Assassins’ Creed Odyssey: Discovery Tour

Ik had er het al eerder over, over dit fijne spel van Ubisoft.  De wereld is bijzonder goed nagemaakt en zeer aangenaam om te spelen. Het is vooral ook echt realistisch: zo liep ik zonder aarzelen de Akropolis op, wat Kobe – die toevallig aan het kijken was – de opmerking ontlokte: “Hey mama, hoe weet jij zomaar de weg naar boven?” Awel, ik ben er al geweest en weet toevallig ook gewoon de weg via de Propyleeën en dergelijke, en dat klopt ook helemaal.

Nu vonden de makers van Ubisoft dat ze, als ze dan toch de hele Antieke Griekse wereld hadden nagebouwd, er evengoed ook nog iets nuttigs mee konden doen. Als in: een uitgebreide gidsbeurt door datzelfde Griekenland. In de Discovery Tour – gratis voor wie het spel heeft, en anders 20 euro voor een PC-download – kan je dus als personage gaan rondlopen en gidsbeurten volgen, een dertigtal in totaal, over gebouwen, dagelijks leven, filosofie, …

En in mei had Ubisoft de Discovery Tour zelfs een tijdje helemaal gratis aangeboden, iets wat ik meteen ook met beide handen aangreep. Ha ja, want als ik dat in de les wil gebruiken, dan had ik mijn Playstation mee moeten nemen naar de klas, en nu volstaat mijn laptop. Bon, ik had dat dan ook, enthousiast als altijd, op de facebookgroep van de leerkrachten Latijn en Grieks gezet.

Een paar weken later werd ik gecontacteerd door iemand van Prora, het vaktijdschrift voor classici: of ik er geen artikeltje over wilde schrijven.

Wel euh… Ja zeker?

Ik ben dus de afgelopen dagen even in die Discovery Tour gedoken, want ik speelde het spel wel, maar had dit nog niet bekeken. Enfin, het is in elk geval een aanrader, geloof me. En over een paar maanden krijgt u van mij het artikel zoals het in de Prora komt, oké?

A propos, ze hebben het ook gedaan voor het Oude Egypte, want daarin speelt Assassins’ Creed Origins zich af. De max, toch?

Lectuur: de Broken Empire trilogie van Mark Lawrence (Prince of Thorns)

In juni heb ik drie zalige fantasyboeken gelezen: duister en gritty met een goed uitgewerkte wereld, precies zoals ik ze graag heb: Prince of Thorns, King of Thorns, Emperor of Thorns, algemeen gecatalogeerd onder de stijl grimdark. En ook de schrijfstijl van Lawrence sprak me best aan.

Het geheel speelt zich af in een middeleeuwse sfeer, maar dat blijkt – zo wordt beetje bij beetje duidelijk – eigenlijk een paar duizend jaar in de toekomst, nadat de aarde verwoest is door een nucleaire apocalyps en er een nieuwe, niet-technologische beschaving ontstaat die veel weg heeft van de middeleeuwse toestanden van weleer. En zelfs na duizend jaar zijn er nog altijd no-go gebieden, zo blijkt. Maar eigenlijk speelt dat alles gewoon in de rand van het verhaal, waarin we Jorg Ancrath volgen, een compleet immorele jongen van een jaar of twaalf die onverhoeds aan het hoofd van een dievenbende komt te staan. Jawel, aan het hoofd van volwassenen, gewoon omdat hij  enerzijds bijzonder verstandig is en gestudeerd heeft, anderzijds omdat hij zelf zowat de meest immorele van de hoop is. En toch is er ook sprake van broederschap, zelfs wanneer er op bijzonder bloederige manier een hoofd wordt afgehakt of een buik wordt opengesneden.

Het verhaal is niet voor tere zieltjes, daarvoor beschrijft Lawrence bepaalde taferelen net iets te… nietsverhullend en weinig aan de verbeelding overlatend. Maar net dat realistische maakt het voor mij wel interessant. En Jorg Ancrath is, ondanks zijn verdorven karakter, ook net weer een  zeer innemend en intrigerend hoofdpersonage. Voeg daar nog een dikke vleug magie in al zijn vormen toe, en jawel, ik ben verkocht.

Geen hoogstaande literatuur, wel zeer entertainend. Dik in orde.

