De Jonkman

Bart vond dat we met een feestweek en twee sterrenrestaurants in Bordeaux nog niet genoeg hadden gefeest voor ons 24 jaar huwelijk. Daarom had hij voor vanavond gereserveerd in De Jonkman, het Brugse tweesterrenrestaurant waar we al eerder al hadden gegeten en zo tevreden over waren.

De vorige keer was het echter in maart, rotweer, vroeg donker en zaten we ook echt binnen. Deze keer was het stralend weer en zaten we in de voorbouw met volledige glazen wanden  in de voortuin, in de zon. Een wereld van verschil, wat mij betreft.

En het eten? Magnifiek. Ik heb het bij het afrekenen ook gezegd: dat dit wat ons betreft op dezelfde hoogte staat als het Hof Van Cleve, wat de ober gracieus aannam als een toch wel zwaar compliment. Ik meende het. Succulent.

Het menu was alvast veelbelovend, we gingen voor de zes gangen, het seizoen volgens Filip Claeys.

Bij het aperitief – geen idee meer wat erin zat, maar wel zeer lekker en alcoholvrij – kregen we uiteraard al een aantal hapjes.

Rund ‘Holstein’
Tartaar / radijs / jus gebrande sla

Ik had er telkens ook de aangepaste sapjes bij, en man, diegene die die heeft samengesteld, kent zijn job qua food pairing: telkens er ongelofelijk klop op.

Pasta agnelotti
By Emanuele Mazzaroppi

Grijze garnaal DINI 62
Lamsoor / bloemkool

Catch of the day ‘Noordzee’
Gegrilde augurk / girolles / verbena

De vangst bleek een jonge kabeljauw te zijn. Oh, en prachtige glazen met een zeer fijn steeltje.

Lam
Zuring / aardappel / knoflook

Nagerecht
fris / zoet

Het was een eenvoudig aardbeientaartje met flinterdunne rabarber, de naam was wel correct, ja.

En toen kwam bij Barts koffie nog de friandises, waarvan het laatste echt wel getuigt van humor: een eetbare sigaar, behalve het sigarenbandje. Fijn!

Wat mij betreft komen we hier effectief nog. Maar er zijn er nog zo veel die we moeten afgaan…

Bordeaux dag 3

Deze keer waren we iets vroeger weg, zodat we nog rustig konden ontbijten. Enfin, voor mij een kaneelkoek, voor Bart volstond een koffie. Daarna namen we even een kijkje bij het oude amfitheater in Bordeaux, maar veel hebben ze daar niet mee gedaan: je kan het enkel vanop een afstandje bekijken, en veel is er ook niks aan te zien.

Aansluitend reden we rond en gingen we wat caches halen, maar Bart voelde zich toch echt niet oké, en dus aten we iets op het terras van zowat Bordeaux’ chiqueste brasserie. Lekker, daar niet van…

En toen ging het per fiets door nogal wat, euh, achtergestelde wijken tot aan het meer van Bordeaux, een soortement Blaarmeersen, zo bleek. Daarna fietsten we verder tot aan La Base Sous-Marine, een duikbootbunker uit de tweede wereldoorlog. We stonden met onze fietsen aan de ene kant, maar door werken konden we niet over een brugje, en toen hebben we ons nog stevig moeten haasten wegens een enorme omweg naar de ingang. En bleek die vlak bij ons oorspronkelijke punt te liggen. Hmm.

Maar het was het meer dan waard: de bunker is uitgerust met honderden camera’s, waardoor ze een ongelofelijk spektakel kunnen oproepen. Er was een lange, tsja, film over Klimt, en toen was het wel voor Bart en zijn we niet meer gebleven voor Klee.

Bart zat er tegen dan een beetje door, waardoor we gewoon rechtstreeks in de hitte – meer dan 30° – naar huis zijn gefietst, langs de boulevards, aka. de kleine ring van Bordeaux. Thuis is hij onmiddellijk in zijn bed gekropen en heb ik me gewoon zetten lezen. Heerlijk.

En tegen zeven uur gingen we weer de fiets op – Bart was weer helemaal opgeknapt – naar het volgende restaurant, Soléna, ook één Michelinster. De prijs was zo goed als het zelfde, het niveau lag toch wel wat hoger.

