Gentbrugse omzwervingen

Dat het vroeg was deze morgen: om kwart voor acht stond ik al in Gentbrugge in de Fordgarage: tijd voor jaarlijks onderhoud en keuring. Het ging een uurtje of twee duren, en ze hadden niet meteen een reservewagen, maar ik mocht gerust een fiets lenen.

Ik had mijn boek mee en dacht eerst van gewoon te blijven zitten suffen en lezen, maar het zuurstofgehalte in zo’n garage lokt nu niet meteen jubelkreten uit, dus ging ik na een kwartier of zo toch in op het fietsaanbod.
Wel, ik kan u verzekeren, als ge gewoon zijt van elektrisch rond te hotsen, is zo’n gewone, zware fiets niet ideaal. Ugh. Maar ik geraakte probleemloos in het atheneum Gentbrugge, waar Sofie al lang weer ter plekke was en ik gerust mocht langswaaien voor een korte babbel – ze hebben binnenkort doorlichting en dus nog veel werk – een koffie en eens rondneuzen wat er allemaal veranderd is in al die jaren sinds ik er weg ben.

Ik moet toegeven, ik ben wel jaloers op hun nieuwe leraarskamer: groot en licht, en met een nieuwe keukenblok. Daar kunnen wij alleen maar van dromen… En toen ben ik ook nog even wat foto’s gaan nemen van mijn oude lokaal dat ik ooit geschilder heb, en waar ik nog steeds trots op ben.

Er zijn echt nog knappe hoekjes, zoals de traphallen.

Maar toen was het kwart over negen en had ik nog wel wat tijd te doden. En het is niet alsof er al ergens een terrasje open was om me daar te zetten lezen. En wat doet ne mens dan? Geocachen, toch? Er waren gelukkig nog een paar caches in Gentbrugge die ik nog niet gedaan had, maar eentje moest ik laten voorbijgaan wegens onder een loopbrug en dus veel te laag voor mijn rug.

En toen kreeg ik een telefoontje: dat mijn remblokken en remschijven ook moesten vervangen worden, maar dat dat wel eventjes langer ging duren, en net iets duurder worden ook. Hmpf. Enfin, nog twee uur langer rondfietsen en wandelen, lezen en zoeken,  en in totaal 900 euro kwijt.
Om 11.58 uur kreeg ik een smsje dat mijn auto klaar was, en dat de garage gesloten was van 12 tot 12.45 uur. Maar echt, serieus??? Ik ben toch teruggefietst en gelukkig was er een vriendelijke jongeman die nog net niet gaan eten was en die me kon helpen.

Ik was pas terug in Wondelgem om kwart voor één, bijna drie uur later dan geanticipeerd, en ik had uiteraard geen eten klaar staan, laat staan boodschappen gedaan. Ik heb de kinderen in de auto gepropt en ben naar ’t Kolleke gereden, waar ze duidelijk nog steeds de beste frietjes van de omtrek hebben.

Daarna zijn we nog even langs school gepasseerd om mijn lesrooster op te halen, en daarna langs Wolfs werk om een extra scherm op te halen dat anders toch in de container ging belanden.

En toen vond ik het welletjes voor vandaag en hadden we een zwemmetje wel verdiend.

Laatste dag in Zeeland

Wolf en Arwen waren al rond half acht op, want ze hadden beloofd om samen om croissants te gaan, en dat deden ze dan ook. De wachtrij was lang, zeiden ze: allemaal papa’s met de krant en de koeken ^^
Bart was intussen gaan lopen en had meteen ook de auto’s gehaald, zodat vooral ook zijn elektrische een beetje kon opladen.
We ontbeten, ruimden geroutineerd op en waren zowaar klaar om half tien. Iets over tien stonden we in de Action Factory voor een rondje minigolf, maar dan wel ene in steampunkstijl, met transportbanden, pneumatische toestanden, wegschietende balletjes en dat soort dingen. Amusant! Zeker als je dan nog wint ook, iets wat me nog nooit overkomen was :-p

Daarna namen we afscheid van het park en reden naar de zee. Allez ja, de immensen Brouwersdam, want iedereen had intussen blijkbaar alweer honger. En ja, die Beach Bar is dik in orde, ook ’s middags.

