Geocachen op de Westerbegraafplaats

Een stralende zondag, en ons pa was er niet, dus nam ik de fiets richting Westerbegraafplaats. Iedereen stoeft hier in Gent altijd over het Campo Santo, maar eigenlijk is deze veel mooier: het is een echt park met veel oude, statueske graven, waarvan een deel ook beschermd is, en terecht.

Ik moest eigenlijk gewoon vijf vragen oplossen en fietste rond, maar ik ben echt veel vaker gestopt dan nodig, gewoon omdat het zo mooi was. Ik geef u hier een paar van de foto’s mee, dan weet je wat je eens moet doen als je op een mooie dag in Gent wat tijd over hebt.

Ik kwam in elk geval helemaal ontspannen thuis ^^

Een geocacheke of twee in het Landegemse

Op Pasen had ik ons pa naar huis gebracht en was ik daarna zelf nog gaan geocachen. Ik wilde niet met hem gaan omdat hij duizelig liep en de hele week zelf nog niet was gaan wandelen. Dan heb ik ook geen zin om aan een tempo van een halve kilometer per uur rond te lopen met hem…

Ik was naar Landegem gereden en had er een paar cachekes gezocht, onder andere aan een mooie kapel die vooral goed onderhouden werd. Ik heb er zelfs een kaars gebrand voor ons pa: niet dat ik daar zelf in geloof, maar hij wel, en ik vond het een mooi gebaar…

Ik reed verder, pikte nog twee andere caches op en probeerde toen een ingang te vinden naar een bepaalde cache in de Vallei van de Oude Kale. Het heeft even geduurd en ik passeerde een knap beeld, vooraleer ik de juiste landweg tegenkwam.

Een goeie 600 meter verder kwam ik aan het cacheplekje, waar net een paar meter verder enkele vogelaars stonden te praten. Ik heb even gewacht, maar ben dan toch maar beginnen zoeken. Het koppel vogelaars vervolgde zijn weg, de ander kwam me vragen of ik iets kwijt was. Blijkbaar kende hij het fenomeen geocachen wel, maar had hij het zelf nog nooit gedaan. Samen vonden we het kleinood dat een soort cryptex bleek te zijn. Ik heb nog even staan puzzelen, ja, tot ik het logrolletje in handen had.

En toen kon ik, bij het zachte avondlicht, me terug richting auto begeven en ondertussen vergapen aan de talloze luchtballonnen die zich scherp aftekenden tegen de blauwe lucht. Een fijne paasavond, zowaar.

Een typisch vakantiedagje

Het werd een lange, fijne, maar vooral ook onverwachte namiddag.

Het begon allemaal heel rustig met een fietstocht rond al mijn caches in centrum Gent, waar er wel een paar verdwenen waren of een nieuw rolletje konden gebruiken. De tocht liep langs ’t Sluizeken, Oude Beestenmarkt, Ham, en dan over de Lousbergskaai naar het begin van de Brusselsesteenweg, om terug te keren naar de Coupure.

Toen ik daar dan stond, viel mijn euro dat Bart ook met de fiets was, dat hij bijna gedaan had op kantoor en dat we eigenlijk ook nog gewoon samen iets konden gaan drinken. Ik belde en hij stelde voor om gewoon samen iets te eten in Café René. Moh, goed idee! Ik belde de kinderen op om te zeggen dat ze zelf maar voor eten moesten zorgen en zei tegen Bart dat ik enkel nog even langs de Jozef Kluyskensstraat ging passeren om er de bloesems te fotograferen, en dat ik af kwam.

De Kluyskensstraat is momenteel de mooiste straat van Gent zonder weerga. Aan weerszijden bloeien de Japanse kerselaars, en met die prachtige gebouwen op de achtergrond… Alleen jammer dat er nog overal auto’s staan.  Ik begon dus foto’s te nemen en zag plots twee dames de straat oversteken: eentje met lang blond haar en vooral een jas in exact hetzelfde roze als de bloesem, de andere met, jawel, roze haar. Ik nam een paar foto’s, zag hen kijken, en sprak hen aan over het feit dat ik die foto’s genomen had. Een en ander leidde tot een heuse fotoshoot, echt waar…

Alleen… was ik de tijd compleet uit het oog verloren, waardoor Bart al twintig minuten stond te koekeloeren voor een gesloten Café René. Oeps. Hij was er niet bepaald goed gezind van geworden, maar ging wel akkoord om nog iets te eten in de Foley’s. Je gaat er niet voor de gezonde hap, maar het was wél lekker!

