Terugblik op 2025

Vreemd genoeg heb ik vorig jaar blijkbaar geen terugblik geschreven. Ach ja, zo belangrijk is dat ook allemaal niet, ik kan me zelfs voorstellen dat de meesten het niet eens lezen. Het is voornamelijk voor mezelf, toch?

Maar ik mag, denk ik, wel stellen dat 2025 voor mij persoonlijk een goed jaar was. Echt wel. Het belangrijkste feit voor mij is dat ik intussen 18 kilo kwijt ben, en dat heeft een behoorlijk impact op mijn leven. Ik voel me gewoon beter, zit weer beter in mijn vel, heb wat meer zelfvertrouwen gekregen, en de rug *hout vasthouden* heeft, na de problemen in het begin van het jaar, wel nog lastig gedaan dit jaar maar is niet compleet plat gegaan.
Mijn kinderen doen het prima, ik zou onmiddellijk opnieuw trouwen met mijn lief, ik ben nog steeds verliefd op (het grootste deel van) mijn job en financieel hebben we zeker ook niet te klagen.

Naar mijn aanvoelen was het een druk jaar. Eigenlijk ben ik behoorlijk sociaal geweest voor mijn doening. Er was het nieuwjaren natuurlijk, twee weken later nog eens, ik ging quizzen in Destelbergen, deed een quiz voor het goede doel, en eentje in Don Bosco. Er was een zeer fijne Aether, ik ging geocachen met Véro in Ronse, deed een Omen mini, en ging in de paasvakantie twee daagjes naar Dordrecht. Met de fam gingen we eten in The Backyard voor pasen, en uiteraard waren er de tweewekelijkse sessies van Call of Cthulhu waar ik telkens weer naar uitkijk. Ik ging lunchen met Laurens, er was het lentefeest van Bo, een verjaardagsdrink op een terrasje, en nog een bordjesquiz. Ik genoot van drie dagen Dordrecht met de vriendinnen, ging koffiedrinken met Sofie en zat een week in Tallinn met de echtgenoot. Met Mireille maakte ik Vlaardingen onveilig en we vierden dat Gwen en Erik dertig jaar getrouwd zijn. Met Gwen ging ik dan ook naar Sofia, en ik begon zowaar een nieuwe reeks van Duister Gent. Bart nam me mee naar een fundraiser, en ik ging naar de laatste Omen. Ik speelde de Kammekequiz en een dagje Chronicles, en ik ging zelfs een derde keer naar Dordrecht. We gingen met het gezin eten op Allerheiligen en ik nam Bart mee naar Jan De Smet, waarop hij me meenam naar het circus en we ook nog samen gingen eten in Sin. Ik amuseerde me rot op Into The Node en nog eens op de Hot Shots Quiz. Ik ging Latijn lezen op café en we vierden kerstdag met de Rombauts. Ik nam Véro mee naar Roubaix en ging lunchen met Sophie.

Uiteraard ging ik ook op stap met Gwen: naar de Indiër, bij Cé’s Arts, koffie bij Claw, een Griekje, voor haar verjaardag bij Woest, en zelfs naar Bulgarije. We aten bij Circe en ontbeten bij Jaggers en dronken om het jaar af te sluiten een koffie bij mij thuis.

Cultureel gezien was er het volgende: een toneel met school, het ballet van Marie-Julie, Orfeus met de Cultuurcel van de school, een lezing van professor Laes, en met mijn lief een dagje Brussel voor Berlinde De Bruycker. Uiteraard ging het nog eens naar Velzeke met mijn klassen, Romeo + Julia met de Cultuurcel, met mijn lief naar De Spreekbeurt, de presentatie van Undertow, een concertje in Horebeke. Er was Gent Jazz met mijn liefste, en we gingen naar het Kröller-Müller en dan nog eens naar Gent Jazz. Ik bezocht het Puppetbuskerfestival, het MSK met Merel en nog eens het poppentheaterfestival. Met de Cultuurcel was er Van den Vos die Amoc maekte, en in eigen stad was er de Kunstbiënnale. De Cultuurcel toonde me Grand Finale, en ik ging naar een lezing over Herodotos. Met Bart ging ik Vanfleteren bekijken en met Véro liep ik in La Piscine.