En toen was het tijd om te vliegeren. Echt te vliegeren, net zoals massa’s mensen op het strand, overigens. En die stuntvlieger, dat is wat wennen, maar dat ding is fantastisch om mee te spelen. Vooral Wolf vloog ermee, maar ook Kobe en Arwen probeerden af en toe. Kobe had vooral zijn zelfgemaakte vlieger, en Merel vloog met de kleurrijke.

Toen gingen ze met zijn vijven even tot aan het water zelf – het strand is daar altijd immens breed, behalve bij springtij – en ik ging languit in het zand liggen, mét een vlieger uiteraard.

En toen wilden zij nog een eind verder vliegeren terwijl Bart en ik voor een koffie gingen.

Bart reed al naar huis, en ik ging nog met de kinderen de cache aan de overkant van de straat, rond het Inspiratiepunt Grevelingen, oppikken. En toen waren ze moe, blijkbaar.

Tegen half zes kon ik Arwen gaan afzetten, tegen half zeven zat ik ook zelf in mijn eigen vertrouwde zeteltje. Een heerlijke vakantie gehad, maar het doet toch deugd om terug thuis te zijn ook. Hehe.

Vliegeren en bowlen en wandelen en zwemmen, maar niet tegelijk

Het ging alweer een luie dag worden, als we voort mochten gaan op de ochtend. Gelukkig hadden we wel nog andere plannen: we zijn begonnen met te lunchen in het Grand Café van het centrum: niets speciaals, maar dat hoefde ook niet.

We hadden namelijk om half drie een bowlingbaan geboekt, en hadden dus nog even tijd om tussenin te gaan vliegeren op het kleine strandje van het park zelf. Alleen bleef de wind niet continu waaien, zoals wel vaker als je niet op een echt strand staat. We hadden Kobes zelfgemaakte vlieger mee die eigenlijk fantastisch werkt, en dan nog onze eigen oude vlieger, die we al jaren hebben. Maar Wolf wilde dolgraag een stuntvlieger, zo eentje met twee touwen die je allerlei figuren kan laten maken, en die kreeg hij dan ook. Maar daar vliegeren met dat ding, nee, dat lukte niet.

Tegen half drie stonden we op de bowlingbaan waar de vier kinderen bowlden en Bart Merel af en toe hielp. Het is niks voor mij: ik heb het nooit graag gedaan, en met die rug van mij zou het nu al helemaal om problemen vragen zijn. Maar ik zat erbij, keek ernaar en genoot van hun capriolen.

Daarna keerden we naar het huisje terug, en de kinderen gingen zwemmen, terwijl Bart rustig op zijn eentje wat achterstallige lectuur inhaalde en ik in het gebied achter het park een geocachewandeling ging maken.

Er ligt namelijk een beschermd stukje natuur achter het park, aan de kant van het Grevelingenmeer, en daar lag een wandeling van zo’n drie kilometer waarmee je een cache kunt vinden. Ideaal om nu te doen, al had ik voor de zekerheid wel mijn regenjas mee.

Ik was netjes terug om half zeven, waar ook de kinderen net terug waren en alles al klaar stond voor de grillplaat. Dat is ook zo’n traditie: de laatste avond in Center Parcs doen we altijd zelf zo’n Fun Cooking, en in Nederland is dat bijzonder uitgebreid. We hebben voor vier volwassenen en twee kinderen besteld en hadden nog massa’s over. Je krijgt een grote pot vleessla, 3 stokbroden, een blok bakboter, twee dozen kruidenboter, een grote pot aardappelsla, een grote fles pitasaus en een grote fles cocktailsaus, een potje mayonaise, een molentje met allerhande kruiden, twee bakken sla, twee grote porties gesneden groenten om te bakken en vooral heel veel vlees. Oh, en voor iedereen nog een dessertje en een fles pannenkoekenbeslag.

