Lectuur: “The Disorderly Knights” (Lymond Chronicles #3) van Dorothy Dunnet

Wat. Een. Boek.

Yup, ik ben meer en meer fan van Dorothy Dunnet, en zeker van haar Lymond Chronicles. Nee, ze leest niet als een trein, zeker niet als je het vergelijkt met pakweg Jim Butcher of Ben Aaronovitch. Daarvoor zitten er veel te veel rare wendingen, ongewone vergelijkingen en totaal vreemde woorden in haar taal: zelfs de Oxford English Dictionary herkent ze belange niet allemaal. Maar er zitten pareltjes tussen, zoals bijvoorbeeld een hearth claith dat je maar verstaat als je 1. het luidop zegt 2. Nederlands kan. Blijkbaar iets dat honderden jaren geleden wel nog gebruikt werd, en zo zit het vol.

Het zorgt ervoor dat ik dubbel zo lang lees aan één boek van haar als aan een gemiddeld ander boek, dat heb ik al vast kunnen stellen. Maar eigenlijk is dat gewoon een verlenging van het leesplezier.

Francis Crawford of Lymond, niet langer Master of Culter maar wel Comte de Sévigny, verzeilt deze keer op missie in Malta waar hij in een bloedige oorlog terechtkomt tussen de Hospitaalridders van Sint-Johannes van Jeruzalem en de Turken. Dunnet weet het bij momenten ongewoon spannend te maken, en ergens is het zelfs jammer dat je weet dat Lymond zelf het hoe dan ook zal overleven omdat er anders geen zes boeken kunnen zijn. Ze maakt er echter totaal geen punt van om hem extreem te laten afzien en sympathieke nevenpersonages zonder meer af te maken. Veel hilarische passages zitten er hier niet in, maar wel des te meer diepgaande psychologische analyses, prachtige nieuwe personages, twijfel, verrukking…

Als lezer weet je eigenlijk niet meer of je nu wel of niet mee moet voelen met Lymond. Hij is ongelofelijk intelligent, knap, charmant, maar ook bij momenten gewetenloos, wreed en vooral arrogant. En toch, toch blijkt hij altijd het morele gelijk te halen, ook al is de weg ernaartoe niet altijd even… rooskleurig. En toch zou je hem met open armen en een gezonde dosis achterdocht ontvangen.

Na Malta en vooral ook een heftige belegering in Tripoli komt hij terug naar Schotland om daar een eliteleger op te richten dat hij wil verhuren. Maar tegelijk blijft hij moeilijkheden rond zich opstapelen en blijkt hij vooral een aartsvijand in zijn onmiddellijke omgeving te hebben opgenomen. Pas doorheen het boek wordt je duidelijk wie dat is, wat die persoon al allemaal heeft ondernomen en vooral wat Lymond daartegen in stelling heeft gebracht.

De spanning druipt ervan af, en “eind goed al goed” is niet bepaald een frase die je vlotjes met Dunnet in verband brengt, zo blijkt. Altijd is er nevenschade, zijn er betreurenswaardige doden, is er onherstelbare emotionele beschadiging.

Maar net dat heeft ervoor gezorgd dat ik zowel donderdagavond als vrijdagavond tot half drie heb liggen lezen in mijn bed. Het is vakantie, ik kan het me permitteren, maar by Jove, ik doe dat lang niet voor elk boek.

Lectuur: “The Game of Kings” (Lymond Chronicles #1) van Dorothy Dunnet

Het is eigenlijk voor deze boeken dat ik besloten heb om geen reeksen meer te bespreken, maar aparte boeken, want deze verdienen het echt om een aparte beoordeling te krijgen.

Dit was me aangeraden, maar ik wist duidelijk niet waar ik aan begon: het heeft me 200 bladzijden gekost om er echt ‘in’ te geraken, maar toen kon ik het boek ook echt niet meer loslaten.

