Eindelijk larpen!

Het was niet meteen de meest ideale timing, zo het eerste weekend van het nieuwe schooljaar.

Maar bon, ik moest enkel in de voormiddag lesgeven, we konden hier dus rond een uur of twee afspreken en dan rond een uur of drie vertrekken. Mijn wagen werd nota bene gevuld met en door jonge gasten: het jongste Vosje Jarne reed mee, en Jesse ook nog. En ik had de tank – aka. mijn Ford S-Max – ook nog ter beschikking. Maar best, want het ding zat ei- en stampvol.

Zelf voelde ik me niet bijzonder lekker, geef ik toe: doodop van de wisseling van vakantie naar lesgeven en een rug die dat niet fijn vond. Tsja.

We reden fluks naar Antwerpen om er Mireille op te vissen en reden dan door naar Nederland, naar een hele fijne locatie net over de grens. En jawel, stralend, maar echt stralend weer! Klein chanceke, precies!

Maar het was een klein beetje op, geef ik toe. Ik ben hallo gaan zeggen op ’t strand bij de tenten, aan spelkot en dergelijke, en tegen dan had Jarne onze spullen uitgeleegd. De auto werd geparkeerd, en ik ook. Als in: ik ben een uur in mijn bed gekropen vooraleer het spel in te gaan. Een paar mensen van spelleiding protesteerde daartegen, maar Lorre kent me meer dan goed genoeg: één blik op mijn gezicht was voldoende om me richting bed te sturen.

Ik heb diep geslapen, geloof ik, en daarna lukte het echt wel weer. Aankleden, schminken – vooral dat – en het spel in. En deugd dat dat deed, ge hebt er geen gedacht van!

Cantandum

Yep, we zijn er – opnieuw – aan begonnen, aan ons koor! Het deed wel raar, na al die tijd… Ha ja, in de eerste lockdown gingen we uiteraard plat, en daarna hebben we een aantal keer kunnen zingen, maar met mondmaskers en afstand en zo, de lol was er een beetje af.

En toen ging de boel, begrijpelijkerwijs, weer dicht. Ja, zo’n koor, dat is niet bepaald coronaveilig, als je eerlijk bent. Iedereen zit er vollen bak te zingen en dus aerosolen te verspreiden.

Eind juni mochten we in principe nog een paar repetities doen, maar daar was bijzonder weinig animo rond en het nut was ook zeer beperkt.

Maar vandaag, vandaag mocht het weer. We waren met niet bijzonder veel – nogal wat volk is met vakantie, zo buiten de schoolvakanties – maar het deed wel enorm deugd. En dat programma voor dat concert op 30 januari, dat komt helemaal goed.

Eerste schooldagfoto’s

Het is hier een traditie om elk jaar op 1 september de eerste-schooldagfoto’s te posten. Het is dan ook een uitgelezen moment: je vergeet het niet én je krijgt een prachtig overzicht van hoe ze gegroeid zijn.

De jongens waren wel een beetje aan het grommelen: ze moesten speciaal voor mij wat vroeger opstaan, en gingen dan maar balorig op blote voeten staan. Voor mij niet gelaten, als ik maar die foto heb. Want ik heb een vermoeden dat het wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat ik ze alle drie samen heb: volgend jaar gaat Wolf naar ’t unief…

En geef toe, het overzicht van de jaren is toch prachtig? Het is enorm hoe sterk ze veranderen, hoe volwassen Wolf er intussen uit ziet, hoe ook Merel een echte tiener aan het worden is, en hoe Kobe toch wel gegroeid is. Al is dat ook gezichtsbedrog: hij en Wolf zijn momenteel even groot, het is gewoon een kwestie van perspectief op die foto.



366-sep01





Koffiemomentje en cachemomentje

Gwen en ik hebben elkaar in deze vakantie weer bijzonder weinig gezien, helaas. We zijn begin augustus bij hen gaan barbecueën en dat was toen supergezellig. En toen werd het – enfin, bleef het – slecht weer, en begonnen onze roosters opnieuw.

Vandaag besloten we om er alsnog werk van te maken, en spraken we om vier uur af in ’t stad voor een koffietje. Bart heeft blijkbaar aandelen bij Izy, en daar was ik nog nooit geweest, dus dat was ideaal, al zeker omdat ik nog in de Curb moest zijn, de skateshop daar in de straat. Schitterend fietsweer, overigens ^^

En toen kwam er ’s avonds nog een extra cache van Stefanie uit, langs de Buntstraat, de fietsweg naar school voor mij.

