Hele fijne cache in Geel

Toen ik gisteren wegreed van het spelterrein, zag ik dat er vlakbij nog een mooie cache lag, eentje van Rondje Vlaanderen dan nog. Ik reed de boerenslag in, parkeerde en ging op zoek. Al is zoeken niet meteen het juiste woord: de cache was echt een groot bouwsel, netjes afgedekt onder een groot dekzeil. Ik maakte het zeil los, en zag dat het een heel amusant, ingenieus bouwsel was dat enige behendigheid met een houten lepel vereiste.

Ik heb wel even staan prutsen, ja, tot ik het balletje en dus ook het sleuteltje in handen kreeg. Knap gedaan, wellicht heel veel tijd in gekropen, maar wel ideaal om mijn dag goed te maken, voor zover die dat nog nodig had.

Ik reed door heerlijk herfstige bossen naar de snelweg en zo naar huis, naar mijn warme liefdevolle gezin.

Het leven kan best mooi zijn, ja.

Uitwaaien

Deze voormiddag moest ik in Veurne zijn voor de begrafenis van de vader van een fijne collega. Als ik dan toch zo ver reed op een zaterdag, vond ik dat ik er dan maar meteen een dagje van kon maken, want ze hadden goed weer voorspeld.

Viel dat even tegen… toch in de voormiddag.

De dienst was aangrijpend en het deed dan ook deugd om te kunnen uitwaaien. Mijn hoofd zat sowieso vol, het is druk op school en ik heb last van muizenissen. Tsja.

Toen we de aula uitkwamen, was het zachtjes aan het regenen. Ik reed wat verderop naar de abdij van Sint-Idesbald en logde daar een paar caches onder een dreigende maar net niet natte hemel. Ik genoot er vooral ook van de beelden van George Grard, die – zo bleek later – overal in dit stukje Vlaanderen te vinden zijn. Ik hou van veel soorten kunst, maar ik blijf vooral fan van beelden. Echt.

Ik reed wat verder naar Sint-Idesbald zelf om ook daar nog een paar labcaches te doen, maar intussen was het echt aan het regenen. Met van die dikke druppels en al. Ik heb dan maar op een parking daar in de auto mijn sandwiches opgegeten en heb nog een crèmecroissant opgepikt in een bakkerij naast een cache.

En toen zag ik zowaar een wegwijzer naar het Paul Delvauxmuseum staan: nog nooit van gehoord! Maar het leek me ideaal: het was nog steeds pijpenstelen aan het regenen en het zou over een uurtje of twee opklaren, als ik de app mocht geloven. Ik kan Delvaux wel pruimen, om het nog zacht uit te drukken, en ik had mijn Museumpas op zak, dus: allons-y!

Wat! Een! Museum! Groter dan gedacht, zeker als je de villa aan de buitenkant ziet, en wat een mooie opstelling ook! Ik heb er intens van genoten, en ik raad het iedereen aan die ergens tussen Veurne en De Panne verzeilt!

Als ik ooit nog eens in de buurt moet zijn, kom ik zeker terug, al was het maar voor de architectuur. Echt, echt genoten.

Waar ik ongeveer even hard van genoot, was het feit dat, toen ik buiten kwam, het gestopt was met regenen en een aarzelende zon nog aan het overwegen was of ze ging komen spelen. Het werd zowaar zelfs warmer… Ik reed tot in De Panne zelf en liep er door de stad, langs het strand, opnieuw door de stad en pikte links en rechts zowel labcaches als echte caches op. En de zon? Die kwam er wel degelijk door, zodat ik er op slag geen spijt meer van had dat ik een T-shirt zonder mouwen aangetrokken had. Ik at zowaar zelfs een ijsje met duindoornbes en cuberdon, vreemde combinatie weliswaar.  Ik vond er aan het standbeeld van Leopold zelfs een winkel in lederwaren waar ze een zalig lederen handtasje in knalpaars verkochten: zalig!

Ik reed wat verder met de auto, zocht tevergeefs lange tijd naar twee verdwenen caches en parkeerde me in de buurt van het Westerpunt. Het was er nog redelijk druk zo rond zes uur ’s avonds, maar het avondlicht was glorieus, zeker toen twee paarden en een pony voorbij galoppeerden.

