Lectuur: “Queen of Sorcery (The Belgariad #2)” van David Eddings

Deel twee van deze trilogie vond ik eigenlijk al beter: er zit iets meer diepgang in, de wereld moet niet meer geschetst worden, en het gaat iets vlotter vooruit (hoewel…).

Garion weet intussen wie of wat hij is, maar hij is onderweg op zijn missie om de wereld te redden, en dat gaat blijkbaar niet zo vlot. De personages worden wat meer uitgediept, maar Eddings gaat bij momenten de verschillende volkeren wel erg stereotyperen, en je kan je vaak niet van de indruk ontdoen dat hij het over echte volkeren heeft, zoals een Mediterraans volk enzovoort.

Wat ook wel stoort, is dat Garion vaak onder zijn voeten krijgt van Polgara – de Queen of Sorcery uit de titel – omdat hij iets doet zonder te beseffen wat de gevolgen daarvan zijn, net omdat zij als zijn opvoeder bijzonder veel voor hem verzwijgt of zegt dat hij dat later wel zal te weten komen. Sorry, maar zo werkt een opvoeding niet. Als je iemand opzettelijk niet alle feiten vertelt, moet je ook niet komen zagen dat hij iets gedaan heeft op basis van de info die hij heeft.

En Ce’Nedra, de prinses die zijn vrouw zal worden? Man, wat een vervelend nest zeg! Hoe stereotiep kunnen ook hier de gender rollen zijn?

Los daarvan is het beter geschreven dan deel een en gebeuren er echt ook wel leuke en spannende, soms zelfs humoristische dingen. Beter dan deel een dus, maar nog steeds geen echte hoogvlieger, wat mij betreft.

Lectuur: “Pawn of Prophecy (The Belgariad #1)” van David Eddings

Deze was me aangeraden, maar veel klassieker en clichématiger kan fantasy niet zijn, vond ik.

Het begint allemaal met Garion, een doodgewone weesjongen op een doodgewone boerderij. Tot hij uiteraard niet zomaar een jongen blijkt te zijn, maar een verloren gewaande prins die onder de hoede staat van zijn tante die dan een letterlijk eeuwenoude tovenares blijkt te zijn.

Er vormt zich een reisgenootschap, want Garion – die uiteraard ook over meer krachten blijkt te beschikken dan een gewone mens – heeft een missie om de wereld te redden, hoe kan het ook anders. Een duistere kracht heeft een magisch voorwerp gestolen en dat moet teruggehaald worden. Garion beseft dat hij niks meer kan geloven van wat hij weet, dat hij niemand meer kan vertrouwen en dat hijzelf niet is wie hij dacht dat hij was.

Soms is het best wel charmant hoe Garion naïeve vragen stelt, hoe hij een simpele kijk op de wereld heeft, zeker als hij dan in het gezelschap terechtkomt van andere koningen en koninginnen, maar vaak werkt ook dat net op de zenuwen. Ik ben ook niet bijzonder verrast door de schrijfstijl, die is ook soms nogal simplistisch.

Lees ik het vervolg? Dat wel, want dat zou dan weer zonde zijn, maar vind ik het écht goed? Nope, voorlopig niet. Ik heb al bijzonder veel verhalen gelezen over een weesjongen (of -meisje) dat dan plots een koning of koningin blijkt te zijn en de wereld moet redden van een of andere snoodaard, uiteraard geholpen door een select reisgezelschap van allerlei pluimage. Tolkien als inspiratie, iemand?

Lectuur: Dungeon Crawler Carl 1-7 van Matt Dinniman

Doorgaans bespreek ik geen reeksen meer in hun geheel, maar ik zit nogal wat achter in besprekingen, en deze reeks leent er zich ook grandioos toe, want de premisse blijft dezelfde en ik wil geen spoilers geven over het eigenlijke verloop.

