De boom in!

Eerlijk? Ik heb het al vaak gedacht maar nog nooit gezegd tegen de kinderen, dat ze de boom in konden. Het duurt lang, die quarantaine, en dan hebben wij, met ons grote huis en fijne tuin, nog totaal geen reden van klagen.

Maar vandaag konden ze ook echt de boom in. Letterlijk. Want vandaag heeft Wolf een soortement touwladder opgehangen in onze krulwilg, wat ervoor zorgde dat ze meteen alle drie de boom in zaten. Eerst Merel, met behulp van haar oudste broer, en daarna beide jongens. En niet zomaar één keer, nee, na het eten kropen ze nog allemaal eens de boom in. En tussendoor ook nog wel een keertje.

Luie dag

Ook gisteren werd een luie dag. De jongens vezen het schommelstuk helemaal uiteen en borgen het op achter en in het tuinhuis. Oh, en de poten van onze vuurkorf werden teruggevonden, yay!

Merel had intussen een cadeautje gemaakt voor de verjaardag van Marie-Julie, en we pakten dat netjes in in een doosje en wandelden naar het postpunt. Na wat obligaat aangeschuif bleek dat ze wel pakjes verzonden, maar alleen als je zelf al een label had aangemaakt. Niet dus. Enfin, wij nog al keuvelend om brood, naar huis, en dan de fiets op om naar Mariakerke naar het postkantoor te rijden. Ha ja, want Wondelgem is met zijn circa 14.000 inwoners te klein voor een eigen postkantoor, toch? Maar de fietstocht door de Lange Velden met de dochter achterop was eentje om in te kaderen. Héérlijk weer!

En toen, toen was er tijd voor een beetje Assassin’s Creed, en daarna een online quiz. Niet zo goed als die van zaterdagavond, maar toch bijzonder entertainend. Geen idee hoeveelste we geëindigd zijn, maar eigenlijk maakt dat ook niks uit.

Fijne dag, jawel.

Djerba dag 6: nog veel meer cachen

Onze laatste volledige dag hier in Djerba, en de kinderen wilden het gewoon rustig houden. Ze hebben geluierd, gelezen en zelfs een half uur gezwommen in het koude water van het zwembad.

Maar ik heb geen zittend gat, luieren kan ik thuis ook doen, en er is nog zoveel te zien hier. En vooral: nog zoveel caches te doen. Om half negen zat ik aan het ontbijt, op mijn eentje, en tegen negen uur zat ik in de auto.

Ik reed vanuit Midoun zuidoostelijk naar beneden naar de kust, pikte een cache op, en deed toen de meest bevreemdende en tegelijk de mooiste cache van de 1400 exemplaren die ik al gedaan heb. Nu, de cache op zich was niks speciaals, de omgeving was dat des te meer. Daar in het zuidoosten van het eiland is er een landtong die eigenlijk pure woestijn is. Het is een zandvlakte waar kleine struikjes groeien van amper een 20 centimeter hoog, en dat is alles. Een echte weg is er niet, gelukkig toonden de cacheinstructies waar ik de asfaltbaan moest verlaten, want zelf had ik het niet gezien. Ja, er zijn bandensporen, en dat is het zowat. En daar rij je dan 6 kilometer door, moederziel alleen. Ik mocht het niet gedroomd hebben dat ik daar zou stilgevallen zijn. Aan de andere kant: zelfs daar was er gsm-bereik.

Ondertussen zie je een vreemde blok opdoemen en dichter en dichter komen: de complete ruïne van Borj El Kastil, een vroeger fort ter verdediging. Het ligt volledig in puin, wordt niet onderhouden, en ligt – zoals de rest van Djerba – vol met afval. Maar het geeft wel prachtige zichten, en er waren zowaar mensen aan het vissen.

Helemaal onder de indruk reed ik de zes kilometer terug naar de bewoonde wereld en reed de brug over die naar het vasteland leidt om er halverwege een cache te zoeken, maar helaas. Het kleinood was verdwenen, ofwel zocht ik misschien niet heel erg grondig tussen de stapel vuile luiers die daar uitgekieperd was. Ugh.

Ik reed terug het eiland op en zocht de volgende cache langs een klein aardewegje. Man, ben ik blij dat daar een cache lag, want: zowaar een Romeins graf! Niks aangeduid, geen uitleg, maar gelukkig wel wat uitleg bij de cache-omschrijving. Heerlijk! En heel indrukwekkend om te zien.

Ik reed verder waar ik nog in Guellala even genoot van het uitzicht maar de cache niet vond, en me dan terug richting riad repte om er te eten met de kinderen. Maar na de middag wilden zij nog steeds chillen en had ik nog steeds de noord- en westkant van het eiland niet gedaan. Ik dus weer in de auto, maar naar de noordkust. Eerst pikte ik een cache op in een verlaten kleine moskee en zette ik even een hotel op stelten omdat ik dringend naar het toilet moest.

We hadden er de eerste dag een pracht van een strand gezien, maar met een cache een kilometer verderop. Ik had er toen verschillende auto’s gezien die het strand waren opgereden, en ik dacht: dat kan ik ook. Ik reed tot waar het mulle zand herbegon en ploeterde dan tot aan twee verlaten huizen die daar op het strand staan en die vooral knappe graffiti hebben.

