Kouwe plat

Eigenlijk post ik dit alleen maar omdat ik ook de foto van ons pa wil posten. Met commentaar.

Die mens komt hier dus elke zondag, en elke zondag doet Bart zijn uiterste best om ons iets lekkers voor te schotelen dat ons pa, met zijn slikprobleem, ook kan eten. Dat is doorgaans een voorgerechtje, dan een hoofdgerecht en daarna koffie met een koekje. En dan om half vier koffie met taart. Ons pa kan niet zeggen dat hij hier niet gevoederd wordt.

Maar vrijwel elke keer zit ons pa dus verlekkerd te kijken naar dat eten, de ene keer al meer dan de andere, dat geef ik toe. En vandaag, vandaag was het helemaal in orde: kouwe plat, en dat is in dit weer een van de favorieten van ons pa.

De tafel was dan ook meer dan in orde:

En ons pa, die zat erbij en glunderde.

Hij moest zelf lachen toen hij de foto zag…

Een heerlijke brief uit 1980

Mijn ouders gingen altijd veertien dagen op reis in juni: dat was een pak goedkoper, en wij konden terecht bij mijn grootmoeder, een straat verderop. En later zaten we toch op internaat en gingen we in het weekend bij een favoriete tante. Dik in orde.

Ons pa schreef dan ook brieven. En dat waren niet zomaar brieven, dat waren héérlijke nonsensicale epistels waar we reikhalzend naar uit keken, gelardeerd met de zaligste tekeningetjes. Jeroen heeft er eentje teruggevonden en me bezorgd, en ik wil die ook digitaliseren en vereeuwigen.

De kinderen hebben ze al gelezen en zijn luidop in de lach geschoten, en ik geef ze hier dus ook weer. Het begint allemaal redelijk ernstig, maar dan… Geniet mee…

Beste Jeroen en Gudrun,

Zoals gij al gehoord hebt aan de telefoon zijn wij goed aangekomen in ons hotel, na een uiterst gevaarlijke reis (en dat is niet voor te lachen). Ik heb zelf dikwijls schrik gehad, wanneer ik naast mij keek, terwijl wij haarspeldbochten aan het draaien waren: links een steile bergwand, rechts een steile afgrond zonder afboording of zelfs zonder witte streep. En altijd maar tegenliggers en zelfs autobussen, die de volle breedte van de weg nodig hebben, en die achteruit moeten rijden tot aan een verbreding waar wij elkaar kunnen kruisen.

Het werd altijd zorgwekkend wanneer uw mama begon te zwijgen: dan zat zij met schrik voor de grote diepte en wilde mij niet afleiden in de draaien door te babbelen. En rechte stukken weg komen er in de bergen niet voor: er zijn niets anders dan draaien, gevaarlijke, onoverzichtelijke draaien. Het land is eigenaardig: hoge bergen overal, die bijna recht in de zee eindigen. De bergen zijn ruw en onherbergzaam: veel heide, veel bos op lagere stukken. En heet: de hitte van de blakende zon hangt in de dalen; overal riekt men bloemen en hoort men bijen gonzen. Vogels ziet men niet in het binnenland. Gedurende kilometers ziet men geen levende ziel: geen auto’s, geen mensen, niets. Alleen in een draai belandt men plots midden een bende koeien, die liggen te herkauwen midden op de weg. De stieren die er bij lopen kijken kwaad. Die koeien leven in het wild. Verderop loopt er opeens een kudde varkens te knorren die zijn werkelijk wild, en slaan op de vlucht van zodra ge uitstapt. De mensen hebben hier speciale honden voor de varkens en de geiten te hoeden. Die geiten zijn echte acrobaten: zij lopen in groepjes op kleine muurtjes aan de rand van afgronden. Zij huppelen over rotsblokken en stormen langs steile hellingen omlaag. En ze hebben haar dat tot op de grond hangt. De geitekudden (sic) verstoppen de wegen.
En dan de ezels: overal komt ge loslopende ezels tegen. Op een middag reden we door een slaperig dorpje met drie slaperige ezels (een dorpje dat is 10 huizen en een kerk; er wonen 30 mensen). Het was gloeiend heet en we reden met de ramen open. Mama zat aan het stuur; zij stopt en kijkt naar de kaart, langs waar wij moeten rijden. Ik wacht en kijk rond; opeens, naast haar hoofd, verschijnt er een reusachtige schaduw, een ezelskop! Pardoes steekt die ezel zijn kop in de auto, en mama roepen!

