Lectuur: “The Story of a New Name (Neapolitan Novels #2) (L’amica geniale #2)” van Elena Ferrante

Ik wist niet goed wat ik moest denken van deel één en las dus meteen ook maar deel twee, al was het maar omdat het verhaal echt wel in mijn hoofd bleef spoken, en dat zegt wel wat.

Het verhaal loopt gewoon verder: het is nog steeds het hoofdpersonage Elena (Lenú) dat aan het woord blijft en vooral focust op haar knipperlichtvriendschap met Lila, maar ook alle verhoudingen binnen haar leefwereld schetst. Lila is inmiddels getrouwd, amper 16, en terwijl ze op die manier van grote armoede in toch wel meer dan behoorlijke rijkdom is verzeild, zit ze ook gevangen binnen datzelfde huwelijk. Diezelfde benauwenis voelt Elena dan weer in haar studies, waar ze niet anders kan dan zichzelf keer op keer bewijzen.

Ferrante schetst opnieuw een ontluisterend, grauw Napels in een klassensysteem waar nauwelijks aan te ontsnappen valt. De veelbelovende Lila lijkt dat wel te doen, maar zal dat lukken? En Elena kan verder studeren, maar blijft ook zij niet hangen in diezelfde Napolitaanse klei? De jaren 60 in Italië kunnen geen pretje geweest zijn, en Ferrante neemt dan ook geen blad voor de mond: de armoede, het harde bestaan, het geweld, ze beschrijft het allemaal.

Maar opnieuw: heb ik het graag gelezen? Ik ben er na boek twee ook nog steeds niet uit, maar ik ga wel boek drie lezen want ik wil weten hoe het verder gaat met de verschillende personages. Op zich zegt dat ook al iets, natuurlijk.

81

Jawel, ons pa is gewoon 81 geworden vandaag! Een beetje trager, een beetje lastiger dan vorig jaar, maar eigenlijk best nog wel gezond.

Ja, hij woont nog steeds thuis, maar dat is volledig te danken aan de onvolprezen Martine die alles, maar dan ook alles voor hem doet: kuisen, wassen, boodschappen doen, hem onder zijn voeten geven als er iets niet in orde is…

Sommige dingen doet hij wel degelijk zelf: na héél veel zagen is hij eindelijk naar de kinesist beginnen gaan – iets waar de neuroloog al jaren op aandringt – en hij is ook aan het kijken voor nieuwe hoorapparaten, want de vorige zijn stilaan 10 jaar oud en zo’n klein beetje verouderd.

Maar verder krijgt hij elke zondag eten mee van ons, ook regelmatig op zaterdag van Roeland, eet hij voor de rest dagschotels die Martine voor hem meebrengt, wordt hij twee keer per week gewassen door thuisverpleging, en valt het precies nog redelijk mee. Zolang hij zijn medicatie stipt blijft nemen en in beweging blijft zodat hij niet begint te vallen, lukt het nog wel.

Vandaag ging ik hem, zoals zo goed als elke zondag, oppikken tegen half twaalf. Bart en ik hadden mossels voorzien voor zijn verjaardag, en hij is er bijna bijgekropen. Het ‘recept’ is poepsimpel maar super lekker: uw mossels gewoon klaarmaken met mosselgroenten zoals altijd, maar op het einde er behoorlijk wat room en dille aan toevoegen. Echt serieus, mega lekker!

Er waren frietjes bij, en ons pa heeft voorzekers een uur aan tafel gezeten met een grote glimlach om zijn mond. Dik in orde!

En uiteraard was er ook taart en hebben we gezongen voor hem. Want 81, dat word je niet meteen elke dag.

Nog vele mooie jaren, pa!

Lectuur: “De geniale vriendin” van Elena Ferrante

Ik loop precies een beetje achter met mijn boekbesprekingen, en dan heb ik de vorige negen nog in één keer besproken. Maar voor mij is het pas echt vakantie als ik het mezelf ook kan toestaan overdag te lezen.

Omdat we in de buurt van Napels op vakantie waren, was me de reeks van Elena Ferrante aangeraden, L’amica geniale. Maar Italiaans is me echt een brug te ver, ik moest dat misschien wel kunnen aan ’t unief, maar nee, bedankt.

Ik dacht: ik ga eens voor een Nederlandse vertaling gaan. Maar ugh… De vertaalster was duidelijk een Nederlandse en dat merk je. En ook de zinnen vond ik stroef, om eerlijk te zijn. Maar bon, ik was in het Nederlands begonnen, ik heb het dan ook uitgelezen in het Nederlands.

