Autozoektocht

Nee, ik ben mijn auto niet kwijt, als u zich dat mocht afvragen, al is dat wel al eens gebeurd in een ondergrondse parkeergarage.

Mijn geliefd Ford S-Max, een grote dieselbak, is namelijk 10 jaar oud en zijn uitstoot is niet meer maatschappelijk verantwoord te noemen, jammer genoeg. Ik rij namelijk dolgraag met mijn bak en eigenlijk zou hij nog wel een jaartje extra mee kunnen, denk ik, ware het niet dat hij vanaf 01 april niet meer in de Gentse binnenstad mag. Lage EmissieZone, weetuwel. Dit jaar heb ik nog kunnen betalen, al snap ik daar de logica niet helemaal van.

Maar bon, een nieuwe auto is dus aan de orde, en we zouden het liefst van al een full electric willen met vijf volwaardige zitplaatsen, een deftige bagageruimte én een rijbereik van minstens 400 kilometer. Maar hier geldt het adagium zoals dat geldt bij maatwerk: je mag twee van de drie voorwaarden kiezen: snel – goed -goedkoop, maar alle drie kan sowieso niet.

Voor elektrische wagens zijn de parameters waarvan je er maar twee van de drie mag kiezen: ruim – groot rijbereik – betaalbaar. En ik schrijf met opzet niet “goedkoop” want het begint meestal sowieso vanaf 45.000 euro.

Ofwel heeft de auto inderdaad een deftig rijbereik en is de prijs nog te doen, maar dan is vooral de achterbank niet echt comfortabel voor drie personen: de middelste is altijd een beetje benepen. Meh. We hebben ook een klein bestelbusje gezien met 7 plaatsen, ruimte voor mijn fiets en al, maar amper 200 kilometer rijbereik. Geen optie dus. En ja, Ford heeft ook een full electric met alles erop en eraan, maar die begint aan 80.000 euro, en dat hebben we er nu ook weer niet voor over, voor een stomme auto.

Hmpf.

Deze middag een testrit gedaan met een Kia, de komende dagen volgen er nog een hoop testritten, en dan uiteindelijk toch de keuze maken. Of alsnog een tweedehands benzine kopen, en nog een paar jaar wachten met full electric tot de keuze wat groter is.

Bah humbug.

Pairi Daiza dag 2

Om half acht gingen onze wekkers, want om acht uur wilden we aan het uitgebreide ontbijtbuffet zitten, waar vooral de jongens het zich bijzonder goed lieten smaken. Maar daarvoor hadden we alweer uitgebreid de beren bestudeerd. Het heeft wel wat, zo een paar beren bij je ochtendkoffie.

Tegen negen uur hadden we een groot deel ingepakt en zaten we klaar voor het voederen van de bruine beren aan ons raam, en jawel, dat was echt wel eens de moeite om te zien.

We zetten onze valiesjes klaar zodat we die later op de dag aan de receptie konden ophalen, zeiden salu tegen het huisje, en gingen kijken naar het voeren van de ijsberen. Allez ja, dat deed de rest toch, want goed halverwege merkte ik dat ik blijkbaar mijn gsm nog ergens in het huisje laten liggen had. Goed bezig. Maar in het teruglopen had ik wel een zeer tamme ooievaar op mijn pad, én zag ik eindelijk eens deftig de vrouwelijke eland. Ons logement was schuin tegenover de elanden, maar het mannetje heeft zich in twee dagen niet laten zien. Zij was net iets minder schuw, maar bon.

We spraken af bij de Canadese wolven want die werden dan weer om tien uur gevoederd – leuk, zo’n uurtje in het park voordat de deuren opengaan – en dan ging de tocht naar het Australische deel van het park.

Wolf en Kobe hadden goed in de gaten gehouden wat we nog moesten zien, en dus zagen we een babynijlpaard bij zijn moeder, nog gorilla’s, maar ook de lemuren en dergelijke, en vooral ook het aquarium. Bart had nog even getwijfeld of we niet beter rond elf uur naar huis konden gaan, maar ik ben bijzonder blij dat we alsnog wat langer gebleven zijn, want dat aquarium was echt de moeite.

En toen hadden we natuurlijk honger en waaiden we het Aziatische  restaurant binnen. Ook hier eigenlijk niet het fastfoodgevoel dat je in de meeste dierentuinen en pretparken hebt, maar een deftig restaurant. En vooral ook veel te veel.

