Ikea

Eigenlijk waren Merel en ik al van plan om in de kerstvakantie naar de Ikea te gaan, maar het was er niet van gekomen. Maandag stond het netjes ingepland in de agenda, om elf uur vertrekken en al.

Het bleek er druk te zijn. Niet onverwachts, natuurlijk, maar toch. Op de eerste verdieping, tussen de ingerichte kamers, viel dat best nog mee. Merel had een field day: ze amuseerde zich rot met in zetels te gaan zitten, kasten open te trekken, om hoekjes te gaan kijken. Ik moet zeggen: sommige ontwerpers van die kamers gaan heel ver in hun details. Ik heb met één slaapkamer ook echt gelachen:

Ge moet maar eens kijken naar dat achteloze paar schoenen, of de BH gedrapeerd over de lamp…

De drukte bij het eten, dat was wat anders. Maar er zijn jonge en oude ruggen, en dus ging ik al een plaatsje zoeken, terwijl Merel netjes aanschoof. Een klein half uur later stuurde ze me dat ik mocht afkomen, en ik schoof netjes in bij haar in de rij, tot haar grote opluchting, want soms heeft ze toch nog een klein hartje.

Enfin, er werd gegeten, en toen namen we een kar en doorkruisten we de benedenverdieping. We hadden Bart plechtig beloofd niet te veel rommel mee te nemen, en dat deden we ook niet echt, vond ik. Een nieuw hoofdkussen voor mij en een dekbedovertrek met hartjes voor haar, zoals afgesproken, net zoals een nieuwe waterkan. En nog wat flesjes voor vlierbloesemsiroop en twee nepplantjes, eentje voor haar kamer en eentje voor school. Enfin, en een plantenstandaard, dat ook, ja. Tsja… Het is en blijft Ikea.

Soit, tegen drie uur waren we opnieuw thuis met nog een heerlijk lange luie middag voor de boeg.

Michelinsterren, een update

Enkele jaren geleden hadden Bart en ik een vermetel plan opgevat: op ’t gemakje zo veel mogelijk sterrenrestaurants aandoen. Tsja. Het is een hobby als een ander, zeker? Maar wel een dure…
In februari 2020 had ik daar een oplijsting van gemaakt, met de links. Intussen  heb ik gewoon de lijst van Michelin zelf overgenomen, met hun links, en als ge graag wilt weten wat ik ervan denk, dan moet ge maar in de zoekfunctie hier rechts ne keer kijken. Soit, wat we al gedaan hebben, zet ik in het rood.

We hebben nog werk, véél werk. Maar intussen hebben we ook een reservatie bij La Durée.

3 MICHELIN sterren:

Zilte (Antwerpen)
Hof van Cleve (Kruishoutem)
Boury (Roeselare)

2 MICHELIN sterren:

Brussel:

Bozar Restaurant (Brussel) N
Le Chalet de la Forêt (Ukkel)
La Villa Lorraine by Yves Mattagne (Brussel)
La Paix (Anderlecht)

Vlaanderen:

Hertog Jan at Botanic (Antwerpen)
The Jane (Antwerpen)
Colette – De Vijvers (Averbode)
Castor (Beveren-Leie)
Nuance (Duffel)
Vrijmoed (Gent)
La Durée (Izegem)
Bartholomeus (Knokke-Heist)
Cuchara (Lommel)
Ralf Berendsen (Neerharen)
Slagmolen (Opglabbeek)
De Jonkman (Sint-Kruis)

Wallonië:

L’Eau Vive (Arbre)
d’Eugénie à Emilie (Baudour)
Château du Mylord (Ellezelles)
L’Air du Temps (Liernu)
La Table de Maxime (Our)

1 MICHELIN ster:

Brussel:

Barge (Brussel) N
Comme chez Soi (Brussel)
Humus x Hortense (Elsene) N
La Canne en Ville (Elsene)
Da Mimmo (St-Lambrechts-Woluwe)
Kamo (Elsene)
Le Pigeon Noir (Ukkel)
senzanome (Brussel)
La Villa Emily (Brussel)
La Villa in the Sky (Elsene)