Het is een meeslepend maar tegelijk ook verbijsterend boek. Het verhaal speelt zich af in een bijzonder grauwe, arme wijk van Napels zoals we zelf ook al hadden gezien en waarvan we behoorlijk hadden staan kijken.
Het is ergens de jaren vijftig, relatief kort na de oorlog, de armoede is groot, het geweld regeert nog steeds. Vrouwen horen aan de haard, zorgen voor de kinderen, worden regelmatig afgetuigd door hun echtgenoten, en dat patroon herhaalt zich bij de kinderen. Al van in het begin gaat Ferrante het geweld tussen de kinderen onderling niet uit de weg. Het hoofdpersonage, Lenú, raakt als jong meisje bevriend met de enigmatische Lila. Hun vriendschap is van de wisselende maar zeer intense soort: ze zitten samen op school, spelen samen, maar Lila is… vreemd, en bijzonder intelligent. Alleen mag ze niet verder studeren, terwijl Lenú door haar keiharde werk en behoorlijk wat gelobby van haar leerkracht wel de kans krijgt.

Het is een… bevreemdend boek. Aan de ene kant heb ik het niet bijzonder graag gelezen, aan de andere kant kon ik het ook niet wegleggen en bleven de personages in mijn hoofd spoken: ik wilde weten wat er met hen ging gebeuren, en met de rest van de buurt, want ook al is het boek geschreven vanuit het standpunt van de intussen oudere Lenú, je leeft mee met het wel en wee van de hele buurt, de opkomst van de kruidenier, de mafia-invloeden, dat soort dingen.

Aanrader? Goh… ik weet het niet. Eigenlijk wel. Ik heb in elk geval ook de volgende boeken gelezen.

Dit was de vakantie van 2022

Vaak heb ik op het einde van de grote vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb en dat die vakantie voorbij is gevlogen. Nu, dat vliegen, ja, dat was ook deze keer het geval, en dat gevoel dat ik niks zinnigs gedaan heb, eigenlijk ook. Ik heb heel weinig mensen gezien, ik ben zelfs geen enkele keer gaan geocachen met vrienden… Geen idee hoe dat komt, gewoon, tsja… Maar als ik even oplijst wat ik zoal gedaan heb, blijkt dat toch nog een en ander te zijn.

* er was een heerlijke Aetheravond met een prachtig huwelijk
* een zeer fijn communiefeest van Marie-Julie
* Ik liep met Merel in ’t stad
* en met Jesse in zijn Melle.
* Bart en ik gingen nog eens eten in Commotie
* en ik maakte confituur en ging cachen met ons pa.
* Ik schilderde een hemd voor Kobe
* Ik ging met mijn lief een weekend naar Poperinge en Watou
* Ik ging naar een begrafenis en dan een dagje cachen in Lier
* en één dagje Gentse Feesten was voldoende voor Merel en mij.
* Kobe werd vijftien.
* Ik ging eten met Gwen
* en met Wolf en Arwen cachen in Vinderhoute
* en op mijn eentje in Gavere.
* Ik werd van binnen doorgelicht
* en ik ging met Merel en nog 34 anderen picknicken.
* We namen afscheid van Chantal
* en ik ging uit de bol bij Rammstein.
* We zaten tien heerlijke dagen in en rond Sorrento.
* Ons pa nodigde ons uit om te gaan eten
* en ik ging zelf nog eens eten met Gwen.
* Merel ging naar de dermatoloog
* en we gingen met ons twee naar een cachebijeenskomst om half zeven ’s morgens. Echt.
* Bart en ik gingen eten bij Sepp en Sofie
* en toen zaten Merel en ik voor vier dagen in Parijs.
* Ik ging nog heel even cachen met ons pa
* en toen, toen zaten we alweer op school.

Maar dus nee, niet veel volk gezien, naar niet veel dingen geweest. Wel drie keer deftig uit mijn kot: een weekendje Watou, een heerlijke vakantie in Italië en vier dagen Parijs.

Heb ik opnieuw energie om te beginnen aan dat schooljaar? Goh, had je me dat vorige week nog gevraagd, ik had nee geschud. Maar nu ben ik er wel klaar voor, ik heb er zin in, ik kijk ernaar uit om de leerlingen terug te zien en ze wakker te porren. Maar, om eerlijk te zijn, ik kijk niet uit naar het gezaag van collega’s over alles wat er fout loopt, naar de constante stroom van negativiteit. Kunnen er dingen beter? Uiteraard, stapels en tonnen. Maar het gaat niet beteren door alleen maar erover te zagen, en dat blijken nog steeds massa’s mensen niet door te hebben.

