Terugblik op 2021

Ik eindigde mijn terugblik op 2020 met de volgende verzuchting: “Ik heb er geen idee van wat 2021 zal brengen, maar ik hoop vooral op meer vrijheid voor iedereen.”

Even leek het wel zo, ja, en in de zomer kwam het eventjes goed. Voor het weer fout ging, natuurlijk. Heel veel dingen werden afgezegd, uitgesteld en opnieuw afgezegd. Maar heb ik echt een slecht jaar achter de rug? Goh… We leerden ermee leven, en ik had vooral mijn verwachtingen ook bijgesteld, denk ik. Vakantie zat er niet echt in, of toch enkel in kleine mate. Maar er waren massa’s dingen waar ik wel dankbaar voor was, waar ik van genoten heb. Ik heb geleerd meer te genieten van de kleine dingen, denk ik dan.

Eigenlijk begon het jaar niet zo slecht, met nieuwjaren en geocachen in Ronse en een babbel met Gwen, en nieuwjaren buiten op het terras bij Roeland en Sarah. Ik startte zowaar een eigen bedrijfje, we ging nog eens nieuwjaren maar dan bij Koen en Else, en Bart en ik gingen op road trip in een Aston Martin. Restaurants waren moeilijk, maar ik haalde af in Villa Ooievaar. Annick kwam gezellig op het terras zitten, en ik kreeg een Apple watch. Ik ging heerlijk taart eten bij Gwen, kreeg Arend en Mireille over de vloer en we speelden zowaar weer DND in het echt, buiten op het terras. Bart en Birgit kwamen ook bij ons zitten, en Koen en Else waren zowaar het eerste officiële bezoek binnen in huis van dit jaar! Ik kon weer lunchen in Villa Ooievaar, Bart ging zelfs mee een kunstroute fietsen waarna Jonas en Annelies nog langskwamen, en we gingen in juni eindelijk ook weer écht op restaurant. Ik nam nota bene een podcast op met de Balense gasten, en we kregen een nieuw katje, Nazgûl. Ik kreeg zelfs een nieuwe auto en we gingen eten voor Nelly’s tachtigste verjaardag. Bart en ik trokken vijf dagen naar Frankfurt en keerden terug voor Bo’s communiefeest.  Bart en ik waren 25 jaar getrouwd en vierden dat in een gewone brasserie. Merel en ik hielden een Girls’ Day Out en ik ging op restaurant met Bart en zijn nieuwe management director. Ik ging Peggy’s nieuwe huis eindelijk eens bekijken en organiseerde een picknick voor 50 man in het Middelheim. Bart en ik gingen fietsen en iets drinken op een boot, en Merel en ik trokken met de fiets de stad in. We gingen met zijn allen – en Arwen – vier dagen varen in Nieuwpoort, deden van barbecue bij Gwen, gingen met het hele gezin naar Black Widow, en zowaar ook Indoor Skydiven in Charleroi! Ik deed nog eens van Vossendagje en dan kwamen Mireille en Jarne nog eens af om verder te knutselen. Bart en ik gingen excellent eten in Commotie, kunst kijken in Brugge en ik zette mijn Ford te koop. Ik ging met de kinderen langs bij Nelly en Staf en zij gingen met Bart battlekarten in Moeskroen. Ik trok naar een zwartzakjesfestival en naar ’t unief voor een interview. Gwen en ik dronken koffie en we trokken met zijn allen naar de Oldtimers van Mahy. Ik haalde nog eens het terras van Villa Ooievaar en we gingen met de Rombautjes eten voor ons pa zijn tachtigste verjaardag. Eten deden Bart en ik dan ook weer bij Bernard en Benoit De Witte, en de heren sprongen zowaar uit een vliegtuig! We gingen nog eens eten met Gwen en Erik, maar er waren dit jaar helaas maar twee quizzen. Merel en Wolf gingen mee naar een blokfluitconcert en ik zag met Bart de Lights on Van Eyck. Hij ging niet mee naar de halloweenfuif bij Bart en Birgit maar uiteraard de dag daarop wel naar Ronse voor Allerheiligen, en een paar dagen later naar de film Dune. Ik ging zingen in De Pinte en deed er van labcache en leerde bij over zelfzorg. Met de hele bende gingen we naar de Colmar, Merel en ik kregen corona en ik zat dus thuis terwijl ik 50 werd.  Gelukkig konden we daarna gaan eten met Ann en Jarno en kregen we ein-de-lijk een nieuwe garagepoort. Ook Liv werd elf en gaf een feestje , we vierden kerstavond bij ons thuis maar ook kerstdag zelf en ik had een hele hoop volk over de vloer. Om het jaar af te sluiten gingen we nog met het gezin onze oudejaarswandeling maken, en dat deed deugd.

