Lectuur: “Queens’ Play” (The Lymond Chronicles #2) van Dorothy Dunnet

Schreef ik over boek 1 van de Lymond Chronicles nog dat ik moeite had om erin te geraken, dan was dit aansluitende boek helemaal geen probleem.

Let op: spoiler voor boek 1!

We zitten ietsje verder en Lymond is helemaal gerehabiliteerd, zij het nog niet helemaal genezen. Mary de Guise, the Queen Dowager vraagt hem om haar dochter in Frankrijk te beschermen: Mary Queen of Scots is zeven jaar oud en verloofd met de Franse Dauphin. Om die reden verblijft ze aan het Franse hof. Maar er zijn heel veel partijen die er baat zouden bij hebben om haar uit de weg te ruimen: jaloerse troonpretendenten, Ierse verzetsstrijders die de oorlog tussen Engeland en Frankrijk opnieuw willen zien oplaaien, Engelsen die haar liever willen zien trouwen met de Engelse kroonprins en, als dat niet kan, haar nog liever dood willen…

Francis stemt toe, maar dan wel in een vermomming, wat ronduit hilarische slapstick oplevert. Aan de andere kant zit er ook iets diep tragisch in zijn dekmantel: wie is de echte Lymond? De edelman die in alles zijn rigide zelfbeheersing behoudt, gewapend met scherpe tong, of de ollave Thady Boy die alle remmingen loslaat en het hele Franse hof op stelten zet?

Tegelijk blijft er de onderstroom van intrige: wie is degene die de aanslagen op de kleine Mary pleegt? En kan Lymond haar wel beschermen?

Meer ga ik hier niet zeggen zonder de plot weg te geven, maar waar Lymond in het eerste boek bijzonder koud, hard en bij momenten onsympathiek overkomt, laat de auteur hem hier al vaker zijn menselijke kantjes blootgeven. Pas op, hij blijft mensen gebruiken zoals het hem uitkomt, ruïneert levens, springt achteloos om met gevoelens, maar deze keer weet je als lezer dat hij zich daar maar al te goed van bewust is, maar oordeelt dat zijn principes en doelen belangrijker zijn dan emoties.

Je krijgt dan ook vaak intense discussies tussen Lymond en zijn vrienden, waarin zij hem uiteindelijk ook bevestigen: “You did the right thing”. Al is ‘vrienden’ misschien wel een groot woord: Lymond laat zich vooral bewonderen, laat mensen verliefd worden op hem, laat hen zich opofferen voor hem, maar houdt zelf altijd afstand en geeft zich emotioneel niet bloot. Hij is en blijft alleen, een welbewuste zij het eenzame keuze.

Dunnet heeft het aantal citaten gevoelig teruggeschroefd, al blijft het leuk om dingen te herkennen. Zo vraagt iemand spottend over Lymond of hij, stomdronken, eigenlijk nog wel leeft, waarop de ander antwoordt: “Vivit et est vitae nescius ipse suae”, een citaatje uit Ovidius Tristia I 3, iets wat ik met mijn leerlingen lees.
Deze keer komt er ook een vleug Gaelic bij, maar het meeste kan je echt wel uit de context afleiden.

Een boek, niet voor de snelle, oppervlakkige lezers, maar voor wie wel graag eens een kluifje heeft. Schitterend qua intrige, ingebed in historische realiteit, met ongelofelijk veel spanning – ik heb vannacht doorgelezen tot half drie – en een stevige portie psychologie. En, jawel, de nodige slapstick bij momenten.

Valt het op dat ik dit boek graag gelezen heb?

Bos ’t Ename

Vakantie en dus tijd voor geocaching. Véronique is gelukkig dezelfde mening toegedaan, afspreken was dus vrij makkelijk. Het weer is ander paar mouwen deze ‘kerstvakantie’, maar voor vandaag zag het er redelijk uit, en dus trokken we erop uit.

