Bedenkingen bij Japan

Ik heb het hier een beetje laten liggen, omdat het nogal druk was, zou men kunnen zeggen. Maar toch wel een paar dingen die me opgevallen of bijgebleven zijn in Japan:

  • Japan is druk, en dat is blijkbaar algemeen geaccepteerd. Niemand doet moeilijk over stampvolle metrostellen, over lange wachtrijen aan restaurants – dat is blijkbaar standaard – over kleine kamertjes, weinig plaats aan tafel in een restaurant, veel te veel volk in een museum. Ik spreek dan niet enkel over grootsteden zoals Tokyo of Osaka, ook op andere plaatsen was dat zo. Neem nu Nakatsugawa: daar liep om tien uur ’s avonds geen kat meer over straat, het leek verlaten. En toch waren de kamers in het hotel echt wel klein, was er in het restaurant echt niet veel plaats, en meer van dat soort details. Ze zijn dat daar gewoon, en daarom dat ons hotel in Hakkone zo uitzonderlijk aanvoelde: ruimte, plaats, stilte, een eigen ruimte voor het avondeten en het ontbijt, zonder extra lawaai. Want dat hoort er dus onvermijdelijk bij, zo blijkt: lawaai. Op elke bus speelt er een schermpje met reclames, in elke taxi achteraan ook, overal op straat is er schreeuwerige muziek, in de wachtrij voor de kabelbaan stond er een reclamebord met luide repetitieve muziek. Ik had het daar soms echt moeilijk mee.
    .
  • de spreekwoordelijke vriendelijkheid is ook echt. In Tokyo op onze eerste dag sprak ik een jongeman aan om het bureau van de Japan Rail te vinden. Hij had ons aanwijzingen kunnen geven, maar nee, hij liep gewoon drie verdiepingen mee tot aan de deur. Idem bij dat sushirestaurant dat we maar niet vonden: een werknemer van de mediawinkel liep mee tot aan de lift en wees ons de juiste verdieping aan. En ja, dat was in Tokyo waar je struikelt over de toeristen en waar die wellicht ook bij momenten zwaar op het systeem van de bevolking werken, zoals in Brugge.
  • Het aanschuiven is een ding. Nette rijen, vaak ook aangeduid op de grond, zoals in de treinstations. En iedereen doet dat ook, probleemloos. Idem voor de roltrappen en dergelijke. Het contrast met Zaventem was dan ook groot, waar mensen stonden te drummen voor de roltrap naar omhoog, zich dan met valiezen tussen de paaltjes van de neergaande trap wrongen en dan ook meedogenloos – je kan ook niet anders – werden omvergeduwd door degenen die van de trap kwamen.
  • Stations. Wow. Dat zijn megagrote winkelcentra waar je alle mogelijke winkels vindt, en waar je soms zelfs al de betaalzone moet binnengaan om de winkels te vinden. Op zich is dat niet zo erg: je scant, zoals bij ons in de metro, je kaart wanneer je binnengaat en opnieuw wanneer je buitengaat, en als je dan een reis heb afgelegd, gaat het geld automatisch van je kaart. Je moet dus wel zorgen dat die opgeladen blijft, en dat kan, vreemd genoeg, enkel met cash. Wij hadden ook een veertiendaagse treinpas waarmee je ook op veel van die metro’s kan, en die kost zo’n 450 euro voor twee weken, maar dat geld hebben we er meer dan uitgehaald, denk ik dan. Praktische mensen, die Japanners. Behalve die cash dan.
  • Tattoos. Ik had wel gelezen dat tattoos een dingetje waren, dat Japanners daar zeer wantrouwig tegenover staan, omwille van het feit dat dat gelinkt wordt aan de Yakuza, de Japanse maffia. We waren gewaarschuwd dat in een onsen, een publiek bad, tattoos niet toegelaten waren. Ik had dat ook nog gezegd tegen Bart, want die heeft een half sleeve op zijn ene arm en een wolvenkop op zijn andere. Hij had dat toen al lachend afgewimpeld en gedacht dat dat wel ging meevallen. Niet dus.
    Kobe is in Hakkone in de bijzonder luxueuze onsen geweest, waar hij meer dan een half uur in het hete water naar de sterren heeft liggen staren. Daar stond dus expliciet aangegeven dat tattoos niet toegelaten waren, en dan niet alleen de grote, maar ook duidelijk bv. een klein bloemetje bij een dame. Euh juist ja. In Nakatsugawa was ik alleen en was het geen probleem, maar ik had dus teruggefloten kunnen worden. Meh.
  • Formulieren. Voor alles, maar dan ook echt alles moet je een formulier invullen. Elke keer dat Bart de valiezen moest versturen, moest hij eerst online een formulier invullen, en dan ook nog eens in drievoud op papier.
    Een treinticket reserveren voor een half uur later? Papieren invullen tiens! En alles wordt driemaal gecheckt. Een bestelling aan tafel? Je zegt je bestelling, de dame of heer herhaalt het, iedereen heeft besteld, en alles wordt minstens nog een keer herhaald. En aan de kassa wordt nog eens overlopen of het ook echt wel klopt wat ze aanrekenen. Meer dan één stuk kopen in een winkel? De rekening wordt met jou overlopen om zeker te zijn.
    Een drinkfles kopen voor Merel: elke fles werd nog eens uitgepakt om zeker te zijn dat het de juiste kleur was, opnieuw ingepakt, dichtgeplakt en pas dan aangerekend. En als die voor jou dan vijf flessen koopt, duurt dat tien minuten, jawel. Urgh.
  • De fameuze Japanse toiletten: nee dank je. Ik hou niet van een voorverwarmde toiletbril – misschien is dat in de winter anders – en ook niet van het water op mijn kont. Allez, dat water zou misschien nog wel oké zijn, als je er deftig papier bij kreeg om alles af te drogen, want op de meeste toiletten zit geen droogfunctie. Maar het toiletpapier is één laagje, het lijkt wel van dat papier uit schoendozen. Daar kan je dus niks mee aanvangen. En dat zo’n toilet opengaat zodra je in de buurt komt: laat mij met rust! Maar vooral: zo’n toilet spoelt dus ook vanzelf door. Ik weet niet hoe u uw kont afveegt – of in dit geval afdroogt – maar ik ga dan op één bil zitten. Goh, denkt dat toilet, die is klaar, ik spoel door. En dat is hoogst onaangenaam, zo’n toilet dat doorspoelt terwijl jij er nog op zit. Nee dank je. BTW, zelfs openbare toiletten en toiletten in winkelcentra en zo zijn van die speciale gevallen. Dat, of Franse hurkgevallen. Urgh.

