Allerheiligen

Het is een traditie dat we op Allerheiligen naar Ronse en Kruishoutem gaan om er de graven te bezoeken en te blijven eten bij Nelly. Nu, drie jaar geleden stond ze nog vrolijk zelf te koken in haar keuken, vandaag hadden we afgesproken op restaurant in Kruishoutem, alwaar we eigenlijk bijzonder gezellig en lekker hebben gegeten.

Daarna waaiden we even binnen om de hoek bij nonkel Staf, die nog steeds in het ziekenhuis ligt, en spraken we ook nog af op het kerkhof om Jerooms graf te bezoeken.

Jeroom, ik blijf u missen…

Scouts

Bart had geen zin om vandaag te koken en had al op voorhand gereserveerd in de Mub’Art onder het MSK. Mij hoorde je niet klagen, want het is daar altijd dik in orde. Ik ging dus ons pa ophalen en reed meteen naar ginder. Geen idee wat er te doen was in het SMAK, maar we hadden wel enige moeite om er parkeerplaats te vinden.
Het eten zelf was, zoals altijd, zeer verzorgd en eigenlijk ook vrij snel. Maar goed ook, want zowel Kobe als Merel moesten nog naar de scouts om twee uur. Wolf eigenlijk ook, maar met zijn kapotte voet gaat dat nu een beetje moeilijk.

Hij is trouwens veranderd van scoutsafdeling, en is sinds dit jaar ingeschreven in Evergem. Hij vond niet echt aansluiting meer bij zijn takgenoten hier in Wondelgem, en ginder heeft hij twee van zijn beste maten. Kobe is intussen veranderd van school, tot Wolfs grote spijt, en zo zien ze elkaar tenminste nog.

En ach, die drie kilometer per fiets, daar gaat hij niet dood van. Als hij kan fietsen tenminste, want nu lukt dat natuurlijk niet. Mama taxi to the rescue dan maar weer, zeker? Ach, ’t is dat we ze zo graag zien, meneer…

78

Jawel, ons pa wordt woensdag 78 jaar, en het gaat goed met hem. Allez ja, dat vind ik toch, en dat zegt hij ook zelf. Ja, hij blijft ons ma keihard missen, en ja, het is moeilijk om telkens weer een extra stukje zelfstandigheid op te geven, maar hij is er toch nog steeds. En elke zondag opnieuw vragen de kinderen hoopvol of opa komt, en vrijwel elke zondag gaat Merel mee om hem op te halen. Want die grootvader van hen, dat is toch iets speciaals. Ze zijn al twee grootouders kwijt, en Omaly woont nogal ver, en daar kunnen ze precies ook minder mee praten. Maar opa, ja, die hebben ze graag in de buurt, ja.

Ik had in de loop van de week een berichtje gestuurd naar de broers om te vragen of ze mee konden iets gaan eten vandaag. Voor Roeland lukte dat, Jeroen had helaas al andere verplichtingen. Maar dat hield ons niet tegen om stipt tegen twaalf uur in de Auberge du Pêcheur in Sint-Martens-Latem te zijn. Bart was nog zijn moeder gaan ophalen in Ronse en kwam een paar minuten later ook toe.

We hadden voor de menu gekozen, en daar kregen we geen spijt van: het eten was zeer in orde, zij het soms wat traag. Dat snap ik wel: er waren twee feesten en Bart had toch nog wel wat moeten aandringen om er nog een gezelschap van 11 man bij te krijgen. Maar we zaten op het terras vooraan, onder een luifel, en het was er toch wel zeer aangenaam zitten, ja.

Ons pa kreeg tekeningen van de kleinkinderen, lekker eten, veel aandacht, en ik denk wel dat iedereen een fijne namiddag had. Ik in elk geval wel.

 

 

Oak

Ik had het Bart al ontelbare keren doorgestoken: dat er nog een sterrenrestaurant was hier in Gent dat ik niet kende, dat hij er al ontelbare keren was gaan eten, en dat ik er nog steeds niet geweest was.