Vlaanderen:

Kelderman (Aalst)
’t Overhamme (Aalst)
Bistrot du Nord (Antwerpen)
The Butcher’s son (Antwerpen)
DIM Dining (Antwerpen)
Dôme (Antwerpen)
Fine Fleur (Antwerpen)
’t Fornuis (Antwerpen)
FRANQ (Antwerpen)
Het Gebaar (Antwerpen)
GLASS (Antwerpen) N
Kommilfoo (Antwerpen)
Misera (Antwerpen) N
Nathan (Antwerpen)
Nebo (Antwerpen)
Le Pristine (Antwerpen)
Hofke van Bazel (Bazel)
Sans Cravate (Brugge)
Zet’Joe by Geert Van Hecke (Brugge)
De Zuidkant (Damme)
Marcus (Deerlijk)
Hostellerie Le Fox (De Panne)
Hostellerie Vivendum (Dilsen)
Hostellerie St-Nicolas (Elverdinge)
Libertine (Erpe)
La Belle (Geel)
De Kristalijn (Genk)
Horseele (Gent)
OAK (Gent)
Publiek (Gent)
Sensum (Gent) N
Souvenir (Gent)
Michel (Groot-Bijgaarden)
JER (Hasselt)
Ogst (Hasselt)
Arenberg (Heverlee)
Couvert couvert (Heverlee)
Hof Ter Hulst (Hulshout)
Boo Raan (Knokke-Heist)
Cuines,33 (Knokke-Heist)
Sel Gris (Knokke-Heist)
Table d’Amis (Kortrijk) N
EED (Leuven)
EssenCiel (Leuven)
De Pastorie (Lichtaart)
Rebelle (Marke)
Vol-Ver (Marke)
Tinèlle (Mechelen)
’t Korennaer (Nieuwkerken-Waas)
M-Bistro (Nieuwpoort)
De Bakermat (Ninove) N
Aurum by Gary Kirchens (Ordingen)
Willem Hiele (Oudenburg)
Benoit en Bernard Dewitte (Ouwegem)
Maison Alain Bianchin (Overijse)
L’Envie (Sint-Denijs)
Carcasse (Sint-Idesbald)
Centpourcent (Sint-Katelijne-Waver)
Goffin (Sint-Kruis)
Sir Kwinten (Sint-Kwintens-Lennik)
Brasserie Julie (Sint-Martens-Bodegem)
’t Stoveke (Strombeek-Bever)
Melchior (Tienen)
Alter (Tongeren)
Magis (Tongeren)
De Mijlpaal (Tongeren)
Hert (Turnhout)
Sense (Waasmunster)
In den Hert (Wannegem-Lede)
Bar Bulot (Zedelgem)
Fleur de Lin (Zele)
Innesto (Zonhoven)

Wallonië:

Quai n°4 (Ath) N
Chai Gourmand (Beuzet)
Les Gourmands (Blaregnies)
Maison Marit (Braine-l’Alleud)
Philippe Meyers (Braine-l’Alleud)
Bistro Racine (Braine-le-Château)
Le Pilori (Ecaussines-Lalaing)
Le Château de Strainchamps (Fauvillers)
Aux petits oignons (Jodoigne)
Héliport Brasserie (Liège)
¡Toma! (Liège) N
Arabelle Meirlaen (Marchin)
Les Pieds dans le Plat (Marenne)
Le Comptoir de Marie (Mons)
Lettres Gourmandes (Montignies-Saint-Christophe)
Attablez-vous (Namur)
Le Gastronome (Paliseul)
La Ligne Rouge (Plancenoit)
L’Impératif (Roucourt)
Philippe Fauchet (Saint-Georges-sur-Meuse)
Quadras (Sankt-Vith)
Zur Post (Sankt-Vith)
Au Gré du Vent (Seneffe)
Le Coq aux Champs (Soheit-Tinlot)
Hostellerie Le Prieuré Saint-Géry (Solre-Saint-Géry)
Hostellerie Gilain (Sorinnes)
Le Pré des Oréades (Spa)
l’Essentiel (Temploux)
Arden (Villers-sur-Lesse) N
Le Cor de Chasse (Wéris)

