Koor, opnieuw

In februari, kort voor de lockdown, zat ik er een beetje door. Ik had er genoeg van, kon niet veel meer verdragen, had geen zin meer in niks. Lesgeven was op zich geen probleem, maar al het gedoe errond, nee dank je.

En als je zo op de rand van een inzinking staat, dan knip je in alles wat extra energie vraagt, om eerlijk te zijn. Eén daarvan was mijn koor. Ik zing dolgraag, maar we zingen behoorlijk moeilijke dingen en dus kruipt daar veel energie in. Nu was er ook net een nieuwe tenor bijgekomen door wie ik bij momenten compleet de mist in ga: die mens zingt met overtuiging, maar ook met overtuiging soms foute noten, en dan ben ik mijn kluts kwijt en val ik eruit in de studeerfase. Wanneer ik een stuk goed ken, is dat geen probleem meer, maar ik ben gewoon aan Stefan naast mij, een verdomd goeie zanger die ook altijd zijn inzet feilloos heeft, en daar wringt het bij mij. Zodra ik vertrokken ben met een zanglijn, kan hij op mij leunen.

Een en ander leidde ertoe dat ik dus uit het koor ben gestapt in februari. Helaas op een niet erg elegante manier: ik wilde dat zelf zeggen aan de dirigent, maar er waren voortdurend mensen die hem ook iets te melden hadden. En eigenlijk ging hij een soortement auditie afnemen van twee nieuwe mensen. Toen ik er dus alsnog tussen wilde, werd ik afgesnauwd door een van die nieuwe: dat zij wel zaten te wachten, hé, al lang, en dat ik er dus niet moest tussen kruipen. “Goed”, heb ik gezegd, “geen probleem, veel plezier dan, ik kom voorlopig niet meer terug en ga dus ook het concert niet meer meezingen. En ik zal dan wel zien in september of ik nog terugkom of niet. Salu!” Ik heb me omgedraaid en ben met tranen in de ogen weggelopen. Geen idee wat de reacties waren, ik heb ook niks meer gehoord. En toen was er de lockdown en was het sowieso gedaan met zingen en concerteren.

In september ben ik dan met een klein hartje teruggegaan, maar ik werd meteen met open armen ontvangen. Sommigen keken me een beetje vreemd aan – ik neem het hen absoluut niet kwalijk – maar de meesten waren zeer verwelkomend. En Stefan was heel rechtuit: “Blij dat ge terug zijt, maar zijt ge zeker? Want we moeten wel op u kunnen rekenen hé, de vorige keer hebt ge ons gewoon in plan gelaten”.  Ik heb iets geantwoord van “Ge hebt nu twee nieuwe toch?” maar heel fair was dat niet als antwoord. Hij is mijn zangmaatje en ik mis het ook als hij een repetitie niet kan komen.

Soit.

Ik ben weer aan het zingen en het doet deugd.

Lectuur: Mistborn Trilogy van Brandon Sanderson

Deze had ik eerder moeten leren kennen, om eerlijk te zijn. En als ik eerlijk ben, is ze me ook wel vaak aangeraden, ja. Maar ach, er is zo veel om te lezen, toch?

Deze trilogie vond ik zalig, al was de tweede soms wat traag. De wereld waarin Vin opgroeit als straatkind/wegwerpmeisje/boefje, is ’s nachts altijd gehuld in een dikke, vreemde mist waar mensen bang van zijn. Tenminste, de gewone werkmensen die niet veel beter zijn dan slaven. De adel is ook niet zo gek op die mist, maar de angst is een pak kleiner. Overdag valt er geregeld as uit de lucht, als gevolg van een aantal actieve vulkanen.
En dan zijn er nog de Mistings en de Mistborn, zij die over speciale gaven beschikken door bepaalde metalen in te slikken en ze te ‘verbranden’. Over dit alles regeert de Lord Ruler met ijzeren hand.

Maar Vin komt terecht in een compleet andere groep die de tirannie wil omverwerpen, en beetje bij beetje leert ze hen én zichzelf te vertrouwen…

Het eerste boek, The Final Empire, maakt je wegwijs in deze bijzonder knap in elkaar gestoken wereld, waarin alles eigenlijk gewoon klopt en je geen gaten kan vinden. Het verhaal wordt vakkundig en soms razend spannend opgebouwd en je leeft helemaal mee met het hoofdpersonage.