Nu was het al quasi donker toen we naar huis fietsten, maar geloof me: het vakantiegevoel was echt.

Bordeaux dag 2

Bart voelt zich niet optimaal: hij was al verkouden thuis, en het is er niet beter op geworden. Wees gerust, het is geen COVID, ik ken zijn verkoudheden en die gaan door vaste fases heen. Nu zit hij aan de snotter, het volgende wordt de hoest. Koorts heeft hij niet.

Soit, één en ander zorgde er dus wel voor dat het al dik na elven was voor we uit ons huisje vertrokken, een goeie drie kilometer te voet naar het oude centrum om er onze elektrische huurfietsen op te halen. Gelukkig sloot die fietsenzaak niet over de middag, en dus zaten we nog wat later in de buurt van de Place Gambetta sushi te eten. Ongelofelijk vers, wellicht net gesneden, want we moesten wel even wachten.

Daarna namen we de fiets naar de Place Quinconque, kwestie van er in de Info Touristique een kaartje op te duikelen, en meteen een zeer vriendelijke en competente uitleg te krijgen. Na de obligate koffie op een terrasje gingen we dan voor een fietstocht met een paar caches, eerst tot aan de Cité du Vin – waar we niet binnen gingen wegens geen affiniteit met wijn en toch wel wat kennend van viticultivatie – en dan over de brug heen een hele mooie fietstocht langs het water, gelardeerd met caches en gedichten.

We reden terug de oude stad in, dronken er iets op een oerfrans pleintje

en reden toen naar huis om ons om te kleden, want Bart had gereserveerd in Garopapilles, een van de éénsterrenrestaurants die Bordeaux rijk is.

Yup, het was in orde. Relatief informeel maar wel zeer lekker.

En nadien nog een fijne fietstocht terug, terwijl langzaam de zon onderging en de lucht roze kleurde.

Lepelblad

De lockdown is versoepeld voor restaurants, maar vorige week was er gewoon niks meer vrij. Gisterenavond had Bart wél nog een plekje kunnen bemachtigen, meer bepaald in het Lepelblad, Barts vaste stek toen hij nog met zijn bedrijf aan de Ajuinlei zat, en de locatie waar Merels geboortedrink doorging.

Helemaal in onze nopjes gingen we dus, eindelijk, op restaurant. Het concept van het Lepelblad is wel veranderd: enkel de menu met de keuze uit maar een paar gerechten meer, geen uitgebreide kaart met pasta’s en slaatjes, maar veel beknopter, en ook wel wat prijziger, ja. Maar wel nog steeds zeer lekker, en nog steeds dezelfde mensen.

We hebben er in elk geval van genoten, mijn lief en ik. Het deed eens deugd, opnieuw gewoon met ons tweetjes op stap. Het voelde bijna normaal aan…

 

Greek Home Time

Na ons dineetje van vorige week vond ik dat we dat ook eens samen met de kinderen moesten doen, en ik had bij Jeroen zien passeren dat de schotels van Greek Time wel de moeite waren. En dus had ik twee keer een plateau van de chef besteld, twee meze’s en een keer de gefrituurde calamares.

In het restaurant zelf werd alles kakelvers uit de keuken gebracht, netjes verpakt, en nog gloeiend heet. Alles was duidelijk afgeplakt en aangegeven met pijlen, en dat moest ook wel, want er was wel wat volk, ja. Ik heb 103 euro betaald, maar we hebben er wel twee keer van gegeten. Oordeel zelf:

De meze was voor twee, maar de andere schotels voor 1 persoon, met twee bakken sla, een bakje frietjes en twee halve stokbroden.

Enfin, conclusie: dik in orde zeg! De kinderen waren effectief ook bijzonder tevreden en we hebben eigenlijk allemaal te veel gegeten. En, er is nog genoeg voor nog een keertje.

Aanrader dus.

Restaurant

We missen het wel, samen op restaurant gaan. Voor Bart en mij zijn dat onze bijpraatmomentjes. Niet dat we daar thuis eigenlijk geen tijd voor hebben, het is dat we daar in onze dagelijkse routines zitten en daar eigenlijk geen tijd voor maken.