Het geocachen trok dit jaar weer aan: zoals gezegd leerden we leven met corona. Het begon al meteen met het gezin in Ronse, met ons pa in Ertvelde, en ik stak samen met hem eindelijk een bonus voor de Sluizen van Gent weg. Ik joeg de jongens de bomen in in Rieme, herstelde caches, fietste een eerste deel van een reeks in Vinkt, deed een toertje rond het sas in Zomergem en sleepte ons pa mee naar Destelbergen. Er volgde deel 2 in Vinkt, deel 3 in Deinze, en ik deed een eerste labcache met Wolf in Ronse. Met Vero ging ik op toer in Ename  en met Merel in Gent centrum. Ik leerde Stefanie kennen, ontdekte samen met ons pa het Kapitein Zeppospark, deed een labcache in Eeklo met hem en ging met Philip cachen in Antwerpen. Ik pikte twee cachekes op in Gent, en nog een extra reeksje in Park Halfweg aan de Watersportbaan met ons pa. Ik legde zelf een labcache in Wondelgem  en liep deel twee van Park Halfweg met ons pa. Met hem vond ik ook een paar cachekes in Oudenaarde. In Frankfurt scoorde ik naast een hele reeks gewone caches en labcaches zelfs een FTF! Ook in de Westhoek haalde ik een reeks caches en zelfs in Charleroi. Ik maakte met Véro Oudenaarde onveilig, scoorde een reeks FTFs met een nieuwe reeks hier in de buurt, en ging met Mireille op trot in Leest. Véronique vergezelde me in Eke, ik liep rond in Moeskroen en met ons pa deed ik een paar wegels in Zomergem. Ik haalde een paar caches in Beke en deed per fiets een eerste deel van Rondje Rieme in de stralende zon.  Deel twee was met ons pa, ik zat in Kapelle-Ramsdonk en deed alsnog het laatste deel van Rondje Rieme. Ons pa en ik liepen nog een paar wegels in Zomergem af, en Mireille en ik reden met de fiets rond in Sint-Kruis-Winkel. Nog meer wegels in Zomergem, een toertje rond de Blaarmeersen, een paar in Landegem langs het water, in Sint-Joris-ten-Distel, een labcache in Ertvelde, en ik installeerde zowaar een eigen Travel Bug Hotel. Ik ging uiteindelijk nog in Zelzate cachen om het jaar af te sluiten.

Qua larpen viel het tegen, al vonden we er soms wel een manier op. Haven deed een online mini en ik begon te figureren in Duister Gent, de maandelijkse Vampirelarp. Gelukkig was er ook een échte Haven waar ik intens van genoot. Omen deed dan weer een echte mini waarbij Wolf voor het eerst ook echt meedeed. Er was een Aether mini en de jongens hadden een heus Roanoke-weekend.

De kinderen hadden wel nog behoorlijk wat te doen: Wolf kreeg nieuwe gewichten, Merel danste nog steeds, Wolf werd zeventien, en Merel begon te scrapbooken. Wolf ging voor zijn theoretisch rijexamen, Kobe gaf een fagotconcertje en Merel mocht gelukkig binnen voor Liezes verjaardag. Ze gaf een blokfluitconcertje en vertrok op scoutskamp.  Wolf werd ook gevaccineerd, Kobe ging op kamp in Ertvelde wegens de rest ondergelopen, en werd vervolgens veertien. Merel schilderde haar kamer met Wolf en hing er onze zelfgemaakte droogbloemenkrans. Wolf had eindelijk weer een eerste rugbymatch en Merel ging met de vriendinnen op Halloweentocht, een tiental dagen voor ze elf werd en daar een feestje voor gaf. In december gaf ze dan een raamconcert en kreeg ze een altblokfluit.

