Commotie

Geen idee meer waar we de suggestie precies haalden, maar we hadden ergens gezien dat Gent een nieuw restaurant telde met een hoog niveau en een fijn kader. Bart zag meteen het potentieel voor onze maandelijkse culinaire uitstap en boekte.

Ter plaatse, op de Victor Braeckmanlaan in Sint-Amandsberg, twijfelden we even of we wel juist waren: een villa achter een gesloten poort? Maar we waren niet de enigen die er toe kwamen, en jawel, de poort opende zich stipt om half acht en we wandelden naar binnen. Na een lange donkere gang ontvouwde zich het restaurant als een bloem van licht, gezelligheid en donker hout.

De keuken is helemaal open, en we nestelden ons dan ook meteen aan de toog, zodat we een zicht hadden op wat er gebeurde. Het viel ons meteen op dat er op het moment zelf eigenlijk nog vrij weinig echt gekookt moest worden: een uitgebreide mise-en-place is goud waard natuurlijk. Wel was het knap om zien hoe er nog dingen geroosterd, gerookt of gekookt werden op de houtgrill.

We bestelden een aperitief en die werd vergezeld van een reeks fijne hapjes. De formule is verder vrij simpel: je neemt sowieso het maandmenu van vijf gangen voor 62 euro, maar je kan ervoor kiezen om er een signatuurgerecht bij te nemen. Voor aangepaste wijnen betaal je 36 euro extra, tenzij je liever kleine glaasjes of proevertjes hebt als bob, dan kost het je 22 euro.

Het signatuurgerecht deze maand, ratte-aardappel met Imperial Heritage Caviar,  hoefde niet meteen voor ons, we namen de gewone menu.

En toen begon het pas goed: gerecht na gerecht zagen we in elkaar gedraaid worden op bijzonder efficiënte manier. Chef Thomas Gellynck kwam het ook zelf presenteren met een woordje uitleg, en vaak zelfs, op simpele vraag, met extra uitleg over de gebruikte kruiden en waar hij die dan vond, onder andere in de Blaarmeersen.

Het dessert ben ik zelfs compleet vergeten fotograferen, het was gewoon té lekker. En ja, de smaken zijn schitterend, op elkaar afgestemd, fris, vaak ook verrassend.

Tussendoor ben ik ook even in de tuin gaan wandelen, waar een groot houtvuur aangestoken was, en dat krijgt meteen van mij goeie punten.

Bart en ik waren eigenlijk zeer enthousiast: de wabi-sabi inrichting, de sfeer, de bediening, het zicht op de keuken, de zeer aangename chef, en uiteraard in de eerste plaats het eten.

Bij het afrekenen vroeg ik terloops of ze toevallig de chutney die bij de kaas geserveerd was – met appels en Tierenteynmosterd – niet verkochten, en de sommelier schoot in de lach: blijkbaar kregen ze die vraag wel vaker, en nee, ze verkochten die niet.

Maar toen we na het afrekenen naar de uitgang liepen, merkte ze op dat ze nog een verrassing hadden, en jawel, chef Thomas kwam af met een klein potje van de chutney, “voor de fans”.

Heerlijk, toch? We hebben het hen dan ook meteen verzekerd: hier komen we nog terug. Zeker weten. (En dat de chef lijkt op een jonge Matthew Mcconaughey is meteen mooi meegenomen)

+32 477 62 61 10
Victor Braeckmanlaan 367
9040 Gent
info@commotiegent.be

Openingsuren
Dins t.e.m. Zat    19.30–22.30
Vrij    12.00–14.30
Zon & Ma    gesloten

Indoor Skydiving in Charleroi

Het stond al lang op Barts bucketlist: skydiving. Maar misschien dan wel eerst de indoor versie, namelijk in een windtunnel.

Bart vond en boekte meteen in Charleroi, daar kan je terecht voor een initiatie: een uurtje uitleg, pak uitkiezen, dat soort dingen, en dan twee keer een minuut in de windtunnel. De eerste keer is dat om wat het gevoel te krijgen, de tweede keer neemt een instructeur je even mee de hoogte in, zodat je nog meer het “valgevoel” krijgt.