Maar bon, plots zag ik op zaterdagavond een date night verschijnen in mijn agenda. Bart deed er geheimzinnig over en speelde onder één hoedje met zijn dochter. Die zit momenteel helemaal in het restaurantwezen: ze heeft haar restaurantje naast de game room volledig in orde gezet en voorziet ons daar van (meestal nep, maar soms ook echt) voedsel. Zoals een ontbijtje met pannenkoeken, fruit, donut en koffie, en daarna een verse muntthee.

Tegen ’s avonds werd ik gesommeerd me op te kleden, en toen ik beneden kwam, stond de tafel van ons restaurant piekfijn gedekt. Bart was om het eten, blijkbaar in de bistro van Oak, zijnde Door73. Ook onze bediening was top, overigens.

Het eten vond ik overigens duur voor wat het was, maar bon, die mensen moeten ook proberen overleven, en het was echt wel lekker.

Bart heeft de avond samengevat in een heel mooi filmpje:

@netlashDie keer dat we voor datenight op restaurant gingen tijdens lockdown. ##blijfinuwkot ##restaurant ##date ##door73

♬ Make You Mine – PUBLIC

Wel euh… datenight, zeker?

Vorige maand waren we gaan eten in de Karel De Stoute, en dat was ons zo goed bevallen, dat toen we een email kregen met een voorstel voor een speciale avond, we daar ook met graagte op in gingen.

Het bleek te gaan om Matching Chefs Deluxe, de koks van Karel de Stoute,   Pacht 26 en Two Cooks, een initiatief van TableFever. Een voordeel was dat het geheel plaats vond in de Vinoscoop, wat verderop aan de R4, een paar minuten van ons deur dus.

Mja.

We waren er een paar minuten over zeven en kwamen terecht op een… trouwfeest, of zo voelde het toch aan. De meeste gasten waren er al en stonden recht aan receptietafels. Ik vermoed dat er zo’n 100 man was, gene zever, en de receptie duurde een vol uur. De hapjes werden rondgebracht, maar niet alles is tot bij ons geraakt, terwijl bepaalde andere hapjes dan wel weer twee keer werden aangeboden. Lekker, daar niet van, maar het concept was niet wat wij in gedachten hadden, en blijkbaar de rest van de genodigden ook niet. We hebben zo’n dingen al gedaan, en doorgaans krijg je dan echt wel een restaurantervaring met eigen tafeltjes en zo. Het enige bijzondere was het strijkerskwartet dat best wel goed was.

Na een goed half uur heb ik een stoel gevraagd, want een uur rechtstaan kan ik gewoonweg niet. Bon, uiteindelijk werden we gevraagd te gaan zitten aan de aangeduide tafel. Dat waren grote ronde tafels voor twaalf personen, volledig gedekt met linnen en alles, net zoals op, inderdaad, een trouwfeest.

Bart en ik hadden echt geen boodschap aan de rest van het tafelgezelschap, en zij duidelijk ook niet aan ons. Bij ons zaten bv. twee koppels, ouders en hun dochter met vriend, in duidelijk dure kleren, maar gespijsd van enige tafelmanieren. Ugh. Niet direct hoe we onze avond in gedachten hadden gehad.

Het eten was lekker en op niveau, dat zeker, maar toen begon de ene violiste plots met keiluide backtrack op haar elektrische viool te spelen, meanderend tussen de tafels, en allemaal van die ‘klassiekers’ zoals Qué sera en dergelijke. Hmm. Tot zover de mogelijkheid om nog een woord te zeggen tegen elkaar.

Toen kwam het hoofdgerecht, en daarna slaagde de ober bij het afruimen van de glazen er nog in een aantal glazen over mij heen te kappen, waarbij er eentje brak en het glas dus tot in mijn haar zat. Hijzelf stelde vast: “Oh mevrouw, het is droog gebleven hoor!” waarop ik hem mijn kletsnatte haar, sjaal en vest toonde en ostentatief wat glas uit mijn haar viste. Daarop troonde hij me mee naar de keuken, naar het douchegedeelte waar ik mijn kleren wat uitschudde en hopelijk glasvrij maakte.