Ik las vorig jaar veel, maar dit jaar nog veel meer: 60 boeken maar met een gemiddelde van 500 bladzijden per stuk. Er waren de Codex Alera, De Passievrucht, En finir avec Eddy Bellegueule, Het tij hoog, de maan blauw, Honderd jaar eenzaamheid, de Powder Mage trilogy, Far from the Madding Crowd, Gods of Blood and Powder Trilogy, Atonement, Alice in Wonderland, een fantastische reeks van 6 kleppers van 800 blz., The Lymond Chronicles, Eleanor Oliphant is completely fine, Life of Pi, The Broken Earth Trilogy, Cold Comfort Farm, Vissen praten niet, de reeks van 8 boeken (800 blz. elk) van The House of Niccolò, De Schaduw van de wind, Perdida Street Station, de twee thrillers van Steven Van Belleghem, 4 boeken La Passe-Miroir, de twee Six of Crows, The Lovely Bones, The Shadow and Bonetrilogie, Extremely Loud and Incredibly Close, en dan nog een paar van de Stormlight Archive, twee over de Women of Troy en tot slot The Penelopiad.

Qua gezondheid was het een redelijk druk jaar: ik ging met mijn vader naar de huidarts om zijn vlekjes huidkanker te laten behandelen, de dag daarna met hem naar neuroloog en psychiater, een paar weken later een scan in het ziekenhuis voor hem. Ik kocht een nieuwe bril, ging naar de maagspecialist, en besprak de MRIscan van ons pa zijn hersenen met de neuroloog. Hij had een afspraak bij de stomatoloog en een week later ook de operatie voor die tand. Nog wat later zaten we in Eeklo voor zijn hoorapparaten en eind mei kreeg ik mijn eerste coronavaccin! Een maand later kwam vaccin nr. 2 en nog een bezoekje aan de neuroloog met ons pa. Ik moest nog eens langs de oogarts en mijn galblaas werd vakkundig verwijderd. Op de valreep kreeg ik ook nog mijn boosterprik.

Op school was er natuurlijk corona en de mondmaskers en het afstand houden en het ontsmetten, maar niet alles was kommer en kwel. Zo zijn er sinds januari de touchscreens waar ik gigantisch fan van ben, updatete ik de schoolbrochure, volgde ik opleiding voor instagram, en liet ik een leerling een sfeerfilmpje maken voor school. We zetten een digitale, live infoavond voor de nieuwe eerstes op poten, en dan ook een volledige OpenSchoolDag met filmpjes en een live Q&A. Mijn maffe collega’s maakten er zelfs een KAM School View voor! We filmden dan ook nog eens zelf voor de tweede infoavond, en ik werd lid van de schoolraad. Ik draaide anderhalve fulltime maar gelukkig kwam er Ludo. Oef.

Heel veel dingen gingen digitaal: opleidingen, klassenraden, lessen van thuis uit, de schoolraad, lezingen, …

Maar zoals gezegd: we leerden leven met corona en er niet meer zo krampachtig mee om te gaan. Dat vaccin heeft toch wel wat veranderd, ja.

Aan de andere kant: we gingen 12 dagen naar Spanje gaan en dat is in het water gevallen. Bart en ik hadden Frankfurt, Merel en Kobe hun kamp, Wolf zijn surfvakantie in Berria, en samen de vierdaagse boottrip. Hopelijk kan het volgend jaar dan wel weer…

Ik mis wel de vlotte restaurantbezoekjes, het, tsja, vrijer omgaan met elkaar, en vooral de larpweekends en mijn koor. Want ook dat is weer stilgelegd natuurlijk.

Maar al bij al was het nog niet zo vreselijk, ik vond 2020 toch wel minder. Al is er ruimte voor verbetering, en hopelijk komt die dan eindelijk in 2022.

Allons-y!

2021 in beeld

Wat zou nieuwjaarsdag zijn zonder een filmpje waarin al mijn foto’s van de dag gebundeld worden? Het laat de kleine dingen zien die me opvielen, de dag typeerden, of die me gewoon blij maakten: een prachtige lucht, een bloem, de glimlach van de kinderen… En het is mooi om de dingen te zien veranderen en de kinderen groter te zien worden.

