Het was al van in de paasvakantie geleden dat ik Véronique had gezien, en we vonden beiden dat we dat dringend moesten rechtzetten. Toen ik dus voorstelde om samen te gaan cachen, zei ze meteen ja. We lieten ons oog vallen op Roubaix: behoorlijk wat caches, ideaal voor koud weer want dan kan je ergens binnen gaan zitten, en vooral: cultuur! Want ja, daar is ook onder andere het prachtige museum La Piscine in een voormalig art nouveau zwembad.
Ik pikte haar op in Ronse, en iets voor twaalf stonden we in Roubaix. Ik hoop alleen dat ik er geen boete krijg, want blijkbaar heb je nu niet alleen voor de grote steden, maar ook voor de kleinere steden een ecovignet nodig, en dat wist ik dus niet. We gingen meteen het museum binnen, liepen rond en wilden rond één uur daar ter plekke in het restaurant eten, maar blijkbaar was het overvol en konden we pas om twee uur eten. Tsja, dan eerst maar verder museumen, zeker?
Tegen twee uur kregen we een tafeltje, kozen we voor de stoverij met frietjes en een koffie met een echte Meertse wafel erbij.
Eigenlijk hadden we nog niet het volledige museum gezien, maar we wilden vooral nu naar buiten, want de zon scheen – het was wel koud, tegen het vriespunt – en we wilden nog een aantal caches doen, vooral dan rond street art. Daar is er wel wat van in Roubaix, zo blijkt. We deden eerst nog de binnentuin, liepen rond, genoten van de stad, genoten van elkaars gezelschap en vonden onze laatste cache zelfs in het donker bij de lichtjes van onze gsms. Maar wat een prachtige dag…
Ik zette haar af en was tegen acht uur terug in Wondelgem. Moe, maar man, zo mentaal opgeladen!
