45

Tradities zijn er om in ere te houden, en dus gingen Gwen en ik vandaag ontbijten, omdat ze vandaag 55… euh sorry, 45 werd. Yep, we doen niet meer aan 55, we hebben besloten dat we allebei 45 zijn, we worden vaak tien jaar jonger geschat, dus waarom niet?

Ik had haar een boek gekocht dat ze graag wilde – ze had me dat ooit eens gezegd maar was dat blijkbaar vergeten en reageerde dus verrast – en een boeket van 55 rozen. Tsja, ook dat is traditie. En ik had ook haar fotoboekje, dat ik haar vorig jaar gegeven had, aangevuld. Eigenlijk moest ook dat een verrassing zijn, en Ernest had het me in het geheim kunnen bezorgen, maar ik had het dus eerst aan Erik gevraagd, en die had enkele dagen later gewoon gezegd: “Zeg Gwennie, Gudrun had naar dat fotoboekje gevraagd maar ik vind het dus niet hé, weet jij dat zijn?” Alle drie zijn thuiswonende kinderen mega kwaad op hem: “Maar papaaaaaaaaaa!” Tot zover dus de verrassing.

Maar ze vond het nog steeds fijn, te meer omdat ik enkele oudere foto’s van in onze studententijd had ingescand en erin had gezet. Lang, lang geleden dus…

We spraken af bij Modest in de Brabantdam en zagen dat het goed was. Ik nam de zoete pancakes, zij de zoute variant, en ik heb het zelfs niet opgekregen. Maar een aanrader dus, jawel.

Het werd een heerlijke ochtend met deze keer eigenlijk wel voornamelijk werkgerelateerde onderwerpen. Dat verschilt van keer tot keer, soms valt het woord Latijn niet eens. Deze keer dus wel. Maar dat belette ons niet om alweer een extra fotootje aan ons vriendschapsalbum te kunnen toevoegen.

Ik wandelde daarna nog even tot aan de lokale Think Twice en vond er zowaar een knap zwart linnen kleedje, en ik nam ook nog wat foto’s van mijn eigen fijne stad.

Wildplukwandeling met Thomas van Commotie

Bart had me een heerlijk moederdagcadeautje gegeven, en nee, dat was zelfs niet die twee dagen Amsterdam. In Sint-Amandsberg ligt namelijk Commotie, een zalig restaurant waarvan ik niet helemaal goed snap dat het nog geen ster heeft, maar dat is wellicht omdat de chef iets te eigenzinnig is. Doorgaans gaan we niet twee keer naar hetzelfde restaurant omdat er zo gigantisch veel restaurants te ontdekken zijn, maar hier waren we dus wel al twee keer geweest, gewoon omdat het prijs-kwaliteit zo goed is. Wij houden wel van dat eigenzinnige, ja.

Bart had het blijkbaar ook in de gaten gehouden, en nu deed Thomas Gellynck, de chef dus, voor het eerst een wildplukwandeling in de Rozenbroeken, met aansluitend een lichte lunch met de ingrediënten van wat we tegenkwamen erin verwerkt. Niet goedkoop, maar wel ne keer wreed wijs.

We kregen allemaal een alcoholvrij aperitief: er was sowieso geen alcohol voorzien, zelfs niet op een zaterdag, want ook dat moet kunnen, maar dus wel zelfgemaakte begeleidende sappen die meer dan de moeite waren. Daarnaast kregen we ook een zakje en een kruidenschaartje om zelf dingen te knippen. Nu, Thomas is ne wijze mens en zeer enthousiast, maar duidelijk geen leraar: hij ging vaak te snel, toonde ons wel vanalles, had wel een traject in zijn hoofd, maar was soms nogal chaotisch. Gelukkig hadden ze wel de max van een boekje voorzien met daarin de planten met beschrijving en foto en al. En we kregen van hem ook een zeer duidelijke, niet mis te verstane boodschap: blijf van paddenstoelen af! Hijzelf plukt al jaren, maar waagt zich ook niet aan paddenstoelen, dat is veel te gevaarlijk.