En het haar? Dat was natgeregend en weigerde mokkend alle verdere medewerking. Tsja.

Cachecontrole en een nieuw exemplaar

Vandaag wilde ik er even op uit met de fiets: de gedachten verzetten, wat frisse lucht en wat beweging voor de rug. Enkele van mijn caches waren verdwenen, hadden een vol logboekje of hadden nood aan een nieuw dekseltje. Ik heb dan maar het hele rondje gereden, alle 32 caches nagekeken en eentje toegevoegd. Dat laatste kon nu omdat een andere cache gearchiveerd is en er dus een plekje vrij kwam.

En zoals altijd genoot ik van dat hele mooie fietspad rond Gent, maar ook van het Groenevalleipark en de rest van het rondje.

Nu nog eens tijd en goesting vinden om die nieuwe cache ook aan te maken en te loggen. Allez hup, weer eentje bij.

Vernieuwd Travel Bug Hotel

In  2021 had ik een travel bug hotel geïnstalleerd hier thuis aan de schommel. Ik had toen een mega leuk vogelhuisje gevonden in de Action, maar helaas (en eigenlijk zoals verwacht): wreed stevig was dat niet.

Het heeft het dus niet lang overleefd, en er kwam een ander exemplaar. Intussen is ook dat exemplaar een beetje dood – die vogelhuisjes zijn precies niet wreed weerbestendig – maar ik vond gelukkig alweer een nieuwtje, en dat hangt nu netjes te pronken. Niet meer aan de schommel, want die is al een paar jaar weg, maar wel gewoon aan de haag.

Dus ja, als ge een vogelhuis aan mijn haag ziet hangen: het is een geocacheding. Uiteraard, of wat hadt ge gedacht?

Labcaches in het Spookhotel en Vrijbroekpark

Toen ik eerder deze maand in Vlaardingen zat bij Mireille, had ze het erover dat haar dochter Kiren haar kamer aan het herinrichten was en dat ze een aantal boeken weg deed. Laat Merel nu exact dezelfde smaak in boeken hebben…

Soit, resultaat was dat Merel en ik vandaag tegen half twaalf in Kapelle-op-den-Bos stonden en zij met Kiren in diens kamer doken, terwijl Mireille en ik rustig in de zetel een kletske deden.

Wat later kwam Merel met een grote grijns naar beneden: vijf boeken, vier T-shirts en een reeks speciale stiften was de buit.

Wat later aten we met zijn allen – dus ook man- en zoonlief – brood met soep, en nog wat later reden we richting het Vrijbroekpark, want ik had geen zin om stil te zitten en daar bevond zich vooral het Spookhotel. Dat is gebouwd in de jaren 70, enfin, de eerste twee verdiepingen toch. Het was de bedoeling om daar een reusachtig gebouw van 10 verdiepingen neer te zetten als congrescentrum en hotel met zijn eigen afrit van de E19, met alles erop en eraan, maar de werken zijn stilgelegd na twee verdiepingen. Er zijn daar twee mogelijke verklaringen voor: ofwel kregen ze de financiering niet meer rond, ofwel – en dat is de meer aanvaarde theorie – begon het gebouw te verzakken in dat moerasachtige gebied. Tsja. Er staat dus al meer dan 50 jaar een grote ruwbouw die heel veel avonturiers en urbexers aantrok. Stad Mechelen heeft daar nu zelf een attractie van gemaakt: via vlonderpaden vanuit het Vrijbroekpark kan je nu naar de eerste verdieping om er de grafitti te bewonderen, en je kan zelfs naar het ‘dak’ op de tweede verdieping, naar een uitkijkplatform. Op die manier is het een pak veiliger voor iedereen en heeft het park er een trekpleister bij. En mooi meegenomen: 10 labcaches, dat ook nog.

We liepen verder tot aan het eind van het park, keerden terug door de rozentuin en gingen toen iets drinken in Bar Broek.

Tegen goed vier uur waren we terug bij Mireille, dronken we nog iets, en deden er toen een heel pak langer over om naar huis te rijden.

Maar fijne dag? Check.

