Londen dag vijf: het is op

Omdat het gisteren zo laat was, sliepen we lang, ontbeten laat en trokken rond half elf de deur van ons excellente verblijf achter ons dicht. Ik geef u nog even een zicht op de privétuin mee van op ons terras.

We namen met onze spullen de metro vanuit Paddington richting St. Pancras om daar onze bagage al eerst even af te droppen, en lazen intussen de Metro, het gratis gazetje dat daar nog bestaat. We stelden wel vast dat we precies lang bleven stilstaan op Edgeware Road, en plots… reden we terug de andere richting uit en stonden we weer in Paddington! Als twee idioten hadden we er dus niet bij stilgestaan dat Edgeware Road de eindhalte is van de Circle Line in de ene richting, en dat we daar dus hadden moeten overstappen op de Circle Line in de andere richting. Goed bezig dus, extra gezeul voor Merel met de overvolle – wegens te veel boeken gekocht – en loodzware valiesjes, en bijna een uur kwijt. Het zorgde ervoor dat we onze bagage afgooiden en richting Charing Cross spoorden, maar daar eerst iets gingen eten in een of ander Italiaans restaurant. Het stikt daar echt van de Italiaanse dinges…

En toen was het tijd voor de National Gallery, iets wat bij Merel ook met stip op haar lijstje stond. Ja, het was het waard, alleen al voor de Monets die er hangen en waar zij compleet zot van is. Ze kocht dan ook een schriftje van Monet en kreeg van mij een T-shirt met de waterlelies op.

En toen… was het op bij Merel. Haar voet deed zeer – een ontstoken teennagel en blijkbaar, zo bleek achteraf thuis, een ontstoken pees – en ze voelde zich echt niet goed. Het plan was geweest om nog te voet, zo’n 40 minuten wandelen in totaal, richting St. Pancras te gaan met een tussenstop in het British Museum en daar ook een koffietje. Dat lukte dus niet meer, en ik troonde haar dan maar mee via de metro naar St. Paul’s Cathedral die ik ook wel wilde zien en waar ik nog een massa labcaches kon doen, zodat zij zich ook niet schuldig hoefde te voelen.

Zij installeerde zich daar in de tuin van de kathedraal onder een boom, en ik ging op wandel. 26£ voor de binnenkant van de kerk was me toch iets te veel, zodat ik me ook in de schaduw installeerde en een reeks labcaches afwerkte. De rust en de stilte – het was echt druk geweest in de buurt van Trafalgar Square – hadden Merel duidelijk goed gedaan, en een ijskoffie met koekje bij de Starbucks waren nog beter. We namen de metro’s terug richting Euston, haalden onze bagage op, waren tegen half zes in het station, zoals gevraagd, en gingen als een sneltrein doorheen bagagecheck, security check en paspoortcontrole: ze deden toevallig net voor onze neus telkens een nieuwe balie open. Een rustig half uur later konden we aan boord, zaten we te lezen, kregen we een deftige koude salade als avondeten, en om tien uur stonden we in Brussel. Daar hebben we gelopen om nog de trein van 22.07 uur naar Gent te halen, maar helaas: dat perron van de Eurostar is echt té lang en te druk, en we stonden om 22.08uur in de vertrekhal te kijken naar een bord waar net de trein naar Gent van verdween. Dju.

Dan maar een trein later, zodat we om elf uur Bart in de armen konden sluiten, en nog iets later in ons eigen bed lagen.

Oef.

Londen, u was fijn. Echt fijn.

Londen dag 4: wat minder en dan een knaller!

We gingen opnieuw ergens ontbijten, en stelden opnieuw vast at we daar gewoon meer voor betaalden dan een lunch. Tsja. Maar het was wel lekker.

We namen de underground richting Camden omdat ik daar zo goede herinneringen aan heb uit vervlogen tijden, maar die tijden bleken wel degelijk vervlogen. Camden is niet meer het walhalla van de alternativo’s, goths en punks, maar een gigantische toeristenval met voornamelijk goedkope eetstandjes en souvenirbrol. En veel te druk ook nog eens. We liepen wat rond, ik stelde vast dat mijn favoriete gothwinkel The Black Rose blijkbaar al jaren weg is, dat de Cyberdog nu vooral voor ravers is en dat verder de prijzen behoorlijk hoog liggen. Ik heb er wel de max van een paarse hoed gekocht, en nog afgedongen van 35 naar 30 pond, wat wel de prijs is voor een degelijke hoed uit 100% wol. Yup, in mijn nopjes.

