Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *