Beetje te veel

Soms is het gewoon al eens te veel, toch? Neem nu de voorbije vakantie. Ik weet niet hoe het komt, maar die voelde aan als gewoon twee weekends of zo, ik ben mentaal niet uitgerust. De geocachewandelingen hebben me deugd gedaan, maar verder was het precies… Goh, ik weet het niet… te?

Ik heb het volgende op mijn facebookpagina geschreven:

“Lieve mensen,
als ik wat afstandelijk lijk wanneer ik je tegenkom of niet meteen reageer op een berichtje, dan ligt dat niet aan jou. Ik ben niet de meest sociale persoon die er is, en momenteel heb ik het even gehad met de feesten, de nieuwjaarswensen, de recepties,… Ik verlang momenteel eigenlijk vooral naar een stil hoekje met een boekje, op mijn eentje, eventueel met wat zachte muziek.
Ik spreek later met plezier met je af, maar nu is het eventjes te druk geweest en zoek ik stilte in mijn hoofd.

Allez ja, ik zeg maar, voordat ik weer de naam krijg van een arrogante bitch te zijn

Dat meen ik ook. Ik moet me meer en meer opladen om onder de mensen te komen, en het kost me ook meer en meer energie. Waarom ben je dan leerkracht, is me al gevraagd. Goh, lesgeven is niet gelijk aan sociaal doen, vind ik. Dat is werk, voor mij, en ik leg uit en zij luisteren en we interageren, maar dat is niet sociaal zijn, als je snapt wat ik bedoel.

Eén op één is ook geen enkel probleem: daar haal ik dan weer energie uit, als ik kan afspreken met iemand.

Maar meerdere mensen tegelijk? Nu even niet. Komt wel weer goed.

Terugblik

Wel, 2019, je mocht er best wel wezen, ja. Vond ik 2018 nog te vol, 2017 een rotjaar en 2016 ronduit rampzalig, dan boog jij die trend toch wel om.

Ik kijk met plezier op jou terug, weet je? Je werd voor mij het jaar van carpe diem, van overal die kleine dingetjes op te zoeken die me plezier geven, van het leven met beide handen te grijpen, nu het nog kan en mijn lijf nog een beetje mee wil, nu de kinderen al groot genoeg zijn om zonder mij te kunnen en ik dus weer meer en meer mijn eigen ding kan doen. Bij voorkeur met mijn lief aan mijn zijde, maar ook hij heeft een druk leven.

Ik deed veel mooie dingen, zag veel mooie dingen, maakte mooie vriendschappen en genoot. Mijn broer trouwde, en ik was de trotse grote zus!

Ik werd beetje bij beetje een beetje socialer. Ik doe in elk geval mijn best. Ik ging eten met Gwen, we gingen nieuwjaren met Dirk en Ilse, ik zat in het Certaminacomité, er was het nieuwjaarsfeestje bij Wijs, Annick kwam koffie drinken, er was Stafs verjaardag in ’t Raadsel, een Vossendagje bij Mireille, extra quizzen met een nieuw ploegje, een bezoekje aan de Vette Veemarkt, ik ging met Véro naar een fijn optreden, ging nog eens eten met Gwen, zag een toneelstuk met Véro, ging naar een balletoptreden van Arwen, keek een film bij Max, ging met het Certaminacomité en Gwen eten, lunchte met Esther, ging naar Veerles verjaardagsfeestje, Jesse kwam op de koffie, ik ging met een ganse bende naar het concert van Anouk en daarna naar de Cauldron, zag nog een schitterend toneelstuk met Véro, ging met Lorre naar Antwerpen, zat met de kinderen in het park in Wondelgem, en ging met een hoop vriendjes naar een concert van Stereomoon in Mechelen. Philip liet me Antwerpen zien op een zalige manier, en ik ging nog eens een weekendje naar Dordrecht. Ik ging eten met een vriendin die ik in jàren niet meer had gezien, en liet mijn zwembad vollopen met vrienden. Ik trok naar Balen voor een feestje, Mathias kwam uit Balen naar Gent, en ik ging dan maar geocachen in Balen. Robbe zat een dagje bij mij in de tuin en ik een namiddag bij Vallery in die van haar. We picknickten aan de vijver en in het Middelheimpark. Ik deed van conventie  en ging naar het feest van Jonas en Annelies, dat van Lorre en Koen  en de Vossen kwamen nog eens bij mij. Gwen kreeg eindelijk haar verjaardagsetentje en DnD ging weer van start!  Linus zong een schitterend concert met Stereomoon en ik ging zelf een weekend zingen met het koor.  Annick kwam nog eens op de koffie. Ik ging naar Max’ Expo, ging lunchen met Peggy, trok nog eens via Antwerpen naar Balen voor een feestje, naar Kontich voor een diner en de Korda Boys kwamen nog eens tot bij mij. We sloten het jaar af met fijne vrienden, dat ook.

