Museumdagje in en rond Den Haag

Bart had een schitterend idee: waarom gingen we niet eens naar museum Voorlinden, in Wassenaar? Hmm… Dat ligt dus wel net voorbij Den Haag, op 2.5 uur rijden. Maar, zei Bart, we nemen er meteen het Kunstmuseum in Den Haag bij, en eten dan iets in het centrum zelf.

Goh ja, waarom niet? Het leek me een fijne uitstap, en dat bleek een understatement.

Nog voor acht uur zaten we al in de auto, iets over tien konden we knal voor het Kunstmuseum daar in Den Haag parkeren. Ik ben al verschillende keren met school in Den Haag geweest, maar dit ligt buiten het centrum, dit kende ik dus nog niet.

Man, het gebouw alleen al is een bezoekje waard! Het is een doolhof, dat is waar, stijl Designmuseum in Gent, een art decogebouw van de architect H.P. Berlage. “Om de gewone man het gevoel te geven dat hij een cultuurtempel betreedt, waarin hij in alle rust kennis maakt met de kunst, ontwerpt hij onder andere de lange, beglaasde pergola. Daarmee neemt hij geleidelijk afstand van het drukke straatgewoel. De rustige vijvers moeten hem voorbereiden op de aandachtige omgang met kunst. Eenmaal binnen betreedt de bezoeker de monumentale hal. Daar kan hij rechtdoor op gelijk niveau naar de ruimtes voor kunstnijverheid. De kunstvorm die het dichtst bij de gewone man staat. Of de trappen op voor de meer verheven beeldende kunst. Om museummoeheid te voorkomen, ontwerpt Berlage de museumzalen in een menselijke maat en van verschillende grootte. De doorgang tussen de zalen plaatst hij nooit recht tegenover elkaar, zodat elke ruimte evenveel aandacht krijgt. Om de bezoeker vooral te laten verdwalen in de kunst, zorgt hij dat er geen duidelijke looproute is.” 

Zoals een van de suppoosten zei, die ik aanklampte omdat ik nog maar eens verdwaald was: “Het is ook de bedoeling van de architect, mevrouw”. Euh, juist ja.

En dan de kunstwerken… Een hele reeks rond De Stijl, met uiteraard Rietveld, en dan het topstuk van het museum, de Boogie Woogie van Mondriaan. Knap om zien, perfect gekaderd ook. Maar Mondriaan was zeker niet het enige: er hangt echt veel knap werk.

Er was een onderdeel rond muziek, en boven een hele tentoonstelling rond mode allerhande, waarbij je ook zelf dingen kon aantrekken.

En dan kon je ook nog helemaal naar beneden, naar de Wonderkamers: een bont allegaartje van de meest uiteenlopende dingen, waarbij je van de ene kamer in de andere en van de ene verbazing in de andere valt. Oh, en ook dingen kunt aantrekken.

En eigenlijk doe ik het museum nog helemaal geen recht. Ik vond het de max, zeer creatief, zeer… anders, zeer aangenaam. We hebben er ook langer rondgelopen dan gedacht, en dat zegt ook wel iets, ja.

Daarop reden we alsnog naar het centrum om daar iets te eten en wat rond te lopen. Ik wilde Bart eigenlijk het Binnenhof laten zien, maar dat was helemaal afgesloten wegens verbouwingen. Meh.

En toen reden we een kwartiertje verderop, naar Wassenaar en het landgoed Voorlinden. Zoals Wikipedia het stelt: “Museum Voorlinden is een Nederlands particulier museum voor moderne en hedendaagse kunst op het Landgoed Voorlinden te Wassenaar in Zuid-Holland. De erin ondergebrachte kunstverzameling van Joop van Caldenborgh staat bekend als de Caldic Collectie, de grootste particuliere kunstcollectie in Nederland.“

Wel, euh, wow. Zonder meer wow. Het gaat grotendeels om monumentale kunst, en het museum is er duidelijk op gebouwd. Zo is er bv. het zwembad, waar je dus ook onderdoor kan lopen, zoals het is bedoeld. Of de extra trap naast een van de andere kunstwerken, zodat je het ook van bovenaf kan bekijken. Ik heb er enkele dingen gezien die ik al eerder zag en die in bruikleen waren, maar ik heb er ook zonder meer prachtige dingen gezien die ik nog niet eerder zag. Moderne kunst, dat wel, je moet er voor zijn. Het begon al quasi perfect bij het binnenkomen: een van de kleinere Maman beelden van Louise Bourgeois, waar ik zot van ben.

