Lectuur: “Northanger Abbey” van Jane Austen

Tussen al het fantasy- en science fiction geweld lees ik al graag eens een klassieker van de BBC-lijst. Deze eerste roman van Jane Austen stond daar echter niet tussen, maar kwam op een of andere manier op mijn Kindle terecht. En aangezien ik niet vies ben van een Austen meer of minder, dacht ik: waarom ook niet.

Wel, het is zeker geen slechte Austen, als je van het genre kostuumdrama houdt natuurlijk. Het boek volgt een wel heel naïeve jongedame van 17, Catherine, wanneer ze met rijke buren die wat extra gezelschap kunnen gebruiken, mee mag naar Bath en daar mag vertoeven in de higher society. Het draait allemaal om de juiste mensen, de juiste kleren, het juiste gedrag en uiteindelijk ook om de juiste, bij voorkeur rijke, huwelijkskandidaat en dus ook de juiste vrienden om die te leren kennen. In het tweede deel van het boek mag Catherine mee met een vriendin die ze daar in Bath heeft leren kennen naar haar huis, de Northanger Abbey, waar ze ook wel het een en het ander tegenkomt natuurlijk, voordat de happy end eraan komt.

Austen steekt vooral heerlijk de draak met de fameuze gothic novel, in haar tijd bijzonder populair, niet alleen qua thema maar ook door middel van sarcastische opmerkingen. Zo is Catherines vader “not in the least addicted to locking up his daughters” en haar moeder verkeert in uitstekende gezondheid “instead of dying in bringing the latter [sons] into the world, as anybody might expect”. Ze tekent echter haar personages wel heel mooi uit, zij het soms nogal stereotiep, maar ook dat past perfect in de tijdsgeest waarin een vrouw niet verwacht werd enige diepgang te hebben, en waarin een man zich mijlenver verheven voelde boven dat bescherming behoevende, naïeve en onnozele vrouwvolk. Tsja.

Eigenlijk gewoon een fijn tussendoortje als je houdt van die klassieke Engelse schrijfstijl, barokke stijlelementen en lichte verhalen.

Nachtwacht

Eigenlijk al een heel oud berichtje, maar ik vond de foto’s zo leuk, dat ik het hier toch nog wilde posten.

Het is namelijk een berichtje van begin november, toen Bart met Merel naar de boekenbeurs is getrokken om er de acteurs van de Nachtwacht te zien. Ze schoven aan, en Merel kreeg niet alleen de gesigneerde boeken, maar ook een foto met de drie hoofdrolspelers. En glunderen dat ze deed!

Lectuur: “Baru Cormorant” van Seth Dickinson

De twee boeken van Baru Cormorant, ook wel The Masquerade genoemd, werden me via verschillende mensen aangeraden, en wel onder de noemer fantasy.

En fantasy mag je het wel noemen, ja: de auteur heeft een heel eigen wereld opgebouwd waarin een veroveraarsvolk de wereld wil overheersen, en onder andere het eiland van Baru overneemt, een van haar vaders vermoordt, iedereen brainwasht, hun gebruiken strafbaar maakt en hun eigen cultuur opdringt. Baru wil wraak, maar wil vooral het volk ten gronde richten, zodat iedereen weer vrij is om zijn leven en zijn cultuur op eigen manier te beleven. En daarvoor laat ze zich gewillig opnemen in dat vreemde volk, waarin ze beetje bij beetje opklimt tot een van de hoogste machthebbers. En daarbij een nietsontziend spoor van lijken en gebroken levens achter zich laat.

Het is vlot geschreven, dat zeker, maar bij momenten voor mij iets te filosofisch, iets te langdradig, iets te beschrijvend. Op andere momenten zit er dan weer heel veel vaart en heel veel spanning in, en de wereld is ook magnifiek opgebouwd, je leeft echt mee.

Ik zou het wel bij de betere fantasy indelen, jazeker, en ik kijk al uit naar het vervolg. Nog eentje om in het oog te houden dus.

Dé Van Eyck tentoonstelling

Bart had deze al maanden op voorhand geboekt, en ik had natuurlijk mijn vossenweekendje niet in mijn agenda gezet omdat het nog niet helemaal zeker was. Tsja.

