Avatar: the way of water

Bart stelde voor om met zijn allen naar de film te gaan, en meteen ook Lieze mee te nemen, want Merel gaat altijd overal naar toe met haar.

Hij zocht en boekte de tickets die een uur na uitkomen nog beschikbaar waren, en dat bleken 4D tickets te zijn: met 3D-bril, maar ook met regen, wind, blazen aan je hoofd, en vooral de stoelen die alle richtingen uitgaan. Euh….

3D is bij Avatar absoluut een meerwaarde: de visual effects zijn zonder meer verbluffend, als je weet dat zowat alles CGI is. Je zit zo veel meer in de film zelf… Maar die 4D? Euh nee, liever niet: dat is echt een gimmick. Ja, het werkt als ze vliegen op een ikran en je dan meebeweegt, maar eigenlijk zouden ze het alleen mogen doen als je zogezegd mee op een van die beesten zit en niet als je er enkel maar naar kijkt. En dat is vaker het geval: wanneer een schot gelost wordt, krijg je een windstoot in je oor, ook al is het de tegenstander die schiet. Tijdens woeste gevechtsscènes zit je precies op een rollercoaster, waardoor het soms zelfs te veel was voor mijn rug. Het verwonderde me nog zeer sterk dat ik niet misselijk werd: dat viel al bij al nog mee. Maar, zoals Wolf het verwoordde, het haalt je uit de film in plaats van je er nog meer in te betrekken. Je voelt het te veel als extern aan waardoor je focus verslapt en dat is jammer.

En de film zelf? Magistraal… Het verhaal is quasi identiek aan dat van de vorige Avatar, dat wisten we, en dat stoort ook niet. Het is vooral prachtig, prachtig in beeld gebracht, en nee, die drieënhalf uur stoorde me niet, al weet ik dat veel mensen de film langdradig vonden.

GE-O-RKEST: eindelijk afgewerkt!

In Mendonk, Gents meest afgelegen kanaaldorp, ligt een hele mooie geo-art: daar maak je met raadsels een figuur, en wanneer je het raadsel oplost, krijg je effectieve coördinaten waar je dan kan gaan zoeken.

Mireille en ik hadden een dik jaar geleden onze fietsen opgeladen en waren naar Mendonk gereden, maar heel erg ver waren we toen niet geraakt: de tijd was beperkt en Mireilles long covid deed nog echt moeilijk.

Vandaag, zijnde vakantie en heel mooi weer, kwam ze opnieuw tot hier. We laadden mijn fiets bij die van haar en gingen via het veer opnieuw naar Mendonk voor het vervolg.

Man, wat hebben we genoten zeg! De conditie was bij beiden wat beter, al was tegen ’s avonds ons beider pijp toch volledig uit en hebben we de bonus laten vallen. Maar dat tochtje langs de Moervaart: magisch!

We dronken thee en aten pudding op een bankje langs die Moervaart en waren erover verwonderd wat een verschil meelicht en tegenlicht kunnen maken: de volgende foto’s zijn op hetzelfde moment genomen:

De caches waren knap gemaakt, zorgden soms voor hilariteit maar ook bij momenten voor frustratie, maar werden uiteindelijk wel allemaal gevonden.

Op het einde trouwens nog goed gelachen: het laatste stuk was eigenlijk een stukje wildernis waar we nauwelijks nog een pad zagen, maar waar we toch vollen bak doorgefietst zijn. Serieus, maat!

De bonus zal voor een volgende keer zijn, als ik hier nog eens in de buurt moet zijn.

Al bij al een héérlijke dag gehad.

Halloweenversiering

Dat Merel zot is van halloween, dat is al lang geen geheim meer. Als het aan haar ligt, zou ze het huis al beginnen versieren in september.

De spinnen en de pompoenlampjes in haar kamer hingen er effectief al begin oktober, de rest hier in de living werd opgehangen half oktober.

