Voorlezen

Nog steeds lees ik elke dag voor aan Merel bij het slapen gaan. Nu ja, elke dag, toch elke avond wanneer ik thuis ben om haar in bed te stoppen.

Bij de jongens heb ik dat nooit zo lang volgehouden, ik weet eigenlijk niet goed waarom, want ik doe dat eigenlijk wel graag. Eerst kwamen zowat alle boeken van Roald Dahl aan de beurt, en af en toe iets anders. Aangezien de Dahls op waren, zaten we bij David Walliams, maar die leest ze nu liever zelf. We hebben ook al een van de grote sprookjesboeken gelezen. En nu, nu zijn we bezig in De Wind in de Wilgen, de klassieker van Kenneth Grahame. Die kan ze uiteraard ook al helemaal zelf lezen, maar ze vindt het leuker als ik bij haar onder haar deken kruip, met enkel het nachtlampje aan, en dat ze dan zachtjes kan liggen luisteren.

En het is dan supermooi om te zien, wanneer ze met haar poppen speelt, dat die ook verhaaltjes krijgen. Simpelere verhaaltjes, want de poppen zijn kleiner en het mag niet te moeilijk zijn, legt ze dan uit.

Mooi, toch?

Lectuur: “To Kill a mockingbird” van Harper Lee

Zoals gezegd wissel ik fantasy en science fiction af met klassiekers, en in mijn lijst stond deze hoog aangeschreven.

En jawel, ik was redelijk van mijn sokken geblazen, ja. Het gebeurt niet zo vaak dat ik moet huilen bij een boek, maar bij deze heb ik dat dus wel gedaan. Een paar keer. Damn, zo mooi…

Het uitgangspunt is vrij simpel: een klein meisje in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig vertelt over haar leven met haar broer, haar beste vriend en haar vader. Haar moeder is blijkbaar overleden, en vader is een advocaat die op een bepaald moment een zwarte moet verdedigen die beschuldigd wordt van verkrachting. Alleen al het feit dat hij zwart is, maakt hem in veel blanke ogen per definitie schuldig.

Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van de zesjarige Scout, waardoor het allemaal een zekere onschuld en naïviteit vertoont, maar in feite gaat het hier om een keiharde aanklacht over vooroordelen, rassendiscriminatie en de enggeestigheid van kleine samenlevingen. Of hoe een klein meisje nog niet die bekrompenheid van een volwassene bezit.

Het verhaal is prachtig geschreven, in een heerlijke vertellende stijl, zonder te dramatiseren. En het is net die eenvoud die het uiteindelijk zo ongelofelijk ontroerend maakt.

Met heel veel recht en reden een klassieker. Eentje die ik wellicht ooit nog wel eens zal herlezen.

Pleidooi voor de Kindle

Sinds ik weer gigantisch aan het lezen ben, is mijn Kindle voor mij onmisbaar.

Indertijd was ik niet helemaal overtuigd: ik hou wel van het gevoel van een papieren boek, en ik hoor ook dat als voornaamste argument bij veel mensen: ik wil een boek kunnen voelen.

Vergeet dat dus maar. Ik dacht dat ook. Maar laat mij even de voordelen opsommen van een e-reader:

– het weegt minder dan het gemiddelde boek.
– op één toestel kan je makkelijk 1000 boeken meenemen. Geen gezeul meer in de valies voor op vakantie, en je hebt altijd keus te over.
– op een minuut of drie heb je vers leesvoer. Geen gedoe meer met bibliotheken of boekhandels: ofwel leen je het boek van iemand anders en sleep je de file gewoon naar je ebook, ofwel koop je het en verzendt Amazon het automatisch naar je Kindle. Meestal ook voor minder geld dan de papieren versie.
– het is milieuvriendelijker, en je hebt geen plaats in je boekenkast nodig.
– de lichtfunctie: je scherm licht op in een intensiteit die je zelf kiest. Ik kan probleemloos lezen in de volle zon zonder dat het stoort, maar ik kan ook in bed liggen lezen op de zwakste lichtsterkte zonder dat het Bart stoort. En als je in de zomer op je terras zit en het begint te schemeren, hoef je ook geen licht te halen of aan te steken.
– de woordenboekfunctie. Serieus. Ik lees vrijwel uitsluitend in het Engels, en elk woord dat ik niet ken, klik ik gewoon aan: onmiddellijk krijg ik de Engelstalige definitie. Dat werkt trouwens nog beter in het Frans, aangezien mijn Frans stukken slechter is en ik “La Peste” van Camus, of “La Carte et le Territoire” van Houellebecq toch in de originele taal wilde lezen. Zodra je een boek in een bepaalde taal op je Kindle zet, installeert hij ook automatisch het juiste woordenboek. De kinderen hebben me daar trouwens al gigantisch mee uitgelachen: ik was een papieren boek aan het lezen, en tikte volautomatisch op de pagina voor een mij onbekend woord. Juist ja.
– het is waterdicht, dus ook geschikt om buiten tijdens een pasjescontrole te staan lezen als het regent. Of buiten in de zomer in een zwembadje.
– het is praktischer in bed: niet alleen hoef je geen nachtlampje aan te steken, maar als je, zoals ik, vaak van die dikke turven leest, dan zijn die bijzonder onpraktisch om op je zij in bed te liggen lezen. Zo’n Kindle dus niet.