Ik had een fijn rondje gevonden in Ename, een kwartiertje van Ronse, in een bos, natuurgebied, Scheldevallei en uiteindelijk ook de abdij van Ename. Tegen twee uur bevonden we ons op een redelijk onverwachte parking middenin een woonwijk en, jawel, in de zon.

We kletsten, zochten geocaches, kletsten nog meer, aten een koekje op een zalig bankje, tetterden nog wat, namen foto’s, en vonden uiteindelijk ook de bonus.

En toen vonden we dat we eigenlijk ook nog wel even naar de abdij konden gaan kijken: een aparte losse cache én een labcaches van vijf stadia en een bonus. De parking daarvan is totaal niet aangeduid, maar bon, met wat moeite bevonden we ons toch aan de grondvesten van de abdij en het Provinciaal Archeologisch Museum.

Véro had een thermosfles hete kersenthee mee en cakejes, en daar op een bankje, in de zon, met een snelle mokke, beaamden we beiden dat het leven bij momenten nog zo slecht niet is.

Enfin, zeer, zeer aangename middag gehad. Voor herhaling vatbaar, dus.

Scrapbooking

Merel was al een tijdje aan het knutselen geslagen met kaartjes en zo, en ze kwam me een pagina tonen die ze gemaakt had als vakantie-agenda, zo heel netjes overzichtelijk met kleuren en vakjes.

Meteen introduceerde ik haar in het concept scrapbooking en kreeg ze mijn bullet journal, iets wat ik een aantal jaren geleden gekregen had van Bart in de hoop mijn chaotische geest een beetje meer onder controle te krijgen, maar wat aan geen kanten werkt voor mij, integendeel, ik word er zenuwachtig van.

Er staan allerlei voorbeelden in van leuke kadertjes, titels, grafiekjes, en de blaadjes zelf hebben heel lichte puntjes zodat je perfect rechte lijnen kan trekken en dergelijke. Merel was meteen door het dolle heen: ze zag het helemaal zitten!

Ze ging meteen aan de slag en maakte al een paar pagina’s met het materiaal dat ze had. Woensdag reden we dan ook even tot aan de Action om er extra materiaal te halen, zoals stickertjes en vooral heel veel soorten washi tape.

Helaas doen we nu echt vrijwel niks, zodat er ook niks te scrapbooken valt, zoals bv de impressie en het toegangsticketje van een museum of zo. Ze maakt dan maar moodboards, zoals je hierboven kan zien. Eentje voor pasen, eentje in grijstinten, eentje voor een zeemeermin en een zomerimpressie.

En toen zat ze zonder inspiratie en deed ik haar een kort nonsensgedichtje aan de hand, en ging ze nog voor de herfst en de liefde ook.

Intussen is er weer papier voor zo’n heel klein fotoprintertje dat je rechtstreeks op je telefoon aansluit en kan ze ook daarmee aan de slag.

Ik heb echt wel het gevoel dat ons dochter een nieuwe hobby heeft ^^

 

Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

De Relieken part 3

Eergisteren was ik al een eind rond Deinze gaan fietsen voor de geocachingreeks De Relieken, vandaag breide ik daar nog een vervolg aan. Dat prachtige weer kan je nu eenmaal niet verloren laten gaan, toch?

Intussen had ik de raadsels die ik nog miste, kunnen oplossen dankzij medecacher Bergloper, en parkeerde ik opnieuw aan de kerk van Poesele. Vol goeie moed – het was alweer na drieën – stapte ik de fiets op, en meteen ook weer af: de ketting lag eraf! Op zich totaal geen probleem – ik kan een ketting met behulp van twee stylo’s of stokjes weer opleggen zonder mijn handen vuil te maken – ware het niet dat mijn ketting volledig in een plastieken omhulsel zit. En dat die kettingbeschermer stevig vastgevezen zat met inbusvijzen. Grr.

