Citytripje naar Amsterdam

Zoals gezegd doen we geen meerdaagse dingen deze vakantie, maar Amsterdam is niet zo ver natuurlijk, daar kan je makkelijk op een dag heen en terug. Bart wilde zeer graag de tentoonstelling van Marina Abramovic zien, en ik gaf hem geen ongelijk.

Wolf gooide ons dus om kwart voor acht af aan het station, zodat we de trein richting Brussel konden nemen. In mijn hoofd was Antwerpen logischer, maar volgens de NMBS kon dat niet om daar op te stappen op de HST. Waarop we prompt een tussenstop in Antwerpen maakten natuurlijk. Meh. Maar gelukkig was de trein wel rood: Bart wenst zich enkel in rode voertuigen te verplaatsen.

Enfin, iets over tien stonden we in Amsterdam Centraal en kreeg ik prompt een bericht van Jeroen dat ons pa bloed had overgegeven, en wat hij nu moest doen. Euh, de dokter bellen tiens? Die kwam langs, en stuurde, zoals verwacht, ons pa richting spoed. Ik vrat mijn kas op, daar in Amsterdam, het moest weer lukken natuurlijk. Soit, Jeroen bracht hem, en Roeland nam over in het ziekenhuis. En ik, ik nam extra maagmedicatie en stapte met Bart in een Uber richting Fabrique des Lumières voor een prachtig lichtspektakel zoals we al gezien hadden in Bordeaux.

Bart was eigenlijk ook op prospectie voor een latere reis met mensen uit zijn sector en had gedacht dat dit misschien wat te licht zou zijn, maar ik vond het prachtig. Het moet ook niet allemaal zwaar zijn, toch? En ja, je kan hier foto’s en filmpjes van blijven nemen…

Bon, we stapten buiten, genoten even van de prachtige omgeving en namen opnieuw een Über, richting Nxt Museum, gewijd aan digitale kunst. En ja, dit is zeker een aanrader. Niet bijzonder groot, maar wel indrukwekkend, als dit je ding is.

(Nog twee filmpjes komen eraan, maar ik moet even wachten van YouTube wegens spamgevaar)

Vanuit dit fijne museum wandelden we dan te voet richting ons restaurant: Moon in de A’Dam toren. Wij gaan enkel nog voor lunches in hoge ronddraaiende restaurants, toch? Maar waar de kwaliteit van het eten in Berlijn te wensen overliet, was dit echt wel goed. En een fijne ober, dat ook.

We namen het veer naar de overkant en daar dan opnieuw een Über naar het Stedelijk Museum voor Abramovic. Het was er druk, maar het was wel de moeite. Dat mens is echt wel een paar vijzen kwijt. Dat wist ik al, maar als je alles samen ziet zoals hier, spreekt daar toch echt wel enige vastberadenheid en engagement uit.

Eigenlijk was het plan om nog naar het MoCo te gaan, maar de rug was het echt wel aan het opgeven. Maar we waren nu toch al in het Stedelijk, en ik wilde dan toch nog de moeite doen om even naar de vaste collectie te gaan kijken. Daar heb ik geen spijt van gehad: prachtige, prachtige dingen.

Ook voor Bart was het welletjes nu. Het plan was om te voet terug te lopen naar het station, dat is een mooie wandeling dwars over de grachten heen. Alleen bleek gans Amsterdam buiten gekomen te zijn op deze eerste echt mooie zaterdag en zaten alle terrasjes ook overvol. We zijn dan ergens binnen – met groot open raam – iets gaan drinken om even te rusten en tot aan het station gewandeld. Dat gaat dan gelukkig wel weer voor de rug, al mag het niet al te lang zijn.

En toen bleek de trein terug geen HST te zijn, maar een gewone trein, zodat we er meer dan twee uur op zaten. Och ja, we zaten redelijk op ons gemak, dat viel dus wel mee. De trein vanuit Antwerpen naar Gent viel dan wel weer tegen: nog eens anderhalf uur, wegens boemeltrein met omleiding door werken. En nee, er was geen snellere trein meer, en ook geen betere verbinding vanuit Brussel. Meh. We waren dus pas om 22.50 uur in Gent, maar gelukkig stond onze trouwe zoon ons weer op te wachten.

