Zonnegroet

Soms moet je een beetje zot zijn, toch?

Deze ochtend kwam Merel me om half zes wakker maken, om zes uur zaten we in de auto, om half zeven stonden we samen met een twintigtal andere idioten op een verlaten baantje in Melle.

Het is vandaag namelijk International Geocaching Day en ze wilden vandaag vooral het record breken van het maximale aantal mensen ter wereld die aan het cachen zijn vandaag. Een cacher uit Melle had het idee opgevat om al een event te doen bij zonsopgang: door je aanwezigheid heb je een cache gevangen op zo’n ontmoeting met allemaal andere cachers. Het was fijn, het was gezellig, het was vooral vroeg. De zon hebben we niet zien opkomen door een wolkenstrook vlak boven de horizon, maar dat deerde niet. Ik kreeg zowaar een haak voor mijn hengel en een nieuwe trackable en ik heb echt wel goed gebabbeld. Merel wist wat te verwachten en vond het ook helemaal niet erg.

Het plan was om daarna te gaan ontbijten, maar blijkbaar kan je in het Gentse op zaterdag zo goed als nergens terecht voor 9.00 uur. We zijn dan eerst nog maar enkele caches gaan zoeken, zo hoort dat op zo’n geocache dag.

Iets over negen zaten we in de buurt van de Dampoort in Clouds in my Coffee, een ongelofelijk aangenaam ontbijtplekje. Merel genóót! Ze glunderde bij haar warme melk met honing, haar croissantje, haar eitje met soldaatjes en haar kom héérlijke yoghurt met fruit en notenmix.

Die dochter van mij, dat is zo een ongelofelijk dankbare voor dat soort dingen he…

En tegen half elf waren we weer thuis met nog een ganse dag voor ons, en het gevoel dat we al een halve dag achter ons hadden!

Met Gwen in de Golden Gai

Om eerlijk te zijn ben ik de tel van de dagen een beetje kwijt, en toen Gwen me vanmorgen stuurde of de Golden Gai goed was als restaurant, viel ik uit de lucht. Juist ja, we gingen eten! Maandag zien we elkaar terug bij Sofie en Sepp, maar dat mocht onze ontmoeting onder ons tweetjes niet deren, vonden we.

De Golden Gai is een ramenrestaurant in de Dampoortstraat  en blijkbaar dé place-to-be van het moment. Reserveren kan niet, noch binnen, noch buiten op het terras, je moet gewoon langswaaien en hopen op een plekje. Het zijn natuurlijk ook ramen die ze serveren, iets waarvoor je niet meteen drie uur aan tafel zit.

Ik kwam toe om half acht en had geluk: er was plaats aan de bar en ze wilden ons opschrijven voor een plaatsje op het terras, zodra er iets vrij kwam. En dat kwam eigenlijk behoorlijk snel: we hadden net onze – alcoholvrije – aperitieven voor onze neus en een bordje teriyaki kippenvleugels, toen we al mochten verhuizen naar buiten. Ik geef toe: dat was beter, want binnen was het behoorlijk warm en zitten kijken op de afwastoog is nu ook niet meteen bijzonder inspirerend.

Buiten zaten we heerlijk: de temperatuur was fantastisch en het verkeer in de Dampoortstraat is niet zo druk dat het stoort.

We hebben heerlijk zitten kletsen: waar de vorige keer het woord ‘Latijn’ of ‘leerplan’ niet één keer gevallen is, hebben we het deze keer eigenlijk vooral daarover gehad: het werk, de collega’s, de vernieuwing van de leerplannen, de problemen daarrond… Gwen gaf me ook een resem tips over wat ik wel en niet kon doen in de klas met die nieuwe leerplannen, en dat luchtte me wel wat op, ja. En vooral ook wat ik wellicht mag verwachten met de vernieuwing in de derde graad, want ze moeten nu tussentijdse leerplannen schrijven… Zucht.

En het eten? Goh… Gwen had gehoord dat het hier super lekker was, maar we vonden het allebei niet speciaal. We hebben ook geen van beiden de ramen zelf genomen maar een salade, misschien ligt het daaraan? Het dessert was overigens wel zeer lekker, vond ik, maar allemaal met lactose zodat Gwen het bij een theetje hield.

Maar het werd wel een zeer fijne avond voor ons beiden, we hebben daar duidelijk allebei nood aan. Juist omdat we elkaar al zo lang en zo goed kennen, kunnen we ook alles tegen elkaar zeggen. We kennen elkaars familie door en door, maar we kennen ook elkaars werk echt wel door en door en daarover kunnen en mogen we ook oeverloos tegen elkaar zagen, iets wat je tegen collega’s niet altijd kan, en al zeker niet tegen je partner.

Yup. Er gaan nog veel van die etentjes volgen…

Sorrento: dag twee

Het werd opnieuw een luie ochtend met een laat ontbijt, zodat we voor de middag ook niet veel deden, behalve lezen, zwemmen – de kinderen dan toch – en in mijn geval bloggen. Bart was al om negen uur een paar baantjes gaan zwemmen.