Nog meer geslaagde shopping

Ook Merel moest nog een nieuwe broek hebben, maar aangezien die de hele week toneel had gehad, kon ze donderdag niet mee. Vandaag stonden we dus om kwart over tien in ’t stad, kwestie van de drukte te mijden. We moesten – noodgedwongen, ge kent dat misschien wel – passeren langs de M.A.R.T.H.A. en hoorden daar dat de fabriek van mijn favoriete collectie ermee gestopt is. Ik kon dan ook niet anders dan alsnog een ring en een ketting kopen voordat die helemaal weg zijn, toch?

Enfin, wij naar de H&M, en jawel, Merel vond er meteen een perfect passende jeans met wijde pijpen en zowaar een korte, beige pull met kabels. Ze heeft staan springen van contentement. Missie al meteen geslaagd dus.

In de C&A keken we nog even rond, hoewel we niks meer nodig hadden, en gingen dan naar de Izy voor een stevige koffie. Lekker, dat zeker, maar de twee koffies plus één chocolate chip cookie kostte evenveel als haar pull. Dat zegt veel over zowel de koffieprijzen in zo’n bar als over de kledingprijzen…

We liepen nog even het Kruidvat binnen om er krulspelden voor haar te kopen, en dat was gewoonweg dat!

Happy mama, nog veel meer happy Merel.

De wasmachine is dood, lang leve de wasmachine

Woensdag stak ik een was in, hoorde de machine netjes haar werk doen, en ging een kwartiertje of zo na het einde van de cyclus de boel in de droogkast steken.

Zoals altijd ben ik al bezig met het sorteren van vuile was, terwijl ik op de “open deur”-knop duw. Euhm? Geen reactie. Tiens. Nu, als de machine al een tijdje gestopt is, schakelt ze zichzelf uit. Ik moet ze dan eerst weer inschakelen voordat ik de deur kan openen. Ik duw dus, nog steeds vrij achteloos, op de “aan”-knop.

Niks.

Bon, ondertussen laat ik de vuile was voor wat hij is, en concentreer me op de recalcitrante machine. En merk ik dat er een vrij penetrante geur hangt van verbrand plastiek. Ik roep daar, voor de zekerheid, Wolf even bij, en jawel, ik heb me de geur niet ingebeeld.

Exit mijn wasmachine dus, een Miele van 12 jaar oud met serieus wat kilometertjes op de teller: een gezin van vijf personen met scouts en rugby en alles erop en eraan. Want de geur zegt dat er op zijn minst een kabel is doorgebrand, als het al de motor zelf niet is. Een hersteller laat een tijd op zich wachten en rekent 100 euro om langs te komen alleen al, nog zonder de kosten van reparatie, en hoe lang zou ze dan nog meegaan, als ze überhaupt nog te herstellen valt.

Bon, we keken wat rond links en rechts en kozen toen een Samsung die hele goeie reviews krijgt. Vandaag werd die al geleverd, geïnstalleerd boven en de oude werd meegenomen.

Alleen was ze niet gebruiksklaar: de afvoerslang paste niet in onze afvoerbuis. Ik ben eerst gaan kijken in de Brico voor een geschikt tussenstuk en heb toen besloten gewoon een stukje van die afvoerbuis af te snijden. Er zat namelijk een ietsje dikker stukje rubber op, zonder ogenschijnlijk nut, en na verwijdering kon het allemaal wel.

Intussen heb ik de eerste was al gedraaid, tot voldoening. Geen idee of ze ook twaalf jaar zal meegaan, maar bon. We zijn toch alweer zo ver.

Noodgedwongen shoppen met Kobe

Als er iets is dat Kobe en ik allebei niet graag doen, dan is het wel shoppen. Maar soms moet dat nu eenmaal: hij moest namelijk een kostuum hebben voor de eindejaarsbals en dergelijke, en dat kan je niet online kopen, dat moet je echt passen.