Carl laat per ongeluk midden op een ijskoude vriesnacht de prijskat van zijn vriendin ontsnappen, trekt over zijn hartjesboxersshort een leren jas aan, en gaat buiten de kat uit een boom plukken, wanneer de wereld vernietigd wordt. Als in: een buitenaards syndicaat wil de Aarde ontginnen en heeft daarvoor alle gebouwen platgegooid, compleet met alle levende wezens die zich binnen bevonden. Wie op dat moment buiten was, kan ofwel proberen te overleven, ofwel een van de talloze traphallen binnengaan die overal verschenen zijn, zonder echter te weten wat dat betekent.

Carl kiest ervoor om, in die vrieskou, zo’n traphal binnen te gaan, samen met zijn kat Donut. Dat betekent echter dat hij een Dungeon Crawler wordt, een deelnemer aan een zeer wreed intergalactisch spel. Denk: een mix tussen Dungeons and Dragons en een computerspel. Alleen is het voor de deelnemers bijzonder harde en bijzonder dodelijke realiteit: ze moeten een aantal dagen zien te overleven op hun level, terwijl ze belaagd worden door de meest vreemdsoortige monsters en hinderlagen. Tegelijk hebben ze een heuse ‘spelHUD’, een menu waarmee ze hun stats en skills kunnen oproepen, een inventory – die gelukkig oneindig blijkt – een chat met andere deelnemers enzoverder. Donut blijkt ook sentient te worden, een heuse deelnemer met een behoorlijk hoge charisma en intelligentie.

En dan is het kwestie van te overleven, van het spel door te hebben, verbonden aan te gaan met andere deelnemers, te grinden en zo hun stats te verhogen, de juiste – magische – voorwerpen te vinden die hun skills en stats verbeteren, en uiteindelijk op tijd de traphal naar het volgende level te vinden.

Tegelijk zijn er miljoenen – en uiteindelijk miljarden, triljarden en quadriljarden – kijkers doorheen de Melkweg die hun avonturen volgen, die hen willen zien in talkshows, die hen sponsoren en heuse fanclubs oprichten enzoverder.

Boek 1 geeft de basispremisse weer, en het makkelijkste level van de dungeon. Het is ook het kortste boek van de reeks, een goeie 450 pagina’s. Per level, dat er telkens compleet anders uitziet – een klassieke dungeon, een bizar netwerk van dodelijke metro’s, een reeks bubbels met elk een ander landschap, een hedendaagse stad met echo’s van de vroegere bewoners, … – schrijft Dinniman een nieuw boek, en die worden telkens ook langer, tot meer dan 700 pagina’s. De verhalen zijn van de pot gerukt, maar zijn binnen een computerspel volledig plausibel. Daarnaast komt ook meer en meer de politiek buiten de Aarde aan bod, en blijken er de nodige intriges te zijn met onder andere de Dungeon Crawlers als pionnen. En Carl probeert vooral buiten de regeltjes te denken, achterpoortjes te vinden, oplossingen om zo veel mogelijk mensen te redden en naar de volgende level te helpen.

Dinniman kan zijn fantasie de vrije loop laten, maar het zit telkens wel knap in elkaar, terwijl het je ook telkens meer en meer aan het denken zet over de ethische kant van het totale gegeven.

Ik ben er doorheen geraasd, het leest als een trein, en ik kijk vol spanning uit naar wat er op de achtste level zal gebeuren, maar dat boek is voorlopig nog niet verschenen.

Schrijven, Dinniman! In dezelfde compleet waanzinnige maar heerlijke stijl!

Lectuur: “Stone and Sky” (Rivers of London #10) van Ben Aaronovitch

In 2020 had ik zowat de hele reeks van de Rivers of London erdoor gejaagd, kwestie van fijne, snelle, hedendaagse magiërslectuur te hebben. Het is duidelijk anders dan pakweg de Cèsar Hawke of Harry Dresden, gewoon omdat het Brits is, en bij momenten zelfs oerbrits, en daar ben ik dus echt wel door gecharmeerd.

