Toertje van mijn caches

We moeten binnen blijven om sociaal contact te vermijden, maar tegelijk wel zo veel mogelijk buiten in open lucht vertoeven. Mja, lijkt me ideaal om te gaan geocachen op je eentje of met het gezin, zo lang je dan maar je handen wast na elke cache.

Dit leek me het ideale voorwendsel om vandaag de fiets op te springen en al mijn caches eens aan een onderhoud te onderwerpen: sommige zijn verdwenen, van anderen is het niet zeker of ze er nog wel zijn, en nog andere hebben een nieuw logrolletje nodig.

Ik fietste dus vrolijk naar de Gaardeniersbrug en stelde vast dat de cache aldaar inderdaad pootjes had gekregen. Nieuw exemplaar dus. Dan ging de tocht verder naar de Reke, de Sint-Jorissluis die effectief ook verdwenen was, maar dat was me gemeld. Nieuw exemplaar dus. Ik fietste verder naar de Kasteelsluis en zag dat die nog in orde was, en ging dan de kaai af tot aan de Brusselsepoortsluis die ook nog zat waar hij moest zijn. Langs het Keizerspark ging het terug richting Gentbruggesluis die ook verdwenen was en dus ook een nieuw exemplaar kreeg.

Van daaruit dook ik weer de stad in – vrijwel autovrij, heerlijk – om naar de Oude Beestenmarkt te rijden voor de Scaldissluis. Die cache was er wel nog, maar moest hersteld worden. Ik haalde de duct tape boven en hing die aan een haakje, terwijl ik nog bij mezelf de bedenking maakte dat ik die ging vergeten.

Bon, dwars door de stad naar de Sint-Agnetesluis aan de Coupure, want ook die was gemeld als verdwenen. En effectief, de cache daar zat aan de dop van een paal en die was deze keer met dop en al verdwenen. Komt dat tegen!

En jawel, wat geraadt gij? Mijn duct tape die ik nodig had om een nieuwe cache te fabriceren, hing nog op dat haakje aan de Reep. Allez bon, terug de fiets op, terug naar de Scaldissluis en dan opnieuw naar de Coupure. Cache gerepareerd en dan opnieuw dwars door de stad richting de Wiedauwkaai, want ook daar zat nog een cache die ik wilde nakijken, maar hij zat nog netjes waar hij thuishoort.

En dan fietste ik vrolijk via het nieuwe fietspad dwars door de Wondelgemse Meersen naar het Gaardenierspad en zo verder naar huis. Ik zat aan een goeie 30 kilometer, niet slecht, dacht ik zo.

Djerba dag 6: nog veel meer cachen

Onze laatste volledige dag hier in Djerba, en de kinderen wilden het gewoon rustig houden. Ze hebben geluierd, gelezen en zelfs een half uur gezwommen in het koude water van het zwembad.

Maar ik heb geen zittend gat, luieren kan ik thuis ook doen, en er is nog zoveel te zien hier. En vooral: nog zoveel caches te doen. Om half negen zat ik aan het ontbijt, op mijn eentje, en tegen negen uur zat ik in de auto.

Ik reed vanuit Midoun zuidoostelijk naar beneden naar de kust, pikte een cache op, en deed toen de meest bevreemdende en tegelijk de mooiste cache van de 1400 exemplaren die ik al gedaan heb. Nu, de cache op zich was niks speciaals, de omgeving was dat des te meer. Daar in het zuidoosten van het eiland is er een landtong die eigenlijk pure woestijn is. Het is een zandvlakte waar kleine struikjes groeien van amper een 20 centimeter hoog, en dat is alles. Een echte weg is er niet, gelukkig toonden de cacheinstructies waar ik de asfaltbaan moest verlaten, want zelf had ik het niet gezien. Ja, er zijn bandensporen, en dat is het zowat. En daar rij je dan 6 kilometer door, moederziel alleen. Ik mocht het niet gedroomd hebben dat ik daar zou stilgevallen zijn. Aan de andere kant: zelfs daar was er gsm-bereik.

Ondertussen zie je een vreemde blok opdoemen en dichter en dichter komen: de complete ruïne van Borj El Kastil, een vroeger fort ter verdediging. Het ligt volledig in puin, wordt niet onderhouden, en ligt – zoals de rest van Djerba – vol met afval. Maar het geeft wel prachtige zichten, en er waren zowaar mensen aan het vissen.