Het zegt veel over het boek dat er een apart compendium voor bestaat. En dat het wel zo handig is als je naast Engels ook Latijn, Spaans, Duits, Middelengels en Schots kan. En dat ik duidelijk mijn Rabelais en consoorten moet opfrissen.
Dame Dunnet is ongelofelijk belezen en het hoofdpersonage, Francis Crawford of Lymond, Master of Culter, speelt dan ook volop met zijn kennis. De citaten vliegen je om de oren, en gelukkig kan ik zonder enige moeite Frans, Latijn en Duits vertalen en weet ik ook wel het Spaans te begrijpen. Het Middelengels en het Schots, maar ook de immens uitgebreide Engelse woordenschat worden me gelukkig voor een groot deel aangeleverd door de ingebouwde Oxford English Dictionary, en ook Wikipedia die standaard op mijn Kindle zitten.
Maar dat wil niet zeggen dat ik alle citaten zomaar kan thuis brengen, jammer genoeg. En om er telkens weer google bij te halen, daar heb ik ook geen zin in.
Aan de andere kant is het net dat belezene dat me wel heel erg aansprak.
Het (fictieve) verhaal is dat van ene Francis Crawford of Lymond in de zestiende eeuw, een Schotse edelman, tweede zoon uit de Culter familie. Hij is erin geslaagd om zichzelf buiten de wet te laten stellen door zijn acties, terwijl hij eigenlijk in de strijd tussen Schotland en Engeland toch wel een belangrijke rol heeft gespeeld. Mede daardoor heeft hij een bende outlaws rond zich verzameld waar hij als absolute leider het land mee afschuimt. Maar er zit meer achter, zo veel meer… En zijn enige doel is zichzelf – en zijn familie – rehabiliteren.
Ik heb er geen idee van hoeveel opzoekwerk Dunnet heeft verricht voor deze historische fictieroman, maar het moet de moeite zijn geweest: zowat alle personages zijn dan ook echt en de politieke situatie is ook zeker historisch correct. Het vraagt ook wel enige moeite om mee te zijn en te blijven, vooral ook door de cryptische omschrijvingen en omsluierde uitspraken van de personages. Dunnet strooit met personages als Mary Queen of Scots, Mary de Guise Queen Dowager, Earl of Lennox, Lord George Stewart of Douglas, en het vergt wel wat concentratie om te blijven onthouden dat Sir George, de oudste Stewart, de broer van Lennox of Lord Douglas eigenlijk één en dezelfde persoon is.
Maar de intrige zit ongelofelijk goed in elkaar, bijzonder ingenieus, en ook al weet je dat het goed – enfin, toch in zekere mate – zal aflopen en dat Lymond het wel zal overleven, toch zit er gigantisch veel spanning in. Denk Game of Thrones, maar beter. Veel beter. En in de tijd vlak na Henry VIII.
Is het hoofdpersonage sympathiek? Ik ben er nog niet helemaal uit. Hij is jong, knap, atletisch, ongelofelijk intelligent, maar ook arrogant, koud, hard, beschadigd, gewetenloos en macchiavellistisch. Hij gebruikt mensen, en tegelijk zit er ook iets onzelfzuchtigs in. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik met heel veel goesting aan boek twee ga beginnen.

Lectuur: “Atonement” van Ian McEwan

Terug naar de klassiekerslijst van de BBC met deze Atonement.

Vol goeie moed begon ik aan het boek, maar meteen was ik eigenlijk wat teleurgesteld: is dit het? Het verhaal van een meisje van dertien dat vastloopt in haar fantasie, op het moment tussen kind en puber? Herkenbaar, dat wel, maar ik had eigenlijk geen behoefte aan de kinderlijke fantasie, terwijl je er meermaals aan herinnerd wordt dat ze een fout zal begaan, een misstap zal maken die niet alleen haar eigen leven, maar ook dat van een ander bijzonder grondig zal beïnvloeden. Het feit dat de auteur behoefte voelt om dat onheil aan te kondigen, om zo zijn lezer aan te sporen verder te lezen, is voor mij veelzeggend. En het is niet alsof het feit op zich niet voorspelbaar is. Hmm. Een beetje in de stijl van Jane Austen, maar dan veel minder briljant.

