Multifocaal

Deze morgen kreeg ik een berichtje: mijn nieuwe bril was klaar! Euh, da’s wel echt snel, donderdagnamiddag pas besteld, maar bon, je hoort me niet klagen!

Ik dus een afspraak gemaakt en die bril gaan halen. Ik geef toe: ik was er niet helemaal gerust in. Ik ben ongelofelijk snel ongemakkelijk op alles wat beweegt, en ik herinner me vooral dat Bart drie maanden draaierig heeft gelopen toen hij overschakelde naar een multifocale bril.

Maar ik zette het ding op, en dat was dat. Héél eventjes een raar gevoel, toen ik mijn hoofd snel van de ene kant naar de andere kant zwiepte, maar verder? Nada niks noppes!

Ik vermoed dat het te maken heeft met het feit dat ik echt wel een zware bril heb en dat ik ’s nachts bijvoorbeeld rondloop zonder bril. Ik lig ook altijd te lezen in mijn bed zonder bril, mijn ogen zijn wat aanpassing dus wel gewend. Maar ik ben dus zeer blij met dat ding: ik kan probleemloos zitten breien bij het tv-kijken, ik switch zonder na te denken van het ene naar het andere… Alleen als ik languit in de zetel lig om tv te kijken, zoals ik meestal doe om mijn rug rust te gunnen, moet ik mijn oude bril toch weer aandoen: anders kijk ik door het leesbrilgedeelte en zie ik toch weer niks. Maar verder is het een zalig ding. Kortom, ik ben een tevreden mens.

Mag ook wel voor die prijs, toch?

Nieuwe bril

Hmpf.

Gisterenavond zat ik rustig te lezen, toen ik plots – onbewust had ik mijn bril wat rechter gezet – het rechteroor van mijn bril in mijn handen had. Hmm?

Blijkbaar was het veertjesmechanisme gesneuveld. Even gegoogled, en de brillenwinkel ging vandaag open om 9.30 uur. Aangezien ik pas om 10.10 uur op school moest zijn, stond ik daar dus om iets over half tien.

De opticien van dienst keek even, keek toen redelijk bedenkelijk, zocht wat op op zijn computer, en verklaarde toen dat mijn bril nog van 2015 was, dat dat model niet meer gemaakt wordt, maar dat hij heel misschien wel nog dat stukje kon bestellen en dat me dat dan 82.5 euro ging kosten. Say whut?

Euhm… Het was op zich een model geweest van meer dan 400 euro maar ik had er destijds in de solden maar 80 euro meer voor betaald. En nu ging dat onnozele veertje me er meer kosten? Hmpf. Het ambetante is dat ik geen echte reservebril heb, alleen een zonnebril op sterkte.

Soit, hij ging informeren of het nog te krijgen was, deed intussen een onnozel lakske aan mijn oor – dat was los binnen het kwartier – en ik vroeg dan maar of er al nieuwe, meer vierkante brillen waren binnengekomen. Ha ja, ik was in juli komen kijken voor een nieuwe bril, een multifocale, maar toen waren er echt alleen maar ronde brillen binnen, waar ik totaal, maar dan ook totaal niet mee sta. Ik heb er toen een paar geprobeerd en Merel kreeg bijna de lachstuipen: ofwel leek ik wel meneer de Uil, ofwel was ik een echte bomma.

Helaas, in de herfst kreeg ik een mailtje van de andere opticien die er werkt, dat hij misschien wel nog een modelletje of twee had in de nieuwe collectie, maar dat het verder ook echt allemaal ronde modellen waren. Van service gesproken!

Bon, ik had nog heel even en hun afspraak van tien uur was er nog niet, dus ik haalde die tweede erbij, die me destijds zo goed had geholpen en die dus wist wat ik wel en niet wilde, en hij haalde prompt een paar modellen voor mij uit de rekken. De mode is nog steeds redelijk rond, maar er zat gelukkig al hier en daar een uitzondering tussen.

Ik heb ze gefotografeerd, gewoon omdat ik mezelf niet in de spiegel kan zien als ik mijn bril niet op heb. Handig, hoor… En ja, het zijn de vreselijkste foto’s, maar bon.

Ik stuurde ze naar de jongens en alledrie hadden ze een andere mening. De eerste vond blijkbaar niemand goed, al vond ik die zelf wel behoorlijk speciaal. Mijn voorkeur ging uit naar nr. 3, en dat bevestigden ook twee collega’s op school. Toen ik Merel de foto’s liet zien, koos zij ook meteen nr. 3.