Een mijlpaal was ook het appartement: het werd in januari opgeleverd, we gingen een eerste reeks meubels zetten, en ik nam nog een filmpje hoe het eruit zag zonder inrichting. Ze verhuisden nog wat spullen voordat ze er definitief op kot gingen. We verzamelden nog extra meubels, zoals terrasmeubilair, een klein bureautje en barkrukken. Ik nam dan ook een nieuw filmpje op. Er kwam een diepvriesje en eindelijk deftige verduistering. Daarnaast kwam er dus ook licht,

Het geocachen was er uiteraard ook, met een korte wandeling na nieuwjaar met het gezin, eventjes in Belzele, een toertje in Wetteren, het Leen en Eeklo, Rijsel, Ronse, de Biesbosch. Ik stak er ook enkele nieuwe weg. Er was Gontrode, Horebeke, Merendree, Heusden, Belzele, Vlaardingen, het Vrijbroekpark, De Panne, de Rozenbroeken, Roubaix en Aalst.

Fysiek begon het allemaal niet zo goed met een zeer ambetante rug, en ik kreeg dan ook een isotopenscan en een MRI. Dat beterde, en op 1 maart startte ik met Mounjaro. Ik liet een tandimplantaat zetten en de kroon op het werk.

Ook Nazgûl ging het fysiek niet voor de wind: blaasproblemen, compleet met operatie, en dan later nog eens veel ernstiger, zodat hij bijna dood was.

Ik ben nog steeds volledig verslaafd aan handwerken: een pull voor Marie-Julie, een grijze vest voor Fien, een reparatie van een rokje voor Merel, een blauwe vest voor Hannah, een supersnelle appelscrunchie, een pull voor Marne, zomertruitje 1, zomertruitje 2, een pull voor Hannah, zomertruitje 3, zomertruitje 4, zomertruitje 5, zomertruitje 6, zomertruitje 7, een stropzakje, zomertruitje 8, een babymutsje, zomertruitje 9, een witte vest voor Fien en zelfs een bruine vest voor haar. Ik breide polswarmertjes voor Merel en een mutsje voor Gwen. Er waren op zijn minst 6 paar gehaakte polswarmers en een muts voor Nikolaas.

Ik schilderde ook nog enkele scoutshemden: een Sint-Bernard en een lieveheersbeestje,

En dan waren er ook de verschillende momenten van afscheid, iets waar ik wat minder aan probeer te denken. We namen afscheid van nonkel Staf, en vooral ook van Nelly, Barts moeder.

Op een zekere manier was er ook een afscheid voor ons pa. Hij was het jaar nog steeds in het ziekenhuis ingezet, maar kreeg eind maart eindelijk een plekje in Residentie Vroonstalle. We installeerden hem, en hij zag dat het best oké was. En toen begonnen we aan het huis.

Mja. Het was dus een fijn jaar met heel veel bezigheden, en met een goed gevoel.

Op naar een nog beter 2026!

