Lectuur: “Crooked Kingdom” (Six of Crows #2) van Leigh Bardugo

Dit vervolg op Six of Crows is even hard de moeite waard als deel 1, dat op een gigantische cliffhanger was geëindigd. In het vorige boek hadden de six of Crows een onwaarschijnlijke stunt uitgehaald, waarmee ze gigantisch rijk konden worden.

Konden, want wanneer ze die beloning willen ophalen, worden ze gigantisch in de zak gezet en moeten ze eigenlijk vechten voor hun leven. Het team is verzwakt, gewond, totaal blut en elke hoop kwijt, maar toch blijft Brekker niet bij de pakken zitten. Hij bedenkt de meest ingenieuze plannen, en telkens wanneer je denkt dat je het eindelijk doorhebt, komt er toch weer een onverwachte wending die al bij al toch plausibel blijft. Ik heb er af en toe met open mond naar zitten kijken, en de vaart in het verhaal is immens.

Het geheel is opnieuw als een op hol geslagen sneltrein en pakt je bij de keel, is bijzonder vlot geschreven en toch afwisselend genoeg.

Ik heb het bijzonder graag gelezen en vond het eigenlijk jammer dat het verhaal voorbij was. Ik wil eigenlijk dolgraag extra verhalen van Brekker en zijn team lezen, maar ik weet niet of Bardugo dit niveau kan aanhouden. Ik zal er in elk geval geen nee tegen zeggen.

Lectuur: “Six of Crows” van Leigh Bardugo

Vorig jaar had ik de reeks Shadow and Bones gezien op Netflix, en ik was zeer aangenaam verrast: een donkere, gritty wereld, geïnspireerd op voornamelijk Rusland, maar met echte, stevige, goed uitgewerkte magie. Netjes!

Ik dacht: laat ik de boeken dan ook maar eens lezen, want meestal zijn die beter dan de verfilming. Ik werd niet teleurgesteld, maar ik was wel verbaasd: de reeks heet dan wel Six of Crows, maar eigenlijk verweeft ze de twee reeksen in Bardugo’s Grishaverse door elkaar: het tweeluik Six of Crows en de trilogie Shadow of Bones. De duologie kreeg de hoogste notering, die heb ik dan ook eerst gelezen, en dat was meer dan in orde.

Zoals gezegd speelt het zich af in een donkere, harde wereld met verschillende landen die niet bepaald op goede voet met elkaar staan. In Ketterdam – heel grappig, de straten en dergelijke zijn allemaal gewoon een soort Nederlands – in Kerch zijn verschillende gangs aan het werk. Een daarvan wordt de facto geleid door de amper 17jarige Kaz Brekker, een genadeloze, wrede jongeman met een mankepoot. Hij is erin geslaagd om zich op te werken binnen de bende tot een van de luitenanten en heeft een excellent team om zich heen. Dat team heeft hij dan ook meer dan nodig wanneer hij een totaal onzinnig plan opvat waarmee ze allemaal steenrijk kunnen worden en waarmee Kaz vooral ook de wraak kan nemen waar hij al zijn hele leven op zint.

Een van zijn teamgenoten is een Grisha, een magiër die binnen Kerch gevaar loopt om als slaaf gebruikt te worden, in Ravda – het Russische stuk – op een voetstuk wordt geplaatst, in Fjerda – denk Zweden – genadeloos opgejaagd en afgemaakt wordt als heks en in Shu Han – het Verre Oosten – als proefdier dienst doet voor experimenten. Maar eigenlijk is ze een zeer gevaarlijk wapen, want vanop afstand kan ze iemands hart versnellen of vertragen, of gewoon stilleggen. Tsja. Voeg daar een muisstille acrobate aan toe – de ideale spion – een buitengewoon schutter, een weggelopen zoon van een edelman met een flair voor explosieven en een Fjerdan met brute kracht, dan krijg je de Six of Crows.

Bardugo’s wereld zit niet alleen consequent in elkaar, ze maakt het ook bijzonder spannend. Haar hoofdstukken wisselen telkens qua perspectief tussen de verschillende hoofdpersonages en dat maakt het extra boeiend: je krijgt inzicht in de verschillende karakters en hun twijfels en bekommernissen. Het enige wat me een beetje stoorde, zijn de zoetsappige liefdesintriges. Je ziet ze van mijlenver aankomen en drie koppeltjes binnen de zes personages? Moet dat nu echt?