Maar vandaag zijn we all out gegaan: er is namelijk een echte Halloweentocht die begint op de Evergemsesteenweg en die door de Waterhoenlaan loopt. Ons voordeur ligt nu wel in de Kineastlaan, maar Merel had bordjes gemaakt om de mensen toch tot aan onze deur te krijgen.

En die voordeur, die was wel netjes versierd, ja. We hadden gisteren al een pompoen uitgekerfd, eentje die mee was gebracht door een maat van mij na een vraag op Facebook. En dan hebben we vooral ook Barts bureauvenster aangekleed, zodat het effect wel leuk was.

Bart had snoep voorzien, maar we hadden nooit de toeloop verwacht die er ook effectief was: we zaten al vrij snel zonder, zodat we ook nog alle mogelijke andere snoep uit de berging hebben opgediept.

Maar nu weten we wat we volgende keer moeten verwachten!

Dit was de vakantie van 2022

Vaak heb ik op het einde van de grote vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb en dat die vakantie voorbij is gevlogen. Nu, dat vliegen, ja, dat was ook deze keer het geval, en dat gevoel dat ik niks zinnigs gedaan heb, eigenlijk ook. Ik heb heel weinig mensen gezien, ik ben zelfs geen enkele keer gaan geocachen met vrienden… Geen idee hoe dat komt, gewoon, tsja… Maar als ik even oplijst wat ik zoal gedaan heb, blijkt dat toch nog een en ander te zijn.

* er was een heerlijke Aetheravond met een prachtig huwelijk
* een zeer fijn communiefeest van Marie-Julie
* Ik liep met Merel in ’t stad
* en met Jesse in zijn Melle.
* Bart en ik gingen nog eens eten in Commotie
* en ik maakte confituur en ging cachen met ons pa.
* Ik schilderde een hemd voor Kobe
* Ik ging met mijn lief een weekend naar Poperinge en Watou
* Ik ging naar een begrafenis en dan een dagje cachen in Lier
* en één dagje Gentse Feesten was voldoende voor Merel en mij.
* Kobe werd vijftien.
* Ik ging eten met Gwen
* en met Wolf en Arwen cachen in Vinderhoute
* en op mijn eentje in Gavere.
* Ik werd van binnen doorgelicht
* en ik ging met Merel en nog 34 anderen picknicken.
* We namen afscheid van Chantal
* en ik ging uit de bol bij Rammstein.
* We zaten tien heerlijke dagen in en rond Sorrento.
* Ons pa nodigde ons uit om te gaan eten
* en ik ging zelf nog eens eten met Gwen.
* Merel ging naar de dermatoloog
* en we gingen met ons twee naar een cachebijeenskomst om half zeven ’s morgens. Echt.
* Bart en ik gingen eten bij Sepp en Sofie
* en toen zaten Merel en ik voor vier dagen in Parijs.
* Ik ging nog heel even cachen met ons pa
* en toen, toen zaten we alweer op school.

Maar dus nee, niet veel volk gezien, naar niet veel dingen geweest. Wel drie keer deftig uit mijn kot: een weekendje Watou, een heerlijke vakantie in Italië en vier dagen Parijs.

Heb ik opnieuw energie om te beginnen aan dat schooljaar? Goh, had je me dat vorige week nog gevraagd, ik had nee geschud. Maar nu ben ik er wel klaar voor, ik heb er zin in, ik kijk ernaar uit om de leerlingen terug te zien en ze wakker te porren. Maar, om eerlijk te zijn, ik kijk niet uit naar het gezaag van collega’s over alles wat er fout loopt, naar de constante stroom van negativiteit. Kunnen er dingen beter? Uiteraard, stapels en tonnen. Maar het gaat niet beteren door alleen maar erover te zagen, en dat blijken nog steeds massa’s mensen niet door te hebben.