Ik kan dat uiteraard niet doen: dat zou zelfmoord zijn voor mijn rug en dus compleet uitgesloten. Ik geloof dat het zelfs niet toegelaten is, wat perfect begrijpbaar is.

Tegen half drie dropte ik de rest van het gezin af in de Airspace, waar zij nog een uur moesten wachten en de formaliteiten doorlopen. Ik nam de gelegenheid te baat om intussen een paar cachekes in de buurt op te pikken: een paar labcaches en twee echte, voor meer was er geen tijd.

Om half vier zaten ze klaar voor hun “vliegbeurt”: eerst Bart, dan de jongens, dan Merel. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat ze het zou durven, maar ja hoor, ze ging er voluit voor en genoot er zichtbaar van.

A propos, je kan zien aan de schoenen wie wie is :-p

Ik heb het zelf ook gefilmd, maar de filmpjes genomen door de firma zijn wel beter, ik zet die hier dus even.

Tegen half vijf stonden we weer buiten, en ik zag vier paar blinkende ogen. Een stevige, fijne ervaring, zeiden ze alle vier, en zeker de moeite waard!

Boottrip: dag vier en einde

Gisterenavond was het een fijne avond in Diksmuide, vandaag waren we iets over negenen alweer aan het varen, terug naar de basis in Nieuwpoort. We hoefden ons niet te haasten, we hadden een gewone sluis en geen getijdensluis. Enfin, heerlijk getuft in de zeewind, en zelfs nog file aan de Sint-Jorissluis, stel je voor! Gelukkig kunnen we intussen wel een beetje aanleggen en zo, viel dat dus best mee.

Tegen half twaalf waren we netjes terug, konden we afrekenen – de weggewaaide parasol, weet u wel – en bleek alles in orde te zijn. Oef.

We reden dan maar naar Nieuwpoort Bad om daar op de dijk iets te eten. Jammer eigenlijk: hoogzomer en we hadden allemaal een pull aan want net te koud om zo rond te lopen. Meh.

Na de mossels en garnaalkroketten bracht Bart Wolf en Arwen naar het station in Oostende: Arwens ouders konden haar niet komen halen, en met zes in de auto is nu niet bepaald de bedoeling. Kobe reed mee wegens geen goesting om veel poot te verzetten, Merel en ik gingen wandelen/geocachen in Nieuwpoort zelf. We hebben er maar een paar van een rondje gedaan, maar da’s niet erg. Vooral heel veel mooie huizen gezien. Oh, en er was uiteraard ook een ijsje.

Tegen vijf uur waren we terug in huis, met een blije Nazgûl, een hoop was, en kinderen die vrolijk gingen douchen. En gebruik maken van de wifi, dat ook, ja.

Nee, het was geen tien dagen aan een zuiders zwembad, maar het was een verdomd fijne vakantie.

Bart en ik hebben echt genoten van dat varen en vinden het voor herhaling vatbaar. Misschien een idee voor de citytrip voor volgend jaar? Als we een weekje hebben?

 

Tripje per boot vanuit Nieuwpoort

Vorige week hebben we uiteindelijk de knoop doorgehakt en Spanje afgezegd. Voor Bart, mij en Merel was er eigenlijk geen probleem: wij zijn beide volledig gevaccineerd en Merel is nog geen twaalf. Maar voor de jongens gingen we door allerhande hoepels moeten springen om überhaupt te kunnen vertrekken en weerkeren. We hadden Spanje namelijk echt tussen de kampen van de jongens geprangd: vertrekken de dag na Kobes kamp, en terugkomen de dag voor Wolfs kamp.