Daarna fietste Bart verder naar huis, terwijl ik een omwegje wilde maken via de Westerbegraafplaats: daar ligt een labcache en met die avondzon op die prille lenteblaadjes moet het er fantastisch mooi zijn.

Gelukkig kwam ik aan de ingang collega Karel tegen, met wie ik eerst wat stond te kletsen en die me toen waarschuwde dat ik beter niet meer naar binnen ging, want dat het sloot om acht uur, en dat sinds de recente verkrachtingsperikelen de knoppen om de poort van binnenuit te openen, verdwenen waren. Nog een chance, of ik had gewoon vastgezeten op het kerkhof!

Maar een gevulde, fijne namiddag dus!

Hostellerie Saint-Nicholas

Om ons vermetele sterrenplan te volgen reden Bart en ik vandaag naar Elverdinge, bij Ieper: Hostellerie Saint-Nicholas heeft per slot van rekening ook twee sterren. Het was me onbekend, maar het is echt goed meegevallen. Klassiek, dat wel, maar dat is ook niet erg.

We namen het menu van 5 gangen, 7 zou te veel geweest zijn. Oh, en een aperitiefje, met hapjes uiteraard.

Chef Franky’s “Grav-lax”
Gemarineerde Schotse wilde zalm “Grav-lax”

Asperges, tofu, gebakken morieljes
met jus van munt en citroenmelisse,
coulis van jonge spinazie

Gelakte paling unagi, knolselderij Katsuabushi
en crème van zwarte look met bouillon van gerookte dashi

Met nog een “tussengerechtje”

Duifje uit Steenvoorde met wortel, buikspekcrème,
wafelaardappelen en saus van soja en ponzu

Rabarber met rozijnen, muesli en
ijs van ruby chocolade
Poperingse mazarinetaart “Anders bekeken”

Buiten was er een fijne tuin – beetje te koud voor, nu – met een mooi zicht op de keuken.

Bart ging overigens voor de kaas:

En ook al namen we geen koffie, we kregen wel de friandises, maar die waren er echt te veel aan. Blij dat we niet voor de zeven gangen zijn gegaan!

Jawel, een zeer aangename avond!

En dus weer een vinkje bij op de lijst!

Junior journalist

Net zoals Kobe in 2018 deed ook Merel dit jaar mee aan de Junior Journalist wedstrijd van het lokale Davidsfonds. Alle vijfde- en zesdejaars van haar school deden mee, net zoals de zesdes van de andere lagere school, in totaal zo’n 200 kinderen, vermoed ik. Op zich was het niet zo’n prestatie om bij de winnaars te zijn: per klas zijn er 5 winnaars die elk een boek krijgen, en Merel is nogal taalvaardig, zou je kunnen stellen.
De vraag was alleen: de hoeveelste zou ze in het totaal zijn?

Na een korte toespraak van de schepen van Onderwijs Elke De Cruyenaere kwam die spannende prijsuitreiking, en tot haar grote verbazing – maar iets minder die van ons – bleek ze toch wel te winnen, zeker? Ze was helemaal haar kluts kwijt en zag het dan ook niet zitten om zelf haar verhaal voor te lezen. Ik heb dat dan maar gedaan voor haar, terwijl zij naast mij stond.

En dat verhaal? Dat vind ik, om eerlijk te zijn, ook écht wel goed.

Hoi mijn naam is Merel!
Als je dit leest, ik kom uit de toekomst.
2053 om precies te zijn.
Het leven is heel wat anders nu, Covid 19 is nog steeds bezig en je zou zeggen dat het goed is, dat ze betere technologie hebben, maar dat is niet echt het geval. Het is een beetje gek geworden. Als je minstens 50 keer hoest of niest per dag gaat er een alarm af en dan moet je in isolatie voor 14 dagen. Dus ik zou opletten als je een verkoudheid hebt.

Je wil waarschijnlijk wel weten hoe een normale dag bij er bij mij uitziet. Wel, mijn dag begint zoals altijd, mijn wekker gaat. Bob (mijn persoonlijke robot) komt mij mijn ontbijt brengen, de virtuele kast kiest mijn outfit en ik stap in de zelfrijdende auto. Terwijl de auto zachtjes begint te rijden, klap ik mijn agenda open om te kijken welke vergadering ik vandaag heb.
Oja, ik was vergeten te vertellen wat ik mijn job is. Ik ben baas van een bedrijf dat robot katten maakt. Het bedrijf heet “create your own cat”. Je kan je eigen kat instellen hoe je maar wilt, ze eten of drinken niet en ze voelen net echt. Cool toch?
Maar goed waar was ik? Ah ja ik was mijn agenda aan het bekijken. Terwijl ik dat doe, parkeert de auto in de parkeer plaats. Ik loop naar binnen en doe de deur open met de chip in mijn hand. In die chip zitten al mijn gegevens opgeslagen, bijvoorbeeld: mijn bankkaart, mijn covid safe ticket voor mijn 17e vaccin en natuurlijk de sleutels van mijn huis en werk.