Tsja…

Parijs, dag vier

Virginie, de verhuurder van onze AirBNB, was zo lief geweest om ons dit dagje ook nog te gunnen. Normaal gezien was het de bedoeling dat we tegen elf uur de deur achter ons dicht trokken, maar we hadden gevraagd of we enkel onze koffers mochten laten staan. Dat kon, zei ze, die gingen niet in de weg staan. Maar deze morgen kreeg ik een berichtje: dat de volgende huurders pas op zaterdagmorgen aankwamen en dat ze zelf maar ging komen kuisen in de avond, zodat we gerust nog tot een uur of zeven in de kamer mochten.

Nu, we hadden alles al ingepakt, de koffers stonden gewoon opzij, de kamer was leeg, maar we hoefden tenminste niet de hele dag te zeulen.

Tegen een uur of negen liepen Merel en ik richting Sacré Coeur, want de eerste dag hadden we daar in de buurt echt wel een fijne bakkerij gezien, en Merel wou daar echt naar toe. Groot gelijk, het ontbijtje was voortreffelijk en niet duur. Daarna gingen we even naar de Wall of Love, een muur waar in meer dan honderd talen I love you op staat, ook in reeds uitgestorven talen zoals het Navajo of, jawel, het Latijn en het Oud-Grieks.

We namen andermaal de metro, zodat we ook voor de laatste keer de Batobus konden nemen: de tickets waren geldig tot half twaalf en die boot blijft zalig.

Afstappen deden we voor de laatste keer aan Hôtel de Ville, om richting Les Halles te slenteren. Was me dat een teleurstelling zeg! Die zijn volledig gerenoveerd, zodat het oude beeld van de watervallen weg is en er nu gewoon een groot afdak is. Afknapper dus.

Maar door de naam Eglise Saint-Eustache te zien staan, viel mijn euro dat ik daar normaal gezien altijd een foto neem met dat hoofd dat daar ligt. Compleet vergeten! Wij dus naar het hoofd…

In een van de toeristische straatjes daar aten we een kippenbout met frietjes, maar man, vettig! Wel lekker, daar niet van…

En toen kwamen we aan het Musée des Illusions, het enige museum dat Merel echt graag wilde doen. We konden onmiddellijk binnen, maar toen we terug buiten kwamen, stond er een serieuze wachtrij.

Maar toen hadden we er allebei genoeg van: moe, heet, zere voeten… En aangezien we ons kamer toch nog hadden, namen we de metro naar huis, waar we tegen een uur of vier waren. We moesten pas om half zes weg, tijd genoeg dus om eventjes languit te liggen, te rusten, te lezen.

Dik kwart na vijf namen we afscheid, sleepte Merel de koffers van de gammele trap en rolden we richting station. Om daar vast te stellen dat het er pokkedruk was omdat zowat alle internationale lijnen – het gros van de treinen die daar toekomt en vertrekt – een stevige vertraging hadden. Blijkbaar waren er spoorlopers…

Gelukkig hadden ze er een Starbucks en konden we daar een zitplaatsje bemachtigen, want overal in het station, tegen elk muurtje en op elk hoekje zaten reiziger. Merel maakte kennis met de frappucino en met het fenomeen vertraging: het werd een dik half uur.

Nog een chance: in Brussel-Zuid bleken we drie minuten te hebben om de eerstvolgende trein naar Gent te halen, en dat haalden we gewoonweg! Netjes!

Een fijne babbel met een Brusselse jongeman en een taxirit later stonden we thuis. Rond een uur of negen dus: net genoeg tijd om Wolf een knuffel te geven en hem te zien vertrekken met zijn maten naar Parkkaffee.

Een vermoeiende citytrip, kilometers afgelegd, liters water gedronken, maar ook fantastische herinneringen gemaakt. Merel vond het alvast super, en daar gaat het toch om.

Parijs, dag drie

Dat een nachtje goed slapen toch een wereld van verschil kan maken!

Ik had mijn neusspuiter gebruikt zodat ik niet lag te snuiven, ik sliep onder een laken en Merel onder het donsdeken en blijkbaar was dat voldoende voor een deftige nachtrust. Oef!