Ik weet vooral dat Bart morgen thuis nog zal wokken voor iedereen met alle overschot, en dat er nog dingen over zullen zijn. Oef.

Maar bon, alweer een zeer fijne en vooral rustgevende dag. Vakantie dus.

Oak

Ik had het Bart al ontelbare keren doorgestoken: dat er nog een sterrenrestaurant was hier in Gent dat ik niet kende, dat hij er al ontelbare keren was gaan eten, en dat ik er nog steeds niet geweest was.

Hij had me de 17de doen uitblokken in de agenda om iets te eten voor onze huwelijksverjaardag, en vandaag wist hij me te vertellen dat het per fiets zou zijn. Ha bon, dat liet niet veel opties open natuurlijk ^^

Dus ja, tegen zeven uur waren we in de Hoogstraat in Oak. De ingang is bijzonder onopvallend, een beetje sjofel zelfs, met losliggende tegels en zo. Maar binnen is het wél aangenaam, en tegenwoordig is er ook een eerste verdieping, waar Bart en ik aan het raam zaten en dus alle passanten konden bekijken. Waarover trouwens later meer.

Bart ging voor de volle acht gangen – normaal gesproken zeven, maar de chef had vandaag nog een specialleke – en ik voor de zeven, dat was al meer dan welletjes.

Het begon met een resem hapjes: pizza bianca, eiersalade soufflé met Holsteiner, gepekelde groente, gefermenteerde zwarte bonen, gebrande mais en bieslook, venkel en pompoenpit.

Intussen was ons opgevallen dat er buiten een koppel al een paar keer gepasseerd was aan de overkant: de Begijnengracht in tot het einde, terug tot aan het kruispunt met de Begijnhoflaan en opnieuw. Zij was driftig aan het bellen, hij volgde haar redelijk slaafs met zijn koptelefoon op.

Bij ons volgde er een voorgerecht van krab met nori, dan hamachi (een soort vis) met tahini, en vervolgens doperwtjes met vin jaune. Waarbij wel een keer of drie beklemtoond werd dat dit een vegetarisch gerecht was. Alsof dat iets speciaals is?

Buiten liep de jongedame nog steeds heen en weer, hij had intussen afgehaakt en was verdwenen.

Wij kregen een stukje zeeduivel in miso, en dan een stukje Baskisch rund Txogitxu op de barbecue. Voor Bart zat daar nog een Aziatisch gerecht met paling tussen.

Buiten was de jongedame, nog steeds vertwijfeld telefonerend, op de ‘zulle’ gaan zitten van de voormalige Pizza Roma, en hij was erbij komen zitten met een fles water, een ijsje en een zak chips voor haar, die ze verbeten naar binnen propte terwijl ze af en toe haar ogen afveegde.

Bart koos een kaasplank in plaats van dessert, ik kreeg een dessert met kers en kardemom, en daarna een tweede dessert met passievrucht en chicorei.

En buiten? Daar was zij weer beginnen lopen, ik telde toertje 31, gene zever. Ze waren dus al aan het lopen toen wij toekwamen, en toen we op de fiets zaten, passeerde zij nog steeds. Bizar, bizar, en hoogst vermakelijk. Ik had er gewoon medelijden mee.

Maar wat vond ik nu van Oak? Wel, zoals Bart het stelde: he was underwhelmed. Het was zeer goed, maar niet wat ik verwacht had, en hij zei dat het niet het niveau had gehaald dat hij eigenlijk gewoon was. Het was allemaal lekker – uiteraard – maar er waren geen gerechten bij waardoor ik van mijn stoel werd geblazen, en dat verwacht je eigenlijk wel een beetje voor die prijs.

Mja. Maar al bij al wel een zeer aangename avond gehad met mijn lief, en dat was de bedoeling.

 

Zwembadperikelen

De kinderen wilden al een paar jaar een echt zwembad. Nee, niet de ingegraven soort uiteraard, daarvoor is onze tuin veel te klein. Wel het opzetzwembad met een redelijke hoogte, waarin ze ook echt konden spelen in plaats van zo’n kinderzwembadje.