Nu ging dat betekenen dat ik Kobe eventjes moest ‘ontvoeren’ van zijn kamp voor een PCR-test, en dat we Wolf ginder in Spanje een PCR-test moesten laten ondergaan om hem dan hier in België terug te kunnen laten vertrekken. Als het al geen quarantaine moest  worden, en we dus ginder een extra nachtje hotel voor hem moesten zoeken, zonder ons, wat als minderjarige misschien ook niet evident was.

Een en ander zorgde ervoor, samen met het risico uiteraard, dat we het echt niet meer zagen zitten. Met spijt in het hart (en de portemonnee) dan maar alles afgezegd.

Maar ik wilde eigenlijk echt wel nog iets doen als gezin samen. Ik was beginnen kijken, maar de kust en de Ardennen waren ofwel vol ofwel onbetaalbaar. Dingen van Centerparcs, Landal of Roompot idem, en we wilden niet in een stampvol park zitten.

Hmmm.

Even had ik nog een viertal dagen Reims overwogen, maar toen dacht ik plots – geen idee vanwaar dat precies kwam – aan een boot. Zo’n boot waarvoor je geen vaarbewijs moet hebben, waarin je kan slapen en koken en hele fijne routes varen. Zoals ik ooit, in een ver verleden, als student met onder andere Gwen en Erik heb gedaan.

Op een halve dag was dat geregeld: vijf dagen, vier nachten op een boot voor zes personen, vanuit Nieuwpoort. Dat ding vaart amper 10 km. per uur, maar dat is heerlijk ontspannend. En een kleine keuken, twee slaapkamers, een slaapbank in de living, en twee mini badkamertjes met elk een toilet en een douche. Zo eentje waarbij je je toiletzak best even ergens anders zet als je wil douchen, maar bon.

Het is geen tien dagen aan een zwembad onder de Spaanse zon, maar bon, toch ook een paar dagen echt vakantie met het gezin. En Arwen, uiteraard.

Deze middag stonden we dus met zijn allen om twee uur aan de ‘jachthaven’ van LeBoat in Nieuwpoort, onder toch wel een zonnetje, ja. Het is dan geen 25°, maar het zag er wel goed uit.

Na het nodige papierwerk, de nodige instructies én een rondje van een vijftal minuten om te leren hoe je draait, hoe je een noodstop maakt en dergelijke, waren we weg. We wilden op die vier dagen eerst naar Veurne varen, de volgende dag naar Ieper, de derde avond in Diksmuide, en dan terug op zaterdagmiddag om 12.00 uur, de “late” check-out in plaats van 09.00 uur.

Wij vrolijk op weg, half uurtje wachten voor de zeesluis richting Veurne, tot een schipper ons vraagt: “Gaan jullie naar Veurne?” “Euh, ja?” “Jullie weten dat je niet verder kan dan? De sluis van Fintele is kapot en zal zeker morgen ook nog dicht zijn.”

Euh… Tot zover onze planning, en blijkbaar hadden ze dat bij LeBoat niet nodig gevonden om te zeggen. Hmpf. Dan maar de route in de andere richting, met het grote probleem van de zeesluis. Die is namelijk onderhevig aan de getijden en dus maar open 2.5 à 3 uur voor en na hoog water, en wordt maar bediend tussen negen uur ’s morgens en zeven uur ’s avonds. Deze namiddag was dat dus geen probleem, in het terugkeren wel. Maar bon, dat gingen we dan wel oplossen.

Met enige moeite – we werden voortdurend weggeblazen door de harde wind – keerden we de boot en voeren dan maar naar Diksmuide: een hele fijne tocht, waarbij ook Wolf en zelfs Merel even stuurden.

En toen hadden we een klein acro’tje: Wolf wilde de boot vastleggen aan de wal, maar zijn touw zat verstrengeld – iets waar ze nochtans zwaar voor waarschuwen – waardoor zijn hand geklemd zat. Resultaat: helemaal geschaafd en gekneusd en behoorlijk veel pijn. Ik heb geen risico genomen en toch maar de dokter van wacht gebeld: het was een paar minuten na zevenen natuurlijk.