Deel twee krijgt dan het gezichtspunt van het slachtoffer van voorgaande fout, terwijl hij zich in het leger bevindt op het moment dat dat terugtrekt naar de Franse kust in volle WO II. Uiteraard loopt hij in de oorlog de nodige trauma’s op, maar ook de fout uit deel I heeft hem beschadigd achtergelaten.

In deel III kom je dan opnieuw in de leefwereld van Briony, het meisje uit deel I, maar dan wanneer ze een pak ouder is en een opleiding tot verpleegster volgt, deels uit schuldgevoel voor haar gemaakte fout. Ze probeert contact te zoeken met haar slachtoffer, maar vergeving zit er niet echt in.

Deel IV volgt dan dezelfde dame, maar wanneer ze al een eind in de 70 is en terugkijkt op haar leven als succesvolle schrijfster, een ambitie van het jonge meisje. Dan pas merk je dat zij eigenlijk zelf de voorgaande delen heeft geschreven, wordt een en ander ook duidelijker, en vooral de beweegredenen en motieven voor bepaalde acties komen aan het licht. Ook de stijl is anders per deel, het wordt moderner qua structuur, maar het is niet alsof een traditionele stijl me tegen de borst stuit, verre van.

Nope, het boek kon me niet echt bekoren. Niet slecht, uiteraard niet, of het zou geen klassieker zijn, maar ik vond het geen topliteratuur, om eerlijk te zijn. Het taalgebruik is niet bovengemiddeld en de psychologie, wel, goh…

3/5, wat mij betreft. Maar da’s volledig persoonlijk, natuurlijk.

Lectuur: “Gods of Blood and Powder” (trilogie) van Brian McClellan, samen met de kortverhalen

Ik denk dat ik eens alle boeken die ik lees, apart ga beginnen bespreken: het is soms jammer om een hele reeks in één keer te bespreken, en in deze coronatijden waarin een mens niks speciaals doet, is het ook al ne keer, goh, moeilijker om onderwerpen te vinden. ’t Is niet alsof we veel uit ons kot komen…

Maar deze is dus toch weer de bespreking van een trilogie. In februari had ik de eerste trilogie gelezen van Brian McClellans Powder Mage en was ik zeer begeesterd.

Ik heb daar toen alle kortverhalen bij gelezen die uiteindelijk ook in twee boeken gebundeld zijn. Er zaten echt korte verhalen bij, sommige waren bijna 90 bladzijden lang, maar allemaal gaven ze wel wat extra info over de personages uit de eerste trilogie. Niet dat ze allemaal even sterk zijn, die kortverhalen, maar dus wel aangenaam om lezen.

En toen was er de tweede trilogie die zich een tiental jaar na de eerste reeks afspeelt. De focus is verschoven naar een van de nevenpersonages uit de eerste reeks, met daarnaast een nieuw personage en een personage uit een van de kortverhalen, The Mad Lancers. Ook in de vorige boeken kreeg je een voortdurende wissel van POV (point of view), maar het absolute hoofdpersonage komt hier begrijpelijkerwijs niet meer voor.

Gelukkig komt een van de meer intrigerende personages, Taniel Two-Shot, hier wel weer uitgebreid aan bod, zij het niet als POV. De logica van de wereld is ook helemaal doorgetrokken, en het is dus een dikke aanrader om eerst die eerste trilogie te lezen voor je aan deze boeken begint.

Het blijft ook mooi om die verschillende standpunten te zien: soms worden bepaalde gebeurtenissen zelfs uit de verschillende standpunten belicht zodat je een totaal ander en vooral vollediger beeld krijgt.

