Half dagje Antwerpen

Nu ja, Antwerpen: ik stond rond half twaalf bij Lorre in Ter Hagen, deelgemeente van Rumst. Onderweg was ik nog een paar caches tegengekomen, onder andere een wel fijne in Temse.

We reden fluks door naar Antwerpen, want daar moest Lorre om drie uur zijn nieuwe contract tekenen, yay!
We zochten ons een gezellig hipsterrestaurantje, Fabrik, en zaten heerlijk op het terrasje in de zon te tetteren.

Ik  gooide hem om de hoek af aan zijn nieuwe kantoor en ging zelf – ik had nog een dik uur op overschot, ik wilde om vijf uur in Gent zijn voor Merels blokfluitles – geocachen in het stadspark. Mooi park, mooie beelden, lekke vijver :-p

Bij dat laatste beeld had ik trouwens touche: drie twintigers die uiteraard benieuwd waren wat ik daar liep te zoeken, en na de uitleg me gerust wilden helpen, en vooral om de halve minuut vroegen of ik wel oké was, daar in het struikgewas. En dat ik voorzichtig moest zijn. En dat ze ouder waren dan dat ze eruit zagen, en dat ik een knappe dame was, enzovoort enzoverder. Heel respectvol en best wel grappig!

Ik reed naar huis, pikte Merel op en samen gingen we nog snel naar de blokfluitles, voor de laatste keer (volgende week zit ik op klassenraden).

Aangename dag, zowaar!

Chambre Séparée

Al tijden geleden had Bart deze woensdagavond in mijn agenda uitgeblokt. Geen ideale keuze, zo bleek, want ik had eigenlijk quiz, een lezing die ik zeer graag wou bijwonen, én een vergadering van het Certaminacomité. Die geen van allen in mijn agenda stonden, dus Bart had groot gelijk. En uiteraard kreeg mijn echtgenoot voorrang, zeker toen ik wist wat de plannen waren.

We hadden het al lang gezegd dat we naar de nieuwe locatie van Kobe Desramaults wilden, zeker omdat het gewoon in ons eigenste Gent is. En ja, het was vreemd om in “den RTT” een chique restaurant te zien, in plaats van verouderde blauwe pluchen zetels en pancartes en oude telefoons, zoals ik dat nog van 30 jaar geleden in mijn hoofd heb.

We namen plaats in de zeteltjes vooraan met een aperitiefje en een paar hapjes, en werden na een kwartiertje of zo naar onze plaats aan de “toog” geleid: zowat iedereen zit inderdaad te kijken naar de volledig open keuken, waardoor je elk gerecht door de handen van de verschillende chefs ziet gaan, en waarbij je ook een prachtig zicht hebt op de houtvuren waarop alles klaargemaakt wordt. Zoals Bart het stelde: het is eigenlijk een spektakel, een show, en die is schitterend.

Het menu heb ik hier, tijdens het typen, niet bij, die voeg ik later wel toe. Wel kan ik al de foto’s laten zien. Geen goeie foto’s, wegens snelle snapshots met de GSM, maar het geeft wel een idee.

En het eten, tsja, dat was bijzonder lekker, en veel, maar wel snel na elkaar en soms zenuwachtig, iets wat ik me nog herinner van In De Wulf ook.

Ik was wel wat verschoten van de prijs: het was als eensterrenrestaurant een derde duurder dan De Jonkman, dat twee sterren heeft en waar we een gelijkaardig menu hebben gegeten. Al was daar de show lang zo goed niet.

Oh, en het was ook de eerste keer dat ik na een restaurantbezoek mijn kleren in de wasmand moest gooien wegens een heerlijke kampvuurgeur ^^

Al bij al een zeer fijne avond gehad met mijn liefste. Dank u, schat!

De Jonkman in Brugge

Ja ik weet het, Bart en ik zijn snobs, maar stilzwijgend hebben we blijkbaar allebei het plan opgevat om alle sterrenrestaurants van Vlaanderen eens uit te proberen. Goh, het is niet alsof we samen vaak uit eten gaan, toch?

Onze all-time favourite blijft de Hertog Jan, maar ook het Hof van Cleve (twee keer al) is fenomenaal. En er waren ook al ’t Zilte, In De Wulf, La Botte, L‘Air du Temps, Vrijmoed, Jan Van den Bon, De Herborist en Publiek. Yep, we gaan nog veel moeten gaan eten. En sparen, dat ook.

