Girls’ Day Out

Deze morgen kwamen Merel en ik plots tot de vaststelling dat we vandaag maar met zijn tweetjes gingen zijn: Kobe is op kamp, Wolf zit bij Arwen en Bart is gaan werken.

Snode plannetjes? Well du-uh.

Tegen de middag gingen we de fiets op richting ’t stad. Merel kan perfect fietsen, maar is vaak nog te bang in het verkeer. Maar als mama verkeersarme en tramspoorvrije routes kiest, valt dat best mee. Al kan dat op zich dan weer nefaste gevolgen hebben voor de bips, wanneer die route dan langs kasseistroken loopt: de Sint-Antoniuskaai, Lievekaai en Gewad liggen er nu niet bepaald gestreken bij.

De fietsen werden geposteerd op de Korenmarkt, en wij gingen lunchen op het terras van de Godot. Merel ontfermde zich over een stevige spaghetti, ik nam dan weer slibtongetjes tot mij.

Een museum zat er vandaag niet in: er moesten schoenen voor Merel gevonden worden. En bandjestouw, en eventueel een lang kleedje met mouwtjes voor mij.

Het ging dus van winkel-in, winkel-uit, iets wat ik absoluut niet graag doe en dat ook Merel na verloop van tijd ging tegensteken. We vonden gezichtscrèmes, washi-tape met houdertje, pandaspullen voor haar kamer, allerhande andere kleine spulletjes en – zo schrijft de traditie het voor – ijsjes. Uiteraard.

Schoenen werden helaas niet gevonden, en de kleedjes die ik bij andere vrouwen zo mooi vind, transformeren mij dan telkens weer in een bomma. Ik vrees dat het voor mij niet weggelegd is, zo’n fleurig enkellang geval.

Tegen zessen waren we weer thuis, en Merel was uitgeput. Die vijf kilometer fietsen is ze niet gewoon, en er stond een stevige tegenwind bij het terugkeren. Gelukkig kon mama met de elektrische fiets haar af en toe een beetje duwen.

Maar we waren het er wel over eens: een hele fijne meisjesdag!

Van Ikea en vaccins (maar geen zelfbouwvaccins)

Wolf moest vandaag zijn eerste vaccinatie krijgen, jawel! Tien voor vijf aan Flanders Expo. Uiteraard kon hij met de fiets gaan, maar ik dacht: laten we gewoon met zijn allen naar de Ikea gaan, er zijn toch nog een paar dingen die we moeten hebben.

En dus liepen we rond drie uur in een toch wel zeer drukke Ikea, was Merel door het dolle heen met alle ingenieuze inrichtingen van de kleine kamers – die geniet daar dus gigantisch van – en aten we rustig een taartje als vieruurtje.

En toen kegelden we Wolf buiten om zijn vaccin te halen. Er is zowaar een doorgang van de parking van de Ikea naar het vaccinatiecentrum, het staat aangeduid. Zelf was ik op 25 minuten buiten: 10 minuten wandelen/aanmelden/aanschuiven, kwartiertje rusten. Bij Wolf duurde het precies wel wat langer: er stond een hoop volk aan te schuiven, zei hij. Niet dat dat erg was: Kobe, Merel en ik rekenden rustig af aan de kassa, deden toen nog wat aankopen bij de eetwaren, en zetten ons gewoon te wachten in de auto.

En Wolf, die was in zijn nopjes met zijn eerste vaccin, ook al was de verpleegster van dienst behoorlijk lomp geweest. Ze had blijkbaar die naald er met zo veel kracht in geploft dat het aan het bloeden ging, en het werd meteen ook al een grote blauwe plek. Ze was er gelijk zelf van verschoten, zei Wolf. Ach, hij gaat er niet dood van, integendeel.

En wij, wij kwamen zoals altijd thuis met een auto vol brol. Nieuwe glazen, wat extra borden en tassen, een nieuwe lange spiegel (want mijn vorige heeft Wolf ingepikt), vloermatjes, GSMstaandertje, nepplantjes voor Merels kamer, een bureau-organizer, je kent het wel, Ikeabrol.

Maar wel fijne brol, en een fijne middag.

Frankfurt: dag vier

Voor vandaag was er eigenlijk vooral regen voorspeld, maar in de praktijk bleek dat eigenlijk nog zeer goed mee te vallen.

We wilden ervan profiteren nu het niet regende en gingen nog eens de fiets op, nu via een ganse tocht doorheen residentiële wijken richting het plein aan de oude opera, dat er eigenlijk bijzonder aangenaam en zonnig bij lag, en dus een terrasje met koffie verdiende.