Bon, twintig minuten later kwam de dokter gewoon afgewandeld daar op de kade, onderzocht Wolfs hand, en wilde toch liefst een foto laten maken omdat er een van de middenhandsbeentjes toch wel erg gevoelig was en misschien gebarsten zat. We kregen een voorschrift voor de radioloog 100 meter verderop met de raad morgenvoormiddag even langs te gaan, en dat was dat.

Intussen was Bart even gaan zoeken naar iets om te eten en had hij op de markt tal van restaurantjes gevonden. Zalig zitten, trouwens.

Tegen tien uur zaten we allemaal in ons bed, doodop. Maar ik heb er echt wel van genoten. ’t Is geen zuiders land met prachtig weer, maar ’t is heerlijk ontspannend.

Girls’ Day Out

Deze morgen kwamen Merel en ik plots tot de vaststelling dat we vandaag maar met zijn tweetjes gingen zijn: Kobe is op kamp, Wolf zit bij Arwen en Bart is gaan werken.

Snode plannetjes? Well du-uh.

Tegen de middag gingen we de fiets op richting ’t stad. Merel kan perfect fietsen, maar is vaak nog te bang in het verkeer. Maar als mama verkeersarme en tramspoorvrije routes kiest, valt dat best mee. Al kan dat op zich dan weer nefaste gevolgen hebben voor de bips, wanneer die route dan langs kasseistroken loopt: de Sint-Antoniuskaai, Lievekaai en Gewad liggen er nu niet bepaald gestreken bij.

De fietsen werden geposteerd op de Korenmarkt, en wij gingen lunchen op het terras van de Godot. Merel ontfermde zich over een stevige spaghetti, ik nam dan weer sliptongetjes tot mij.

Een museum zat er vandaag niet in: er moesten schoenen voor Merel gevonden worden. En bandjestouw, en eventueel een lang kleedje met mouwtjes voor mij.

Het ging dus van winkel-in, winkel-uit, iets wat ik absoluut niet graag doe en dat ook Merel na verloop van tijd ging tegensteken. We vonden gezichtscrèmes, washi-tape met houdertje, pandaspullen voor haar kamer, allerhande andere kleine spulletjes en – zo schrijft de traditie het voor – ijsjes. Uiteraard.

Schoenen werden helaas niet gevonden, en de kleedjes die ik bij andere vrouwen zo mooi vind, transformeren mij dan telkens weer in een bomma. Ik vrees dat het voor mij niet weggelegd is, zo’n fleurig enkellang geval.

Tegen zessen waren we weer thuis, en Merel was uitgeput. Die vijf kilometer fietsen is ze niet gewoon, en er stond een stevige tegenwind bij het terugkeren. Gelukkig kon mama met de elektrische fiets haar af en toe een beetje duwen.

Maar we waren het er wel over eens: een hele fijne meisjesdag!

Van Ikea en vaccins (maar geen zelfbouwvaccins)

Wolf moest vandaag zijn eerste vaccinatie krijgen, jawel! Tien voor vijf aan Flanders Expo. Uiteraard kon hij met de fiets gaan, maar ik dacht: laten we gewoon met zijn allen naar de Ikea gaan, er zijn toch nog een paar dingen die we moeten hebben.

En dus liepen we rond drie uur in een toch wel zeer drukke Ikea, was Merel door het dolle heen met alle ingenieuze inrichtingen van de kleine kamers – die geniet daar dus gigantisch van – en aten we rustig een taartje als vieruurtje.

En toen kegelden we Wolf buiten om zijn vaccin te halen. Er is zowaar een doorgang van de parking van de Ikea naar het vaccinatiecentrum, het staat aangeduid. Zelf was ik op 25 minuten buiten: 10 minuten wandelen/aanmelden/aanschuiven, kwartiertje rusten. Bij Wolf duurde het precies wel wat langer: er stond een hoop volk aan te schuiven, zei hij. Niet dat dat erg was: Kobe, Merel en ik rekenden rustig af aan de kassa, deden toen nog wat aankopen bij de eetwaren, en zetten ons gewoon te wachten in de auto.