Wijze woorden van mijn lief op zijn verjaardag

4 dingen voor 54 jaar.
Doe ermee wat je wil.
Lees ze. Deel ze. Negeer ze. Gebruik er eentje. Gebruik ze allemaal.
Ze zijn gratis, caloriearm en getest op mensen – vooral op mij.
1. Kijk naar de manier waarop kinderen dingen oplossen. Soms is eenvoud slimmer dan logica.
2. Lees af en toe de gebruiksaanwijzing van iets dat je al tien jaar bezit, want je ontdekt verrassend vaak dat je het toestel maar op 12 procent van zijn potentieel gebruikt – net als jezelf.
3. Spreek met jezelf af dat je tijdens meetings maar één tabblad mag openlaten, tenzij je écht wil dat je gezicht verraden wordt wanneer Slack tóch een melding laat zien.
4. Besef dat geluk geen marathon is maar een reeks kleine sprintjes die soms eindigen in struikelen, en dat dat oké is.
5. Laat je sleutels altijd op dezelfde plek. Chaos begint klein.
6. Zet je vuilniszak meteen in de vuilnisbak nadat je de oude hebt weggegooid, want je toekomstige zelf vloekt altijd net iets te luid wanneer die weer in een plastic-loze afgrond staart.
7. Probeer af en toe bewust te luisteren naar mensen zonder te wachten op je eigen beurt om te spreken, want echte aandacht is een zeldzame valuta die verrassend snel rendement oplevert.
8. Stop met gelijk willen hebben, tenzij het echt dringend is of over thermostaten gaat.
9. Ga op tijd slapen. De wereld ziet er véél minder dramatisch uit met acht uur op de teller.
10. Aanvaard dat je je jong voelt maar je knieën ouder klinken. Geluid is geen leeftijd.
11. Koop een plant die weinig nodig heeft. Dat geeft hoop.
12. Lach om jezelf. Je bent stand-upmateriaal en dat is een zegen.
13. Leg verse lakens op en kruip er vroeg in. Geluk hoeft niet spectaculair te zijn.
14. Zeg vaker sorry. Ook als jij technically gezien misschien gelijk had.
15. Kijk iemand écht in de ogen wanneer je praat. Dat is wifi voor je ziel.
16. Besef dat niemand weet wat hij doet. Sommigen verbergen het gewoon beter.
17. Koop een wasmand met handvatten, want niets confronteert je sneller met je sterfelijkheid dan een trap oplopen met een volle, wiebelende mand zonder grepen.
18. Wees mild wanneer je merkt dat je minder kan dan vroeger, want elke levensfase ruilt spierkracht in voor zachtheid en dat is geen achteruitgang maar een evolutie die stiekem precies op tijd komt.
19. Laat je schouders zakken. Ze dragen vaak meer dan nodig.
20. Stop even met praten wanneer iemand iets moeilijks probeert uit te leggen. Pauzes genezen misverstanden.
21. Stop met doen alsof jouw bedrijf ‘urgent’ is – echte urgentie is brand, waterlek of een klant die eerst belt en dan mailt en dan nog eens belt; al de rest is planning.
22. Weet dat geluk soms een boterham met choco is die nét goed smeert.
23. Ruim het aanrecht op. Een proper blad maakt je hoofd minder rommelig.
24. Gun jezelf rust, want je lichaam is een collega die niet zomaar ontslag kan nemen.
25. Loop elke dag vijf minuten zonder doel. De wereld vertraagt vanzelf.
26. Accepteer dat je geheugen soms buffert. Dat maakt je mens, geen machine.
27. Kijk oude foto’s terug om te glimlachen, niet om te vergelijken met wie je dacht te moeten zijn.
28. Gun jezelf de rust om niet overal een mening over te hebben, want sommige discussies zuigen alleen maar energie zonder ooit iets op te lossen, en dat is een belasting die je met plezier mag schrappen.
29. Complimenteer iemand onverwacht. Liefde is een vorm van micromanagement die wél werkt.
30. Laat drama voorbijwaaien. Je bent een mens, geen windvanger.