We reden opnieuw via een omweg naar de overkant van de Main om er nog een cache op te pikken die ik gemist had, en keerden terug via de lokale “pont d’amour”, een slotjesbrug. Er hing een cache tussen die ik wel vond maar niet openkreeg. Tsja.

Verder dan opnieuw de stad in om er aan de Pauluskerk iets te eten en cadeautjes voor de kinderen te zoeken.

Aansluitend wilden we nog de tentoonstelling van Gilbert and George bekijken. Subtiliteit is hen vreemd, maar man, af en toe komt de boodschap toch ook keihard binnen.

Aangezien het weliswaar bewolkt was, maar nog steeds warm bleef en niet regende, wilde we er nog een extra fietstochtje aan breien. Helaas, toen begaf Barts fiets het. Allez ja, toch zijn elektrische aandrijving, terwijl de batterij aangaf nog niet leeg te zijn. Hmpf.

Bart heeft dan de kortste weg naar het hotel genomen, terwijl ik nog wat labcaches her en der wilde beantwoorden. En toen begon het eerst zachtjes te regenen. Goh ja. En toen, terwijl ik aan de andere kant van de stad zat, begon het te gieten, zoals verwacht. Mijn jas zat natuurlijk in Barts fietstas, maar ik had gelukkig mijn hoedje nog, en het was ook nog steeds niet koud. Ik heb dan maar verder gecached, maar bij sommige caches echt een fotolog moeten nemen omdat het echt veel te hard regende om papiertjes tevoorschijn te halen. En ik heb zowaar een eigen standbeeld in deze stad!

Enfin, tegen half zes was ik terug op de kamer, al een klein beetje opgedroogd aan de buitenkant – de zon was weer beginnen schijnen – maar wel letterlijk nat tot op mijn ondergoed. Niks dat een heerlijk warm badje en verse kleren niet verhelpen, gelukkig maar.

Kwart voor zeven was het gelukkig alweer droog, zodat we, netjes opgekleed, alweer richtig een sterrenrestaurant wandelden. Alleen hadden we deze keer geen idee wat we moesten verwachten: hun website was bijzonder mysterieus en heel erg weinig zeggend. Wat we wel wisten, was dat het om een veganistisch restaurant ging met één ster, gelegen in het smalste huisje van Frankfurt. Menu noch prijs was ergens te zien.

Tsja. We gingen binnen in een bar met reggaemuziek waar je eerder een bende alterno’s zou verwachten, via een zeer smal gangetje naar de kleinste lift waarin ik al gestaan heb. Met twee kon je er net in, als je je adem inhield tenminste.

We kwamen aan in een schoendoos van een kamer met wel volledige ramen naar buiten. Alleen zat daar al een ander gezelschap, zodat wij gewoon in het midden van de kamer zaten. Het rook er muf en was er warm, maar al snel ging de airco aan en moesten we vrijwel allemaal een vestje aantrekken.

Ik vermoed dat je al door heb waar ik naartoe wil: het kader was het niet, nee. De tafels waren net iets te laag om comfortabel te zijn en de stoelen waren ronduit slecht. Ik ben verschillende keren gewoon een tijdje gaan rechtstaan om mijn rug toch wat te kunnen strekken. De muren waren gigantische spiegelende glazen waarachter een grote tekening met ledlichten zat. Die gingen afwisselend af en aan met verschillende kleuren, wat echt wel een wijs effect gaf en ervoor zorgde dat de kamer groter leek dan ze was. Alleen was dat, naast een kaarsje op onze tafel, het enige licht dat voorzien was. Tijdens het predessert – ja, da’s blijkbaar een ding – heb ik, toen ze het kwamen opdienen en presenteren, gewoon het lichtje van mijn telefoon aangezet om mijn bord te kunnen zien. En tegen dat ik dat doe, ik met mijn kattenogen, is het al ver gekomen. Alleen werd de hint volkomen genegeerd.

Ook de bediening was niet meteen onze stijl. Dat Mario getatoeëerd was, met een rode bandana rond zijn kletskop, was totaal geen probleem. Maar hij kwam maar heel af en toe binnen om op- of af te dienen, wat ervoor zorgde dat hij uiteraard totaal niet aanvoelde dat noch wij, noch het andere gezelschap comfortabel waren. Het duurde ook immens lang: we waren er om kwart over zeven, hadden blijkbaar zes gangen en waren net voor middernacht weer buiten. Op oncomfortabele stoelen is dat niet alles, nee.

En het eten dan? Ja, dat was wel degelijk uitmuntend. Niet alle gangen waren even goed, maar er zaten een paar schitterende dingen tussen, zoals de tomaten (die helaas meteen onder een espuma verdwenen, zodat het oogstrelende effect weg was) of het ronduit prachtige erwtentaartje.

