Dit was de vakantie van 2020

Ik heb al jaren de gewoonte om op het einde van de vakantie die vakantie samen te vatten. Dit jaar had ik dat precies overgeslagen omdat mijn hoofd zo vol andere dingen zat en mijn rug vreselijk ambetant deed.

Het is een atypische vakantie geworden, en helaas niet zoals vorig jaar, toen ik moest vaststellen dat mijn vakantie wel heel erg sociaal was geworden. Er was corona dat nogal wat roet in het eten gooide, en verder was er de rug die begin augustus de geest gaf. Tsja. Maar toch is het wel een fijne vakantie geworden, vond ik.

Verder las ik veel, kookte ik en gamede ik, en begon aan een nieuwe cursus voor onze eerstes. Maar vol was mijn vakantie dus niet echt: we gingen ook niet op reis. Allez ja, ikke wel, de anderen niet.

Maar ergens was ze wel rustgevend, die vakantie: mijn hoofd is na de lockdown en de vakantie eindelijk leeg geraakt. Dat was ook heel hard nodig, in februari-maart zat ik er een beetje door.

Enfin, ik ben dus wel vol goeie moed aan het schooljaar begonnen, ik zag het helemaal zitten, en ik heb er nog steeds zin in.

Strijkparelen

Wat moet ne mens in hemelsnaam doen als je gewoon niet buiten kunt van de warmte, je moeder je toch een klein beetje beperkingen oplegt qua schermgebruik, en uitstapjes ook niet lukken wegens corona en diezelfde moeder haar zere rug?

Goh, het was moeilijk… Maar uiteindelijk werd er hier zeer enthousiast gestrijkpareld. En werden er zelfs extra zakjes van bepaalde kleuren besteld door diezelfde moeder vanuit haar zetel, want sommige projecten waren bepaald ambitieus. En andere… goh ja, of hoe noem je een lachend kakje?

Het was in elk geval een goeie bezigheid, geloof me.

Een typische vakantiedag…

Sommige dagen zijn gewoon de quintessens van vakantie, toch?

Vandaag was er zo eentje. Arwen was hier, het was bloedheet en er werd gezwommen en er was versgemaakt ijs.

En ’s avonds, na het eten, haalden we de vuurkorf te voorschijn, gooiden er een paar blokken hout in, installeerden ons rondomrond en roosterden marshmallows.

Meer moet dat toch niet zijn, zo in de zomer?

Geocachen in Lemberge

Véronique had het al eventjes gezegd: ze waren begin augustus terug uit Italië en moest vandaag met Léonore naar de tandarts hier in Gent. Ideaal dus om dan samen iets te doen, en wat beter dan geocachen?

Eerst gingen we met zijn allen – minus Bart, want die zat op kantoor – eten in Villa Ooievaar en de bedoeling was dat we van daaruit meteen doorreden naar Lemberge om daar te cachen – dat is al een beetje in Véroniques richting, aangezien ze nu in Ronse woont – maar er was nog zó veel over van de macaroni dat we toch maar eerst even langs huis gepasseerd zijn om het restorestje in de ijskast te gaan zetten. In Lemberge was het warm maar wel fijn om wandelen, en af en toen ook frustrerend omdat we sommige caches niet vonden.

Een terrasje zat er wegens tijdsgebrek niet in, maar het was alweer een zeer fijne, rustgevende en aangename middag. Vakantiegevoel, iemand?

Eindelijk weer zwemweer!

En ja hoor, ze hebben ervan genoten, van dat zwembad. We hadden het uiteraard zien aankomen en het water in perfectie conditie gehouden. Voor mij was het nog te koud: ik mag echt niet riskeren dat de spieren in mijn rug verkrampen, en dus heb ik me maar geïnstalleerd in mijn hangmat. Zalig!

Lectuur: de Broken Empire trilogie van Mark Lawrence (Prince of Thorns)

In juni heb ik drie zalige fantasyboeken gelezen: duister en gritty met een goed uitgewerkte wereld, precies zoals ik ze graag heb: Prince of Thorns, King of Thorns, Emperor of Thorns, algemeen gecatalogeerd onder de stijl grimdark. En ook de schrijfstijl van Lawrence sprak me best aan.

Het geheel speelt zich af in een middeleeuwse sfeer, maar dat blijkt – zo wordt beetje bij beetje duidelijk – eigenlijk een paar duizend jaar in de toekomst, nadat de aarde verwoest is door een nucleaire apocalyps en er een nieuwe, niet-technologische beschaving ontstaat die veel weg heeft van de middeleeuwse toestanden van weleer. En zelfs na duizend jaar zijn er nog altijd no-go gebieden, zo blijkt. Maar eigenlijk speelt dat alles gewoon in de rand van het verhaal, waarin we Jorg Ancrath volgen, een compleet immorele jongen van een jaar of twaalf die onverhoeds aan het hoofd van een dievenbende komt te staan. Jawel, aan het hoofd van volwassenen, gewoon omdat hij  enerzijds bijzonder verstandig is en gestudeerd heeft, anderzijds omdat hij zelf zowat de meest immorele van de hoop is. En toch is er ook sprake van broederschap, zelfs wanneer er op bijzonder bloederige manier een hoofd wordt afgehakt of een buik wordt opengesneden.