Er zullen me wellicht nog wel dingen invallen, en dat schrijf ik dan later nog wel eens.

Japan.

Het is een speciaal land, jawel.

Dit was Japan in 1 minuut

Bart heeft een zalig compilatiefilmpje gemaakt. On that note: nu we weer thuis zijn, is het een pak makkelijker om overal ook de filmpjes in te zetten, zoals in de laatste drie postjes. Wie dus filmpjes wil zien, moet maar eens opnieuw de verslagen van Japan bekijken: ik ben ze er beetje bij beetje aan het bijzetten, want het is wel een werkje, ja.

Eindelijk thuis

Niet dat ik niet graag in Japan was, verre van, maar die reis zelf is toch een hele onderneming, en ik vind dat absoluut niet leuk omdat ik gegarandeerd slecht ben.

Kwart over twaalf steeg onze vlucht van Hongkong naar Brussel op, en zodra het kon, legde ik de zetel volledig plat, nam mijn hoofdkussen en mijn donsdeken en sliep. Sliep dus echt, zeven uur aan een stuk, en blijkbaar ook diep, want ik heb niet gemerkt dat ze komen vragen zijn voor avondeten – Bart heeft dat afgewimpeld voor mij – of dat ze het vensterschermpje zijn komen sluiten. Ik was dan ook echt nog misselijk, en ik heb uiteindelijk ook een Argyrax genomen, een zeer goed soort reispil die ik eigenlijk niet mag nemen wegens glaucoom, maar foert dus. En hoe slaap je? Zo dus.