We gingen ontbijten op de Place Choron – beetje veel verkeer, maar bon – en liepen te voet richting Opéra, want dat gebouw wilden we wel even zien, én daar zijn ook de fameuze, of misschien zelfs eerder beruchte Galleries Lafayette met dat schitterende dakterras.

Man, we keken onze ogen uit. Ik herinnerde me inderdaad dat daar alle chique merken zaten, maar wist niet meer dat die koepel er was, en dat de prijzen er voor sommige merken zó exuberant waren! Geef toe, 880 euro voor een vestje voor een vierjarige, Dior of niet… We liepen rond, voelden ons verschrikkelijk underdressed en toeristisch maar genoten van het gebouw.

En toen was er natuurlijk ook het dakterras met het fantastische uitzicht…

En verder ging de tocht: de Opéra werd eens grondig bekeken aan de buitenkant – de binnenkant hoefde echt niet voor Merel – en we namen de metro waar het vol stond met van die kleine geschilderde figuurtjes.

En toen, toen kwamen we bij de Tour Montparnasse, een veiligheidscontrole, een bagagescan en een uitzicht om u tegen te zeggen. En heet, heet!

Omdat het etenstijd was, mijn jongedame echt hangry kan zijn en de broodjes in de toren zelf er best wel lekker uitzagen en schappelijk geprijsd waren, bleven we daar dan ook maar iets eten. Alleen hun idee van ‘bière gourmand’ is ietwat vreemd, toch?

We namen de metro terug naar de Jardin des Plantes, de laatste halte van de Batobus, gewoon omdat we het zo leuk vinden om op die boot te zitten. We hadden evengoed rechtstreeks de metro kunnen nemen naar ons doel, maar da’s maar de helft van de lol, toch?

Tijd voor het grote werk: we stapten uit ter hoogte  van Le Petit Palais, wandelden via de afgrijselijke tulpen van Koontz naar de Champs Elysées, en merkten dat het verschrikkelijk heet was. We gingen voor een ijsje – toevallig bij blijkbaar het beste ijs van Frankrijk, en die mens heeft eigenlijk niet overdreven, het was echt ongeveer het beste dat we ooit gegeten hadden – en probeerden waterfonteintjes op te sporen, maar er waren er een aantal buiten gebruik. Meh.

Enfin, we zagen de Arc de Triomphe en het drukke verkeer errond, maar geen zebrapad. Allez! We hebben ons dan toch maar tussen het verkeer door geschoten, om pas achteraf te merken dat er gewoon een voetgangerstunnel was. Kiekens dat we zijn!

Het plan was om dan te voet tot aan de Seine terug te wandelen en intussen onze waterflessen op te vullen, maar dat liep niet zo vlotjes. Merel werd moe, we hadden allebei dorst, onze voeten deden zeer… We liepen langs bijzonder chique hotels met nog chiquere auto’s, en aan de Seine moesten we nog tot aan de Eiffeltoren voor een boothalte. En ja, op mijn open data kaart van drinkfonteintjes vond ik er eentje, een kleintje, niet ver van de Eiffeltoren. Het plan was om onze flessen te vullen, leeg te drinken en opnieuw te vullen, en er stond ook niemand. Maar tegen dat we gedronken hadden, stond er dertig man, I kid you not!

Het drinken hielp wel wat, ja. We namen de boot, stapten af aan Gare d’Orsay en namen daar dan de metro in één rechte lijn naar Saint-Georges, onze halte. En thuis, daar was er water ad libitum en blijkbaar ook een brie die je gewoon als koekje kan opeten. Moet kunnen, toch?

Voor onze laatste avond gingen we niet ver, in de Rue des Martyrs, voor een pokébowl. Merel kende het niet maar is wel fan, ja.

Tegen negen uur waren we terug en we sliepen allebei bijna onmiddellijk. Parijs, da’s vermoeiend, jong!