Japan – dag 10: van tempels en herten. En volk. Veel volk.

Onze reisapp had gezegd dat we best vroeg gingen, maar wij zijn zo niet van de vroege opstaanders. Pas om negen uur gingen we ontbijten, maar gaven wel al onze valiezen af aan de balie want die moesten verstuurd worden naar Hiroshima, en daar gaat een nacht overheen. We hielden dus weer enkel bij wat in onze rugzakken kan voor vandaag en morgen.

Tegen tien uur zaten we op de trein richting de Rode Poorten (Torii) van Fushimi Inari-Taisha, het meest beroemde Shinto-heiligdom van Kyoto. Dat laatste zullen we geweten hebben: het was zelfs al in het station aanschuiven om naar buiten te gaan. Man, wat een volk! Maar we moeten daar niet moeilijk over doen, wij liepen er ook. Het was dan ook aanschuiven door de poorten.

Tegen elf uur zaten we opnieuw op de trein, richting Nara om daar de hertjes te bekijken. Maar eerst daar ter plekke een uitstekende burger. Wolf is echt goed in het uitzoeken van die dingen.

En dan de herten: zo grappig! Het loopt er vol met tamme herten die zodanig geconditioneerd zijn dat, als je hen begroet met een buiging, ze gewoon terugknikken in de hoop dat ze dan een speciaal voor hen gemaakt en daar verkocht koekje krijgen. En juist omdat dat zo grappig is, doet iedereen dat ook. Al kunnen naar het schijnt de dieren soms agressief worden als ze niks krijgen.

Doorheen het hertenpark liepen we ook naar Todai-ji, een van de grootste houten gebouwen ter wereld en de reusachtige bronzen Boeddha. Indrukwekkend!

Eigenlijk was het nog de bedoeling om naar Uji, naar de Byodi-in tempel te gaan, maar iedereen was tempelmoe en eigenlijk ook gewoon moe, zoals de volgende foto van tijdens de treinrit van een uur bewijst. Bart heeft er zich even mee geamuseerd…

En je ziet zelfs tempels vanuit de trein.

Die rit had me weer zodanig opgekikkerd dat ik, terwijl de rest even een dutje deed, nog naar het ambachtenmarktje voor de grote tempel naast het hotel ging. Ik vond er nog leuke spulletjes, een fijn Japans vestje voor 11 euro – je kan er bij ons de stof nog niet voor kopen – en Wolf kwam nog af want ze verkochten er precies het soort eetstokjes dat hij wou. En toen wou ik nog even de tempel binnen, maar die sloot blijkbaar om half zes. Blah. Misschien morgenvroeg?

En iets over zeven zaten we in een sushi-restaurant met zo’n lopende band. De kleur van het bordje zegt wat het kost, en blijkbaar zijn ze allemaal getagd, want om af te rekenen gaan ze gewoon even met een scanner langs de stapel en het wordt automatisch geteld. Wijs!

Kwart over acht waren we terug, voor een deugddoende vroege avond met nog een fijn heet bad. Oef.

16,000 stappen.

Japan – dag 9: fietsen in en rond Kyoto

Na een heerlijke nachtrust en een uitmuntend ontbijt – hoe kan het hier ook anders, in dit hotel? – werden we opgehaald aan het hotel door Rono, een Japanse gids die blijkbaar een tijd in de V.S. heeft gestudeerd. Zijn Engels was dan ook goed, maar soms niet heel verstaanbaar. Er stonden vijf lichtgewicht elektrische fietsjes klaar, en ja, die dingen waren echt goed!

En weg waren we: door kleine straatjes met iets dat voor een fietspad moest doorgaan, maar waar nog wat werk aan is. Eerste stop: het Shogunpaleis, ook wel Nijo kasteel genoemd, met complete rondgang en uitleg. Grappig: de houten vloeren maken een vreemd piepend geluid bij elke stap die je zet, en dat komt door de nagels. Ze noemen het nachtegalenvloer. Je mag er binnen geen foto’s nemen…

We reden verder tot aan Kinkaju-Ji, het Gouden Paviljoen, gelegen in een prachtig park. En af en toe kom je al fietsend een random tempel tegen.

Toen gingen we ramen eten met Rono: goedkoop en lekker.

Vervolgens richting een zen-rotstuin, Ryoan-ji, om dan door te fietsen naar het bamboebos.

Bizar: plots reden we door de velden en zagen we Kyoto in de verte liggen.