Dat de plot soms afhangt van onwaarschijnlijk geluk en nipte ontsnappingen en zo, dat vind ik dan weer helemaal niet erg: is dat niet het geval in zowat elke actiefilm? Ja toch?

Ik heb in elk geval intens genoten van deze zeer vlot geschreven fantasy, ik ben er dan ook doorgegaan op een dag of twee, en dat zegt genoeg.

“La Tempête des échos” (La Passe-Miroir #4) van Christelle Dabos

Eerlijk? Ik vond dit vierde en laatste deel van La Passe-Miroir een pak minder sterk dan de vorige. Misschien is het nieuwe er wat af? Feit is dat deel 4 zich op dezelfde arche afspeelt als de vorige, dus ook in Babel, zij het een ander deel. Ophélie laat zich vrijwillig opsluiten in een soortement gesticht omdat ze daar antwoorden kan vinden op de vraag waarom de wereld aan het vergaan is. Letterlijk, want de bestaande stukken wereld brokkelen af en telkens sneuvelen duizenden mensen.

Ophélie weet dat ze de kennis in handen heeft om die ondergang tegen te gaan – een held die de wereld moet redden, iemand? – maar kan die niet ontsluiten. Opnieuw moet ze een aantal fysieke en mentale beproevingen ondergaan, maar uiteindelijk slaagt ze er wel in haar antwoord te vinden. Maar het blijft maar de vraag, natuurlijk, of ze daar dan ook iets mee is…

Dabos wil in dit laatste deel eigenlijk te veel uitleggen, en dat stoort. Soms is die uitleg metafysisch en moet je het een keer of drie lezen voordat je er ook maar een iota van snapt, andere dingen zijn gewoon totaal irrelevant voor de rest van het verhaal. Sommige dingen zijn ook gewoon niet logisch, maar daar krijg je dan weer geen uitleg voor. De wereld zit nog steeds knap in elkaar, maar hier en daar is er toch een los eindje dat niet logisch ingewerkt geraakt. En vooral: het steampunkkantje, de fantastische werelden van Anima en de Pool komen gewoon niet meer aan bod. Jammer jammer jammer, want dat maakte het net interessant, samen met een aantal personages dat zonder meer aan de kant geschoven is.

Nog steeds goed, maar toch beduidend minder dan de voorgaande. Tsja. Het kan niet altijd 5 sterren zijn, toch?

Lectuur: “La Mémoire de Babel” (La Passe-Miroir #3) van Christelle Dabos

OPGELET: lichte spoilers!

Op het einde van het tweede boek was Ophélie verplicht teruggebracht naar Anima, haar eigen ‘planeet’ waar ze zich hopeloos verloren voelt, zonder doel, en ook zonder Thorn. Maar wanneer er zich een kans voordoet, ontsnapt ze en gaat ze richting Babel, een oosters aandoende arche waar ze vooral heel veel opzoekingswerk doet naar wat de wereld om zeep heeft geholpen en waar ze, wonder boven wonder, ook Thorn terugvindt. Maar uiteraard moet ze zich in honderdduizend bochten wringen, zit ze in een overgecontroleerde omgeving waarin Big Brother nooit ver weg is, en ziet ze gewoonweg af, zowel mentaal als fysiek. Zo hoort dat blijkbaar ook, in deze reeks.

Maar de spanning is regelmatig te snijden, de plot is ingewikkeld maar goed opgebouwd, de personages zijn nooit helemaal goed of helemaal slecht, en de steampunk sfeer is zelfs nog iets meer aanwezig op Babel dan in de vorige boeken. Ik blijf echt wel fan en ik ga door de boeken als een mes door de boter. Of zoals Wolf zegt: “Mama, je bent echt wel weer heel veel aan het lezen, he? Overdrijf je niet een beetje?”

Misschien wel. Maar deze boeken moeten dan maar zo leuk niet zijn.

 

 

Lectuur: “Les Disparus du Clairdelune” (La Passe-Miroir #2) van Christelle Dabos

Was ik door deel één gestoomd, dan was dat voor deel twee van deze Franstalige steampunk fantasyreeks niet anders.