Helemaal onder de indruk reed ik de zes kilometer terug naar de bewoonde wereld en reed de brug over die naar het vasteland leidt om er halverwege een cache te zoeken, maar helaas. Het kleinood was verdwenen, ofwel zocht ik misschien niet heel erg grondig tussen de stapel vuile luiers die daar uitgekieperd was. Ugh.

Ik reed terug het eiland op en zocht de volgende cache langs een klein aardewegje. Man, ben ik blij dat daar een cache lag, want: zowaar een Romeins graf! Niks aangeduid, geen uitleg, maar gelukkig wel wat uitleg bij de cache-omschrijving. Heerlijk! En heel indrukwekkend om te zien.

Ik reed verder waar ik nog in Guellala even genoot van het uitzicht maar de cache niet vond, en me dan terug richting riad repte om er te eten met de kinderen. Maar na de middag wilden zij nog steeds chillen en had ik nog steeds de noord- en westkant van het eiland niet gedaan. Ik dus weer in de auto, maar naar de noordkust. Eerst pikte ik een cache op in een verlaten kleine moskee en zette ik even een hotel op stelten omdat ik dringend naar het toilet moest.

We hadden er de eerste dag een pracht van een strand gezien, maar met een cache een kilometer verderop. Ik had er toen verschillende auto’s gezien die het strand waren opgereden, en ik dacht: dat kan ik ook. Ik reed tot waar het mulle zand herbegon en ploeterde dan tot aan twee verlaten huizen die daar op het strand staan en die vooral knappe graffiti hebben.

En toen reed ik terug. Dacht ik. Want jawel, ik zat bij het draaien vast in het zand. Goed gedaan, Rombaut. Gelukkig was ik niet de enige op dat strand en sprak ik een familie aan. “Pas de problème, madame!” zei de ene, sprong in mijn auto, startte, probeerde even, en reed gewoon weg. Uh? En ik die redelijk diep zat en al plastiek zakken en al onder mijn wielen had gestoken. Volgens die man was het een kwestie van gewoonte. Euh, zal wel, zeker?

Bon, ik rij dus het hele strand af en wil terug de baan op rijden. Alleen was het me niet helemaal duidelijk waar ik dat precies moest doen, en jawel… mul zand, op twee meter van het asfalt, en opnieuw vast. Ugh. Daar was een redelijk jonge vader met zijn zoontje – knappe vent, overigens – en die sprak nog een paar man extra aan, en samen hebben ze de auto gewoon weer achteruit geduwd, vlot gekregen, en me gezegd dat ik zo’n 50 meter verderop dan de baan op moest. Oef! Lang leve de Djerbezen!

Toch wel een beetje opgelucht reed ik verder, ging nog eens zoeken bij het fort in Houmt Souk waar ik de vorige keer niks had gevonden en nu wel, reed verder langs de kust voorbij de flamingo’s, probeerde een fort te spotten dat blijkbaar eigenlijk een gewoon huis was, zocht vruchteloos naar twee caches op prachtige locaties, en vond uiteindelijk wel de laatste aan een prachtige baai terwijl het avondlicht al gouden werd.

En toen repte ik me dwars over het eiland naar huis om er met het gezin te gaan eten. Een douche later zei Bart dat hij het “beste” restaurant van het eiland had uitgekozen, blijkbaar in een groot casino. Alleen hadden we niet door dat het zo chic ging zijn, of Arwen en ik hadden beiden wel een kleedje aangetrokken.

Enfin, het was traditioneel maar lekker eten, en zowaar een heuse buikdanseres die ons vergastte op een show. Moh!

Meteen wel een mooie afsluiter van onze week.

 

Djerba dag 3: geocaching

Het werd een rustige voormiddag voor iedereen, met lang slapen en zo. Deze keer was het overal warm, en heeft iedereen ook goed geslapen. Overdag wordt het hier inderdaad wel meer dan 20°, maar de kou zit binnen en is niet te verdrijven. ’s Avonds zitten we hier met een pull aan en een vuurtje: buiten koelt het af tot een graad of 12, maar binnen is het voorlopig niet echt warm te krijgen.