En toen wilde ik graag nog even uitwaaien aan het strand in Scheveningen. En uitwaaien bleek wel het juiste woord te zijn, ja: we waaiden bijna van die pier af! Die pier is trouwens voornamelijk vergane glorie, konden we merken. Op het strand lopen was geen optie, want je werd er gezandstraald. Maar we dronken er wel nog ergens een koffie met een uitgebreid dessertbord bij.

En tegen half acht waren we weer thuis, helemaal uitgewaaid en uitgekunst, maar met een prachtige dag achter de rug. Aanrader!

Peppi en Kokki aan zee: dag drie

Ik zat om half acht al aan het venster naar de zee te kijken, en toch was het na twaalven voor we weg waren uit het appartement. Lazy mornings, zeker?

We deden een tweede grote stuk van The Crystal Ship, maar vonden het rond een uur of twee welletjes, lieten de kunstwerken voor wat ze waren en fietsten richting het centrum om daar iets te eten bij Paul.

We fietsten naar huis langs het Leopoldpark om daar nog wat labcaches op te pikken – u dacht toch niet dat ik intussen niet gegeocached had, of wa? – en Gwen trok meteen haar bikini aan om nog wat van de zon te genieten op het strand. Mijn rug wilde even rust, kreeg die, en tegen half zeven ging ook ik het strand op.

Vreemd genoeg had mijn brein zich op voorhand volledig voorbereid op vijf daagjes Oostende, met fietsen en kunstwerken en geocaches, en was het compleet voorbijgegaan aan het feit dat we ook aan zee zaten. Gelukkig had ik gisteren in een tweedehandswinkeltje voor zes euro een fijne bikini op de kop kunnen tikken, en had ik sowieso een badhanddoek mee. Maar yup, zee, dat was blijkbaar niet ingecalculeerd.

Ik heb er nochtans van genoten, van dat lezen daar op het strand. En die bikini, die valt echt goed mee.

Ja, dat is Gwen, daar op de vloedlijn.

Tegen acht uur kwam er toch weer een hongertje opzetten, zodat we op jacht gingen naar een vrij plekje ergens op een terras, en jawel, twee minuten chance bij de beste Italiaan op de dijk.

Opnieuw een zeer geslaagde dag, dus.

Peppi en Kokki aan zee: dag twee en The Crystal Ship

We sliepen lang, gingen iets halen om te ontbijten, bleven nog lanterfanten en het was uiteindelijk na elven voor we het appartement verlieten en de fiets op gingen.

Het plan?  Een deel van de route van The Crystal Ship fietsen, en dan vooral het stuk op de Oosteroever. Voor wie niet weet wat The Crystal Ship is: dat is een project dat al een tiental jaar loopt en waarbij intussen 92 straatkunstwerken zijn geschilderd op alle mogelijke gevels. De kunst is zeer uiteenlopend: primitief, verbaal of soms bijzonder levensecht, vaak met een knipoog (of meer) naar James Ensor. Ik wilde dit al jàren doen, maar bleef het uitstellen, en nu kwam het er eindelijk van. Ik vond in Gwen ook een gewillige partner in crime, en samen gingen we dus de elektrische fiets op, zelfs in die hitte. Al viel dat laatste wel mee, daar aan zee: het werd vandaag 31° ipv. de 36° uit het binnenland. En ik vond zowaar een paarse zomerhoed die me ook deels redde van de warmte!