Maar toen deden iedereen zijn voeten alweer pijn en vonden we het welletjes. We passeerden op weg naar de uitgang wel nog even de eland, en het vrouwtje stond rustig te eten. Maar dat mannetje? Koppig mormel, zeg ik u.

Enfin, mocht u nog twijfelen of Pairi Daiza een aanrader is? Dan hebt u dit verslag niet gelezen, denk ik zo.

Pairi Daiza, dag 1

Kobe had al lang gezegd dat hij voor zijn verjaardag eigenlijk elanden wil zien. Bart gaat nog eens met hem op citytrip, en misschien wordt dat dan wel Finland of zo. Maar met die coronatoestanden kunnen we niet echt ver lopen momenteel, al hebben we natuurlijk onze vakantie in Tunesië al gehad.

En toen zag Bart ergens die reclame van Pairi Daiza, en dat je er kon overnachten, en dacht hij: “Dat doen we!” Veel was er niet meer vrij – ondanks de serieuze kostprijs – maar gelukkig wel nog een Full Moon Lodge op een weekend dat ook wij vrij waren. Yes!

Iets na half tien zaten we deze ochtend in de auto, iets voor elf stonden we in de rij aan te schuiven voor de hotelformule. Ha ja, blijkbaar kan er per nacht zo’n 500 man logeren in de verschillende soorten logementen. En die Full Moon Lodge, dat is een soort van hobbithol met een ronde deur, ingegraven in een dijk, met een volledig houten interieur én zicht op de bruine beren en Europese wolven. Zàlig gewoon! Maar we mochten onze bagage gewoon afgeven, vanaf drie uur was ons huisje beschikbaar en zou de bagage er klaar staan.

Wij gingen dus meteen al op onderzoek uit: we waren nog nooit in Pairi Daiza geweest, maar uit goede bron hadden we vernomen dat het bijna niet te doen is om alles op één dag te zien, toch niet als je nog een paar voeten wil overhouden.

Al meteen passeerden we voorbij de elanden, maar die lieten zich niet zien, iets wat zo’n beetje het thema van het weekend zou worden, helaas. We liepen dan maar verder naar de uitstekende brasserie waar we jammer genoeg wel binnen moesten zitten, maar verder geen klachten hadden, noch over de mosselen, noch over de steaks. En de prijs? Goh, redelijk correct toch.

En toen ging het uiteraard verder op tocht, tot we toch tegen drie uur naar ons huisje konden, want toen vonden zowel mijn rug als die van Wolf dat een klein beetje rust misschien toch geen kwaad kon.

Het park zelf is ook gewoon  ronduit mooi, met ongelofelijk veel aandacht voor detail, veel meer dan in pakweg de Zoo of Planckendael, en dat maakt toch wel een groot verschil, ja. Er is ruimte, maar alles is ook perfect aangelegd. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken en dus ook details, tot en met vlindertjes in de klinkers op de grond, of de afboording van de perken waarbij om de zoveel stenen eentje is vervangen door een blok hout. De designers: chapeau, echt waar. En ook het landschap zonder dieren is prachtig aangelegd. Of wie legt er nu gewoon een rijstveld in het Aziatische deel?

Maar bon, onze verblijfplaats, ons hobbithol. De kamers en badkamer – met sauna en bubbelbad, wat we niet eens gebruikt hebben wegens geen tijd – heb ik zelfs niet op foto gezet.

Na een goed uur van liggen en installeren en zo trokken we er weer op uit, nieuwe diertjes. De zonen leidden ons van het ene naar het andere, en we zagen eindelijk ook een échte eland. En reptielen. En spinnen. En tijgers. En zere voeten.

Tegen kwart na zeven waren we opgefrist en zaten we in het restaurant, chiquer dan ik verwacht had, eigenlijk. Er was een driegangenmenu met een beperkte keuze, maar alles was dik in orde. Oordeel zelf.

Tegen kwart voor tien waren we terug aan ons huisje – na een enthousiaste begroeting in het passeren door een dikke zeeleeuw – en Bart vond het meer dan welletjes. Maar als hotelgast mag je in twee van de zones ook ’s nachts ongelimiteerd rondlopen en dus ging ik met de kinderen nog even tot aan de wolven. Enfin, namen de zonen me mee richting de wolven. En dat was…

Magisch.