En toen reed ik terug. Dacht ik. Want jawel, ik zat bij het draaien vast in het zand. Goed gedaan, Rombaut. Gelukkig was ik niet de enige op dat strand en sprak ik een familie aan. “Pas de problème, madame!” zei de ene, sprong in mijn auto, startte, probeerde even, en reed gewoon weg. Uh? En ik die redelijk diep zat en al plastiek zakken en al onder mijn wielen had gestoken. Volgens die man was het een kwestie van gewoonte. Euh, zal wel, zeker?

Bon, ik rij dus het hele strand af en wil terug de baan op rijden. Alleen was het me niet helemaal duidelijk waar ik dat precies moest doen, en jawel… mul zand, op twee meter van het asfalt, en opnieuw vast. Ugh. Daar was een redelijk jonge vader met zijn zoontje – knappe vent, overigens – en die sprak nog een paar man extra aan, en samen hebben ze de auto gewoon weer achteruit geduwd, vlot gekregen, en me gezegd dat ik zo’n 50 meter verderop dan de baan op moest. Oef! Lang leve de Djerbezen!

Toch wel een beetje opgelucht reed ik verder, ging nog eens zoeken bij het fort in Houmt Souk waar ik de vorige keer niks had gevonden en nu wel, reed verder langs de kust voorbij de flamingo’s, probeerde een fort te spotten dat blijkbaar eigenlijk een gewoon huis was, zocht vruchteloos naar twee caches op prachtige locaties, en vond uiteindelijk wel de laatste aan een prachtige baai terwijl het avondlicht al gouden werd.

En toen repte ik me dwars over het eiland naar huis om er met het gezin te gaan eten. Een douche later zei Bart dat hij het “beste” restaurant van het eiland had uitgekozen, blijkbaar in een groot casino. Alleen hadden we niet door dat het zo chic ging zijn, of Arwen en ik hadden beiden wel een kleedje aangetrokken.

Enfin, het was traditioneel maar lekker eten, en zowaar een heuse buikdanseres die ons vergastte op een show. Moh!

Meteen wel een mooie afsluiter van onze week.

 

Geocachen in Zingem

Sinds Véronique verhuisd is naar Ronse, zie ik haar nog amper. Heel begrijpelijk, maar wel heel erg jammer. Ik mis mijn maatje wel een beetje, ja.

Gisteren belde ik haar: dat het vandaag stralend weer ging zijn, en of ze geen zin had om te geocachen? Het antwoord liet niet lang op zich wachten, en dus spraken we af zo’n beetje in het midden, namelijk aan de Schelde in Zingem.

Het werd een prachtige wandeling met Véro, Peter, Léonore, Sophia, Merel en ik. En mooi verstopte en gemaakte caches, dat ook: 12 stuks met een bonus. En nog wat losse ertussendoor. Ik genoot intens.

We startten kwart voor twee en waren tegen half vijf terug aan de auto, waar een thermos nog redelijk warme chocomelk op ons wachtte, samen met een hoop frangipannekes. Ook Merel zei het: een pràchtige dag, in heel fijn gezelschap.

Dit is voor mij pas echt vakantie, geloof me.

Bijna vakantie. Oef.

Drukke dagen, jawel.
Het weekend bracht ik nog door op Aether.
Maandag nog de hele dag verbeterd, de laatste punten ingegeven rond elf uur ’s avonds.
Dinsdagvoormiddag naar de film met de leerlingen, dan nog snel de rapportcommentaren schrijven en ingeven. ’s Avonds met Wolf naar de orthopedist en daarna Dungeons and Dragons.
Woensdag de hele dag klassenraden, gevolgd door de maandelijkse quiz.
Donderdag de hele dag klassenraden en om zes uur al opnieuw op school zijn voor het oudercontact. Een zwaar, intens oudercontact, dat moet ik wel zeggen. Daarna te steendood zijn om nog te blijven hangen, en dan maar crashen in de zetel.
Vrijdag om kwart over acht op school om nog even te helpen met de webcam en dergelijke en dan reporter zijn voor de loopactie van onze school. De sfeer, de ambiance waren enorm. Het verslag voor school moet ik nog uitschrijven, maar het was de moeite. Daarna de examens laten inkijken door de leerlingen, dan opruimen en daarna lunch met de collega’s.

Ik was thuis tegen drieën en ben ik de zetel gekropen. Het was een beetje welletjes, vond ik, en dat vond de rug ook.

Tijd voor vakantie.

Halloween!

Nope, de rug doet het nog steeds niet. Gisterenavond ging ik normaal gezien eten met Bart, maar dat ging dus niet. Nu, vandaag begint het stilaan te beteren, gelukkig maar. Maar ik ga wel nog supervoorzichtig moeten zijn, het Halloweenfeestje bij Bart en Birgit zal dus niet voor dit jaar zijn, bummer.

Voor de kinderen is het ook niet leuk natuurlijk: al wat ik met hen gepland had, valt in het water. Maar ik probeer hen wel op andere manieren bezig te houden. Vandaag reed Kobe naar de winkel om brood, en ik heb hem gevraagd om meteen ook een pompoen mee te brengen: die konden ze dan uitsnijden. Wel, ze hebben dat samen met heel veel plezier gedaan: Merel holde uit, en Kobe sneed er het gezichtje in.

En toen was er pompoensoep en vooral ook een Halloweentocht voor Merel: ze mocht mee met Lieze en Julie en Liezes mama op tocht in de Lange Velden. Ik heb Merel gebracht en heb de drie meisjes meteen ook maar geschminkt, en dat is eigenlijk nog best gelukt, vond ik zo.

Geef toe, ’t is toch een mega schattige heks?