Dit tiende ‘echte’ boek – er zijn tal van novelles, graphic novels en zelfs een luisterboek – in de reeks borduurt verder op het fijne hoofdverhaal, maar Peter Grant is niet langer de enige verteller van dienst, intussen krijgt ook Abigail, zijn nichtje en magiër-in-opleiding, haar eigen hoofdstukken. Ze zijn met zijn allen – Peter, Abigail, maar ook Peters vrouw Beverly en hun tweeling, Peters ouders en de bandleden van zijn vaders muziekgroep, zijn leermeester Nightingale en Abdul, een vriend – met vakantie in Schotland, meer bepaald de streek rond Aberdeen. Waarom die streek? Omdat er een zeer grote zwarte katachtige is gesignaleerd, iets dat daar eigenlijk niet kan thuishoren.

Een en ander leidt tot een heus onderzoek met alles erop en eraan: arrestaties, moorden, rondvliegende kogels, een wyvern (twee poten, een draak heeft er vier) en vooral ook zeemeerminnen en selkies. Oh, en gevaarlijke experimenten op een boorplatform, dat ook. Veel vakantie levert het dus niet op voor Peter of Abigail, maar het resulteert wel in amusante lectuur.

Wat hier wel leuk is, is dat je dus wisselt van POV, waardoor je de actie op twee fronten tegelijk krijgt terwijl je dus nog steeds in de ik-persoon leest. Aaronovitch geeft Peter een duidelijk Britse, volwassen toon, terwijl Abigail jongerentaal gebruikt, en dat is bij momenten zowel verwarrend als grappig.

Wereldliteratuur? Zeer zeker niet, maar wel opnieuw amusante fantasy. Meer moet dat niet zijn in de vakantie.

Lectuur: “The Mists of Avalon” van Marion Bradley Zimmer

Ik herinner me dat ik als meisje dit boek had gelezen en er toen helemaal weg van was. Omdat ik het me met de beste wil van de wereld niet echt meer kon herinneren, wilde ik het dus nog eens herlezen.

Meh.

Uiteraard sta ik intussen helemaal anders in het leven dan mijn vijftienjarige zelf, maar toch… Het boek wordt algemeen aanzien als een klassieker in het fantasygenre, zeker dan de Arthurlegendes. En ja, het heeft wel wat, uiteraard. Je krijgt de Arthurmythe maar dan helemaal vanuit het perspectief van de vrouwen, vooral dan vanuit die van zijn halfzus Morgaine, deels ook vanuit die van Gwenhwyfar (Guinevere). En ja, het is knap om het vanuit een ander standpunt te zien dan dat van Arthur zelf.

Maar… (en die maar hoorde u natuurlijk al komen)

ik heb me erdoor moeten worstelen. Ik vond het eigenlijk vooral pseudofeministisch en antikatholiek gezaag. Ja, Morgaine is een adept, zelfs een hogepriesteres van het oude druïdisme dat zich vooral manifesteert op Avalon, met alle bijhorende gebruiken. Maar alles wat met de kerk heeft te maken, is blijkbaar des duivels (pun intended). Nu, ik ben zelf niet gelovig, ik ben absoluut niet akkoord met alles wat de kerk op haar kerfstok heeft, maar dan nog. Gwenhwyfar is bijvoorbeeld zeer katholiek en dan krijg je bladzijden aan een stuk dat ze twijfelt over zichzelf, over Arthur, dat ze zich afvraagt hoe ze die heidense invloeden in hemelsnaam kan onderdrukken, aan de kant schuiven, elimineren.

Anderzijds is er ook het bijzonder puberale gedrag van de dames: “Oh nee, ik ben verliefd op iemand en ik kan niet bij hem zijn wegens dinges maar ik krijg hem maar niet uit mijn hoofd en wat moet ik daar nu mee doen, en ik heb hem toch gekust of oh nee ik heb zelfs seks met hem gehad en nu ben ik verdoemd en oh nee… ” Kwijn kwijn…

Ik snap dat er daardoor innerlijke dilemma’s ontstaan, maar dat hoeft voor mij geen bladzijden lang uitgerokken te worden en talloze keren herhaald. Ja, ik heb intussen wel door dat Gwenhwyfar liever bij Lancelet zou zijn dat bij Arthur, maar get over it!

