Canada dag drie: nog steeds Montréal

Man man man, ik heb mezelf weer wat aangedaan… Montréal is gebouwd rond de Mont Royal, een toch wel enthousiaste “berg” in het midden van de stad, volledig bebost maar met wandelpaden en een prachtig uitkijkpunt over de stad. Er was me langs verschillende kanten aangeraden om die te beklimmen, en ik weet dat ik totaal geen conditie heb, maar ik ben wel van de koppige soort. In Sorrento heb ik me moeten laten kennen omdat ik misselijk werd, hier wilde ik doorbijten. Na het ontbijt zijn we dus vertrokken naar die Mont Royal.

We zaten sowieso vlakbij: ons hotel ligt in de straat die perfect naar het begin van de wandelpaden leidt, en die dus al vrij steil omhoog gaat. Ik moest al een keer of vier stoppen om naar adem te happen. En dan begint het: trappen. En trappen. En nog meer trappen, blijkbaar 339 stuks. De kinderen gingen al voorop want die hebben wel conditie en deden zowaar de labcache voor me die daar boven op het uitkijkplateau ligt. Bart bleef zeer geduldig bij mij, want ik heb minstens een keer of tien moeten stoppen om mijn hartslag te laten zakken en uit te hijgen. Die 35 kilo te veel en die kapotte rug doen wat met een mens… Maar bon, ik ben er geraakt, tot mijn grote vreugde, en ik genoot intens van het uitzicht.

En ja, we komen van daar beneden tussen de gebouwen, we konden ons hotel zien.

We deden nog een toertje op de top naar een groot kruis dat daar staat, en gingen toen langs de “chemin de l’escarpement” terug naar de trappen. De kinderen pikten intussen nog een pracht van een cache op, een beetje van de paden af, op een rots met een prachtig uitzicht. Ik had voor mezelf al besloten dat die wat te avontuurlijk voor me was, maar de kinderen zagen dat uiteraard wel perfect zitten, met knappe foto’s tot gevolg.

Bon, opnieuw de trappen af – ik ga mijn kuiten nogal voelen morgen! – en richting hotel, want het was intussen behoorlijk warm, het zweet liep in straaltjes van me af en mijn T-shirt was kletsnat. En blijkbaar bij de rest van het gezin ook.

Een korte rustpauze en een douche later gingen we hier vlakbij eten in een Grieks restaurant dat zeer behoorlijk was. Eten is wel duur hier in Montréal: voor vijf hoofdschotels en een fles water betaalden we maar liefst 180 euro, dat is niet weinig, maar het was gelukkig wél lekker!

Iedereen was moe dus gingen we voor een middagdutje, en Wolfs voet was ook wel aan wat rust toe, ja. Die verstuiking speelt hem nog steeds parten.

Toen we tegen drie uur aankondigden dat we richting het Museum voor Schone Kunsten hier wat verderop wilden, gaven de kinderen dan ook alledrie verstek – wat we wel verwacht hadden. Intussen was het overigens zachtjes beginnen regenen maar wel nog steeds warm.

Dat museum, dat is trouwens een van de raarste dat ik al gezien heb: het lijkt meer een allegaartje met zowat alles door elkaar, bijzonder vreemd gecureerd: Canadese kunst naast mummies naast mayavoorwerpen en ga zo maar door. Veel Japanse voorwerpen ook, naast zelfs wat Etruskische. Het bevat overigens een nieuw, strak wit gebouw dat met een ondergrondse verdieping onder de straat verbonden is met twee oudere gebouwen aan de overkant. Grappig was wel dat er nu net een expositie van Vlaamse meesters liep, met een complete uitleg over het Vlaanderen van vandaag.

Tegen dan was mijn rug stikkapot, musea zijn echt de hel, en dus keerden we richting hotel terug doorheen de regen en de warmte – rare combinatie – en ging Bart zonder mij boodschappen doen met de auto. Merel en Wolf gingen fluks mee, en samen brachten ze brood en beleg – waaronder kaas in een pot – mee om gewoon op de kamer een boterhammetje met melk te eten, en ja, dat deed deugd.

Bart was al om half tien onder zeil, ikzelf kon het nog rekken tot half elf, en toen was het ook voor mij weer welletjes.

