Gekostumeerd

Wolf is een dure vogel deze maand januari, maar het is hem volledig en van harte gegund.

Eergisteren kreeg hij een heuse set gitaren, vandaag trokken Merel en ik met hem de stad in: hij wilde graag een kostuum, en dan kreeg hij dat ook.

Eerst waaiden we even de C&A binnen, maar de kostuums daar waren toch niet dat, en al zeker niet helemaal Wolfs goesting. Dan maar verder gewandeld naar de WE, die ons ook aangeraden was. Met wat zoeken vonden we daar effectief een knap zwart kostuum voor hem: heel slank in de lendenen, vrij breed in de schouders, want ja, dat is nu eenmaal hoe mijn knappe zoon gebouwd is. Meteen kochten we er ook een zwart en een wit hemd bij, en een lichtpaarse changeant das, kwestie van volledig te zijn.

Yup, hij zag er schitterend uit, en vooral bijzonder volwassen.

Maar na afloop gingen we wel nog lekker een warme wafel eten en bij de Hema nog wat voorraad inslaan, het is en blijft een puber natuurlijk.

Bon, hij is klaar voor mondelinge examens en galabals, me dunkt.

Van gitaren en versterkers. En blijkbaar ook basgitaren.

Wolf heeft vijf of zes jaar klassieke gitaar gespeeld, maar is gestopt door de rugperikelen: gitaar spelen deed gewoon veel te veel zeer. Hij is daarna nog een jaartje herbegonnen, maar het was hem wat te veel.

Nu wilde hij dit schooljaar herbeginnen, maar aan de academie zou dat er nog een uur samenspel en een uur muziekcultuur bij betekend hebben, en dat, in combinatie met een 6 Wiskunde-Wetenschappen, rugby en een sociaal leven, was gewoon voor hem te veel.

Hij is dan les beginnen volgen hier wat verderop bij Ars Musica, wat eigenlijk neerkomt op privéles. Een pak duurder, ja, maar veel meer op maat, eigenlijk. Hij vindt het in elk geval leuk.

Nu had ik een paar maanden geleden mijn oude, oude elektrische gitaar meengenomen uit Zomergem, meer voor de lol dan voor wat anders, en omdat het wel een fijne decoratie is voor op Wolf zijn kamer. Het ding is een merkloos stratocastermodel, maar heb ik destijds, toen ik 14 jaar was of zo, tweedehands gekocht voor een appel en een ei. De frets zijn afgesleten, de microfoons verroest en er zit ergens een slecht contact op. Brol, met andere woorden. Maar ik moest toch nieuwe snaren meebrengen voor Wolfs akoestische gitaar en had ook een setje voor die elektrische meegenomen, want een gitaar zonder snaren, dat ziet er niet uit.

Blijkbaar is hij er toch op beginnen spelen en nam hij die zelfs mee naar zijn gitaarles. Zonder versterker, weliswaar, ik zou dat ook niet aangeraden hebben, gegarandeerd kortsluiting. Maar eigenlijk was hij dus wel toe aan een deftige elektrische gitaar. En een van mijn credo’s is: muziekinstrumenten moet je niet zelf kopen, dat zijn eigenlijk niet eens cadeaus, dat zijn gewoon… basisgegevens. Merel heeft ook haar gewone fluit (150 euro) en een altblokfluit (380 euro), Kobe heeft zelfs een eigen fagot van, jawel, 7500 euro.

Vandaag hadden we dus afgesproken met Nikolaas, collega Engels en vooral gitaaraficionado, om samen een gitaar en versterker te gaan kopen bij Van de Moer. Hij kent er alles van, we gaan dus zeker niet bedrogen uitkomen.

En jawel, ze keken rond, we keken vooral ook naar de prijs, we luisterden, Nikolaas speelde eventjes, en we kwamen uit op een Squier Affinity Strat als gitaar en een stevig versterkertje van Blackstar. En toen zag ik een schattige basgitaar staan, en die kostte nu eens geen geld, en het zou toch zonde geweest zijn om die te laten staan, en ik was nu toch geld aan het uitgeven, en… Enfin, het werd een zwarte Ibanez. Reken daar dan nog twee draagriemen bij, en twee kabels, en het werd een stevige rekening.