Maar nog voor de middag maakten we dat we daar weg kwamen en spoorden richting St.James Park, om daar in een echte pub ons te goed te doen aan een pie. Vandaar liepen we naar Buckingham Palace om dat toch ook eens gezien te hebben, liepen de Mall af en kwamen uit op Trafalgar Square, waar we oog hadden voor de fijne verkeerslichten.

We keken even rond, aanschouwden Nelson,s Column en gingen dan naar Cecils Court, een straat die bekend staat om haar fijne antiquarische boekenwinkels. Dat had Merel toch zo opgezocht. Alleen bleek het eerder een straatJE en waren een winkel of vier-vijf en dat was het. We waren niet bepaald onder de indruk.

Tegen dan waren we allebei al wat moe, en we wilden vooral ook op tijd op het appartement zijn om nog wat te rusten, iets te eten en op tijd op West End te zijn, hier dus ongeveer terug. We namen de metro richting Euston en stelden vast dat dat niet hetzelfde is als Euston Square en dat je daar een vijftal minuten bovengronds moet voor een aansluiting. Ideaal voor een ijskoffie in zo’n straatstandje dus. Oh, en opnieuw enkele boodschappen voor het avondeten en morgen het ontbijt.

Het uurtje rust deed deugd: we fristen ons op, ik trok zelfs een kleedje aan, en iets over half zeven gingen we de deur uit. Ik had gerekend op een half uur verplaatsing – de show begon om half acht – maar dat was dus een behoorlijke misrekening, zeker omdat we plots tien minuten moesten wachten op een volgende metro. Ouch. Het zorgde ervoor dat we buiten adem, op een holletje maar wel nog op tijd kwamen voor Hadestown, het aangepaste en naar musical vertaalde verhaal van Orpheus en Eurydice. En ja, het was ook écht goed! We hadden ook degelijke plaatsen, al was ik blij dat ik geen 2 meter ben want dan had ik niet in die stoel gepast.

Behoorlijk onder de indruk van zowel het spektakel zelf als van de zangprestaties. Wanneer de gefilmde versie in oktober uitkomt op de Engelse markt, ga ik toch eens kijken of ik dat kan vastkrijgen en eventueel tijdens uren studie of zo aan mijn leerlingen voorschotelen.

We liepen op het gemak door de drukte terug naar de underground, waren tegen goed half twaalf thuis, en dat was dat voor dag vier.

Londen dag 3: goed beter best

We hadden geleerd van gisteren en dus aten we gewoon ontbijt op het appartement, gezond met yoghurt en fruit en al. We wilden ook niet al te veel tijd verliezen, want om half elf wilden we aan het Design Museum zijn voor de Wes Anderson tentoonstelling. Ik moet toegeven dat ik niet veel van zijn films gezien heb, maar ik ben nu wel getriggerd, ja. Merel was laaiend enthousiast, en het is inderdaad allemaal heel esthetisch.

We hadden nog meer dan een uur voordat we aan onze lunchplek moesten zijn, zodat we ook nog even door de rest van het museum liepen.

En toen was het dus tijd voor High Tea, en die stelde niet teleur! Merel ging voor een Black Vanilla – en kreeg als cadeautje van mij nog een pakje mee naar huis, ik koos een zwarte thee Cream Caramel. En dan was er het eten… Merel was helemaal door het dolle heen, en ik geef haar geen ongelijk: het was een ervaring!

Er waren vijf hartige hapjes per persoon, twee ronduit fantastische scones met clotted cream and jam, en vijf taartjes te verdelen onder ons. En jawel, er was red velvet cake bij voor Merel! Het was ook gewoon te veel, maar we mochten de twee overgebleven scones ook gewoon meenemen in een doosje, gelukkig maar.