Ik schrok van mama’s geroep. De ezel gaf mama een kus op haar voorhoofd en mama begon in haar broek te p…. van de schrik (Het is altijd hetzelfde!). Wij gaven de ezel een klontje en voor ons plezier likte hij de ruit schoon. Achteraf hebben wij lang en veel gelachen, maar wat waren wij geschrokken. Ik denk dat die ezel verliefd was op mama: bloed trekt. Waarom zou hij haar anders op haar voorhoofd komen kussen zijn?

Ik heb hier een lastig leven. op het ogenblik zit ik in mijn bungalow te schrijven terwijl het buiten 48° warm is: verschrikkelijk. De zon brandt zo hard, dat tegen de avond de zee gedeeltelijk opgedroogd is. De vissen komen uit het water gekropen, om in de schaduw van de palmbomen zichzelf met hun vinnen een beetje koelte toe te wuiven! Af en toe vliegt er een vliegende vis al jodelend voorbij. Ik kan mijn ogen niet geloven.

In de verte spelen de dolfijnen en de walvissen. Wij zijn haast in een andere wereld. Robinson Crusoë heeft hier gewoond, tot hij door de Corsikaanse (sic) bandieten ontvoerd is. Die bandieten zijn gevaarlijk, wordt er verteld! Wij hebben een oude man gezien, die zijn varkens zat te hoeden in de bergen; hij hing vol met messen en pistolen, en liep op zijn blote voeten. “Bandito?” vroeg ik. “Si, si” antwoordde hij, en gaf twee grote pistoolschoten in de lucht, met een achtste pistool dat hij achter zijn rug gehouden had. Mama vond het beter om niet subiet weg te rijden, want ge weet nooit! Ik denk dat het een bandiet was die weggelopen was uit een cirkus (sic) of een stoet, maar hij rolde gevaarlijk met het wit van zijn ogen en wilde ons een klein zwart varken verkopen. Mama (die altijd moeilijkheden zoekt) stapte uit en wil dat varken eens strelen.

Ik zeg al lachend dat ik al drie varkens en een hond thuis heb, en die bandiet begint te vloeken en te schieten, en kwaad dat hij is omdat we met zijn (blote) voeten spelen en met zijn varkens! Gelukkig vernesselde hij in zijn pistolen en struikelde over zijn messen, zodat mama rap in de auto gesprongen is en wij subiet weg! Drie draaien verder heb ik nog eens omgekeken, en hij was bezig zijn pistolen te herladen. Tien minuten later stond hij op de top van een berg, met zijn blote voeten in de sneeuw, te zoeken waar wij naartoe waren, en van pure koleire loste hij om de vijf minuten een schot! Voor alle zekerheid hebben wij ons schuifdak toegedaan, want die bergwegen draaien zo eigenaardig, dat wij gemakkelijk onderaan zijn berg hadden kunnen uitkomen. Ho maar! Hopelijk komen wij hem niet meer tegen in het teruggaan. Wij zullen hem herkennen aan zijn zwarte voeten.
Hier hebben wij tijd om te bekomen van onze schrik voor de afgronden, de ezels en de banditos. Wij spelen tennis ’s morgens en ’s avonds; overdag ga ik zeilen en surfen (dat is met een plank en een zeil over de golven vliegen). Tot nu toe ben ik 128 keer gevallen, maar de leraars zeggen dat ik rap bijleer. Mama moet dat eens filmen.