Er waren, dankzij de hulp van vele vrienden, ook de larps: Haven, Omen, de Korda mini, Roanoke, nog eens Haven, Vortex, een schitterende Omen en voor het eerst ook Aether.

Ik ging natuurlijk ook geocachen, maar minder dan vorig jaar. Hoewel…
Met Véro en de kinderen in Landegem, ik stak een voorlopige bij de Geeky Cauldron, liep rond in Zomergem, nog een keer in Zomergem, zelfs met mijn pa in Zomergem, in Brugge bij de fagotwinkel, doorheen het Meetjesland, in Landegem met ons pa, in Sint-Joris, in Kruishoutem, in Brugge, in Lochristi met Vero, een tweede keer Lochristi met Véro, een gloednieuw tochtje hier in Wondelgem, in Destelbergen, in het stadspark van Antwerpen, een fijne wandeling in Lochristi, ook nog eens in Kruisem, en ik maakte zelfs een ganse geocachetocht in het park naast de school. Ik deed een prachtige zomerse tocht met Véro en de kinderen in Moerbeke, liep noodgedwongen een tocht in Herentals, deed dan het vervolg van Moerbeke, liep rond in Dordrecht en omstreken, deed een tocht in Balen en bekeek Art Deco in Sint-Niklaas met Véro. Ik overtrof mezelf door per fiets 55 caches in een dag te halen in Hyfte. We cachten in Zeeland, en ik fietste rond in Gentbrugge. We trokken met zijn allen naar Ronse bij Véro en ik met ons pa naar Destelbergen. Ik liep rond in Geraardsbergen, twee keer met ons pa in Langerbrugge,  met Véro in Zingem en een laatste cache hier in Gent.

En dan waren er nog veel van die kleine dingetjes die me blij maakten. Culturele dingen, of gewoon kleine uitstapjes en zo.
Ik ging met Bart naar de Henry Van de Velde Design Awards, spotte vogeltjes in de tuin, fietste met Merel naar Gent, ging naar een lezing over Helena van Troje, genoot van een fantastisch weekend in Brugge met mijn liefste, een pianoconcert met Bart, een fagotconcert van Kobe, een fantastisch etentje in Gent, ik zong nog eens de Djiezes!, nam Véro mee naar Villa Ooievaar, ging met de kinderen in de paasvakantie naar de Ardennen, vond een nieuw uitstekend lunchadresje, liet een tattoo zetten, zag een eindexamen zang, en we zetten een zwembad op. Bart nam me mee naar Gent Jazz, en ook nog naar Oak, en ik ging met de kinderen nog eens naar het Design Museum. Bart en ik dwaalden rond op Tomorrowland en daarna op de Gentse Feesten. Ik fietste met lief en dochter door de Gentse haven, en we trokken met het gezin vijf dagen naar Port Zélande. Mijn pa werd 78, ik ging naar een lezing over kruiden bij de Romeinen  en ik zong drie concerten.