Een en ander zorgde ervoor dat ik dus deze morgen al om negen uur in de auto wilde zitten, richting Gent. En we aten dus met zijn allen zeer rustig, gezellig en gemoedelijk om acht uur. Zeer uitgebreid, dat ook, ja ^^ De Vossen, het is toch iets aparts…

Enfin, tegen half elf was ik thuis, en toen bleek Bart zich een half uur miskeken te hebben: we konden maar binnen om half twaalf, niet eerder. Bon, opgejaagd voor niks dus. Ons pa was er ook al: een beetje bang voor dat fameuze coronavirus, maar we hebben hem ook gezegd dat het voorlopig nog niet echt aan de orde is, en dat er daar misschien wel veel volk ging zijn, maar dat je ze nu niet bepaald aanraakt.

Dat vele volk, dat was een beetje een understatement. Je hebt dus een window van twintig minuten waarin je naar binnen mag. Niet vroeger, niet later. We schoven even aan voor de vestiaire, en waagden ons dan in de meute. Helaas, het was er – ondanks de strenge afbakening – onaangenaam druk: je moest aanschuiven om bepaalde dingen te zien, liep door een menigte, botste tegen anderen aan… Maar de tentoonstelling op zich is echt wel de moeite: vele werken van Van Eyck, van omringende meesters, van inspiratiebronnen en navolgers, en uiteraard ook een aantal gerestaureerde panelen van het echte Lam Gods, zoals de Adam en Eva, de twee Veyts en de Mariafiguren. Ook de uitleg op de audiogids is uitstekend, zij het een beetje lang.

En – echt waar, ik zever niet – op een bepaald moment stond ik naar de Annunciatie te kijken, naar de prachtige lichtinval op de kleren van de figuur en hoe die kleren zelf licht lijken te geven, en ik kreeg kippenvel. De foto doet het echt geen recht aan, geloof me. En de details zijn… adembenemend. Onwaarschijnlijk.

Enfin, ik verloor me een beetje in de schilderijen, ons pa eigenlijk ook, en het was een dik uur later toen ik weer buitenstapte uit de eigenlijk niet eens zo grote expositie. Mijn rug had het geweten…

Bart had plaats gereserveerd in de Mub’Art, het bijhorende restaurant, en dat bleek voor een keer niet zo’n goed idee geweest te zijn: het zat er ronduit stampvol en je kon er ook alleen de basismenu krijgen, zonder keuze.

Eerst hadden ze ons in een hoekje in de tweede zaal gezet waar een groep zat die eigenlijk zeer luidruchtig was, en dat was het echt niet: we verstonden elkaar met moeite. Gelukkig is Bart er een reguliere gast en versluisde de gerant ons na een tiental minuten naar het eerste, veel rustiger deel van het restaurant. Oef.

Ons dessert hebben we zelfs aan ons voorbij laten gaan, we zijn gewoon naar huis gereden en Bart heeft in het passeren zelfs nog een taartje gekocht.

Oh, en mijlpaal: ons pa is voor het eerst weer zelf met de auto tot bij ons gereden! Hij voelde zich altijd schuldig omdat ik hem moest komen halen en terugbrengen, en dat was met alle liefde gedaan, maar het is toch wel iets makkelijker als hij zelf kan rijden natuurlijk.

Enfin, zeer fijne dag vandaag.

 

Lectuur: “Birdsong” van Sebastian Faulks

Dit was eentje van de lectuurlijst van de BBC waar ik nog nooit van gehoord had, noch van het boek, noch van de schrijver. Het was voor mij dus een grote onbekende, en toch vond ik het een zalig boek.

Het begin viel me, om eerlijk te zijn, toch wel wat tegen. Om kort te gaan: een jonge Engelsman die op bedrijfsbezoek is in Frankrijk, wordt verliefd op de vrouw van de fabriekseigenaar en begint een stomende affaire met haar. Op dit punt vond ik het eerder nog een beetje een stationsromannetje. Goed geschreven, dat wel, maar qua plot? Hmm…

Maar dan springt het verhaal naar de eerste wereldoorlog. Alweer, na “Oorlog en terpentijn” en “No Man’s Land”. Hoe Faulks daar de psychologische impact van de wreedheden en de gruwel beschrijft, deed me denken aan “Catch 22”. En tegelijk is er de connectie met het verleden en de vrouw die het hoofdpersonage achter zich heeft gelaten. Of toch niet. Of eigenlijk toch wel.