Ik had een afspraak om kwart over vier in de brillenwinkel en Merel vergezelde me om mee te helpen kiezen. En jawel, het is de 3 geworden. Ik twijfelde nog met de zwarte nr. 4, maar daarop zei de brillenman zelf: “Nee, die is te braaf voor u. Ik zou er niet gelukkig mee zijn mocht ge die kiezen, want ge gaat daar zelf ook niet gelukkig mee zijn.” ’t Is nog ne vrij jonge gast, maar hij kent zijn vak.

Alleen… toen kwam de prijs. De montuur is 362 euro. Niet goedkoop, maar zeker ook niet de duurste. En toen kwamen, helaas, de glazen. Met mijn zware dioptrie, astigmatisme, ontspiegeld, en vooral bifocaal komt me dat op 480 euro per glas.

Per. Glas.

Ja, ik had voor goedkopere kunnen gaan, maar dat scheelde niet zo heel erg veel en blijkbaar is het comfort toch wel merkbaar hoger. En voor mij is het iets dat ik elk wakend uur van de dag op mijn snoet heb, zonder hetwelke ik zo blind ben als een mol, en waar ik dus niet wou op beknibbelen.

Maar toch. Meer dan 1200 euro voor een bril, het is er niet naast. Bon ja, ik weet weer waarvoor ik werk, zeker?

En toen zat hij zo eventjes naar mijn huidige bril met het dooie oor te staren. Plots zegt hij: “Hebt ge efkes? Ik heb een ideetje, ik ga iets proberen.” En weg was hij. Ik hoorde gezoem, geklop, gedoe, en een tiental minuten – of zo leek het toch – later kwam hij terug, met een gerepareerde bril! Ha ja, was de uitleg, hij had nog een oude bril van hetzelfde merk liggen, eentje voor onderdelen, en ook al was dat een licht ander veermechanisme, hij wou toch proberen of het erin paste. Het kostte hem wat geboor en geslijp en gepruts, maar yup, het oor hangt eraan. Het plooit wel niet helemaal meer dicht, maar dat is het minste. “Voilà!” zei hij triomfantelijk, “ik heb u net 82 euro uitgespaard!”

Daarop zei Merel: “Ha, heb je dan die nieuwe bril nog nodig, mama?” Jawel, dat bifocale begint echt, maar echt nodig te worden.

Er zijn kosten aan, aan dat lijf van mij, maar dat wist ik al lang.

(A propos: voor die service moet u hier in Wondelgem zijn, bij Brilpunt. Echt.)

Playmobil

Playmobil en dergelijke, het is nooit echt mijn ding geweest. Tot nu: ze hebben een reeks uitgebracht van de Olympische goden en een aantal mythologische figuren. Ik zag dat en ik dacht: “Perfect voor in de klas!”

We hadden nog vakgroepbudget over en ik ging op zoek naar een kastje. Een lieve collega van godsdienst vond er eentje in de Kringwinkel in Zele, en ik bestelde een paar weken geleden een hele set: 12 goden, Hercules met een aantal van zijn werken, Odysseus en de cycloop, Achilles en Patroclos in hun strijdwagen, en ook nog Daedalos en Ikaros. Zalig gewoon!

Enfin, ik heb ze vandaag voor een deeltje uitgepakt en in het kastje gezet, en ik merk nu al dat dat te klein zal zijn, maar het is wel de max! Kijk maar…

Elke god is voorzien van zijn/haar eigen attributen en een voetstuk met in het Oudgrieks hun naam, en Daedalos en Ikaros komen met een set vleugels, een keteltje op een vuurtje, en kaarsen om te smelten en veren. Ideaal bij de gelezen tekst dus.

De rest moet ik nog uitpakken, maar ik hou u op de hoogte.

Dr. Martens

– “Zeg mamaaaaa?”

– “Ja, Merel?”

– “Zou ik soms van die Dr. Martensschoenen mogen hebben? Ik weet het, ze zijn verschrikkelijk duur, ze kosten 200 euro, maar ik zou ze dan vragen voor mijn verjaardag en de helft bijleggen van mijn spaarpot. Want Julie heeft er zo en Janne ook en Lieze gaat er ook zo krijgen.”