Canada dag 2: Montréal

Jetlag is a bitch, ik zeg het u. Het was half tien tegen dat ik sliep, maar om vier uur was ik dus al wakker. Nu, 6.5 uur slaap is niet uitzonderlijk voor mij, ik heb niet zo veel nodig, maar vier uur is algelijk wat vroeg… Ik werkte dus wat aan de achterstand van mijn blog, las een beetje (en werkte dus wat aan de achterstand van mijn doel van 50 boeken op een jaar) en nam tegen half zeven een douche. Het hotel is niet super, en zoals Bart het stelde: “Het lijkt wel alsof iemand manueel de emmers water de trap op moet dragen” maar zo erg is het niet. De bedden zijn goed, de geluids- en lichtisolatie ook, en de wifi is zelfs prima.

Bart had nog een videomeeting om zeven uur, en tegen half acht begonnen ook de kinderen stilaan wakker te worden, oef. Nog wat later zaten we hier beneden in de koffiebar. Het hotel heeft geen eigen ontbijtruimte, maar op de benedenverdieping is er een fijne koffiebar waar je ook croissants en yoghurt en zo kan krijgen en dan ook apart gewoon betaalt. BTW, de medium koffies zijn er groot. Echt groot.

Na het ontbijt liepen we terug naar boven om nog wat te lezen/bloggen/rusten/wakker worden, Bart deed nog een afgesproken telefoontje om tien uur, en we vertrokken te voet doorheen de buurt richting Place des Arts en zo verder naar de oude stad en de haven, terwijl we gewone geocaches en labcaches zochten. Om acht uur was het nog frisjes en eigenlijk waren we allemaal te warm gekleed: het werd vlotjes 27 graden. Die warmte, gecombineerd met de jetlag, zorgde ervoor dat Merel zich al helemaal flauwtjes voelde tegen half twaalf.
Wolf loodste ons dan vlotjes richting een uitstekende Italiaan, Marcella, waar we prima gegeten hebben in een iets te enthousiaste airco.

En toen gingen we verder naar het water, waar we een van de pieren op liepen en tickets kochten voor de Tour du vieux Port de Montréal met een prachtig uitzicht.

 

We bleven nog even langs het water lopen en gingen toen iets drinken op de Place Jacques Cartier, een bijzonder gezellig plein aan het stadhuis met een excellent terras in de schaduw en uitstekende zeteltjes. Maple syrup ijs, het is ne keer wat anders.

We liepen verder, opnieuw naar boven door het Quartier Latin richting le Plateau Mont Royal, met een tussenstop in een parkje om daar eventjes te rusten en te liggen. De wijk Plateau Mont Royal was ons aangeraden en wordt ook wel overal vermeld, maar eerlijk? Wij waren niet onder de indruk. We liepen een half uurtje langs zeer rustige straten doorheen de wijk om dan in die toeristische buurt te komen, iets te drinken, en dan de metro richting hotel te nemen.

Tegen half zes waren we terug, allemaal doodop en met zere voeten en we namen dan ook een rustpauze.

Echt warm eten hoefde voor ons niet, een broodje was voldoende, en dus gingen we op zoek naar een Subway. Helaas, ook daar is een broodje blijkbaar niet gewoon ham en kaas met veel groentjes, maar vooral veel vlees met gesmolten kaas, bacon en saus en zo. Het brood mag zelfs niet zo genoemd worden, zei Bart, omdat er te veel suiker in zit. We aten dat op de hotelkamer op omdat die Subway ging sluiten, en morgen kijken we wel eens voor iets lichters. Nu, na Montréal zitten we in de natuur in een chalet waar we zelf kunnen koken en zo, dan gaan we wel voor gezondere dingen, vermoed ik.

Ik heb het nog kunnen rekken tot half elf, toen was ook mijn pijp uit. Maar yup, een prachtige dag.

Canada dag 1: de vlucht richting Montréal

Het was vroeg, deze morgen om vijf uur, maar alles verliep eigenlijk stressloos: Kobe was gisteren rond vijf uur eindelijk aan zijn valies begonnen, en ik ook. Merel was al dagen klaar natuurlijk, en ik was nog tot in de namiddag volop aan het wassen, maar bon. Vier grote stuks bagage – twee flexibele koffers, twee sporttassen – en wat handbagage voor vijf man: niet slecht, zou ik zeggen.