Tsja…

Nog snel een paar zondagse caches

Uitgebreid geocachen, daar had ik vandaag geen zin in. Er waren nog stapels was weg te werken en na al dat rondgeloop in Parijs vond mijn voet het ook wel even welletjes.

Maar een zondag helemaal zonder cachen? Goh, toch niet als het stralend weer is, toch? Ons pa en ik reden rond half zes nog tot in Landegem: daar liggen nog een aantal caches die we nog moeten zoeken. En ja, hij gaat intussen één keer per week naar de kinesist, maar dat is nog steeds veel te weinig beweging. Enfin, hij heeft samen met mij toch een kilometer gewandeld en was aan het zuchten als een oud paard…

Maar het was er wel mooi, daar in Landegem langs de vaart, en ik heb ervan genoten, zere voet of niet.

Parijs, dag vier

Virginie, de verhuurder van onze AirBNB, was zo lief geweest om ons dit dagje ook nog te gunnen. Normaal gezien was het de bedoeling dat we tegen elf uur de deur achter ons dicht trokken, maar we hadden gevraagd of we enkel onze koffers mochten laten staan. Dat kon, zei ze, die gingen niet in de weg staan. Maar deze morgen kreeg ik een berichtje: dat de volgende huurders pas op zaterdagmorgen aankwamen en dat ze zelf maar ging komen kuisen in de avond, zodat we gerust nog tot een uur of zeven in de kamer mochten.

Nu, we hadden alles al ingepakt, de koffers stonden gewoon opzij, de kamer was leeg, maar we hoefden tenminste niet de hele dag te zeulen.

Tegen een uur of negen liepen Merel en ik richting Sacré Coeur, want de eerste dag hadden we daar in de buurt echt wel een fijne bakkerij gezien, en Merel wou daar echt naar toe. Groot gelijk, het ontbijtje was voortreffelijk en niet duur. Daarna gingen we even naar de Wall of Love, een muur waar in meer dan honderd talen I love you op staat, ook in reeds uitgestorven talen zoals het Navajo of, jawel, het Latijn en het Oud-Grieks.

We namen andermaal de metro, zodat we ook voor de laatste keer de Batobus konden nemen: de tickets waren geldig tot half twaalf en die boot blijft zalig.

Afstappen deden we voor de laatste keer aan Hôtel de Ville, om richting Les Halles te slenteren. Was me dat een teleurstelling zeg! Die zijn volledig gerenoveerd, zodat het oude beeld van de watervallen weg is en er nu gewoon een groot afdak is. Afknapper dus.

Maar door de naam Eglise Saint-Eustache te zien staan, viel mijn euro dat ik daar normaal gezien altijd een foto neem met dat hoofd dat daar ligt. Compleet vergeten! Wij dus naar het hoofd…

In een van de toeristische straatjes daar aten we een kippenbout met frietjes, maar man, vettig! Wel lekker, daar niet van…

En toen kwamen we aan het Musée des Illusions, het enige museum dat Merel echt graag wilde doen. We konden onmiddellijk binnen, maar toen we terug buiten kwamen, stond er een serieuze wachtrij.

Maar toen hadden we er allebei genoeg van: moe, heet, zere voeten… En aangezien we ons kamer toch nog hadden, namen we de metro naar huis, waar we tegen een uur of vier waren. We moesten pas om half zes weg, tijd genoeg dus om eventjes languit te liggen, te rusten, te lezen.

Dik kwart na vijf namen we afscheid, sleepte Merel de koffers van de gammele trap en rolden we richting station. Om daar vast te stellen dat het er pokkedruk was omdat zowat alle internationale lijnen – het gros van de treinen die daar toekomt en vertrekt – een stevige vertraging hadden. Blijkbaar waren er spoorlopers…

Gelukkig hadden ze er een Starbucks en konden we daar een zitplaatsje bemachtigen, want overal in het station, tegen elk muurtje en op elk hoekje zaten reiziger. Merel maakte kennis met de frappucino en met het fenomeen vertraging: het werd een dik half uur.

Nog een chance: in Brussel-Zuid bleken we drie minuten te hebben om de eerstvolgende trein naar Gent te halen, en dat haalden we gewoonweg! Netjes!

Een fijne babbel met een Brusselse jongeman en een taxirit later stonden we thuis. Rond een uur of negen dus: net genoeg tijd om Wolf een knuffel te geven en hem te zien vertrekken met zijn maten naar Parkkaffee.

Een vermoeiende citytrip, kilometers afgelegd, liters water gedronken, maar ook fantastische herinneringen gemaakt. Merel vond het alvast super, en daar gaat het toch om.