Sofia: dag 1

Omdat we zo laat in ons bed lagen, hadden we het plan om naar Plovdiv te gaan met een huurauto, meteen laten varen. Goed idee: we waren allebei stikkapot, om eerlijk te zijn. We sliepen dus wat langer, zaten nog net voor half elf aan het ontbijt, en gingen daarna de stad verkennen: de Sveta Nedelyakerk, de Sofia op haar pilaar, langs het presidentiële gebouw met zijn wachters en naar het oude Sint-Joriskerkje.

Tegen dan was het bijna twee uur en gingen we iets eten in het bijzonder aangename openluchtrestaurant van het Archeologisch Museum. We kregen er zowaar een opgerold gedichtje bij de Lavazza koffie, met Google Translate to the rescue.

We waren nog net op tijd om de Verandering van de Wacht te zien, al was daar eigenlijk niet zo veel aan te zien.

We liepen verder, onder een stralende zon en zo’n  26 graden, langs het Nationaal Theater en het bijhorende park (en geocaches) naar de Alexander Nevskikerk. Daar waren ze net aan het zingen, en daar heb ik een klein klein stukje van kunnen opnemen. Op de laatste foto hieronder zie je in het piep- piepklein in de rechteronderhoek Gwen zitten op de trappen.

Tegen dan hadden we al behoorlijk wat kilometers afgelegd en gingen we stilaan terug richting ons hotel, maar we stopten eerst nog langs een zeer aangename binnentuin voor een drankje.

Toen moesten we Vitosha nog kruisen, de lange centrale boulevard van Sofia met tal van winkeltjes, restaurantjes en terrasjes, en gingen we voor een snelle hap bij een fastfoodGriek. Ja, dat bestaat daar dus.

Om af te sluiten wandelden we nog even tot het einde van Vitosha voor het zicht om de omliggende bergen, en waren tegen negen uur terug op ons hotelkamer. Alwaar we ons even afspoelden, nog wat scrollden en lazen en uiteindelijk op een deftig uur gingen slapen. Want ja, morgen kwart voor zeven gaat de wekker. Ugh.

Oh, en een aparte vermelding voor een foto die Gwen genomen heeft: een beetje voor de grote kerk staat een grote bronzen leeuw, waarbij de glimmende stukken duidelijk aangeven dat hij nogal vaak beklommen wordt. Ik wilde me niet laten kennen als leeuwentemmer en klom daar dus ook op. En dat was dus iets hoger dan ik had gedacht, waardoor ik een ongetwijfeld overweldigende elegantie aan de dag legde. Gwen kreeg prompt de slappe lach en ik ook, waardoor het wel een heerlijke foto werd. Oordeel gerust zelf.

Vlaardingen dag twee

Tegen half negen waren we op, pas tegen half elf zaten we weer op de fiets, deze keer voor een reeksje échte caches – in tegenstelling tot labcaches, waar je gewoon een vraag moet beantwoorden en niks fysieks zoeken – in de buurt en daarna in centrum Vlaardingen, waar we iets wilden eten.

We vonden een hele fijne cache aan een verborgen vlaggenstok, een hele fijne gewijd aan de bekendste inwoners van Vlaardingen, zijnde Bassie en Adriaan, en nog wat andere losse, zoals een virtual aan een ijzertijdhoeve. Er zat er ook eentje in de Twist, de speciale fietsbrug, maar dat was wat veel klauterwerk voor twee kapotte mensen dus die hebben we maar zo gelaten.

Aan de kerk van Vlaardingen vonden we een plekje om te eten, en ik hield het bij een yoghurt met granola aangezien ik ’s avonds nog ging eten. We zagen een trouw en een hoop volk wegens een brandmelding ergens in de buurt, en ook een tweede fotocache bij een van de talloze nieuwe putdeksels ter ere van de herdenking van de Slag bij Vlaardingen in 1018.

We fietsten verder, pikten ook nog een aantal labcaches op in het centrum, fietsten langs plekjes die Mireille nog niet kende, en hadden uiteindelijk toch weer 16 kilometer op de teller.

En om 15.00 uur zat ik weer in de auto richting Gent: andere, leuke verplichtingen riepen me terug. Het had gerust wat langer mogen duren, maar dan had ik wellicht Mireille helemaal uitgeput. Tsja.