Nadelen:
– het is vrij duur in aanschaf (140 euro momenteel).
– je moet het om de twee weken (afhankelijk van hoeveel je leest natuurlijk) opladen, en dat vergeet ik soms wel. Maar gelukkig laadt het ding bijzonder snel op.
– het is kwetsbaarder dan een gewoon boek.

Dat laatste heb ik nu dus mogen ondervinden: ik had de mijne al van begin 2013, heb hem al overal meegezeuld en intensief gebruikt, en nu zat hij plotseling gebarsten in mijn tas. Toegegeven, zonder hoesje – ik heb er twee en vergeet ze meestal – en dat was dus blijkbaar geen goed idee.

Ik heb me meteen een nieuwe besteld bij Amazon.de, en die zou over een paar dagen moeten toekomen. Gelukkig heb ik nog papieren boeken genoeg liggen zodat ik niet zonder lectuur val, maar toch: ik mis mijn Kindle.

Nooit gedacht, destijds, dat ik dit nog zou zeggen.

Vel

Gisteren stuurde Véronique me een berichtje: of ik niet mee ging naar een toneelvoorstelling bij De Vieze Gasten? Ik zag geen enkele reden om nee te zeggen, wel integendeel, en dus tuften we deze avond samen naar de Brugse Poort voor de voorstelling “Vel”.
Zoals de perstekst zegt:

‘Vader en dochter’ spelen ‘moeder en zoon’ op het toneel.
De zoon speelt gitaar, een soundtrack bij een film, met muzikale stiltes, met zang.

 “Het spijt me jongen, dat ik niet. Dat ik achteraf. Er zijn zoveel dingen. Die je niet. Waarover je. Die gebeuren. Je denkt: nu moet ik… Dit had ik anders. Dit had ik niet. Niet zo. Maar je hebt… En toch heb ik ook. Maar geaarzeld. Hoe moet je denken… over dingen die je niet… Ik heb nooit. Sommige dingen. Je bent niet voorbereid. Je moet.

De dokters weten wat ze zeggen.
Ze zeiden me dat het beste.
En ik knikte.”

Een moeder vertelt het verhaal van haar kind.
Een dochter speelt deze prachtige tekst van Elvis Peeters, los-vast gebaseerd op het verhaal van haar vader.

spel Anna Carlier | muziek Chris Carlier | tekst Elvis Peeters

Concreet zagen we een heel aangrijpend stuk waarin een moeder vertelt hoe haar jonge kind volledig verbrand raakt en hoe ze daarmee probeert om te gaan. En vooral: hoe de tiener die uit dat kind opgroeit, er niet mee kan omgaan.
De muziek die erbij gebracht werd door vader op gitaar, dochter op basgitaar en een drumcomputer lag me totaal niet, maar het stuk zelf kroop wel onder je, welja, vel.

Aansluitend reden Véro en ik nog naar de Burgstraat omdat daar, in de bar Mirwaar, een fijne maat van haar plaatjes draaide. Letterlijk: er staan bakken vol singeltjes op de toog en je mag zelf kiezen wat ze draaien.

Heel lang zijn we niet gebleven want de stoelen bij De Vieze Gasten zijn nu niet bepaald van die kwaliteit dat mijn rug er vrolijk van wordt, en mijn rug is sowieso niet veel waard op vrijdag na een stevige lesdag, maar we hebben zelfs zelfs eventjes staan dansen.

En meteen hebben we ook besloten dat we vaker samen op de lappen gaan, en dat we dan ook steevast een hoed gaan dragen. We gaan dan op hoedenzwier. Dik in orde!

