Einde van een tijdperk(je)

Schreef ik in mei 2019 nog dat ik zo graag voorlas aan Merel, dan is daar intussen een eind aan gekomen, jammer genoeg.

Ergens in december was het laatste voorleesboek – Sjakie en de grote glazen lift – uit en toen hoefde het voor Merel niet meer. Ze leest sneller zelf, maar ook: ze wordt al wat groter, en dan ligt ze eigenlijk liever te kletsen met haar mama. Want niet meer voorlezen betekent niet dat ik haar niet meer in bed moet stoppen, nee hoor. Zo goed als elke avond ga ik rond negen uur met haar naar boven en dan kruip ik bij haar onder de dekens. Dan knuffelt ze me helemaal en dan liggen we te kletsen. Over haar dag, over haar vriendinnen en het drama dat er die dag weer was geweest, enfin, over alles wat haar zoal bezig houdt. Heel vaak ontaardt het ook in een gigantische kriebelpartij, soms doe ik onnozel met een van haar knuffels, en vaak doen we gewoon alles door elkaar.

We genieten daar allebei van, en het is vaak een kwartier, twintig minuten dat ik weg ben. Maar ik heb ook de indruk dat het haar wel deugd doet: er zitten ongelofelijk veel muizenissen in dat koppetje van haar, en op die manier komen ze er ongedwongen uit.

Maar bon, het volgende voorlezen zal wellicht ooit voor kleinkinderen zijn, dus nog niet sebiet. Maar stiekem kijk ik daar toch al een beetje naar uit.

Nieuw projectje

Deze voormiddag zat ik, zo fier als een gieter en helemaal in mijn element, in een vergaderzaal van The White House,  Barts kantoor, met een eerste klant.

Klant, jawel.

Ik doe nu al een aantal jaar de website/sociale media/externe communicatie van de school en amuseer me daar eigenlijk wel mee. Door de jaren heb ik dan ook wel wat ervaring opgedaan. Ergens vorig vroeg Barbara, mijn nichtje en vooral ook vaste kinesist, of ik haar kon helpen om haar judoclub op Facebook te krijgen. Tuurlijk da: we maakten een afspraak en op een half uurtje tijd had de judoclub een eigen Fbpagina en had ik haar uitgelegd hoe ze alles moest onderhouden en posten en al. Zelf heeft ze wel een eigen FB, maar het is niet alsof ze daar veel mee doet.

Enfin, nichtje blij, ikke blij.

Ik vertelde dat enthousiast aan Bart, en toen begon er een ideetje te rijpen, vooral voor fiscale redenen, eigenlijk feitelijk. Waarom zou ik dat soort dingen niet vaker doen? Heel kleinschalig, mensen en mini bedrijfjes, zoals een bakker of een slager of een hobbyclub, helpen om op FB te gaan of om een eigen WordPresspagina aan te maken. Poepsimpel allemaal. Bon, Mediawijzer werd een feit, heel erg low key.

Intussen volgde ik als mediacoach van de school een opleiding rond recrutering van nieuwe leerlingen en kwam ik er een vroegere adjunct-directeur weer tegen, met wie ik vroeger dus een nieuwe website en infobrochure voor de school had gelanceerd. Ik had echt graag met hem samengewerkt, we hadden een klik.

De volgende ochtend contacteerde hij me: dat het deugd gedaan had om elkaar eens weer te zien en vooral te merken dat de vroegere drive nog steeds bestond. We raakten aan de klap en ik herhaalde mijn aanbod van vroeger nog eens: dat ik met plezier hem zou helpen om ook voor zijn nieuwe school – hij is intussen directeur – de sociale media op poten te zetten en vooral ook de teksten voor zijn website te herwerken. Die website is er, maar de teksten komen eigenlijk van interne visieteksten en zijn absoluut niet geschikt voor extern publiek, laat staan twaalfjarigen.
Hij aarzelde, en pas toen ik zei dat, als hij zich daar comfortabeler bij voelde, het ook tegen betaling kon, een klein bedrag, stemde hij volmondig toe.

En dus hadden we het deze morgen drie uur lang over positionering, logo’s, doelgroepen, recrutering, flyers, merkbekendheid en merkwaardering en uiteindelijk ook over de concrete teksten.

Hij zei dat hem een en ander nu veel duidelijker voor ogen stond, dat zijn doel meer afgelijnd was, en dat hij me nog teksten ging doorsturen.

En ik, ik had er echt een goed gevoel bij. Ikigai, als het ware.

Lectuur: “De passievrucht” van Karel Glastra van Loon

Wolf moest dit boek lezen voor Nederlands en dus las ik het maar meteen mee. Awel, ik moet het toegeven: we konden het beiden wel smaken, ja. Het is geen wereldtopper, maar blijkbaar wel een internationale bestseller, prijswinnaar, vertaald in massa’s talen en zelfs verfilmd. Ho hum.

Het verhaal is vrij eenvoudig qua concept: wanneer Armin tien jaar na de dood van zijn eerste vrouw met zijn huidige vriendin een kind wil en dat niet blijkt te lukken, stelt hij vast dat hij onvruchtbaar is en dat al altijd is geweest. Allemaal goed en wel, maar hij heeft wel een zoon van dertien.
Compleet van zijn sokken geblazen gaat hij op zoek in het verleden van zichzelf en van zijn vrouw, vastbesloten om te ontdekken wie de vader van zijn kind dan wel is.