Helaas was het toen tijd voor iets dat een pak minder vrolijk was: een van mijn goeie vriendinnen en medevosje Hanneke werd vandaag begraven, en gelukkig was de plechtigheid ook online te volgen. Merel troonde me dus mee naar het nabijgelegen Hyde Park waar we ons onder een boom posteerden en ik kon volgen. Het deed deugd, maar god, ik ga Hanneke missen…

Daarna liet ze me even wat tijd om op mijn positieven te komen, en liepen we richting Picadilly Circus en vooral de grote Waterstones, een mega boekenwinkel. Ik installeerde me met een koffietje want Merel was ik kwijt voor toch wel bijna een uur. Ze heeft zich gigantisch ingehouden en hield het bij vier boeken, ook al omdat ze die voor de helft zelf moet betalen.

We liepen vervolgens verder naar Leicester Square. Man, wat een drukte! Dit was eigenlijk niet meer zo leuk, en Merel was echt moe – ze had slecht geslapen – waardoor we richting huis gingen, maar niet voordat ik eerst nog enkele foto’s van standbeelden had genomen.

Brood was er nog van gisteren, en we hadden nog de halve pizza van maandag, om eten hoefden we ons niet te bekommeren. Blij dat we thuis waren. Ik heb nog even geprutst met een handdoek en een rolsysteem om Merels kamer beter te verduisteren, en toen ging voor ons beiden het licht uit. Zeer geslaagde dag, jawel.

Londen dag 2: de toerist uithangen

We sliepen tot een uur of zeven – zalig verblijf, heel erg rustig en ruim en met een fijn terrasje – en zaten rond kwart voor tien aan een heerlijk ontbijtje wat verderop: de beste cinnamon rolls die ik al gegeten heb, zelfs beter dan die uit Tallin.

Alleen… ze bleken een pak zwaarder dan gedacht, zodat ik mijn bestelde pistachekoekje gewoon meenam. Merel had echter ook nog een pistachecroissant naar binnen gespeeld, allebei met heel veel boter, en was zowaar wat van slag.

Maar we lieten het niet aan ons hart komen, namen de underground naar Westminster en deden daar de touristy things samen met duizend andere toeristen. We keken naar Big Ben, the Houses of Parliament, Westminster Cathedral, alle beelden daar in de buurt, en zagen dat het goed maar pokkedruk was.

We namen daarop de River Bus richting Tate Modern, met zo’n hop-on-hop-off dagticket. Normaal gezien zou dat 59 pond geweest zijn voor ons twee, nu betaalde ik 16 pond met mijn EDC en ik was daar onbetamelijk mee in mijn nopjes.

Ginder zijn we eerst iets gaan eten bij een Italiaans ding, en dat viel best wel mee, een heerlijke ravioli voor mij. Merel voelde zich alleen nog steeds niet zo goed…

En toen was het tijd voor het Tate Modern. Ik wilde vooral Maman van Louise Bourgois zien, maar die was blijkbaar niet thuis. De schilderijen van Rothko waren dat gelukkig wel, en Merel snapte een klein beetje waarom Bart en ik daar zo kunnen blijven naar kijken, maar toch nog niet helemaal. Moderne kunst, dat is niks voor haar. Alleen die pamfletten van de Guerilla Girls, daar bleef ze echt lang bij staan, dat deed iets met haar, zei ze.

Eenmaal buiten hoorde ik plots: “Mevrouw Rombaut!” Ik verschoot me dood, maar het bleken twee fijne collega’s met hun kinderen te zijn, die we puur toevallig tegen het lijf liepen. Dat zou nog niet eens lukken als je het zou afspreken, denk ik…

Wij liepen even over de Millenium Bridge, maar moesten op onze stappen terugkeren omdat we opnieuw de boot op wilden maar de Blackfriar halte niet bediend werd.

En toen werd Merel ook nog eens zeeziek, want het was opkomend tij en er stond behoorlijk wat wind. Het leidde ertoe dat we even doorbeten tot we aan de halte Greenwich waren, zoals gepland, dan even doorliepen tot aan het park en ons daar onder een boom installeerden, in alle rust, weg van de drukte en het gewoel, in de schaduw. Het hielp: ze begon zich iets beter te voelen.

We liepen verder door het kurkdroge park naar boven, naar het observatorium en de nulmeridiaan en kregen zowaar enkele druppels op onze kop! Ik ging even poseren voor die nulmeridiaan en daarna ging ik een ijskoffie halen en Merel een bretzel, en kijk: ze knapte helemaal op! Wellicht hielp het zout haar bloeddruk omhoog en was het daaraan gelegen!