Boek twee, The Well of Ascension, vond ik iets minder omdat de climax op het einde van het vorige boek moeilijk kon geëvenaard worden, én omdat de twee hoofdpersonages – Vin heeft er intussen een lief bij – voortdurend aan zichzelf en hun beslissingen twijfelen. Er is veel meer gefilosofeer, de spanning is wat weg, maar de personages blijven heerlijk. En de achtergrondspanning wordt wel opgedreven maar komt in dit boek niet tot een oplossing. Een beetje een tussenboek, als het ware.

Boek drie, The Hero of Ages, is dan wel weer bij momenten zeer spannend, maar soms voelt het wat alsof de schrijver niet goed wist welk einde hij zijn saga moest geven en er af en toe dan maar een deus ex machina bij haalde. Aan de andere kant krijg je nu wel het gevoel dat zelfs de kleinste details uit boek 1 eindelijk op hun plaats vallen: qua wereld is het quasi uniek hoe consistent alles is. In elk geval las dit boek dan weer als een sneltrein…

Ik vind ze een dikke, dikke aanrader: toegankelijke fantasy, vrij vlot geschreven en vooral geen speld tussen te krijgen.

Er zouden nog drie boeken zijn, maar in een andere periode maar wel dezelfde wereld. Ik ga eerst iets anders lezen en dan deze opnieuw opnemen, kwestie van de anticipatie wat op te drijven.

Lectuur: “Persuasion” van Jane Austen

Jawel, ik blijf verder lezen aan mijn BBC-lijst, zeker als het om negentiende-eeuwse literatuur gaat. Want ja, ik hou echt wel van dat oer-Engelse kostuumdramagedoe.

En daar valt Persuasion wel opnieuw onder, zou je kunnen zeggen. Eigenlijk is dit chick-lit – wijvenliteratuur, voor mijn pa en schoonma – maar dan op literair niveau. Het hoofdpersonage, Anne, heeft destijds een verloving afgebroken omdat de man in kwestie niet goed genoeg zou zijn voor haar qua status. Intussen is ze 27, heeft haar snobistische vader zijn grote landgoed moeten verhuren omdat hij in geldnood zit, en is zij nog steeds vrijgezel, zonder goede vooruitzichten. Via een hoop omwegen komt ze opnieuw in contact met haar vroegere verloofde, Wenthworth en na de nodige perikelen – is hij niet verliefd op een ander? Zou mr. Elliot geen betere partij zijn? Maar is mr. Elliot wel wie hij beweert te zijn? En waarom is Wenthworth plots zo bezorgd om Louisa? – komt het uiteindelijk toch nog allemaal goed. Qua thematiek is dit misschien een stationsromannetje, maar qua uitwerking niet.

Romantiek dus, maar van de bovenste plank. Het wordt niet voor niks gezien als een klassieker en eindigt steevast hoog in alle lijstjes van favoriete boeken. En ik, ik heb ervan genoten, ja.

 

Lectuur: de “Shattered Sea Trilogy” van Joe Abercrombie

Wie de moeite doet om mijn boekbesprekingen hier te lezen, weet dat ik enorme fan ben van Joe Abercrombie. Zijn werelden zijn àf, zijn personages geen clichés en zijn taalgebruik heerlijk barok maar net niet té.

Na zijn First Law trilogie en een aantal losse boeken in diezelfde wereld, las ik nu zijn Shattered Sea trilogie. Ik heb met opzet wat gewacht en andere dingen tussendoor gelezen om des te meer te kunnen genieten van zijn schrijfsels.

En jawel, ook hier heb ik me van de eerste tot de laatste letter geamuseerd. De setting deed me gigantisch denken aan die van de Broken Empire trilogie van Mark Lawrence, maar ik weet niet wie er eerst was. Ook hier zit je in een post-apocalyptische wereld, maar dan ettelijke eeuwen in de toekomst, waar de mens zich na een nucleaire catastrofe opnieuw een laagje beschaving heeft weten te geven en opnieuw met zwaard en schild in de middeleeuwen waant. Ook hier zijn nog restanten van de vroegere steden, wolkenkrabbers en hier en daar zelfs elektriciteit, maar dan wel in vrijwel ontoegankelijk gebied wegens de hoge radioactiviteit. Iemand heeft vuurwapens gevonden, en dat wordt dan als magie gezien. De vroegere beschaving wordt toegeschreven aan elfen en is, goh, een mengeling tussen verboden kennis en religie.