Het verhaal loopt gewoon verder, waar het bij boek één geëindigd was op een cliffhanger. Ophélie bevindt zich nog steeds op Le Pôle bij haar verloofde, maar het is niet alsof ze een connectie kan maken met hem: zij wil hem niet en hij wil haar duidelijk ook niet. Maar er is intussen wel iets zeer vreemds aan de hand: er verdwijnen mensen in zeer onduidelijke omstandigheden.

Ophélie gaat, ondanks de bedreigingen die haar van alle kanten omgeven, op onderzoek uit en probeert alle illusies aan het hof van de Pool te doorprikken, wat haar niet bepaald in dank wordt afgenomen.

Dabos gaat verder op het ingeslagen elan en blijft het bij momenten ongemeen spannend maken. Ja, het blijft young adult en er komen een hoop emotionele problemen bij, maar eigenlijk is dat helemaal niet erg. De steam punk sfeer wordt nog sterker en de wereld krijgt nog meer vorm.

Ik blijf fan. Echt.

 

Lectuur: “Les Fiancés de l’hiver” (La Passe-Miroir #1) van Christelle Dabos

Wolf kwam onlangs naar beneden met een tip voor mij: “Mama, ik ben een Frans boek aan het lezen, en ik denk dat jij dat wreed wijs gaat vinden.”

Mijn wenkbrauwen gingen omhoog: Wolf die leest en iets nog goed vindt ook, en dan nog in het Frans, of wa? Bleek dat hij enkel de eerste twee hoofdstukken moest lezen, maar dat het Franstalige, zeer goed geschreven fantasy bleek te zijn. Yup, mijn interesse was geprikkeld.

Dat bleek overigens zeer terecht: mijn zoon kent mij goed, ja. Het verhaal is gesitueerd in een compleet nieuwe wereld, of althans een verre toekomst waarin onze huidige wereld geëxplodeerd is en grote stukken – des arches – zweven in een vaste baan rond een ontoegankelijke kern. Elk stuk heeft zijn eigen kenmerken waarin wel een aantal kenmerken van hedendaagse landen terug te vinden zijn. Alleen hebben veel van de inwoners een speciale gave ontwikkeld, specifiek per ‘arche’. Zo is er Anima, het stuk waar Ophélie geboren is, en waar veel inwoners in staat zijn materie te manipuleren. Dat hun huizen en hun inboedel dan ook vaak geanimeerd zijn – letterlijk – en een eigen karakter hebben, dat moeten ze er dan maar bij nemen. Anima straalt de sfeer uit van een conservatief, gemoedelijk Frankrijk, en Ophélie heeft een dubbele gave: ze kan door aanraking het verleden van objecten ‘lezen’ en zich verplaatsen via spiegels.

En dan is er bijvoorbeeld ook Le Pôle, een zeer hiërarchisch gestructureerde ‘arche’ waar een polair klimaat heerst en dat nog het meest doet denken aan keizerlijk Rusland. De inwoners zijn er meesters in de illusie, maar ook bijvoorbeeld in gedachtenlezen en dergelijke. En laat daar nu ene Thorn wonen, een zeer enigmatisch figuur dat tegen wil en dank de verloofde wordt van Ophélie. Zij wordt gedwongen hem te volgen naar de Pool, maar er blijken – uiteraard – heel wat andere motieven mee te spelen…

Ik was, zoals gezegd, zeer, zéér aangenaam verrast. Dabos schrijft een helder, verzorgd, zeer bloemrijk proza in de passé simple, en ik was wel blij dat ik elektronisch las zodat ik regelmatig woorden kon aanklikken met de woordenboekfunctie. De wereld is zeer knap en logisch opgebouwd, heeft een sterk steampunk gevoel en ja, Ophélie is jong en heeft een eerste relatie, je kan het ook young adult noemen, denk ik.

Niet gedacht, maar ik las deze 600 pagina’s op een dag of vier en ging meteen voor deel twee: echt een van de betere reeksen. Zitten er minpuntjes aan? Tuurlijk: soms gaat het verhaal wat traag, en Ophélie kan echt soms een twijfelende, chronisch verkouden zaag zijn, maar meestal gaat het verhaal aan een immens tempo, is het intens spannend en, tsja, gewoon goed geschreven.