Het echte hoofdpersonage is deze keer Vlora Flint, een van de officieren uit de vorige reeks, die hier aan het hoofd staat van een huurlingenleger in Fatrasta, ver van haar thuisland. Ze moet het hoofd bieden aan een grimmige vijand maar tegelijk vooral ook interne problemen zien op te lossen én een bijzonder ingrijpende gebeurtenis zien te voorkomen.

Daarnaast is er Michel, een nieuw personage dat bijzonder gelaagd blijkt te zijn, na een eerste antipathieke indruk, en dat zich willens nillens in de hoogste politieke sferen bevindt.

En dan is er Ben Styke, of zoals ik ergens las, “The Logan Ninefingers van Fatrasta”, een absolute moordmachine die blijkbaar toch veel meer een geweten heeft dan hij laat blijken.

Alles samen zorgt dit opnieuw voor een uiterst geslaagd geheel met een weldoordachte plot, bijzonder spannende momenten, goed uitgewerkte personages en toch nog het nodige mysterie.

De eerste twee boeken, Sins of Empire  en Wrath of Empire kregen van mij nog 4 sterren, Blood of Empire, als kroon op het verhaal, toch wel vijf. Ik heb ze opnieuw in een razend tempo uitgelezen…

 

The Ides of March

Ik zet hier zelden of nooit links naar andere pagina’s, maar vandaag op de Iden van Maart, de sterfdag van Caesar, vond ik dat het wel eens kon. Waarom?

Wel, het gaat om een schitterend artikel over de Iden van Maart met blijkbaar een aantal mensen die ook vandaag nog bloemen neerleggen op de plaats waar Caesar gecremeerd werd. Met filmpje, en zelfs een blik op de plaats waar hij neergestoken werd en al. Aanrader!

https://www.cosiddetto.be/latijn-leeft/15-maart-sterfdag-van-julius-caesar/

Ik heb het meteen ook aan al mijn leerlingen doorgestuurd, al betwijfel ik dat er veel zijn die het gelezen hebben.

Lectuur: “Far from the Madding Crowd” van Thomas Hardy

Tussen alle fantasy ben ik dus gestaag ook de klassiekerslijst van de BBC aan het afwerken, en ik ben wel fan van wat negentiende-eeuwse Britse schrijfsels, ja.

Van Thomas Hardy had ik tot hiertoe enkel Tess of the d’Urbervilles gelezen, lang geleden, en ik herinner me dat ik dat wel dik in orde vond. Ik begon dus eigenlijk met vrij hoge verwachtingen aan dit boek, en, goh, die zijn deels ingelost.

Hardy’s schrijfstijl ligt me wel: die typische lange beschrijvingen en verbale omzwervingen, dat mag zeker van mij. Zijn karaktertekening, daarentegen, ben ik minder fan van. Hij beschrijft zijn vrouwelijke hoofdpersonage, Batsheba, als onafhankelijk en vrijdenkend, en tegelijkertijd laat hij haar toch als een dom wicht in de paternalistische val lopen. Idem voor Gabriël: ook hij zou een uitzonderlijk personage moeten zijn, maar is tegelijkertijd bijzonder conformerend. Maar het kan ook zijn dat ik dat met een iets te hedendaagse blik bekijk, en dat hun gedrag eigenlijk voor die tijd al bijzonder non-conformistisch was.

Het verhaal is eigenlijk vrij simpel: Gabriël, een verstandige jongeman met eigenlijk behoorlijk wat tegenslag, wordt verliefd op de zelfstandige Batsheba en helpt haar een eigen boerderij te runnen. Zij beweert dat ze nooit zal trouwen, maar wanneer ze sergeant Troy tegen het lijf loopt, trouwt ze halsoverkop met hem. Met de nodige fatale afloop voor haar geluk, zoals te verwachten. Tegelijk is er ook nog een derde persoon die meer dan hartstochtelijk verliefd is op haar, een rijke herenboer Boldwood, en die begint toch wel behoorlijk bizar stalkergedrag te vertonen.

Soit, zoals te verwachten draait een en ander met de nodige peripetieën nog goed uit, na een hoop verzuchtingen en gezwijm.

