Parijs, dag vier

Virginie, de verhuurder van onze AirBNB, was zo lief geweest om ons dit dagje ook nog te gunnen. Normaal gezien was het de bedoeling dat we tegen elf uur de deur achter ons dicht trokken, maar we hadden gevraagd of we enkel onze koffers mochten laten staan. Dat kon, zei ze, die gingen niet in de weg staan. Maar deze morgen kreeg ik een berichtje: dat de volgende huurders pas op zaterdagmorgen aankwamen en dat ze zelf maar ging komen kuisen in de avond, zodat we gerust nog tot een uur of zeven in de kamer mochten.

Nu, we hadden alles al ingepakt, de koffers stonden gewoon opzij, de kamer was leeg, maar we hoefden tenminste niet de hele dag te zeulen.

Tegen een uur of negen liepen Merel en ik richting Sacré Coeur, want de eerste dag hadden we daar in de buurt echt wel een fijne bakkerij gezien, en Merel wou daar echt naar toe. Groot gelijk, het ontbijtje was voortreffelijk en niet duur. Daarna gingen we even naar de Wall of Love, een muur waar in meer dan honderd talen I love you op staat, ook in reeds uitgestorven talen zoals het Navajo of, jawel, het Latijn en het Oud-Grieks.

We namen andermaal de metro, zodat we ook voor de laatste keer de Batobus konden nemen: de tickets waren geldig tot half twaalf en die boot blijft zalig.

Afstappen deden we voor de laatste keer aan Hôtel de Ville, om richting Les Halles te slenteren. Was me dat een teleurstelling zeg! Die zijn volledig gerenoveerd, zodat het oude beeld van de watervallen weg is en er nu gewoon een groot afdak is. Afknapper dus.

Maar door de naam Eglise Saint-Eustache te zien staan, viel mijn euro dat ik daar normaal gezien altijd een foto neem met dat hoofd dat daar ligt. Compleet vergeten! Wij dus naar het hoofd…

In een van de toeristische straatjes daar aten we een kippenbout met frietjes, maar man, vettig! Wel lekker, daar niet van…

En toen kwamen we aan het Musée des Illusions, het enige museum dat Merel echt graag wilde doen. We konden onmiddellijk binnen, maar toen we terug buiten kwamen, stond er een serieuze wachtrij.

Maar toen hadden we er allebei genoeg van: moe, heet, zere voeten… En aangezien we ons kamer toch nog hadden, namen we de metro naar huis, waar we tegen een uur of vier waren. We moesten pas om half zes weg, tijd genoeg dus om eventjes languit te liggen, te rusten, te lezen.

Dik kwart na vijf namen we afscheid, sleepte Merel de koffers van de gammele trap en rolden we richting station. Om daar vast te stellen dat het er pokkedruk was omdat zowat alle internationale lijnen – het gros van de treinen die daar toekomt en vertrekt – een stevige vertraging hadden. Blijkbaar waren er spoorlopers…

Gelukkig hadden ze er een Starbucks en konden we daar een zitplaatsje bemachtigen, want overal in het station, tegen elk muurtje en op elk hoekje zaten reiziger. Merel maakte kennis met de frappucino en met het fenomeen vertraging: het werd een dik half uur.

Nog een chance: in Brussel-Zuid bleken we drie minuten te hebben om de eerstvolgende trein naar Gent te halen, en dat haalden we gewoonweg! Netjes!

Een fijne babbel met een Brusselse jongeman en een taxirit later stonden we thuis. Rond een uur of negen dus: net genoeg tijd om Wolf een knuffel te geven en hem te zien vertrekken met zijn maten naar Parkkaffee.

Een vermoeiende citytrip, kilometers afgelegd, liters water gedronken, maar ook fantastische herinneringen gemaakt. Merel vond het alvast super, en daar gaat het toch om.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.