Hoezo? Het was bijna donker, en de Canadese wolven hadden zich gegroepeerd, waren aan het spelen, en begonnen plots te huilen. In groep. Naar de maan. Ik had kippevel tot in mijn voetwortelbeentjes. Een goeie opname ervan hebben we niet, maar ik heb geprobeerd. Gewoon luisteren, zou ik zeggen.

Toen werd Merel echt moe en besloot ik met haar terug te keren, terwijl de jongens nog wat verder in het donker gingen verkennen. En begonnen de wolven opnieuw. We hebben nog een hele tijd staan luisteren…

Nog wat later kwamen de jongens thuis met schitterende ogen.

Carpe diem, noemen ze dat.

 

 

Nieuwe computers!

Ze hebben er lang op moeten wachten, onze zonen, maar vandaag hebben ze hun nieuwe vaste computers eindelijk kunnen samenstellen!

Hoezo?

Wel, Kobe had al lang gezegd dat hij een nieuwe computer nodig had, en Wolf eigenlijk ook. Ze hebben elk wel een laptop, maar om te gamen is die niet veel meer waard. Uiteindelijk gaf Bart hen elk een budget van 900 euro, en Kobe ging dan bijzonder uitgebreid uitpluizen wat hij wilde, wat hij nodig had, wat hij mooi vond… Toen hij ongeveer zijn keuze had gemaakt, bracht ik hem in contact met Bruno, een larpvriend die als hobby PCs in elkaar steekt op maat, eventueel zelfs met tweedehands onderdelen, naargelang het budget.

En toen… ontwikkelde er zich een bijzonder geanimeerd chatgesprek waarbij Kobe totaal nieuwe keuzes maakte en uiteindelijk nét binnen budget bleef. En meteen ook voor zijn broer ongeveer dezelfde computer bestelde. Maar daar hadden ze minder geluk mee: niet alle onderdelen waren binnen, en het leek nochtans ideaal voor de vakantie… Uiteindelijk bleek dat de CPU’s zelfs maar eind juli gingen binnenkomen, tot groot verdriet van beide jongens.

Maar kijk! Bruno drong nog even aan en mocht vandaag de ontbrekende onderdelen gaan ophalen in de winkel in Mechelen, waarna hij fluks naar hier kwam met mondmasker en liters gel. Samen staken ze de computers in elkaar en Bruno gaf vooral Kobe heel veel technische uitleg, want die is daar ook mega in geïnteresseerd. Jammer genoeg moest Wolf vrij snel weg naar zijn vakantiejob – meer daarover morgen of zo – maar Bruno werkte zijn toren af, en nam meteen ook mijn laptop onder handen. Bleek dat ik behoorlijk geluk had gehad dat het ding zichzelf nog niet verbrand had: er kwamen klodden, kilo’s stof uit, al bijna helemaal vervilt zelfs, en de cooling paste was zo goed als verdwenen. Enfin, Bruno gaf me onder mijn voeten, stofte het ding helemaal uit, zette het weer in orde, en nu klinkt het niet elke keer alsof hij gaat opstijgen. Enkel wanneer ik serieus zware games opstart, durft hij nog eens blazen, maar anders niet. Hoera!

En Kobe loopt intussen ronduit te glunderen, is alles aan het installeren, heeft beide schermen weer opgezet, samen met zijn fancy toetsenbord, en kan nu gamen als een volleerde nerd. En ik, ik ben zowaar jaloers op zijn setup :-p

Leuk detail: in de glazen case heeft hij zijn Morty gezet ^^

Soit, voor al uw computernoden moet u dus bij Bruno zijn. Echt. Contacteer me maar.

Saleich dag 6: de laatste

Morgen moet ik alweer naar huis, en dus was dit vandaag mijn laatste échte dag hier.