Parijs, dag drie

Dat een nachtje goed slapen toch een wereld van verschil kan maken!

Ik had mijn neusspuiter gebruikt zodat ik niet lag te snuiven, ik sliep onder een laken en Merel onder het donsdeken en blijkbaar was dat voldoende voor een deftige nachtrust. Oef!

We gingen ontbijten op de Place Choron – beetje veel verkeer, maar bon – en liepen te voet richting Opéra, want dat gebouw wilden we wel even zien, én daar zijn ook de fameuze, of misschien zelfs eerder beruchte Galleries Lafayette met dat schitterende dakterras.

Man, we keken onze ogen uit. Ik herinnerde me inderdaad dat daar alle chique merken zaten, maar wist niet meer dat die koepel er was, en dat de prijzen er voor sommige merken zó exuberant waren! Geef toe, 880 euro voor een vestje voor een vierjarige, Dior of niet… We liepen rond, voelden ons verschrikkelijk underdressed en toeristisch maar genoten van het gebouw.

En toen was er natuurlijk ook het dakterras met het fantastische uitzicht…

En verder ging de tocht: de Opéra werd eens grondig bekeken aan de buitenkant – de binnenkant hoefde echt niet voor Merel – en we namen de metro waar het vol stond met van die kleine geschilderde figuurtjes.

En toen, toen kwamen we bij de Tour Montparnasse, een veiligheidscontrole, een bagagescan en een uitzicht om u tegen te zeggen. En heet, heet!

Omdat het etenstijd was, mijn jongedame echt hangry kan zijn en de broodjes in de toren zelf er best wel lekker uitzagen en schappelijk geprijsd waren, bleven we daar dan ook maar iets eten. Alleen hun idee van ‘bière gourmand’ is ietwat vreemd, toch?

We namen de metro terug naar de Jardin des Plantes, de laatste halte van de Batobus, gewoon omdat we het zo leuk vinden om op die boot te zitten. We hadden evengoed rechtstreeks de metro kunnen nemen naar ons doel, maar da’s maar de helft van de lol, toch?

Tijd voor het grote werk: we stapten uit ter hoogte  van Le Petit Palais, wandelden via de afgrijselijke tulpen van Koontz naar de Champs Elysées, en merkten dat het verschrikkelijk heet was. We gingen voor een ijsje – toevallig bij blijkbaar het beste ijs van Frankrijk, en die mens heeft eigenlijk niet overdreven, het was echt ongeveer het beste dat we ooit gegeten hadden – en probeerden waterfonteintjes op te sporen, maar er waren er een aantal buiten gebruik. Meh.

Enfin, we zagen de Arc de Triomphe en het drukke verkeer errond, maar geen zebrapad. Allez! We hebben ons dan toch maar tussen het verkeer door geschoten, om pas achteraf te merken dat er gewoon een voetgangerstunnel was. Kiekens dat we zijn!

Het plan was om dan te voet tot aan de Seine terug te wandelen en intussen onze waterflessen op te vullen, maar dat liep niet zo vlotjes. Merel werd moe, we hadden allebei dorst, onze voeten deden zeer… We liepen langs bijzonder chique hotels met nog chiquere auto’s, en aan de Seine moesten we nog tot aan de Eiffeltoren voor een boothalte. En ja, op mijn open data kaart van drinkfonteintjes vond ik er eentje, een kleintje, niet ver van de Eiffeltoren. Het plan was om onze flessen te vullen, leeg te drinken en opnieuw te vullen, en er stond ook niemand. Maar tegen dat we gedronken hadden, stond er dertig man, I kid you not!

Het drinken hielp wel wat, ja. We namen de boot, stapten af aan Gare d’Orsay en namen daar dan de metro in één rechte lijn naar Saint-Georges, onze halte. En thuis, daar was er water ad libitum en blijkbaar ook een brie die je gewoon als koekje kan opeten. Moet kunnen, toch?

Voor onze laatste avond gingen we niet ver, in de Rue des Martyrs, voor een pokébowl. Merel kende het niet maar is wel fan, ja.

Tegen negen uur waren we terug en we sliepen allebei bijna onmiddellijk. Parijs, da’s vermoeiend, jong!

Parijs, dag twee

Man, maar hebben wij allebei slecht geslapen zeg!

Het lag niet aan de kamer, het lag niet aan het bed, maar wel degelijk aan ons. Tsja. Merel is absoluut niet gewoon om met twee in een bed te slapen en had het lastig met mijn zware ademhaling en af en toe blijkbaar licht gesnurk. Zij lag dan weer te smekken, te babbelen en zat op een bepaald moment zelfs recht. Maar vooral het ene deken voor ons beiden was niet praktisch.