Heb ik bijgeleerd? Ja. Heb ik iets onthouden? Euh, laat ons zeggen dat ik blij ben dat het boekje erbij zit. Heb ik ervan genoten? Bijzonder hard.

En die lunch, die mocht er ook zijn, buiten op het terras. De chef zelf zei ook dat hij het heel tof had gevonden: gewoon in zijn T-shirt, uitleggen, zijn passie prediken, en daarna koken. Voor herhaling vatbaar. Ga gerust zelf kijken op de website van Commotie.

Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Samen in de Kunst

Waar Gwen altijd die adresjes blijft halen, het is me een raadsel. Al wist ze te zeggen dat ze dit van een collega had. Feit is dat we net op hetzelfde moment in de Oudburg aankwamen, een van de restaurantjeswalhalla’s van Gent. Een smal trapje af bracht ons in een souterrain met wel een gezellig terras. Maar aangezien het niet zo bijzonder warm was, hadden we voor de zekerheid toch een plaatsje binnen gereserveerd.

Heel uitgebreid is de kaart niet, maar dat vonden we beiden niet erg: we gingen samen voor een makreelrilette met zuurdesembrood erbij, en dat kon probleemloos. Gwen nam er een glas oranje wijn bij, ik nam de net vernieuwde huismocktail, iets met gember.

Als hoofdgerecht kozen we allebei kip rendang met pickles, met daarbij ovengebakken patatjes. Het werd zeer gesmaakt: smaakvol, pittig maar niet té, en vooral meer dan genoeg, om niet te zeggen gewoon te veel voor ons. Geen nood, er werd ons prompt aangeboden om de rest mee te geven in een potje, en zo geschiedde.

Ik had dus eigenlijk al te veel gegeten, maar had toch zin in een dessertje, en dus namen we iets heel simpels, met twee lepels: merengue met aardbeien en licht geklopte room.

En intussen kletsten we uiteraard honderduit, eigenlijk nauwelijks over het werk, maar vooral over, goh, vanalles eigenlijk, onder andere de reis naar Japan. En legden we meteen vijf dagen in augustus vast om samen iets te doen, met als basis het appartement in Oostende. Dik in orde!

Oh, en de rekening? Aperitief, gedeeld voorgerecht, hoofdgerecht, gedeeld dessert, koffie en thee: 98 euro. Valt best mee.

Moscou

Bart had in mijn agenda gezet: “gewoon nog eens samen gaan eten”. Dat “samen gaan eten” klopte wel, dat “gewoon” iets minder, want Moscou is het nieuwe restaurant van de intussen 71-jarige Danny Horseele, en hij heeft duidelijk torenhoge ambities.

De locatie is ietwat vreemd, aan de afrit van de E17 in Gentbrugge, achter de Gamma, in een industrieterrein. Dat zie je overigens totaal niet van binnen: daar is het bijzonder aangenaam zitten, met een greige interieur en een groot raam waardoor je in de piekfijne keuken kan binnenkijken.

We namen de vijfgangenmenu – niet dat er keuze was, maar bon – en daarbij het aangepaste saparrangement. Beginnen deden we met een alcoholvrije cocktail, en daar kwamen verschillende hapjes bij: een mini ‘croque deluxe’ met onder andere foie gras en coquille, scheermes op drie verschillende manieren klaargemaakt – en ja, de ‘schelp’ is geen schelp maar perfect eetbaar – en iets dat Maldonado chimichurri heet. We wisten meteen dat het niveau hoog, zeer hoog ging zijn.

Het eerste voorgerecht was een cevice van skrei, en complimenten voor de sapsommelier: als je het sapje op voorhand proefde, smaakte het soms zeer vreemd. Maar zodra je het bij het gerecht dronk, klopte het volledig, een perfecte samengang. Daarna kwam een Rubia Capricho d’Oro met makreel. En ja, het ene moest een lente voorstellen, compleet met eetbare vlindertjes, en het andere was dus een pizzaatje, maar met nog twee andere gerechtjes bij.