Ik sliep, en werd na een uur of zeven wakker. Acht uur in onze tijd, maar we moesten er weer zes uur afpietsen, dus dat werd wat vreemd. Ik keek – in stukken en brokken met wat slaap tussendoor – nog naar Wicked, kon zelfs een ontbijtje eten en voelde me goed bij de landing. Oef.

De controles verliepen vlot, de valiezen waren er bijna meteen, en het luchthavenvervoer stond al te wachten. Resultaat? Om tien uur stonden we terug in ons huis, netjes gekuist door Asse, en die had zelfs de lakens van de huisoppassers gewassen!

Helaas, de daaropvolgende was was wel degelijk voor mij, en ik kon er meteen aan beginnen. Jammer genoeg was het aan het regenen, waardoor ik amper vier machines kon draaien want de droogkast is echt de vertragende factor.

En Japan? Dat wordt een prachtige herinnering!

Japan – dag 14: さようなら (ofte sayonara)

Na een succulent ontbijt zagen Arwen en Kobe het niet zitten om nog veel te doen, maar Bart, Wolf, Merel en ik wilden ook onze laatste dag in schoonheid afsluiten, en dus gingen we nog even tot bij het kasteel van Osaka, te midden van een groot park en omgeven door twee slotgrachten. Vlakbij staat overigens een ziekenhuis waarbij het wel lijkt alsof de Enterprise is geland…

We liepen rond, ik deed een paar caches, en we zagen dat het goed en warm was.

We waren vrij snel terug, tegen kwart over elf, meer dan voldoende tijd dus om nog twee caches aan beide zijden van het hotel te zoeken, en dan tegen twaalf uur uit te checken.

En helemaal afsluiten wilden we doen in stijl, en dus had Bart voor ons allemaal in het hotel een teppanyaki lunch gereserveerd: met een eigen chef die netjes toonde wat hij deed, en ons een vijfgangenmenu voorschotelde. En eigenlijk hadden we nog geen honger na dat uitgebreide ontbijt :-p

Maar dit hadden we nog niet gedaan, en onze kinderen kenden dat niet. Ja, het was een belevenis, en ja, het was duur,  maar wat een fijne afsluiter! Oh enne, wasabi – in het Japans met klemtoon op de eerste a, sorry Jeroen Meus – die vers geraspt wordt, is niet te vergelijken met verpakte wasabi. Héérlijk!

Nog een laatste zicht op Osaka, en weg waren we, de taxi in richting luchthaven. Die ligt trouwens volledig op een eiland, wel wijs om zien.

Om kwart voor twee opgehaald, om kwart voor drie op de luchthaven, tegen kwart na drie door alle administratieve onzin en in de lounge. Om vijf uur het vliegtuig op, vier uur later in Hong Kong, tegen negen uur dus.

Ik was nog maar eens kotsmisselijk, en een uurtje op de grond in de lounge liggen slapen hielp niet, dus nog maar eens mijn maaginhoud afgestaan aan een toilet in die lounge. En tegen kwart voor twaalf – eigenlijk kwart voor een, maar we waren al een tijdzone geminderd – terug het vliegtuig op, voor nog eens dertien uur. Yay. Not.

14.000 stappen. Ja, zelfs vandaag.

 

Japan – dag 13: Osaka baby!

Vreemd hoe het weer hier van dag tot dag kan wisselen: gisteren de hele dag regen, vandaag weer stralende zon!

Rond twintig voor tien stonden we met onze rugzakken al aan het station van Hiroshima, want daar was dus dat Pokémoncenter, waar gisteren de kaarten uitverkocht waren, dat om tien uur open ging en waar misschien nu wel kaarten te krijgen waren. We waren niet de eerste: er stond al een crazy Japanner die alle moves uit het spel aan het nadoen was.