Enfin, wij de heuvel weer af, door het park, voorbij wat parkieten en de boot weer op, waar ik door mijn EDC niet hoefde aan te schuiven, en dan tot aan de Tower Bridge, want daar wou ze graag eens over lopen.

Blijkbaar moet je daarvoor eerst helemaal rond the Tower zelf lopen, en die ha ik nog nooit van dichtbij gezien. Best wel indrukwekkend,,,

Tegen dan was mijn pijp uit, moesten we wel nog een eind tot aan het metrostation, namen we de underground tot aan Paddington, haalden we brood, beleg, melk en yoghurtjes voor het ontbijt bij de Sainsbury, liepen nog tien minuten tot aan het appartement, en toen verklaarden we onszelf een beetje dood.

Enfin, het brood had gelukkig wel wat herlevende krachten, maar veel poot hebben we niet meer verzet.

20000 stappen.

London, baby!

Bart en ik hebben met de kinderen telkens een citytrip gemaakt na hun zesde studiejaar. Bart ging met Wolf naar Londen, met Kobe – weliswaar enkele jaren later wegens corona – naar Frankfurt, en ik ging met Merel naar Parijs. Daar hadden we beiden echt van genoten, en ik had toen gezegd dat we dat na haar vierde middelbaar, wanneer ze zestien werd, nog eens gingen doen. Maar toen vroeg ze of dat, nu we toch onze paspoorten hadden, niet naar Londen kon, want daar was ze nog niet geweest.

Vandaag stonden we dus om half zeven aan Gent-Sint-Pieters – dank u, Bart – en om iets over zeven in Brussel. Ze zeggen dat je een uur op voorhand moet zijn – de Eurostar was om 7.55 uur en dat is niet overdreven aangezien je buiten de Europese Unie gaat: paspoortcontrole, bagagecheck, nog eens paspoortcontrole en dan een tax-free zone zoals op een vliegveld. Vreemd.

Nog vreemder was de omgeving van de trein: zwaar bewaakt met prikkeldraad en al, want ja, transmigranten naar Engeland…

Na een rit van om en bij de twee uur en een gesprek van ongeveer gelijkaardige duur met de moeder en dochter die bij ons aan het tafeltje zaten en waarvan de moeder op een school in Neerpelt stond, konden we onszelf op Engelse bodem verklaren, meer bepaald op St. Pancras.

Een kwartier later stonden we in Paddington Station, waar we nog wat verderop onze valiesjes gingen deponeren. Onderweg kwamen we al voorbij de buitenkant van ons verblijf, en dat zag er goed uit.

Bon, wij verder richting Notting Hill, maar eerst was het tijd voor elevensies. Ha ja, breakfast was iets voor zessen geweest thuis, second breakfast rond half negen op de trein, en nu was er opnieuw een hongertje. Zonder naar de prijs te kijken zijn we op een terrasje gaan zitten, met een latte voor mij, een milk oolong voor Merel en voor elk een taartje. Euhm… 38 pond, jawel. Kuch.  Het scheelde wel dat we daarna geen lunch meer hoefden. We wandelden verder door Notting Hill, zagen de verschillende locaties van de gelijknamige film en liepen door de zeer drukke en zeer warme Portobello Road, waar we elk twee paar zalige sokken kochten.

Intussen hadden we het bericht gekregen dat we niet tot vier uur hoefden te wachten om de sleutels op te halen maar dat die al klaar lagen. Euhm, het werd een metrorit wegens net iets te ver intussen: sleutels, dan bagage en vervolgens ons appartement. Want ja, dat is het echt: een appartement voor een of twee personen, met een ruime living met tafel, sofa, volledig ingerichte keuken en veel kasten, een ruime slaapkamer met groot bed en weer veel kasten, een klein terrasje dat uitgeeft op een privé binnentuin voor de verschillende appartementen van het blok, kleine badkamer, apart toilet en een kleine aparte kamer voor Merel met eenpersoonsbed en een vanity. Er is zelfs een vaatwas en een wasmachine!

Mijn rug vond het even welletjes, Merels voeten ook, en dus hielden we horizontale rust tot een uur of vier. Toen waren de batterijen voldoende opgeladen om tot aan Hyde Park te wandelen en vast te stellen dat
1. het daar even droog en dor is als bij ons
2. een milkshake ook kan tellen als lunch rond half vijf
3. de Diana Memorial Garden veel kleiner is dan voorgesteld
4. het monument voor Albert gigantisch kitscherig is
5. er echt wel mooie beelden en hoekjes zijn
6. selfies ook wel een dingetje zijn.