Ik ging terug zitten, en er was een zeer fijn dessert. Alleen… daarna kwam de violiste terug, deze keer met serieuze beats à la Barbra Streisand. Al helemaal niet meer ons ding. Intussen had ik het kou wegens de natte kleren, kon je geen woord meer zeggen wegens de te luide muziek, en toen de dame opriep om recht te staan en met je servet te beginnen zwaaien, hebben we ons opgepakt en zijn doorgegaan. Nee, de koffie en de versnaperingen hebben we aan ons voorbij laten gaan.

Dit was het dus niet. Tsja. Hadden ze het concept beter moeten uitleggen toen ze de email stuurden, denk ik zo. En had ik eigenlijk meer info moeten vragen.

Bon, dat weten we nu ook alweer. Volgende keer wordt het een klassiek restaurant. Zonder entertainment, hopelijk.

 

 

Dé Van Eyck tentoonstelling

Bart had deze al maanden op voorhand geboekt, en ik had natuurlijk mijn vossenweekendje niet in mijn agenda gezet omdat het nog niet helemaal zeker was. Tsja.

Een en ander zorgde ervoor dat ik dus deze morgen al om negen uur in de auto wilde zitten, richting Gent. En we aten dus met zijn allen zeer rustig, gezellig en gemoedelijk om acht uur. Zeer uitgebreid, dat ook, ja ^^ De Vossen, het is toch iets aparts…

Enfin, tegen half elf was ik thuis, en toen bleek Bart zich een half uur miskeken te hebben: we konden maar binnen om half twaalf, niet eerder. Bon, opgejaagd voor niks dus. Ons pa was er ook al: een beetje bang voor dat fameuze coronavirus, maar we hebben hem ook gezegd dat het voorlopig nog niet echt aan de orde is, en dat er daar misschien wel veel volk ging zijn, maar dat je ze nu niet bepaald aanraakt.

Dat vele volk, dat was een beetje een understatement. Je hebt dus een window van twintig minuten waarin je naar binnen mag. Niet vroeger, niet later. We schoven even aan voor de vestiaire, en waagden ons dan in de meute. Helaas, het was er – ondanks de strenge afbakening – onaangenaam druk: je moest aanschuiven om bepaalde dingen te zien, liep door een menigte, botste tegen anderen aan… Maar de tentoonstelling op zich is echt wel de moeite: vele werken van Van Eyck, van omringende meesters, van inspiratiebronnen en navolgers, en uiteraard ook een aantal gerestaureerde panelen van het echte Lam Gods, zoals de Adam en Eva, de twee Veyts en de Mariafiguren. Ook de uitleg op de audiogids is uitstekend, zij het een beetje lang.

En – echt waar, ik zever niet – op een bepaald moment stond ik naar de Annunciatie te kijken, naar de prachtige lichtinval op de kleren van de figuur en hoe die kleren zelf licht lijken te geven, en ik kreeg kippenvel. De foto doet het echt geen recht aan, geloof me. En de details zijn… adembenemend. Onwaarschijnlijk.

Enfin, ik verloor me een beetje in de schilderijen, ons pa eigenlijk ook, en het was een dik uur later toen ik weer buitenstapte uit de eigenlijk niet eens zo grote expositie. Mijn rug had het geweten…

Bart had plaats gereserveerd in de Mub’Art, het bijhorende restaurant, en dat bleek voor een keer niet zo’n goed idee geweest te zijn: het zat er ronduit stampvol en je kon er ook alleen de basismenu krijgen, zonder keuze.

Eerst hadden ze ons in een hoekje in de tweede zaal gezet waar een groep zat die eigenlijk zeer luidruchtig was, en dat was het echt niet: we verstonden elkaar met moeite. Gelukkig is Bart er een reguliere gast en versluisde de gerant ons na een tiental minuten naar het eerste, veel rustiger deel van het restaurant. Oef.

Ons dessert hebben we zelfs aan ons voorbij laten gaan, we zijn gewoon naar huis gereden en Bart heeft in het passeren zelfs nog een taartje gekocht.

Oh, en mijlpaal: ons pa is voor het eerst weer zelf met de auto tot bij ons gereden! Hij voelde zich altijd schuldig omdat ik hem moest komen halen en terugbrengen, en dat was met alle liefde gedaan, maar het is toch wel iets makkelijker als hij zelf kan rijden natuurlijk.

Enfin, zeer fijne dag vandaag.