En Wolf, die was in zijn nopjes met zijn eerste vaccin, ook al was de verpleegster van dienst behoorlijk lomp geweest. Ze had blijkbaar die naald er met zo veel kracht in geploft dat het aan het bloeden ging, en het werd meteen ook al een grote blauwe plek. Ze was er gelijk zelf van verschoten, zei Wolf. Ach, hij gaat er niet dood van, integendeel.

En wij, wij kwamen zoals altijd thuis met een auto vol brol. Nieuwe glazen, wat extra borden en tassen, een nieuwe lange spiegel (want mijn vorige heeft Wolf ingepikt), vloermatjes, GSMstaandertje, nepplantjes voor Merels kamer, een bureau-organizer, je kent het wel, Ikeabrol.

Maar wel fijne brol, en een fijne middag.

Frankfurt: dag vier

Voor vandaag was er eigenlijk vooral regen voorspeld, maar in de praktijk bleek dat eigenlijk nog zeer goed mee te vallen.

We wilden ervan profiteren nu het niet regende en gingen nog eens de fiets op, nu via een ganse tocht doorheen residentiële wijken richting het plein aan de oude opera, dat er eigenlijk bijzonder aangenaam en zonnig bij lag, en dus een terrasje met koffie verdiende.

We reden opnieuw via een omweg naar de overkant van de Main om er nog een cache op te pikken die ik gemist had, en keerden terug via de lokale “pont d’amour”, een slotjesbrug. Er hing een cache tussen die ik wel vond maar niet openkreeg. Tsja.

Verder dan opnieuw de stad in om er aan de Pauluskerk iets te eten en cadeautjes voor de kinderen te zoeken.

Aansluitend wilden we nog de tentoonstelling van Gilbert and George bekijken. Subtiliteit is hen vreemd, maar man, af en toe komt de boodschap toch ook keihard binnen.

Aangezien het weliswaar bewolkt was, maar nog steeds warm bleef en niet regende, wilde we er nog een extra fietstochtje aan breien. Helaas, toen begaf Barts fiets het. Allez ja, toch zijn elektrische aandrijving, terwijl de batterij aangaf nog niet leeg te zijn. Hmpf.

Bart heeft dan de kortste weg naar het hotel genomen, terwijl ik nog wat labcaches her en der wilde beantwoorden. En toen begon het eerst zachtjes te regenen. Goh ja. En toen, terwijl ik aan de andere kant van de stad zat, begon het te gieten, zoals verwacht. Mijn jas zat natuurlijk in Barts fietstas, maar ik had gelukkig mijn hoedje nog, en het was ook nog steeds niet koud. Ik heb dan maar verder gecached, maar bij sommige caches echt een fotolog moeten nemen omdat het echt veel te hard regende om papiertjes tevoorschijn te halen. En ik heb zowaar een eigen standbeeld in deze stad!

Enfin, tegen half zes was ik terug op de kamer, al een klein beetje opgedroogd aan de buitenkant – de zon was weer beginnen schijnen – maar wel letterlijk nat tot op mijn ondergoed. Niks dat een heerlijk warm badje en verse kleren niet verhelpen, gelukkig maar.

Kwart voor zeven was het gelukkig alweer droog, zodat we, netjes opgekleed, alweer richtig een sterrenrestaurant wandelden. Alleen hadden we deze keer geen idee wat we moesten verwachten: hun website was bijzonder mysterieus en heel erg weinig zeggend. Wat we wel wisten, was dat het om een veganistisch restaurant ging met één ster, gelegen in het smalste huisje van Frankfurt. Menu noch prijs was ergens te zien.

Tsja. We gingen binnen in een bar met reggaemuziek waar je eerder een bende alterno’s zou verwachten, via een zeer smal gangetje naar de kleinste lift waarin ik al gestaan heb. Met twee kon je er net in, als je je adem inhield tenminste.