Nee, dit is niet mijn favoriete boek uit die tijdsperiode. Niet dat ik het tegen mijn zin gelezen heb, maar bij momenten was het toch echt wel clichématig en met een plot die niet zou misstaan in een stationsromannetje.

Wat dan wel weer hielp, is dat er een verfilming bestaat met Mathias Schoenaerts als Farmer Oak, en ook al heb ik die niet gezien, ik kon er me wel het een en ander bij voorstellen. Toch eens bekijken, als het eens past.

Lectuur: The Powder Mage trilogy van Brian McClellan

Ik had opnieuw zin in wat fantasy, maar dan liever niet het middeleeuws gedoe, maar eens iets anders. De reeks van The Powder Mage was me meermaals aangeraden: toverij maar dan wel in een fictieve Napoleontische setting waarbij de legers musketten gebruiken, buskruit, kanonnen en dragonders, en waar de heren bakkebaarden hebben en de vrouwen korsetten. Alhoewel… net zoals bij Sanderson is de helft van het leger hier vrouwelijk en staan er evengoed vrouwen aan het hoofd van allerlei afdelingen. Blijkbaar is er zelfs een naam voor het genre: ‘flintlock fantasy’.

Er zijn ‘gewone’ tovenaars, Privileged, die hun kracht halen uit “the Else” en daarvoor handschoenen moeten dragen, willen ze zich niet verbranden. Maar er zijn dus ook de Powder Mages, personages die blijkbaar een enorme affiniteit hebben met buskruit. Wanneer ze buskruit opsnuiven of inslikken, zien ze veel scherper, zijn ze sneller en sterker en kunnen ze bijvoorbeeld een kogel een paar kilometer voortstuwen. Daardoor zijn zij zowat de enigen die Privileged kunnen uitschakelen.

Het hoofdpersonage, Tamas, is zo’n Powder Mage. In zijn jonge jaren werden die nog volledig verguisd, maar Tamas weet zich dankzij zijn krachten en vooral zijn tactisch en politiek inzicht op te werken tot veldmaarschalk. Alleen is hij niet bepaald opgezet met de manier waarop de koning het volk behandelt en zet hij een revolutie op poten. En daarbij krijgt hij natuurlijk af te rekenen met een hoop onverwachte factoren en elementen. Hij is overigens niet het enige personage: we krijgen verschillende standpunten te zien, zowel Tamas, zijn zoon Taniel en een speurder Adamat. Daarnaast komen er vreemde goden aan bod, is er dus die tovenarij en een hoop politiek gekonkel, een heuse invasie van een ander land, misverstanden, vreemde creaturen…

De wereld zit knap in elkaar, het is eens wat anders dan zwaarden en pijlen – lees: musketten en sabels – en het is bijzonder vlot geschreven. Ik moet toegeven: ik ben er helemaal voor gegaan en het tweede boek, toch 615 pagina’s, heb ik gewoon op één vakantiedag uitgelezen. Meeslepend en spannend, zo heb ik mijn boeken graag. Nochtans was ik na het eerste boek nog niet helemaal verkocht: goed, dat wel, maar niet bijzonder, dus drie sterren. Het tweede kreeg er vlotjes vijf, de verhaalopbouw is meesterlijk. Ook het derde is bijzonder goed. Aansluitend ga ik de twee verzamelingen kortverhalen lezen, die McClellan geschreven heeft in de wereld.

Ik heb net gelezen dat het verfilmd zou worden, en dan ga ik zeker en vast kijken. Al was het maar om weg te dromen bij het personage van Taniel…

Lectuur: “Honderd jaar eenzaamheid” van Gabriel García Márquez

Dit was er eentje van mijn lijst van klassiekers uit zowel de BBC-lijst als de Big Read.