Yup, goed gevulde dag, zou je kunnen zeggen. Maar het heeft deugd gedaan.

Het Leen

Gisteren zaten we in Brussel, vandaag reed ik naar Ronse om Nelly te bezoeken in het ziekenhuis – ze is gevallen en heeft haar heup gebroken – en wat spulletjes te halen op haar appartement.

Maar eergisteren was het al bij al wel mooi weer, en wilde ik opnieuw niet gewoon binnen zitten. Ik dacht dat de magnolia’s nog zouden bloeien en reed naar Eeklo, naar het Leen, om daar in het arboretum de prachtige collectie te bewonderen. De laatste keer dat ik geweest was, was in 2016 met ons ma en pa, en toen stonden ze op 05 april nog volop in bloei. In 2015 was ik er op 16 april, dus nog een week later dan dit jaar, en ook toen kon ik ze nog in al hun glorie aanschouwen. Helaas, op die tien jaar is de lente duidelijk opgeschoven, want ik was op 10 april dus te laat. Hier en daar bloeide er nog een laatbloeier, maar ik genoot al meer van de rododendrons die het beste van zichzelf aan het geven waren.

Meteen pikte ik vijf labcachekes daar ter plaatse mee, en enkele gewone caches. Ik genoot van de camelia’s en ook van de uitkijktoren, al vond ik dat ding wel wat griezelig. En toen reed ik ook nog Eeklo zelf binnen om nog enkele extra caches te vinden, wat niet altijd even vlot lukte.

Mooie dingen gezien, dat wel. Ik was pas na zevenen thuis, dat zegt genoeg. En gelukkig ook geen regen gehad, ik heb zelfs in mijn T-shirt kunnen lopen. Komt dat tegen, zeg!

Dagje Brussel

Bart en ik zijn vorig jaar in de paasvakantie naar Lissabon geweest, maar een meerdaagse citytrip was dit jaar niet nodig, vonden we: we gaan deze zomer met het hele gezin naar Canada en dat zal ons al een arm en een been kosten, het is welletjes.

Maar dat betekent niet dat we op onze kunsthonger moesten blijven zitten, toch? Bart had de dag vrij gehouden vandaag, en zelfs al een aantal dingen geboekt. We wilden namelijk allebei graag de tentoonstellingen rond de surrealisten zien, en uiteraard dan ook deftig gaan eten, nu we toch in Brussel waren.

Wolf zette ons tegen tien uur af aan het station, tegen elf uur liepen we het Museum voor Schone Kunsten binnen. Ik wist oprecht niet hoeveel topwerken hier hangen: Rubens, Breughel(s), Marat, Bosch, Titiaan, Van Eyck, noem maar op. Eigenlijk is het te groot om in één keer te doen, mijn rug apprecieert musea ook niet zo hard, dat is te traag en te veel rechtstaan. Maar ik heb genoten, ik vond het prachtig! Dit is duidelijk een museum waar ik terug wil komen, en het was dan ook nog eens gratis als leraar.

En ook: ik geniet van de kleine details. De plooien in een gewaad, de aders op een hand, een hondje, de lelijkheid en volwassen tronies van sommige baby’s…

Soit, we liepen terug richting Bozar en zaten om half één aan tafel in het sterrenrestaurant aldaar, bij Karen Torosyan. En ja, het mag dan ‘enkel’ lunch geweest zijn, het was top. Verfijnd, origineel, niet te zwaar… En dat briochebroodje, dat was om bij te kruipen.

Bon, toch een beetje een middagdipje na dat eten, maar we moesten niet wandelen: de tentoonstelling ‘Histoire de ne pas rire’ was in diezelfde Bozar. Bij de ingang trokken we even grote ogen: drie schoolgroepen kregen uitleg van een gids, en daar kon je je als losse bezoeker zelfs bijna niet voorbij wringen. En het was er sowieso wel echt druk: de tentoonstelling is duidelijk populair. Terecht, overigens: we zijn er een pak langer gebleven dan verwacht en dan mijn rug eigenlijk toeliet. Tsja.