We kwamen aan in een schoendoos van een kamer met wel volledige ramen naar buiten. Alleen zat daar al een ander gezelschap, zodat wij gewoon in het midden van de kamer zaten. Het rook er muf en was er warm, maar al snel ging de airco aan en moesten we vrijwel allemaal een vestje aantrekken.

Ik vermoed dat je al door heb waar ik naartoe wil: het kader was het niet, nee. De tafels waren net iets te laag om comfortabel te zijn en de stoelen waren ronduit slecht. Ik ben verschillende keren gewoon een tijdje gaan rechtstaan om mijn rug toch wat te kunnen strekken. De muren waren gigantische spiegelende glazen waarachter een grote tekening met ledlichten zat. Die gingen afwisselend af en aan met verschillende kleuren, wat echt wel een wijs effect gaf en ervoor zorgde dat de kamer groter leek dan ze was. Alleen was dat, naast een kaarsje op onze tafel, het enige licht dat voorzien was. Tijdens het predessert – ja, da’s blijkbaar een ding – heb ik, toen ze het kwamen opdienen en presenteren, gewoon het lichtje van mijn telefoon aangezet om mijn bord te kunnen zien. En tegen dat ik dat doe, ik met mijn kattenogen, is het al ver gekomen. Alleen werd de hint volkomen genegeerd.

Ook de bediening was niet meteen onze stijl. Dat Mario getatoeëerd was, met een rode bandana rond zijn kletskop, was totaal geen probleem. Maar hij kwam maar heel af en toe binnen om op- of af te dienen, wat ervoor zorgde dat hij uiteraard totaal niet aanvoelde dat noch wij, noch het andere gezelschap comfortabel waren. Het duurde ook immens lang: we waren er om kwart over zeven, hadden blijkbaar zes gangen en waren net voor middernacht weer buiten. Op oncomfortabele stoelen is dat niet alles, nee.

En het eten dan? Ja, dat was wel degelijk uitmuntend. Niet alle gangen waren even goed, maar er zaten een paar schitterende dingen tussen, zoals de tomaten (die helaas meteen onder een espuma verdwenen, zodat het oogstrelende effect weg was) of het ronduit prachtige erwtentaartje.

Al hun ingrediënten kweken ze ofwel zelf, ofwel komt het uit een kring van 20 kilometer rond Frankfurt, heel erg bewust. Het zorgt er ook voor dat ze eigenlijk geen koffie schenken :-p

Klein detail: bij het afrekenen kregen we een minibloempotje met daarin een zelfgekweekt raapje, nog geen cm hoog. Volgens de ober heet hij Günther :-p Benieuwd of we hem heelhuids naar Gent krijgen. Ik vond het snoezig.

Met een aperitief voor Bart en twee glazen biologische wijn, twee glazen sprankelend druivensap voor mij en water à volonté betaalden we 311 euro, wat ik niet weinig vind. Maar zet dit restaurant in het correcte kader met comfortabele meubels en een goed tempo, en je hebt al helemaal iets anders.

Jammer, eigenlijk.

Frankfurt: dag twee

Nope, het was het niet helemaal toen we deze morgen opstonden: het was namelijk aan het gieten. En dan bedoel ik gieten: er was onweer- en wateroverlastwaarschuwing voor Frankfurt. Hmpf…

We zijn dan maar rustig op ons kamer gebleven: mijn rug, mijn blog en mijn echtgenoot vonden dat niet erg. Maar tegen half twaalf – het was nog steeds zacht aan het regenen – besloten we om misschien toch maar in actie te komen. Regenjassen en goede schoenen aan, museum gereserveerd, en wij weg. De fietsen lieten we thuis, in dit weer. We liepen over de voetgangersbrug hier vlakbij, zochten een paar caches en vonden een pastahuisje voor een lunch. En toen zagen we een enkele zonnestraal en was het inderdaad gestopt met regenen.