Toen ik op voorhand meldde dat ik dit ging lezen, kreeg ik daar behoorlijk wat commentaar op, gaande van zeer positief tot een aantal mensen die hem absoluut niet uitgelezen kreeg. Enkele mensen die me vrij goed kennen, waarschuwden me dat ik er een kluif aan ging hebben. Maar het boek is niet voor niets een klassieker, dus ik ging ervoor.

Hmmm.

Als ik nog één keer de naam José, José Arcadio of Aureliano hoor, ga ik gillen, denk ik. Ik heb niks tegen magisch realisme, wel integendeel, maar hier had ik bij momenten zin om een stamboom op te stellen om toch maar de verschillende personages uit elkaar te kunnen houden. Het zouden er al genoeg geweest zijn moesten ze allemaal verschillende namen hebben gehad, maar als je meerdere, soms zelfs gelijktijdige personages krijgt met dezelfde naam, dan wordt het een beetje moeilijk. Naar het schijnt zit er standaard een stamboom in de meeste uitgaven, maar dat is een van de weinige nadelen aan een ebook: het bladert niet zo eenvoudig.

Enfin, ik heb me er bij momenten toch wel een beetje moeten doorheen worstelen. Het is dan ook bijna een stream of consciousness die meandert over de verschillende generaties heen, met vooral heel veel liefdesintriges en bizarriteiten. Nu, ik ben een fantasy lezer, die bizarre dingen storen me allerminst. Maar soms lijkt het wel een beetje op een soap, met van die kleine cliffhangers en goedkope plotwendingen. Waar ik het ook lastig mee had, was dat Márquez bepaalde gebeurtenissen beschrijft die achteraf absoluut niet gebeurd blijken te zijn. Ik weet wel dat het net voor een stuk om die lotsbestemming gaat, maar toch…

Ik kan eigenlijk wel begrijpen dat sommige mensen dit een prachtig boek vonden, maar mij kon het niet echt bekoren. Slecht is het niet, maar ik heb al beter gelezen. Ik heb er ook tien – weliswaar drukke – dagen over gedaan, en dat is eerder uitzonderlijk bij mij.

Hmmm.

Nope.

Lectuur: “Het tij hoog, de maan blauw” van Jolien Jantzing

Een tijdje geleden bladerde ik door de Standaard der Letteren – ik krijg die wekelijks van ons pa – toen mijn oog viel op een Nederlandstalig boek, meer bepaald een historische roman over Adrien de Gerlache en zijn Antarcticareis met de Belgica, en parallel het verhaal van Léonie Osterrieth, zijn Antwerpse geldschieter.

Geïntrigeerd las ik de bespreking en besloot om ook effectief het boek te lezen. Het leunt namelijk helemaal aan bij de larp Aether die ik beginnen spelen ben: steampunk in een interbellumwereld, waarbij mijn vorige personage zich begaf in salons en geld probeerde in te zamelen voor, jawel, een poolexpeditie.

Eigenlijk is het hoofdpersonage niet eens de Gerlache, maar wel de rijke weduwe Léonie. Ze omringt zich met kunstenaars, avonturiers en andere interessante personen in de salons die ze geeft in haar stadspaleis op de Meir. Daar leert ze dus ook Adrien de Gerlache kennen, de veel jongere ambitieuze poolreiziger. Er bloeit een innige vriendschap tussen de twee, waarbij het vooral voor Léonie jammer is dat hij qua leeftijd haar zoon zou kunnen zijn.

Na veel moeite en gelobby vertrekt de Belgica, en Léonie droomt ervan om mee aan boord te zijn, wat voor een dame van haar leeftijd en in haar positie totaal onmogelijk is. Maar dan stoppen de brieven… Wat gebeurt er met de Belgica? Waarom blijft het schip zo lang weg?