– “Euh…. Liefje, je moet sowieso schoenen hebben, dus 100 euro moet kunnen, maar schoenen van 200 euro waar je na maximaal één seizoen bent uitgegroeid? Nee, dat zie ik niet zitten, muizie. Denk maar aan je scoutsschoenen: we hebben die in juni gekocht, je hebt die vrijwel enkel op kamp gedragen en nu zijn die bijna te klein…”

Een dikke pruillip was mijn deel, maar ze begreep het wel. Alleen ken ik de ouders van Lieze en Janne, en ik ben vrij zeker dat ook Els geen 200 euro gaat uitgeven aan een paar schoenen, hoezeer ze ook in de mode zijn. Ik heb dus even online gezocht en vastgesteld dat de Dr. Martens voor volwassenen effectief 190 euro kosten, maar dat die voor kinderen “maar” 90 euro zijn. Maar bon, een paar laarzen voor Merel kost ook zoveel, helaas. En nog een chance dat ze nog maat 36 heeft, want vanaf 37 zit je bij de volwassenen…

Toen ze thuis kwam van school, zei ik dus dat we wel even tot aan een schoenenwinkel gingen rijden, en ik geloof dat ze me drie keer omhelsd heeft en vier dansjes heeft gedaan. Soit, om vijf uur in de namiddag was ze een paar donkerdonkerblauwe Dr. Martens rijker, een paar Reeboks om mee naar de dansles te gaan en een nieuwe jegging, iets waar ze al eventjes naar op zoek was.

Ze glunderde.

Oh, en wie al eens naar ’t Fabriekske gaat: loop eens tot het einde van de straat? Daar vind je een prachtig uitzicht!

Autozoektocht

Nee, ik ben mijn auto niet kwijt, als u zich dat mocht afvragen, al is dat wel al eens gebeurd in een ondergrondse parkeergarage.

Mijn geliefd Ford S-Max, een grote dieselbak, is namelijk 10 jaar oud en zijn uitstoot is niet meer maatschappelijk verantwoord te noemen, jammer genoeg. Ik rij namelijk dolgraag met mijn bak en eigenlijk zou hij nog wel een jaartje extra mee kunnen, denk ik, ware het niet dat hij vanaf 01 april niet meer in de Gentse binnenstad mag. Lage EmissieZone, weetuwel. Dit jaar heb ik nog kunnen betalen, al snap ik daar de logica niet helemaal van.

Maar bon, een nieuwe auto is dus aan de orde, en we zouden het liefst van al een full electric willen met vijf volwaardige zitplaatsen, een deftige bagageruimte én een rijbereik van minstens 400 kilometer. Maar hier geldt het adagium zoals dat geldt bij maatwerk: je mag twee van de drie voorwaarden kiezen: snel – goed -goedkoop, maar alle drie kan sowieso niet.

Voor elektrische wagens zijn de parameters waarvan je er maar twee van de drie mag kiezen: ruim – groot rijbereik – betaalbaar. En ik schrijf met opzet niet “goedkoop” want het begint meestal sowieso vanaf 45.000 euro.

Ofwel heeft de auto inderdaad een deftig rijbereik en is de prijs nog te doen, maar dan is vooral de achterbank niet echt comfortabel voor drie personen: de middelste is altijd een beetje benepen. Meh. We hebben ook een klein bestelbusje gezien met 7 plaatsen, ruimte voor mijn fiets en al, maar amper 200 kilometer rijbereik. Geen optie dus. En ja, Ford heeft ook een full electric met alles erop en eraan, maar die begint aan 80.000 euro, en dat hebben we er nu ook weer niet voor over, voor een stomme auto.

Hmpf.

Deze middag een testrit gedaan met een Kia, de komende dagen volgen er nog een hoop testritten, en dan uiteindelijk toch de keuze maken. Of alsnog een tweedehands benzine kopen, en nog een paar jaar wachten met full electric tot de keuze wat groter is.

Bah humbug.

Pairi Daiza dag 2

Om half acht gingen onze wekkers, want om acht uur wilden we aan het uitgebreide ontbijtbuffet zitten, waar vooral de jongens het zich bijzonder goed lieten smaken. Maar daarvoor hadden we alweer uitgebreid de beren bestudeerd. Het heeft wel wat, zo een paar beren bij je ochtendkoffie.

Tegen negen uur hadden we een groot deel ingepakt en zaten we klaar voor het voederen van de bruine beren aan ons raam, en jawel, dat was echt wel eens de moeite om te zien.

We zetten onze valiesjes klaar zodat we die later op de dag aan de receptie konden ophalen, zeiden salu tegen het huisje, en gingen kijken naar het voeren van de ijsberen. Allez ja, dat deed de rest toch, want goed halverwege merkte ik dat ik blijkbaar mijn gsm nog ergens in het huisje laten liggen had. Goed bezig. Maar in het teruglopen had ik wel een zeer tamme ooievaar op mijn pad, én zag ik eindelijk eens deftig de vrouwelijke eland. Ons logement was schuin tegenover de elanden, maar het mannetje heeft zich in twee dagen niet laten zien. Zij was net iets minder schuw, maar bon.