 

Bordeaux dag 4

Vandaag liet ik Bart slapen en ging ik zelf al in de voormiddag op cachetocht, meer bepaald in het park dat naast ons huisje lag. Dat is meteen ook het grootste park binnen Bordeaux zelf, Le Parc Bordelaise. Ik fietste rond, zag dat het mooi was, maar had wat moeite om de juiste gegevens te vinden.

Daarna fietste ik door naar nog een paar andere caches, maar tegen half elf had ik er genoeg van en reed ik terug naar mijn ventje, die nog steeds lag te slapen.

Iets na twaalf fietsten we dan terug richting de stad via het grote, oude kerkhof en hingen meteen volop de toerist uit: een salade in één van Bordeaux’ oudste brasserieën op de grote markt, in de schaduw van de kathedraal.

Daarna liet ik Bart daar met een gerust hart en een koffie achter en ging op souvenirtjesjacht. Ha ja, dat verwachten de kinderen natuurlijk wel. Met enige moeite en wat gezoek kwam ik uit op een shortje en topje voor Merel – ik had al een mini-plateautje voor haar gekocht in Parijs – twee sets kousen – waar hij zelf al naar op zoek was gegaan – en een Funkopopje van The Night King voor Wolf en een speciaal soort Rubik’s kubus voor Kobe. Ik ben er redelijk zeker van dat ik ga scoren, ja.

Een dik uur later landde ik weer bij Bart, dronk nog snel een koffie om te bekomen, en samen gingen we dan om de hoek naar het Designmuseum van Bordeaux waar enerzijds een fototentoonstelling was, en anderzijds de permanente tentoonstelling van vooral bordjes en stoelen. Waar ze overigens een originele manier hebben om te tonen dat je niet mag gaan zitten.

En toen bleek er nog een tweede deel te zijn in een oude gevangenis: een tentoonstelling over sneakers! Mij kon het niet boeien, maar Bart voelde zich in de zevende hemel. En toen was het tijd voor een ijsje, vonden we, en fietsten we ook nog verder naar het museum voor Hedendaagse kunst, alweer een prachtig gebouw met enkel videokunst. Mja.

De Keith Haring in de liftschacht was een verrassing: de achterwand van de lift was een venster, en in het naar beneden gaan zag je de lange lange tekening voorbijglijden. Jammer genoeg was het tijd en mochten we niet opnieuw naar boven om ze nog eens te bekijken.

Soit, tijd om de fietsen terug in te leveren, een Über te nemen naar ons huisje en opnieuw te genieten van de heerlijke pizza. Onze laatste avond werd een hele rustige waarbij ik heel lang buiten heb zitten lezen.

Vakantie, jawel.

 

Lectuur: “False value” van Ben Aaronovitch

In januari las ik met veel plezier de reeks “Rivers of London (Peter Grant)” van Ben Aaronvitch, een reeks in het hedendaagse London waarin er wel degelijk magie bestaat. Peter Grant is een jonge politieagent die in de tovenaarswereld rolt, en vaststelt dat de Metropolitan Police in Londen blijkbaar ook een aparte afdeling heeft voor alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft.

Zoals het hoort, heeft elk boek een aparte plot, maar loopt het hoofdverhaal verder. Peter woont intussen samen en verwacht een tweeling, en ook dat heeft een impact op zijn leven en de manier waarop hij werkt. In deze nieuwe, welja, aflevering draait alles rond artificiële intelligentie en moet Peter undercover gaan om een en ander te ontdekken. Maar uiteraard blijkt de oorzaak van de problemen magisch te zijn, zoals het hoort, en slaagt Peter erin om het op te lossen zoals alleen hij dat kan. Meer wil ik niet zeggen omdat het alleen maar spoilers zouden zijn, maar dit boek leest even vlot als de vorige, is even lichte maar goed geschreven lectuur en is dus, net zoals de rest van de reeks, ideale vakantielectuur.

 

Lectuur: “Middlemarch” van George Eliot

Ik geef het eerlijk toe, bij momenten heb ik het lastig gehad met deze klepper van 904 pagina’s uit 1871. Maar ik ben zo niet de opgevende soort, en vooral: het boek is met reden een klassieker.
Het verhaal speelt zich af in een Engelse county en meandert van het ene personage naar het andere, in de plattelandsburgerij, met al haar kleine kantjes en futiele geheimen.