Bart en ik gingen nog even tot aan de supermarkt, we aten, en ik sprong in de auto om te gaan geocachen. Er liggen er in totaal 20 op het eiland en ik zou ze graag alle twintig proberen. Gisteren hebben we er al twee gezocht: eentje gevonden, de andere was verdwenen. Tsja, dat heb je met vakantiecaches: die kunnen niet onderhouden worden. En ik heb niet de indruk dat er veel Djerbese cachers zijn. Soit, vandaag dus op mijn eentje de auto in om wat rond te rijden. Ik reed naar de kust en daarna naar Taguermess, om dan naar het strand daar achter te rijden. Blijkbaar is dit niet echt toeristisch maar wel voor locals, want geen grote hotels, met moeite een restaurantje dat momenteel gesloten is, maar wel een prachtige, pràchtige zee. En wat ik eerst dat dat gedumpt zagemeel of zo was, blijkt verdroogd zeewier te zijn.

Ik denk dat ik morgen de kinderen naar hier meeneem: het water was echt niet koud. Ik kan niet zeggen dat het warm was, maar eigenlijk best nog wel te doen, en zeker warmer dan het zwembad.  En ook verbazingwekkend weinig afval. Want dat is hier een mega probleem: overal waar je kijkt, ligt afval. Plastiek zakjes, flessen, bekertjes, rommel… Het is echt vies en vuil, en niemand kijkt ervan op. Ik vermoed dat enkel de stranden van de grote hotels opgeruimd zijn, maar voor de rest? Ugh…

Ik keerde een eindje terug en reed langs het meest oostelijke punt van het eiland verder naar beneden, voorbij een lagune en een watertoren. Volgens de beschrijving zat de cache op zo’n 6 meter hoog, het wankele laddertje op, maar daar was niks te vinden. De cache lag uiteindelijk netjes onder een steen naast het laddertje.

Nog wat verderop loste ik een kleine multi op die me naar een klein haventje bracht. De cache zelf heb ik niet gevonden, daarvoor lag er veel te veel afval om tussen te zoeken, maar ik ben wel het zandweggetje wat verder ingeslagen. Ik was trouwens diep onder de indruk van een paar jongens van een jaar of 16, die in jeans en zonder zadel of stijgbeugels een paardenrace hielden op het strand. De vreugde én het rijplezier straalden ervan af.

En toen reed ik naar huis, want ik had beloofd om tegen half zes thuis te zijn, zodat we samen ergens iets konden gaan eten.
De dame van de riad had ons aangeraden om naar Houmt Souk te rijden, naar de marina. We zagen een hoop mensen lopen, maar blijkbaar zijn we niet ver genoeg gereden: het plezierhaventje lag nog net iets verder. We wandelden wat rond en Bart zocht even op Tripadvisor en vond er een heel traditioneel restaurant in de binnenstad. Wij daarnaar toe. Stemmig, inderdaad, maar vrijwel enkel couscous en lamsvlees op de kaart, en laat Arwen dat nu net niet eten. En ja, het was eigenlijk ook wel redelijk pikant, al vond die mens zelf absoluut van niet.

Maar bon, ook dat moeten we toch eens gedaan hebben hier in Tunesië, toch?

Stevig, maar wel fijn dagje

Dat het weer zo’n extreem goed gevulde dag was vandaag. Zo eentje waarvan je echt moe bent, en dat heb ik gevoeld ook.

Het begon uiteraard gewoon met lesgeven tot twaalf uur. Enfin, gewoon: tussendoor heb ik nog de schoolbrochure bij de drukker besteld, iets waarover ik het later nog wel zal hebben.

Maar bon, om twaalf uur trok ik de deur van de school achter me dicht en reed naar Villa Ooievaar voor mijn vrijdagse zenmomentje. Het was, zoals gewoonlijk, zeer lekker en veel te veel: gehaktballetjes in tomatensaus met gefrituurde patattenpartjes en een avocadosalade, maar met daarnaast nog eens een potje zeer verse, zeer frisse salade. En omdat ik toch nog tijd over had en na tien stempels toch recht had op een dessertje, nam ik er nog een chocolademousseke bij. Enfin, zo noemden ze het toch; in mijn woordenboek mag dat met een hoofdletter en zonder de -ke erbij, zo ne pot zeg! En veel te lekker om te laten staan.