Oh, en ik las gigantisch veel, maar liefst 52 boeken. Héérlijk!  A Tale of Two Cities, drie boeken van The Gentlemen Bastards (Locke Lamora), An Odyssey, 15 boeken Dresden Files, Catch 22, 3 boeken Imperial Radch, Fake it till you make it, To Kill a Mockingbird, 4 boeken Matthew Swift, de trilogie van His Dark Materials, drie boeken van Jean Le Flambeur, Best Served Cold, Little Women, The Heroes, Red Country, De bekeerlinge, en dan nog 15 boeken Peter Grant die ik nog moet bespreken.

Waren er ook negatieve punten? Uiteraard, en nog geen klein bier ook. Ons pa werd opgenomen in het ziekenhuis met een manie, en een paar maanden later zelfs met een zware psychose.  En er was Erik, natuurlijk.

De rug deed ook bij momenten serieus lastig, zoals in februari, in mei  en in oktober. Een oud-leerkracht Latijn van me viel weg, Kobe belandde zonder erg op spoed, mijn nonkel Wim verliet zachtjes het leven, Wolf viel weer een paar maanden uit met een kapotte voet  en oud-leerlinge Lauren stierf aan een hypo.

Maar als ik zo op je terugkijk, 2019, dan is de balans toch positief. Er mankeert misschien wel een en ander aan me, maar eigenlijk ben ik gewoon een gelukkig mens.

Meer moet dat toch niet zijn?

Oh, enne… beloof je je goede vibes door te geven aan 2020?

 

Syllogismen 2019

Net zoals vorige jaren heb ik ook in de afgelopen examenperiode in mijn zesdes de vraag gesteld naar een geldig syllogisme. De antwoorden zijn altijd interessant, gewoon om er de denkfouten uit te halen, en dus als remediëring. En eigenlijk zijn ze vaak ook gewoon grappig :-p

Ik geef u even het origineel van Aristoteles mee, om te vergelijken:
Alle mensen zijn sterfelijk.
Socrates is een mens.
Socrates is sterfelijk.

  1. Alle kinderen zijn bang van Pennywise.
    Georgie is een kind.
    Georgie is bang van Pennywise.
    Ze zaten nochtans niet in mijn lokaal, waar om een of andere duistere reden een afbeelding van Pennywise hangt.
  2. Alle mensen drinken water
    Saurelle is een mens
    Saurelle drinkt water
  3. Alle katachtigen hebben enge ogen
    Mijn kat is een katachtige (duh)
    Ze heeft dus enge ogen (NB en al zeker in het donker)
    Grappig dat ze er zelf al commentaar bij geeft
  4. Alle planten hebben water nodig
    Aloë Vera is een plant
    Aloë Vera heeft water nodig
    Euh, niet meteen de plant waar ik zelf spontaan op zou komen.
  5. Alle vogels zijn dieren
    Een duif is een vogel
    Een duif is een dier
    Roekoe
  6. Alle honden drinken water
    Boris is een hond
    Boris drinkt water
    Tiens, dieren en water. Nochtans niet in de les gezegd.
  7. Alle farao’s zijn dood
    Ramses II was een farao
    Ramses II is dood
    Oddly specific.
  8. Alle honden kunnen blaffen
    Jack is een hond
    Jack kan blaffen
    Woef.
  9. Alle stylo’s bevatten inkt
    Mijn bic is een stylo
    Mijn bic bevat inkt
    Een kwestie van kijken tijdens het examen wat er voorhand is, zeker?
  10. Alle ezels zijn dom
    Tom is een ezel
    Tom is dom.
    Blij dat er geen Tom in de klas zit, eigenlijk. Of zou die zelf een ezel hebben die Tom heet?
  11. Alle mensen hebben een brein
    Mevrouw Rombaut is een mens
    Mevrouw Rombaut heeft dus een brein
    LOL ik lag strijk met die ‘dus’. Moet ik dit nu als compliment opvatten, of net niet?

Een paar gedachten…

  • Vaststelling: ergens met uw tiet tegenbotsen en dat dan snelsnel afkuisen met wat water = een half uur rondlopen met een natte tiet. Nope. Ge kunt niet buiten zo.

  • Zo’n watermeloen aansnijden, da’s toch echt wel uw innerlijke psychopaat even aanspreken.