En dat bamboebos? Beetje overrated, denk ik dan, en vooral gigantisch druk, zoals alles in Japan eigenlijk.

En toen was het nog een klein uurtje terugfietsen naar ons hotel, door velden, langs kleine straatjes, drukke banen, maar eigenlijk wel ongelofelijk wijs.

Tegen goed half vijf waren we terug en gingen de kinderen, jawel, shoppen, want gisteren had Kobe vanalles gevonden qua kleren en werkte de kredietkaart niet. Er stond nochtans genoeg op. En Bart en ik deden, zoals het oude mensen betaamt, een tukje.

En toen namen we een taxi naar opnieuw zo’n wagyu restaurant, maar nog beter dan gisteren. Wow. Duur naar Japanse normen, maar voor ons best betaalbaar voor die kwaliteit. En Merel had wel een hongertje, ja.

En dat was onze tweede dag in Kyoto, met 18.500 stappen en zo’n 30 km. op de fiets.

Japan – dag 4: meer Tokyo

Om negen uur zaten we aan het ontbijt, om iets over tien waren we alweer onderweg naar het station. Jammer genoeg was het intussen aan het regenen, en dat zou nog wel even zo blijven.

De bedoeling was om nog voor de middag in de tempel van Edo te zijn, de oude stad van Tokyo. Alleen ging het van kwaad naar erger met Merels hoest en gesnotter, totdat ze er bij zat te huilen. We besloten om een apotheker te zoeken, maar ook hier bleven we maar zoeken tot we vaststelden dat die zich binnen in het station bevond, in de betalende zone. En daar bleken we dan eerst bij de dokter langs te moeten gaan, wat we dan maar deden, met de nodige wachttijd. Merel blijkt niet alleen een stevige zware verkoudheid te hebben, maar ook een lichte oorontsteking. Viraal of bacterieel kon hij niet vaststellen, en de vlucht zal er geen goed aan gedaan hebben, zodat hij haar antibiotica voorschreef, een middel tegen de hoest en een middel tegen het slijm. En nu maar hopen dat dat helpt…

We trokken alvast naar Asakusa met de grote Senso-Ji tempel, maar eerst gingen we ramen eten in een van de grote ketens. Euh… Het was er klein, pokkewarm en een half uur aanschuiven, met een gevoel van een fastfoodtent. Maar de ramen waren wel lekker.

En toen stonden we in het hart van het oude Tokyo, Edo dus, samen met een miljoen andere toeristen, waarvan een deel zich de moeite en het geld had gespendeerd om traditionele kleding te huren, Mooi, maar druk! We kochten er good luck charms, snoven de wierook op, en zagen dat het mooi was én een toeristenval.

Bon, een eind verder opnieuw de metro op, en nog wat verder de autonome trein die grotendeels op een eigen spoor in de lucht rijdt, wat zorgt voor knappe uitzichten op de eindeloze gebouwenzee die Tokyo is. We stapten uit aan een bekend punt met het gigantische Gundambeeld, en met een gigantisch winkelcentrum, waar de kinderen gingen shoppen en Bart en ik een koffietje dronken en ik uiteraard ook nog wel een geocache of twee meepikte.

En toen nog maar eens een minuut of twintig op die luchttrein, naar Teamlabs, een soortement instagram ervaringsding. Pokkedruk, maar dat is niks nieuws in Tokyo. En voor een deel tot aan je knieën in het water. Het meeste vond ik nu niet zo speciaal, maar wel de bewegende hangende orchideeënzee. Prachtig…

Bon, naar buiten, terug de trein op, en dan switchen naar een gewone metro. Euh… Het was intussen kwart over zeven, maar die trein zat stampvol, en dat is letterlijk te nemen: je werd geduwd en gestampt. Arwen kreeg het Spaans benauwd zodat we de volgende halte meteen zijn uitgestapt, in een zakendistrict, leek het. Wolf vond online een goed aangeprezen conveyor belt sushi op 12 minuten stappen, en daar gingen we dus naartoe. Online allemaal goed en wel, ter plekke vonden we het niet. Wij binnen in zo’n Mediamarkt-achtig iets, en blijkbaar zat dat restaurant daarboven op het zevende. En toen was er ook nog een wachtrij van een half uur, maar ergens anders ging het niet minder druk zijn, en we bleven dus wachten. Wel, het was de moeite waard. Zelden zo’n zottekot gezien, om eerlijk te zijn. Superdruk, superluid en super de max! Je bestelt iets met een aanraakschermpje voor je neus, wacht enkele minuten en het komt netjes voor je neus aan via die lopende band, met geluidssignaaltje en al. Wat een machine! Superveel en superlekker gegeten, en voor ongeveer 50 euro voor ons zes. En geloof me, Kobe deed het concept eer aan!