Aanrader? Vast en zeker!

Lectuur: “Perdido Street Station (New Crobuzon #1)” van China Miéville

Ik weet eigenlijk niet of ik dit onder fantasy of science fiction zou zetten. Een beetje de twee, denk ik zo. Want de wereld die Miéville in dit boek schetst, is op zijn minst vreemd te noemen. Veel fantasy blijft dicht bij de werkelijkheid, met misschien wel wat magie, of een andere wereld of zo, dat wel, maar herkenbaar.

Miéville gooit het radicaal over een andere boeg. Nee, het is geen ruimte fiction, helemaal niet, maar de wereld is duidelijk helemaal alien. De wereld van Crobuzon is bevolkt met mensen, maar daarnaast ook khepri, een wezen uit de Egyptische mythologie met een scarabee als hoofd, vodyanoi, een soort uit de kluiten gewassen kikker, cactacae, wandelende cactusmensen, en gharuda, geantropomorfiseerde roofvogels. Er zijn nog andere wezens, maar deze vijf soorten leven min of meer vredevol samen.

Hoofdpersonage is Isaac, een geflopte wetenschapper. Geflopt wegens niet betrouwbaar genoeg, te chaotisch, te weinig de regels volgend… Maar Isaac stoot op een nieuwe manier van energie opwekken, een baanbrekend onderzoek, en laat intussen ook per ongeluk een wezen ontsnappen dat de ondergang kan betekenen van niet alleen de stad maar uiteindelijk zowat het hele continent. Hij probeert het heft in eigen handen te nemen en een oplossing te bedenken en krijgt daarbij gelukkig de hulp van het meest onwaarschijnlijk stelletje, goh, vrienden kan je het zelfs niet noemen. Maar het loopt – uiteraard – bij momenten grondig fout, en Miéville schuwt de weerzinwekkende beschrijvingen niet. De stad is grauw, groezelig, ademt een steampunk-sfeertje uit en is duidelijk niet aangenaam om in te leven.

De auteur springt van het ene personage naar het andere qua vertelpunt en schetst een wonderlijk coherente wereld met een bizarre maar al bij al aannemelijke plot.

Ik heb vrij lang gedaan over het boek, maar het liet me ook niet echt los. Ga ik de volgende boeken in de reeks lezen? Wellicht wel, maar nu nog even niet. Daarvoor ligt het me iets te zwaar op de maag.

Lectuur: “Gods of Blood and Powder” (trilogie) van Brian McClellan, samen met de kortverhalen

Ik denk dat ik eens alle boeken die ik lees, apart ga beginnen bespreken: het is soms jammer om een hele reeks in één keer te bespreken, en in deze coronatijden waarin een mens niks speciaals doet, is het ook al ne keer, goh, moeilijker om onderwerpen te vinden. ’t Is niet alsof we veel uit ons kot komen…

Maar deze is dus toch weer de bespreking van een trilogie. In februari had ik de eerste trilogie gelezen van Brian McClellans Powder Mage en was ik zeer begeesterd.

Ik heb daar toen alle kortverhalen bij gelezen die uiteindelijk ook in twee boeken gebundeld zijn. Er zaten echt korte verhalen bij, sommige waren bijna 90 bladzijden lang, maar allemaal gaven ze wel wat extra info over de personages uit de eerste trilogie. Niet dat ze allemaal even sterk zijn, die kortverhalen, maar dus wel aangenaam om lezen.

En toen was er de tweede trilogie die zich een tiental jaar na de eerste reeks afspeelt. De focus is verschoven naar een van de nevenpersonages uit de eerste reeks, met daarnaast een nieuw personage en een personage uit een van de kortverhalen, The Mad Lancers. Ook in de vorige boeken kreeg je een voortdurende wissel van POV (point of view), maar het absolute hoofdpersonage komt hier begrijpelijkerwijs niet meer voor.

Gelukkig komt een van de meer intrigerende personages, Taniel Two-Shot, hier wel weer uitgebreid aan bod, zij het niet als POV. De logica van de wereld is ook helemaal doorgetrokken, en het is dus een dikke aanrader om eerst die eerste trilogie te lezen voor je aan deze boeken begint.