Lectuur: “Catch 22” van Joseph Heller

In mijn afwisseling tussen fantasy, science fiction en klassiekers besloot ik de BBC-lectuurlijst te volgen. Het eerste boek dat ik gewoon staan had op computer was “Catch 22”, iets wat me sowieso al aangeraden was.

Ja, ik was diep onder de indruk: ik heb ervan gedroomd, ik zat er ook overdag mee in mijn hoofd. Zelden heb ik een boek gelezen dat zo chaotisch was, zo intuïtief, zo… onoverzichtelijk, om mee te beginnen. Het lijken allemaal bijzonder rare, losse gedachten die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken, maar naarmate de focus verschuift van het ene personage naar het andere en je dus andere standpunten krijgt, vallen de puzzelstukjes op hun plaats. En wat voor een puzzelstukjes.

Het verhaal – een echte plot is er niet en is ook niet nodig – speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog, waarbij bombardier Yossarian zich steeds meer en meer afvraagt hoe hij in hemelsnaam uit de hel die de oorlog is, weg kan raken. De situatie rondom hem en zijn… vrienden? Lotgenoten? Collega’s? Medeslachtoffers? is ronduit kafkaiaans en nihilistisch, en het deed me ongelofelijk vaak aan de reeks M.A.S.H. denken: ik heb die als vroege tiener gezien en vroeg me vaak af waar die kinderachtige grappen en rare grollen voor nodig waren. Wel, de mosterd kwam duidelijk van dit boek, en met recht en reden: humor is de enige manier om niet compleet gek te worden in een dergelijke situatie waar de een na de ander rondom jou sterft.

Ja, het boek had een stevige mentale impact. Het heeft me ook aan het denken gezet, meermaals. Ik weet waarom ik klassiekers lees, dus.

Yossarian lives!

Muziek voor Artsen zonder Grenzen: adembenemend.

Bart weet dat hij me áltijd een plezier doet door me mee te vragen naar iets cultureels. Als het dan nog combineert met een goed doel dat ik genegen ben – lees: maandelijks voor stort – dan is dat helemaal mooi meegenomen.

En dus bevonden we ons vanavond, samen met een aantal andere mensen van Wijs, in Antwerpen in de AMUZ. De locatie is prachtig: een vroegere kerk, volledig gerestaureerd en ingericht als concertzaal. Mooi, echt!

En dan was er nog het concert op zich. Ik wist niet goed wat ik moest verwachten: pianist Lucas Blondeel zou ons een avond Debussy brengen, maar dan wel gecombineerd met beelden van Toon Leën. Hmm?

Wel, om eerlijk te zijn: ik ben van mijn sokken geblazen. Debussy is nu niet meteen de meest toegankelijke muziek, zeker niet voor een avondvullend programma, maar de setting – een vleugel op een podium in het donker – gecombineerd met de soms hypnotische projecties was ronduit betoverend. Blondeel gaf af en toe uitleg bij de muziek en bij Debussy, maar vooral Leën gaf eigenlijk een korte cursus kunstgeschiedenis, maar dan wel de kunst waardoor Debussy zich liet inspireren. Geen enkel moment kwam het echter als “les” over, het was eerder een soortement lezing, maar dan wel heel erg goed gebracht, waarna je je moest laten overspoelen door de muziek en de beelden.

Ik heb verschillende keren kippenvel gekregen, en bij momenten betrapte ik er mezelf op dat ik gewoon was vergeten ademen. Ik kijk nu overigens met andere ogen naar Japanse prentenkunst.

Samengevat: geen idee of dit nog ergens ten lande wordt gebracht, maar als dat zo is: rep u ernaar toe. En vooral: vergeet niet me uit te nodigen, want ik wil dit nog eens zien.

“An Odyssey: a father, a son, and an epic” van Daniël Mendelsohn

Dit boek was me van verschillende kanten aangeraden: zowel een inleiding op de Odyssea van Homeros, als een heel mooie beschrijving van hoe een zoon omgaat met zijn ouder wordende, moeilijke vader.

Tsja…

Ik weet dat het boek verschillende prijzen heeft gewonnen, maar mij kon het helaas niet raken. Jawel, op sommige momenten was ik effectief wel ontroerd, en ik heb ook wel een paar nieuwe inzichten opgedaan over de Odyssea – ik moet die dringend opnieuw lezen – maar over het geheel?

Nah.