We spraken af bij de Canadese wolven want die werden dan weer om tien uur gevoederd – leuk, zo’n uurtje in het park voordat de deuren opengaan – en dan ging de tocht naar het Australische deel van het park.

Wolf en Kobe hadden goed in de gaten gehouden wat we nog moesten zien, en dus zagen we een babynijlpaard bij zijn moeder, nog gorilla’s, maar ook de lemuren en dergelijke, en vooral ook het aquarium. Bart had nog even getwijfeld of we niet beter rond elf uur naar huis konden gaan, maar ik ben bijzonder blij dat we alsnog wat langer gebleven zijn, want dat aquarium was echt de moeite.

En toen hadden we natuurlijk honger en waaiden we het Aziatische  restaurant binnen. Ook hier eigenlijk niet het fastfoodgevoel dat je in de meeste dierentuinen en pretparken hebt, maar een deftig restaurant. En vooral ook veel te veel.

Maar toen deden iedereen zijn voeten alweer pijn en vonden we het welletjes. We passeerden op weg naar de uitgang wel nog even de eland, en het vrouwtje stond rustig te eten. Maar dat mannetje? Koppig mormel, zeg ik u.

Enfin, mocht u nog twijfelen of Pairi Daiza een aanrader is? Dan hebt u dit verslag niet gelezen, denk ik zo.

Pairi Daiza, dag 1

Kobe had al lang gezegd dat hij voor zijn verjaardag eigenlijk elanden wil zien. Bart gaat nog eens met hem op citytrip, en misschien wordt dat dan wel Finland of zo. Maar met die coronatoestanden kunnen we niet echt ver lopen momenteel, al hebben we natuurlijk onze vakantie in Tunesië al gehad.

En toen zag Bart ergens die reclame van Pairi Daiza, en dat je er kon overnachten, en dacht hij: “Dat doen we!” Veel was er niet meer vrij – ondanks de serieuze kostprijs – maar gelukkig wel nog een Full Moon Lodge op een weekend dat ook wij vrij waren. Yes!

Iets na half tien zaten we deze ochtend in de auto, iets voor elf stonden we in de rij aan te schuiven voor de hotelformule. Ha ja, blijkbaar kan er per nacht zo’n 500 man logeren in de verschillende soorten logementen. En die Full Moon Lodge, dat is een soort van hobbithol met een ronde deur, ingegraven in een dijk, met een volledig houten interieur én zicht op de bruine beren en Europese wolven. Zàlig gewoon! Maar we mochten onze bagage gewoon afgeven, vanaf drie uur was ons huisje beschikbaar en zou de bagage er klaar staan.

Wij gingen dus meteen al op onderzoek uit: we waren nog nooit in Pairi Daiza geweest, maar uit goede bron hadden we vernomen dat het bijna niet te doen is om alles op één dag te zien, toch niet als je nog een paar voeten wil overhouden.

Al meteen passeerden we voorbij de elanden, maar die lieten zich niet zien, iets wat zo’n beetje het thema van het weekend zou worden, helaas. We liepen dan maar verder naar de uitstekende brasserie waar we jammer genoeg wel binnen moesten zitten, maar verder geen klachten hadden, noch over de mosselen, noch over de steaks. En de prijs? Goh, redelijk correct toch.

En toen ging het uiteraard verder op tocht, tot we toch tegen drie uur naar ons huisje konden, want toen vonden zowel mijn rug als die van Wolf dat een klein beetje rust misschien toch geen kwaad kon.

Het park zelf is ook gewoon  ronduit mooi, met ongelofelijk veel aandacht voor detail, veel meer dan in pakweg de Zoo of Planckendael, en dat maakt toch wel een groot verschil, ja. Er is ruimte, maar alles is ook perfect aangelegd. Elk gebied heeft zijn eigen kenmerken en dus ook details, tot en met vlindertjes in de klinkers op de grond, of de afboording van de perken waarbij om de zoveel stenen eentje is vervangen door een blok hout. De designers: chapeau, echt waar. En ook het landschap zonder dieren is prachtig aangelegd. Of wie legt er nu gewoon een rijstveld in het Aziatische deel?

Maar bon, onze verblijfplaats, ons hobbithol. De kamers en badkamer – met sauna en bubbelbad, wat we niet eens gebruikt hebben wegens geen tijd – heb ik zelfs niet op foto gezet.