Al hun ingrediënten kweken ze ofwel zelf, ofwel komt het uit een kring van 20 kilometer rond Frankfurt, heel erg bewust. Het zorgt er ook voor dat ze eigenlijk geen koffie schenken :-p

Klein detail: bij het afrekenen kregen we een minibloempotje met daarin een zelfgekweekt raapje, nog geen cm hoog. Volgens de ober heet hij Günther :-p Benieuwd of we hem heelhuids naar Gent krijgen. Ik vond het snoezig.

Met een aperitief voor Bart en twee glazen biologische wijn, twee glazen sprankelend druivensap voor mij en water à volonté betaalden we 311 euro, wat ik niet weinig vind. Maar zet dit restaurant in het correcte kader met comfortabele meubels en een goed tempo, en je hebt al helemaal iets anders.

Jammer, eigenlijk.

Frankfurt: dag twee

Nope, het was het niet helemaal toen we deze morgen opstonden: het was namelijk aan het gieten. En dan bedoel ik gieten: er was onweer- en wateroverlastwaarschuwing voor Frankfurt. Hmpf…

We zijn dan maar rustig op ons kamer gebleven: mijn rug, mijn blog en mijn echtgenoot vonden dat niet erg. Maar tegen half twaalf – het was nog steeds zacht aan het regenen – besloten we om misschien toch maar in actie te komen. Regenjassen en goede schoenen aan, museum gereserveerd, en wij weg. De fietsen lieten we thuis, in dit weer. We liepen over de voetgangersbrug hier vlakbij, zochten een paar caches en vonden een pastahuisje voor een lunch. En toen zagen we een enkele zonnestraal en was het inderdaad gestopt met regenen.

Een vruchteloze cachezoektocht later stonden we aan het Stadelmuseum, en dat was eigenlijk wel de moeite, ja. Een paar prachtige Renoirs, Chagalls, Picasso’s, een enkele Bacon of Delacroix… En een knappe hedendaagse verzameling ook.

Toen was het half vier en trokken we weer de andere oever op, richting een paar caches en het Euroteken, waar ik deze keer de cache wél vond. Uiteraard was er ook een koffie op het inmiddels wel droge terras.

A propos, het is in de meest linkse toren op de foto hierboven dat we gingen eten ’s avonds.

Tegen vijf uur waren we moe en nat op ons kamer terug, ideaal voor een tukje, wat lezen, wat bloggen en een douche.

Tegen half acht wandelden we dan richting Main Tower om er op de 53ste verdieping te eten en te genieten van het uitzicht. Koud was het niet, maar wel nog bewolkt. Maar wat een uitzicht zeg, ook vanuit het restaurant zelf!

En het restaurant, wel, we wisten niet goed wat we moesten verwachten, maar het overtrof alle verwachtingen! Héél lekker eten, goeie bediening en vooral dat uitzicht…

Eén groot minpunt: we waren om kwart voor acht in het restaurant en in het begin ging het vlot, maar toen viel het ergens stil. Ons hoofdgerecht hadden we stipt om elf uur, het dessert daarna om kwart voor twaalf. Serieus zeg!

Maar qua eten was het top, ze gaan morgen hun best mogen doen om dit te verbeteren.

Een wandelingetje van een kwartier later stonden we weer op ons kamer met een zeer fijne ervaring rijker.

Eniaq

Ah juist, ja, ik was het bijna vergeten: de nieuwe auto is er! Gisteren opgehaald samen met Bart, en er gisterenavond ook voor het eerst even mee gereden.

Ik heb het gevoel dat het wel in orde is, ja. De handleiding lezen zal voor later zijn, voorlopig er gewoon mee rijden.

Daarstraks was ik wel Wolf en Merel een dik half uur kwijt en kwamen ze plots samen de auto uitgewandeld: ze hadden samen alle snufjes uit zitten pluizen én alle ledlichtjes – en er zijn er nogal wat – in het paars gezet. Of, zoals Merel zei: donker lavendel. Dik in orde!

Maar het ding is best mooi, ruim, met zetelverwarming, fietsdrager en ruime koffer, en dat waren zowat mijn vereisten, ja. En uiteraard volledig elektrisch met een rijbereik van tegen de 500 km.

Later wellicht meer.

