Het werd een ietwat vreemde zondag: gewoon ontbijt, lummelen, was doen, mijn vader halen, valies maken, tickets afprinten, en tegen half zes gedropt worden aan het station, waar Gwen iets later ook toekwam: we trekken namelijk met ons twee richting Sofia Bulgarije, voor de conferentie Euroclassica. Die begint dinsdagmorgen, maar de lijnvluchten zijn maar telkens ’s avonds, zodat we toch al vanavond zijn vertrokken en morgen een dagje hebben om te bekomen. Nog een chance: de vlucht moest vertrekken om 20.35 uur, het was net geen twee uur later.
Soit, we waren iets over half zes op de luchthaven, raakten allebei iets kwijt aan de controle – Gwen haar dure zonnecrème, want het telt dus toch niet als je flesje van 150 milliliter niet eens meer halfvol is, en ik mijn Opinel zakmes, dat ik compleet over het hoofd had gezien wegens standaard in mijn medicatiezakje; de brave man had het nog nagemeten maar het was echt twee centimeter langer dan toegestaan – en dus aten we maar iets in de transitzone. En wachtten. En konden dan eindelijk aan boord van een nog niet halfvolle vlucht.
Normaal gezien zouden we half twaalf locale tijd – het is er een uur later – toegekomen zijn, nu waren we pas tegen half drie op ons hotel. Nog een geluk dat Gwen al op voorhand een, weliswaar dure, taxi had geregeld…
En de kamer? Gwen had specifiek gevraagd op haar dienst die alles regelde om een kamer te zoeken zonder vasttapijt. Quod non. Maar verder is het wel oké, vind ik. Het ligt vooral vlakbij het centrum, en dat is mooi.
Bon, het was na drie uur voor we het licht konden uitdoen, het was nog een pak later voor ik ook effectief kon slapen, Maar een positieve noot: ik heb het vliegtuig zonder kleerscheuren overleefd, alleen de rug was niet blij met het lange zitten en wachten. Tsja.