  • Lieve zanger van Bastille: uitspraak is belangrijk. Als jij zingt: “I feel my pulse quickening” en ik versta keer op keer, tot mijn aanvankelijk grote consternatie: “I feel my balls quickening” dan is het tijd voor uitspraaklessen, me dunkt.

  • “Zeg mama, altijd als ik het woord Engeland hoor, denk ik dat dat daar super eng is. Ja toch?”

  • De Sonos aanzetten, denken: “Dju dat is een goed nummer” en pas na een paar nummers doorhebben dat het niet de radio is maar mijn goed-gezind-lijst. Elke. Keer. Weer.

Vriendschap

Eigenlijk ken ik Koen niet echt zo goed. Al een paar jaar een larpvriend, ja, en het klikt wel tussen ons. Hij is net als ik een taalfreak, maar is gedesillusioneerd uit het onderwijs gestapt en werkt nu in de Colruyt. Als rekkenvuller.

De paar keer dat we samen hebben gespeeld, was het meestal hard tegen onzacht. Maar ergens begrepen we elkaar altijd al. Toen hij door een diepe depressie ging, hield ik hem vanop een afstandje in het oog. Met hier en daar eens een vraagje aan zijn maten, of het wel ging. En behoorlijk bezorgd om zijn alcoholgebruik, dat ook, toen het toch wel erg de verkeerde kant begon op te gaan.

Koen is ook Eriks beste vriend. Je weet wel, Erik, die gigantisch fijne larpkerel die eind juni besloot om er een eind aan te maken. Toen ik het hoorde, gingen mijn eerste gedachten uit naar Eriks ex, de moeder van zijn dochter. En toen naar Koen. Met een dikke godverdomme.
Het was einde schooljaar, een te drukke periode voor mij om veel contact op te nemen, maar ik wist dat ze elkaar goed omringden, daar in Antwerpen. En dat Koen daar nood aan ging hebben. Uiteraard.

Toen ik op de dag van Eriks afscheidsdienst – de dienst zelf miste ik door andere verplichtingen – in The Cauldron kwam, werd ik langs alle kanten vastgepakt door larpvrienden, die even erg in zak en as zaten. En kwamen er meteen ook verschillende mensen naar me toe: “Koen zit binnen. Ga naar hem toe.” Wat ik uiteraard ook deed. We pakten elkaar vast, woordeloos, en bleven zo’n vijf volle minuten zo staan, denk ik. En toen grabbelde hij iets uit zijn binnenzak. “Hier. Lees mijn tekst.” Dat deed ik, terwijl hij in stilte naast mij voor zich uit zat te staren. Ik gaf hem de tekst terug, veegde mijn tranen weg, en knikte. Meer niet.

Later die avond hebben we nog gepraat, en ik heb hem uiteindelijk naar huis gevoerd. Ik wilde niet dat hij op dat moment nog een uur op een troosteloze bus moest zitten.

Gisterenavond ben ik bij hem gaan eten. Iets wat we eigenlijk al heel lang eens gingen doen, nog lang voor Erik. Het werd een aangename avond met vooral veel gepraat over muziek en literatuur. De verwachte huilpartijen bleven uit, ook al hebben we het onderwerp niet gemeden. Maar het werd een bijzonder gemoedelijke avond, alsof ik hem al jaren door en door ken.

En Koen kookt ook niet onverdienstelijk, al had ik de tarte tatin thuis in de ijskast laten staan. Goed bezig.

Nee, ik ga Koen niet wekelijks of zelfs niet maandelijks zien, dat weet ik. Dat weet hij ook. Maar als hij het vraagt, zal ik er staan. Want die connectie, die is er wel. Die zal er wellicht ook altijd wel blijven.

Vriendschap, het is iets raars. Toch?

Verjaren, het is een ding.

Mja. 48.

Oud worden, het is echt wel een ding. Maar in dit levensjaar heb ik er een hoop jonge larpvrienden bij die me toch het gevoel geven dat ik nog een pak jonger ben. En die me vooral helpen om het vege lijf toch nog een beetje te ontzien zodat ik kan blijven larpen.

