Bordeaux: slot

Die laatste dag hebben we eigenlijk niet veel van Bordeaux gezien: we zijn opgestaan om zeven uur, zaten om acht uur in de Über en hadden dus nog tijd om te ontbijten aan het station, want de trein vertrok kwart over negen.

In Parijs namen we een taxi tot aan het Noordstation, waar we in het café er tegenover een smakelijke steak tartaar aten, vaststelden dat er een zeer bizar scheef huisje voor het station stond dat een kunstwerk bleek te zijn, en dan maar de trein namen tot in Rijsel.

Daar geraakten we vlot in de parkeergarage, iets minder vlot eruit – het systeem accepteert geen buitenlandse betaalkaarten – en dan zeer zeer vlot in Gent, waar we mooi op tijd waren om om half vier onze kampdochter op te halen. Moe, zeer hees, maar proper gewassen en heel erg tevreden: meer moet dat niet zijn na zo’n kamp.

Thuis werden de valiesjes uitgeleegd en de was verzameld, en dat was dat.

Maar het was wel een zalige vakantie, een paar dagen echt weg, en dat deed deugd.

 

Scoutskamp

Merel was er, zoals altijd, niet gerust in. Ging ze zich wel amuseren, ging ze wel kunnen slapen, ging het wel goed zijn, dat kamp? Mijn eeuwige twijfelaartje had er zelfs stress van.

Maar deze morgen stond ze wel te glunderen aan het station: ze had er helemaal zin in! Pas toen Lieze de gebruikelijke traantjes liet vloeien, deed ze even mee. Wat al even gebruikelijk is, eigenlijk.

En nu is ze dus vertrokken voor een weekje, mijn jongste kuiken.

Bril

Al ergens in januari had Merel medisch onderzoek gehad en was vastgesteld dat haar zicht niet meer optimaal was. Dat hadden we ook al gemerkt hier thuis: vanuit mijn hoekje in de zetel kon ze de ondertitels op tv niet meer lezen.

Soit, oogarts dan maar, ik moet zelf toch om het half jaar gaan. Maar toen was er corona en moesten we de afspraak verzetten, en toen bleek er nog steeds corona en ging de afspraak nog een paar maanden achteruit. Dat werd uiteindelijk vorige week dinsdag bij de privépraktijk van de oogarts, in Beke.

Merel moet effectief een bril dragen om ver te zien – het zit een beetje in de familie, zou je kunnen zeggen – en ook mijn ogen zijn licht achteruit, alweer. Het is niet het zicht op zich, het is het astigmatisme, ofte de vervorming van de oogbol die weer erger is geworden. Alleen wil ze mijn bril niet meer verzwaren want ik zou misselijk beginnen worden, zegt ze, en ik geloof haar best. En ja, het aspect leesbril begint er bij te komen. Ik kan al lang niet meer breien en naar tv kijken tegelijk, want ofwel zie ik het ene, ofwel het andere. Een multifocale bril dringt zich op.

Woensdag was ik met haar naar de brillenwinkel gegaan en waren we bij het idee gebleven dat we eerder al hadden opgedaan – we waren de dag na het doktersbezoek al eens gaan piepen in de winkel – namelijk een fijn goudkleurig brilletje. Ze zag het helemaal zitten: ze vindt die bril helemaal niet erg, integendeel, ze staat er fantastisch mee.

Vandaag kreeg ik tot mijn grote verbazing al bericht: de bril was klaar! We zijn hem dus op de valreep nog gaan ophalen – ik zat in de namiddag op school – en zeg nu zelf: ze ziet er toch zeer goed mee?

En ikzelf? Goh, ik sta absoluut niet met ronde brillen en er zijn momenteel geen rechte brillen in de mode, dus ik ga nog even moeten wachten tot de nieuwe collectie in het najaar. Meh.