Maar daarbij komt er natuurlijk een hoop vragen naar boven. En wil hij daar wel altijd het antwoord op weten? Want: zodra je iets weet, durf je al wel eens wensen dat je dat nooit te weten gekomen was. Armin stelt zich daarbij vooral de vraag wat hem nu precies een vader maakt. Is de zoon die hij al dertien jaar liefdevol heeft opgevoed, zijn zoon? Of moet hij er nu afstand van nemen? En kan of mag hij dat aan Bo zelf vertellen? Zijn genen dan echt zo belangrijk?

Intussen loop je door Amsterdamse straten en verdwaal je op de Waddeneilanden, een oer-Hollandse sfeer die tegelijk toch vertrouwd aandoet voor iedereen met een puber in huis.

Een aanrader? Goh… Ik heb er zeker geen spijt van dat ik het gelezen heb, maar er zijn zo veel boeken die eigenlijk nog beter zijn. Al is De Passievrucht zeker niet slecht.

Sea Shanties

Bart kwam me een filmpje tonen vandaag, omdat hij wist dat ik er helemaal van in de ban ging zijn. Ik geef het toe: normaal gezien hou ik niet van filmpjes en het is zelden dat ik er eentje uit kijk. TikTok is dan ook absoluut niet aan mij besteed.

Maar de Sea Shanty van The Wellerman, gezongen door een Schotse postbode, yup, dat was een schot in de roos. Het is knap gezongen, maar vooral de aanvullingen erop zijn de max. Die hele diepe bas van die jonge gast, die vrouwenstem, dat viooltje…

De remix had niet echt gehoeven voor mij, maar het zegt wel veel: sea shanties zijn hot momenteel. En zeggen dat ik er al een tijdje mee bezig was voor een van mijn larps waar we nu in piratengebied gaan verzeilen.

Als jullie nog van die aanraders hebben voor zingbare sea shanties: geef maar door. Ik ben er al een paar aan het bewerken qua tekst.

 

Lectuur: “The Codex Alera” van Jim Butcher

Jim Butcher kende ik al langer: zijn Dresden Files verslind ik met een ongeziene gretigheid, zo vlot zijn die geschreven. Waarom dan ook niet een van zijn andere reeksen lezen? De Codex Alera, bestaande uit zes boeken – Furies of Calderon, Academ’s Fury, Cursor’s Fury, Captain’s Fury, Princeps’ Fury, First Lord’s Fury – werd me links en rechts wel aangeraden, maar niet met veel overtuiging, had ik de indruk.

De premisse vond ik nochtans hilarisch: het verhaal gaat dat iemand Butcher uitdaagde om een verhaal of serie te schrijven waarin zowel de Romeinen als pokémons zijn verwerkt. Challenge accepted, zei Butcher, en hij schreef dit. Ik heb gigantisch genoten, ik moet het zeggen zoals het is: fantasy van de bovenste plank.

Het verhaal speelt zich af in een wereld waarin de samenleving is gebaseerd op de Romeinen: de burgers staan boven de rest, er is adel, en vooral: er zijn legioenen met centurions en alles erop en eraan, compleet met gladius en lorica. Maar waarin zit dan het grote verschil? Wel, de furies uit de titel. Elke persoon in Alera kan in minder of meerdere mate beroep doen, naarmate hij opgroeit, op een soort van oerkrachten, min of meer gelinkt met de vijf elementen. De adel beheerst zelfs alle soorten furies in hoge mate, wat hen dan ook de adel maakt. Zo kan een krachtige beheerser van windfuries stormen oproepen, maar ook vliegen en zichzelf verhullen. Aardemeesters – ja, ik vond er ook redelijk wat van Avatar in terug – kunnen ganse muren oproepen door de aardefuries aan te sturen, enzoverder.
De krachtigere vrije mensen worden de Knights in het leger, maar Butcher heeft duidelijk nooit zelf Latijn gedaan of heeft compleet lak aan de taal, want er zijn wel de Knights Aeris  en Knights Flora, maar hij heeft het ook over de Knights Ignus of Knights Ferrous. Ugh.
Maar als dat zowat mijn enige puntje van kritiek is, dan zit het wel goed, toch?

We volgen doorheen de zes boeken het verhaal van Tavi en hoe hij opgroeit en meegezogen wordt in de gebeurtenissen. Meer ga ik daar niet over zeggen wegens spoilers en al.

Maar verder heeft het echt alle klassieke kenmerken van een fantasy verhaal: een held tegen wil en dank, fysiek minder dan de rest en dus aangewezen op zijn intelligentie, verschillende soorten vijanden waaronder een hive mind, reddingen op het laatste nippertje, de wereld die zal vergaan, vrienden die hem steunen door dik en dun, een goeie vleug niet-expliciete seks, tegenkanting van de gevestigde waarden. Maar Butcher deinst er ook niet voor terug om duizenden mensen te laten sterven in oorlogen, zijn personages genadeloos af te maken en de nodige gruwelen in beeld te brengen. De ‘realiteit’ is nergens verbloemd.

Enfin, ik heb de reeks bijzonder graag gelezen: het is fijne fantasy, goed geschreven en met een goed samenhangende wereld. En die Romeinen, dat is voor mij een pluspuntje, jawel.