Ja, Bart en ik zijn allebei ook nogal zot van typografie, voor alle duidelijkheid. Knap, knap. Blij dat ik het gezien heb!

Maar toen wilde de rug echt niet meer mee, en ik voelde me eigenlijk ook niet zo lekker. Bart legde de connectie voor me: het dessert was sabayon, met dus alcohol in, en ja, dat was dus het gevoel van misselijkheid. Meh.

Bon, we liepen terug, namen de trein, lieten Wolf ons ophalen, en ik plofte in de zetel. Heerlijke dag gehad, dat zeker. Zo eentje waarvan de batterijen opladen.

Brihang in de Vooruit

Bart had me gevraagd of ik mee wilde naar een concert van Brihang in de Vooruit, en ik zei uiteraard ook niet nee. Alleen wist ik pas vandaag dat dat in de grote concertzaal was, en dus rechtstaand. En dat ging me niet lukken…

Soit, we gingen wel zien hoe ver ik ging geraken, we hadden de kaarten nu. Bart had gezien dat het om half acht begon, maar pas toen we al onderweg waren, zag hij dat dat het uur was waarop de deuren opengingen, dat er om half negen een voorprogramma was, en dat Brihang zelf maar om 21.15 uur ging spelen. Euh…

Maar nog een chanceke, want de parking van de Zuid bleek een probleem te zijn: al van de afrit van de autostrade stonden ze aan te schuiven. Toen wij binnenreden, waren er nog een vijftigtal plaatsen, maar dat bleken dan vooral van die miniplaatsjes te zijn, of van die plaatsen waar links of rechts een SUV stond en waar je dus zelfs met een mini niet meer in kon parkeren. Het was aanschuiven al van op de eerste verdieping, en uiteindelijk heb ik me in een piepklein plaatsje gemanoeuvreerd. En ben er weer uitgereden, want ik kon de auto niet meer uit. Bart is dan er opnieuw ingereden en met wat gewring uit de auto geraakt. Degene die naast ons stond, had geen vijf centimeter meer over, maar had meer dan voldoende plaats langs de passagierskant. Tsja…

Uiteindelijk waren we om kwart over acht aan de ingang van de zaal, en daar kregen we te horen dat er wel enkele zitplaatsjes waren bovenaan op het balkon, achteraan. We zijn daar dan maar gaan zitten, en stelden vast dat het voorprogramma eigenlijk best te pruimen was.

En toen kwam Brihang. Man, een heerlijk concertje! Die man is gewoon goed. Niet alleen zijn teksten en muziek zijn steengoed, hij kan ook perfect zijn publiek bespelen. En ik was daarnaast ook fan van de lichtregie: heel, heel knap gedaan.

 

En toen begon de terugtocht, met dus opnieuw die fameuze parkeergarage. We konden deze keer wel vlotjes in de auto wegens onze buren al vertrokken, maar toen stonden we toch nog wel een kwartiertje of zo aan te schuiven. En ging het plots snel. En moest ik even nog aan de zijkant wachten omdat Bart het risico niet wilde lopen dat ons ticket al niet meer geldig zou zijn en dus halverwege te voet een automaat ging zoeken en het dus, welja, plots snel ging.

Maar we waren tegen half twaalf terug met een uitstekend concert achter de kiezen en hele fijne herinneringen.

Complimentjes op een kutdag

Ook dit jaar organiseerde de leerlingenraad weer een complimentenactie, deze keer niet op Valentijn, maar gewoon zo. Iedereen kreeg de mogelijkheid om een briefje naar een medeleerling of een leraar te sturen, en zoals altijd kregen al mijn leerlingen waar ik klastitularis van ben, een persoonlijk briefje. Ik steek daar wel wat werk in, ja, geen idee of ze het ook appreciëren.

Vrijdag had ik een kutdag. Slecht geslapen, me niet bijzonder goed voelen, kopies die niet bleken te kloppen, een stick die niet kon gelezen worden, dat soort dingen. Blah.