Maar dat is in feite achtergrond: het verhaal is, zoals zo vaak, het relaas van een hoofdpersonage dat zijn weg zoekt en uiteindelijk een belangrijke rol speelt in de strijd tussen verschillende rijken en koningen, in min of meer een vikingsetting.
In boek één, Half a King, gaat het om een jongeman die tegen wil en dank eerst koning wordt en dan raadgever van de volgende koning. In boek twee, Half a World, speelt datzelfde personage nog wel een rol maar meer op de achtergrond. We krijgen nu eerder de focus op een meisje dat eigenlijk een stevige vechter is, maar wel in een samenleving opgroeit waar vrouwen ondergeschikt horen te zijn. En boek drie, Half a War, laat dan het vervolg van het verhaal zien vanuit zowel het standpunt van een piepjonge koningin in diezelfde mannenwereld als van een jonge krijger die merkt dat het macho verwachtingspatroon voor krijgers toch niet is wat hij wil.

Abercrombies wereld is, zoals altijd, schitterend uitgewerkt. De middeleeuwen, waar hij zijn wereld aan spiegelt, zijn notoir vrouwonvriendelijk, maar telkens weer slaagt hij erin sterke vrouwelijke personages neer te zetten die zich ondanks alles toch weten te handhaven in die wereld, terwijl ze toch niet ongeloofwaardig worden. Ook zijn mannelijke personages zijn niet eenduidig maar zitten vol met twijfels, angsten en emoties.

Yup. Ook deze trilogie heeft het voor mij nog maar eens bevestigd: ik ben onvoorwaardelijk fan van Joe Abercrombie.

Lectuur: “Heart of Darkness – Amy Foster – The Secret Sharer” van Joseph Conrad

Tussen al het fantasygeweld door probeer ik toch nog gestaag verder te lezen aan de infame, apocriefe BBC-lectuurlijst.

Deze keer was mijn lodderig oog gevallen op de absolute klassieker “Heart of Darkness” van Joseph Conrad. De titel alleen al deed me vermoeden dat ik ook hier geen jolige lectuur voorgeschoteld ging krijgen, en dat vermoeden werd bewaarheid.

Het hoofdpersonage Marlow vertelt van zijn zeer vreemde reis naar Congo in dienst van de Union Minière, jawel, het Brusselse bedrijf dat slavernij en uitpersing tot zijn handelsmerk maakte. Hij wordt er aangenomen als kapitein van een rivierboot die ivoor moet ophalen in de lokale handelsposten en naar de haven brengen. Het is een relaas van uitbuiting, van verregaande corruptie waardoor zijn boot makkelijk een paar maanden stil ligt wegens het ontbreken van onderdelen, en geen haan die ernaar kraait. Maar het is vooral een verhaal over reputatie: hij reist ene Kurtz achterna die blijkbaar een genie is als het op ivoor aankomt, maar zichzelf als een god voordoet bij “die achterlijke zwarten” en eigenlijk vooral stapelgek blijkt te zijn.

We volgen Marlows gedachtegang en daar is bijvoorbeeld nauwelijks conversatie tussen hem en Kurtz opgenomen. Maar hij beschrijft wel wat hij ziet en hoort, hoe bevreemdend alles is, en hij vraagt zich af of hij ook zelf niet gek aan het worden is.

Het is een… verontrustend, beangstigend boek dat vooral ook de wreedheden van Leopold II en co in de verf zet zonder dat expliciet te doen. Het is net dat… casuele, dat vrijblijvend racisme dat de tijdsgeest weerspiegelt, dat het boek zo indringend maakt. Het heeft zich in elk geval een tijdlang in mijn geest genesteld, geloof me. Een aanrader, maar liefst niet als je je al ietwat depressief voelt, me dunkt.