Het blijft ook mooi om die verschillende standpunten te zien: soms worden bepaalde gebeurtenissen zelfs uit de verschillende standpunten belicht zodat je een totaal ander en vooral vollediger beeld krijgt.

Het echte hoofdpersonage is deze keer Vlora Flint, een van de officieren uit de vorige reeks, die hier aan het hoofd staat van een huurlingenleger in Fatrasta, ver van haar thuisland. Ze moet het hoofd bieden aan een grimmige vijand maar tegelijk vooral ook interne problemen zien op te lossen én een bijzonder ingrijpende gebeurtenis zien te voorkomen.

Daarnaast is er Michel, een nieuw personage dat bijzonder gelaagd blijkt te zijn, na een eerste antipathieke indruk, en dat zich willens nillens in de hoogste politieke sferen bevindt.

En dan is er Ben Styke, of zoals ik ergens las, “The Logan Ninefingers van Fatrasta”, een absolute moordmachine die blijkbaar toch veel meer een geweten heeft dan hij laat blijken.

Alles samen zorgt dit opnieuw voor een uiterst geslaagd geheel met een weldoordachte plot, bijzonder spannende momenten, goed uitgewerkte personages en toch nog het nodige mysterie.

De eerste twee boeken, Sins of Empire  en Wrath of Empire kregen van mij nog 4 sterren, Blood of Empire, als kroon op het verhaal, toch wel vijf. Ik heb ze opnieuw in een razend tempo uitgelezen…

 

Lectuur: “The Codex Alera” van Jim Butcher

Jim Butcher kende ik al langer: zijn Dresden Files verslind ik met een ongeziene gretigheid, zo vlot zijn die geschreven. Waarom dan ook niet een van zijn andere reeksen lezen? De Codex Alera, bestaande uit zes boeken – Furies of Calderon, Academ’s Fury, Cursor’s Fury, Captain’s Fury, Princeps’ Fury, First Lord’s Fury – werd me links en rechts wel aangeraden, maar niet met veel overtuiging, had ik de indruk.

De premisse vond ik nochtans hilarisch: het verhaal gaat dat iemand Butcher uitdaagde om een verhaal of serie te schrijven waarin zowel de Romeinen als pokémons zijn verwerkt. Challenge accepted, zei Butcher, en hij schreef dit. Ik heb gigantisch genoten, ik moet het zeggen zoals het is: fantasy van de bovenste plank.

Het verhaal speelt zich af in een wereld waarin de samenleving is gebaseerd op de Romeinen: de burgers staan boven de rest, er is adel, en vooral: er zijn legioenen met centurions en alles erop en eraan, compleet met gladius en lorica. Maar waarin zit dan het grote verschil? Wel, de furies uit de titel. Elke persoon in Alera kan in minder of meerdere mate beroep doen, naarmate hij opgroeit, op een soort van oerkrachten, min of meer gelinkt met de vijf elementen. De adel beheerst zelfs alle soorten furies in hoge mate, wat hen dan ook de adel maakt. Zo kan een krachtige beheerser van windfuries stormen oproepen, maar ook vliegen en zichzelf verhullen. Aardemeesters – ja, ik vond er ook redelijk wat van Avatar in terug – kunnen ganse muren oproepen door de aardefuries aan te sturen, enzoverder.
De krachtigere vrije mensen worden de Knights in het leger, maar Butcher heeft duidelijk nooit zelf Latijn gedaan of heeft compleet lak aan de taal, want er zijn wel de Knights Aeris  en Knights Flora, maar hij heeft het ook over de Knights Ignus of Knights Ferrous. Ugh.
Maar als dat zowat mijn enige puntje van kritiek is, dan zit het wel goed, toch?

We volgen doorheen de zes boeken het verhaal van Tavi en hoe hij opgroeit en meegezogen wordt in de gebeurtenissen. Meer ga ik daar niet over zeggen wegens spoilers en al.

Maar verder heeft het echt alle klassieke kenmerken van een fantasy verhaal: een held tegen wil en dank, fysiek minder dan de rest en dus aangewezen op zijn intelligentie, verschillende soorten vijanden waaronder een hive mind, reddingen op het laatste nippertje, de wereld die zal vergaan, vrienden die hem steunen door dik en dun, een goeie vleug niet-expliciete seks, tegenkanting van de gevestigde waarden. Maar Butcher deinst er ook niet voor terug om duizenden mensen te laten sterven in oorlogen, zijn personages genadeloos af te maken en de nodige gruwelen in beeld te brengen. De ‘realiteit’ is nergens verbloemd.