En gisterenavond was het dus de Jonkman in Brugge. Het menu was niet mis, en Bart ging voor de zeven gangen, ik hield het bij zes, maar dan wel met de hoppescheuten, en dat kon perfect.

Alleen al de hapjes waren de moeite waard. En nee, de foto’s zijn dat eigenlijk niet, maar u krijgt wel een idee.

Zeebaars
Koolrabi /avocado / ui

Plantaardig
Ravioli / knolselder / Oud Brugge        


Oester
Ostendaise / vanille / aardappel                      


Hoppescheuten

Zeekat / mousseline / wit bier

Catch of the day
Koolraap / dragon

Iberico
Capucijnasperge / spitskool / Blackwell

Nagerecht

fris / zoet of
Kazen van onze kaaskar

 

Ik denk niet dat Bart nóg vergenoegder kan kijken dan dit. Het was dan ook succulent, en dat meen ik. En de prijs? Wel, die viel voor een tweesterrenrestaurant bijzonder goed mee, want er zijn er veel van één ster die gewoon duurder zijn. Tsja…

Hier wil ik nog terugkomen, ja. Zodra we al die andere hebben gedaan ^^

Nieuwjaren, deel 3

Ha ja, als je niet alleen familie als meters en peters hebt, maar ook nog een goede vriend van de familie, tsja, dan moet je ook daarmee nieuwjaren natuurlijk.

Dirk en Ilse hadden ons uitgenodigd om samen met hen vandaag een glas te drinken onder de Stadshal – de Gentse nieuwjaarsdrink – en daarna te eten in Café Théâtre. Ik moest echter eerst ons pa gaan halen in het ziekenhuis, en zag dat staan ook niet meteen zitten om zolang recht te staan. Bart is dus al om elf uur doorgereden, ik ben achtergekomen met de kinderen.

Het was, zoals verwacht, aangenaam, gezellig en lekker, en zoals de vorige keren ook weer met een matige bediening. Ne mens zou denken dat ze daar toch wel eens iets aan zouden doen, maar blijkbaar niet…  Maar we houden van de ambiance en blijven dus terugkomen.

En Kobe, die zag het alweer helemaal zitten met zijn peter!

 

Villa Ooievaar

Eergisteren zag ik toevallig bij een vriendin op Facebook passeren dat ze naar een nieuw sociaal restaurant hier op Wondelgem was gaan eten. Ah bon?

Het leek me ideaal om het zelf even uit te proberen: Villa Ooievaar in het Vyncke-Bovynpark. De website heeft nog niet veel om het lijf, maar bon, waarom niet? Kobe was intussen al naar huis gekomen met de bus, maar Wolf had nog Nederlands schrijven gehad, en had dus gewerkt tot twaalf uur.

Ik ging hem ophalen, en we reden naar het park. Wij parkeerden in de Lusthoflaan, maar dan moet je wel even door het momenteel nogal modderige park heen. Het is net iets makkelijker om via de Botestraat te gaan, heb ik zo de indruk.

Binnen is het heel gezellig ingericht en kwam een alleraardigste dame ons verwelkomen en een plaats toewijzen. Villa Ooievaar is namelijk een sociaal tewerkstellingsproject voor mensen met een beperking, maar als je dat weet, is het net zoals elk ander restaurant. Met een heel beperkte kaart, dat wel: een dagschotel, een vegetarisch alternatief, en een salade. Oh, en soep. Heel lekkere soep, in elk geval vandaag toch.

We gingen alledrie voor de witloof/currysoep, en daarna de pasta met quorn in zoetzure saus.

De porties zijn royaal, geloof me, en lekker, dat ook. Een dessert kan je ook krijgen, maar aangezien beide jongens nog moesten studeren, gingen we dat wel een andere keer doen. We keken nog even rond, en merkten dat het eigenlijk best groot was. Blijkbaar zijn er liefst 80 plaatsen, en in de zomer komt er een royaal terras. Voor de dagschotel betaal je 10 euro, maar als je in aanmerking komt voor sociaal tarief, is dat nog een pak minder.

Wondelgem heeft er dus een fijn adresje bij: gezellig zitten, lekker eten, en je steunt er meteen een sociaal project mee. Oh, en het menu? Dat vind je gewoon terug op hun facebookpagina, als je een kieskeurige eter bent.

Me-time.