Het verhaal is niet voor tere zieltjes, daarvoor beschrijft Lawrence bepaalde taferelen net iets te… nietsverhullend en weinig aan de verbeelding overlatend. Maar net dat realistische maakt het voor mij wel interessant. En Jorg Ancrath is, ondanks zijn verdorven karakter, ook net weer een  zeer innemend en intrigerend hoofdpersonage. Voeg daar nog een dikke vleug magie in al zijn vormen toe, en jawel, ik ben verkocht.

Geen hoogstaande literatuur, wel zeer entertainend. Dik in orde.

 

Bedenkingen over Saleich

* Het was er zàlig rustig. De Sisters zitten in een “buitenwijk” – lees: enkele gegroepeerde huizen – van een klein dorpje aan de voet van de Pyreneeën. Geen doorgaand verkeer, niks. De honden van de buren blaffen af en toe, en je hoort twee kerkjes. En krekels, dat ook. En verder stilte. Alleen maar heerlijke, zalige stilte, bij het ruisen van de bomen. En je verschiet je dan ook steendood als er een appeltje met een plof uit de boom valt. Echt!

* De Pyreneeën hebben blijkbaar drie golven: eerst heuvels, dan wat hogere heuvels, en dan uiteindelijk bergen met zelfs besneeuwde toppen. Die laatste zag je niet vaak omdat er ofwel heuvels in de weg lagen, ofwel omdat het zicht niet helder genoeg was.

* Vochtig. Echt, de eerste dagen was het niet gewoon pokkewarm, maar vooral ook vochtig. Mijn haar krulde voortdurend alle kanten op, en bij momenten liep het zweet me in kleine straaltjes af. Letterlijk. Na een dag of drie werd het een ietwat drogere warmte, maar toch…

* Mondmaskers zijn duidelijk verplicht binnen in de winkels, maar op bijvoorbeeld de drukke, écht drukke markt op zaterdag was het misschien de helft die er eentje droeg.

* De mensen zijn bijzonder curieus én vriendelijk: toen ik met Monica aan het wandelen was op een compleet verlaten wegje en een bepaalde bloem wilde fotograferen, stopte er gewoon een auto en de toch wel iets oudere man sloeg gezellig even een praatje. Net zoals de eigenaar van de druiven die ik fotografeerde, of de boer van wat verderop…

* Ik heb echt genoten van het huis. Ze hebben het een jaar geleden gekocht met het idee er ook een AirBNB van te maken. Hun eigen kamer is helemaal boven, met blijkbaar ook een eigen bureau, badkamer en terras. Op de eerste verdieping zijn er twee ruime kamers, een grote badkamer en een projectiekamer, en dat is volledig voor de gasten.

Beneden hebben ze de oude binnenmuren eruit gegooid zodat het één koele, open ruimte is met een zetelhoek, een eetkamer en een oude maar zeer geriefelijke keuken. Héérlijk.
Carmen heeft haar eigen modern ingerichte huisje achteraan het grote huis, eigenlijk een groot appartement waar vroeger een schuur stond. En er zijn nog tal van grote schuren waar ze voorlopig niet echt iets mee doen, maar waar wel nog een en ander mee te doen valt.

En dan is er natuurlijk ook de tuin: een grote ruime tuin met grasveld, boomgaard, een hoge half open schuur waaronder er standaard gegeten wordt, en een grote moestuin waaruit ze zowat alle verse groenten halen. Er wordt echt geleefd en gekookt volgens de seizoenen en dat smaak je.

Soit, op AirBNB zoeken naar Sisters of Saleich; het is een aanrader

* Het accent hier is heerlijk sappig, met nasale klanken en zo. Normaal gezien spreken de dames proper Frans, maar het was grappig om Eve tegen haar vader bezig te horen: meteen kwam er dat lokale accent bij. En toen vroeg ik iets aan hem, en had ik blijkbaar ook al onbewust het woord “loin” uitgesproken als “lwèng” tot algemene hilariteit.

* Wat die talen betreft: het was op den duur een gigantische mengelmoes van Frans, Nederlands en Engels. Ha ja, de algemene voertaal was Frans, maar af en toe geraakte ik toch niet uit mijn woorden en ging ik over op het Engels want ook dat verstond iedereen. En met Monica apart, of enkel met Muriel of Carmen schakelde ik ook over op het Nederlands. Mijn Frans is er in elk geval met sprongen op vooruit gegaan.

Dat ik het al een beetje mis, dat zalige Saleich.