Tegen half een daalden we opnieuw af naar het stadje om daar in een van de talloze restaurantjes iets te eten. Het was oké, maar ook niet meer dan dat. Gans Sorrento is één grote afwisseling van restaurantjes en souvenirwinkeltjes, bij voorkeur met citroenen. Denk Rue de Boucher, maar dan de hele stad.

Soit, we wandelden terug naar boven en begonnen meteen aan een heus avontuur: ik had gezien dat er een cache vlakbij ons hotel lag. Vlakbij dan toch in vogelvlucht, want in verticale meters was dat wat anders: de tocht ging naar een kapel met eerst 14 stadia van een Via Dolorosa, en dat was in mijn geval ook letterlijk te nemen, helaas. Het hele weggetje was een kwestie van trappen en steile klimmetjes en dat was er voor mij duidelijk te veel aan: ik heb halverwege, met pijn in het hart en een gekwetst ego, moeten opgeven. Maar wat wil je: ik weeg vlotjes 30 kilo te veel, heb een conditie onder het nulpunt, ben intussen de 50 gepasseerd, heb een serieus pijnlijke voet waarvoor ik net een zware pijnstiller had genomen, en het was ook nog eens 32°. Tsja… Ik wilde echt nog wel verder, maar toen het me begon te duizelen en ik moest gaan zitten, kon ik niet anders dan mijn conclusies trekken. Hmpf.

Bart en de kinderen zijn wel verder omhoog gegaan, hebben de cache gevonden en hebben foto’s voor mij genomen. En dan zijn ze verder gegaan, de wandeling die ik had uitgestippeld, maar dat bleek nog veel hoger en veel steiler te zijn, dat had ik sowieso niet aangekund. Ach ja… Zij hebben er deugd van gehad, en ik ben voorzichtig en rustig weer naar beneden gegaan en ben in het hotel in de airco op bed gaan liggen, mijn voet en mijn ego laten rusten.

Toen ze weer thuis waren, rond een uur of vijf, zijn de kinderen opnieuw gaan zwemmen en tegen acht uur waren we nog eens beneden in Sorrento om te gaan eten: opnieuw een toeristenrestaurantje, uiteraard, maar deze keer wél een uitstekende keuze. Mijn tagliolini carbonara waren in elk geval meer dan uitstekend!

En wat kunnen we dan nog beter doen om de dag af te ronden dan een ijsje eten? Ha voilà!

Dinnerdate met Gwen

Eigenlijk gingen we eerder al iets eten, maar toen was er een miscommunicatie en moesten we het annuleren. Kan gebeuren.

Vandaag – de maandag na de Gentse Feesten, geen sinecure – had ik plaats gevonden in Bassin, in de Bassijnstraat in Gentbrugge, niet ver van Gwen dus. Zij was wel met de fiets, ik had voor de zekerheid toch maar de auto genomen wegens de regendreiging, en het is ook een half uur fietsen voor mij.

Het restaurantje is klein, om niet te zeggen piepklein en je zit ook echt wel dicht op elkaar, maar het eten was zeer lekker en eigenlijk was het er ook echt wel gezellig zitten. Echt goedkoop is het niet, maar nu ook weer niet overdreven.

We hebben opnieuw honderduit zitten kletsen, zoals dat hoort, en ik denk dat voor een keertje het woord Latijn zelfs niet gevallen is. We hebben het totaal niet over werk gehad, over leerplannen of lesroosters of eindtermen, we waren allebei duidelijk in vakantiemodus, gelukkig maar.

Het deed eigenlijk vooral ook nog eens deugd. Zoals ik al eerder zei: veel mensen wil ik eigenlijk nog steeds niet zien, maar voor sommigen maak ik met plezier een uitzondering.

Dagje Lier

Mijn reden om naar Lier te trekken, was niet bepaald van de meest aangename: Koens mama is overleden en haar herdenkingsdienst was daar om 13.30 uur.

Ik vertrok dus nog voor de middag – het is anderhalf uur rijden – en ging eerst iets eten bij Zuster Agnes, een bijzonder aangename bistro in de schaduw van de Zimmertoren. De pokébowl met steak is een aanrader, geloof me.

Na de dienst keerde ik terug naar de stad om er te geocachen: een reeks labcaches en een aantal losse caches, waardoor ik serieus wat kilometertjes halen. Note to self: de volgende keer écht de fiets meebrengen…

Maar Lier is echt wel een prachtig stadje met veel water en veel groen, en ook veel beelden en dergelijke.

Als ik nog eens in de buurt ben, kom ik zeker hier terug. Maar dan liefst met een andere reden, als het even kan.

Watou

Ik zeg dat eigenlijk al jaren, dat ik naar Watou wil, en dat is er nog nooit van gekomen. Tot nu, dankzij mijn lieve echtgenoot.

Bart had het ontbijt ook geboekt en dat was dan ook meer dan in orde.

Tegen half elf zaten we op de (elektrische) fiets richting Watou, een achttal kilometer door een idyllisch landschap met het beste weer dat je je maar kan voorstellen: zon en wolkjes, 24°, een zacht briesje. Fantastisch gewoon!