De filmpjes van vorige jaren zijn trouwens ook ongelofelijk fijn om opnieuw te bekijken: je ziet de kinderen gewoon opgroeien! Dit was 2020, 2019, 2018, 2017, 2016, 2015, 2014, 2013 en 2012.

De muziek is opeenvolgend “Zitti e buoni” van Eurosongwinnaars
Måneskin en “Shum” van de Oekraïense Eurosonginzending Go-A.

Suikerwafels

Toen ik half december vanillewafels had gebakken, had ik daar ook de foto van op Facebook gezet. Een van mijn aangetrouwde nonkels had gereageerd: “Volgens het recept van je grootmoeder?” “Nee”, had ik daarop gerepliceerd, “dat is voor gewone wafels”. Dat klopt ook: mijn grootmoeder heeft het allerbeste recept voor echte gistwafels.

Prompt kreeg ik een berichtje via messenger, zonder woorden, maar gewoon een foto van een recept. Duidelijk een erfstuk, want beduimeld en in het handschrift van mijn grootmoeder, jawel! Ik wist dus niet dat oma ook een recept had voor suikerwafels, die heeft mijn ma ook nooit gemaakt. En het recept zat duidelijk bij Luc en Richard, maar nu ook dus vereeuwigd hier. Nog eens merci, Richard!

Ik denk dat ik weet wat ik deze vakantie ook nog eens zelf ga bakken.

Ik zal u in elk geval op de hoogte houden van het resultaat.

Afscheid van de tank

Ik ga hem toch wel missen, mijn goede ouwe trouwe tank. Als in: mijn Ford S-Max van 11 jaar oud en helaas een diesel met euronorm 4.

Dat laatste betekent dat hij niet meer in de Lage-EmissieZones mag, en ik ben zo al per ongeluk in die van Antwerpen verzeild, wat me een pak geld heeft gekost. Tsja.

Sinds 30 juni heb ik dus een Skoda Eniaq, de full electric die het dichtst in de buurt kwam van mijn tank. Een heerlijke auto, met echt wel veel ruimte, een deftige koffer en een rijbereik van 440 km.

Maar ik moest dus ook wel mijn Ford zien te verkopen. Eerst was er de vakantie waarin de garage toch wel vrij lang gesloten was. En toen moest er een zijspiegelkap besteld worden, wat ook wel eventjes duurde. En was er een volledig nazicht voor tweedehands verkoop.

En toen moest hij nog gekeurd worden voor diezelfde tweedehands verkoop, waarbij blijkbaar een deel van de autopapieren in rook was opgegaan. De keuring was in orde, maar ik kreeg maar twee weken om die papieren in orde te krijgen. Richting Jeroen dus, die gelukkig zeer snel alles in orde bracht en ik op tijd de papieren kreeg om hem definitief te laten keuren.

Hoewel… je krijgt blijkbaar twee maanden om je auto te verkopen, daarna moet hij opnieuw gekeurd worden. Ah bon.

Bart heeft toen overgepakt en eigenlijk gewoon wijkopenautos.be gecontacteerd. Raming: 5500 euro, wat best wel oké is. Gisteren reden we dus beiden naar Drongen, want ik ben officieel de eigenaar en Bart ging nu niet meteen te voet naar huis terugkeren. De auto werd grondig geïnspecteerd, van onder tot boven – hij was gelukkig grondig gekuist door de kinderen en door de carwash – en er werd ook hier een cijfer op geplakt. Groot was onze verbazing toen dit hoger bleek te liggen dan de oorspronkelijke raming: 5743 euro.

Daar konden we best mee leven, dus tekende ik een verkoopscontract, vezen we de nummerplaten eraf, en dat was dat. Bijzonder vlotte service, overigens, een aanrader.

Elf jaar trouwe dienst, waarvan vier jaar in dienst van Netlash. Yup. Ik ga hem missen. Maar niet zijn uitstoot.

Vier jaar al…

Vier jaar geleden schreef ik dit op Facebook: “Net met de kinesiste naar het toilet gewandeld. Zonder problemen. Ik voel me minstens 100…” en was dit een prestatie.

Doodsbang was ik toen, over wat ik uiteindelijk nog zou kunnen, of dit ooit nog goed ging komen. Goed komt het nooit meer, maar het is leefbaar en werkbaar, op de meeste dagen. En intussen heb ik me ermee verzoend dat ik altijd gehandicapt zal blijven.