En toen kreeg ik drie briefjes: eentje van een leerling van vorig jaar, zowaar op rijm. Ik kreeg het helemaal warm van:

Vooral dat laatste regeltje… Misschien moet ik dat wel adopteren als persoonlijke leuze?

Er was ook nog een heel fijn anoniem briefje:

En tot slot een briefje dat mijn dag goed maakte: een klein pakje met daarin een netjes gevouwen kraanvogeltje.

Even kaderen: in het eerste jaar heb ik een leerlinge die het wel wat lastig heeft, maar die echt een schatje is. Vorige les had ik een blad blijkbaar dubbel gekopieerd, en dat blad mochten ze dus weggooien. In de pauze had ik de papierbak op hoogte gezet, zodat wie dat wilde, kon mikken met hun prop papier. Op het einde van de les was zij bij mij gekomen met een kraanvogeltje dat ze van dat papier had gevouwen, maar dat klopte niet helemaal. Ik ben samen met haar herbegonnen en we hebben dus samen een kraanvogel gevouwen, het Japanse symbool voor vrede en geluk.

En nu kreeg ik in mijn vakje dus een minutieus gevouwen kraanvogeltje dat ik moest openvouwen om de boodschap te lezen:

Mijn slechte humeur smolt weg, zeker toen ik daarna nog rustig op mijn eentje kon gaan genieten in de Villa Ooievaar, iets wat ook al een tijdje geleden was.

En om af te sluiten was er dus dat concert in de Bozar.

Yup, het kan verkeren, me dunkt.

Een dagje Brussel met Gwen

Het gebeurt niet vaak – om niet te zeggen nooit – dat Gwen in de week tijd heeft. Deze keer was het eigenlijk ook per toeval: in de voormiddag gaf ze een nascholing voor Latijn – waar ik dus naartoe ging – en in de namiddag zou ze diezelfde nascholing geven voor Grieks. Alleen… daar waren maar twee inschrijvingen voor, zodat ze het geannuleerd heeft, begrijpelijkerwijs. En dat zorgde er meteen voor dat haar woensdagnamiddag vrij kwam, een unicum!

Zij nam wel een trein drie kwartier vroeger dan ik, ik mag haar dan nog graag zien maar dat had ik er nu ook weer niet voor over, temeer omdat ik dan drie kwartier daar op archislechte stoelen moet zitten.

Soit, ze gaf een steengoede opleiding rond evaluatie en differentiatie – ik ga ze op school ook proberen geven – en tegen goed één uur sloten we daar af. We gingen dan maar iets verderop naar een Italiaantje waar ze nog niet was geweest, maar waar de pizza’s bijzonder lekker zijn, geloof me.

Een korte treinrit van Noord naar Centraal later liepen we de stad in: ik wilde een paar labcaches oppikken en vooral even langs de C&A passeren, want mijn twee roterende jeansbroeken waren allebei op hetzelfde moment aan het doorscheuren aan de binnenkant van mijn billen: in de ene zat wel degelijk een gat, bij de andere waren de vezels zich nog net met een laatste krachtinspanning aan elkaar aan het vastklampen. Bon, ik kocht meteen twee jeansbroeken, en wij kunnen vanaf nu ook verklaren dat we eens in de Brusselse Nieuwstraat zijn geweest. Not impressed, BTW. En verder hingen we gewoon heerlijk de toerist uit.

Enfin, er volgde nog een fijne koffie, en tegen zessen kwam Wolf ons oppikken aan Gent-Dampoort. Een hele stevige dag, eentje waarbij mijn rug niet kon rusten, integendeel, maar ik heb er wel intens van genoten.

“Elektra Unbound” in het NTG

Na Antigone in de Amazone, de eerste voorstelling van ons theaterabonnement All Greeks, waren we vandaag toe aan nummer twee, deze Elektra Unbound van Luanda Casella in de NTG. En dit was een, euh, bizarre voorstelling waarover onze meningen behoorlijk uiteenliepen. Bart vond het niet goed, Erik zei dat als hij het zwartwit moest stellen tussen goed of slecht, hij toch resoluut voor ‘slecht’ zou gaan, en Gwen moest het wat laten bezinken. Zelf ging ik voor goed. Steengoed zelfs, of uitstekend. Ik bedoel maar: ik ben zelfs recht gaan staan tijdens het applaus.