Bon, ik heb ook alle kunstwerken gefotografeerd en post ze hier voor mezelf. Neem gerust mee een kijkje, of sla ze gewoon over. We hadden allebei de app gedownload waarmee we de eerste zes kunstwerken al bezochten voor we in de Dienst Toerisme van Oostende (tegenover het casino) voor vijf euro het boekje en de kaart gingen halen. Heb je die nodig? Nee, de app geeft ook alle info, maar we vonden het papier soms gewoon praktischer en overzichtelijker. Maar mocht u dus uitleg willen bij een van die kunstwerken? Alles staat op de app.

Af en toe zag ik ook nog andere muurtekeningen die niet tot het parcours behoren, maar die ik er wel bij wilde. Of beelden. Ik heb iets met beelden.

Na een paar kunstwerken zetten we onze fietsen aan de Visserskade en deden we een toertje te voet, omdat de kunstwerken daar dicht op elkaar lagen en er toch te veel voetgangers waren om door te navigeren met die fietsen. En onderweg kwamen we een Griekje tegen. Zoals het hoort.

Toen was het al vier uur en namen we de veerboot naar de overkant, maar moesten wel een twintigtal minuten wachten: het was pokkedruk in Oostende. En ja, aan de overkant was het veel rustiger, bijzonder heet, ietwat desolaat, maar gelukkig vonden we wel een (heet) terras om iets te drinken. Dat werd een gewone latte (van 6 euro) want 15 euro voor de iced versie vond ik er wat over.

Een half uur wachten op de boot terug zagen we niet zitten, en dus fietsten we gewoon terug naar de overkant, iets wat met die elektrische fietsen niks inhield uiteraard. En we zagen nog wat kunstwerken ook, mooi meegenomen. In het passeren waaiden we ook nog de Delhaize binnen, kwestie van brood en melk en kaas en zo voor het avondeten.

We aten, ik ging even liggen, Gwen ging nog richting strand, en rond een uur of acht deed ik dat ook: gewoon even rustig zitten in mijn stoel en genieten van de ondergaande zon.

Het is vreemd hoe snel de zon eigenlijk ondergaat… Maar ik werd er wel helemaal zen van.

Londen dag vijf: het is op

Omdat het gisteren zo laat was, sliepen we lang, ontbeten laat en trokken rond half elf de deur van ons excellente verblijf achter ons dicht. Ik geef u nog even een zicht op de privétuin mee van op ons terras.

We namen met onze spullen de metro vanuit Paddington richting St. Pancras om daar onze bagage al eerst even af te droppen, en lazen intussen de Metro, het gratis gazetje dat daar nog bestaat. We stelden wel vast dat we precies lang bleven stilstaan op Edgeware Road, en plots… reden we terug de andere richting uit en stonden we weer in Paddington! Als twee idioten hadden we er dus niet bij stilgestaan dat Edgeware Road de eindhalte is van de Circle Line in de ene richting, en dat we daar dus hadden moeten overstappen op de Circle Line in de andere richting. Goed bezig dus, extra gezeul voor Merel met de overvolle – wegens te veel boeken gekocht – en loodzware valiesjes, en bijna een uur kwijt. Het zorgde ervoor dat we onze bagage afgooiden en richting Charing Cross spoorden, maar daar eerst iets gingen eten in een of ander Italiaans restaurant. Het stikt daar echt van de Italiaanse dinges…

En toen was het tijd voor de National Gallery, iets wat bij Merel ook met stip op haar lijstje stond. Ja, het was het waard, alleen al voor de Monets die er hangen en waar zij compleet zot van is. Ze kocht dan ook een schriftje van Monet en kreeg van mij een T-shirt met de waterlelies op.