Hmm. Ik wilde dat eigenlijk ook al lang, het is een van de redenen dat we een rond terras hebben, om eerlijk te zijn.

Bon, we hadden er al twee jaar eentje liggen in het tuinhuis, een van 3.66 meter diameter met zo’n opblaasrand. Renzo vond het destijds te groot en had het weggegeven. En toen zei hij dat hij zijn zwembad van 3.00 meter met opblaasrand ook ging wegdoen, want er zat een gaatje in de opblaasrand door zijn katten, en hij ging dan maar switchen naar een zwembad met buizenframe. Hah, ideaal. We legden beide zwembaden open, en Wolf besloot dat het toch dat van 3.66 mocht zijn, ondanks het feit dat dat behoorlijk vuil was en dus stevig kuiswerk vergde. Een uur later konden we beginnen vullen en was het gaatje in de opblaasrand gestopt.

Helaas…

Er bleek een gat te zitten in het grondzeil. En toen nog een. En toen… maar liefst vijf stuks, die we niet meteen dicht kregen zonder deftige stopmateriaal. Een ervan was eigenlijk zelfs een scheur, waardoor we het niet zagen zitten om het alsnog te repareren. Meh.

En omdat de kinderen echt een van 3.66 meter wilden, heb ik dan maar een buizengeval besteld bij bol. In de hittegolf eind juni, en het was nog later ook, dus pas dinsdag kunnen beginnen vullen. Het is wel de max van een ding, ik moet het toegeven.

Op woensdag was het nog behoorlijk koud, maar donderdag, toen ik thuis kwam van de repetitie voor de proclamatie, bleken er plots gewoon vijf pubers in te zitten! En terwijl ik de tuinman buitenliet, kwam er nog een zesde aanwaaien, en wat later, toen er alweer twee vertrokken waren, nog een extra exemplaar. Zalig, toch?

Allez, we weten weer wat doen qua onderhoud. Maar als ik zie hoeveel plezier ze er al van gehad hebben – ook Kobe heeft er al in gespeeld met maatje Levi, en Merel en Feija ook – dan heb ik er dat gerust voor over.

Als er iemand nu nog een exemplaar wil van 3 meter doorsnede met opblaasrand waarin een klein gaatje zit: er ligt er hier nog een te krijg.

Middagje De Haan

De kans zit erin dat er binnenkort nogal wat geld vrijkomt hier ten huize, en momenteel is het niet zo interessant om dat op een spaarboekje te zetten. En de beurs, daar moet je eigenlijk behoorlijk wat tijd in steken, als je dat goed wil doen. Maar vastgoed, dat blijft een zinvolle investering.

Aangezien ik vorig jaar zo ongelofelijk veel deugd heb gehad van mijn zondagse trips naar De Haan en dat eigenlijk zelfs een beetje mis, hebben Bart en ik het plan opgevat om daar een tweede huis te kopen, als weekendhuis. Niet te verhuren, nee, we willen er echt gewoon al onze eigen spullen in kunnen laten staan zonder problemen, een beetje zoals het huisje van Ellen en Jan in de Ardennen.

Vandaag reden Bart, Merel en ik dus naar De Haan om er eerst iets te eten en dan een huisje te gaan bekijken in een soort vakantiewijk.

Laat ons zeggen dat degene die de foto’s heeft gemaakt, creatief omgesprongen is met de breedhoeklens. Ik kreeg niet meteen een joepie-gevoel. We hebben dan nog wat rondgereden in de buurt om te kijken wat we wel en niet zouden zien zitten qua locatie, en desnoods gaan we voor een nieuwbouw in een van de nieuwe wijken. We zien wel, er is geen haast bij.

Maar het geeft me echt wel weer iets om naar uit te kijken ^^

Pleidooi voor de Kindle

Sinds ik weer gigantisch aan het lezen ben, is mijn Kindle voor mij onmisbaar.