Hij had me de 17de doen uitblokken in de agenda om iets te eten voor onze huwelijksverjaardag, en vandaag wist hij me te vertellen dat het per fiets zou zijn. Ha bon, dat liet niet veel opties open natuurlijk ^^

Dus ja, tegen zeven uur waren we in de Hoogstraat in Oak. De ingang is bijzonder onopvallend, een beetje sjofel zelfs, met losliggende tegels en zo. Maar binnen is het wél aangenaam, en tegenwoordig is er ook een eerste verdieping, waar Bart en ik aan het raam zaten en dus alle passanten konden bekijken. Waarover trouwens later meer.

Bart ging voor de volle acht gangen – normaal gesproken zeven, maar de chef had vandaag nog een specialleke – en ik voor de zeven, dat was al meer dan welletjes.

Het begon met een resem hapjes: pizza bianca, eiersalade soufflé met Holsteiner, gepekelde groente, gefermenteerde zwarte bonen, gebrande mais en bieslook, venkel en pompoenpit.

Intussen was ons opgevallen dat er buiten een koppel al een paar keer gepasseerd was aan de overkant: de Begijnengracht in tot het einde, terug tot aan het kruispunt met de Begijnhoflaan en opnieuw. Zij was driftig aan het bellen, hij volgde haar redelijk slaafs met zijn koptelefoon op.

Bij ons volgde er een voorgerecht van krab met nori, dan hamachi (een soort vis) met tahini, en vervolgens doperwtjes met vin jaune. Waarbij wel een keer of drie beklemtoond werd dat dit een vegetarisch gerecht was. Alsof dat iets speciaals is?

Buiten liep de jongedame nog steeds heen en weer, hij had intussen afgehaakt en was verdwenen.

Wij kregen een stukje zeeduivel in miso, en dan een stukje Baskisch rund Txogitxu op de barbecue. Voor Bart zat daar nog een Aziatisch gerecht met paling tussen.

Buiten was de jongedame, nog steeds vertwijfeld telefonerend, op de ‘zulle’ gaan zitten van de voormalige Pizza Roma, en hij was erbij komen zitten met een fles water, een ijsje en een zak chips voor haar, die ze verbeten naar binnen propte terwijl ze af en toe haar ogen afveegde.

Bart koos een kaasplank in plaats van dessert, ik kreeg een dessert met kers en kardemom, en daarna een tweede dessert met passievrucht en chicorei.

En buiten? Daar was zij weer beginnen lopen, ik telde toertje 31, gene zever. Ze waren dus al aan het lopen toen wij toekwamen, en toen we op de fiets zaten, passeerde zij nog steeds. Bizar, bizar, en hoogst vermakelijk. Ik had er gewoon medelijden mee.

Maar wat vond ik nu van Oak? Wel, zoals Bart het stelde: he was underwhelmed. Het was zeer goed, maar niet wat ik verwacht had, en hij zei dat het niet het niveau had gehaald dat hij eigenlijk gewoon was. Het was allemaal lekker – uiteraard – maar er waren geen gerechten bij waardoor ik van mijn stoel werd geblazen, en dat verwacht je eigenlijk wel een beetje voor die prijs.

Mja. Maar al bij al wel een zeer aangename avond gehad met mijn lief, en dat was de bedoeling.

 

Half dagje Antwerpen

Nu ja, Antwerpen: ik stond rond half twaalf bij Lorre in Ter Hagen, deelgemeente van Rumst. Onderweg was ik nog een paar caches tegengekomen, onder andere een wel fijne in Temse.

We reden fluks door naar Antwerpen, want daar moest Lorre om drie uur zijn nieuwe contract tekenen, yay!
We zochten ons een gezellig hipsterrestaurantje, Fabrik, en zaten heerlijk op het terrasje in de zon te tetteren.