Het verhaal begint met Dorothea, een meisje van 18 dat heel idealistisch trouwt met een oudere man in het idee dat ze hem echt van dienst zal kunnen zijn bij zijn schrijfwerk rond mythologie. Helaas, dat valt tegen, en we merken haar teleurstelling, haar frustratie, haar berusting.

Een van de andere mannen die naar haar hand dong, trouwt dan met haar zus, en zo loopt het verhaal van het ene gezin naar de andere situatie. De auteur neemt die burgerij met zijn enorme schrik voor verlies van aanzien zwaar op de korrel, en vooral de clerus moet het stevig ontgelden.

Af en toe komt er een ogenschijnlijk totaal losstaand personage, maar dan blijkt dat toch op een of andere manier verweven in het maatschappelijke weefsel van Middlemarch. Alles is uiteindelijk met alles verbonden, ieders beslissingen hebben een invloed op het leven van de anderen.

Daardoor raak je eigenlijk ook wel meegesleept in het verhaal, ondanks het feit dat het Engels natuurlijk niet evident is, en vooral als er zich dan drama’s afspelen. Je wil weten hoe bepaalde situaties aflopen, maar dan springt er eerst weer een ander personage tussen en moet je nog even wachten op de uiteindelijke oplossing.

Zware kost, lastig om lezen, maar toch wel de moeit waard.

Lectuur: “The Grail Trilogy” van Bernard Cornwell

Deze trilogie werd me aangeraden door verschillende mensen, en ik kan ze geen ongelijk geven. Ik heb al beter gelezen, maar zeker ook al slechter.

Het verhaal, dat over drie boeken loopt – The Archer’s Tale, Vagabond, Heretic – gaat over een jonge boogschutter, Thomas, wiens dorp uitgemoord wordt en die dan zelf ook maar een onderdeel van het Engelse leger wordt, met alle gevolgen vandien. Maar eigenlijk zit er een heuse zoektocht in naar de Heilige Graal – afhankelijk van de bron: de beker waaruit Christus dronk tijdens het laatste avondmaal, of de beker waarin zijn bloed is opgevangen toen hij aan het kruis hing. Het geheel speelt zich af in de veertiende eeuw in een zo correct mogelijk weergegeven Middeleeuwen: de belegeringen en veldslagen zijn historisch, de meeste personages ook. En toch voelt het verhaal zeker niet geforceerd aan: Thomas is van vlees en bloed en beweegt zich als Engelse boogschutter moeiteloos in de dorpen, steden en donkerte van die tijden. Verwacht dus geen echte fantasy of magie, die is er niet. De gevechten zijn dan ook heel realistisch en navenant bloederig beschreven, de verkrachtingen zijn, tsja, niets aan de verbeelding overlatend, en de hele geschetste wereld is ruw en rauw, met een diepe verachting voor de toenmalige kerk.

En ik denk dat het net dat was dat me eigenlijk wel aansprak, al zijn sommige beschrijvingen bij momenten nogal lang uitgesponnen. En hoe verliefd kan je zijn op de Engelse grote handboog? Ja, het was een machtig maar aartsmoeilijk wapen, maar Cornwell beschrijft het wel bijzonder uitgebreid.

Maar heb je graag de rauwe Middeleeuwen, met realistische beschrijvingen en een toch wel goed verhaal? Dan is dit zeker iets voor jou.

Lectuur: “Stone Cold” van Robert Swindells

Nu Wolf wat ouder is, begin ik eigenlijk ook de boeken te lezen die hij verplicht moet lezen voor school. Hij is echt geen lezer, en zo kan ik hem wat aanmoedigen en hier en daar extra uitleg geven als hij iets niet gesnapt heeft. Maar ik ga écht geen book reports voor hem schrijven, dat moet hij echt zelf doen.

Zo las ik dus “Stone Cold” van Robert Swindells, een kort boekje van amper 100 pagina’s dat ik op een uurtje of twee uit had. En ja, ik snap wel dat mijn collega Engels dit als lectuur opgeeft: het is echt toch wel op maat van pubers geschreven. Het verhaal gaat over Link, een jongen van 16 die door omstandigheden dakloos wordt in Londen, midden in de winter. Hij maakt gelukkig een paar vrienden, maar die blijken te verdwijnen…
Het verhaal gaat dus niet alleen over een jonge gast zoals de leerlingen zelf, maar er zit een stevig thrilleraspect in, zodat het ook spannend blijft.