Indertijd was ik niet helemaal overtuigd: ik hou wel van het gevoel van een papieren boek, en ik hoor ook dat als voornaamste argument bij veel mensen: ik wil een boek kunnen voelen.

Vergeet dat dus maar. Ik dacht dat ook. Maar laat mij even de voordelen opsommen van een e-reader:

– het weegt minder dan het gemiddelde boek.
– op één toestel kan je makkelijk 1000 boeken meenemen. Geen gezeul meer in de valies voor op vakantie, en je hebt altijd keus te over.
– op een minuut of drie heb je vers leesvoer. Geen gedoe meer met bibliotheken of boekhandels: ofwel leen je het boek van iemand anders en sleep je de file gewoon naar je ebook, ofwel koop je het en verzendt Amazon het automatisch naar je Kindle. Meestal ook voor minder geld dan de papieren versie.
– het is milieuvriendelijker, en je hebt geen plaats in je boekenkast nodig.
– de lichtfunctie: je scherm licht op in een intensiteit die je zelf kiest. Ik kan probleemloos lezen in de volle zon zonder dat het stoort, maar ik kan ook in bed liggen lezen op de zwakste lichtsterkte zonder dat het Bart stoort. En als je in de zomer op je terras zit en het begint te schemeren, hoef je ook geen licht te halen of aan te steken.
– de woordenboekfunctie. Serieus. Ik lees vrijwel uitsluitend in het Engels, en elk woord dat ik niet ken, klik ik gewoon aan: onmiddellijk krijg ik de Engelstalige definitie. Dat werkt trouwens nog beter in het Frans, aangezien mijn Frans stukken slechter is en ik “La Peste” van Camus, of “La Carte et le Territoire” van Houellebecq toch in de originele taal wilde lezen. Zodra je een boek in een bepaalde taal op je Kindle zet, installeert hij ook automatisch het juiste woordenboek. De kinderen hebben me daar trouwens al gigantisch mee uitgelachen: ik was een papieren boek aan het lezen, en tikte volautomatisch op de pagina voor een mij onbekend woord. Juist ja.
– het is waterdicht, dus ook geschikt om buiten tijdens een pasjescontrole te staan lezen als het regent. Of buiten in de zomer in een zwembadje.
– het is praktischer in bed: niet alleen hoef je geen nachtlampje aan te steken, maar als je, zoals ik, vaak van die dikke turven leest, dan zijn die bijzonder onpraktisch om op je zij in bed te liggen lezen. Zo’n Kindle dus niet.

Nadelen:
– het is vrij duur in aanschaf (140 euro momenteel).
– je moet het om de twee weken (afhankelijk van hoeveel je leest natuurlijk) opladen, en dat vergeet ik soms wel. Maar gelukkig laadt het ding bijzonder snel op.
– het is kwetsbaarder dan een gewoon boek.

Dat laatste heb ik nu dus mogen ondervinden: ik had de mijne al van begin 2013, heb hem al overal meegezeuld en intensief gebruikt, en nu zat hij plotseling gebarsten in mijn tas. Toegegeven, zonder hoesje – ik heb er twee en vergeet ze meestal – en dat was dus blijkbaar geen goed idee.

Ik heb me meteen een nieuwe besteld bij Amazon.de, en die zou over een paar dagen moeten toekomen. Gelukkig heb ik nog papieren boeken genoeg liggen zodat ik niet zonder lectuur val, maar toch: ik mis mijn Kindle.

Nooit gedacht, destijds, dat ik dit nog zou zeggen.

Van brillen en zonnebrillen

Er zijn zo van die dagen waarin je spontaan precies meer verzet krijgt dan op andere dagen. Waarom weet ik niet, maar vandaag was er wel zo eentje.

Ik sprong fluks op de fiets, bracht bibliotheekboeken binnen, ging bij de fietsenmaker langs, sprong binnen bij de kapper voor een afspraak in de namiddag, en deed boodschappen.