En toen hadden we beiden echt wel honger (en zere voeten en veel te warm, maar dat terzijde) en had Merel een leuk klein restaurantje gevonden, Hayat. Zij nam er een versgebakken pizza, ik ging voor een stoofpotje van kip met champignons in een roomsausje met saffraanrijst, en we betaalden amper 32 pond, minder dan voor de taartjes.

Nog wat later stonden we weer thuis, vielen de plannen om naar de film Notting Hill te kijken in het water, en besloten we dan maar om elk nog wat te lezen en prompt in slaap te vallen.

24000 stappen, het kan niet missen, denk ik dan.

Vlamertinge, Ieper en Beselare

Het zijn blijkbaar zware tijden: vandaag werd de vader van een fijne collega begraven, en dus stond ik iets voor half elf in de kerk van Vlamertinge, een deelgemeente van Ieper. Het werd een mooie, ingetogen maar ook moderne dienst, en ik zat bij een handvol collega’s.

Nu ik daar toch in de streek was, ging ik meteen blijven en geocachen in de buurt. Maar ik reed dus eerst naar Ieper zelf om daar op de grote markt iets te eten, met mijn boekje erbij.

Je kan in Ieper niet passeren, vind ik, zonder even het museum In Flanders Fields binnen te gaan: dit zijn toestanden die we nooit mogen vergeten, en elke keer pakt het me weer. Ik bleef er amper een half uurtje, meer was ook niet nodig, ik ken het museum wel, maar toch…

Het was echt heet, intussen was het tegen drie uur, en ik moest ten laatste tegen zessen alweer in de auto zitten want vanavond was er een sessie van Ghostbusters roleplay in mijn tuin. Het rondje in Beselare dat ik voorzien had, zou wellicht te lang duren, en dus besloot ik om de fiets te laten voor wat hij was en labcaches en virtuals op te pikken in Ieper zelf.

Ik wist overigens niet dat Ieper zo mooie vestingen had, met water en park en al. Mooi!

Intussen was het vier uur, maar Geraard belde intussen de sessie af wegens opkomende migraine. Allez ja, ik ben zodanig gewoon dat hij meestert, dat ik dacht dat de sessie afgeblazen was, terwijl bij Ghostbusters hij gewoon een speler is en Koen degene is die meestert. Ha, dacht ik, dus toch dat rondje in Beselare!

Ik naar ginder, me geparkeerd op een droog stuk gemaaid veld, de fiets afgeladen, en begonnen aan dat rondje van 21 caches. En toen stuurde Ruben dat de sessie dan toch doorging, als er maar één iemand afbelde? Euh… Dju! Ik ging het rondje dan wel inkorten en de rest voor een andere keer laten. Tot Ruben, enkele caches verder, opperde dat hij misschien toch ging opgeroepen worden voor het werk omdat ze in de knoop aan het slaan waren daar. En of we het toch niet konden uitstellen. Euhm… Na veel vijven en zessen en gepalaver – ik zei dat ik nog in Ieperse streken en zat en uitstel ook niet erg zou vinden – werd beslist om het toch af te zeggen, zeker omdat ook Stefaan blijkbaar last had van de rug en niet ging komen.

Allez ju! Dus toch nog tijd om dit knappe, verzorgde en eigenlijk ook bloedhete rondje in Beselaarse velden af te werken. Ik kwam helaas geen enkel café tegen, zodat ik uiteindelijk aan een huis aanbelde om mijn waterfles opnieuw te vullen, want ik was dood van de dorst. Maar ik genoot en zag onder andere ook rotend vlas.

Toen ik aan de auto kwam, heb ik eerst even in de airco zitten uitblazen, want dat was even nodig. En toen een koekje gegeten, want ook de suiker was blijkbaar nodig.

En toen had ik nog genoeg energie om in het dorp van Beselare zelf de heksenlabcache te doen, want blijkbaar is dat een heksendorp met goed gedocumenteerde heksen. Ik ben maar door een klein stukje wijk gereden, maar de mensen zijn wel helemaal mee in het verhaal, zo blijkt.