Ik keek rond en spotte wat verderop een camionette van een schilder/behanger. Ik daarnaar toe, want de garage stond open en de man in kwestie was effectief aan het behangen. De dame des huizes vertrok net richting kine en kon me niet helpen, maar hij had wel een alaambak bij. Helpen kon hij niet, want al behangend kon hij zich echt niet permitteren zijn handen vuil te maken. Begrijpelijk. Maar ik mocht dus wel het juiste sleuteltje uit zijn werkbak vissen, en ik toog aan het werk. Gene zever: het heeft zeker tien minuten geduurd voor ik die rotbeschermer los kreeg. De ketting zelf lag er op twee seconden weer op, dat wel. Maar die beschermbak terug op zijn plaats krijgen duurde nog eens tien minuten en mijn handen waren pottezwart. Ugh. Gelukkig kon de behanger me wel een vod geven, waarmee ik het ergste van mijn handen kon krijgen. Me binnenlaten kon hij uiteraard niet, zeker zonder de aanwezigheid van de eigenaars. Maar bon, iets over half vier kon ik alsnog op de fiets stappen, iets minder fluitgeneigd dan daarvoor.

Ik fietste doorheen de velden, stapte elke 200 meter af om een cache te zoeken en gelukkig ook te vinden, fietste verder, genoot van het mooie weer, fietste vooral ook langs de vaart, merkte dat die wind toch wel stevig was en dat het uiteindelijk toch wel meer dan frisjes begon te worden, en was blij dat ik tegen zessen terug aan de auto was. Opnieuw heerlijk uitgewaaid, heerlijk ontspannen, en blij dat ik van dat laatste goede weer had genoten.

Van fietsen en andere rommel

Merel is nooit een held geweest in fietsen. Correctie, ze kàn fietsen, maar ze durft gewoon niet. Allez ja, toch tot voor kort. Want ze is veel veranderd de laatste tijd – ik knik richting psycholoog – en heeft veel meer zelfvertrouwen gekregen.

De voorbije dagen heeft ze doorgebracht in het stralende weer bij haar vriendinnetjes in de Lange Velden, met de fiets. Ik ben maandag nog met haar meegereden, heen en terug, net zoals vorige woensdag, en zag dat ze dat prima deed. Op het enige plekje waar ze zich niet zeker voelt, heb ik haar geleerd dat ze beter gewoon afstapt, te voet oversteekt, en dan verder fietst.

Gisteren is ze alleen gegaan, met een heel bang hartje, maar ze heeft dat fantastisch gedaan.

Vandaag wilde ik met haar eerst tot aan de bibliotheek fietsen en daarna helemaal tot in Mariakerke, naar de Action. Ze heeft namelijk een nieuwe hobby, scrapbooken – later daarover meer- en kon dus wat extra knutselspullen gebruiken.

Alles ging prima tot we ongeveer ter hoogte van de Delhaize waren, op een ambetant, druk stuk zonder fietspaden, en toen sloeg ze plots in paniek. Ik was een tiental meter achter haar – vergeet eens uw elektrische fiets aan te zetten, dan geraakt ge geen meter vooruit – en ze was me kwijt. Enfin, een beetje verder gereden, zij al huilend, en dan had ze kramp in haar rechtervoet toen we iets of wat voorbij de Groenestaakstraat waren. Ik probeerde haar te troosten en vroeg haar om nog een klein beetje verder te rijden, zodat we op een bankje konden zitten aan het dienstencentrum. Koppig als haar moeder ging ze dan maar meteen ook de brug over en hadden we een kwartiertje – ook de Action is op afspraak – op een bankje aan ’t veld. En toen kwam het er plots allemaal uit: dat ze zelf naar Lieze was gefietst, maar dat er in het klein straatje een eikel haar omver had getoeterd en had geroepen naar haar, en dat ze helemaal haar kluts was kwijt geweest. Yup. Omdat een klootzak in een ministraatje geen tien seconden langer kan wachten – het straatje is misschien vijftig meter lang – en een meisje van tien op een kleurige fiets per se moet voorbijsteken. Ik wens hem veel jeuk en korte armpjes.