Wat mij betreft had het boek dus gerust de helft ingekort kunnen worden: duizend bladzijden was echt niet nodig.

Lees ik de vervolgboeken? Nee, ik dacht het niet. Jammer.

Lectuur: “Wretched Wicked” (Preternatural Affairs #9.5)” van S.M. Reine

Nu ik de serie rond César Hawke en zijn Preternatural Affairs min of meer had afgerond, wilde ik ook nog dit kortverhaal erbij lezen, omdat het nog een aantal losse eindjes aan elkaar knoopt en vooral de dynamiek tussen César en zijn baas/vriend/partner/kopis Fritz Friederling.

Het is wel eens fijn en het verduidelijkt wel wat, maar ik vond het eerder een beetje cheesy, alsof de auteur probeerde uit te melken wat ze kon.

Mja.

Soit, het is gelezen.

Lectuur: “The Road to Helltown” (Preternatural Affairs #9)” van S.M. Reine

César Hawke is duidelijk nog niet uitgeavonturierd, zoveel is zeker. In deel 9 van deze pulpy reeks wordt het intussen pure fantasy. Waar het allemaal begon in Los Angeles in een vrij normale wereld met een voor de gewone mens onmerkbare magische laag, is die façade intussen helemaal weggevallen. In een van de eerdere boeken was een deel van LA in vlammen opgegaan en was daar nog een ‘werkbare’ uitleg aan gegeven, nu wordt LA – en bij uitbreiding de rest van de USA – verdeeld door een gigantische kloof die tot in de hel reikt. Als in: de echte hel, met duivels, demonen en ander gespuis. Er is een soort van apocalyps geweest, een reset, en Hawke is zijn eerdere leven vergeten. Hij probeert nu vluchtelingen weg te krijgen uit LA en herinnert zich zijn vroegere vrienden totaal niet.

Wanneer zij hem dan oppikken en hem het verhaal van ‘een vriend’ vertellen, krijg je op die manier het einde van de wereld te horen, en hoe er toch op zekere manier een nieuw begin is.

Voor mij was het een beetje te veel bij het haar getrokken: ik heb mijn urban fantasy graag iets realistischer, maar het is wel oké.

Lectuur: “Bitter Thirst” (Preternatural Affairs #8)” van S.M. Reine

Deel acht van de levensgebeurtenissen van Cèsar Hawke, en jammer genoeg meer van hetzelfde seksisme. Al is er nu nog meer een donkere ondertoon in aan het sluipen.

Na de desastreuze gebeurtenissen in Reno wordt de PRAY opgesteld, een wet die in de USA de rechten van Preternaturals sterk aan banden legt: een verplichte registratie, maar ook een verbod op voortplanting enz. enz.  Het hoofd van de OPA heeft dit opgesteld, maar ook witches gaan er het slachtoffer van worden. Hawke moet de PRAY zien tegen te houden, al twijfelt hij daar zelf over, want veel misdaden en moorden komen wel degelijk op het conto van de Preternaturals. De OPA is niet langer een geheime organisatie, wat ook voor hem één en ander verandert. Er komt heel veel protest tegen de PRAY, en wanneer Hawkes familie in het kamp van het protest zit, wordt het moeilijk voor hem. En dan zijn er nog de geheimen binnen de geheimen. Wie chanteert enkele protesteerders zodat ze de boel verstoren? Vanwaar komen de wapens? Wie creëert de enorme magische cirkels? Hoe zit het met The Apple, de cultus die de kop opsteekt? Wie is de grote manipulator?

Hawke wordt er niet gelukkig van, en nog minder wanneer ook een resem persoonlijke problemen hem het leven moeilijk maken.