Wanneer ik binnenstap, komt Leonie, één van mijn werknemers, naar me toe en zegt dat we een probleem hebben. “ De katten slaan op hol, overal hebben we klachten gekregen dat de katten hun baasjes bespringen en verwonden.” zegt ze.
In paniek ga ik samen met Leonie naar mijn bureau om het probleem te bespreken. Ik heb de hele dag gedacht, en veel overlegd met mijn collega’s. Blijkbaar waren er nog meer robots stuk, niet alleen bij ons is dat een probleem. Over de hele wereld zijn er problemen met de technologie. Al snel wist heel de wereld wat er aan de hand was. Alles begon langzaam kapot te gaan zelfs gloednieuwe dingen. Het probleem was dat niemand wist waarom en hoe we het opgelost kregen. Mijn bedrijf en ik gingen razendsnel aan de slag met oplossingen te bedenken. Misschien konden we nieuwe dingen bedenken, want natuurlijk wou niemand nog robot katten kopen, wat betekende dat ons bedrijf heel snel failliet kon gaan. We lieten wetenschappers komen om onze katten te laten onderzoeken maar niks bleek te helpen en dus besloot ik, zoals veel andere mensen dat doen, ons bedrijf tijdig te sluiten. Ondertussen werk ik nu een laboratorium om oplossingen te zoeken voor het wereldwijde probleem. Veel van onze nieuwe uitvindingen zijn kapot, maar we denken dat we een speciaal soort materiaal gebruikt hebben en dat dat de reden is waarom alles op hol geslagen is. Na een paar lange nachten hebben we eindelijk een oplossing gevonden. In het nieuwe metaal dat we gebruikten, zat er een vloeistof die er voor zorgt dat er kortsluitingen komen, wat leidt tot dit. Het is goed nieuws dat we weten wat er aan de hand is, maar wat we eraan gaan doen weten we nog niet.

Een paar weken zijn gepasseerd. De wereld stort nu pas echt in. We zijn hopeloos, het voelt alsof we een oorlog voeren met de technologie. Alles waar we aan gewerkt hebben in deze 30 jaar is weg. Ik heb al lang niet meer goed geslapen, ik lig wakker na te denken over hoe we dit gaan oplossen.
Plots heb ik het, de oplossing! Ik kruip uit bed, trek mijn kleren aan en ga naar het laboratorium. Ik zit de hele nacht te werken aan mijn idee tot plots iemand binnenstormt, het is Louise, mijn beste vriendin en collega.
Ze kijkt heel verward. “Wat in hemelsnaam doe jij hier?” vraagt ze. Ze verschiet wanneer ik roep: “Ik heb het! Ik weet hoe we dit kunnen oplossen!” “Wat? Hoe dan?!” vraagt ze.
Ik vertel haar hoe ik een vloeistof heb, en dat als je die mengt met de oude vloeistof, alles weer normaal wordt of zelfs beter.
We gillen het uit van vreugde maar dan stop ik haar. Ik zeg: “ Ik ben nog niet zeker of het eigenlijk echt werkt.”
Louise en ik werken samen verder totdat de andere binnenkomen, iedereen kijkt naar ons alsof we totaal gek geworden zijn. Ik vertel wat er gebeurd is en opeens ben ik omringd door duizenden mensen. We werken allemaal super hard aan dit project, alles is ineens super gek geworden. Ik kom op het nieuws, iedereen juicht wanneer ik binnenkom en duizenden mensen vragen mijn handtekening. Maar ik weet niet of ik het wel echt verdiend heb, ik ben nog steeds niet zeker of het wel echt gaat lukken. Ik bedoel, iedereen heeft wel hoop dat er iets gaat gebeuren maar wat als het niet lukt? Dan ben ik een totale loser. Ik werk nog steeds super hard aan het project. Ik heb pas echt hoop wanneer de eerste 4 tests eindelijk werken, iedereen is zo trots op mij.