Na een goed uur van liggen en installeren en zo trokken we er weer op uit, nieuwe diertjes. De zonen leidden ons van het ene naar het andere, en we zagen eindelijk ook een échte eland. En reptielen. En spinnen. En tijgers. En zere voeten.

Tegen kwart na zeven waren we opgefrist en zaten we in het restaurant, chiquer dan ik verwacht had, eigenlijk. Er was een driegangenmenu met een beperkte keuze, maar alles was dik in orde. Oordeel zelf.

Tegen kwart voor tien waren we terug aan ons huisje – na een enthousiaste begroeting in het passeren door een dikke zeeleeuw – en Bart vond het meer dan welletjes. Maar als hotelgast mag je in twee van de zones ook ’s nachts ongelimiteerd rondlopen en dus ging ik met de kinderen nog even tot aan de wolven. Enfin, namen de zonen me mee richting de wolven. En dat was…

Magisch.

Hoezo? Het was bijna donker, en de Canadese wolven hadden zich gegroepeerd, waren aan het spelen, en begonnen plots te huilen. In groep. Naar de maan. Ik had kippevel tot in mijn voetwortelbeentjes. Een goeie opname ervan hebben we niet, maar ik heb geprobeerd. Gewoon luisteren, zou ik zeggen.

Toen werd Merel echt moe en besloot ik met haar terug te keren, terwijl de jongens nog wat verder in het donker gingen verkennen. En begonnen de wolven opnieuw. We hebben nog een hele tijd staan luisteren…

Nog wat later kwamen de jongens thuis met schitterende ogen.

Carpe diem, noemen ze dat.

 

 

Nieuwe computers!

Ze hebben er lang op moeten wachten, onze zonen, maar vandaag hebben ze hun nieuwe vaste computers eindelijk kunnen samenstellen!

Hoezo?

Wel, Kobe had al lang gezegd dat hij een nieuwe computer nodig had, en Wolf eigenlijk ook. Ze hebben elk wel een laptop, maar om te gamen is die niet veel meer waard. Uiteindelijk gaf Bart hen elk een budget van 900 euro, en Kobe ging dan bijzonder uitgebreid uitpluizen wat hij wilde, wat hij nodig had, wat hij mooi vond… Toen hij ongeveer zijn keuze had gemaakt, bracht ik hem in contact met Bruno, een larpvriend die als hobby PCs in elkaar steekt op maat, eventueel zelfs met tweedehands onderdelen, naargelang het budget.

En toen… ontwikkelde er zich een bijzonder geanimeerd chatgesprek waarbij Kobe totaal nieuwe keuzes maakte en uiteindelijk nét binnen budget bleef. En meteen ook voor zijn broer ongeveer dezelfde computer bestelde. Maar daar hadden ze minder geluk mee: niet alle onderdelen waren binnen, en het leek nochtans ideaal voor de vakantie… Uiteindelijk bleek dat de CPU’s zelfs maar eind juli gingen binnenkomen, tot groot verdriet van beide jongens.

Maar kijk! Bruno drong nog even aan en mocht vandaag de ontbrekende onderdelen gaan ophalen in de winkel in Mechelen, waarna hij fluks naar hier kwam met mondmasker en liters gel. Samen staken ze de computers in elkaar en Bruno gaf vooral Kobe heel veel technische uitleg, want die is daar ook mega in geïnteresseerd. Jammer genoeg moest Wolf vrij snel weg naar zijn vakantiejob – meer daarover morgen of zo – maar Bruno werkte zijn toren af, en nam meteen ook mijn laptop onder handen. Bleek dat ik behoorlijk geluk had gehad dat het ding zichzelf nog niet verbrand had: er kwamen klodden, kilo’s stof uit, al bijna helemaal vervilt zelfs, en de cooling paste was zo goed als verdwenen. Enfin, Bruno gaf me onder mijn voeten, stofte het ding helemaal uit, zette het weer in orde, en nu klinkt het niet elke keer alsof hij gaat opstijgen. Enkel wanneer ik serieus zware games opstart, durft hij nog eens blazen, maar anders niet. Hoera!

En Kobe loopt intussen ronduit te glunderen, is alles aan het installeren, heeft beide schermen weer opgezet, samen met zijn fancy toetsenbord, en kan nu gamen als een volleerde nerd. En ik, ik ben zowaar jaloers op zijn setup :-p

Leuk detail: in de glazen case heeft hij zijn Morty gezet ^^

Soit, voor al uw computernoden moet u dus bij Bruno zijn. Echt. Contacteer me maar.