Soit, wij nog even getwijfeld of we met de auto of met de fiets gingen gaan, maar tegen vijf uur zou het beginnen regenen, en dankzij de website van Stad Gent kan je altijd de ad hoc bezetting van de parkeergarages zien. Wij dus naar de Sint-Michiels met de auto.

Van daaruit ging het vlotjes doorheen de mensenmassa naar de WE, waar we een fijne verkoopster aanklampten bij de kostuums. De eerste broek en het eerste hemd waren meteen de juiste, bij de vest moest hij een tweede exemplaar passen, en dat was dat. Op nog geen kwartier had hij een kostuum, voilà. 210 euro samen, dat valt al bij al nog mee.

Bon, nu nog een zwarte baggy broek voor hem. Binnen en buiten in een veel te drukke Zara, idem in de Brooklyn, maar in de H&M viel het mee van drukte én vond hij een prima broek, meteen ook de juiste lengte. Niet in solden, uiteraard, maar ik ben al lang blij dat hij überhaupt een broek hééft.

Langs de Australian Icecream passeren is altijd riskant, en dus had ik een ijsje en hij een warme wafel mee, en daarmee wandelden we tot aan de Izy voor respectievelijk een Maple Chestnut koffie – veel te zoet – en een warme chocolademelk. We waaiden nog even de C&A binnen en vonden daar de perfecte “Rory Gilmore” trui voor Merel, alleen niet in de juiste maat. Die hebben we dan daarna thuis online besteld, ze stond te springen van blijdschap.

En toen deed Kobe me nog een immens plezier door samen met mij nog tot aan de achterkant van het Gravensteen te wandelen en daar een cache te loggen.

Al bij al een fijne, productieve middag gehad met mijn middelste zoon, en we hebben zelfs geen enkele keer ruzie gemaakt! Missie volledig geslaagd!

Nieuwe fietsen

Zowel Kobe als Merel hadden het al een paar keer gezegd: hun fietsen waren echt aan vervanging toe. Ze rijden er dan ook alle dagen 10 km mee, door weer en wind, en die fietsen zien af.

Kobe reed met Wolfs “oude” fiets, volgens hem sinds zeven jaar al, sinds zijn zesde studiejaar, want toen had Wolf een vintage koersfiets gekregen (blijkbaar in 2018, maar bon). Wolf had er toen al een paar jaar mee gereden en het was op zich al een tweedehands. We hebben er veel kosten aan gehad omdat er altijd wel iets was met de versnellingen of de wielen. Gelukkig was Kobe al een tijdje zelf zijn remblokken aan het vervangen, want die versleten nog het meest. En net gisteren was hij thuis gekomen met zijn spatbord in de hand. Juist ja.

Merel reed dan weer met oma’s fiets. Die had daar zelf een aantal jaar mee gefietst, en dan werd dat mijn fiets, tot ik mijn elektrische kocht. Het ding was dus ook al intens gebruikt, Merel heeft er nu ook een paar jaar mee gereden, en het zadel was lichtjes gescheurd, de handvaten gebarsten, hij maakte een raar geluid en een van de spatborden was kapot. Oh ja, en ze had een platte band, de dag nadat die hersteld was. Hmm.

Soit, wij dus naar Huis Tange, want ik weet dat zij tal van tweedehandsfietsen staan hebben die ze perfect in orde zetten en dan weer verkopen. Kobe kreeg een stevig model met zelfs compleet nieuwe wielen voor 165 euro. Niet de mooiste fiets, maar wel zowat de stevigste, zei de fietsenmaker. Merel ging voor een stevig effen zwart model van 220 euro en ook die zou nu wel eventjes moeten meegaan, hoop ik dan.

Enfin, twee blije kinders die vrolijk naar huis zijn gefietst op een moment dat het eventjes niet regende. Dik in orde.