Deze ochtend moest Wolf echt al vroeg in het Zeepreventorium zijn voor zijn drainage. Kwart over negen stond ik dus alweer op de dijk in De Haan, en vandaar reed ik naar Oostende om er te geocachen. Ik vond een prachtige cache vlakbij het vliegveld, reed naar Stene om er daar een aantal te zoeken van de Schorrewandeling, verzeilde in Zandvoorde, en was rond half een thuis om te koken voor de kinderen.

En ’s avonds werkte ik gewoon nog wat verder aan mijn sociaal leven. Peter had ik in geen tijden nog gezien of gesproken, en dus gingen we lekker in ’t Oud Clooster iets eten en bijpraten. Ook altijd goed voor het humeur en het algemene welbevinden. Bedankt, Peter, voor een zeer fijne avond!

 

Pomodoré

Gwen en ik hadden het op de Griekse dag afgesproken: vandaag zouden we ergens iets gaan eten, want het kwam er maar niet van. Na het gedoe van Wolf op te halen vanmiddag – gelukkig had Bart gekookt – en meer dan een uur onderweg te zijn geweest voor de vijf kilometer naar en van de Décathlon voor een paar rugbyschoenen – we hebben in het terugkeren gewoon het veer gepakt, serieus zeg – was ik om eerlijk te zijn wel moe, maar hey, ik zie haar al zo weinig, en dus stond ik rond acht uur in de Kasteellaan, aan Pomodoré.

Ik was er al heel vaak voorbijgereden – ha ja, bijna aan de rotonde van de Dampoort – had er al heel vaak in de file gestaan, en had dus ook al heel vaak gedacht om daar toch eens te gaan eten. Het is een restaurant met verse pasta, maar daarom niet Italiaans, noch qua menu, noch qua inrichting. Het is eerder Scandinavisch, met veel blank hout, een zwarte houten vloer, zwart geschilderde muren en plafond, maar ook veel witte details en een knappe verlichting, zodat het niet somber oogt.

Er is ook een kleine maar sober ingerichte tuin met een handvol tafeltjes, maar die waren bezet, zodat we binnen bij het raam gingen zitten.

We bekeken even de vrij kleine kaart en de drie suggesties, en besloten allebei om te gaan voor de Ravioli met artisjok, bouillon van asperges, gegrilde groene asperges en witte asperges. Het basisconcept is eigenlijk dat je opteert voor een van de zeven basissausen, grote of kleine portie, en dan er zelf nog garnituren naar keuze toevoegt. Daarnaast zijn er ook nog een paar salades en een drietal suggesties, waarvan wij er dus eentje kozen.

Ik dacht dat we zo’n drietal van die grote ravioli gingen krijgen, en was daardoor een beetje verrast door het grote bord vol gitzwarte kleine ravioli en knapperige asperges. Ik moet het toegeven: bijzonder smakelijk!
Een dessert konden we ook niet laten, en terwijl Gwen voor een semi-fredo ging, koos ik een panna cotta met roos, lychee en rood fruit.

Is het een aanrader? Welja. Simpel, snel, efficiënt en toch weer absoluut niet standaard, voor een redelijke prijs. Zoals Gwen bij het thuiskomen tegen Erik zei: “Daar moeten we eens terug met de kinderen: dat lijkt me ideaal!”

U weet het dus, als u de volgende keer nog eens staat aan te schuiven aan de Dampoort en een hongergevoel de kop opsteekt: doe het rondje, parkeer, en ga lekker eten. Smakelijk!

Pomodoré
Kasteellaan 487, 9000 Gent
0473 26 28 14
Di-vrij 12u-14u en 17u30-21u.
Zaterdag van 18u-21u30

Hertog Jan

Toen Gert De Mangeleer en Joachim Boudens bekend maakten dat ze een punt gingen zetten achter hun driesterrenrestaurant Hertog Jan, boekte Bart meteen nog een tafel voor vier. Veel keuze had hij niet, en het was dus een zaterdagmiddag geworden, waarvoor we onze oudjes uitnodigden.

Ik had er al één keer gegeten, in oktober 2014, en was toen ongelofelijk onder de indruk, meer nog dan van het Hof van Cleve. ’t Is ook niet dat je dat alle dagen of zelfs alle maanden doet, met die prijzen, maar bon, als je hoort dat ze 35 mensen fulltime in dienst hebben, dan zijn die prijzen vrij logisch.