31. Neem af en toe de tijd om je afstandsbediening om te draaien en je te verwonderen over het feit dat je exact nul van die knopjes ooit gebruikt, want zelfs dat onbruikbare plastieken ding herinnert je eraan dat het leven vol opties zit die je nooit gaat ontdekken en dat dat perfect is.
32. Word zacht in je oordeel. Hardheid heeft nog nooit iemand geheeld.
33. Houd een noodvoorraad koekjes bij. Emotionele infrastructuur is belangrijk.
34. Sta soms stil zonder reden. Bewust niets doen is een levensvaardigheid.
35. Koester je partner. Liefde is een software die draait zonder interface maar met veel impact.
36. Besef dat je oven altijd precies één graad warmer lijkt dan wat je instelt, waardoor elk gerecht dat “ongeveer 20 minuten” moest bakken verandert in een culinair gokspel waarbij jij en de natuurkunde elkaar aankijken en denken: hoe zijn we hier beland?
37. Veeg de kruimels van tafel. Kleine orde maakt grote rust.
38. Laat verwachtingen los die je al jaren meedraagt. Ze zijn zwaarder dan je denkt.
39. Lees de achterkant van verpakkingen. Het universum verstopt wijsheid op rare plekken.
40. Gebruik een dekentje dat je gelukkig maakt. Comfort is volwassen rebellie.
41. Weet dat je gedachten soms te veel tabbladen open hebben. Sluit er tien. Minstens.
42. Adem diep in en uit wanneer iemand je irriteert. Zuurstof wint bijna altijd.
43. Kijk naar vogels. Ze hebben nul stress over pensioenplannen.
44. Accepteer dat sommige mensen in je leven verschijnen als mysterieuze footnotes in een boek waar jij de hoofdtekst niet van begrijpt, en dat je soms pas jaren later ontdekt dat die blijkbaar de belangrijkste passage vormden.
45. Beantwoord je mails niet sneller, maar slimmer – een trage “ja” is beter dan een snelle “misschien”, en een duidelijke “nee” redt meer agenda’s dan therapie.
46. Luister naar stilte. Ze heeft betere analyses dan de meeste mensen op LinkedIn.
47. Investeer in een goed paar schoenen, want je voeten dragen niet alleen je lichaam maar ook al je slechte beslissingen – dan mogen ze tenminste comfortabel zitten.
48. Vraag hulp. Niemand is gemaakt om alles alleen te doen, zelfs jij niet.
49. Eet af en toe groenten die je vroeger vies vond, want soms realiseer je op 54 dat je smaakpapillen ondertussen geüpdatet zijn naar volwassen firmware en dat rode kool nu wél “oké” is, mits correct bereid en zonder trauma’s uit de jaren ’80.
50. Laat iemand voorgaan. Generositeit is gratis premium content.
51. Begrijp dat het leven geen puzzel is maar een legodoos. Je bouwt zelf wel iets.
52. Liefde lijkt vaak minder op een grootse symfonie en meer op een gammele radio die kraakt maar toch altijd het juiste lied vindt. Imperfectie is misschien wel de meest betrouwbare frequentie.
53. Sluit de dag af met een ritueel. Een kleine finale houdt het leven samen.
54. En zeg elke dag, minstens één keer, tegen iemand: blij dat je er bent. Zelfs al ben jij die iemand.
Het leven is minder een grote theorie en meer een verzameling kleine, onnozele, prachtige micro-momenten die je rustig aan elkaar moet puzzelen zonder handleiding.
We doen allemaal maar wat.
Soms werkt het. Soms knettert het. Soms gaat het volledig mis en soms voelt het alsof het universum even knipoogt.
En als jij één van deze 54 dingen meeneemt, al is het maar “leg je sleutels altijd op dezelfde plek”, dan is mijn verjaardag officieel nuttiger geweest dan de meeste nieuwjaarsresoluties.
Bedankt om mee te lezen.
Bedankt om er te zijn.
En vooral: vergeet niet dat je eigenlijk elke dag een nieuwe versie van jezelf mag downloaden.
Versie 54.0 draait alvast verrassend stabiel.