En nu maar hopen dat ook Kobe van in het begin zijn fiets herkent. Merel was verontwaardigd toen ik zei, terwijl ze allebei naast me in de zetel zaten: “Zeg, zorg dat je je fiets goed bekijkt zodat je hem herkent tussen die 500 andere fietsen op school!” Maar ik zei dat eigenlijk vooral tegen Kobe en hij herkende zich daar volledig in. Ja, mijn zoon en ik…

Bar Bask

Bart wilde eigenlijk al heel erg lang hier eens gaan eten: we hadden ooit een reservatie, maar toen bleek ik iets niet mijn agenda gezet te hebben en ging het dus niet door. En een reservatie vast krijgen blijkt dus niet evident te zijn, want nog steeds is dit restaurant aan het begin van de Brusselsesteenweg bijzonder hip en populair.

Was het daarmee misschien dat onze verwachtingen wat te hoog gespannen waren? Geen idee…

Wat wij vooral vaststelden, is dat het er druk en luid is, dat je er lang moet wachten op je eten – als ze je al niet vergeten, zoals bij de uitleg over het menu of het brengen van het water – en dat het er behoorlijk duur is voor wat je krijgt.

Ik bedoel maar: een grote lap perfect gebakken maar lauw vlees – bleu chaud is in mijn ogen toch op zijn minst warm, indien het niet heet is – voor honderd euro voor twee personen? Voor aardappelen (7.60 €) of een slaatje (3.80 €) betaal je immers nog bij. En eerlijk? Ik heb al beter vlees gegeten voor veel minder geld. Het was niet bepaald Wagyubeef… Twee langoustines, gewoon gegrilld zonder verdere bereiding, kost je 20 euro, 10 euro per beestje dus. De mergpijp met geroosterd brood (15.90 €) was dan weer uitmuntend, maar dat heeft dan ook niet echt een bereiding nodig. En voor water van de pomp betaal je vier euro per persoon, maar dat moet je blijkbaar wel een paar keer vragen.

Resultaat was dat we ook geen dessert hebben genomen, om eerlijk te zijn. Het hoefde voor ons niet meer. We deelden in feite allebei dezelfde mening: we bleven op onze figuurlijke honger zitten, we hadden echt beter verwacht. Misschien zijn we ondertussen wat blasé geworden door alle sterrenrestaurants, maar voor 185 euro voor aperitief, voorgerecht en hoofdgerecht, met water, mocht het wel wat meer zijn.

En iets zegt me dat we deze Bar Bask ook niet meteen een herkansing zullen geven. Het zal er de volgende keer, zolang het zo gehypet blijft, niet minder druk, minder luid of minder duur op geworden zijn. Als ik het vergelijk met pakweg de 125, dan weet ik wat ik moet kiezen, en dat voor de helft van de prijs. Tsja.

Precies echt

Het wordt altijd maar reëler en reëler, dat appartement van ons. Niet alleen staat de ruwbouw er, vandaag zijn we zowel keuken als badkamers/toiletten moeten gaan kiezen.

Ik voelde me nog steeds doodmoe, maar ik wilde Bart toch niet alleen laten kiezen. Ik bedoel maar: we komen heel goed overeen qua smaak, maar toch… Gelukkig bleek bij Ilwa – de keukenbouwer waarmee Wyckaert samenwerkt – ene Steve een bijzonder beminnelijk en vooral meedenkend persoon te zijn. Hij gaf ons een standaard voorbeeld, luisterde twee minuten en legde het voorbeeld opzij. Wyckaert heeft een budget voorzien van 10.000 euro voor die keuken, maar zeg nu zelf: een volledige keuken met kasten, schuiven, kookeiland, kookplaat, vaatwas, oven en koelkast voor die prijs? De toestellen alleen kosten meer dan dat, als je ze allemaal samen rekent… Enfin, we lieten ons eigenlijk niet beperken door de prijs en kozen onze goesting. Dat we grandioos over budget gingen zitten, daar had Bart op voorhand al rekening mee gehouden en dus extra budget voorzien. Nog een chance…

Steve luisterde, paste aan, deed suggesties, dacht mee, zocht oplossingen, en kwam uiteindelijk met een heel mooie – en dure – keuken.

Het is geen geheim dat ik veel van mijn blogposts na datum schrijf, en dus heb ik ook al de rendering. We hebben voor een zwarte keuken gekozen met een houtreliëf (maar niet de tekening) en witte oppervlakten met een kleine tekening in.