En verder? Goh… De kinderen zien opgroeien, beseffen dat je er zelf niet jonger op wordt, dat je nu eindelijk misschien eens van de gedachte af moet “Later, als ik groot ben…”

Beseffen dat een hoop deuren intussen onherroepelijk dicht zijn, en dat het aantal deuren dat in de plaats daarvan nog open gaat, eigenlijk toch wel een pak kleiner is. Dat je een pak beperkter bent in wat je nog kan. Of wat je ooit nog zal doen. En daar af en toe een dikke middenvinger naar op steken, maar daar ook regelmatig gewoon in berusten.

Het is dan maar zo.

En dan op je verjaardagsochtend een heerlijk ontbijt krijgen, en een heel leuk cadeautje. Eentje dat tegelijkertijd zegt: “Hou rekening met wat je niet meer kan” en “Fuck dees, we blijven gaan voor vrolijk paars”. Een heel mooi, pruimenpaars rolkoffertje van Delsey om al mijn spullen die te zwaar zijn om te dragen, in te vervoeren.

Het is niet omdat ik oud word, dat ik saai moet worden. Carpe that fucking diem.

Het ga je goed, Lauren

Nee, het went niet: oud-leerlingen van wie plots het overlijdensbericht komt. Neem nu Lauren: een fantastische, gemotiveerde jongedame in haar vierde jaar geneeskunde. Ja, we wisten allemaal dat ze diabetes had, maar we dachten dat dat onder controle was. Wellicht dacht ze dat zelf ook, maar uiteindelijk kan je er niet veel aan veranderen.

Ze is gewoon in haar slaap overleden door hypoglycemie. Onvoorstelbaar. Ik was er echt niet goed van toen ik het bericht onder ogen kreeg. Vorige week had ze me nog een berichtje gestuurd via Messenger om te vragen of ze nu ingeschreven was met haar ploegje voor de Kammekequiz. Ik kon dat toen bevestigen en had nog geantwoord dat ik het jammer vond dat ik er zelf niet ging zijn, want dat het leuk was geweest haar nog eens te zien.

Vandaag hebben we afscheid genomen van haar: een lange, mooie, geëmotioneerde dienst waaruit vooral bleek wat een geëngageerd, onzelfzuchtig meisje ze eigenlijk was.

De wereld zal je missen, Lauren. De zon gaf je in elk geval al een passend afscheid.

Twee jaar

Damn.

Ik heb me net zitten realiseren dat de rug nu dus iets meer dan twee jaar geleden is. Toen was ik trots op mezelf dat ik met mijn krukken tot in de tuin was geraakt en er kon liggen lezen in de nazomerzon.

Ik heb gelukkig een lange weg afgelegd sindsdien, en vooral naar mijn eigen lijf leren luisteren. En, zij het met enige moeite, mijn beperkingen leren aanvaarden.

En ook geleerd hoe veel mensen bereid zijn om voor je te doen, als je het vraagt, en vaak zelfs niet eens hoeft te vragen. En ingezien hoe graag mijn gezin me ziet en hoe hard ze me proberen te helpen.

Dank jullie allemaal. Het is enkel dankzij jullie begrip en hulp dat ik de meeste van mijn hobby’s nog kan uitvoeren. En dat het leven leefbaar blijft.

Bedankt.

Echt.

Ikigai

Ikigai. Een principe waar ik eigenlijk al wel een paar keer bij stil heb gestaan, en waarvan ik denk / hoop / durf zeggen dat ik het eigenlijk wel bereikt heb.

Ikigai is eigenlijk het ultieme doel dat je zou moeten kunnen bereiken in je beroepsleven, namelijk een beroep dat je graag doet, waar je goed in bent, waar je voor betaald wordt én waar de wereld op zit te wachten.

Lesgeven, en meer bepaald nog het Latijn, is effectief iets wat ik zeer graag doe, dat lijdt over het algemeen geen twijfel. Als ik afga op wat mijn leerlingen zeggen, ben ik er ook vrij goed in, als ik zo onbescheiden mag zijn. Ik word er gelukkig ook voor betaald, en met mijn  universitair diploma en mijn anciënniteit is dat ook meer dan behoorlijk, daar heb ik hoegenaamd geen klagen over.

