Afscheid van de tank

Ik ga hem toch wel missen, mijn goede ouwe trouwe tank. Als in: mijn Ford S-Max van 11 jaar oud en helaas een diesel met euronorm 4.

Dat laatste betekent dat hij niet meer in de Lage-EmissieZones mag, en ik ben zo al per ongeluk in die van Antwerpen verzeild, wat me een pak geld heeft gekost. Tsja.

Sinds 30 juni heb ik dus een Skoda Eniaq, de full electric die het dichtst in de buurt kwam van mijn tank. Een heerlijke auto, met echt wel veel ruimte, een deftige koffer en een rijbereik van 440 km.

Maar ik moest dus ook wel mijn Ford zien te verkopen. Eerst was er de vakantie waarin de garage toch wel vrij lang gesloten was. En toen moest er een zijspiegelkap besteld worden, wat ook wel eventjes duurde. En was er een volledig nazicht voor tweedehands verkoop.

En toen moest hij nog gekeurd worden voor diezelfde tweedehands verkoop, waarbij blijkbaar een deel van de autopapieren in rook was opgegaan. De keuring was in orde, maar ik kreeg maar twee weken om die papieren in orde te krijgen. Richting Jeroen dus, die gelukkig zeer snel alles in orde bracht en ik op tijd de papieren kreeg om hem definitief te laten keuren.

Hoewel… je krijgt blijkbaar twee maanden om je auto te verkopen, daarna moet hij opnieuw gekeurd worden. Ah bon.

Bart heeft toen overgepakt en eigenlijk gewoon wijkopenautos.be gecontacteerd. Raming: 5500 euro, wat best wel oké is. Gisteren reden we dus beiden naar Drongen, want ik ben officieel de eigenaar en Bart ging nu niet meteen te voet naar huis terugkeren. De auto werd grondig geïnspecteerd, van onder tot boven – hij was gelukkig grondig gekuist door de kinderen en door de carwash – en er werd ook hier een cijfer op geplakt. Groot was onze verbazing toen dit hoger bleek te liggen dan de oorspronkelijke raming: 5743 euro.

Daar konden we best mee leven, dus tekende ik een verkoopscontract, vezen we de nummerplaten eraf, en dat was dat. Bijzonder vlotte service, overigens, een aanrader.

Elf jaar trouwe dienst, waarvan vier jaar in dienst van Netlash. Yup. Ik ga hem missen. Maar niet zijn uitstoot.

Nog maar eens een operatie…

Weet je nog dat ik halverwege oktober een blaasontsteking had? Eentje die al opgeklommen was naar mijn nieren?

Wel, na tien dagen antibiotica was dat nog helemaal niet voorbij, en de huisdokter schreef me nog vijf dagen extra medicatie. Hmm. Toen bleef ik nog steeds steken voelen, dus op vrijdag ging ik opnieuw naar de dokter. Die boekte meteen een afspraak bij de uroloog op maandag.

Die luisterde, bekeek de urinewaarden, zag via een echo dat er kleine steentjes in mijn nieren zaten en boekte een CT-scan  voor de woensdag, tijdens Merels verjaardagsfeestje. Op woensdag bekeek ze die scan, verklaarde dat die steentjes niet zo erg waren, dat ik die ooit wel ging uitplassen, maar… dat mijn galblaas wel vollédig vol zat met steentjes. Als in: een massa kleine steentjes zodat die blaas eruit zag als een golfbal, iets wat elk moment eigenlijk fout kan gaan.

Meteen liet ze haar secretariaat een afspraak maken met een chirurg, want jawel, als ik niet dezelfde weg wil opgaan als Bart, moet die er zo snel mogelijk uit. Afspraak voor de woensdag erna, een week later dus. Dat moest wel kunnen. En toen zat ik in quarantaine, en werd de afspraak een week verzet. Toen ik effectief positief was.

Bon, vandaag dus wél naar de chirurg. Die opende de foto’s op haar scherm en riep bij het aanschouwen van mijn CT-scan, enthousiast uit: “Oh maar da’s een mooie galblaas! Da’s een hele mooie!” Ik heb dus nog maar eens bewijs dat ik aan de binnenkant mooier ben dan aan de buitenkant, voilà.

Enfin, besluit: op maandag 20 december ga ik nog maar eens een stukje Gudrun laten wegnemen. Als corona er geen stokje voor steekt, natuurlijk, want het is nog maar de vraag of chirurgische ingrepen nog wel zullen mogen en kunnen. En ik zou één nachtje moeten blijven, voor de zekerheid.