Ik ben deze voormiddag eigenlijk vooral veel geld kwijt geraakt. Véél geld, en ze hadden me nochtans zo gewaarschuwd voor die verleidelijk grote markt in Saint Giron…

Monica en ik reden samen door, Muriel en Eve kwamen achter, en Carmen stond met haar zelfgemaakte quiches, briks en desserten ergens op een andere markt. Eerst kwamen we bij een handelaar in muziekinstrumenten, waar ik ongelofelijk twijfelde over een prachtige, handgemaakte maar ook met kennis van zaken in elkaar gestoken handtrommel. Maar 120 euro vond ik nogal veel, ja. Voor tien euro kocht ik echter zo’n heerlijk schud-ei, een of andere houtsoort gevuld met korreltjes die een prachtig geluid maken. Wat verderop stak ik voor 16 euro een echte Opinel op zak, kocht ik twee zomerhoeden voor tien euro, en nog wat verder kwam ik prachtige rokken van Indische zijde tegen. Ik heb voor mezelf een donkerpaarse gekocht en voor Merel een zwarte, samen 60 euro. Tsja. En toen bleek er ook een standje met van die handgemaakte boekjes in embossed leer ingebonden, een ideaal cadeautje voor Kobe. Ik nam er voor mezelf ook eentje mee, en dan nog 6 van die kleintjes voor de Vossen. 34 euro eraan voor de moeite. Twee armbandjes voor Wolf maakten me ocharme 6 euro armer, en toen ging ik alsnog de handtrommel halen omdat het zo’n zalig ding is. De verkoper was al gezakt naar 100, en ik had nog welgeteld 110 euro op zak. En toen wilde ik er eigenlijk nog een speciaal gewatteerd tasje erbij dat eigenlijk 20 euro kostte, maar voor die tien euro was het oké. En toen bleek er geen bâton bij te zitten. Waarop de verkoper bedenkelijk keek, ik mijn portefeuille liet zien, en hij er met een grijns de speciale klopper gewoon bij stak. Ik moest wel beloven dat ik contact ging opnemen als er een probleem was, en hij toonde ook hoe ik het vel moest opspannen en ontspannen. Enfin, veel geld kwijt, maar een zalig ding.

Intussen hadden we ook Muriel en Eve opnieuw ontmoet en kochten we een gigantisch lekkere, maar sowieso gigantische burger van pulled porc noir, zoals ze het hier zo mooi zeggen.

En toen was het echt welletjes geweest en was de markt eigenlijk – gelukkig – ook afgelopen. We reden huiswaarts, ik deed een siësta, en Eve knutselde een geocache in elkaar. Zelf willen ze niet echt geocachen omdat ze liefst zo min mogelijk online willen te vinden zijn, maar ze vond het wel een fantastisch idee om er eentje in de buurt te leggen en te onderhouden. Het werd een heel mooi queer-feminist doosje, en dan moesten we uiteraard ook nog de wandeling maken die Monica en ik op de eerste dag hadden gemaakt.

Sommige foto’s kon ik opnieuw nemen, en ik moet toch wel toegeven dat mijn techniek intussen behoorlijk wat is verbeterd. Allez, hoop ik dan toch.

En de cache locatie? Een ronduit prachtige oude kastanjeboom die helemaal gedraaid is en achteraan een soort holte heeft, ideaal voor een cache natuurlijk. Knap gezien!

Eindigen deden we die avond met een koud buffetje en een karaoke, buiten onder de grote schuur. Elk hebben we een nummer gezongen, maar wel met de blonde Olgapruik op en een drinkhoorn als micro. Trànen  gelachen! En nee, daar zijn geen foto’s van. En waarom had ik die dingen mee, zult u zich misschien afvragen? Wel, het was een ideetje van Monica om eventueel rond magisch-realisme te werken, maar eigenlijk zijn we daar niet eens aan toe gekomen.

De Jonkman

Bart vond dat we met een feestweek en twee sterrenrestaurants in Bordeaux nog niet genoeg hadden gefeest voor ons 24 jaar huwelijk. Daarom had hij voor vanavond gereserveerd in De Jonkman, het Brugse tweesterrenrestaurant waar we al eerder al hadden gegeten en zo tevreden over waren.

De vorige keer was het echter in maart, rotweer, vroeg donker en zaten we ook echt binnen. Deze keer was het stralend weer en zaten we in de voorbouw met volledige glazen wanden  in de voortuin, in de zon. Een wereld van verschil, wat mij betreft.

En het eten? Magnifiek. Ik heb het bij het afrekenen ook gezegd: dat dit wat ons betreft op dezelfde hoogte staat als het Hof Van Cleve, wat de ober gracieus aannam als een toch wel zwaar compliment. Ik meende het. Succulent.

Het menu was alvast veelbelovend, we gingen voor de zes gangen, het seizoen volgens Filip Claeys.

Bij het aperitief – geen idee meer wat erin zat, maar wel zeer lekker en alcoholvrij – kregen we uiteraard al een aantal hapjes.