Een vruchteloze cachezoektocht later stonden we aan het Stadelmuseum, en dat was eigenlijk wel de moeite, ja. Een paar prachtige Renoirs, Chagalls, Picasso’s, een enkele Bacon of Delacroix… En een knappe hedendaagse verzameling ook.

Toen was het half vier en trokken we weer de andere oever op, richting een paar caches en het Euroteken, waar ik deze keer de cache wél vond. Uiteraard was er ook een koffie op het inmiddels wel droge terras.

A propos, het is in de meest linkse toren op de foto hierboven dat we gingen eten ’s avonds.

Tegen vijf uur waren we moe en nat op ons kamer terug, ideaal voor een tukje, wat lezen, wat bloggen en een douche.

Tegen half acht wandelden we dan richting Main Tower om er op de 53ste verdieping te eten en te genieten van het uitzicht. Koud was het niet, maar wel nog bewolkt. Maar wat een uitzicht zeg, ook vanuit het restaurant zelf!

En het restaurant, wel, we wisten niet goed wat we moesten verwachten, maar het overtrof alle verwachtingen! Héél lekker eten, goeie bediening en vooral dat uitzicht…

Eén groot minpunt: we waren om kwart voor acht in het restaurant en in het begin ging het vlot, maar toen viel het ergens stil. Ons hoofdgerecht hadden we stipt om elf uur, het dessert daarna om kwart voor twaalf. Serieus zeg!

Maar qua eten was het top, ze gaan morgen hun best mogen doen om dit te verbeteren.

Een wandelingetje van een kwartier later stonden we weer op ons kamer met een zeer fijne ervaring rijker.

Eniaq

Ah juist, ja, ik was het bijna vergeten: de nieuwe auto is er! Gisteren opgehaald samen met Bart, en er gisterenavond ook voor het eerst even mee gereden.

Ik heb het gevoel dat het wel in orde is, ja. De handleiding lezen zal voor later zijn, voorlopig er gewoon mee rijden.

Daarstraks was ik wel Wolf en Merel een dik half uur kwijt en kwamen ze plots samen de auto uitgewandeld: ze hadden samen alle snufjes uit zitten pluizen én alle ledlichtjes – en er zijn er nogal wat – in het paars gezet. Of, zoals Merel zei: donker lavendel. Dik in orde!

Maar het ding is best mooi, ruim, met zetelverwarming, fietsdrager en ruime koffer, en dat waren zowat mijn vereisten, ja. En uiteraard volledig elektrisch met een rijbereik van tegen de 500 km.

Later wellicht meer.

Restaurant Lof

We hadden er lang naar uitgekeken, ik geef het toe: een eerste, échte restaurant! Woensdag gingen de restaurants open, vandaag, de eerste vrijdag dus, had Bart al een reservatie. We hebben het niet ver gezocht: restaurant Lof in Gent, geen onbekende voor ons. Het leuke eraan is dat we gewoon met de fiets konden gaan ^^

Bart kwam rechtstreeks van zijn werk en zat al te glunderen op het terras toen ik toekwam: ik had eerst nog Kobe moeten afhalen van de fagotles en orkest. Maar Bart had al een gin-tonic voor zijn neus en iets later had ook ik een alcoholvrije aperitief, iets met aardbeien en limoen en zo, fris-fruitig.

We bestelden meteen maar het volledige menu:

Het begon al goed bij de hapjes, vonden we.

Victoriabaars | bergamot | ceviche | raap

Oester | koolrabi | karnemelk | appel

Brioche | groene asperge | lardo | eidooier | erwtjes

Langoustine | wortel | limoen | chipotle

Kalfszwezerik | pinda | boerenkool | allspice Pimenta dioica

LOF Surprise Dessert, met zoute karamel en vooral veel duindoornbes

Het was lang geleden dat ik Bart nog eens zo lang zo zien glunderen heb. We zaten er dan ook heerlijk: het terras was in een binnentuin zodat het er niet echt koud werd.

En na afloop fietsten we in de schemering gezellig samen naar huis. Een extra pluspunt!