De cat- en housesitters zijn uitvoerig ingelicht en zullen wellicht vooral met water mogen sleuren voor de tuin, denk ik, maar ze zagen het volledig zitten.

En wij, wij waren weg tegen zes uur om iets voor zeven vlotjes in te checken bij Air Canada, een tijdje aan te schuiven aan de douane, de veiligheidscontrole, de paspoortcontrole, en dan rustig een koffietje – of iets dergelijks: men is nooit te oud voor Fristi – te drinken en een spelletje kaart te spelen. Goed gelachen!

Enfin, iets na tien steeg ons vliegtuig op, en toen waren we vertrokken voor acht lange uren. Laaaange uren: ik sliep wat, keek een halve film, las wat, sliep nog wat, praatte wat met de veertienjarige Quebecois naast mij – man, wat een accent zeg! – en kreeg tal van tips. Het eten viel best mee, de landing iets minder: ik was goed misselijk maar zag dat eten gelukkig geen tweede keer passeren.

Het wachten aan de paspoortcontrole daar ter plaatse zorgde ervoor dat we nauwelijks hoefden te wachten op onze bagage. Nog wat later hadden we Canadese simkaarten en nog wat later onze grote Chrysler huurauto met meer dan voldoende ruimte voor vijf personen en bagage.

Een dikke twintig minuten later parkeerde ik voor het hotel tussen de hoogbouw van Montréal en konden we inchecken. Het hotel is proper, maar al wat ouder en niet meteen wat we zelf zouden gekozen hebben, maar het is zeker oké. Het heeft gelukkig ook deftige wifi :-p

We gunden mijn rug een kwartiertje rust en gingen toen een paar blokken verder iets eten in Reuben’s Diner, wat ons aangeraden werd door de receptionist als iets waar je zeker om drie uur ’s middags kon eten en waar je je portie niet op ging krijgen. Hij kreeg gelijk.

Het was lekker en meer dan genoeg, maar we voelden onze aderen gewoon dichtslibben… We passeerden even langs een soortement nachtwinkel om wat drinken te kopen en deden een middagdutje, want ik was compleet kapot, en ik niet alleen.

Tegen zes uur gingen we nog voor een wandelingetje, maar niemand had nog maar enige honger, zodat we zelfs niks gingen drinken op een terrasje. We liepen door de hoogbouw, zagen een basiliek, passeerden langs de HABS – ijshockey ploeg van Montréal – gingen boodschappen doen – alleen maar drinken, yoghurt en fruit, niemand wilde iets anders – en waren tegen acht uur al terug, doodop. Niet moeilijk: in Belgische tijd waren we al wakker van vijf uur en was het nu al twee uur ’s nachts.

Heel erg lang heeft het niet geduurd tegen dat we sliepen, daar moet ik eerlijk in zijn…

Fietstochtje voor cacheherstelling

Eerlijk? Ik was vandaag te tam om uit mijn zetel te komen. Het was te warm, er was koers, ik had geen fut… En dan weet ik achteraf dat ik het jammer vind dat ik niks gedaan heb met mijn mooie dag…

Na het avondeten ben ik alsnog op de fiets gesprongen om enkele caches na te kijken voordat we twee weken in Canada zitten: dan kan er ook niet gezaagd worden.

De eerste cache die gerapporteerd was als zijnde vol, was dat dus niet. Begon al goed. De tweede cache was wel aan een nieuw logboekje toe, een aantal andere werden nagekeken en in orde gezet. Ik fietste langs het Gaardenierspad helemaal tot aan het Blauw Brugje en verder naar het Malpertuuspark en keerde dan door Mariakerke terug tot aan het parkje Claeys-Boùùaert, want ook daar waren een paar caches – terecht – aan nazicht toe. Ik genoot van de fietstocht, wist weer waarom ik zo graag ’s avonds en ’s nachts fiets, keek even naar een cricketmatch, en smulde van de prachtige lucht vanop Mariakerkebrug. En was helemaal verfrist en opgeladen terug thuis tegen tien uur. Meer moet dat niet zijn.