Rund ‘Holstein’
Tartaar / radijs / jus gebrande sla

Ik had er telkens ook de aangepaste sapjes bij, en man, diegene die die heeft samengesteld, kent zijn job qua food pairing: telkens er ongelofelijk klop op.

Pasta agnelotti
By Emanuele Mazzaroppi

Grijze garnaal DINI 62
Lamsoor / bloemkool

Catch of the day ‘Noordzee’
Gegrilde augurk / girolles / verbena

De vangst bleek een jonge kabeljauw te zijn. Oh, en prachtige glazen met een zeer fijn steeltje.

Lam
Zuring / aardappel / knoflook

Nagerecht
fris / zoet

Het was een eenvoudig aardbeientaartje met flinterdunne rabarber, de naam was wel correct, ja.

En toen kwam bij Barts koffie nog de friandises, waarvan het laatste echt wel getuigt van humor: een eetbare sigaar, behalve het sigarenbandje. Fijn!

Wat mij betreft komen we hier effectief nog. Maar er zijn er nog zo veel die we moeten afgaan…

Bordeaux dag 3

Deze keer waren we iets vroeger weg, zodat we nog rustig konden ontbijten. Enfin, voor mij een kaneelkoek, voor Bart volstond een koffie. Daarna namen we even een kijkje bij het oude amfitheater in Bordeaux, maar veel hebben ze daar niet mee gedaan: je kan het enkel vanop een afstandje bekijken, en veel is er ook niks aan te zien.

Aansluitend reden we rond en gingen we wat caches halen, maar Bart voelde zich toch echt niet oké, en dus aten we iets op het terras van zowat Bordeaux’ chiqueste brasserie. Lekker, daar niet van…

En toen ging het per fiets door nogal wat, euh, achtergestelde wijken tot aan het meer van Bordeaux, een soortement Blaarmeersen, zo bleek. Daarna fietsten we verder tot aan La Base Sous-Marine, een duikbootbunker uit de tweede wereldoorlog. We stonden met onze fietsen aan de ene kant, maar door werken konden we niet over een brugje, en toen hebben we ons nog stevig moeten haasten wegens een enorme omweg naar de ingang. En bleek die vlak bij ons oorspronkelijke punt te liggen. Hmm.

Maar het was het meer dan waard: de bunker is uitgerust met honderden camera’s, waardoor ze een ongelofelijk spektakel kunnen oproepen. Er was een lange, tsja, film over Klimt, en toen was het wel voor Bart en zijn we niet meer gebleven voor Klee.

Bart zat er tegen dan een beetje door, waardoor we gewoon rechtstreeks in de hitte – meer dan 30° – naar huis zijn gefietst, langs de boulevards, aka. de kleine ring van Bordeaux. Thuis is hij onmiddellijk in zijn bed gekropen en heb ik me gewoon zetten lezen. Heerlijk.

En tegen zeven uur gingen we weer de fiets op – Bart was weer helemaal opgeknapt – naar het volgende restaurant, Soléna, ook één Michelinster. De prijs was zo goed als het zelfde, het niveau lag toch wel wat hoger.

Nu was het al quasi donker toen we naar huis fietsten, maar geloof me: het vakantiegevoel was echt.

Online shoppen

Tsja, met zo goed als alle winkels dicht doen de pakjesdiensten gouden zaken, en dat is hier in ons gezin niet anders. We durven sowieso wel eens wat dingen online te bestellen, als we ze niet hier in onze omgeving of bij een lokale handelaar kunnen bestellen. Speelgoed ga ik bijvoorbeeld principieel bij een zelfstandige in Evergem halen, ze hebben gigantisch veel keuze en het is geen keten. En Wolf wil vaak ook speciale T-shirts en truien die je enkel maar online kan kopen.

Maar nu, tsja, nu is het bij momenten wel erg, ja. Een nieuwe blender? Check. Nieuwe schoenen voor Wolf x2? Check. Nieuwe inline skates voor Merel omdat haar oude te klein zijn? Worden verwacht. Een paarse pull die Wolf zelf betaald heeft? Check. Deftig audiomateriaal voor Bart (zowel koptelefoon als micro) nu hij zijn dagen vult met video calls? Check. Een nieuw rietje voor Kobes fagot? Werd opgestuurd door zijn lerares. Een kledingstang voor in Wolfs geherorganiseerde kast van bij de Ikea? En meteen dan twee nieuwe krukjes want de andere zijn gesneuveld? Worden verwacht. Nieuwe sandalen voor Merel want er is een riempje van de oude losgeschoten en de schoenmaker is dicht? Worden verwacht. Een nieuw blokfluithandboek voor Merel? Wordt verwacht. Een nieuwe schoolrugzak voor Wolf want in zijn oude zitten gewoonweg gaten? Is besteld.