Simultaan is er het verhaal in de jaren ’70 van de kleindochter van het hoofdpersonage dat aan de hand van zijn dagboeken probeert te achterhalen wie hij was en hoe hij leefde. Maar uiteraard heeft zij ook zelf haar eigen leven en bekommernissen.

Ik geef het toe, het springen naar de jaren ’70 stoorde me bij momenten: ik wilde bij het verhaal van Wraysford blijven en niet plots in een andere verhaallijn terechtkomen, dat me pakken minder interesseerde.

Vind ik het een aanrader? Goh, ik weet het zo niet. Het is een vreemd boek met een zeer apart hoofdkarakter dat soms wel autistiforme trekjes lijkt te hebben. Maar heb ik het graag gelezen? Zeker. Een boek voor mensen die graag wat uitdaging hebben, me dunkt.

Djerba dag 6: nog veel meer cachen

Onze laatste volledige dag hier in Djerba, en de kinderen wilden het gewoon rustig houden. Ze hebben geluierd, gelezen en zelfs een half uur gezwommen in het koude water van het zwembad.

Maar ik heb geen zittend gat, luieren kan ik thuis ook doen, en er is nog zoveel te zien hier. En vooral: nog zoveel caches te doen. Om half negen zat ik aan het ontbijt, op mijn eentje, en tegen negen uur zat ik in de auto.

Ik reed vanuit Midoun zuidoostelijk naar beneden naar de kust, pikte een cache op, en deed toen de meest bevreemdende en tegelijk de mooiste cache van de 1400 exemplaren die ik al gedaan heb. Nu, de cache op zich was niks speciaals, de omgeving was dat des te meer. Daar in het zuidoosten van het eiland is er een landtong die eigenlijk pure woestijn is. Het is een zandvlakte waar kleine struikjes groeien van amper een 20 centimeter hoog, en dat is alles. Een echte weg is er niet, gelukkig toonden de cacheinstructies waar ik de asfaltbaan moest verlaten, want zelf had ik het niet gezien. Ja, er zijn bandensporen, en dat is het zowat. En daar rij je dan 6 kilometer door, moederziel alleen. Ik mocht het niet gedroomd hebben dat ik daar zou stilgevallen zijn. Aan de andere kant: zelfs daar was er gsm-bereik.

Ondertussen zie je een vreemde blok opdoemen en dichter en dichter komen: de complete ruïne van Borj El Kastil, een vroeger fort ter verdediging. Het ligt volledig in puin, wordt niet onderhouden, en ligt – zoals de rest van Djerba – vol met afval. Maar het geeft wel prachtige zichten, en er waren zowaar mensen aan het vissen.

Helemaal onder de indruk reed ik de zes kilometer terug naar de bewoonde wereld en reed de brug over die naar het vasteland leidt om er halverwege een cache te zoeken, maar helaas. Het kleinood was verdwenen, ofwel zocht ik misschien niet heel erg grondig tussen de stapel vuile luiers die daar uitgekieperd was. Ugh.

Ik reed terug het eiland op en zocht de volgende cache langs een klein aardewegje. Man, ben ik blij dat daar een cache lag, want: zowaar een Romeins graf! Niks aangeduid, geen uitleg, maar gelukkig wel wat uitleg bij de cache-omschrijving. Heerlijk! En heel indrukwekkend om te zien.

Ik reed verder waar ik nog in Guellala even genoot van het uitzicht maar de cache niet vond, en me dan terug richting riad repte om er te eten met de kinderen. Maar na de middag wilden zij nog steeds chillen en had ik nog steeds de noord- en westkant van het eiland niet gedaan. Ik dus weer in de auto, maar naar de noordkust. Eerst pikte ik een cache op in een verlaten kleine moskee en zette ik even een hotel op stelten omdat ik dringend naar het toilet moest.

We hadden er de eerste dag een pracht van een strand gezien, maar met een cache een kilometer verderop. Ik had er toen verschillende auto’s gezien die het strand waren opgereden, en ik dacht: dat kan ik ook. Ik reed tot waar het mulle zand herbegon en ploeterde dan tot aan twee verlaten huizen die daar op het strand staan en die vooral knappe graffiti hebben.