Hmm. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. De plot zit knap in elkaar, maar de personages blijven nogal vlak en het seksisme blijft me dwars zitten. Het begint ook Amerikaanser en Amerikaanser te worden, en ook dat stemt me niet gelukkig. Maar het blijft wel hersenloos amusement, dat wel.

Lectuur: “Once darkness falls” (Preternatural Affairs #7)” van S.M. Reine

Ik probeerde eerst nog verder te lezen in een ‘serieus’ boek, maar mijn hoofd stond er absoluut niet naar, en dan is dit soort lichte pulp wel ideaal. Ik ging eerst nog schrijven ‘luchtige pulp’, maar eerlijk, dit is het niet echt meer.

Cèsar Hawke is nog steeds een agent van de Office of Preternatural Affairs, maar het wordt allemaal net wat grimmiger. Reno, een stad in Nevada, is ten prooi gevallen aan demonen, meer bepaald the Mother of All Demons. Project MOAD is top secret, uiteraard, maar iemand heeft enkele stevige fouten gemaakt, en Hawke moet uitzoeken wie daar de schuldige van is. Alleen ontdekt hij zaken die een pak duisterder zijn dan het vermoorden van enkele duizenden burgers, jawel. De OPA is namelijk absoluut niet wat ze lijkt, de leiders ervan nog minder. En hij krijgt geheime missie binnen geheime missie, terwijl de personen die zijn steunpilaren zouden moeten zijn, zelf zware geheimen blijken te hebben.

Voeg daar nog eens een dosis persoonlijke problemen aan toe, en je komt bij dit zevende boek in de reeks.

Nee, het is zeker geen toplectuur, maar dat hoeft ook niet. Alleen begint het meer en meer op de zenuwen te werken hoe Hawke vooral zijn lul achterna loopt, elke vrouw beschrijft als seksobject en graad van neukbaarheid, en blijkbaar niet al te veel plaats heeft voor andere dingen in zijn brein. Was dit geschreven door een man, dan was het puur seksisme, en eigenlijk is het dit nog steeds, ook al is de schrijver een vrouw. Mja.

Ik weet eigenlijk niet goed of ik nog veel verder ga lezen, want hoe licht dit ook is, dit begint me wel te storen, ja.

Lectuur: “Ashes and Arsenic” (Preternatural Affairs #6)” van S.M. Reine

Het brein is nog steeds niet toe aan serieuze lectuur – ook al zijn de examens en de verbeteringen al achter de rug, er zijn nog de klassenraden – en dus blijf ik me verdiepen in de perikelen van Cèsar Hawke, want na de excursus rond Isobel zijn we wel degelijk terug bij het standaard hoofdpersonage.

Directeur Friederling is naar een conferentie en dus mag Hawke even interim directeur spelen en kan hij zelf kiezen welke zaak hij neemt. Wanneer er een bankroof opduikt waarbij magie in het spel is, lijkt dat de ideale zaak, zonder veel problemen en vooral zonder lijken. Tot hij begint uit te pluizen en vaststelt dat het eigenlijk om een oorlog gaat tussen twee heksencovens, met, jawel, een redelijk bloederig spoor van lijken. Een spoor dat hem leidt naar zijn eigen, uiteraard compleet onschuldige, broer Domingo. Althans, Cèsar hoopt dat zijn broer onschuldig is. Maar dan beginnen er nog meer doden te vallen links en rechts, en wenst Cèsar uit de grond van zijn hart dat hij deze zaak maar nooit aanvaard had.

Yup, same old, maar wel van de nog steeds amusante soort. Hawke is wel stereotiep neergezet als een gast met een nogal enthousiast libido die elke vrouw bekijkt, inschat naar fuckability en daar commentaar bij geeft. Vreemd dat een vrouwelijke auteur dat op die manier telkens weer doet, want ja, dat begint te vervelen. Voor een man die naar eigen zeggen niet in staat is een vrouw te slaan, reduceert hij ze wel tot seksobject, elke keer weer. Meh.