De vloer moeten we nog kiezen, maar het geeft wel een goed idee.

Bon, in de namiddag gingen we richting Desco, die in badkamers en sanitair doet. Daar hadden we een budget van 7000 euro, maar ook dat ging moeilijk worden, dachten we. We willen wel geen bad, dat scheelt. Maar bon, de wc’s waren prima zoals voorgesteld, net zoals het kleine lavabootje in het toilet, en de wastafelmeubels zoals vooropgesteld. Alleen was er in de kleine badkamer geen spiegelkast voorzien, alleen een spiegel, en gingen we voor mooiere kranen dan de standaard. De kleuren zijn een zeer donkerbruin houtlaminaat met wit, in de toon van de keuken dus, maar wel met twee grote laden.

En toen waren er de douches. In de kleine badkamer wordt het een gewone douche, maar door de plaatsing worden het schuifdeuren die in de hoek opengaan, iets duurder dus.

En de grote douche? Wel… Er was een douchebak van 1.20 m vooropgesteld, met een glazen zijwand en gewoon open aan de achterzijde, met een op de muur gemonteerde douchekranenset. Na een hoop rondgeloop – de verkoper hier was een pak minder behulpzaam: hij toonde enkel, dacht niet mee, probeerde niet echt oplossingsgericht te zijn – zijn we uitgekomen op een douchebak van 1.60 m, volledig met glas en dus een grote schuifdeur, met een ingewerkte douchekranenset. Boven budget? Ja dus, maar niet zo overdreven deze keer.

Alleen zit er nog geen grote badkamerkast in – die gaan we op maat moeten laten maken – en ook de infraroodcabine zit er nog niet bij. Daar gaan we ook gewoon mee wachten, denk ik: de plaats is voorzien, het stopcontact ook, maar de uitwerking is voor later, als we er ook echt wonen. Intussen hebben we gewoon een fijne grote badkamer.

Eulogie voor een heldhaftige microgolf

Zaterdag heb ik onze microgolf dood moeten verklaren. Op zich niks bijzonders, natuurlijk, ware het niet dat dat exemplaar al ouder was dan mijn eigen huwelijk. Die microgolf was namelijk het toestel dat Bart op zijn kot had staan, uit 1989. En ja, die is die jaren eigenlijk vrij intens gebruikt, al zeker twee keer per dag om melk voor mijn koffies op te warmen, om nog van al de rest niet te spreken.

Vierendertig jaar is het ding geworden. Het belletje werkte al lang niet meer, maar dat was eigenlijk ook het enige. Voor de rest warmde hij dapper ons eten op, jaar na jaar, kookte hij pudding, maakte hij luiewijvenvlaai en deed hij gewoon wat een microgolf moest doen.

Het lijkt vreemd, maar ik ga het ding missen. Zondag stond er al een gloednieuw zwart exemplaar in de kast te pronken, maar dat is niet hetzelfde. We moeten nog wennen aan dat ding. En dat heeft overigens het lef om “Ping!” te zeggen, stel je voor!

Raar hoe een mens soms ook aan dingen zo gewend kan raken dat je ze mist. Sorry, lieve microgolf, je mag nu in de garage genieten van je pensioen, tot je naar het containerpark gaat. Sic transit gloria mundi…

Berlijn, dag vijf

Ik wilde graag nog eens buitenshuis ontbijten en had in de Spreegold, waar we de vorige keer waren, pancakes op het menu gezien. We liepen eerst nog even de straat af op zoek naar iets anders, maar blijkbaar gaat alles op zaterdag wat later open. Bon, twintig voor tien zaten we neer, een paar minuten voor tien kregen we ons ontbijt, en eigenlijk moesten we om tien uur op de fiets zitten. Juist ja. De pancakes zagen er overigens zalig uit, maar waren niet te vreten: de pancakes zelf waren eerder brood dan pannenkoeken en de kersen waren van die ingemaakte, superzoete brol. Ugh, ik heb de helft laten liggen en ze zijn de rest van de dag op mijn maag blijven liggen. Bart zijn ontbijt had dat weer een enorm hipstergehalte…

Soit, we zaten dus niet om tien uur op de fiets, maar nogal wat later, wat maakte dat we aan een hels tempo de 8 kilometer – met een hoop rode lichten – richting Hohenschönhausen hebben gefietst, want daar hadden we een tijdsslot geboekt om 10.40 uur.