Het eten is hier buitengewoon: elke middag groot koud (vriespunt!) buffet, daarna nog wat biefstukken en als dessert twee borden fruitsla en vijf taartjes per persoon. Het is zelfbediening, dus als ge u van niets gebaart en nog twee keer teruggaat, kunt ge tot 15 taartjes opeten. Al de mensen lopen hier met dikke buiken te puffen van de warmte (48°) en de taartjes (15). Alleen de kinderen krijgen er maar drie: zij zouden ziek worden. Mama is al 16 kg verdikt zodat al haar bikini’s spannen. Ze wordt al mooi bruin.

Tot binnenkort!

Papa Koen

En toen, als ge goed kijkt bovenaan de vierde bladzijde, krabbelde mijn ma daar droogweg ook nog enkele zinnetjes bij.

Ik heb weeral geen plaats meer om te schrijven hé. Papa kan het nogal uitleggen, hé, ‘k heb nogal moeten lachen als ik de brief las! En overdrijven!! Het is wel mooi weer, hoor! En ik ben nog niet verdikt! Hij wel, haha! Als we maandag op tijd kunnen thuis zijn, zullen we telefoneren, dan moogt ge thuis komen slapen, of ge moogt toch opblijven.

Vele groetjes en kusjes

Mama.

Wildplukwandeling met Thomas van Commotie

Bart had me een heerlijk moederdagcadeautje gegeven, en nee, dat was zelfs niet die twee dagen Amsterdam. In Sint-Amandsberg ligt namelijk Commotie, een zalig restaurant waarvan ik niet helemaal goed snap dat het nog geen ster heeft, maar dat is wellicht omdat de chef iets te eigenzinnig is. Doorgaans gaan we niet twee keer naar hetzelfde restaurant omdat er zo gigantisch veel restaurants te ontdekken zijn, maar hier waren we dus wel al twee keer geweest, gewoon omdat het prijs-kwaliteit zo goed is. Wij houden wel van dat eigenzinnige, ja.

Bart had het blijkbaar ook in de gaten gehouden, en nu deed Thomas Gellynck, de chef dus, voor het eerst een wildplukwandeling in de Rozenbroeken, met aansluitend een lichte lunch met de ingrediënten van wat we tegenkwamen erin verwerkt. Niet goedkoop, maar wel ne keer wreed wijs.

We kregen allemaal een alcoholvrij aperitief: er was sowieso geen alcohol voorzien, zelfs niet op een zaterdag, want ook dat moet kunnen, maar dus wel zelfgemaakte begeleidende sappen die meer dan de moeite waren. Daarnaast kregen we ook een zakje en een kruidenschaartje om zelf dingen te knippen. Nu, Thomas is ne wijze mens en zeer enthousiast, maar duidelijk geen leraar: hij ging vaak te snel, toonde ons wel vanalles, had wel een traject in zijn hoofd, maar was soms nogal chaotisch. Gelukkig hadden ze wel de max van een boekje voorzien met daarin de planten met beschrijving en foto en al. En we kregen van hem ook een zeer duidelijke, niet mis te verstane boodschap: blijf van paddenstoelen af! Hijzelf plukt al jaren, maar waagt zich ook niet aan paddenstoelen, dat is veel te gevaarlijk.

Heb ik bijgeleerd? Ja. Heb ik iets onthouden? Euh, laat ons zeggen dat ik blij ben dat het boekje erbij zit. Heb ik ervan genoten? Bijzonder hard.

En die lunch, die mocht er ook zijn, buiten op het terras. De chef zelf zei ook dat hij het heel tof had gevonden: gewoon in zijn T-shirt, uitleggen, zijn passie prediken, en daarna koken. Voor herhaling vatbaar. Ga gerust zelf kijken op de website van Commotie.

Amsterdam: rustig terug naar huis

We zaten rond een uur of acht aan een uitstekend, uitgebreid ontbijt in een fijne soort veranda cum tuintje, maar voor dat laatste was het veel te koud.