Een week later is het eindelijk gelukt. Het middel werkt! Ik ben nog nooit zo blij geweest!
En voor ik het weet is alles terug normaal.
Niet helemaal natuurlijk, want ik ben wereldberoemd geworden. Iedereen van over de hele wereld kent mij. Ik werk ook niet meer in mijn bedrijf, Leonie is de baas nu. Ik heb nu een nieuwe job, ik werk in een labo waar ze nieuwe technologie proberen uit te vinden. Ik vroeg Leonie zelf of ze het bedrijf wilde overnemen, ik denk gewoon dat deze job veel beter bij me past en ik vind ze ook gewoon veel leuker. Ik kan nog steeds niet geloven dat dit me allemaal is overkomen, daarom heb ik er een verhaal over geschreven. Ja dat is dit verhaal. Ik hoop dat jullie er van genoten hebben.

Flink gevuld dagje…

Er was het fietsen naar school en het lesgeven ’s morgens met de paashaas die was langs geweest.

Er was het uurtje toezicht waarbij ik gewoon met drie klassen buiten zat op de speelplaats in het zonnetje en verwoed aan het pokemonnen ging met twee derdejaars. Tsja, er zijn zo van die voordelen aan mijn job…

En toen was er voldoende tijd om te gaan eten in de Villa Ooievaar:

Er was een kwartiertje toezicht aan de poort in de zon, en dan was er een documentaire voor mijn zesdes – ik geef die standaard de laatste les voor hun GWP, lekker rustig – met fantastische appeltaart van Robbe.

En toen was er de koffiestop op Merels school, zoals alle jaren, maar voor mij wellicht de laatste keer. Merel had woensdag met haar vriendinnen uitgebreid cupcakes gebakken en versierd en ze had gisteren nog een vlaai gemaakt. De cupcakes waren op een half uur uitverkocht, alle 36, maar Merel had er eentje voor mij opzij gehouden. Tegen betaling, uiteraard. De opbrengst gaat dit jaar deels naar een onderwijsproject voor meisjes in Tanzania, deels naar Oekraïne, en dus hadden ze de cupcakes ook zo versierd.

Ze hadden natuurlijk ook wel veel geluk met het weer: een stralende zon zorgt sowieso voor een grote opkomst.

Enfin, ik fietste naar huis, ging nog even in de clinch met Kobe over een verjaardagsfeestje – wat hij niet zo communiceerde, maar eerder sprak over ‘hangen met zijn vrienden’ – versus zijn orkestrepetitie, loste nog een paar last minute dingen op voor Wolf, en vond het toen welletjes. Nu ja, tegen tien uur bracht ik Wolf nog naar ’t kot van Wout: ze moeten om kwart voor één op de parking naast de school staan om te vertrekken naar Italië, maar blijkbaar spraken ze liever eerst nog af bij Wout om gezellig samen te wachten. Wout woont naast de school en heeft een eigen, nu ja, clubhuis, wat meer dan ideaal was. Ik vond het, samen met een tiental andere ouders, helemaal niet erg dat ik dan niet meer om half één nog moest rijden.

Ik gaf hem een dikke knuffel, en kroop lekker in mijn bedje. Een volle dag, jawel.

Code geel

Eindelijk zitten we weer in code geel en mogen we dus les geven zonder mondmaskers. Man, dat doet deugd!

Ik kan eindelijk de leerlingen hun gezicht weer zien en inschatten of ze kunnen lachen met mijn domme opmerkingen, of zien dat ze een verward gezicht trekken als ze niet helemaal mee zijn. Ik versta hen ook weer net iets beter als ze aan het mompelen slaan.

Maar ik kan ook eindelijk weer zelf zonder beperkingen gekke bekken trekken. Ik geef nu eenmaal bijzonder expressief les, heel vaak ook bijzonder sarcastisch, en dan zien ze aan mijn gezicht of ik het meen of niet. Ik heb dat gemist, ja, ik geef het toe. En ik kan eindelijk ook een beetje mijn stem sparen op deze manier, want je moet ook net iets minder volume geven.

Ja, ik hoop zo hard dat we het niet meer opnieuw moeten invoeren en dat de cijfers stabiliseren. Maar als we het zo onder controle kunnen houden, dan moet dat maar.

Voorlopig ga ik genieten van de mondmaskervrijheid.

Geocachen in Lochristi (deel 4)

Opnieuw een redelijk frisse maar wel meer dan behoorlijk zonnige zondag, en dus werd ons pa opnieuw meegesleept richting Lochristi om er verder te cachen.

We namen het veer omdat Meulestee Brug nog altijd afgesloten is, en dat is eigenlijk steevast een mooi begin van de tocht, toch?

En toen was er, zoals elke zondag, taart met koffie en werd het nog extra aangenaam.

Toen ik ons pa naar huis bracht, was dat net zoals vorige week net rond zonsondergang. Ik repte me nog en kon nog net de ondergaande zon vastleggen, maar ik ga valsspelen en die foto voor morgen als foto van de dag houden.