En toen… was het op bij Merel. Haar voet deed zeer – een ontstoken teennagel en blijkbaar, zo bleek achteraf thuis, een ontstoken pees – en ze voelde zich echt niet goed. Het plan was geweest om nog te voet, zo’n 40 minuten wandelen in totaal, richting St. Pancras te gaan met een tussenstop in het British Museum en daar ook een koffietje. Dat lukte dus niet meer, en ik troonde haar dan maar mee via de metro naar St. Paul’s Cathedral die ik ook wel wilde zien en waar ik nog een massa labcaches kon doen, zodat zij zich ook niet schuldig hoefde te voelen.

Zij installeerde zich daar in de tuin van de kathedraal onder een boom, en ik ging op wandel. 26£ voor de binnenkant van de kerk was me toch iets te veel, zodat ik me ook in de schaduw installeerde en een reeks labcaches afwerkte. De rust en de stilte – het was echt druk geweest in de buurt van Trafalgar Square – hadden Merel duidelijk goed gedaan, en een ijskoffie met koekje bij de Starbucks waren nog beter. We namen de metro’s terug richting Euston, haalden onze bagage op, waren tegen half zes in het station, zoals gevraagd, en gingen als een sneltrein doorheen bagagecheck, security check en paspoortcontrole: ze deden toevallig net voor onze neus telkens een nieuwe balie open. Een rustig half uur later konden we aan boord, zaten we te lezen, kregen we een deftige koude salade als avondeten, en om tien uur stonden we in Brussel. Daar hebben we gelopen om nog de trein van 22.07 uur naar Gent te halen, maar helaas: dat perron van de Eurostar is echt té lang en te druk, en we stonden om 22.08uur in de vertrekhal te kijken naar een bord waar net de trein naar Gent van verdween. Dju.

Dan maar een trein later, zodat we om elf uur Bart in de armen konden sluiten, en nog iets later in ons eigen bed lagen.

Oef.

Londen, u was fijn. Echt fijn.

Londen dag 4: wat minder en dan een knaller!

We gingen opnieuw ergens ontbijten, en stelden opnieuw vast at we daar gewoon meer voor betaalden dan een lunch. Tsja. Maar het was wel lekker.

We namen de underground richting Camden omdat ik daar zo goede herinneringen aan heb uit vervlogen tijden, maar die tijden bleken wel degelijk vervlogen. Camden is niet meer het walhalla van de alternativo’s, goths en punks, maar een gigantische toeristenval met voornamelijk goedkope eetstandjes en souvenirbrol. En veel te druk ook nog eens. We liepen wat rond, ik stelde vast dat mijn favoriete gothwinkel The Black Rose blijkbaar al jaren weg is, dat de Cyberdog nu vooral voor ravers is en dat verder de prijzen behoorlijk hoog liggen. Ik heb er wel de max van een paarse hoed gekocht, en nog afgedongen van 35 naar 30 pond, wat wel de prijs is voor een degelijke hoed uit 100% wol. Yup, in mijn nopjes.

Maar nog voor de middag maakten we dat we daar weg kwamen en spoorden richting St.James Park, om daar in een echte pub ons te goed te doen aan een pie. Vandaar liepen we naar Buckingham Palace om dat toch ook eens gezien te hebben, liepen de Mall af en kwamen uit op Trafalgar Square, waar we oog hadden voor de fijne verkeerslichten.

We keken even rond, aanschouwden Nelson,s Column en gingen dan naar Cecils Court, een straat die bekend staat om haar fijne antiquarische boekenwinkels. Dat had Merel toch zo opgezocht. Alleen bleek het eerder een straatJE en waren een winkel of vier-vijf en dat was het. We waren niet bepaald onder de indruk.

Tegen dan waren we allebei al wat moe, en we wilden vooral ook op tijd op het appartement zijn om nog wat te rusten, iets te eten en op tijd op West End te zijn, hier dus ongeveer terug. We namen de metro richting Euston en stelden vast dat dat niet hetzelfde is als Euston Square en dat je daar een vijftal minuten bovengronds moet voor een aansluiting. Ideaal voor een ijskoffie in zo’n straatstandje dus. Oh, en opnieuw enkele boodschappen voor het avondeten en morgen het ontbijt.