Mijn ebookversie knoopte daar ook nog “Amy Foster” aan vast, een kortverhaal over, jawel, racisme. Een schipbreukeling met Indische roots komt op het platteland terecht, met alle desastreuze gevolgen vandien. Ook een doordenker.

Het derde verhaal in mijn ebook was “The Secret Sharer”, opnieuw een kortverhaal over een zeeman die onopzettelijk iemand anders heeft vermoord, zijn schip kan ontvluchten en als verstekeling ontdekt wordt door de kapitein van een ander schip. Die ziet in hem een verwante ziel, een Döppelganger, een spiegelbeeld, en besluit hem verborgen te houden.

Alle drie de verhalen zijn een aanslag op je psyche: Conrad doet je nadenken over de inherente waanzin van de menselijke geest, over vooroordelen, eerste indrukken, racisme, perceptie en het verdraaien van waarheden.

Zoals gezegd: korte, maar indringende lectuur voor de stevigen van geest. Zalig voor een donkere winteravond, met de haard, een paar kaarsjes en een goed glas wijn. En bij voorkeur dan nog een uurtje stilte om na te denken over wat je nu net hebt gelezen.

Nieuw taxiseizoen

Jawel, vandaag was er de aftrap van het nieuwe activiteitenseizoen voor mezelf en de kinderen. Allez ja, Wolf was al even terug bezig met rugby, maar nu pas kickt het echt in.

Wolf doet naast zijn Wetenschappen-Wiskunde nu enkel nog rugby, maar dan wel met overgave. Hij heeft training op woensdag en vrijdag van zes tot acht, en is aan het overwegen om ook op maandag deel te nemen – als hij geselecteerd wordt – aan de Rugby Academy, training van acht tot tien. Misschien gaat hij tussendoor dan wel nog gaan fitnessen, maar dat is via de SNS-pas van de school en daar fietst hij zelf naartoe.

Kobe is al even gestopt met sporten maar fietst wel alle dagen naar school, en tegenwoordig ook aan een stevig tempo. Op zich is dat voor mij genoeg, die dagelijkse tien kilometer. Op vrijdag heeft hij GEJO jeugdorkest van vijf tot zeven, met tussendoor ergens zijn fagotles. En binnenkort start ook de scouts weer op zondag.

Merel heeft nog blokfluit op donderdag van kwart na vijf tot kwart na zes – al is het nu iets korter wegens corona – en muzieklab (notenleer dus) op zaterdag van elf tot één. Daarnaast is ze nu ook ingeschreven, samen met haar twee beste vriendinnetjes, voor een uurtje dansles op vrijdag van vijf over zes tot vijf over zeven, en ze ziet het volledig zitten. Oh, en scouts op zondag dus.

Concreet betekent dat voor taxi mama op maandag heen en terug naar de Blaarmeersen. Op woensdag kan Wolf gelukkig meerijden met rugbyspelers uit de straat, maar die zijn jonger en stoppen om half acht. Ik ga hem dus wel om acht uur halen. Op donderdag rij ik met Merel naar de Poel en drink ik rustig een koffie in de Labath, en ’s avonds ga ik proberen terug naar het koor te gaan. Vanavond nog even niet wegens de rug, maar bon.

En op vrijdag? Dan breng ik tegen vijf uur Kobe naar Evergem, zorg ik dat Wolf om half zes bij de rugbyspelers in de buurt staat om mee te rijden – al heb ik daar eigenlijk geen omkijken naar – pik ik om kwart voor zes Merels vriendinnetjes op om hen naar de dansles te brengen, haal ik zelf om zeven uur Kobe op in Evergem, vang ik om twintig na zeven Merel op die thuis wordt gebracht van de dansles en ga ik om acht uur Wolf ophalen aan de rugbytraining.

Goh, ’t is een bezigheid als een ander, zeker? Maar ik heb wel vrolijke, blije kinderen op die manier, en daar gaat het om.

Lectuur: “The Witcher” van Andrzej Sapkowski, het vervolg

Ik had de eerste drie boeken van “The Witcher” gelezen toen ik daar snel even de laatste nieuwe van The Dresden Files tussen nam. Maar, ik geef het toe: de Witcher bleef in mijn hoofd spoken, en dus las ik gewoon door. ’t Is niet alsof ik veel anders kan doen, momenteel.