In Flanders Fields

Merel is op toneelweekend in Poperinge – begot! – en ik moest haar en haar vriendinnen om één uur ophalen. Nu, dat is algelijk wel een eindje rijden, ik had dus wat marge genomen, en daardoor had ik tijd om eventjes onderweg halt te houden aan Essex Farm Cemetery, beter gekend als Site John McCrae. De auteur van het beroemde gedicht ‘In Flanders Fields’ ligt daar begraven, net buiten Ieper, en ik werd er helemaal stil van, daar in de herfstzon, tussen de graven van zoveel soldaten…

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the Dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

– John McCrae

Bedenkingen bij Tallinn

  • We zijn voornamelijk in het historische centrum gebleven, maar dan nog: het is er proper. Iets meer dan bij ons, denk ik, gigantisch veel meer dan in pakweg Djerba.
  • Toeristisch. Maar echt. Misschien nog niet zo erg als Brugge, maar in elk geval meer dan Gent. Alle mogelijke nationaliteiten, maar veel Russisch en Amerikaans gehoord. Al dacht ik op een bepaald moment dat iemand die me aansprak, Amerikaans was en Canadees bleek te zijn, zoals ze licht verontwaardigd zei. Toen ik daarop een bijzonder prompte, welgemeende ‘Oh sorry!’ eruit flapte, schoten ze allemaal in de lach.
  • Heel mooi, en dus ook alle reden om toeristisch te zijn. De moeite waard, ja.
  • Er was ons gezegd dat quasi iedereen Engels sprak. In de winkels is dat wel zo, maar de meeste taxichauffeurs zijn Oost-Europees, hebben we gemerkt, en dan wil dat wel eens tegenvallen.
  • De taal is echt onmogelijk. Er is dus niet zoiets als Baltisch: Lets en Litouws leunen aan bij de Scandinavische talen, Ests is blijkbaar sterk gerelateerd aan Fins, en even onmogelijk. Het enige woord dat ik opgepikt heb, is “Aitah”, dankjewel. Het is wel vreemd om ergens te zijn waar je echt geen touw aan kan vastknopen.

  • Kasseien. Als iemand nog eens durft klagen over de kasseien in Gent – zoals ikzelf – dan moet die daar eens gaan kijken. Het oude centrum is nog volledig met kasseien en die liggen niet goed. Als in: de meeste auto’s rijden amper 10 per uur omwille van de vele putten, met hakken moet je er echt niet rondlopen, en fietsen is maar verstandig als je een mountainbike hebt of iets anders met dikke banden.

  • Ze hebben er echt wel nagedacht over ruimtelijke ordening. Er is plaats voor groen, voor parkjes, de straten die erbij gekomen zijn, zijn ruim. Zoals Bart het stelde: dit is een stad waar we wel nog zouden kunnen wonen. Mochten de winters zo koud niet zijn, denk ik dan. Je bent ook op tien minuten de stad uit en in de natuur.
  • We hebben een paar daklozen gezien, maar niet veel. Wel heb ik regelmatig vastgesteld dat mensen in de vuilbakken aan het graaien waren, wellicht voor blikjes en flesjes met statiegeld.
  • Ik denk niet dat in het centrum veel Esten wonen: het zijn allemaal appartementjes met vaak een sleutelkastje, en beneden overal restaurantjes en souvenirwinkeltjes. De wijken errond hebben dan wel weer veel woonblokken.
  • Fietsinfrastructuur is er in het centrum amper, gezien de oude straten en de kasseien. Daarbuiten, zo wist een lokale taxichauffeur me te vertellen, zijn ze bezig aan een inhaalbeweging. Bij elke vernieuwing komen er nu ook fietspaden, maar hij twijfelde een beetje aan het nut ervan, want tijdens de wintermaanden zijn die sowieso onberijdbaar, stelde hij. Mja.

Er zullen nog wel dingen zijn, en eventueel voeg ik die later wel toe, maar dat is het zo’n beetje, denk ik. Veel negatiefs valt er echt niet over te zeggen.