Maar die lichtjes in Wolfs ogen, en die brede grijns, daar doe je het toch gewoon voor? En daarbij, het zijn instrumenten. Duh.

 

Schoenperikelen

Hmm, in de winter heb ik eigenlijk altijd één paar schoenen dat ik dan zo goed als de hele tijd draag. Na het einde van de winter moet ik ze doorgaans dood verklaren. Dat was dit jaar niet anders, alleen had ik nog geen vervangpaar. En intussen waren mijn vorige botjes – enkellaarsjes, hoho – echt wel dood, als in: gaten in de zolen en zo. Het was destijds stomweg een paar uit de Lidl geweest dat bijzonder goed zat.

Ik denk dat ik de voorbije dagen vijftig paar aangehad heb. Eerder was ik al in de Torfs en de VanHaren gaan kijken, maar helaas, ofwel met hakken, ofwel van die hele lompe zolen zoals bij Dr. Martens. Pas op, ik heb niks tegen Dr. Martens, ik vind dat zelfs heel knap, maar ik ben al niet bepaald elegant van mezelf: als ik dat soort schoenen draag, ben ik al helemaal een dragonder. En als ik een combatmodel wil, dan draag ik gewoon mijn combats, ik heb tenminste echte staan.

Bon, het doel was dus: platte enkellaarsjes, bij voorkeur zwart, met een niet te lompe zool, een zijrits – want op slechte dagen kan ik me niet voldoende bukken om ze te strikken – voor een brede voet, hoge wreef en steunzolen.

Quod non.

In ’t Fabriekske heb ik echt wel 30 paar geprobeerd, maar altijd gewoon te strak. En een maat of twee maten groter hielp doorgaans niet. Meh.

Een paar mensen had me Matton aangeraden, aan de Zuid. En ja, ze hadden me er ook wel bij gewaarschuwd dat het daar niet goedkoop ging zijn. Merel en ik maakten er een namiddagje van: zij moest nog een cadeautje hebben voor Poppy’s verjaardag. Wij tweeën dus naar de Zuid: rondlopen in de Hema, de Pipoos, de Flying Tiger, een vieruurtje eten bij de Panos, en dan naar Matton. Ik vrees dat we er drie kwartier kwijt zijn geweest, maar de service is dan ook buiten categorie.

Je legt uit wat je zoekt en wat je probleem is. De winkeldame denkt even na, en komt dan met een stapel schoendozen naar beneden, want er staan niet echt veel schoenen uitgestald, de winkel is trouwens ook heel onopvallend. Je past, je zegt wat je niet bevalt, wat je anders wilt, en ze komt met een nieuwe reeks dozen af. En ja, dat werkt, want die kennen ‘hunnen artikel’ zo ongelofelijk goed…

Bij de zwarte schoenen zaten geen voltreffers in mijn maat, maar ik werd prompt verliefd op een paar felrode El Naturalista’s. Mijn maat zat er eigenlijk niet tussen, maar die maat groter zat eigenlijk ronduit fantastisch en mijn tenen hadden plaats met hopen. Ik heb getwijfeld, maar ik heb ze uiteindelijk gekocht, ja. 205 euro, ik heb me bijna verslikt. Aan de andere kant: het is niet alsof ik het niet kan betalen, en mijn voeten zijn echt wel belangrijk en een groot probleem.

En dus loop ik nu te pronken met prachtige dieprode laarsjes. Nu toch nog eens voorzichtig verder zoeken naar een paar zwarte die net iets minder duur zijn, dacht ik zo.

Van schoenen, rode kleedjes, paarse truien en zonsondergangen

Merel gaat vrijdagavond met haar vriendinnen op trick or treat in de Lange Velden, zoals elk jaar. Qua outfit heeft ze haar zinnen gezet op “Evil Roodkapje”. Daar heeft ze al de cape, het mandje en de dode wolf voor, maar ze had graag een rood kleedje gehad, dat ze dan ook kan aandoen voor kerst en dergelijke.