Geocachen op de fiets langs het water

Het ging niet regenen vandaag, had Bart gezegd, en aangezien die mens altijd gelijk heeft – naar eigen zeggen toch – had ik hem op zijn woord geloofd en had de fiets op de fietsendrager gezet om te gaan geocachen langs de vaart tot in Eeklo.
Omdat de zon precies toch gelijk weg was tegen dat ik mijn fiets aflaadde aan Veldekens, stak ik voor alle zekerheid toch mijn regenjasje in de fietstassen. Nog een chance…

Het begon allemaal nochtans zeer mooi, daar op het jaagpad langs de Vaart in Adegem: mooie caches en een mooi onverhard pad dat toch vlot kon befietst worden.

Maar tegen dat ik aan het einde van het vaartstuk zat, begon het te regenen. Geen nood, het regenjasje deed zijn werk, maar het was wel verdomd warm in dat ding. Zodra het dus even stopte, trok ik het weer even uit. Ik had meteen kunnen terugfietsen naar de auto, maar wilde eigenlijk ook nog een paar caches langs het haventje van Eeklo zoeken. Daar had ik iets minder geluk: sommige vond ik niet, voor andere had ik dan weer mijn hengel niet in de fietstassen gestoken.

Geen nood, ik kom hier nog wel terug om de rest op te pikken, hopelijk zonder regen de volgende keer. Alleszins een fijne, ontspannende namiddag gehad.

Dagje Big Rivers in Dordrecht

Big Rivers in Dordrecht met Hanneke en Sabrina, dat is intussen een traditie, mag je wel stellen. Alleen heeft Sabrina intussen geen eigen huis meer, ze woont in een speciaal omgebouwde camionette, haar huis op wieltjes. Uiteraard kan ze hier in Dordrecht wel nog logeren bij haar zoon Milan, of vlakbij in Sliedrecht bij dochter Roos.

Vorige jaren bleven Mireille en ik logeren bij Hanneke in haar heerlijke huisje op vijf kilometer van het centrum, maar Hanneke is zwaar ziek door uitgezaaide kanker en heeft daar de energie niet voor, en dat wilden we haar uiteraard ook niet aandoen. Na wat heen-en-weer gedoe kwamen we tot een oplossing: Mireille zou op vrijdagavond al met Arend richting Dordt komen om te blijven logeren bij Milan terwijl Arend zelf verder ging naar Vlaardingen bij vrienden. Ik ging dan in de voormiddag vertrekken om tegen twaalf uur bij Hanneke te zijn, en Sabrina zou alles voorzien voor een uitgebreide lunch. Daarna trokken we de stad in, om dan redelijk laat alsnog naar huis te vertrekken. Het is anderhalf uur rijden voor mij, dat valt dus wel mee en ik vind het niet erg om ’s avonds nog te rijden. Arend zou Mireille dan wel oppikken.

Awel, het is altijd fijn als een plan verloopt zoals je het had verwacht. De lunch die Sabrina had voorzien, was heerlijk, compleet met verse eitjes en spek en diverse soorten brood en al… Na het eten gingen we met zijn allen even rusten – Mireille heeft long covid en had vorig weekend zelfs een hartinfarct met ziekenhuisopname, zodat ze ook vrijwel geen inspanningen mag doen en mee ging in een rolstoel – en puzzelden daarna de beide rolstoelen in mijn koffer. Al een chance dat dat een van de voorwaarden was bij aanschaf van die auto: een grote koffer!

Bas, Hannekes ex-man en organisator van het festival, had ervoor gezorgd dat we op de artiestenparking mochten staan en dan met een busje naar de pleinen werden gebracht, wat ongelofelijk makkelijk was. Alleen… Sabrina kon wel Hannekes rolstoel duwen, maar mijn rug vond die rolstoel van Mireille niet zo fijn. Maar voor alles is een oplossing, en Karma is zalig: niet alleen kwam Roos ook af met haar zoontje, we liepen ook meteen Robert, een van Sabrina’s broers en diens vrouw tegen het lijf, en die wilde gerust een rolstoel duwen.

