondagmiddag niet mee wilde naar een toneelstuk in het NTG. Goh, ik zag geen reden waarom niet, ik was vrij en het was alweer veel te lang geleden dat ik nog een toneelstuk had gezien.

Zondag kwart voor drie wandelde ik het Sint-Baafsplein op, en nog wat later zat ik tussen twee bekenden in de theaterzaal. Of ik wist waarover het stuk ging? Euh nee, niet meteen. Mijn gezelschap schrok: “Oh, jij komt naar deze voorstelling zonder voorkennis? Oei.”

Bleek het om een behoorlijk controversieel stuk te gaan. Ik haal even de perstekst van de website van het NTG:

“In 2007 pleegde een voltallig gezin zelfmoord in Calais: de ouders en hun twee kinderen. Er is nooit een motief gevonden. De afscheidsbrief meldde enkel: ‘We hebben het verkloot, sorry.’ Familie is een experiment, een etnologische studie van een hedendaags privéleven, een tentoonstellen van het alledaagse. In de banaliteit doemt de grote vraag op: Waarom zijn we hier? Op het podium: een echte familie.

Dit familiedrama wordt opgevoerd door een echte familie: acteurs An Miller en Filip Peeters treden niet alleen samen op als koppel, voor het eerst in hun carrière staan ze op het podium samen met hun twee tienerdochters Leonce en Louisa – en hun honden. Op scène zien we het huis van de familie Demeester, of is het het huis van de familie Peeters/ Miller? Samen reconstrueren ze de mysterieuze case van de familie Demeester, daarbij houden ze hun eigen gezin tegen het licht en stellen ze de constructie van het gezin, als kern en oorsprong van onze wereld vandaag, in vraag.

Fictie en realiteit worden vermengd. Op het podium zien we een gezinsavond zoals er vele zijn, behalve dat het dit keer de laatste is. We zien een gezin eten, douchen, Engels studeren, film kijken. We zien hen praten over alledaagse zaken, telefoneren, naar muziek luisteren, opruimen, herinneringen ophalen. En in dit tonen van het gewone, ontstaat de grote vraag: waarom zijn we hier? Waarom ben ik hier? Zou het niet beter zijn als we zouden verdwijnen?”

De recensies waren zeer gemengd, vertelde Patricia: sommigen vonden het bijzonder afstandelijk gespeeld.

Wel, ik kan u verzekeren: afstandelijk is het niét!

Ik geef eerlijk toe: het eerste kwartier vroeg ik me af waar het heen ging, wat ik daar zat te doen, en of ik niet beter buiten van het mooie weer zou genieten. Want ja, je kijkt binnen in een gewoon huis, waarbij de gezichten van de spelers gecapteerd worden door een aantal camera’s en je zo perfect kan meevolgen.

En de spelers doen doodgewone gezinsdingen, precies zoals bij ons thuis het geval zou zijn. Maar gaandeweg ontdek je dat er meer, veel meer aan de hand is. En uiteindelijk zie je ook de vier personages effectief zichzelf ophangen.

Het stuk is… bevreemdend. Beangstigend. Verkillend. Na het applaus bleef het griezelig stil in de zaal: vrijwel niemand sprak een woord. Ook wij stonden alweer beneden in de hal, met onze jassen aan en al, voor we ook maar iets zeiden tegen elkaar. Want dit stuk komt binnen. Keihard. Verregaand nihilisme, en toch ook weer niet. Het feit dat ik zelfs beneden nog bij verschillende mensen tranen in de ogen staan, logenstraft de uitspraak als zou het afstandelijk zijn.

Chapeau voor de acteurs, en vooral voor de twee jongedames die dit toch maar weer avond na avond opvoeren. Ik weet niet of ik het zou kunnen.

Stof om over na te denken. Een stuk dat aan de ribben hangt. De moeite, jawel.

Ik ben nog een uur op mijn eentje gaan rondwandelen in het invallende duister, vooraleer ik mijn wederhelft opbelde om me te komen halen. Tegen dan stond ik al op de Blaisantvest. Om maar te zeggen…