Ik sprong fluks de fiets op en reed naar ginder, waar ik, tot mijn gigantische verbazing, een park ontdekte waar ik al jaren gewoon langsfietste en nooit het bestaan van had vermoed. Ja, ik had al dat stukje grasland met struiken gezien, maar aangezien er links en rechts huizen staan, dacht ik dat dit nog onbenutte bouwgrond was of zo. Niet dus: achter die huizen, langs de R4, ligt een heus park! Compleet met weggetjes, brugjes, mountainbikepad, alles erop en eraan. Ik was zeer gecharmeerd en haalde zelfs ook nog een FTF. En nam eigenlijk een hoop foto’s voor mezelf.

Een mooie afsluiter van de vakantie, zowaar.

 

Van Kouter- en Kattestraatjes

Ons pa zijn auto is kapot, en dus ging ik hem halen zodat hij hier kon komen eten. Normaal gezien proberen we dan ook elke keer een eindje te geocachen (= vermomd wandelen), en er liggen er nog behoorlijk wat in Zomergem.

We aten daarom vrij vroeg taart en reden richting Zomergem om er een paar wegels met een bezoekje te vereren. Eerst sloegen we het Kouterstraatje in en stonden we er allebei van te kijken dat er niet alleen huizen stonden langs deze wegel, maar dan nog prachtige huizen ook!

We reden verder, het Molenpark in, om het Kattestraatje met een bezoek te vereren, maar blijkbaar, zo wist een bijzonder beleefde jongen ons te zeggen, is de ingang van de wegel in de Molenstraat zelf. Bon, wij geparkeerd en de wegel in. Het was vrij guur weer voor eind augustus en ons pa had het lastig. Zijn conditie is echt wel ondermaats, maar aan de andere kant: hij is tachtig, met parkinson.

In elk geval zijn we weer twee gevonden caches rijker. De rest is voor een volgende keer.

Lectuur: “Cold Comfort Farm” van Stella Gibbons

Dit boek stond op mijn leeslijst der klassiekers en werd daarom ook toegevoegd, al had ik er nog nooit van gehoord, om eerlijk te zijn.

Achteraf gezien verwondert me dat ook niet: ik vind het niet bepaald een topper. Niet slecht, uiteraard niet, maar ook zeker niet wow. Maar voor een boek uit 1932 is het nog verrassend actueel, eigenlijk.

Flora Poste is een verwend kind van een jaar of 19 dat wees wordt, en dan niet goed weet waar of bij wie ze gaat wonen en op wiens kosten ze zal leven en haar uitgebreide sociale leven zal onderhouden. Na een aantal humoristische overwegingen trekt ze in bij een boerenfamilie die blijkbaar verwanten zijn, maar die ze voor de rest van haar noch pluimen kent.

Zodra ze de Cold Comfort Farm betreedt, maakt ze het tot haar missie om de mensen daar op te voeden en vooral een goede hygiëne aan te leren. Al bij al slaagt ze erin om tegen het einde van het boek alle personages op het juiste (of toch een beter) pad te krijgen en een beter leven te bezorgen.

Het boek is duidelijk een parodie op pakweg Far from the madding crowd van Hardy, of al die romans uit die tijd die het boerenleven schetsen en de high society van het toenmalige Engeland. De personages zijn karikaturen, de plot voorspelbaar, maar alles is gedrenkt in een fijne humor, dat wel, en dat maakt het heel leesbaar. Maar om het te bestempelen als een klassieker? Hmm…

W-Festival!

Eindelijk! Weer eens normaal doen en al!

We hadden het twee jaar geleden afgesproken, Lieven en ik, dat we weer samen naar W-Festival zouden gaan, maar uiteraard had ook hier corona een stokje voor gestoken.

In 2017 en 2018 was ik er met Bart als VIP, dit jaar ging ik met een gewone kaart en enkel naar Sinners’ Day, de uitdrukkelijk gothic/EBM dag van de vijf dagen. In tegenstelling tot de vorige keer was er nu maar één groot podium, en was het ook niet langer in Amougies maar wel in Oostende, op het Klein Strand.

Ik sprak af met Lieven en Wouter, ne maat van hem, aan de oprit in Drongen en reden samen naar Oostende. Daar wist Lieven een goedkope parking te zijn, maar wel eventjes wandelen van de locatie. Dichtere parking was er sowieso niet. Ik wist dat ik vooral ’s nachts niet de stamina zou hebben om nog een half uur te wandelen, en nam de fiets mee, zodat ik ’s nachts gewoon kon terugfietsen en de heren dan ophalen met de auto.