Maar makkelijk is het niet, en er zijn dagen dat ik dat lijf vervloek en dat ik me wentel in zelfmedelijden. Dat ik in mijn hoekje kruip met een grote zak chips en een blok chocolade. Emo-eten, jawel. Wat dan natuurlijk weer nefast is voor mijn gewicht en niet positief is voor die rug.

Mja.

Ik ben toch blij dat ik weer sta waar ik sta, al heb ik intussen een rollator in huis en zijn er veel dingen die ik niet meer kan. Er zijn gelukkig nog heel veel dingen die ik nog altijd wél kan.

Interview

Ergens in mei kreeg ik via via een vraag: of ik een dubbelinterview wilde doen met een huidige student Klassieke Talen. Ze willen de alumniwerking van de UGent een boost geven, blijkbaar. Goh… waarom ook niet?

Deze middag stond ik om drie uur op de trappen van de Blandijn en werd ik naar binnen geloodst naar een van de lokalen waar ik vroeger nog Duitse Taalkunde had gekregen. Daar zat een bijzonder taalvaardig jongmens me op te wachten, samen met twee mensen met microfoons en camera’s. Ze hadden een reeks vragen voor elk van ons voorzien, maar eigenlijk was dat niet eens nodig. Brian en ik hadden blijkbaar meteen een klik en begonnen al, nog voordat de camera draaide, honderduit te tetteren. Het was echt leuk om te horen hoe verschillend de opleiding tegenwoordig is, en tegelijk hoe er toch nog niks veranderd is. Veel van mijn medestudenten zijn nu docent of prof, dat wel, en ik had daar dus grappige anekdotes over. Anderzijds kon hij dan weer sappige dingen vertellen over studentenraden en de Klassieke Kring en het forum enzoverder.

Ik geloof dat we twee uur gekletst hebben, en we amuseerden ons allebei kostelijk, daar in dat koude lokaal waar nog niet eens een glaasje water voorzien was voor de moeite.

Na afloop nam hij me nog even mee doorheen het gebouw waar toch wel, na dertig jaar, een paar dingen gemoderniseerd waren, maar waar tegelijk de lokalen nog steeds ongelofelijk vertrouwd aandoen.

Nostalgie ten top! Een verloren middag, maar eigenlijk een ongelofelijk toffe middag, met vooral veel dank aan Brian, een bijzonder fijne student Klassieke Talen. Ik heb het hem al gezegd: als hij ooit zijn stage wil doen in het onderwijs, is hij meer dan welkom!

En het is nog maar eens duidelijk: Blandino’s FTW!

W-Festival!

Eindelijk! Weer eens normaal doen en al!

We hadden het twee jaar geleden afgesproken, Lieven en ik, dat we weer samen naar W-Festival zouden gaan, maar uiteraard had ook hier corona een stokje voor gestoken.

In 2017 en 2018 was ik er met Bart als VIP, dit jaar ging ik met een gewone kaart en enkel naar Sinners’ Day, de uitdrukkelijk gothic/EBM dag van de vijf dagen. In tegenstelling tot de vorige keer was er nu maar één groot podium, en was het ook niet langer in Amougies maar wel in Oostende, op het Klein Strand.

Ik sprak af met Lieven en Wouter, ne maat van hem, aan de oprit in Drongen en reden samen naar Oostende. Daar wist Lieven een goedkope parking te zijn, maar wel eventjes wandelen van de locatie. Dichtere parking was er sowieso niet. Ik wist dat ik vooral ’s nachts niet de stamina zou hebben om nog een half uur te wandelen, en nam de fiets mee, zodat ik ’s nachts gewoon kon terugfietsen en de heren dan ophalen met de auto.

Aan de ingang was er eerst een strenge COVIDcontrole, en dan pas de ticketcontrole. En dan, dan was het een beetje thuiskomen: een strand vol zwartzakskes, gemiddeld boven de 40 jaar, dat wel. Maar daar pas ik natuurlijk naadloos in.