De expeditie van de Belgica was me niet onbekend, en ook de naam Roald Amundsen zal bij velen wellicht een belletje doen rinkelen. Jantzing heeft zich dan ook in allerlei bronnen verdiept, waaronder niet in het minst de correspondentie van Osterrieth met de Gerlache en daar een mooi boek uit gepuurd.
Naar mijn mening geeft het boek echt wel goed de sfeer van de Antwerpse salons weer, maar ook de bittere armoede die er bij de gewone bevolking heerste. Daarnaast krijg je, volgens Jantzing zelf toch, een accuraat beeld van de expeditie, gebaseerd op alweer de brieven van de Gerlache maar ook het dagboek van Amundsen.

Het dompelde me meteen onder in de Aethersfeer en dat had ik wel eens nodig, ja, aangezien we nu al een jaar zonder larps zitten… En daarnaast is het ook gewoon goed en vlot geschreven.

Oh, en geef toe: die boekomslag is toch om van te snoepen?

Lectuur: “The Codex Alera” van Jim Butcher

Jim Butcher kende ik al langer: zijn Dresden Files verslind ik met een ongeziene gretigheid, zo vlot zijn die geschreven. Waarom dan ook niet een van zijn andere reeksen lezen? De Codex Alera, bestaande uit zes boeken – Furies of Calderon, Academ’s Fury, Cursor’s Fury, Captain’s Fury, Princeps’ Fury, First Lord’s Fury – werd me links en rechts wel aangeraden, maar niet met veel overtuiging, had ik de indruk.

De premisse vond ik nochtans hilarisch: het verhaal gaat dat iemand Butcher uitdaagde om een verhaal of serie te schrijven waarin zowel de Romeinen als pokémons zijn verwerkt. Challenge accepted, zei Butcher, en hij schreef dit. Ik heb gigantisch genoten, ik moet het zeggen zoals het is: fantasy van de bovenste plank.

Het verhaal speelt zich af in een wereld waarin de samenleving is gebaseerd op de Romeinen: de burgers staan boven de rest, er is adel, en vooral: er zijn legioenen met centurions en alles erop en eraan, compleet met gladius en lorica. Maar waarin zit dan het grote verschil? Wel, de furies uit de titel. Elke persoon in Alera kan in minder of meerdere mate beroep doen, naarmate hij opgroeit, op een soort van oerkrachten, min of meer gelinkt met de vijf elementen. De adel beheerst zelfs alle soorten furies in hoge mate, wat hen dan ook de adel maakt. Zo kan een krachtige beheerser van windfuries stormen oproepen, maar ook vliegen en zichzelf verhullen. Aardemeesters – ja, ik vond er ook redelijk wat van Avatar in terug – kunnen ganse muren oproepen door de aardefuries aan te sturen, enzoverder.
De krachtigere vrije mensen worden de Knights in het leger, maar Butcher heeft duidelijk nooit zelf Latijn gedaan of heeft compleet lak aan de taal, want er zijn wel de Knights Aeris  en Knights Flora, maar hij heeft het ook over de Knights Ignus of Knights Ferrous. Ugh.
Maar als dat zowat mijn enige puntje van kritiek is, dan zit het wel goed, toch?

We volgen doorheen de zes boeken het verhaal van Tavi en hoe hij opgroeit en meegezogen wordt in de gebeurtenissen. Meer ga ik daar niet over zeggen wegens spoilers en al.

Maar verder heeft het echt alle klassieke kenmerken van een fantasy verhaal: een held tegen wil en dank, fysiek minder dan de rest en dus aangewezen op zijn intelligentie, verschillende soorten vijanden waaronder een hive mind, reddingen op het laatste nippertje, de wereld die zal vergaan, vrienden die hem steunen door dik en dun, een goeie vleug niet-expliciete seks, tegenkanting van de gevestigde waarden. Maar Butcher deinst er ook niet voor terug om duizenden mensen te laten sterven in oorlogen, zijn personages genadeloos af te maken en de nodige gruwelen in beeld te brengen. De ‘realiteit’ is nergens verbloemd.

Enfin, ik heb de reeks bijzonder graag gelezen: het is fijne fantasy, goed geschreven en met een goed samenhangende wereld. En die Romeinen, dat is voor mij een pluspuntje, jawel.