Bon, toen kalmeerde ze helemaal, gingen we vrolijk een ganse bak knutseldinges kopen en fietste ze vrolijk – jawel! – met mij terug via de Lange Velden, langs autoluwe en autovrije straten.

Ze was moe van die tien kilometer, haar poep deed pijn van het zadel, maar eigenlijk heeft ze dat fantastisch gedaan, die dochter van mij. En ja, ik weet dat veel kinderen op hun tiende veel verder fietsen, maar dan hebben ze niet die ongelofelijke onzekerheid van de mijne, en fietsen de ouders wellicht ook zelf meer.

En morgen? Morgen gaat ze wellicht weer op haar eentje naar Lieze of Julie. En steekt ze een denkbeeldige middelvinger op naar idioten in kleine straatjes.

De Relieken part 2

In februari had ik al eens de auto en daarna de fiets genomen om een eerste stuk van een reeks van 101 geocaches te gaan loggen: De Relieken, raadsels rond Harry Potter die je dus eerst thuis moest oplossen.

Ik had toen intens genoten van de mooie route, de ongelofelijk rustieke streek en de weidse velden, en aangezien het vandaag stralend, maar echt stralend lenteweer was, trok ik andermaal naar Groot Deinze. Eerst pikte ik met de auto nog de bonussen op die ik de vorige keer niet had opgelost en de ene cache die ik toen nog niet had opgelost en ook niet ter plekke had kunnen vinden, en begon toen aan nr. 31. Ik zette mijn auto aan de kant van een boerenbaantje – en zag toen pas dat er daar blijkbaar af en toe een tractor met “aalkerdeel” moest passeren, maar bon, dat lukte hem toch.

Het was 24°, ik fietste rond in een licht topje en genoot. Intens.

Rond cache nr. 50 begon ik moe te worden, en toen ik er daarna twee niet vond, hield ik het bij 54 voor bekeken. De rest is voor een volgende keer, maar ik moet nog een deel van de raadsels oplossen.

Ik pikte nog wat losse caches op in het passeren en was eigenlijk helemaal ontspannen, uitgewaaid en goed gezind.

En die fiets in en uit de auto krijgen, daar ben ik intussen redelijk handig in geworden.

Tarot

Jaren, maar echt jàren geleden heb ik me een set tarotkaarten aangeschaft. Ik heb er lang naar gezocht, maar zo’n set moet je passen. Moet je aanspreken. Moet, tsja, van jou zijn, heel typisch.

Mijn set is de Fantastical Tarot geworden, blijkbaar tegenwoordig gewoon te koop op bol, maar destijds niet zo makkelijk te vinden.

Ik heb hem destijds gebruikt om heks te spelen op de Hippe Heksen-kampen van Ideekids, en de meisjes keken er altijd met grote ogen naar.

Deze week heb ik hem, geen idee waarom, nog eens boven gehaald. Nee, ik geloof er niet in, maar ik vind het wel leuk om te doen, de kaarten leggen. Ik hoef er ook zelf niet in te geloven, dat ligt bij de raadpleger, toch?

Enfin, ik heb ze eens gelegd voor Merel, maar een klein beetje vals gespeeld want ze zaten gewoon rechtop geschud en konden dus niet omgekeerd – lees: negatief – liggen. Merels reactie was zalig: “Mama, je zou me er nog bijna in doen geloven!”

Misschien is dit nog wel eens een ideetje om te doen op een van de fun projectjes van school, compleet met zigeuneroutfit en kaarsen en alles. Of voor een larp. Maar dan ga ik toch eerst eens mijn kaarten grondig moeten bestuderen en van buiten leren, want met zo’n boekje is dat vrij idioot.