En toen reed ik terug. Dacht ik. Want jawel, ik zat bij het draaien vast in het zand. Goed gedaan, Rombaut. Gelukkig was ik niet de enige op dat strand en sprak ik een familie aan. “Pas de problème, madame!” zei de ene, sprong in mijn auto, startte, probeerde even, en reed gewoon weg. Uh? En ik die redelijk diep zat en al plastiek zakken en al onder mijn wielen had gestoken. Volgens die man was het een kwestie van gewoonte. Euh, zal wel, zeker?

Bon, ik rij dus het hele strand af en wil terug de baan op rijden. Alleen was het me niet helemaal duidelijk waar ik dat precies moest doen, en jawel… mul zand, op twee meter van het asfalt, en opnieuw vast. Ugh. Daar was een redelijk jonge vader met zijn zoontje – knappe vent, overigens – en die sprak nog een paar man extra aan, en samen hebben ze de auto gewoon weer achteruit geduwd, vlot gekregen, en me gezegd dat ik zo’n 50 meter verderop dan de baan op moest. Oef! Lang leve de Djerbezen!

Toch wel een beetje opgelucht reed ik verder, ging nog eens zoeken bij het fort in Houmt Souk waar ik de vorige keer niks had gevonden en nu wel, reed verder langs de kust voorbij de flamingo’s, probeerde een fort te spotten dat blijkbaar eigenlijk een gewoon huis was, zocht vruchteloos naar twee caches op prachtige locaties, en vond uiteindelijk wel de laatste aan een prachtige baai terwijl het avondlicht al gouden werd.

En toen repte ik me dwars over het eiland naar huis om er met het gezin te gaan eten. Een douche later zei Bart dat hij het “beste” restaurant van het eiland had uitgekozen, blijkbaar in een groot casino. Alleen hadden we niet door dat het zo chic ging zijn, of Arwen en ik hadden beiden wel een kleedje aangetrokken.

Enfin, het was traditioneel maar lekker eten, en zowaar een heuse buikdanseres die ons vergastte op een show. Moh!

Meteen wel een mooie afsluiter van onze week.

 

Djerba dag 4: op uitstap

Gisteren was ons gezin nogal lui, en daar wilde ik graag toch iet of wat verandering in brengen. Maar het weerbericht zei dat het vandaag iets meer wind ging zijn, en vrijdag dan wat warmer, zodat we besloten om niet vandaag te gaan zwemmen, maar wel naar de markt in Houmt Souk te gaan, en naar het fort en naar een oude, prachtige synagoge meer in het binnenland. Al is dat “meer” allemaal zeer relatief: het eiland is maar 25 km in doorsnede.

We parkeerden er ons op de parking aan het fort en wilden daar naar binnen gaan, maar we werden zeer enthousiast begroet door een man die van ons hotel was, maar vandaag een vrije dag had en dus geen uniform aan had en ons met plezier de markt wilde tonen. Al een chance dat wij niet in een hotel logeren, maar je moet zijn lef wel bewonderen. We lieten ons op sleeptouw nemen doorheen de grote markt tot bij een specerijenverkoper waar ik wel heb afgeboden, maar eigenlijk nog veel te veel heb betaald. Daarna troonde hij ons mee naar een prachtige binnenplaats met een lederverkoper die ons vrij snel weer buitenstak, en daarna tot bij tapijten. En toen had hij door dat we er niet op uit waren om dingen te kopen en liet hij ons met rust. Maar ik moet zeggen: hij heeft me heel veel uitleg gegeven en we zouden nooit geraakt zijn waar we waren, hartje medina, zonder met hem mee te zijn gegaan. Enfin, we dronken iets op een prachtig terras in de schaduw – het was te warm in de zon – en Merel en Arwen lieten een armbandje graveren met hun naam in het Arabisch. We liepen nog wat rond en gingen toen op zoek naar het Italiaanse restaurant waar ze op internet zo lovend over waren.

Alleen… we hadden sneller nattigheid moeten voelen, namelijk toen we gewoonweg geen kaart kregen. Het bleek een Tunesisch dagschotelrestaurant te zijn, met alweer couscous en schapenvlees, en een flannetje als dessert. Om eerlijk te zijn: er is niet erg veel gegeten door de kinderen…

Enfin, we wandelden terug naar het fort en gingen dat bezoeken: onderhouden, ja, maar niks gerestaureerd, jammer. Maar eigenlijk best wel indrukwekkend, daar op de kust van Houmt Souk.