En toen kwamen er kikkerbilletjes met zwarte look, waarbij een moeras geëvoceerd werd. Het lekkerste van de avond, echt…

Het echte hoofdgerecht was duif met tijm en peer, maar dus een stukje borstvlees in een sausje met kers in verwerkt, en dan een boutje, daarnaast nog een derde potje met een stoverij, en zelfs nog een soortement pizzaatje. Vier bereidingen, alle vier even lekker.

Tegen dan was het voor mij meer dan welletjes, maar echt. Als ik nog meer ging eten, ging ik misselijk zijn – nadeel van de Mounjaro – en mijn rug was het ook compleet aan het opgeven. Vrijdagavonden zijn lastig: een ganse werkweek, daar moet de rug van bekomen. Het waren ook geen ideale stoelen, al had ik halverwege een andere stoel gekregen omdat ik even naar de gang was gegaan om recht te kunnen staan en de rug te stretchen. Heel attent, echt.

Het dessert heb ik dus afgeslagen – ik ben ook al geen fan van bloedappelsien – maar Bart had dat wel, natuurlijk.

Toen we daarna de rekening vroegen, werd daar verbouwereerd op gereageerd: er waren nog koffie of thee met versnaperingen, maar toen ik zei dat de rug niet meer mee wilde, gaven ze ons die dessertjes gewoon mee in een doosje. Maar zalig, toch?

En de rekening? Eerlijk, ik denk dat ze een foutje hebben gemaakt, want dit was echt spotgoedkoop en minder dan dat er op de menu aangekondigd stond. Ware het niet dat de rug niet mee wilde en dat ik dus echt naar huis wilde, ik had het aangehaald en laten nakijken, want dit was echt te weinig voor de topkwaliteit die we kregen. EDIT: nagekeken, en bij de menuprijs zit een aperitief, de wijnen of saparrangement, water en koffie of thee gewoon inbegrepen. Spotgoedkoop.

Bij het dessert kwam de chef zelf even groeten, en ik zei het hem, dat ik een enorme bewondering voor hem had, dat hij op zijn 71ste nog die ambitie had. Hij had evengoed na zijn ‘pensioen’ een brasserie kunnen beginnen of zo, maar nee, een toprestaurant. Hij heeft geen ster omdat het nog niet lang genoeg open is, maar ik ben er zeker van: minstens één ster, en wat mij betreft zelfs twee. Complimenten voor zijn hele team en dus ook sous-chef Nicolai Van Quickelberghe.

Top.

 

Ontbijtje met Gwen

Het was intussen alweer eventjes geleden dat we elkaar nog gezien hadden, namelijk van in de herfstvakantie. Daar moest dus dringend iets aan gedaan worden, en zoals meestal in de winter spraken we af voor een ontbijtje tijdens de examens. Ik zat wel goed met mijn verbeteringen, dus dat kon zeker.

We opteerden voor de Vrijdagmarkt, want dat is voor Gwen niet ver fietsen en dan was ze zeker op tijd terug aan haar bureau. Via het internet had ik Jaggers gevonden, en dat bleek een klein, nogal traditioneel restaurantje te zijn, maar eigenlijk best wel gezellig en uiteindelijk ook helemaal volzet. Best dat we gereserveerd hadden!

We kozen allebei voor de Griekse yoghurt met granola en een croissant, en dat bleek een uitstekende keuze te zijn, want die yoghurt was om bij te kruipen! Maar echt, bijzonder lekker!

En toen bleek Gwen nog een cadeautje mee te hebben voor mijn verjaardag, en dat is dus het zaligste aan cadeautjes van uw beste vriendin: dat is er gewoon klop op! Ze had een halsketting voor me mee, met Muranoglas, van dat winkeltje in de Donkersteeg. Ik was meteen verliefd op de ketting, ik vind ze prachtig!

(Ik had ze op Facebook gepost en een collega vertelde me dat ze die ketting had zien passeren en een screenshot wilde nemen voor mij omdat ze die ongelofelijk bij mij vond passen, voordat ze zag dat het effectief ook een bericht van mij was.)