Ik  gooide hem om de hoek af aan zijn nieuwe kantoor en ging zelf – ik had nog een dik uur op overschot, ik wilde om vijf uur in Gent zijn voor Merels blokfluitles – geocachen in het stadspark. Mooi park, mooie beelden, lekke vijver :-p

Bij dat laatste beeld had ik trouwens touche: drie twintigers die uiteraard benieuwd waren wat ik daar liep te zoeken, en na de uitleg me gerust wilden helpen, en vooral om de halve minuut vroegen of ik wel oké was, daar in het struikgewas. En dat ik voorzichtig moest zijn. En dat ze ouder waren dan dat ze eruit zagen, en dat ik een knappe dame was, enzovoort enzoverder. Heel respectvol en best wel grappig!

Ik reed naar huis, pikte Merel op en samen gingen we nog snel naar de blokfluitles, voor de laatste keer (volgende week zit ik op klassenraden).

Aangename dag, zowaar!

Chambre Séparée

Al tijden geleden had Bart deze woensdagavond in mijn agenda uitgeblokt. Geen ideale keuze, zo bleek, want ik had eigenlijk quiz, een lezing die ik zeer graag wou bijwonen, én een vergadering van het Certaminacomité. Die geen van allen in mijn agenda stonden, dus Bart had groot gelijk. En uiteraard kreeg mijn echtgenoot voorrang, zeker toen ik wist wat de plannen waren.

We hadden het al lang gezegd dat we naar de nieuwe locatie van Kobe Desramaults wilden, zeker omdat het gewoon in ons eigenste Gent is. En ja, het was vreemd om in “den RTT” een chique restaurant te zien, in plaats van verouderde blauwe pluchen zetels en pancartes en oude telefoons, zoals ik dat nog van 30 jaar geleden in mijn hoofd heb.

We namen plaats in de zeteltjes vooraan met een aperitiefje en een paar hapjes, en werden na een kwartiertje of zo naar onze plaats aan de “toog” geleid: zowat iedereen zit inderdaad te kijken naar de volledig open keuken, waardoor je elk gerecht door de handen van de verschillende chefs ziet gaan, en waarbij je ook een prachtig zicht hebt op de houtvuren waarop alles klaargemaakt wordt. Zoals Bart het stelde: het is eigenlijk een spektakel, een show, en die is schitterend.

Het menu heb ik hier, tijdens het typen, niet bij, die voeg ik later wel toe. Wel kan ik al de foto’s laten zien. Geen goeie foto’s, wegens snelle snapshots met de GSM, maar het geeft wel een idee.

En het eten, tsja, dat was bijzonder lekker, en veel, maar wel snel na elkaar en soms zenuwachtig, iets wat ik me nog herinner van In De Wulf ook.

Ik was wel wat verschoten van de prijs: het was als eensterrenrestaurant een derde duurder dan De Jonkman, dat twee sterren heeft en waar we een gelijkaardig menu hebben gegeten. Al was daar de show lang zo goed niet.

Oh, en het was ook de eerste keer dat ik na een restaurantbezoek mijn kleren in de wasmand moest gooien wegens een heerlijke kampvuurgeur ^^

Al bij al een zeer fijne avond gehad met mijn liefste. Dank u, schat!

De Jonkman in Brugge

Ja ik weet het, Bart en ik zijn snobs, maar stilzwijgend hebben we blijkbaar allebei het plan opgevat om alle sterrenrestaurants van Vlaanderen eens uit te proberen. Goh, het is niet alsof we samen vaak uit eten gaan, toch?

Onze all-time favourite blijft de Hertog Jan, maar ook het Hof van Cleve (twee keer al) is fenomenaal. En er waren ook al ’t Zilte, In De Wulf, La Botte, L‘Air du Temps, Vrijmoed, Jan Van den Bon, De Herborist en Publiek. Yep, we gaan nog veel moeten gaan eten. En sparen, dat ook.

En gisterenavond was het dus de Jonkman in Brugge. Het menu was niet mis, en Bart ging voor de zeven gangen, ik hield het bij zes, maar dan wel met de hoppescheuten, en dat kon perfect.

Alleen al de hapjes waren de moeite waard. En nee, de foto’s zijn dat eigenlijk niet, maar u krijgt wel een idee.