En ja, achter ons vormde zich een rij. Stipt om tien uur ging het open, drie na tien kwamen de meesten uit de rij al weer naar buiten, net zoals wij: helaas geen kaarten binnen. Meh. Intussen had Bart al de shinkansen geregeld, maar die was pas om half twaalf. Geen nood, een koffietje gaat altijd binnen, en in Japan heb je altijd wel iets in de buurt waar je kan naar kijken en dat lawaai maakt.

In Osaka werden we netjes door een taxi aan het Conrad afgezet, en blijkbaar heeft Lien, onze reisagent, het beste voor het laatste gehouden: dit hotel zit in een gigantisch gebouw en beslaat de 8 bovenste verdiepingen. Je moet dus van een hal beneden de lift nemen naar de 40ste verdieping waar de lobby is, en dat uitzicht, dat is verbluffend!

Onze kamers waren al klaar, en onze valiezen waren aangekomen maar nog niet op de kamers. Geen probleem: snel even opfrissen en iets gaan eten, want het was vrijwel twee uur intussen, en we hadden wel een hongertje. Maar wat een luxe, wat een oog voor detail, en vooral: wat een uitzicht!

Wolf leidde ons naar een ramending, maar dat bleek volzet, en dus gingen we maar ergens anders binnen, in iets dat het equivalent bleek van ons frietkot. De ramen of udon kostten vrijwel niks, je kon er diverse soorten tempura bij krijgen, en er waren enkele zitplaatsen aan een toogje. Geen probleem, we wilden toch gewoon iets kleins eten.

Dan terug naar het hotel, om een uurtje te bekomen, tukje te doen, douche te nemen, andere kleren aan te trekken, dat soort dingen. Want ja, vandaag was het opnieuw 23 graden en stralende zon.

Tegen vier uur stonden we een eind verder in Osaka, in de toeristische buurt, voor een workshop sushi maken. Eerst zag ik dat niet zo zitten, want het was met het typische Japanse opgeklopte gedoe, wild enthousiasme, dat soort dingen, en dat is niet aan mij besteed. Maar dat meisje deed dat goed, en we maakte dus zowel maki als nigiri. Ze waren verre van perfect, maar we weten nu wel hoe het moet. En we hebben dan ook alles nog moeten opeten, waardoor we dus om vijf uur in de namiddag eigenlijk al ons avondeten binnen hadden. Veel te veel gegeten!

Tegen half zes stonden we in Dotonbori, een hippe en zeer drukke, toeristische buurt met vooral veel neonlicht en, jawel, een Don Quijote, blijkbaar een heel erg bekende en grote winkel. Je kan er alles kopen, van snacks – Kitkat in de vreemdste smaken – en make up tot valiezen en juwelen. En druk, druk!

Vooral Arwen en Wolf hebben er vanalles gekocht, onder andere een extra valies voor haar wegens alle eerdere aankopen. Ik denk dat we er bijna een uur kwijt waren. Serieus, wat een maf gedoe was dat!

Enfin, we liepen verder – schoven aan – om nog langs een ABC Mart te gaan voor speciale Japanse VANS T-shirts, passeerden nog langs een Owalaflessenstand waar de flessen vrijwel de helft minder kosten dan bij ons, en vonden het toen echt allemaal welletjes. We zijn allemaal geen fan van drukte en lawaai, en dit, dit was erger dan pakweg de Gentse Feesten.

Zoals het brave mensen betaamt, waren we dus terug op het hotel tegen acht uur. Ideaal om even tot rust te komen, even te zwemmen en voor mij ook nog even in het grote bubbelbad te gaan. De sauna hoefde even niet meer. Maar wat een heerlijk hotel is dit: de avondservice had een theesetje klaargezet met extra chocolaatjes, slaapkleren klaargelegd en het beertje – dat blijkbaar een soort mascotte is – een slaapzakje gegeven met een kaartje erbij. Op onze nachttafeltjes stond een flesje water en een glas intussen, en jawel, de handdoeken waren nu al ververst. Dat was nu ook weer niet nodig geweest, maar bon.