Het verhaal verschuift, zoals ik had vermoed, vooral naar Ciri. Eigenlijk is zij het absolute hoofdpersonage van de hele reeks, en niet de donkere, sombere mutant. Hij speelt uiteraard een grote rol, net zoals Yennefer, de heks van dienst, maar eigenlijk is iedereen voortdurend op zoek naar Ciri om haar als pion te gebruiken in het politieke spel. En zij? Zij is gelukkig zowel door Geralt als door Yennefer opgeleid en slaagt erin om alle boosdoeners toch ongeveer te vermijden. Ongeveer, want het lukt niet altijd even vlot en ongeschonden.

Ergens vind ik het jammer dat Sapkowski het verhaal niet rond de Witcher heeft kunnen doen draaien, maar aan de andere kant zou dat wellicht ook niet gelukt zijn, daarvoor is het personage te beperkt. Kan je de boeken los van elkaar lezen? Eigenlijk niet: het is één lang verhaal met personages die niet echt opnieuw worden uitgelegd en met voortdurende verwijzingen naar dingen die in de vorige boeken zijn gebeurd.

Heb ik ervan genoten? Welzeker! Het is misschien niet de beste fantasy die ik al gelezen heb, maar ik heb echt al slechtere vast gehad. En de verfilming van Netflix mag er best zijn, al was het maar voor de “hmmm”s van Cavill.

Een vervolg zal er helaas niet meer komen, het verhaal op zich is afgerond. Maar ik ben er zeker van dat er nog meerdere verhalen zullen komen binnen de wereld, daarvoor zit het te leuk in elkaar.

Lectuur: “Peace Talks” van Jim Butcher

Ik was dan wel The Witcher reeks van Sapkowski aan het lezen, op 15 juli kwam “Peace Talks” uit, het 17de boek in de reeks rond Harry Dresden van Jim Butcher. Ik had net boek drie van de Witcher uit en ben dus onmiddellijk naar dit boek overgestapt, gewoon omdat ik de Dresdenreeks zo goed vind.

Peace Talks heeft me daarin niet echt teleurgesteld: dezelfde vlotte schrijfstijl, dezelfde opbouw van verhaal, dezelfde sarcastische humor, ook al is dat laatste wat minder omdat Dresden nu eenmaal volwassener is geworden.

En toch bleef ik op mijn honger zitten: het hele boek is een aanloop naar, een klaarzetten van, een inleiding tot. Er gebeurt uiteraard een aantal dingen, maar de meeste daarvan blijven voorlopig nog in het ongewisse hangen. Een bundel losse draadjes, als het ware. Het boek eindigt dan ook, goh, niet eens op een echte cliffhanger, gewoon onaf, als een half boek. En dat smaakt naar meer.

Wat me wel stoorde, blijkbaar veel duidelijker dan in de vorige boeken, was het seksisme. Pas op, aan het hoofd van de drie belangrijkste facties in het boek  – the two Fae courts and the White Vampire court – staan vrouwen, de meeste bodyguards zijn vrouwen en het zit vol sterke vrouwelijke personages, daar niet van. Maar telkens Dresden een vrouw ziet, is het maar best dat hij geen baggy trousers draagt: telkens opnieuw worden de vrouwelijke curves beschreven en de lustgevoelens die dat bij hem opwekt, zelfs al gaat het om een vrouw die makkelijk zijn dochter zou kunnen zijn. Toegegeven, de vrouwen uit bovenstaande facties hebben als onvervreemdbare eigenschap een bovennatuurlijke schoonheid en seksuele uitstraling, maar moet dat nu echt élke keer? Ik mag hopen dat niet elke man bij elke vrouw iets dergelijks denkt, of ik moet mijn visie op de mannelijke bevolking herzien. Tsja.

Maar bon, ik heb genoten van het boek en ik kijk uit naar het vervolg.

Leeslijst

Ik had een dik jaar geleden gevraagd op Facebook wat er nu eigenlijk de moeite van het lezen waard was qua fantasy. ik had toen een ganse lijst suggesties gekregen en die ook opgeslagen.