Iets over negen stonden we buiten, voor een wandeling van zo’n klein half uurtje, om tegen tien uur onze trein terug te nemen vanuit Amsterdam Zuid. Eigenlijk is dat laatste een veel beter idee dan Amsterdam Centraal: veel rustiger, en ook veel beter bereikbaar voor taxi’s en dergelijke. En voor ons dus ook te voet. Het was bijzonder rustig op dat uur in die Amsterdamse straten op een zonnige Pinksterochtend, en we genoten van de wandeling.

Er was zelfs nog tijd om even rond te lopen rond het station, en ook in Antwerpen hoefden we ons deze keer niet te haasten. Tegen kwart voor één waren we thuis, alwaar Wolf opa al had gehaald en Bart zonder omhaal eten op tafel toverde.

Hadden we langer in Amsterdam kunnen blijven? Natuurlijk. Maar dan kon ons pa niet bij ons blijven eten, en ik weet dat hij daar naar uitkijkt. Hadden we de overnachting kunnen overslaan en gisterenavond nog de trein terug kunnen nemen? Nah, want dan waren niet kunnen gaan eten en had mijn rug dat niet aangekund.

Maar dit, dit was perfect. En nu nog voldoende tijd om die rug te laten rusten, de was te doen en examens op te stellen.

Voor herhaling vatbaar, jawel.

Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Moederdag

Eerlijk? Ik was compleet vergeten dat het moederdag was, ik had bijna koeken uitgehaald uit de vriezer – we eten op zondagmorgen altijd versgebakken croissants en zo die je de avond voordien moet uithalen en laten rijzen – en ik snapte al niet dat Bart dat vergeten was.

Maar Wolf was speciaal naar huis gekomen, Kobe was om zeven uur speciaal naar de bakker gereden, en ik had dus een ontbijt met gesneden aardbeien, mango en kiwi, een yoghurtje, een iced latte van de Starbucks, en de max van een kaartje van Merel.

Het cadeautje zat nog vast in de post, nochtans anderhalve week geleden besteld, maar bon, het is dan toch in de loop van de week – ik schrijf dit dus effectief een week later – aangekomen. En ja, perfect wat ik wilde en nodig had: een garenkom. IYKYK.

En Bart? Die neemt me het eind van de maand  mee naar een plukwandeling en daarna een uitgebreide lunch bij een van mijn favoriete restaurants, dus ja, dat kan tellen.

Maar vooral: ze waren alle drie thuis, ze zaten alle drie aan het ontbijt en er werd gepraat, gelachen en geplaagd. En ik, ik voelde me geliefd als mama. Want ik heb drie prachtige, zalige kinderen. Bedankt, lieverds!

Huiskamerkuren #82: Senne en Lokko 2

Senne en Lokko uit de titel, dat zijn Senne Guns en Laurens Billiet, die al eerder een voorstelling samen hadden, en nu dus in Zomergem hun allereerste try-out ten berde brachten. Dat het de allereerste was, dat was er bij momenten aan te merken: het geheel was een heerlijke chaos, met een Senne die af en toe aan het ratelen sloeg van de zenuwen, wiens apparatuur niet altijd meewerkte, en met een Lokko die af en toe in de knoop sloeg met zijn gigantische hoeveelheid instrumenten. Maar net dat gaf het geheel een enorme charme.

Beide heren kwamen dus met nieuwe liedjes, maar ook met een pak humor, waarin duidelijk nog moest geschrapt worden, gesnoeid en bewerkt, maar waarmee ik bij momenten gigantisch heb zitten lachen. Er zaten geniale vondsten in, jammer genoeg ook dingen die te lang gerokken werden waardoor ze een beetje flauw werden, maar dat is nu eenmaal altijd het geval met een try-out, zeker de eerste. Maar beleggingsadvies? Alle mogelijke reggaeversies? Of de – ietwat onwillige – participatie van iemand uit het publiek? Goed gelachen!

Heb ik genoten van de avond? Wel, Bart en ik gaan in de gaten houden wanneer ze effectief met de voorstelling in de zalen komen, want dat willen we echt wel zien. Het kan alleen maar beter worden, toch? En als het nu al zo vermakelijk was…