Allez hup. En dan drie weken plat, zodat ik na de vakantie opnieuw kan gaan werken. Als dat geen mooie planning is!

Vogeltjes, maar niet voor de kat

Ja ik weet het, ik ben vroeg met mijn jaarlijkse vogeltjespost, ik had er in februari nog eentje.

En het zijn nog steeds dezelfde meesjes en vinkjes als altijd, en een heel mooi roodborstje met een bleekoranje borstje. Daar blijf ik dus goedgezind van worden. Merels heb ik helaas nog niet gezien, maar dat komt hopelijk nog wel.

Het verschil zit hem in Nazgûl. Die zit tegenwoordig vaak op een van de keukenstoelen naar buiten te kijken, naar die vogeltjes, en dan laat hij af en toe een zeer gefrustreerd geluidje horen. Het houdt het midden tussen een gemiauw, gegrom en geklaag. Een beetje, voor wie dat kent, als het geluidje van Perry The Platypus in de tekenfilm Phineas and Ferb.

Maar het is dus mega, mega schattig. Het is me nog niet gelukt het te filmen, want van zodra je beweegt, is zijn aandacht afgeleid van de vogels en kijkt hij naar jou. Maar geloof me, zo’n zacht klein gefrustreerd geluidje…. Schattig!

Lectuur: “The Lovely Bones” van Alice Sebold

Na een ganse reeks fantasy nam ik toch nog eens een van de klassiekerslijst van de BBC ter hand, deze “The Lovely Bones” dus. Ik piep dan altijd eerst even op Goodreads naar de algemene score en een paar reviews, en zag dat deze toch wel genadeloos afgekraakt werd. Sebold kan niet schrijven, het verhaal is slecht, de schrijfstijl is vreselijk…

Ik begon dus met enig voorbehoud aan het boek, maar eigenlijk viel dat best wel mee. Ja, de stijl is eenvoudig, maar wel perfect hoe een veertienjarig meisje het zou zeggen. Eigenlijk weet je de premisse al van in het begin: Susie wordt vermoord door een van haar buren en die doet haar lijk vakkundig verdwijnen. Susie komt in haar hemel terecht waar ze het doen en laten van haar gezin, haar schoolvrienden en de dader in de gaten houdt. De vraag is hier dus niet wie het gedaan heeft, maar hoe ze de moord op aarde zullen oplossen, en vooral, hoe haar omgeving met haar dood omgaat.

De stijl is eigenlijk verfrissend eerlijk, de psychologie ook die van een veertienjarig meisje. Sebold vertelt vooral hoe elk lid van Susies onmiddellijke omgeving op haar dood reageert: haar vader, haar moeder, haar iets jongere zusje, haar veel jongere broertje, de jongen met wie ze nog maar één keer gekust heeft, een meisje dat ze niet zo goed kent maar dat haar schim gezien heeft, de dader… Alles blijft nochtans vanuit het perspectief van Susie gezien, zelfs tien jaar na haar dood. Je merkt dan ook hoe de personages allemaal geleidelijk aan op hun eigen manier over haar dood heen geraken, hoe ze uiteindelijk toch hun eigen leven weer opnemen. En de dader? Tsja…

Nee, het boek verdient het absoluut niet om zo afgekraakt te worden, maar om het nu perse een klassieker te noemen… Goh ja. Ik heb er geen spijt van dat ik het gelezen heb, maar een aanrader, mja, dat nu misschien ook weer niet.

De quarantaine voorbij

Oef!

Sinds vandaag zijn Merel en ik definitief uit quarantaine en de jongens hebben hun dag 7 PCR-test gekregen en zijn negatief. We zijn er dus door…

Ik had het absoluut niet moeilijk om het huis niet uit te mogen: ik ben een asociale huismus, dat valt dus wel mee.

Lastiger was dat ik niet echt les kon geven. Online les is beter dan niks, maar het is toch lang niet hetzelfde.

Het ergste was dat ik Bart niet kon vastpakken, dat ik de jongens niet kon knuffelen. Ja, daar heb ik het echt lastig mee gehad. En dus heb ik vanmorgen Bart keihard “tegen mijnen gilet” getrokken, ik ben helemaal in zijn armen gekruld en ik heb de jongens ook keihard vastgepakt. We hebben een fijne groepsknuffel gegeven, en man, dat deed deugd…

Maar vooral: ik ben er nu voorlopig efkes vanaf want ik zou voor een half jaar immuun moeten zijn, volgens het herstelcertificaat. Als dat zou binnenkomen op mijn Covid Safe app, tenminste.