Hohenschönhause, dat is de Stasigefängnis, en man, daar was ik eventjes niet goed van. Berlijn, dat associeer je doorgaans met de tweede wereldoorlog en met de Berlijnse Muur, maar het verhaal dat daarachter zit… De Stasi is het inlichtingenapparaat, de geheime spionagedienst van de DDR. Aangezien tegen de bouw van de Muur in 1961 al een vijfde van de bevolking van de DDR was weggelopen, bleek voor hen niet de conclusie te zijn dat het systeem moest veranderen, maar dat ze de mensen moesten opsluiten zodat ze niet meer kònden weglopen. Ergo: de Muur, op 13 augustus 1961. Maar tegen dan zat deze gevangenis al de hele tijd vol. Na de Wereldoorlog zaten daar oorlogsmisdadigers van wie ze inlichtingen wilden. Mensen spreken niet zomaar, en dus werd er gefolterd. Eerst fysiek, daarna vooral psychologisch. De gevangenis was ook ondergronds en staatsgeheim.

Zie je de deuropening hierboven? Dat was een cel. Nee, niet de ruimte erna, de deuropening op zich. Ze is ongeveer 1.65 meter hoog – ik paste er net in – en net breed en wijd genoeg om in recht te staan. Zodra je ook maar ietsje groter bent, sta je helemaal gekromd. Na vijf minuten begint je lichaam al te protesteren, na twintig minuten doet alles pijn. Soms lieten ze mensen hier drie volle dagen in staan: je ondertekent elke, maar dan ook elke bekentenis om nooit terug te moeten.

Zo was er ook een volledig verduisterde, ronde gecapitonneerde ruimte: de “relaxruimte”. Dolgedraaide psychiatrische patiënten moeten daar soms in om te kalmeren, maximaal anderhalf uur. De Stasi sloot er mensen soms enkele dagen in op, in de complete duisternis, complete stilte – je hoort enkel je eigen hartslag – in een dwangbuis, zodat je in je eigen excrementen in slaap valt, alles brandt, je geen hoekje hebt om in te schuilen… Mensen die het psychisch overleefden – fysiek was je immers nog compleet in orde – konden nooit meer in een afgesloten ruimte terecht, konden niet aan het werk, konden eigenlijk niet meer functioneren.

De meesten werden gewoon opgesloten in een groepscel, met 30 tegelijk in een kleine kamer, met het verbod om te gaan liggen tussen 5.00 uur en 21.00 uur. Ze stonden geprangd tegen elkaar, het licht bleef altijd aan, en zodra het 21.00 uur werd en ze eindelijk mochten gaan zitten of liggen, werden ze uit de cel gehaald en de hele nacht ondervraagd, tot, jawel, 5.00 uur. Slaapdeprivatie, het blijkt een van de meest efficiënte foltermethodes te zijn. Dat, en honger natuurlijk.

Later kwamen er mooiere, bovengrondse cellen voor de “spionnen van het Westen”. Een op vijf burgers was een verklikker voor de Stasi, niemand voelde zich veilig. Een meisje van 15 tekende een glimlach op een poster van Stalin en werd prompt anderhalf jaar opgesloten. De cellen zagen er beter uit, er was voldoende voedsel, ze konden zich soms douchen.

Maar ook hier speelde slaapdeprivatie een grote rol: je mocht alleen ’s nachts gaan liggen, met je armen strak naast je lichaam en je hoofd in een schuine hoek gericht naar de deur, en het licht bleef altijd aan. Zodra je – in slaap gevallen – een andere houding had aangenomen, werd je – en meteen de hele gang – wakker geblaft door de bewakers. En de ondervragingen werden intussen uitgevoerd door hooggeschoolde psychologen. Juist ja.