Aangezien ik dringend nieuwe schoenen moet hebben – er zitten gaten in mijn zolen – trokken we deze namiddag richting Lochristi. Helaas, we hebben tal van winkels afgelopen maar geen resultaat. Allez ja, toch niet wat we zochten, want Merel zag en kreeg een prachtige paarse pull.

Die schoenen en dat kleedje, helaas, dat vonden we dus niet. En we waren, dankzij de fijne files, ook net te laat voor haar muziekles, maar bon, ze was er toch nog.

En ’s avonds bracht ik Wolf naar de rugbytraining en wilde meteen mijn natte geocache daar aan de Blaarmeersen vervangen, maar ook daar moest ik onverrichterzake terugkeren: er zat een ganse troep jonge gasten op de pier, en dan kon ik nu niet meteen aan die cache beginnen prutsen. Maar het leverde me wel een paar mooie beelden op.

Commotie

Geen idee meer waar we de suggestie precies haalden, maar we hadden ergens gezien dat Gent een nieuw restaurant telde met een hoog niveau en een fijn kader. Bart zag meteen het potentieel voor onze maandelijkse culinaire uitstap en boekte.

Ter plaatse, op de Victor Braeckmanlaan in Sint-Amandsberg, twijfelden we even of we wel juist waren: een villa achter een gesloten poort? Maar we waren niet de enigen die er toe kwamen, en jawel, de poort opende zich stipt om half acht en we wandelden naar binnen. Na een lange donkere gang ontvouwde zich het restaurant als een bloem van licht, gezelligheid en donker hout.

De keuken is helemaal open, en we nestelden ons dan ook meteen aan de toog, zodat we een zicht hadden op wat er gebeurde. Het viel ons meteen op dat er op het moment zelf eigenlijk nog vrij weinig echt gekookt moest worden: een uitgebreide mise-en-place is goud waard natuurlijk. Wel was het knap om zien hoe er nog dingen geroosterd, gerookt of gekookt werden op de houtgrill.

We bestelden een aperitief en die werd vergezeld van een reeks fijne hapjes. De formule is verder vrij simpel: je neemt sowieso het maandmenu van vijf gangen voor 62 euro, maar je kan ervoor kiezen om er een signatuurgerecht bij te nemen. Voor aangepaste wijnen betaal je 36 euro extra, tenzij je liever kleine glaasjes of proevertjes hebt als bob, dan kost het je 22 euro.

Het signatuurgerecht deze maand, ratte-aardappel met Imperial Heritage Caviar,  hoefde niet meteen voor ons, we namen de gewone menu.

En toen begon het pas goed: gerecht na gerecht zagen we in elkaar gedraaid worden op bijzonder efficiënte manier. Chef Thomas Gellynck kwam het ook zelf presenteren met een woordje uitleg, en vaak zelfs, op simpele vraag, met extra uitleg over de gebruikte kruiden en waar hij die dan vond, onder andere in de Blaarmeersen.

Het dessert ben ik zelfs compleet vergeten fotograferen, het was gewoon té lekker. En ja, de smaken zijn schitterend, op elkaar afgestemd, fris, vaak ook verrassend.

Tussendoor ben ik ook even in de tuin gaan wandelen, waar een groot houtvuur aangestoken was, en dat krijgt meteen van mij goeie punten.

Bart en ik waren eigenlijk zeer enthousiast: de wabi-sabi inrichting, de sfeer, de bediening, het zicht op de keuken, de zeer aangename chef, en uiteraard in de eerste plaats het eten.

Bij het afrekenen vroeg ik terloops of ze toevallig de chutney die bij de kaas geserveerd was – met appels en Tierenteynmosterd – niet verkochten, en de sommelier schoot in de lach: blijkbaar kregen ze die vraag wel vaker, en nee, ze verkochten die niet.

Maar toen we na het afrekenen naar de uitgang liepen, merkte ze op dat ze nog een verrassing hadden, en jawel, chef Thomas kwam af met een klein potje van de chutney, “voor de fans”.