 

12.000 stappen.

Japan – dag 12: een regen- en dus relatief rustdagje

Op het schema stond oorspronkelijk een rit van anderhalf uur naar het eiland Miyajima met die heel bekende rode poort in het water. Maar het weerbericht gaf de hele dag regen, en één dag rondkletsen in de gietende regen was meer dan voldoende, en zoals gezegd: er treedt wat schrijnmoeheid en ook treinmoeheid op, intussen. En eigenlijk waren we ook wel allemaal toe aan een rustig dagje op eigen tempo en ook wat alleen zijn.

Na het ontbijt trokken de kinderen met hun viertjes onmiddellijk, goed ingepakt, met de bus naar het station, want daar was het Pokémoncenter waar Kobe nog extra kaarten wilde kopen, en waar ook de rest nog wilde rondlopen en naar de arcade gaan en zo. Ze moesten daar dan ook maar iets eten, wat ze ook deden.

Bart ging een voormiddagje werken – in België zitten ze niet stil – en ik, ik had het plan opgevat om eerst naar een apotheek te gaan en dan in een park wat verderop te gaan geocachen. Euhm… Van de vijf minuten naar dat winkelcentrum was ik al behoorlijk nat, ondanks regenvestje en paraplu, en dus heb ik rondgedwaald in Fuji Grand: eerst mijn ogen uitgekeken in de mega supermarkt met alle rare spullen – en meteen ook middageten, aka. sushi voor Bart en mezelf gekocht – en dan door de rest van de winkels. Denk zowat alles wat je kan vinden in de Lange Munt, maar dan in een concept van de Inno. Ik vond er warempel drie mooie waaiertjes voor elk 100 yen, dus ongeveer een halve euro. Oh, en ook een setje eetstokjes, want we hadden geen bestek op ons kamer.

Tegen twee uur trokken Bart en ik naar het Hiroshima Museum of Contemporary Art, een speciaal gebouw temidden van een mooi park. Het museum was niet zo speciaal: veel Japanse kunstenaars, Broothaers, Duchamp, Giacometti… Niet groot ook, maar je betaalt dan ook nog geen 3 euro per persoon als inkom.

Daarna wandelde Bart terug naar het hotel – we hadden allebei een paraplu gekregen aan de buitenbalie van het Hilton – en ik wilde alsnog gaan geocachen in dat park. Het was nog zacht aan het regenen, niet meer aan het gieten. En beetje bij beetje minderde dat nog, tot het rond half vijf stopte met regenen. Oef. Ik liep dus rond in dat park, vond een aantal prachtige caches, wandelde naar beneden – had ik al gezegd dat het op een heuvel lag? – wandelde terug naar boven, weer een eind naar beneden, opnieuw naar boven, zocht veel te lang bij een bepaalde cache, verspilde daar tijd aan, maar genoot enorm van het rondlopen, het alleen zijn, de stilte en het feit dat er nauwelijks mensen waren. Héérlijk! Het feit dat er prachtige uitzichten waren, en een monument voor de G7 met onze eigen Charles Michel en een eind verder eentje met Obama, dat ik een bron tegenkwam, en enkele schrijnen, en daarna nog een mooie wandeling terug naar het hotel, was mooi meegenomen.

Jammer genoeg waren zowel mijn tijd als de batterij van mijn telefoon op, of anders had ik nog verder gelopen om de rest ook nog te doen. Maar om zeven uur hadden we gereserveerd bij het buffet van het hotel, iets wat gisteren al volzet was. De kinderen waren intussen al terug, maar zonder pokémonkaarten: die waren uitverkocht. Wel hadden ze zich goed geamuseerd, onder andere in de arcade.

En toen was er dus het buffet.