Taalverarming

Het is uiteraard al jaren bezig, die taalverarming van leerlingen. Enkele jaren geleden waren er leerlingen die een lijst bijhielden van het vocabularium die ze bij mij leerden en niet in het vak Nederlands. Na twee jaar kwamen ze op meer dan twee bladzijden uit. Mja, ik heb een rijke woordenschat, zo blijkt, en ik ben ook niet bang om die te gebruiken in de hoogste jaren. Ze krijgen dan ook uitdrukkelijk de raad om het te vragen wanneer ze een woord niet begrijpen. Ik heb het dan over woorden en uitdrukkingen zoals ipso facto, wat me logisch lijkt in mijn vak, maar evengoed over pensief, pendant, vergankelijk, gispen, billijk, dat soort woorden.

Soms vragen ze me ook dingen waarvan ik echt dat dat ze die zouden kennen, zoals destructief of decadent. Mja.

Maar wat ik de laatste tijd opmerk, is dat ze geen Vlaams meer kunnen. En daar bedoel ik dan woorden mee die typisch in het Algemeen Schoon Vlaams geaccepteerd zijn. Zo kenden ze het woord bleiten niet meer, en dan spreek ik niet over leerlingen met een anderstalige achtergrond, maar leerlingen wier ouders en grootouders ook gewoon standaard Vlaams spreken. Een schuif was dus ook niet algemeen gekend, in plaats van lade. En Merel zei daarstraks dat ze zich nog moest omkleden, waar wij vroeger altijd – en uiteraard foutief – verkleden zeiden.

Ik vind dat een verarming, ja. Pleit ik hier voor het gebruik van tussentaal? Dat nu ook weer niet, maar er is voor alles een plaats en een moment. En als je enkel nog het woord lade kent en niet meer het synoniem schuif, dan is dat een verarming.

Ik doe mijn keiharde, stinkende best om daar tegenin te gaan en ik gebruik zo veel mogelijk rare woorden en uitdrukkingen, maar het is vechten tegen de bierkaai. Ach ja, als ik al een handvol mensen de fijne kneepjes van het Vlaams en het uitgebreidere Nederlands kan bijbrengen, beschouw ik mezelf al als een gelukkig persoon, denk ik dan. En dan zwijgen we nog over het Latijn, zeker?

Lectuur: “The Color Purple” van Alice Walker

Na al die hoogdravende lectuur vond ik het tijd om nog eens een klassieker uit de BBC-lijst te lezen. Man, was me dat een cultuurschok qua taal!

Vanuit het barokke Nederlands en Frans belandde ik prompt in gesproken Afro-Amerikaans Engels, met zeer weinig syntaxis, kromme grammatica en een beperkte woordenschat. Ik had het er in het begin dan ook wel wat moeilijk mee, ja. Maar al heel snel word je meegesleept in het verhaal en is het ook overduidelijk dat de vreemde, beperkte taal functioneel is, dat het een statement is waar het hoofdpersonage het ook zelf over heeft.

Celie, een arme, laaggeschoolde zwarte vrouw in Georgia, vertelt haar levensverhaal in een serie brieven, eerst aan God, daarna aan haar zus Nettie. Ze begint wanneer ze 14 is, misbruikt wordt door haar vader en haar twee kinderen van hem moet afstaan. Later wordt ze verkocht aan haar echtgenoot die haar al even genadeloos verkracht. Haar situatie is uitzichtloos, de enige die ze vertrouwt is haar zus Nettie, maar die is verhuisd en schrijft geen brieven, ondanks de belofte dat ze dat wel zal doen. Celie geeft niet op en blijft schrijven. Achteraf zal blijken dat Nettie wel degelijk terug schreef, maar dat Celies echtgenoot de brieven gewoon achterhield. Uit jaloezie? Uit rancune? Of gewoon omdat hij dat kon? Hij heeft niet bepaald een hoge dunk van zijn vrouw: “Who you think you is? You can’t curse nobody. Look at you. You black, you poor, you ugly, you a woman. Goddam, he say, you nothing at all.”

Maar Celie bouwt beetje bij beetje een eigenwaarde op, vooral dankzij haar vriendin en minnares Shug, die een succesvolle zangeres is. Ze slaagt erin om een iets beter leven voor zichzelf op te bouwen, maar eigenlijk blijft het uitzichtloos.