Nu zag ik bij een maat dezelfde vraag en nog een hele reeks nieuwe suggesties. Ik heb daar dan maar opnieuw een leeslijst van gemaakt met bovenaan hetgeen ik zelf al gelezen heb, met de link naar mijn bespreking ervan. Ik zet ze hier even omdat er nog mensen geïnteresseerd waren. Bij deze dus.

GELEZEN:

TE LEZEN:

  • Belgariad – Malloreon – David Eddings
  • The House of Niccolò, Lymond Chronicles – Dorothy Dunnett
  • Honor Harrington-reeks – David Weber
  • Arthur trilogie – Bernard Cornwell
  • Timeline – Michael Crichton
  • Powder Mage Trilogy – Brian McClellan: keiharde lekkere pulp over napoleonistische tovenaars
  • Mistborn reeks – Brandon Sanderson
  • Blijkbaar alles van Lyon Sprague de Camp
  • Memory, Sorrow en Thorn / the War of the Flowers / Otherland reeksTad Williams
  • The technicolor time machine, Deathworld (1.2,3), Stainless steel rat series, Make romm make room – Harry Harrisson
  • the known space series, Kzin war, flatlander – Larry Niven
  • The devil princes en Dying earth series (Cugel is fun), dying earth – Jack Vance
  • Fountains of paradise – Arthur C Clarke
  • the moon is a harsh mistress – Robert A Heinlein
  • The chtulhu casebooksJames Lovegrove (Sherlock holmes meets HP Lovecraft.. good read; zeker in achterhoofd houden voor donkere mistige dagen)
  • American Gods, Neverwhere – Neil Gaiman
  • Thrawn trilogyTimothy Zahn
  • Once a HeroMichael Stackpole
  • The woods out back, the dragonslayers return, the dragons dagger; Homeworld / Exile / SojournRA Salvatore: als het iets meer Sword and Sorcery mag zijn
  • Fafhrd and grey mouser series –  Frits Leiber: Die zijn gewoon… ja.. classic en meestal niet zo gekend maar wel de moeite
  • Dragonriders of Pern – Anne McCaffrey
  • Magiër reeks – Feist
  • Monster Hunter / Dark Grimnoir Larry Correira
  • Assassin’s apprentice (Farseer Trilogy) en Liveship traders – Robin Hobb
  • Guy Gavriel Kay – the Fionavar Tapestry (historisch geïnspireerd, heel speciaal)
  • R Scott Bakker – the darkness that comes before.
  • Brent Weeks. Zijn assassins trilogy
  • Bring me the head of prince charming
  • Jackelian series van Stephen hunt: leuke fantasy met een steampunk twist
  • Detective Inspector Chen”-reeks van Liz Williams: over een Chinese detective in een wereld waarin goden en duivels echt bestaan en hoe moeilijk het is bijvoorbeeld om aan uitwisseling te doen van politieagenten tussen hemel, aarde en hel
  • City of stairs. Superieur qua world building, fantastische personages en goed verhaal. Lees het!
  • six of crows van Leigh Bardugo en het tweede deel. Super verhaal met fantastische personages.
  • An ember in the ashes van Sabaa Tahir
  • the shadow of what was lost van james Islington (ook een trilogie). Een fantastische plot met veel verrassingen.
  • the painted man van Peter V Brett, maar de reeks verliest aan kwaliteit naarmate ze vordert
  • Alessandro Baricco, vooral city, oceaan van een zee en Novecento
  • Clive Barker: Imajica, Weaveworld, Cabal, the Great and Secret Show, the Damnation Game, The Bone Ships
  • Stephen King: The Gunslinger, It, the Stand.
  • David Farland: the Runelords series
  • Baudolino – Umberto Eco
  • Kings of the Wyld – Nicholas Eames
  • De Aleran chronicles – Jim Butcher
  • Michael Marshall Smith (only forward, spares)
  • China mieville (Perdido Street station)
  • Markus zusak (the book Thief)
  • Robert Jackson Bennett, de divine cities trilogie
  • Ed mc Donald, Blackwing, Ravencry en Crowfall als je van grimdark fantasy houdt
  • N.K. Jemisin, de broken earth trilogie. Ligt wat zwaarder op de maag maar is zeer goed geschreven. Superieure fantasy literatuur
  • Stuart Macbride en zijn thriller / detectiveseries. Niet bepaald hoogliteratuur, maar goede verhalen, met karakters die je je gewoon kan inbeelden terwijl je hen bezig hoort.
  • Glenn cooper, boek der doden triology
  • Rai’Kirah trilogie van Carol Berg
  • “Cage of Souls” door A Tchaikovsky
  • C L Werner “Mathias Thulmann: Witch Hunter”
  • The Chronicles of Thomas Covenant van Stephen Donaldson
  • Kingkiller chronicles van Patrick Rothfuss
  • Perdido Street Station – China Mieville. Is ook wel geen ruimteschipfictie
  • A darker shade of magic
  • Broken Earth (Fifth Season / Obelisk Gate / Stone Sky)
  • Alchemy Wars (The Mechanical / The rising / Liberation)
  • David Weber: de Honor Harrington reeks
  • Vorkosigan Saga van Lois McMaster Bujold
  • Luitenant Leary reeks) van David Drake
  • Culture-boeken van Iain M. Banks
  • When HARLIE was One, van David Gerrold
  • Monument, van Lloyd Biggle Jr.
  • Fredric Brown, short stories
  • The Night Dawn Trilogy
  • A Long Way to a Small Angry Planet van Becky Chambers (heel anders dan de meeste SciFi, maar enorm sterk)
  • Arthur C. Clarcke: schipbreuk op de maan