Restaurant Lof

We hadden er lang naar uitgekeken, ik geef het toe: een eerste, échte restaurant! Woensdag gingen de restaurants open, vandaag, de eerste vrijdag dus, had Bart al een reservatie. We hebben het niet ver gezocht: restaurant Lof in Gent, geen onbekende voor ons. Het leuke eraan is dat we gewoon met de fiets konden gaan ^^

Bart kwam rechtstreeks van zijn werk en zat al te glunderen op het terras toen ik toekwam: ik had eerst nog Kobe moeten afhalen van de fagotles en orkest. Maar Bart had al een gin-tonic voor zijn neus en iets later had ook ik een alcoholvrije aperitief, iets met aardbeien en limoen en zo, fris-fruitig.

We bestelden meteen maar het volledige menu:

Het begon al goed bij de hapjes, vonden we.

Victoriabaars | bergamot | ceviche | raap

Oester | koolrabi | karnemelk | appel

Brioche | groene asperge | lardo | eidooier | erwtjes

Langoustine | wortel | limoen | chipotle

Kalfszwezerik | pinda | boerenkool | allspice Pimenta dioica

LOF Surprise Dessert, met zoute karamel en vooral veel duindoornbes

Het was lang geleden dat ik Bart nog eens zo lang zo zien glunderen heb. We zaten er dan ook heerlijk: het terras was in een binnentuin zodat het er niet echt koud werd.

En na afloop fietsten we in de schemering gezellig samen naar huis. Een extra pluspunt!

Goed gevulde dag

Meestal heb ik op woensdag niet te veel te doen. Allez ja, buitenshuis dan, ik weet altijd wel wat gedaan, vooral qua schoolwerk.

Deze morgen hielp ik rond kwart voor acht Kobe met pancakes te bakken – hij mocht ontbijten op school – en daarna pakte ik zelf een en ander in qua koffiemateriaal: mijn campinggasvuurtje, de bialetti, koffie, een hoop bekers, lepeltjes, melk en suiker, en ik reed vrolijk met de fiets richting school.

Ha ja, onze zesdes hebben vandaag eindelijk hun uitgestelde en sterk beperkte uitvaart. Er is een digitale show opgenomen, en daarvoor spraken ze af op ’t veld voor een ontbijtje in klasbubbels. Ontbijten heb ik dus niet gedaan, maar wel verse koffie gemaakt voor een aantal mensen. En deugd gehad van de lachende gezichten van de zesdes, dat ook.

Daarna was er dus de uitvaartshow, en aansluitend reed ik vrij snel naar huis: Bart had zoals altijd gekookt voor ons.

Kobe had dan weer om twee uur een miniconcert voor fagot. Al zat daar ook wel enige miscommunicatie tussen mij en mijn zoon. Hij had gezegd: een tiental minuten om een stukje op te nemen met een pianiste, in het Guislain.

Om zeker te zijn – het Guislain heeft nogal wat ingangen – vroeg ik het exacte adres tijdens het eten. Bleek het de Sint-Juliaanstraat te zijn, een zijstraat van de Ottergemsesteenweg, aan de andere kant van Gent in plaats van hier in Wondelgem. Oh yo, best dat we het nog even nakijken of we waren grandioos verkeerd geweest.

Enfin, wij daarnaartoe. Er was niet meteen parkeerplaats, dus zei ik tegen de uiterst behulpzame verpleegster aan de ingang dat ik wel in de auto zou wachten. Euh, zei die, dat is wel lang, toch? Er ging een wenkbrauw omhoog. Blijkbaar was het geen opname maar een heus miniconcert van twee fagotten en een zanger voor de geriatrische patiënten in het centrum. Eerst even inspelen en dan om half drie het concertje. Ah bon. De verpleegster heeft me op de privéparking van de instelling geposteerd en ik ben dus uiteraard komen luisteren.

Omdat ik dus onverwacht aan de andere kant van Gent zat en iets langer werd opgehouden, heb ik Kobe dan maar verplicht om mee even een drietal caches in orde te zetten en ééntje te zoeken. Ik had niet echt de indruk dat hij het erg vond ^^ Het was overigens lang geleden dat ik nog eens op zwier was met mijn jongste zoon, en dat deed wel eens deugd, ja.

Enfin, terug thuis was er tijd voor een vieruurtje, wat verbeterwerk, en dan richting Vinderhoute voor een sessie bij de psycholoog met Merel. Deze keer was het niet de bedoeling dat ik erbij was, maar ik zag het ook niet zitten om de wandeling te doen van de Oude Kale – mijn heup, waarvan de slijmbeurs quasi nonstop overbelast is door mijn rug, deed pijn – en dus heb ik een stoel gevraagd en heb ik me gewoon aan de kant van de weg zetten lezen. De Molenstraat is plaatselijk verkeer, maar man, volk dat daar woont en werkt, niet te geloven! Er moeten daar een paar vakkundig verborgen gigantische woontorens en kantoorgebouwen staan, dat kan niet anders.