Aan de ingang was er eerst een strenge COVIDcontrole, en dan pas de ticketcontrole. En dan, dan was het een beetje thuiskomen: een strand vol zwartzakskes, gemiddeld boven de 40 jaar, dat wel. Maar daar pas ik natuurlijk naadloos in.

Alleen was de organisatie niet vlekkeloos te noemen: net zoals vorige jaren bleek het eten een probleem te zijn. Ze willen precies maar niet leren uit hun fouten: dit is wellicht hun drukstbezochte dag, maar de meeste eetstandjes waren gewoon niet eens open, pas vanaf morgen. Juist ja. En er was uitdrukkelijk meegedeeld dat je het terrein niet meer mocht verlaten voor COVIDredenen. Ja hoor, commerciële overwegingen, want in tegenstelling tot Amougies heb je in Oostende wél stapels alternatieven. Soit, toen we vaststelden dat de wachtrij aan het enige frietkot meer dan twee uur bleek te zijn, verlieten we toch het terrein en gingen in een pitazaak wat verderop iets eten. Een goeie move, zo bleek, en we konden probleemloos het terrein weer op, want ik vermoed dat de organisatie toch groen licht had gegeven.

En de muziek? Tsja, die was zoals verwacht. The Obscure, een steengoeie Cure-tributegroep hadden we gemist, maar dat vond ik niet zo erg aangezien ik the real thing al ettelijke keren heb gezien. Ramkot was bezig toen we het strand betraden, maar kon me maar matig bekoren, om eerlijk te zijn.

Suicide Commando, een bende geschifte idioten uit Leopoldsburg behoort tot mijn favorieten en die wilde ik niet missen. Ik heb dan ook staan dansen en springen, ik geef het toe, al hebben ze mijn favoriete nummer niet eens gespeeld. Maar de sfeer zat er wel in, ja.

Daarna waren het Whispering Sons, die ik een beetje vond tegenvallen – we zijn ook niet echt gericht gaan kijken – en Young Gods, die ik zelfs niet kende. We zijn intussen maar gaan eten, zodat we scherp stonden voor het vervolg: VNV Nation, een van mijn absolute favorieten. Ik heb hen al verschillende keren live gezien, onder andere hier in Gent in de Arena Van Vletingen. Ik blijf fan, ook al vind ik zanger Ronan Harris niet zo enigmatisch op een podium.

Wouter kende ze niet en was behoorlijk onder de indruk.

En toen was er Front 242, de groep voor wie beide heren sowieso waren gekomen en waar ik ook echt wel fan van ben.

Aansluitend was er nog de langverwachte eenmalige reünie van The Neon Judgement, waar heel veel mensen naar uit keken. Alleen… de magie was er niet. Het was niet de eerste keer dat ik hen zag, maar wel zowat de… saaiste keer. Tsja… Ze worden er ook niet jonger op, natuurlijk.

En toen was ik blij dat ik de fiets had genomen, want het tempo waarin vooral Lieven ging: amai!

Enfin, tegen twee uur was ik thuis, moe, zere rug, maar zeer voldaan. En vooral: een gevoel van normaliteit. Oef.

Battle Karting en geocaching

Net zoals vorig jaar plant Bart dit jaar een reeks van activiteiten, en hij wilde graag nog eens gaan karten. Dat werd op zeer instemmend geknik bij de jongens onthaald – juichen is niet meer van deze tijd, toch?

Toen Bart opperde om te gaan Battle karten, werd het zelfs nog iets enthousiaster. Battle Kart is met digitale projecties en sensoren, alsof je in een computerspel zit. De karts reageren op bepaalde dingen, alsof je in Mario Kart met bananenschillen gooit of in een olievlek rijdt. Dubbel zo amusant, natuurlijk. We moesten er alleen voor naar Moeskroen rijden, maar ach, dat is nu ook weer geen ramp.

Zelf zag ik het, na die doodmisselijke keer in 2018, totaal niet meer zitten om mee te rijden. Ugh! Maar het landschap is hier prachtig en er lagen wel wat geocaches, of wat had u gedacht?

Een dik uur later stond ik terug op de karting, waar ze net klaar waren. Merel had met verve de eerste ‘heat’ (zo heet een beurt) meegereden, maar was toen in een halve paniek geslagen en had de tweede beurt dan maar overgeslagen. In de plaats daarvan heeft ze filmpjes genomen ^^