Walkers verhaal grijpt je bij de keel. De miserie, de uitzichtloosheid, het brutale geweld, de passiviteit waarmee de vrouwen dat ondergaan, de vanzelfsprekendheid waarmee de meisjes op hun veertiende zwanger worden – door eigen seksuele driften of verkrachting -, het harde bestaan, de armoede…

Het staat gigantisch ver van mijn bed, en toch word je erin meegesleept. Je kijkt doorheen het taalgebruik naar de emoties, maar ook het emotieloze van de personages. Ik was er eventjes niet goed van, en het bleef ook heel erg lang nazinderen. Het is niet voor gevoelige zieltjes, maar wel zeer realistisch. En ja, je snapt meteen waarom Walker voor dit boek de Pulitzerprijs kreeg.

Wow.

 

Muziekloos

Ik hou van muziek. Dat is niet abnormaal, dat is zo bij de meeste mensen. Wolf en Kobe hebben bijvoorbeeld zo goed als altijd muziek opstaan, Kobe heeft dat zelfs nodig om te kunnen studeren – ADHD-brein, weet je wel?

Bij mij is dat zeer selectief, en eigenlijk kan je perfect merken aan de muziek in mijn omgeving in welke gemoedstoestand ik me bevind. En dan bedoel ik niet welke muziek ik opzet, dan bedoel ik of ik überhaupt muziek ópzet.

Zo zal ik in drukke periodes, periodes waarin ik niet goed in mijn vel zit, periodes waarin ik te veel aan mijn hoofd heb, periodes waarin ik nog honderden dingen moet zien op te lossen, geen muziek opzetten. Niks. Ik wil dan alleen stilte om me heen. Dat gaat zelfs zo ver, dat ik ook in mijn auto geen muziek wil, zelfs niet als ik meer dan een uur moet rijden. Of ook niet gewoon op zondagvoormiddag, als het hier voor de rest heerlijk stil is. Ik kan me dan ook soms ergeren aan een van de huisgenoten die gewoon naar TikTok aan het kijken is of zo: ik wil dat geluid gewoonweg niet.

Geen idee of dit iets typisch is voor iemand met ADHD, of dat dat een kenmerk van introversie is, of gewoon ik die een moeilijk mens ben, maar bon.

Hier thuis weten ze dan ook dat ik pas weer écht aanspreekbaar word in de grote vakantie, wanneer ik ook zelf muziek begin aan te zetten in de woonkamer, waar ik standaard in de zetel hang. Pas dan begint de vermoeidheid en de drukte van het schooljaar uit mijn lijf te gaan.

En mijn koor? Ook dat ligt soms moeilijk, en ik rij dan ook in volledige stilte naar huis, want de muziek in mijn hoofd is dan luid genoeg. Maar dat is nog anders: daar ben ik zelf actieve partij.

Dus ja, kom je me tegen en ben ik naar muziek aan het luisteren? Spreek me dan gerust aan, dan ben ik helemaal goed gezind.

Even geen koor

Met spijt in het hart heb ik vandaag een knoop doorgehakt: ik stop even met het koor. Jawel, dat koor dat ik een goeie vijf jaar geleden mee heb helpen oprichten en waar ik echt wel graag in zing.

Maar het is momenteel gewoon te veel. De donderdag is echt een zware lesdag voor mijn rug – vijf uur les, waarvan drie uur met een groep van 28 veertienjarigen die op zich allemaal wreed wijs zijn, maar in groep gewoon een beetje te veel zijn – en het loopt al tegen het einde van de week. Als ik dan nog twintig minuten moet rijden, twee uur (en meestal ietsje langer) op een slechte stoel moet zitten en me daarbij ook nog eens fysiek en mentaal moet inspannen – zingen doe je niet zomaar even, geloof me, toch niet op degelijk niveau – dan is dat niet bevorderlijk voor die rug.