Het begon wel een beetje vreemd. Nelly had eergisteren haar auto een beetje kapot gereden, en Bart was haar dus al gaan halen in Ronse. Stipt om twaalf uur wilden we de parking in Zedelgem opdraaien, alleen… die was nog dicht! Vreemd, want we stonden eigenlijk nogal serieus in de weg daar op de baan, samen met nog een aantal andere auto’s. Nog vreemder was dat we gevraagd waren daar om twaalf uur te zijn, en dat er niemand de telefoon opnam in het restaurant. Enfin, een kleine tien minuten later zwaaide het hek open.

Meteen werden we binnengeleid in de ruime eetzaal, en dat is voor mij een van de grootste verschillen met het Hof van Cleve of pakweg Vrijmoed: de ruimte. Je krijgt er een ruime grote tafel, met overal rondom meer dan genoeg plaats, zodat je geen moment het gevoel hebt dat het er druk is. Ook dat is een gevoel van luxe, samen met het fantastische uitzicht over de grote moestuin. En dan moest het eten nog komen.

Wat ik ook in In De Wulf zalig vond, en hier nog meer, is het feit dat je, als je geen wijn drinkt, niet de hele maaltijd lang water moet drinken, maar de keuze krijgt voor een aangepast drankenmenu, met massa’s verschillende drankjes en sappen die perfect afgestemd zijn op je menu. Zalig gewoon, ik genoot intens.

Het begon al bij het aperitief: het gezelschap kreeg de keuze tussen drie verschillende soorten champagne, en ik koos voor een Shisolimonade van Hertog Jan zelf. Ik voelde me al meteen verwend…

En toen kwamen de hapjes: iets met bacon, rillette en augurk, daarna fijne krokante cannelloni gevuld met een tartaar van West-Vlaams rood rundsvlees, een fantastische gegrilde bloedworst, en een aardappelcrème met koffie, vanille en mimolettekaas.

Daarna mochten we heel even een kijkje nemen in de keuken, waar we een klein hapje geserveerd kregen met passievrucht, ganzenlever en zoethout.

Een eerste voorgerecht bestond uit een aardappelcrème, zeewier en daarop een royale laag Belgische kaviaar, met ragfijne aardappelchips erbij. Ook het brood was trouwens zeer lekker, vraag maar aan ons pa.

Als tweede voorgerecht kwam er een hele mooie bloem van zeebaars en rammenas, met een speciale tomatenjus erbij. Het drankje erbij kan ik niet meer omschrijven, maar man, dat was lekker!

Een derde voorgerecht was een combinatie van hopscheuten, garnalen en blond bier, maar dat vonden we eigenlijk allemaal een van de mindere: het leek wel alsof de hopscheuten net niet genoeg gegaard waren, of iets te lang waren doorgeschoten. Maar wel nog altijd zeer lekker hoor!

Waldorf en Statler zaten er intussen zeer vergenoegd bij, en ik had de indruk dat Nelly al wat last had van de wijn. Bart had die nochtans in mindere mate gevraagd, ik kreeg in elk geval meer sapjes dan zij glazen wijn, nog die chance.

Het vierde voorgerecht was een combinatie van Sint-Jacobsschelp, rundermerg en aardpeer, opnieuw zeer gesmaakt. Voor mij kwam daar een drankje op basis van appelsap bij, afgewerkt met curry, dat wel een biertje leek, maar veel beter van smaak :-p
Goh, het water loopt me trouwens weer in de mond terwijl ik dit schrijf.

Het vijfde en laatste voorgerecht was dan een variatie op paling in ’t groen. Lekker, maar vooral ongelofelijk mooi gepresenteerd. Zeg nu zelf… Ik kreeg er een mengeling van Crodino met vlierbloesemsiroop bij, en dat ga ik ook wel eens uitproberen, denk ik.

Uiteindelijk kwamen we bij het “hoofgerecht” aan, dat gelukkig ook niet al te groot was, want met al die hapjes en voorgerechten zou ne mens al genoeg hebben. We kregen Wagyu rund Stroganoff met carpaccio van champignon voorgeschoteld, met voor mij een glas kersensap met verschillende kruiden en andere dinges. Net echt.

De heren hielden het daarna bij een ruime selectie excellente kazen, Nelly en ik kozen voor een dubbel dessert, . Iets met veenbessen, yoghurt en rozen, en daarna nog iets met duindoornbes, chocolade en caramel.

Om af te ronden namen we nog een koffie, en kwam de snoepkar langs. Ik had eigenlijk meer dan genoeg gegeten, maar zo’n snoepjes, daar kan je toch geen nee tegen zeggen?