Alleen was de organisatie niet vlekkeloos te noemen: net zoals vorige jaren bleek het eten een probleem te zijn. Ze willen precies maar niet leren uit hun fouten: dit is wellicht hun drukstbezochte dag, maar de meeste eetstandjes waren gewoon niet eens open, pas vanaf morgen. Juist ja. En er was uitdrukkelijk meegedeeld dat je het terrein niet meer mocht verlaten voor COVIDredenen. Ja hoor, commerciële overwegingen, want in tegenstelling tot Amougies heb je in Oostende wél stapels alternatieven. Soit, toen we vaststelden dat de wachtrij aan het enige frietkot meer dan twee uur bleek te zijn, verlieten we toch het terrein en gingen in een pitazaak wat verderop iets eten. Een goeie move, zo bleek, en we konden probleemloos het terrein weer op, want ik vermoed dat de organisatie toch groen licht had gegeven.

En de muziek? Tsja, die was zoals verwacht. The Obscure, een steengoeie Cure-tributegroep hadden we gemist, maar dat vond ik niet zo erg aangezien ik the real thing al ettelijke keren heb gezien. Ramkot was bezig toen we het strand betraden, maar kon me maar matig bekoren, om eerlijk te zijn.

Suicide Commando, een bende geschifte idioten uit Leopoldsburg behoort tot mijn favorieten en die wilde ik niet missen. Ik heb dan ook staan dansen en springen, ik geef het toe, al hebben ze mijn favoriete nummer niet eens gespeeld. Maar de sfeer zat er wel in, ja.

Daarna waren het Whispering Sons, die ik een beetje vond tegenvallen – we zijn ook niet echt gericht gaan kijken – en Young Gods, die ik zelfs niet kende. We zijn intussen maar gaan eten, zodat we scherp stonden voor het vervolg: VNV Nation, een van mijn absolute favorieten. Ik heb hen al verschillende keren live gezien, onder andere hier in Gent in de Arena Van Vletingen. Ik blijf fan, ook al vind ik zanger Ronan Harris niet zo enigmatisch op een podium.

Wouter kende ze niet en was behoorlijk onder de indruk.

En toen was er Front 242, de groep voor wie beide heren sowieso waren gekomen en waar ik ook echt wel fan van ben.

Aansluitend was er nog de langverwachte eenmalige reünie van The Neon Judgement, waar heel veel mensen naar uit keken. Alleen… de magie was er niet. Het was niet de eerste keer dat ik hen zag, maar wel zowat de… saaiste keer. Tsja… Ze worden er ook niet jonger op, natuurlijk.

En toen was ik blij dat ik de fiets had genomen, want het tempo waarin vooral Lieven ging: amai!

Enfin, tegen twee uur was ik thuis, moe, zere rug, maar zeer voldaan. En vooral: een gevoel van normaliteit. Oef.

Laatste lessen

Jawel, het is weer zo ver: de laatste lessen van het schooljaar! En dan bedoel ik eigenlijk vooral de laatste lessen in mijn zesdejaar, want dat zijn leerlingen die ik niet terug ga zien, jammer genoeg.

Morgen beginnen de examens en neem ik al mondeling af, maar ik moet dan wel nog lesgeven in de namiddag aan de eerstejaars, net zoals donderdag en vrijdag. Maar ergens zit ik al volledig in examenmodus, om eerlijk te zijn.

Daarstraks had ik dus mijn laatste les met mijn zesdes, waar ik al twee jaar klastitularis van ben. Het deed vreemd: ik heb hen een half jaar “normaal” in de klas gehad, dan een aantal maanden enkel via een computerscherm, en dit jaar deels achter dat scherm, deels in de klas, maar wel altijd met een mondmasker. Van sommige weet ik met moeite hoe ze er nu uitzien, zo veel zijn ze veranderd…

Ik wilde nog een klein stukje filosofie zien – ik had me misrekend en dacht dat ik het vijfde uur ook nog les had met hen, quod non – wilde dan vragen beantwoorden, en ik had ook taart gebakken.

Ha ja, ze hadden er echt wel naar uitgekeken, naar taartdag, maar met corona was daar uiteraard totaal geen sprake van. Maar hier had ik alles voorzien, en ik denk dat ze er wel blij mee waren. Ze mogen dan met 24 zijn, het is een hele makke klas, heel erg braaf en stil, tot mijn verbazing soms. Tsja.

Ik ga ze wel missen, mijn zesdekes. Per slot van rekening hebben we wel samen wat doorgemaakt, ja.