Rond een uur of drie hebben we dan voor haar een nestje gemaakt aan de andere kant van de kamer: twee dekens en een donsdeken op elkaar gestapeld met daarover een laken waar ze zowel op als onder kon liggen. Dat scheelde een pak voor ons beiden, maar we waren eigenlijk nog moe toen we opstonden.

Tegen negen uur zaten we een paar straten verder op het voetpad aan zo’n piepklein bistrotafeltje met elk een croissant, ik met een stevige koffie en zij met een glas koude melk. Echt, gewoon eten in dat kind stoppen, dat scheelt al een pak!

We wandelden naar het dichtstbijzijnde metrostation en trokken naar Trocadero. Ah ja, want als je het mooiste – en bekendste – uitzicht wil op de Eiffeltoren, moet je daar zijn natuurlijk. Merel vond het héérlijk!

We liepen de trappen af, keken even rond in het park rond de Eiffeltoren, zagen dat dat al meteen betalend was, maar aangezien Merel geen zin had om de toren zelf te beklimmen, wandelden we terug naar de Seine.

Daar namen we een abonnement voor twee dagen voor de Batobus: de lijndienst op de Seine waarbij je 10 haltes hebt – vijf aan elke kant, de belangrijkste bezienswaardigheden – met een boot om de twintig minuten. 24 uur was 19 euro voor mij (11 voor Merel), 48 uur maar 21 (en 13 voor Merel). Ge ziet van hier dat we dat meteen 48 uur hebben gepakt!

En ja, het was ondertussen flink boven de dertig graden en behoorlijk heet op die boot in de volle zon, maar het was wel genieten! We bleven een dik half uur zitten en stapten af aan de Notre Dame, waar we eerst iets gingen eten op een terrasje aan de afgesloten brug. Met twee aan dezelfde kant op zo’n bistrotafel, dat is het toch niet…

Daarna waren we zo moe en zo warm dat we in een parkje vlakbij eerst een cache deden en daarna gewoon gingen liggen in het gras, zoals behoorlijk wat Parijzenaars, zo bleek. Het deed deugd, daar in dat gras in de schaduw.

En toen wandelden we rustig verder, gelukkig langs enkele openbare drinkfonteintjes, over het Île de la Cité, langs Hôtel de Ville, naar Centre Pompidou. Ik wilde dat ze die gebouwen toch minstens eventjes gezien had, en ik wilde haar eigenlijk vooral ook de fontein op het Stravinskyplein laten zien, met de bewegende kleurrijke beelden van Niki de Saint-Phalle en Jean Tinguely. Die had enorme indruk gemaakt op mij, blijkbaar, toen ik 16 was en met school naar Parijs was geweest. Alleen bleek de fontein in restauratie en was er geen bal te zien. Meh.

We liepen terug naar het water en namen de boot naar het Louvre. Altijd fijn, zo’n boot om eventjes rustig op te zitten en je voeten wat rust te geven.

Aan het Louvre was het niet alleen pokkeheet maar ook echt wel druk. Ik toonde Merel de Arc de la Caroussel, de rechte lijn van Parijs en uiteraard ook de glazen piramides, want die wilde ze zeker zien. Dat het Louvre niet zozeer die piramides was, maar wel een gigantisch museum en dat die piramides eigenlijk gewoon de ingang en lichtkoepels waren, daar had ze geen flauw idee van. Binnen wilde ze niet, en dat deden we dan ook niet.

We passeerden nog even langs de vreemde zuilen van het Palais Royal en besloten toen dat we allebei geen voeten meer over hadden en dat het welletjes was geweest. Een goeie metrorit later zaten we op een terrasje aan de Place Saint-Georges, het dichtstbijzijnde station bij onze kamer. Vijf euro voor een cola, en dat in een niet echt toeristische buurt…

In de studio gingen we allebei uitgeteld liggen en ik denk dat ik ook echt in slaap ben gevallen. Tsja, zoveel rondlopen na zo’n slechte nachtrust…

Maar tegen half acht stonden we fris en fruitig en netjes gedoucht op een leuk pleintje wat verderop en zagen we de lokale Indiër wel zitten. Man, schitterende keuze! Merel nam lam tikka massala, ik lam korma, met een ongelofelijk lekkere goa bij, een sapje van mango, papaya, ananas en kokos. Héérlijk gegeten en voor geen geld!

Tegen half negen waren we terug, niet veel later sliepen we beiden. Ik had nog gedacht van te bloggen, maar was daar eigenlijk veel te moe voor, zowel lichamelijk als mentaal.