Ik wilde nog eens een boek uit de klassiekerslijst lezen, en ik zal het geweten hebben! Vanity Fair is inderdaad één van die titels waar je wel eens van hoort, maar dit was bij momenten toch doorbijten, zeker omdat het om meer dan 800 pagina’s gaat.
Het boek uit 1847 gaat over twee vrouwen, ongeveer dezelfde leeftijd, die verder behoorlijk verschillend zijn. Rebecca ‘Becky’ Sharp is een weeskind dat dankzij een beurs wel een goeie opvoeding heeft gekregen, maar verder niks heeft. Amelia ‘Emmy’ Sedley komt daarentegen uit een traditioneel, rijk gezin en er wordt dan ook van haar verwacht dat ze trouwt met een goede partij en een gezin sticht, als brave huisvrouw.
Hun wegen lopen door elkaar: Becky slaagt erin zich op te werken, te trouwen boven haar stand – en daardoor meteen ook in de armoede terecht te komen omdat haar man onterfd wordt door dat huwelijk. Maar ze is slim, vindingrijk en absoluut onscrupuleus, waardoor ze in de hoogste kringen verzeilt en overal schulden maakt, daar dan telkens voor vlucht, een relatief liederlijk leven leidt, een zoon krijgt die ze eigenlijk negeert, en Emmy’s leven ook overhoop haalt.
Amelia’s leven loopt ook niet bepaald over rozen. Haar vader raakt alles kwijt, komt in armoede terecht, en wanneer ze er toch in slaagt haar geliefde met haar te doen trouwen, wordt die ook onterfd en komen ze ook in de problemen. Hij is de liefde van haar leven, maar dat is blijkbaar niet wederkerig. Ze blijft echter trouw aan haar echtgenoot, leeft een deugdzaam leven, leeft vooral voor haar zoontje en is daardoor uiteindelijk diep ongelukkig.
De schrijver richt zich regelmatig zeer moraliserend tot de lezer, probeert een licht sarcastische toon aan te houden, maar dat lukt niet altijd even goed. Maar de titel is wel bijzonder goed gekozen, want dat is uiteindelijk waar het hele boek om draait: status, hoe je overkomt bij de rest van de bevolking en dan vooral ook de adel en de rijken, de uiterlijke schijn, het prestige. Mensen laten elkaar vallen omwille van verarming of statusverlies, er wordt geslijmd met hele bakken om een erfenis, alles draait om geld, ‘vriendschappen’ worden gesloten omwille van prestige, jurken worden aangepast met een minimum aan geld om toch rijk over te komen, dochters worden puur om status uitgehuwelijkt en kinderen worden onterfd net omwille van ‘verkeerde’ huwelijken, dat soort dingen. Thackeray is bij momenten zeer langdradig, ik zou er hier en daar grondig willen in snoeien, maar aan de andere kant wordt het er zo wel ingehamerd.
Ik snap wel dat dit tot de klassiekers gerekend wordt, maar blij dat ik het gelezen heb? Meh.