Het uurtje rust deed deugd: we fristen ons op, ik trok zelfs een kleedje aan, en iets over half zeven gingen we de deur uit. Ik had gerekend op een half uur verplaatsing – de show begon om half acht – maar dat was dus een behoorlijke misrekening, zeker omdat we plots tien minuten moesten wachten op een volgende metro. Ouch. Het zorgde ervoor dat we buiten adem, op een holletje maar wel nog op tijd kwamen voor Hadestown, het aangepaste en naar musical vertaalde verhaal van Orpheus en Eurydice. En ja, het was ook écht goed! We hadden ook degelijke plaatsen, al was ik blij dat ik geen 2 meter ben want dan had ik niet in die stoel gepast.

Behoorlijk onder de indruk van zowel het spektakel zelf als van de zangprestaties. Wanneer de gefilmde versie in oktober uitkomt op de Engelse markt, ga ik toch eens kijken of ik dat kan vastkrijgen en eventueel tijdens uren studie of zo aan mijn leerlingen voorschotelen.

We liepen op het gemak door de drukte terug naar de underground, waren tegen goed half twaalf thuis, en dat was dat voor dag vier.

Londen dag 3: goed beter best

We hadden geleerd van gisteren en dus aten we gewoon ontbijt op het appartement, gezond met yoghurt en fruit en al. We wilden ook niet al te veel tijd verliezen, want om half elf wilden we aan het Design Museum zijn voor de Wes Anderson tentoonstelling. Ik moet toegeven dat ik niet veel van zijn films gezien heb, maar ik ben nu wel getriggerd, ja. Merel was laaiend enthousiast, en het is inderdaad allemaal heel esthetisch.

We hadden nog meer dan een uur voordat we aan onze lunchplek moesten zijn, zodat we ook nog even door de rest van het museum liepen.

En toen was het dus tijd voor High Tea, en die stelde niet teleur! Merel ging voor een Black Vanilla – en kreeg als cadeautje van mij nog een pakje mee naar huis, ik koos een zwarte thee Cream Caramel. En dan was er het eten… Merel was helemaal door het dolle heen, en ik geef haar geen ongelijk: het was een ervaring!

Er waren vijf hartige hapjes per persoon, twee ronduit fantastische scones met clotted cream and jam, en vijf taartjes te verdelen onder ons. En jawel, er was red velvet cake bij voor Merel! Het was ook gewoon te veel, maar we mochten de twee overgebleven scones ook gewoon meenemen in een doosje, gelukkig maar.

Helaas was het toen tijd voor iets dat een pak minder vrolijk was: een van mijn goeie vriendinnen en medevosje Hanneke werd vandaag begraven, en gelukkig was de plechtigheid ook online te volgen. Merel troonde me dus mee naar het nabijgelegen Hyde Park waar we ons onder een boom posteerden en ik kon volgen. Het deed deugd, maar god, ik ga Hanneke missen…

Daarna liet ze me even wat tijd om op mijn positieven te komen, en liepen we richting Picadilly Circus en vooral de grote Waterstones, een mega boekenwinkel. Ik installeerde me met een koffietje want Merel was ik kwijt voor toch wel bijna een uur. Ze heeft zich gigantisch ingehouden en hield het bij vier boeken, ook al omdat ze die voor de helft zelf moet betalen.

We liepen vervolgens verder naar Leicester Square. Man, wat een drukte! Dit was eigenlijk niet meer zo leuk, en Merel was echt moe – ze had slecht geslapen – waardoor we richting huis gingen, maar niet voordat ik eerst nog enkele foto’s van standbeelden had genomen.

Brood was er nog van gisteren, en we hadden nog de halve pizza van maandag, om eten hoefden we ons niet te bekommeren. Blij dat we thuis waren. Ik heb nog even geprutst met een handdoek en een rolsysteem om Merels kamer beter te verduisteren, en toen ging voor ons beiden het licht uit. Zeer geslaagde dag, jawel.