Ik kookte, en na de middag liet ik me een fris kort kopje aanmeten bij de onvolprezen Songul hier op ’t dorp, en sprong daarna binnen bij de brillenwinkel aan de overkant om eindelijk eens werk te maken van die nieuwe bril én die nieuwe zonnebril. Ik ben mijn zonnebril op sterkte namelijk kwijtgespeeld: ik heb hem voor het laatst gehad in Brugge, en wellicht heb ik hem daar ergens laten liggen. Zucht. En de meest recente, de zonnebril die ik had laten maken op ons ma haar fijne Theobrilletje, daarvan is een oor afgebroken. En aangezien het om een oud model gaat, is hij niet meer deftig te repareren. Meh.

Maar bon, na bijna twee maanden heb ik er toch werk van gemaakt. Ik ben nog steeds zeer tevreden van mijn gewone dagelijkse bril, en heb daar dan maar nieuwe glazen voor besteld. Ik merkte al een tijdje dat ik ’s avonds, als ik moe was, mijn tvscherm niet meer zo scherp zag, dat soort dingen. En dat ik al wel eens koppijn durfde krijgen ’s avonds.

En dan was er nog de kwestie van een nieuwe zonnebril. Ik had geen zin om daar vierhonderd euro aan te hangen voor de bril alleen al, maar heb een fijn modelletje van Fendi gevonden, voor 180 euro. Tsja, brillen zijn duur… Ik heb wat getwijfeld, maar dus toch geopteerd voor een toch wel specialer geval, een beetje Dame Edna, eigenlijk. Maar ik vind dat ik er goed mee zie, en het hoeft niet altijd braaf te zijn, toch?

Het gaat me wel geld kosten: speciale, vrij zware glazen, ontspiegeld en krasvrij, voor mijn gewone bril, en dan nog de zonnebril met diezelfde glazen erbij: 630 euro. Ugh. Ik weet weer waarvoor ik gewerkt heb deze maand.

Chambre Séparée

Al tijden geleden had Bart deze woensdagavond in mijn agenda uitgeblokt. Geen ideale keuze, zo bleek, want ik had eigenlijk quiz, een lezing die ik zeer graag wou bijwonen, én een vergadering van het Certaminacomité. Die geen van allen in mijn agenda stonden, dus Bart had groot gelijk. En uiteraard kreeg mijn echtgenoot voorrang, zeker toen ik wist wat de plannen waren.

We hadden het al lang gezegd dat we naar de nieuwe locatie van Kobe Desramaults wilden, zeker omdat het gewoon in ons eigenste Gent is. En ja, het was vreemd om in “den RTT” een chique restaurant te zien, in plaats van verouderde blauwe pluchen zetels en pancartes en oude telefoons, zoals ik dat nog van 30 jaar geleden in mijn hoofd heb.

We namen plaats in de zeteltjes vooraan met een aperitiefje en een paar hapjes, en werden na een kwartiertje of zo naar onze plaats aan de “toog” geleid: zowat iedereen zit inderdaad te kijken naar de volledig open keuken, waardoor je elk gerecht door de handen van de verschillende chefs ziet gaan, en waarbij je ook een prachtig zicht hebt op de houtvuren waarop alles klaargemaakt wordt. Zoals Bart het stelde: het is eigenlijk een spektakel, een show, en die is schitterend.

Het menu heb ik hier, tijdens het typen, niet bij, die voeg ik later wel toe. Wel kan ik al de foto’s laten zien. Geen goeie foto’s, wegens snelle snapshots met de GSM, maar het geeft wel een idee.

En het eten, tsja, dat was bijzonder lekker, en veel, maar wel snel na elkaar en soms zenuwachtig, iets wat ik me nog herinner van In De Wulf ook.

Ik was wel wat verschoten van de prijs: het was als eensterrenrestaurant een derde duurder dan De Jonkman, dat twee sterren heeft en waar we een gelijkaardig menu hebben gegeten. Al was daar de show lang zo goed niet.

Oh, en het was ook de eerste keer dat ik na een restaurantbezoek mijn kleren in de wasmand moest gooien wegens een heerlijke kampvuurgeur ^^

Al bij al een zeer fijne avond gehad met mijn liefste. Dank u, schat!