Tegen vijf uur ongeveer waren we buiten. ’t Is dat het zo veel geld kost, of we zouden dit echt vaker doen: het is pure verwennerij, echt waar.

Ik heb intens, intens genoten.

En dan kocht Bart als extra verwennerij nog vier flesjes van die shisolimonade voor mij. Zalig, toch?

Drukke zondag

Voor een zondag was het vandaag eigenlijk behoorlijk hectisch. We moesten deze middag namelijk gaan eten in Kruishoutem voor nonkel Stafs verjaardag, maar Kobe is op scoutsweekend, en kon maar afgehaald worden tegen half twaalf ten vroegste.

Iets voor negenen stond ik dus op, bakte de verse croissantjes, gaf en passant de eenden nog eens eten, schminkte me al volledig, en stapte tegen half elf al in de auto. Langs mijn neus weg zei ik tegen Bart nog dat hij me maar moest bellen als hij me nodig had. Waarop hij: “Goh, ik denk dat ik het wel alleen af kan…”

Ik was een half uurtje vroeger vertrokken om in de stralende zon nog een paar caches daar in Sint-Niklaas te zoeken, en dat deed ik dus. Ongelofelijk zalig weer!

Maar terwijl ik daar ergens aan een bosrand liep, ging de telefoon: “Schat, de douchekraan is kapot, ze blijft maar stromen! Wat moet ik doen?” Oi! De thermostaat van die kraan is al een jaar of twee kapot, denk ik, maar de service van Villeroy en Boch is nu niet meteen om over naar huis te schrijven, je moet dit hallucinante verhaal nog maar eens lezen. Toch had ik een maand geleden een poging ondernomen om iemand te contacteren, maar helaas. Nu was het ding blijkbaar helemaal gesneuveld. “Euh, het water uitzetten misschien?” “En hoe doe ik dat?” Ik overwoog even om een uitleg te beginnen over het zoeken een klein leidingkraantje achteraan de cabine, maar dacht toen dat het misschien simpeler kon tot ik weer thuis was. “Zet de hoofdkraan uit?” “En waar vind ik die hoofdkraan?” ’t Is dat mijne vent voor de rest zo ne zaligen is, want voor zijn praktische kant ben ik niet met hem getrouwd, nee. Enfin, hij kreeg het water toch afgesloten, en vertrok op zijn eentje al richting Kruishoutem zo rond half twaalf. Wij gingen dus wel achterkomen naar het restaurant zelf.

Ik pikte Kobe op die nog niet klaar stond, zoals eigenlijk beloofd, en we zaten dus een kwartiertje achter op schema. Ach ja… Thuis draaide ik de hoofdkraan weer open zodat Kobe kon douchen, kleedde ik me om, laadde mijn auto vol kinderen, en reed naar ’t Raadsel in Kruishoutem. De kleintjes konden niet snel genoeg op de trampoline buiten zitten, terwijl wij genoten van het heerlijke eten, het gezelschap, en het humeur van mijn schoonmoeder.

De drie grote – Louis, Margaux en Wolf – wilden tussen voor- en hoofdgerecht snel een cache zoeken die vlak in de buurt lag, maar lieten zich meeslepen naar de volgende caches, en verdwenen bijna drie kwartier van de radar, goed om de start van het hoofdgerecht te missen. Het restaurant vond dat gelukkig niet erg, maar Nelly was ziedend. Tsja, pubers, dat was in onze tijd niet anders, ik heb daar ook nog voor onder mijn voeten gekregen op familiefeesten.

Enfin, tegen half vijf vertrokken we opnieuw, en Merel en ik hadden zin om de rest van het lokale cacherondje af te werken. Alleen… intussen was het beginnen motregenen. Goh, niet erg, dachten we, ’t zal wel stoppen. Ja gij… Waren we bij de eerste cache nog relatief droog gebleven, dan was het bij de tweede cache al serieus aan het regenen, en dan vonden we het ook gewoon niet meer leuk. We zijn dan maar naar huis gereden, onze pyjama’s aangetrokken, en gezellig in de zetel gekropen. Ideaal einde van een drukke zondag.

Oh ja, en tussendoor zijn Bart en ik er toch nog in geslaagd om met vereende krachten, zoekwerk en denkwerk de douchecabine toch van het waternet af te sluiten, zodat de rest van het huis weer water heeft. Lang leve afsluitkraantjes op logische plaatsen… *roloog*