Toen ik tegen half negen thuis kwam, was ik wel doodop, maar helemaal tot rust gekomen, en laat dat nu net de essentie van vakantie zijn, toch?

Ongepland én gepland geocachen

Wolf vroeg me of ik hem tegen half tien af wou zetten in Eke, op de parking van de voormalige Makro. Ze hebben namelijk toelating van de eigenaar om daar de UGent Racing auto te testen, en het is toch wel een eindje fietsen, ja, zo’n klein uurtje.

Voor mij is het vakantie, dus waarom ook niet? Ik moet trouwens ook naar Zomergem, want wellicht staat daar onze ‘goeie’ sportzak, gevuld met opa’s kleren, en Wolf heeft die nodig om mee te nemen naar Tsjechië en Oostenrijk. Ik kan er dan maar beter ‘de ronde van Vlaanderen’ van maken, toch?

Soit, ik passeerde dus door Landegem en zag dat daar een mooi labcacherondje rond Cyriel Buysse lag, met nog enkele vaste caches die ik nog moest doen ook. En ik had tijd…

In Zomergem stelde ik vast dat:
1. die zak daar niet stond, en dat ik die thuis onder mijn bed had geschoven
2. ik daar dus voor niks stond
3. ik echt dringend verder moet doen aan het opruimen van dat huis
4. ik daar echt geen enkele motivatie voor heb
5. daar nog gigantisch veel brol staat.

Enfin, naar huis dan maar, koken, en toen vond ik dat ik nog wel meer kon geocachen die dag. Bart zette mijn fiets op de auto, en ik reed voorbij Zelzate, net over de grens naar Westdorpe om daar een heel mooi rondje in de wijk Autriche te fietsen. Intens genoten, en zelfs een stopje kunnen doen om een smoothie te drinken met een stukje Westdorpse vlaai bij.

Na driekwart rondje kwam ik twee andere cachers per fiets tegen, en dan hebben we de rest maar samen afgelegd. Ik heb nog ferm goed gelachen: het waren twee wijze mannen van ongeveer mijn leeftijd die blijkbaar bijzonder goed op elkaar ingespeeld waren. En vooral ook galant: ik was op een bepaald moment even rondgereden omdat ik mijn fiets niet een trapje af kon dragen, en een eind verder, toen dat weer het geval ging zijn, stond een van hen me netjes op te wachten om mijn fiets naar beneden te brengen. Fantastisch, toch?

Enfin, fijne dag, fijne caches, fijn gezelschap. Vakantie, dus.

Avondje zee

Mijn dag was vandaag een beetje vreemd. Eigenlijk had ik afgesproken om met Max te gaan ontbijten, maar ik had ’s nachts moeten overgeven, en toen ik wakker werd, voelde ik me allesbehalve: misselijk, mottig, beetje hoofdpijn… Ik heb Max afgebeld en ben zowat de rest van de dag in de zetel blijven liggen, en heb nog een stevige dut gedaan ook.

De hoofdpijn werd erger, Dafalgan hielp niet, en dus nam ik een Excedryn, een middel tegen zware hoofdpijn en migraine. En kijk, binnen het half uur voelde ik me prima! Het moet dus een verholen migraine geweest zijn, en achteraf gezien kan dat wel kloppen, ja.

Maar mijn dag was dus compleet verloren geweest. Tot Bart zei dat hij die avond een diner had in Knokke, en ik op den bots besloot om zijn chauffeur te zijn en in Knokke te gaan geocachen intussen. Hij moest me dan maar een berichtje sturen wanneer hij daar aan het afronden was, en dan kwam ik hem wel weer oppikken.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik gooide hem af aan La Reserve en reed verder voor de stadscache van Knokke in een stukje park met duingrond. Mooi, zo in dat avondlicht!

Ik reed wat verder en ging in Duinbergen nog een paar caches oppikken, zelfs een webcamcache van een plaatselijke zeil- en surfclub. Ik genoot van de wind in mijn haar, de zon op mijn snoet, het geluid van de meeuwen en de golven, en uiteraard ook nog van een ijsje.

Ik moest me nog reppen toen Bart me een bericht stuurde: ik zat wel een eindje verderop. Maar ik heb er gigantisch van genoten. Moest het geen uur rijden zijn, ik reed vaker ’s avonds eens naar zee…