Ja, het is goed geschreven, maar het is me te langdradig, en dat wil al iets zeggen, als je weet hoeveel boeken ik verslind, en welke standaard langdradig bevonden kleppers daartussen zitten. Ik ben er dan ook de hele maand februari mee bezig geweest, enkel in mijn bed ’s avonds, en ik viel prompt in slaap. De stukken over de Odyssea vond ik eigenlijk ook te… belerend, voor een roman. Interessant, ja, maar ik zou dat veel liever in een apart boek bekeken hebben. De combinatie van het professorale en de memoires lag me niet zo. Of zoals Bart het zei, toen hij me hoorde zuchten over het boek: “Het leven is te kort om slechte boeken te lezen”. Maar daarin ben ik dan wel weer koppig natuurlijk: ik wilde het uitlezen.

Zou ik het aanraden? Goh… Het is een twijfelgeval: mij sprak het niet aan, maar ik kan me voorstellen dat veel mensen het wél een goed boek vinden. Het zou anders ook niet zo veel prijzen krijgen, natuurlijk. Maar ik vrees dat ik hierin Christophe Vekeman ga volgen: “Mendelsohn laat in zijn boek geen kans onbenut om alles van naaldje tot draadje uit te leggen, liefst herhaaldelijk zelfs, en om alle interessante weetjes met betrekking tot bovengenoemde thema’s en de Odyssee met de lezer te delen, in die mate, helaas, dat je al te vaak het gevoel hebt net als Mendelsohns studenten en dus ook vader in de klas te zitten en ernaar snakt om, jawel, een boek te gaan lezen. Met andere woorden, Mendelsohn mag dan heel slim zijn, en buitengewoon erudiet, maar hier toont hij zich meer leraar dan schrijver, meer vader dan zoon, zeg maar, en dat maakt Een odyssee. Een vader, een zoon, een epos misschien indrukwekkend, maar ook langdradig en op een rare manier onsympathiek.” (Hiero)

Great Characters: Helena van Troje

In januari had ik de lezingenreeks “Great Characters” hier nog aangekondigd, maar naar de eerste aflevering over Orpheus kon ik al niet gaan: het was tegelijk ook de infoavond voor de nieuwe leerlingen bij ons op school. De vakgroep had van de directie al gedaan gekregen dat een van ons daar naartoe mocht gaan, en dat was dan Ellen, omdat zij degene is die het verhaal van Orpheus en Eurydice leest in de klas.

Bon, dinsdag kon ik er gelukkig wel bij zijn, al moest ik me behoorlijk reppen en was het eigenlijk net begonnen. Spreker van dienst was onze oud-leerlinge Berenice Verhelst, reden te meer om aanwezig te zijn. Zij had het over de fameuze Helena van Troje (of Sparta, zo u wil) en vooral hoe zij doorheen de eeuwen werd gepercipieerd. Wat heb ik ervan onthouden? Wel…

  • Eigenlijk is zij het slachtoffer buiten haar wil om: ze wordt door Aphrodite versjacherd als beloning voor Paris. Is ze verliefd op hem? Jazeker, maar ook dat is wellicht door toedoen van Aphrodite.
  • Ze is niet geliefd, noch door Trojanen, noch door Grieken, juist omdat ze hen allen in een oorlog heeft gestort. Aan de andere kant: wanneer ze naar het Trojaanse paard gaat, doet ze daar alle stemmen van de echtgenotes van de Grieken na, om een reactie uit te lokken. Daar lijkt ze aan de kant van de Trojanen te staan. Wanneer ze echter Odysseus die binnen de stadsmuren is, helpt, lijkt ze partij te kiezen voor de Grieken.
  • In de Odyssea wordt haar huwelijk scherp in contrast gezet met dat van Odysseus en zijn Penelope. Ja, ze is opnieuw thuis bij Menelaos, maar wat betekent dat voor haar, en voor hem?
  • In bepaalde periodes gaat het minder om haar moraliteit en meer om haar loyaliteit, in andere perioden weer andersom.
  • Volgens sommige verhalen is ze nooit in Troje geweest, maar zat ze in Egypte, en was haar verdwijning een voorwendsel voor de oorlog.
  • Volgens verschillende auteurs was ze helemaal niet zo mooi, maar had ze wel uitstraling.

Enfin, er zullen nog wel dingen geweest zijn, maar die heb ik helaas niet allemaal onthouden. Ik kan natuurlijk wel aan Berenice haar slides vragen, maar aan de andere kant: ik geef al eeuwen geen Grieks meer, het is niet alsof ik het nog zo nodig heb. Maar ik vond het wel interessant, zeker weten.