Enfin, ik heb de reeks bijzonder graag gelezen: het is fijne fantasy, goed geschreven en met een goed samenhangende wereld. En die Romeinen, dat is voor mij een pluspuntje, jawel.

Lectuur: een overzicht van 2020

Vorig jaar verwonderde ik er me nog keihard over dat ik 52 boeken had gelezen en stelde ik me oprecht de vraag of dat me opnieuw zou lukken.

Wel… Dit jaar ben ik geëindigd op 62 boeken met een gemiddelde lengte van 405 pagina’s. Er zaten kortere tussen, short stories, maar dus ook van die kleppers van 900+ bladzijden. Alles wat een eigen ISBN-nummer heeft, heb ik apart gerekend.

Ik heb ze, net als vorig jaar, ook allemaal besproken, maar dan vaak per reeks, want fantasyboeken komen nogal vaak in reeksen voor, en je kan dus gewoon doorklikken.

Een overzicht:

1-3: een boek en twee graphic novels in de reeks rond Peter Grant van Ben Aaronovitch, waar ik het vorige jaar mee geëindigd was (fantasy)
4. The Grapes of Wrath van John Steinbeck (klassieker)
5. Birdsong van Sebastian Faulks (klassieker)
6-7: twee Baru Cormorant van Seth Dickinson (fantasy)
8. The Time Traveller’s Wife van Audrey Niffenegger (BBC-leeslijst)
9. IJzerkop van Jean-Claude van Ryckeghem (leeslijst Wolf)
10-14: vijf boeken Red Rising van Pierce Brown (scifi)
15. Northanger Abbey van Jane Austen (klassieker)
16. Stone Cold van Robert Swindells (leeslijst Wolf)
17-19:The Grail Trilogy van Bernard Cornwell (fantasy)
20. Middlemarch van George Eliot (klassieker)
21. False Value van Ben Aaronovitch, aansluitend bij 1-3 (fantasy)
22-24: de Broken Empiretrilogie van Mark Lawrence (fantasy)
25-32: 8 boeken van The Witcher van Andrzej Sapkowsi (fantasy),
33. Peace Talks van Jim Butcher (fantasy)
34-36: Heart of Darkness/Amy Foster/The secret sharer  van Joseph Conrad (klassiekers)
37-39: Shattered Sea Trilogy van Joe Abercrombie (fantasy)
40. Persuasion van Jane Austen (klassieker)
41-43: de Mistborntrilogy van Brandon Sanderson (fantasy)
44-50: de zeven boeken van The Chronicles of Narnia van C.S. Lewis (fantasyklassiekers)
51. Sjakie en de chocoladefabriek van Roald Dahl (voorleesboek voor Merel)
52-54: de tweede trilogie van Mistborn van Brandon Sanderson (fantasy)
55. Een Schitterend Gebrek van Arthur Japin (leeslijst Wolf)
56. Battle Ground van Jim Butcher (fantasy)
57. A Prayer for Owen Meany van John Irving (klassieker)
58. Secret History van Brandon Sanderson (fantasy)
59. Sjakie en de grote glazen lift van Roald Dahl (voorleesboek voor Merel)
60. The Woman in White van Wilkie Collins (klassieker)
61-62de eerste twee boeken van de Codex Alera van Jim Butcher, maar die moet ik nog als reeks bespreken (fantasy)

Het zijn dus duidelijk meer fantasyboeken dan klassiekers geworden, maar bon, die zitten er toch ook tussen. En, héél duidelijk, zo goed als alleen maar in het Engels. Ware het niet van die leeslijstboeken van Wolf, er zat geen Nederlands tussen, denk ik. Tsja.

Ik ben ambitieus geweest en heb weer 52 boeken als richtlijn voor 2021 gezet. Dat moet perfect haalbaar zijn, denk ik, ik ben nog steeds keihard in mijne lees en ben net begonnen aan het derde boek voor dit jaar. Jawel, met een gemiddelde van 615 pagina’s. Het jaar goed begonnen, noemen ze dat.