We begonnen op de markt aan een aantal kunstinstallaties, reden dan wat verder om er nog enkele te bekijken, en ik was blij dat we met de fiets waren, om eerlijk te zijn. Mijn rechtervoet doet de laatste tijd behoorlijk veel pijn, ik vermoed dat er nu ook daar een hielspoor is gevormd, met dus fascitis plantaris als gevolg. Bon, de afspraak bij de orthopedist ligt vast, maar dat neemt niet weg dat die fiets best wel dik oké was.

We gingen iets eten in Poperinge zelf, fietsten toen nog naar twee meer afgelegen installaties, en reden toen verder naar het kasteel Lovie, waar ook nog enkele kunstwerken waren én heel fijne arduinocaches. Alleen had ik voor die laatste niet echt tijd meer, zodat ik er maar eentje heb gedaan. Dat is helemaal niet erg, ik heb dan een reden om terug te komen.

Bart en ik genoten van de fietstocht, maar opnieuw was het voor hem welletjes, zodat hij recht naar het hotel fietste en ik in Poperinge zelf nog een paar losse caches opviste met het laatste restje batterij van mijn fiets.

En ja, ik had zonnecrème mee maar er niet echt bij stilgestaan om me in te smeren. Niet wreed slim natuurlijk, al deed het gelukkig geen zeer.
We aten opnieuw in het restaurant maar deze keer à la carte, niet opnieuw de menu van gisteren. De kalfszwezerik was succulent, geloof me.

Bart ging terug naar de kamer, ik ging nog eventjes tot in het park wandelen om daar uiteindelijk de cache van de speurtocht van gisteren op te pikken, die had ik gisterenavond nog uitgerekend.

Al bij al een prachtige, vermoeiende dag gehad. Héérlijk!

Poperinge

Oorspronkelijk gingen Bart en ik een citytrip naar Berlijn doen, zoals we al eerder naar bv. Londen, Kopenhagen, Bordeaux en Frankfurt hebben gedaan. Maar er stonden enkele praktische bezwaren in de weg, zodat de plannen werden afgeblazen.

In de plaats boekte Bart voor ons een weekendje Poperinge. “Poperinge???” hoor ik u denken. Jawel, dat zeer charmante stadje naast kunstendorp Watou. Aaaah. Yup, datte.

Deze namiddag laadden we onze spullen in de auto, zetten de fietsen stevig vast op de bagagedrager en tegen vier uur zaten we in een knap, oud maar deftig gemoderniseerd hotel, hotel Recour.

Bon, geïnstalleerd en wel was het tijd voor een koffie. En een extraatje, waarbij ik het lokale ijs toch niet kon versmaden, toch?

Bart vroeg of ik dan zo geen wandeling van een half uur of zo had… Euh… Er was een knappe multicache met een hoop vragen – noem het gerust speurtocht – doorheen de stad, en ik heb hem die dan maar voorgesteld, maar dat kwam toch blijkbaar eerder een uur uit. Ach ja… We hebben nu wel het hele stadje doorkruist en zowat alles gezien wat er te zien valt, vermoed ik, en intussen een reeks labcaches gehaald, dat ook.

Voor het laatste stuk passeerden we opnieuw aan ons hotel en was het welletjes geweest voor Bart, waardoor ik dan maar even de fiets op ging en de laatste vragen ging oplossen.

Daardoor ben ik in het Baron Frimoutpark verzeild, een bijzonder aangenaam park, mag ik wel zeggen.

Enfin, tegen kwart over zeven was ik terug op ons kamer, iets voor acht zaten we beneden aan tafel in een klassiek, maar eigenlijk bijzonder goed restaurant dat bij het hotel hoort, restaurant Pegasus. Meer dan dik in orde…

En toen was het meer dan welletjes en zijn we in ons bed gekropen: simpelweg de trap op, en dat was ferm gemakkelijk!

Commotie revisited

Vorig jaar in augustus – ik dacht echt dat het nog maar een paar maanden geleden was – was ik bijzonder lovend over Commotie. Maar sindsdien is het ook voortdurend volgeboekt: je moet er op de eerste van de maand bijzonder snel bij zijn om een plaatsje te bemachtigen voor drie maand later. Tsja.

Maar bon, het was ons gelukt om er vandaag nog eens te geraken en jawel, prijs-kwaliteit is dit nog steeds een echte topper, al is het wel iets duurder geworden intussen, wat overigens, gezien de inflatie, perfect begrijpbaar is.

Maar het kader blijft zeer aangenaam, zeker nu we het aperitief buiten konden nemen, en het blijft mooi om de mensen in de keuken – allez ja, midden van het restaurant eigenlijk – bezig te zien.

En wat was het allemaal?

Voor het vijfgangenmenu, mét hapjes – normaal gezien ook de amuses bij de koffie, maar Bart voelde zich nog steeds niet zo schitterend en wilde naar huis – betaalden we deze keer 78 euro per persoon. Neem daar een aperitief en begeleidende niet-alcoholische gepairde sappen bij, en we kwamen uit op 272 euro. Niet goedkoop, maar het zeker meer dan waard.