Het werd andermaal een fijn gesprek over allerhande onderwerpen, maar hoe kan het ook anders met uw beste vriendin? Van mij kreeg ze overigens ook een nieuw mutsje: het vorige was met een enkele draad gemaakt en dus nogal dun, dit was dezelfde maar met een dubbele draad en wat groter, zodat het een echte wintermuts is.

Enfin, helemaal opgeladen reed ik terug naar huis om daar ‘vrolijk’ verder te verbeteren. Jawel, zo’n ontbijtje is goed voor het humeur en de motivatie, zeker met zo’n fijn cadeautje bij!

Sin

Ik was er eerder voorbijgelopen met Gwen en had toen gedacht dat dit wel een fijn restaurant kon zijn voor een volgende keer. Ik had zelfs de menukaart gefotografeerd.
En toen zette Bart dit in de agenda als verjaardagsetentje, puur toeval.

Sin is een… concept. Als in: het heeft allemaal wel iets met zondes te maken, zowel menukaart als tafelschikking als de uitleg bij de verschillende gerechten. Ik kon het wel smaken, ja.

We gingen voor een alcoholvrij aperitief, en dan de menu van vijf gangen. Wél met vlees (The Full Sin, versus Sin-free) maar zonder wijnen, uiteraard. En ja, het was goed. Niet ze-zijn-op-weg-naar-een-ster-goed, maar wel echt goed.

En, zoals je kan zien, heel mooi gepresenteerd. Goedkoop? Nee, maar dat hoeft ook niet, want het was wel op niveau.

Een aanrader dus, tussen de Vrijdagmarkt en het Anseeleplein.

Allerheiligen

Bart wil graag een nieuwe traditie opstarten: met het hele gezin, en dan later ook met de partners en kinderen, samen gaan eten op 1 november. Dan hoeft voor hem het nieuwjaren op zich niet, dat is sowieso een drukke periode.

Vandaag gingen we dus met zijn allen – Arwen kon niet mee – naar het kerkhof, waar voor het eerst ook Nelly lag. Het deed vreemd…

We reden voor het eerst ook eens door naar Wannegem, om daar het graf van de tanten te groeten, en dan door te rijden naar een uitstekende bistro, Het Landhuys, in Nokere. Bijzonder lekker, en ook echt wel aangenaam zitten. Het deed ook deugd om de kinderen zo ongedwongen om ons heen te hebben, zonder extra volk en zonder dringende besognes.

Het duurde allemaal wel wat langer dan we gehoopt hadden, zodat Wolf nog een vergadering begon te volgen vanuit de auto en we hem rechtstreeks afgegooid hebben aan de Loods, waar zijn fiets toch nog stond.

Tegen vier uur waren we opnieuw thuis in ons eigen comfortabele huis en kon de rest van de vreemde zaterdag zijn beloop hebben. Het voelde zondag aan, met als plus dat we morgen dus nog een dagje hebben. Oef.

Circe met Gwen

Het was al geleden van de grote vakantie dat we elkaar nog gezien hadden, en dat vonden we beiden eigenlijk wel te lang. Alleen zijn onze agenda’s dus behoorlijk druk, zeker bij haar. Maar bon, we hadden dus nog een plekje gevonden in de agenda én een plekje bij een halve Griek. Halve Griek, hoor ik u denken? Welja.

Circe aan de Kraanlei pretendeert een Grieks restaurant te zijn, maar dan met een moderne twist. Die blijkt onder andere gewoon Engels te zijn: de menu en de website zijn eentalig Engels. Omdat ze in toeristengebied liggen, misschien? Ik vond het al een beetje een afknapper, om eerlijk te zijn. Je zal er inderdaad niet de “echt” Griekse traditionele gerechten vinden, maar wel een kaart vol kleine, te delen schotels die Grieks geïnspireerd zijn, vaak zelfs met de Griekse naam, maar toch telkens iets anders.

Gwen en ik gingen uiteindelijk voor een aperitief, deelden een aantal gerechten en zagen dat het best goed was, maar dat vier schotels voor ons eigenlijk al te veel was. Een dessert hoefde ook niet meer, we hadden meer dan voldoende.

Maar we hadden vooral een gezellige avond in een fijn kader: het is er goed zitten, daar bij Circe.