Helemaal winnie reed ik richting Latem, waar ik een afspraak had met Bart om een elektrische mercedes te gaan bekijken.  Ik had nog een dik half uur over en ging dan maar geocachen in een prachtig park dat eigenlijk net achter de huizenrij van de steenweg ligt. Het was een multi: twee tussenpunten en dan het eindpunt. Ik had me misrekend en dacht dat het eindpunt een heel eind weg was, waardoor ik dan maar eerst naar de auto terugkeerde om de cache dan daarna op te halen.

Van de elektrische auto was ik, goh, niet echt onder de indruk. Van het park des te meer: na nog wat gepruts zag ik mijn fout in, reed weer naar het beginpunt en haalde met enige moeite en een hoop modder de cache op. En ik weet dat ik, als ik ooit nog eens hier in de buurt moet zijn in de zomer, hier toch nog even ga komen wandelen.

Ik pikte in het naar huis rijden nog een extra cacheke op, ging thuis even in de zetel liggen, kleurde nog snel mijn haar opnieuw, douchte, kleedde me op en vertrok naar Watt voor het nieuwjaarsfeestje van Duke & Grace.

Maar vrijdagen zijn sowieso lastig voor mij: na een werkweek vindt de rug het meestal genoeg, zelfs al heb ik nog stevig kunnen wandelen. Na een tweetal uur zijn Bart – die al minstens even moe is als ik – en ik gewoon naar huis gegaan en in onze zetel gekropen voor nog een uurtje. Gewoon, in de stilte en de rust. Heerlijk.

Geocachen met pa

De geocaches hier in de buurt beginnen een beetje op te raken. Ik ga al graag eens geocachen met ons pa op zondag, kwestie dat hij wat van de broodnodige beweging heeft die zijn dokters hem zo hard aanraden. Aan de andere kant versta ik hem ook wel: hij loopt niet graag alleen rond want hij zou kunnen vallen. Maar daar heeft hij natuurlijk wel zijn valalarm voor, waarmee hij ons kan bellen. En mocht hij te voet naar de winkel gaan: hij woont echt in Zomergem dorp waar er altijd mensen passeren die hem zouden helpen. Maar eigenlijk is hij gewoon te trots: hij heeft een stok en een winkelkarretje, maar hij zegt dat hij zich dan oud zou voelen mocht hij dat gebruiken. Dan maar liever echt oud zijn, blijkbaar, door geen beweging te hebben. En wat moet ik dan zeggen, met mijn rollator? Tsja…

Enfin, er lagen nog twee geocaches min of meer op de baan tussen zijn en mijn huis, net over Durmenbrug, op het Eiland. Op de kaart zagen dat er deftige banen uit – lees: asfaltwegje voor boerengebruik – maar in de praktijk bleken dat aardewegen te zijn voor tractoren. Goh ja… De zon scheen wel niet meer, maar we waren beiden goed ingepakt – ons pa met een nieuwe sjaal – en het viel al bij al nog wel mee.

Eén wandelingetje was echter voldoende, vonden we, door het oneffen terrein vorderden we maar traag, dus de tweede van de reeks is voor de volgende keer. Maar allebei hebben we er alweer van genoten.

Parkje

’t Is prachtig weer vandaag, en ik ben dus met de fiets naar school gegaan. Maar eigenlijk had ik nog helemaal geen zin om weer gewoon binnen te gaan zitten na de les – op donderdag ben ik klaar met lesgeven om 12.55 uur – ook al ligt er een pak werk op me te wachten.
Ik ben dan maar even met de fiets in het parkje naast de school mijn caches gaan bekijken. Lees: gaan controleren of alles nog wel in orde was, of ze er nog zaten, nog droog waren en nog niet vol. Cache-onderhoud dus, zoals ik eind december al met ééntje ervan had gedaan.

Ik fietste van cache naar cache en stelde vast dat alles nog was zoals het hoorde. En stelde ook vast dat het park er in dit weer wel vreselijk modderig bij ligt: mijn jeans zat compleet onder de spatten, en op een bepaald moment dreigde ik zelfs vast te rijden met mijn fiets. Ugh.

Maar andere plekjes zijn dan wel weer prachtig. In elk geval genoot ik van het zalige weer en mijn elektrische fiets. Dat het maar snel lente wordt!