En toen was het welletjes, en was er enkel nog het uitzicht op Hiroshima van de 22ste verdieping.

 

Japan – dag 11: gewelddadig thema

Deze ochtend, in een stralend Kyoto, stond ik iets voor acht al in de tempel naast het hotel. Ha ja, die was gisteren al dicht, en ik vond het nu toch te onnozel dat we heel Kyoto afgekletst waren om dan die tempel naast de deur te negeren. Het was overigens een bijzonder grote tempel, met twee grote hallen. In de ene was een dienst bezig en kon ik even niet binnen. Het was wel mooi om al die monniken in hun zwart-witte pijen te zien, maar uit respect heb ik ze niet op foto. En eigenlijk vond ik deze tempel veruit de mooiste…

Om kwart over acht zat ik met de rest van het gezin aan het ontbijt, waar Kobe zich de ochtendlijke, vers in de steenoven gebakken pizzaatjes liet welgevallen. Yup, een bijzonder fijn hotel, dit is top. Jammer dat we weg moeten dus…

Maar om kwart over negen werden we verwacht in het Samourai & Ninja Museum voor een rondleiding en een initiatie zwaardvechten. We kregen allemaal een gi en een hakama aan, mochten even met echte zwaarden poseren, en kregen dan een houten zwaard om een aantal basis kamai’s aan te leren. Mijn rug vond dat niet zo wijs, zodat ik de oefenposes niet mee deed, alleen de stukjes op snelheid. Ha ja, ik heb niet voor niks zo veel jaar nin jitsu gedaan, en de basis kwam snel terug, ja. Wel eens amusant.

Aansluitend gingen we met onze volle rugzakken – de valiezen hadden we gisteren al richting Hiroshima gestuurd – de bus op naar het station. De shinkansen allemaal goed en wel, maar je verliest telkens wel een uur tussen reservatie en effectieve rit, en door de JR railpas kan je niet onlin reserveren. Nu, deze keer konden we die tijd goed gebruiken door in het station – denk: gigantisch winkelcentrum en talloze restaurantjes, in vrijwel elke stad – een Italiaans pastaatje te gaan eten.

En dan dus een tweetal uur de trein op, naar Hiroshima – met de klemtoon op de o, niet de i. Voor wie zich afvraagt of je dan niet gewoon gezellig naar buiten kan kijken om te genieten van het landschap: dit is wat je meestal ziet. Ik heb drie willekeurige foto’s genomen.

Maar bon, tegen een uur of drie waren we in het Hilton in Hiroshima. Zeker geen slecht hotel, verre van, maar niet te vergelijken met de prachtige Japanse stijl van het Kanra in Kyoto. We zaten op de 17de verdieping, wat wel een fijn uitzicht gaf.

Waar we deze ochtend in Kyoto nog in de stralende zon liepen en we het eigenlijk nog vrij warm hadden, zaten we hier in de regen. Dat lieten we niet aan ons hart komen: goed voorzien namen we de bus richting Hiroshima Memorial Museum, en ja, dat kwam even hard binnen. Zelden zo’n stilte geweten in een zo enorm druk museum, want ook hier was het aanschuiven. Maar die beelden, die foto’s, die voorwerpen, die massale vernietiging en dat onnoemelijk leed…

In de plensende regen liepen we verder langs de monumenten, onder andere langs het Children’s Monument met de talloze kraanvogels, en langs de Koepel, het enige gebouw in de buurt van het hypocentrum – hypo betekent onder, want de bom is in de lucht ontploft – dat min of meer is blijven rechtstaan. Aangrijpend, stuk voor stuk.

Nat gingen we terug naar het hotel, om daar dan ter plekke iets te eten. We waren niet onder de indruk: kleine porties zodat we allemaal nog een dessert namen, en bovendien echt wel duur. Maar wel gemakkelijk en droog, natuurlijk.

En buiten was intussen de natte nacht gevallen over Hiroshima.

15.000 stappen.