En toen was het voor iedereen welletjes. We spoorden naar huis, de kinderen gingen nog even rariteiten opsnorren in de 7/11, en dat was dat voor vandaag.

Eigenlijk hebben we nauwelijks iets gezien van de miljoenenstad Tokyo. We zijn pompaf, hebben de nodige kilometertjes op de teller, en toch… Ik denk dat je hier makkelijk een maand kan doorbrengen en nog niet alle interessante dingen gezien hebt. Tsja. Maar we hebben een klein smaakje van Tokyo te pakken.

18.000 stappen, btw.

Lezing NKV: “Beeldvorming over Nero als schoolvoorbeeld van desinformatie” door Koen Vandendriessche

Dit moet echt wel een van de meest bezochte lezingen geweest zijn van het NKV: het kleine zaaltje in de Rozier was eigenlijk te klein, er werden nog extra stoelen aangesleept en we waren zowaar met 41 personen!

Het onderwerp sprak dan ook wel aan, alleen jammer dat de spreker niet de allerbeste spreker was: hij legde rare pauzes, wisselde enorm van volume in zijn uitspraken en brouwde soms verwarrend lange zinnen.

Maar zijn onderwerp was dan weer zeer interessant. Keizer Nero wordt standaard afgeschilderd als een zeer slechte keizer, terwijl hij eigenlijk niet beter of niet slechter was dan andere keizers. Augustus, bijvoorbeeld, heeft minstens evenveel doden op zijn geweten, net als Constantijn.

Hoe komt het dan dat er zoveel negativiteit heerst rond zijn persoon? Het begint bij Tacitus, die al graag eens sensationeel uitpakt. Hij had echt de intentie om een roman te schrijven, en zet dus daarom bepaalde dingen net iets meer in de verf. Zo poneert hij al eens dat er “gezegd werd dat”, om dan een lange uitweiding daarover te beginnen en pas op het einde, in een kort zinnetje, te stellen dat dat eigenlijk niet echt waar bleek te zijn. Als lezer onthoud je echter het lange betoog. Suetonius neemt Tacitus over, maar dan zonder het voorbehoud, en stelt de beweringen als feiten voor. En dan later worden die door Cassius Dio al helemaal versterkt. Resultaat: een bijzonder negatief relaas op basis van vaak opzettelijk verkeerd geïnterpreteerde bronnen. Tsja.

Je moet dus bij Tacitus ook echt oplettend lezen, want je wordt snel op het verkeerde been gezet, gewoon omdat hij dat interessanter vindt.

Al bij al een echt wel interessante lezing, waarvan ik ga proberen delen in mijn syllabus rond historiografie van Tacitus te verwerken.

En toen hielp ik na afloop eventjes mee met het ronddelen van drankjes, bewonderde ik de architectuur en het feit dat er zomaar een puzzel ligt voor wie dat wenst, moest ik uiteraard ook nog een stukje leggen, en genoot ik nog maar eens van het beeld van de Boekentoren, maar dan bij nacht.

Poëziecentrum

Net zoals vorig jaar kregen Merel en ik een verjaardagscadeautje van Marleen, en wat anders dan iets uit het Poëziecentrum? Ik was vorig jaar bijzonder opgetogen over de poëziekalender van Plint en wou die opnieuw, en Merel had toen een heel mooi bord gezien met een Merelgedicht, en had daar eigenlijk nog steeds haar zinnen op gezet.

Vandaag ben ik eindelijk in het Poëziecentrum geraakt, en jawel, daar lag netjes een pakketje op ons te wachten: de kalender en het bord!

Ik bleek dan ook nog eens op het ideale moment te komen, want gisteren was het Gedichtendag en het is nog de hele week Poëzieweek, en dan krijg je in het Poëziecentrum ook nog wat extra’s. Ik kocht dus nog een bundel, kreeg er het Poëziegeschenk bij – een bundeltje over Metamorphoses – en een poster. En ik, ik was helemaal happy!

De kalender hangt intussen al op in het toilet, het bord staat in de kast en voor de poster zoek ik nog een plekje.