Op het einde vertelde de jonge gids ons dat, om Duitsland opnieuw verenigd te krijgen, de DDR had bedongen dat niemand die niets illegaals had gedaan onder het vorige regime, daarvoor kon gestraft worden. Ergo: een van de ondervragers woont nog steeds om de hoek van de gevangenis en passeert alle dagen met zijn hond. Hij ontvangt een ruim pensioen. Of zoals de bondskanselier het verwoordde: “We lossen het biologisch op”. En dat, dat zorgt blijkbaar nog steeds voor grote wrijving in het voormalige Oost-Duitsland.

En ja, toen de gids ons vroeg om niet te applaudisseren op het einde van zijn rondleiding omdat dit eigenlijk een herdenkingsmonument is voor de talloze mensen die er gestorven zijn, dat hij liever had dat we sereen zouden blijven als teken van respect, toen kreeg ik even tranen in mijn ogen, ja.

Damn.

Op een gemoedelijk tempo fietsten we in de motregen richting het Stasimuseum dat mooi aansloot bij onze voormiddag. Gelukkig stopte het met regenen zodat we in the middle of nowhere op het terras van een klein Italiaantje konden eten. Zijn Speisekarte was op zijn minst opmerkelijk. Kijk maar even.

Ik liep nog even wat verder naar een zwembad uit 1920 dat helaas gesloten is en wacht op renovatie. Wat een gebouw!

Het Stasimuseum zelf was een pak minder indrukwekkend na onze voormiddag omdat we daar al zowat alles hadden gehoord. Dit waren de feiten, de foto’s, de archieven, de oude bureaus – Bart en ik maakten allebei de opmerking dat dit evengoed bureaus zouden kunnen zijn van de Post, of de NMBS of zo – en vooral de afrekening met wat er gebeurd is, vaak met naam en toenaam.

We hadden het toen wel wat gehad met dat loodzware verleden en waren toe aan iets vrolijkers: het Computerspelletjesmuseum op de Karl Marx Allee, een zalige boulevard. In het museum zelf zijn we niet lang binnen geweest: veels en veels te druk, pokkewarm, maar wel een trip down memory lane…

Enfin, we fietsten naar huis, gingen de laders halen en brachten de fietsen binnen. Tsja, ze zijn niet open op zondag, anders hadden we de fietsen graag nog een dagje gehouden.

Maar een ijsje aan de Fernsehturm maakte wel een en ander goed. We wandelden nog even verder naar een immens shoppingcenter – denk Wijnegem maal twee of zo – en vonden daar een cadeautje – of twee of drie – voor Merel. Oef.

En toen was plots mijn pijp uit. Bart ging nog boodschappen doen terwijl ik even bleef zitten op een muurtje in de buurt.

Gelukkig hielp het wel van even te liggen en een boterhammetje te eten, zodat we tegen half acht naar het einde van de straat wandelden. Die ochtend had Bart in onze zoektocht naar een ontbijtgelegenheid een poster van Metropolis opgemerkt aan een cinemazaal aldaar. Kino Babylon is blijkbaar meer dan 100 jaar oud, de zaal is nog in authentieke staat met projectiescherm, bühne, orkestbak, platte publiekszaal met originele stoelen – auw – en zelfs een in 2019 volledig gerestaureerd cinema-orgel. Het is dan ook volledig gericht op de stomme film, met een eigen volwaardig orkest. Niet dat er geen andere films vertoond worden, de projector is hedendaags, maar het is toch wel iets unieks.

En dus zaten Bart en ik om half acht in een kleine loge van een veel te warme cinemazaal te kijken naar Metropolis met een fantastisch live-orkest. De film duurt 2.5 uur, en thuis hadden we wellicht weggezapt omdat het een hele trage film is. Maar hier, mede door de muziek, werkt het hypnotiserend en ik vond het magistraal. Een unicum, da’s zeker, en een buitenkans.

Een beetje oververhit, maar wel helemaal in extase gingen we slapen. Oef.