Het enige minpuntje is misschien de taal: de auteur gebruikt Engelse jongerentaal, waar de meeste leerlingen absoluut niet mee vertrouwd zijn. Wolf haalde dat ook aan, dat hij sommige dingen niet begreep. Zo duurde het even voor hij doorhad wat een punter was, of dat dosh eigenlijk gewoon geld betekende, en dat is niet zo simpel als je al tegen je zin leest.

Maar al bij al is dit wel een fijn boekje voor de gemiddelde zestienjarige. Het einde is misschien wat abrupt en voorspelbaar, zelfs een tikje teleurstellend, maar al bij al best een fijn boekje.

Lectuur: “Red Rising #4 en #5” van Pierce Brown

Ik had hier al beschreven met hoeveel goesting ik de eerste drie boeken van Red Rising had gelezen. Daaruit volgde dan uiteraard ook het vervolg, zijnde boek vier en vijf. Ik kon het niet laten, want eigenlijk had ik beter gewacht tot boek zes ook uit was.

Deze trilogie speelt zich af 10 jaar na het einde van de vorige, en het is intussen, goh, helemaal fout gelopen. Of toch  aan het fout lopen. Over de inhoud mag ik eigenlijk niks zeggen, want dan heb je een hoop spoilers over de eerste drie boeken. Eigenlijk zijn deze boeken gewoon meer van het zelfde, maar gelukkig was dat eerste al steengoed.

Soms vervalt Brown in maniërismen, maar ik vermoed dat dat ook is omdat ik natuurlijk alle vijf de boeken na elkaar lees, wat eigenlijk niet echt de bedoeling is. Bepaalde frases komen terug, bepaalde gevechten zijn meer van het zelfde, en af en toe had ik een beetje een déja vu gevoel. Maar plotgewijs blijft het goed, je wordt nog steeds in het verhaal getrokken en de personages zijn echt meer dan “gewone mens wordt superheld wordt hero”, met diepgang, twijfels, fouten en stommiteiten.

En ja, ik kijk dus vol verwachting uit naar deel zes dat deze trilogie moet afsluiten. En ik vraag me ook wel een beetje af wie het nog allemaal zal overleven…

En misschien begin ik wel de afgeleide reeks te lezen, The Sons of Ares. Of de audioboeken te beluisteren. Of de comics te lezen.

Lectuur: “Northanger Abbey” van Jane Austen

Tussen al het fantasy- en science fiction geweld lees ik al graag eens een klassieker van de BBC-lijst. Deze eerste roman van Jane Austen stond daar echter niet tussen, maar kwam op een of andere manier op mijn Kindle terecht. En aangezien ik niet vies ben van een Austen meer of minder, dacht ik: waarom ook niet.

Wel, het is zeker geen slechte Austen, als je van het genre kostuumdrama houdt natuurlijk. Het boek volgt een wel heel naïeve jongedame van 17, Catherine, wanneer ze met rijke buren die wat extra gezelschap kunnen gebruiken, mee mag naar Bath en daar mag vertoeven in de higher society. Het draait allemaal om de juiste mensen, de juiste kleren, het juiste gedrag en uiteindelijk ook om de juiste, bij voorkeur rijke, huwelijkskandidaat en dus ook de juiste vrienden om die te leren kennen. In het tweede deel van het boek mag Catherine mee met een vriendin die ze daar in Bath heeft leren kennen naar haar huis, de Northanger Abbey, waar ze ook wel het een en het ander tegenkomt natuurlijk, voordat de happy end eraan komt.

Austen steekt vooral heerlijk de draak met de fameuze gothic novel, in haar tijd bijzonder populair, niet alleen qua thema maar ook door middel van sarcastische opmerkingen. Zo is Catherines vader “not in the least addicted to locking up his daughters” en haar moeder verkeert in uitstekende gezondheid “instead of dying in bringing the latter [sons] into the world, as anybody might expect”. Ze tekent echter haar personages wel heel mooi uit, zij het soms nogal stereotiep, maar ook dat past perfect in de tijdsgeest waarin een vrouw niet verwacht werd enige diepgang te hebben, en waarin een man zich mijlenver verheven voelde boven dat bescherming behoevende, naïeve en onnozele vrouwvolk. Tsja.

Eigenlijk gewoon een fijn tussendoortje als je houdt van die klassieke Engelse schrijfstijl, barokke stijlelementen en lichte verhalen.