Zeebaars
Koolrabi /avocado / ui

Plantaardig
Ravioli / knolselder / Oud Brugge        


Oester
Ostendaise / vanille / aardappel                      


Hoppescheuten

Zeekat / mousseline / wit bier

Catch of the day
Koolraap / dragon

Iberico
Capucijnasperge / spitskool / Blackwell

Nagerecht

fris / zoet of
Kazen van onze kaaskar

 

Ik denk niet dat Bart nóg vergenoegder kan kijken dan dit. Het was dan ook succulent, en dat meen ik. En de prijs? Wel, die viel voor een tweesterrenrestaurant bijzonder goed mee, want er zijn er veel van één ster die gewoon duurder zijn. Tsja…

Hier wil ik nog terugkomen, ja. Zodra we al die andere hebben gedaan ^^

Nieuwjaren, deel 3

Ha ja, als je niet alleen familie als meters en peters hebt, maar ook nog een goede vriend van de familie, tsja, dan moet je ook daarmee nieuwjaren natuurlijk.

Dirk en Ilse hadden ons uitgenodigd om samen met hen vandaag een glas te drinken onder de Stadshal – de Gentse nieuwjaarsdrink – en daarna te eten in Café Théâtre. Ik moest echter eerst ons pa gaan halen in het ziekenhuis, en zag dat staan ook niet meteen zitten om zolang recht te staan. Bart is dus al om elf uur doorgereden, ik ben achtergekomen met de kinderen.

Het was, zoals verwacht, aangenaam, gezellig en lekker, en zoals de vorige keren ook weer met een matige bediening. Ne mens zou denken dat ze daar toch wel eens iets aan zouden doen, maar blijkbaar niet…  Maar we houden van de ambiance en blijven dus terugkomen.

En Kobe, die zag het alweer helemaal zitten met zijn peter!

 

Villa Ooievaar

Eergisteren zag ik toevallig bij een vriendin op Facebook passeren dat ze naar een nieuw sociaal restaurant hier op Wondelgem was gaan eten. Ah bon?

Het leek me ideaal om het zelf even uit te proberen: Villa Ooievaar in het Vyncke-Bovynpark. De website heeft nog niet veel om het lijf, maar bon, waarom niet? Kobe was intussen al naar huis gekomen met de bus, maar Wolf had nog Nederlands schrijven gehad, en had dus gewerkt tot twaalf uur.

Ik ging hem ophalen, en we reden naar het park. Wij parkeerden in de Lusthoflaan, maar dan moet je wel even door het momenteel nogal modderige park heen. Het is net iets makkelijker om via de Botestraat te gaan, heb ik zo de indruk.

Binnen is het heel gezellig ingericht en kwam een alleraardigste dame ons verwelkomen en een plaats toewijzen. Villa Ooievaar is namelijk een sociaal tewerkstellingsproject voor mensen met een beperking, maar als je dat weet, is het net zoals elk ander restaurant. Met een heel beperkte kaart, dat wel: een dagschotel, een vegetarisch alternatief, en een salade. Oh, en soep. Heel lekkere soep, in elk geval vandaag toch.

We gingen alledrie voor de witloof/currysoep, en daarna de pasta met quorn in zoetzure saus.

De porties zijn royaal, geloof me, en lekker, dat ook. Een dessert kan je ook krijgen, maar aangezien beide jongens nog moesten studeren, gingen we dat wel een andere keer doen. We keken nog even rond, en merkten dat het eigenlijk best groot was. Blijkbaar zijn er liefst 80 plaatsen, en in de zomer komt er een royaal terras. Voor de dagschotel betaal je 10 euro, maar als je in aanmerking komt voor sociaal tarief, is dat nog een pak minder.

Wondelgem heeft er dus een fijn adresje bij: gezellig zitten, lekker eten, en je steunt er meteen een sociaal project mee. Oh, en het menu? Dat vind je gewoon terug op hun facebookpagina, als je een kieskeurige eter bent.