Zit de wereld erop te wachten? Goh… Daar blijven de meningen verdeeld over: is Latijn nog wel een nuttig vak? Maar ik had het erover met Bart, en die zei: “Goh, jij geeft eigenlijk geen Latijn, jij geeft Gudrun.” Ik moest daarmee lachen, maar in feite heeft hij wel gelijk: ik probeer toch altijd veel meer in mijn lessen te steken dan enkel Latijn. Dat dat soms ontaardt in de meest vreemde verhalen, tsja…

Maar ik, ik voel me er in elk geval bijzonder goed bij: ik heb totaal geen zin om te veranderen van werk, ik ben elke eerste september opnieuw goed gezind. En ja, soms zal ik wel eens kankeren op mijn werk, zoals iedereen, maar beter kan ik het eigenlijk niet treffen.

Ikigai. Ik mag mijn beide pollekes kussen, denk ik.

Rust zacht, nonkel Wim.

Eerder deze week bereikte me het bericht dat mijn grootnonkel Wim plots overleden is. Allez, strikt genomen is hij inderdaad mijn grootnonkel, wegens het kleine broertje van mijn grootmoeder, een achterkomertje, maar eigenlijk was hij ongeveer even oud als mijn ma. Zijn jongste dochter is Ellen, jonger dan ik, in wier huisje in de Ardennen we al zo vaak zijn mogen gaan logeren. Ik heb eigenlijk best wel een goed contact met haar, dankzij ons beider blogs, en ik volgde de gezondheidstoestand van haar pa wel een beetje dus. Ja, ik wist dat hij parkinson had, net zoals mijn pa, maar wel in veel ergere mate. En ik wist ook dat hij sinds een paar maanden in een verzorgingstehuis was opgenomen, omdat tante Francine het echt niet meer aankon om voor hem te zorgen, zo hulpbehoevend was hij intussen.

Maar zijn dood zelf was eigenlijk heel erg plots, totaal onverwacht. Dus ja, ik was behoorlijk verschoten. Ons pa was gevraagd aan de koffietafel, maar aangezien hij zelf niet meer mag rijden, had dat wel wat voeten in de aarde om alles geregeld te krijgen. Hij is gelukkig mee kunnen rijden met Jeroen, en ik heb hem dan tot aan de zaal gebracht, waarna hij met een van mijn nonkels kon meerijden. Gelukkig.

En de begrafenis, goh, ik had er hartzeer van. Ja, zoals zijn kinderen zelf zeiden, was het al een lange weg geweest van afscheid nemen. Afscheid nemen van het klussen, afscheid nemen van het auto rijden, afscheid nemen van het samen op vakantie gaan, afscheid nemen van het fietsen, afscheid nemen van de lange wandelingen, uiteindelijk zelfs afscheid nemen van de gesprekken… En dan ben ik toch ongelofelijk blij dat ons ma dat niet heeft moeten meemaken. Dat ze tot vijf dagen voor haar dood gewoon nog zelf boodschappen had gedaan en zelf had gekookt. Dat ze tot op het einde nog ongelofelijk helder was, en dat het allemaal zo rap is gegaan.

Maar ik voelde mijn hart opnieuw breken in Ellens plaats. Ja, ik weet het, we moeten onze ouders allemaal afstaan, maar soms is het gewoon te vroeg. Ik denk niet dat haar kinderen zich hun opa echt zullen herinneren, en dat, dat besef alleen al, doet pijn. Dat vond ons ma ook het ergste: dat ze de kinderen niet meer ging zien opgroeien, en dat Marne zich haar wellicht nooit meer bewust zal herinneren.

Ik heb ons pa afgezet en ik ben nog gaan cachen in Deinze. Gewoon, op mijn eentje, uitwaaien, alleen met mijn gedachten. Ik had dat even nodig, en gelukkig begrijpt Bart dat ook.

Want soms, soms gaat het diep.

Rust zacht, nonkel Wim.