Toen was het even welletjes, maar ik wilde toch nog zeer graag tot in Erriadh omdat daar een oude, prachtige synagoge is gelegen. We hadden voor de zekerheid onze paspoorten bij, want soms is de controle er streng. De paspoorten hebben ze niet gevraagd, wel moesten we door een metaaldetector en onze spullen door een röntgenband. Hmmm.

In de tempel zelf keken we onze ogen uit, en moesten de heren een keppeltje dragen en de dames een sjaal, uit respect. Best wel grappig, ja. De huidige tempel is nog niet zo oud, maar de locatie zelf zou al een tempel hebben gehad van 500 AC, gesticht door koning Solomon.

Maar toen, toen was het ook echt welletjes. We reden huiswaarts, puften wat uit, en gingen toen gewoon weer pizza eten in de mall. Kwestie van daar allemaal gewoon zin in te hebben.

Enfin, een gevulde dag. Fijn!

 

Geld en economie bij de Romeinen

Dat ik regelmatig naar een lezing van het NKV ga, dat kon u hier al lezen. Maar dit jaar heeft ook het Geuzenhuis een lezingenreeks rond de Romeinen. Ik slaag er niet in naar alles te gaan – ik vergeet het ook al eens – maar gisteren heb ik me richting het Geuzenhuis gerept tegen half acht, vooral omdat ik om half negen tegenover de deur de quiz had.

Jammer genoeg was het een zeer interessante lezing die langer dan een uur duurde, waardoor ik moeten weglopen ben nog voor het einde, en dan was ik nog te laat op de quiz.

Maar Koen Verboven belichtte heel knap de evolutie van een ruilhandel naar een monetair systeem met absolute waarde en vervolgens naar een fiduciair systeem.

Volgende keer ga ik proberen toch wat meer tijd uit te trekken voor die lezingen.

Lectuur: een overzicht van 2019

Tot mijn grote verbazing heb ik in 2019 gewoonweg 52 boeken gelezen! Ik had mezelf vooropgesteld om te proberen er 12 te halen, eentje per maand. Kwestie van niet ambitieus te zijn. Maar toen ben ik in mijne lees geraakt en waren het er plots ietsje meer. Het valt ook wel mee dat het echt reeksen waren, sommige, en dat dat echt vooruit gaat. Ik heb ze ook altijd allemaal – apart of per reeks – besproken hier, om een of andere reden vind ik dat wijs.

Een overzicht:

1. A Tale of Two Cities – Charles Dickens
2-4: The Gentlemen Bastards (Locke Lamora) – Scott Lynch
5: An Odyssey: a father, a son, and an epic – Daniël Mendelssohn
6-12: de eerste 7 van The Dresden Files – Jim Butcher
13-21: de volgende 9 van The Dresden Files – Jim Butcher
22: Catch 22 van Joseph Heller
23-25: de serie Imperial Radch van Ann Leckie
26: To Kill a Mockingbird van Harper Lee
27-30: De reeks rond Matthew Swift van Kate Griffin
31: Fake it till you make it van oud-leerling Kamiel De Bruyne
32-34: His Dark Materials van Philip Pullman
35: The Wind in the Willows van Kenneth Grahame
36-38: Jean le Flambeur van Hannu Rajaniemi
39: Best Served Cold van Joe Abercrombie
40: Little Women van Louisa May Alcott
41: The Heroes van Joe Abercrombie
42: Red Country van Joe Abercrombie
43: De Bekeerlinge van Stefan Hertmans
44-52: 9 boeken uit de reeks Rivers of London (Peter Grant) van Ben Aaronovitch

Het zijn dus duidelijk reeksen afgewisseld met klassiekers en hier en daar een hedendaags boek ertussen. Ik amuseer me in elk geval.

Dit jaar heb ik de challenge gezet op opnieuw 52 stuks, eentje per week. Ik ben nog steeds op schema, maar geen idee of ik ook dit jaar het ambitieuze plan kan volhouden. Ik ben in elk geval nog steeds in mijne lees.