En toen ik thuis kwam, viel mijn euro dat morgen alles dicht was, en dat ik eigenlijk mijn zinnen gezet had op een deftige partytent, want morgen is er DND  buiten. Ik dus nog richting Brico, waarbij dezelfde bijzonder behulpzame  jongeman van de vorige keer me uitlegde waarom hij die van 110 euro duidelijk meer aanraadde dan die van 40. En nee, die gast krijgt daar geen commissie op. Die van 40 is plastiek met plastieken buizen, die duurdere is in stof met stevige metalen buizen en véél makkelijker op te zetten. Ha bon, die dus. En meteen ook alles netjes in mijn kar gelegd, want hij herinnerde zich zelfs nog dat ik een kapotte rug heb.

Aan de kassa werd er afgerekend door een iets oudere dame, die meteen ook vroeg of het wel zou gaan om het in mijn koffer te leggen. Toen ik zei dat ik wel behulpzame handen ging vinden op de parking, riep ze meteen een van de jonge gasten om het ding in de auto te leggen.

Mooi, mooi.

Nu nog een paar dagen goed weer, en we kunnen er weer tegen.

 

Road trip

Een nieuwe reeks op Netflix, van de makers van La Casa de Papel, is Sky Rojo, en Barts team doet daar de promotie voor. Ze hebben een waanzinnige promo uitgedacht, waarbij je met je auto in een container rijdt, een stuk van de reeks te zien krijgt, en dan interactief met je pinkers bepaalde beslissingen neemt, waardoor je ofwel dood bent, ofwel kan ontsnappen.

Alleen… De container staat enkel dit weekend in de buurt van Amsterdam, en dus gingen Bart en ik op roadtrip. En als mijn echtgenoot iets doet, doet hij het goed. Heel goed. Overdreven goed, eigenlijk.

Want iets over één stapten Bart en ik in zijn elektrisch BMWtje richting Rijkevorsel, want voor de gelegenheid had mijnheer een auto gehuurd voor een dagje. Niet zomaar een auto, uiteraard. Bart had een Aston Martin gehuurd, een DB11, zo’n ongelofelijke sportmachine waar ook Bond mee rondrijdt. Allez ja, die reed rond met een lager model, I kid you not.

We zaten nog twee uur in de auto tot boven Amsterdam, Aalsmere, schoven een uur aan aan de ‘attractie’ die toch wel drie minuten duurde, en we reden terug.

Pas tegen half negen waren we terug thuis, waarbij ik nog serieus heb mogen hypermilen want eigenlijk zaten we op -6 kilometer :-p En zo’n elektrische auto zuipt batterij als je op de autostrade rijdt.

 

Puur een road trip dus, maar ik zat bijzonder comfortabel, ook wanneer Bart aan het stuur zat. En je hebt uiteraard ook ongelofelijk veel bekijks. Ik heb echt een paar keer moeten lachen, zoals toen een auto ons voorbijging, naast ons bleef hangen en het meisje in de passagierszetel met een grote grijns haar beide duimen in de lucht stak.

Yup, ik zat eigenlijk wel te glunderen, ja.

So this happened…

Yup, een lader voor de elektrische auto bij ons naast de garagepoort.

Bart heeft de zijne nu al bijna drie jaar en die staken we gewoon in het stopcontact: het ding heeft maar een rijbereik van 200 kilometer en met een nachtje laden was het weer helemaal oké. Bart had zelfs geen abonnement: het is een kwestie van uitrekenen en zorgvuldig zijn, en desnoods hypermilen, of op een zodanige manier rijden dat je vrijwel niks verbruikt. Het is een sport op zich, geloof me. En in al die tijd heeft hij misschien een keer of drie mijn auto gebruikt als hij bijvoorbeeld eerst in Brussel en dan in Hasselt moest zijn.

Eigenlijk hadden we al langer zo’n lader aangevraagd, maar dat bleek maar niet te lukken. Hmm.

Maar nu mijn auto besteld is, wordt zo’n laadpaal echt wel nodig: we gaan dan twee auto’s hebben die moeten opladen en met dit ding gaat het echt wel een pak sneller dan via een gewoon stopcontact. We hebben er meteen ook een abonnement bij voor andere laadpalen, wat ook wel praktisch kan zijn.

Woensdagvoormiddag stond er hier dus een sympathieke jongeman die heel het boeltje kwam installeren en aansluiten en ons de nodige uitleg gaf.

Bon, alweer een stapje dichter naar volledig elektrisch dus.