Lectuur: The Witcher-reeks van Andrzej Sapkowski

Ik had een tijd geleden het eerste seizoen van “The Witcher” bekeken op Netflix, en dat was me zo bevallen, ondanks de gaten in de plot, dat het eigenlijk vooral naar meer  smaakte. Meer was er voorlopig echter niet op tv, en na wat rondgevraag bleken de boeken ook nog niet zo slecht te zijn. Misschien wat onevenwichtig geschreven en met lange beschrijvingen, was de raad, maar best wel oké. Goh, dacht ik toen, wie voor zijn plezier boeken leest uit de 19de eeuw zoals van Charles Dickens of George Eliot, die kan wel tegen een beschrijvinkske van een paar pagina’s meer of  minder.

Er zijn momenteel in totaal acht boeken, waarvan 1-6 een overkoepelende plotlijn hebben en dan 0.5 en 0.75 later geschreven zijn maar wel veel meer inzicht geven in de wereld en het hoofdpersonage. Al weet ik eigenlijk niet zo goed wie precies het hoofdpersonage is: de witcher uit de titel, of Ciri, een meisje met een Lot om wie het eigenlijk, uiteindelijk allemaal draait.

Sapkowski’s wereld zit prachtig in elkaar: de witcher is een door tovenaars gecreëerde mutant met buitengewone fysieke gaven, gemaakt om de monsters van de wereld te verslaan. Er hoort ook een zeer zware training bij, en veel jongeren overleven die training niet eens. Je krijgt dus meteen een schitterend uitgewerkte wereld met tovenaars, tovenaressen, landen en koningen die met elkaar in oorlog liggen, monsters, zangers, elfen en dwergen die wegens hun ras worden uitgemoord… Het is geen fraaie wereld die geschetst wordt, maar wel eentje die klopt in een middeleeuwse setting. High fantasy, als het ware.

En daarin beweegt Geralt, de witcher uit de titel, zich voort als een knuppel in een hoenderhok. Als mutant wordt hij nergens geaccepteerd, overal scheef bekeken, en zijn sociale vaardigheden zijn op zijn minst niet optimaal te noemen. In de serie geeft Henry Cavill gestalte aan het personage, en het is een waar feest om naar te kijken.

Maar langzaam verschuift de focus van het verhaal naar Ciri, heb ik de indruk. Soms vind ik dat wat jammer, want de witcher is intrigerend, maar aan de andere kant kan je die mens niet tot in den treure monsters laten verslaan zonder dat het eentonig wordt ook, natuurlijk.

Ik kijk uit naar het vervolg van de reeks, ik heb net het derde boek achter de kiezen. En die uitweidingen? Die zijn me niet eens opgevallen…