En ja, dan moet je keuzes maken. Want wat doe ik daarnaast nog? Eén keer om de twee weken twee uur roleplay, één keer per maand een quiz op uitstekende stoelen en dat is het wel zowat. Voor de kinderen hun activiteiten moet ik voorlopig niet echt meer rijden, dat scheelt ook. En ja, af en toe ga ik nog eens naar toneel of met Gwen eten of zo, maar niet op regelmatige basis.

En toch moet ik ergens nog in snijden, want momenteel blijf ik echt op het uiterste randje van mijn tandvlees zitten.

Ik ben ervan overtuigd dat ik op een bepaald moment wel terug ga naar het koor, daarvoor zing ik te graag, en ze hebben me beloofd dat ze mijn stoel bij de tenoren warm zullen houden.

Maar nu dus even niet.

Cantandum non est. Me paenitet.

Generatiekloof over LOL

Toen ik vorige week examens aan het verbeteren was, schreef ik “LOL!” bij een grappig antwoord van een van de leerlingen. Merel zag dat en vond dat zeer vreemd.

Wat ik op mijn beurt dan weer vreemd vond, om eerlijk te zijn.

Na enig heen-en-weergepraat kwamen we tot de volgende conclusie: LOL en haha betekenen iets heel anders voor GenX en GenZ, blijkbaar.

Ik kom – uiteraard – nog uit de tijd waarbij je bij het gamen alleen kon converseren via getypte boodschappen naar elkaar. VOIP of dergelijke spraaktoestanden bestonden nauwelijks en waren meestal zo slecht en verbruikten zoveel bandbreedte dat het makkelijker was te typen als je iets wilde zeggen. Zo zijn ook al die afkortingen ontstaan, zoals BRB (Be right back), AFK (away from keyboard), en dus ook LOL (Laughing Out Loud). Dat schreven we als we iets echt grappig vonden. Niet dat je daarom ook echt moest zitten lachen achter je toetsenbord, daarvoor diende bijvoorbeeld ROFL of ROFLMAO, respectievelijk Rolling On the Floor Laughing en Rolling On The Floor Laughing My Ass Off. Maar LOL betekende wel dat je iets oprecht grappig vond. Wilde je eerder sarcasme uitdrukken, dan schreef je ‘Haha’ of ‘Ha ha ha’. Als in “Ja maat, gij moogt dat grappig vinden maar ik kan er eigenlijk niet mee lachen”.

Blijkbaar is dat intussen behoorlijk veranderd. Nu schrijf je LOL als iets een matig glimlachje veroorzaakt, maar je iets niet onbeantwoord wil laten. Echt grappig vind je het niet, daarvoor gebruik je haha. Doet iets je echt lachen, dan schrijf je HAHAHAHA!

Ik snapte het dus ook al niet toen ik online aan het lesgeven was en een van de jongens bij een opmerking HAHAHAHA schreef. Ik dacht: “Is die mij hier nu aan het uitlachen of wa?” Merel verzekerde me nu dat hij het gewoon echt grappig vond, dat het zeker niet sarcastisch bedoeld was, zoals ik het opvatte.

Juist ja.

Ik besprak het met Bart, en die was volledig mijn mening toegedaan. Zo had hij vorige week in de gezinschat op Whatsapp een meme doorgestuurd van Taylor Swift en Merel had gereageerd: “Haha”. Waarop ik tegen Bart zei: “Goh, ze kan er precies niet mee lachen!” en hij daarmee instemde. Terwijl zij me nu bevestigde dat ze het wel grappig had gevonden en dat ook zo bedoelde.

Hmm.

Ik ga er dus echt voor moeten opletten dat ik niet zomaar meer LOL! schrijf bij een of andere grappige opmerking van mijn leerlingen, want zij vatten dat zo niet op dus.

Ik word oud.

(Bart stuurde er dan ook nog dit artikel over door:
https://pudding.cool/2019/10/laugh/
Ik ben dus niet de enige met dit probleem.)