We gingen even kijken aan het hoofdpodium, Mireille en ik kochten een megawijs hoedje aan de merchandise, we liepen/rolden wat rond, namen de trapjesfoto, kwamen nog enkele van Sabrina’s broers tegen, liepen ook Kevin en Po tegen het lijf, Hannekes zoon en diens vrouw, gingen iets eten -zoals ook traditie is- bij Metz, vroegen een busje aan bij Bas (met enig gedoe maar het raakte allemaal opgelost) en waren tegen elf uur terug bij Hanneke, doodop, maar wel met een fijn gevoel. Mireille was in de rolstoel een beetje onderkoeld geraakt maar knapte gelukkig snel op, en tegen half twee was ik thuis. Ook wel een beetje moe, ja, maar Hannekes stralende gezicht maakte alles goed.

Big Rivers 2025 staat alweer met stip genoteerd in mijn agenda.

Schattig gecached

Eerder deze week moest ik Wolf gaan ophalen bij zijn lief in Lovendegem en wilde nog snel ook even een cache in de buurt meepikken. Nog een chance dat ik mijn hengel in de auto had liggen, ik had niet op voorhand gekeken, en het was een cache hoog in een boom in een woonwijk.

En toen… had ik de meest schattige cache-ervaring: er wandelde een oma met haar kleinzoon van een jaar of twee. Ze gingen bijzonder traag, zodat ik ofwel een kwartier ging moeten wachten – waar ik de tijd niet voor had – of hen zou uitleggen wat ik aan het doen was. Het jongetje was bijzonder verlegen en kroop half achter zijn oma, maar was ook mateloos geïntrigeerd. Ik wees de cache aan, haalde de hengel boven en begon hem in elkaar te vijzen. Toen ik de ‘schat’ had opgevist, haalde het jongetje hem van de hengel: hij was zodanig nieuwsgierig dat hij vergat verlegen te zijn. Ik toonde hen het boekje, schreef mijn naam, stak alles weer netjes weg, gaf de schat aan het jongetje, en hij hing hem netjes aan de hengel, zodat ik hem weer op zijn plaats kon hangen. En pas toen viel het hem in dat hij eigenlijk verlegen was, en kroop hij weer weg achter oma.
En oma? Die ging de app downloaden om te cachen met de iets oudere andere kleinkinderen.
Score, zou ik zo denken!

Geocaching in de woeste wind (en regen)

Het waaide zo hard vandaag dat ik niet thuis wilde blijven, en ons ma indachtig ging ik dan ook langs een vaart lopen, meer bepaald de Schipdonk tussen Stoktevijver en Oostwinkel. Daar ligt namelijk een hele reeks caches die ik nog niet had, en in het terugkeren kon ik dan Wolf oppikken in Lovendegem, dat is dan niet zo ver meer.

Ja maat.

Ik ben daar aan de vaart bijna weggewaaid. De wind zelf vond ik zeer amusant, maar geloof me: harde wind in populieren, dat maakt echt lawaai! Ik heb mijn decibelmeter uitgehaald en die haalde vlotjes 85 dB, en dat is veel, heel veel. Na een tijdje begon me dat zelfs te storen en was ik blij dat ik van de vaart weg ging. De tocht leidde me over Oostwinkelbrug, langs een heuse troostplek en bizarre beelden, en zo een natuurgebied in, heuse bossen dus. Het pad was zelfs bijna niet meer te zien, door bos, weiland, stukjes heide, het leek bij momenten wel alsof ik ergens in de Ardennen liep, zo ongelofelijk mooi…

En toen, toen liep ik de bossen uit, de blakke veld in, en doemden er achter mij bijzonder omineuze onweerswolken op. Me reppen had geen zin, want die kwamen veel sneller dichterbij dan ik kon stappen op die boerenslag. En ja hoor, het is beginnen gieten toen ik daar nog steeds blakkeveld liep, dus geen enkele plaats had om te schuilen. Ik was een beetje nat, zou je kunnen zeggen.

Maar ik was wel helemaal uitgewaaid – letterlijk – en helemaal ontspannen en ik had er een pracht van een wandeling op zitten. Mooi mooi mooi.