Heerlijk, toch? We hebben het hen dan ook meteen verzekerd: hier komen we nog terug. Zeker weten. (En dat de chef lijkt op een jonge Matthew Mcconaughey is meteen mooi meegenomen)

+32 477 62 61 10
Victor Braeckmanlaan 367
9040 Gent
info@commotiegent.be

Openingsuren
Dins t.e.m. Zat    19.30–22.30
Vrij    12.00–14.30
Zon & Ma    gesloten

Indoor Skydiving in Charleroi

Het stond al lang op Barts bucketlist: skydiving. Maar misschien dan wel eerst de indoor versie, namelijk in een windtunnel.

Bart vond en boekte meteen in Charleroi, daar kan je terecht voor een initiatie: een uurtje uitleg, pak uitkiezen, dat soort dingen, en dan twee keer een minuut in de windtunnel. De eerste keer is dat om wat het gevoel te krijgen, de tweede keer neemt een instructeur je even mee de hoogte in, zodat je nog meer het “valgevoel” krijgt.

Ik kan dat uiteraard niet doen: dat zou zelfmoord zijn voor mijn rug en dus compleet uitgesloten. Ik geloof dat het zelfs niet toegelaten is, wat perfect begrijpbaar is.

Tegen half drie dropte ik de rest van het gezin af in de Airspace, waar zij nog een uur moesten wachten en de formaliteiten doorlopen. Ik nam de gelegenheid te baat om intussen een paar cachekes in de buurt op te pikken: een paar labcaches en twee echte, voor meer was er geen tijd.

Om half vier zaten ze klaar voor hun “vliegbeurt”: eerst Bart, dan de jongens, dan Merel. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat ze het zou durven, maar ja hoor, ze ging er voluit voor en genoot er zichtbaar van.

A propos, je kan zien aan de schoenen wie wie is :-p

Ik heb het zelf ook gefilmd, maar de filmpjes genomen door de firma zijn wel beter, ik zet die hier dus even.

Tegen half vijf stonden we weer buiten, en ik zag vier paar blinkende ogen. Een stevige, fijne ervaring, zeiden ze alle vier, en zeker de moeite waard!

Boottrip: dag vier en einde

Gisterenavond was het een fijne avond in Diksmuide, vandaag waren we iets over negenen alweer aan het varen, terug naar de basis in Nieuwpoort. We hoefden ons niet te haasten, we hadden een gewone sluis en geen getijdensluis. Enfin, heerlijk getuft in de zeewind, en zelfs nog file aan de Sint-Jorissluis, stel je voor! Gelukkig kunnen we intussen wel een beetje aanleggen en zo, viel dat dus best mee.

Tegen half twaalf waren we netjes terug, konden we afrekenen – de weggewaaide parasol, weet u wel – en bleek alles in orde te zijn. Oef.

We reden dan maar naar Nieuwpoort Bad om daar op de dijk iets te eten. Jammer eigenlijk: hoogzomer en we hadden allemaal een pull aan want net te koud om zo rond te lopen. Meh.

Na de mossels en garnaalkroketten bracht Bart Wolf en Arwen naar het station in Oostende: Arwens ouders konden haar niet komen halen, en met zes in de auto is nu niet bepaald de bedoeling. Kobe reed mee wegens geen goesting om veel poot te verzetten, Merel en ik gingen wandelen/geocachen in Nieuwpoort zelf. We hebben er maar een paar van een rondje gedaan, maar da’s niet erg. Vooral heel veel mooie huizen gezien. Oh, en er was uiteraard ook een ijsje.

Tegen vijf uur waren we terug in huis, met een blije Nazgûl, een hoop was, en kinderen die vrolijk gingen douchen. En gebruik maken van de wifi, dat ook, ja.

Nee, het was geen tien dagen aan een zuiders zwembad, maar het was een verdomd fijne vakantie.

Bart en ik hebben echt genoten van dat varen en vinden het voor herhaling vatbaar. Misschien een idee voor de citytrip voor volgend jaar? Als we een weekje hebben?