Voorlezen

Nog steeds lees ik elke dag voor aan Merel bij het slapen gaan. Nu ja, elke dag, toch elke avond wanneer ik thuis ben om haar in bed te stoppen.

Bij de jongens heb ik dat nooit zo lang volgehouden, ik weet eigenlijk niet goed waarom, want ik doe dat eigenlijk wel graag. Eerst kwamen zowat alle boeken van Roald Dahl aan de beurt, en af en toe iets anders. Aangezien de Dahls op waren, zaten we bij David Walliams, maar die leest ze nu liever zelf. We hebben ook al een van de grote sprookjesboeken gelezen. En nu, nu zijn we bezig in De Wind in de Wilgen, de klassieker van Kenneth Grahame. Die kan ze uiteraard ook al helemaal zelf lezen, maar ze vindt het leuker als ik bij haar onder haar deken kruip, met enkel het nachtlampje aan, en dat ze dan zachtjes kan liggen luisteren.

En het is dan supermooi om te zien, wanneer ze met haar poppen speelt, dat die ook verhaaltjes krijgen. Simpelere verhaaltjes, want de poppen zijn kleiner en het mag niet te moeilijk zijn, legt ze dan uit.

Mooi, toch?

Ze wordt zo groot…

Merel, dat is echt al zo’n halve puber bij momenten. Ze wordt natuurlijk wel tien dit jaar, maar toch, in mijn ogen is ze nog altijd mijn kleine meisje.

Alhoewel… ze weet bijvoorbeeld precies wat ze wil aandoen en wat niet, en wat bij elkaar past en wat niet, en wat hip is en wat niet. De verhalen over haar vriendinnen zijn ook al echt zo puberaal: die heeft ruzie met die, daarom en daarom, en dan hebben die het weer bijgelegd maar is er nu ruzie met die, want die heeft dat en dat gezegd… Soms komt ze thuis dat ze gewoonweg niet meer naar school wil, en dat is dan niet omdat ze de school op zich niet leuk vindt, maar omdat er voortdurend ruzie is in de klas en tussen de meisjes… Tsja.

Gelukkig is ze voor de rest wel zeer plichtsbewust en maakt ze meteen haar huiswerk en zo. Al moet ook dat natuurlijk wel in stijl gebeuren.