Het lijkt veel, maar het zijn dingen die ik anders in een maand, zeker in een vakantie, ook zou halen.

Tsja, ’t is niet alsof we het momenteel zelf in een winkel kunnen gaan kopen. En dan zijn er nog de dingen die moeten wachten, zoals verf om de nogal geschonden witte muur in de woonkamer bij te werken. Die wordt op maat gemengd, vandaar. Een ideaal klusje voor nu, maar helaas, geen verf meer.

Maar bon. Gouden tijden voor de pakjesdiensten dus.

Djerba dag 7: de terugreis

Eigenlijk waren we deze morgen allemaal bijzonder snel klaar: om negen uur zat alles in de valiezen en zaten we aan het ontbijt. Omdat we nog eventjes tijd hadden, gingen we – eindelijk – nog de Fadhlounmoskee bezoeken die precies tegenover onze riadh ligt. Het gebouw is oud, perfect onderhouden, en blijkbaar zelfs UNESCO-werelderfgoed. En wij zouden het niet bezoeken, of wa? Er komen zelfs hele busladingen naartoe.

Daarna namen we afscheid maar hadden we nog wat tijd over, en reden we nog even langs de vuurtoren, want dat is zogezegd een van de sights to see on Djerba. Geen bal aan, geloof me. Enfin, tegen goed elf uur waren we op de luchthaven – onze vlucht vertrekt pas om twee uur, maar we wilden geen risico lopen met al die wilde verhalen over het coronavirus – en ik leverde de auto in. Fijn ding, duur ding, maar zeer, zeer noodzakelijk ding.

En toen… bleek ons vliegtuig drie uur vertraging te hebben, met “vermoedelijk” vertrek rond zes uur. Wat ervoor zou zorgen dat we onmogelijk nog de TGV konden halen en dus gingen moeten overnachten in Parijs. Euh…. We installeerden ons moedeloos in een troosteloos café-achtig ding daar in de vertrekhal en zuchtten. Diep.

Gelukkig heb ik een zeer ondernemende echtgenoot die ging luisteren bij andere maatschappijen daar ter plekke, en die erin slaagde om ons een vlucht te boeken bij een andere maatschappij, vertrek rond drie uur naar Paris Charles De Gaulle, en dus wel alles nog netjes op tijd. Geen idee wat het ons zal kosten, maar het bespaart ons vooral veel kopzorgen.

Bon, vliegtuig dus, totaal niks gemerkt van reisziekte deze keer, ik heb zelfs de landing gezien, we zijn fluks de luchthaven uit gewandeld, een grote taxi genomen – met een beetje file en een fijne chauffeur – en met nog anderhalf uur over in Paris Nord. We wilden er ergens iets eten, maar het was er pokkekoud en we vonden niet meteen iets deftigs, en dus zijn we met onze grote koffers maar gewoon de straat overgestoken naar de Burger King. Dat was eigenlijk gewoon dik in orde. Dan nog een twintig minuten in de kou staan koekeloeren, en dan gelukkig de trein op. Maar waar in het doorrijden, bij het ontbijt, de eerste klasse duidelijk een meerwaarde is, hebben we daar deze keer totaal niks van gemerkt: een gewone treinrit maar wel met iets extra ruimte.

Enfin, in Brussel hebben we dan nog wat staat koekeloeren want die trein had dan wel weer vertraging, maar bon.

Enfin, tegen middernacht waren we thuis en konden we meteen in onze eigen warme bedjes kruipen. Oef!

Maar het was een prachtige reis, ik heb ongelofelijk veel energie, zon, licht en rust getankt. Het was heel erg nodig, Bart heeft dat zeer goed gezien.

Hopelijk blijft het effect wel een beetje, want het worden alweer zeer drukke weken, met klassenraden, infodagen, openschooldag, projecten…

Maar de afgelopen week, dat is er eentje die ik niet meer zal vergeten.