Het is wel het verhaal van Elektra – heel kort: koning Agamemnon wil met de Griekse vloot vertrekken in Aulis om Troje te belegeren, maar om de wind te doen waaien, moet hij een zwaar offer maken: zijn oudste dochter Iphigeneia. Wanneer hij tien jaar later thuis komt, vermoordt zijn vrouw Klytaimnestra hem daarom. Op haar beurt wil de tweede dochter Elektra daarvoor wraak nemen en manipuleert ze haar broer Orestes dat hij hun moeder doodt. Hij wordt daarop achterna gezeten door de Wraakgodinnen, tot zij vinden dat hij genoeg geboet heeft – maar dan op een andere manier gebracht. Laatbloeier Lua wil een “Elektra” op de planken brengen en houdt daarvoor samen met haar assistent Lucius audities. Daar komen drie ernstige kandidaten op af, die elk gescreend worden op hun persoonlijke problemen om zo een perfecte gekwelde Elektra te kunnen neerzetten: Abigail die als kind al schoonheidswedstrijden moest lopen en mishandeld werd door haar moeder, Emma die zeer rijk maar emotioneel uitgehongerd is, en Bavo wiens moeder een gevierde actrice is, voor wie hij moet zorgen en die zelf met een zware verslavingsproblematiek kampt.

Wat volgt is een visueel hoogstaand, maar verder behoorlijk bizar stuk. Door de fragmenten die de would-be acteurs doen, krijg je een zicht op de “échte Elektra”, het origineel. Geniaal is het moment waarop Bavo de plot van Elektra samenvat in enkele minuten. De acteurs doen dat schitterend, alleen jammer dat het stuk in het Engels is en niet iedereen dat Engels accentloos spreekt.

Bart en Erik vonden dat de plot gewoon zwak was, onsamenhangend en vaak niet relevant. Zelf vond ik het bijzonder knap hoe de originele tekst in dit vreemde stuk is verwerkt, hoe alles draait om wraak, emotionele chantage en een compleet verstoorde relatie met de moeder. En ja, dit was acteurstheater, waarbij over the top werd gespeeld, waar geacteerd werd dat er geacteerd werd, dat geef ik toe. Maar dat deden ze dan ook geweldig.

Jawel, ik heb genoten. Echt.

Michelinsterren, een update

Enkele jaren geleden hadden Bart en ik een vermetel plan opgevat: op ’t gemakje zo veel mogelijk sterrenrestaurants aandoen. Tsja. Het is een hobby als een ander, zeker? Maar wel een dure…
In februari 2020 had ik daar een oplijsting van gemaakt, met de links. Intussen  heb ik gewoon de lijst van Michelin zelf overgenomen, met hun links, en als ge graag wilt weten wat ik ervan denk, dan moet ge maar in de zoekfunctie hier rechts ne keer kijken. Soit, wat we al gedaan hebben, zet ik in het rood.

We hebben nog werk, véél werk. Maar intussen hebben we ook een reservatie bij La Durée.

3 MICHELIN sterren:

Zilte (Antwerpen)
Hof van Cleve (Kruishoutem)
Boury (Roeselare)

2 MICHELIN sterren:

Brussel:

Bozar Restaurant (Brussel) N
Le Chalet de la Forêt (Ukkel)
La Villa Lorraine by Yves Mattagne (Brussel)
La Paix (Anderlecht)

Vlaanderen:

Hertog Jan at Botanic (Antwerpen)
The Jane (Antwerpen)
Colette – De Vijvers (Averbode)
Castor (Beveren-Leie)
Nuance (Duffel)
Vrijmoed (Gent)
La Durée (Izegem)
Bartholomeus (Knokke-Heist)
Cuchara (Lommel)
Ralf Berendsen (Neerharen)
Slagmolen (Opglabbeek)
De Jonkman (Sint-Kruis)

Wallonië:

L’Eau Vive (Arbre)
d’Eugénie à Emilie (Baudour)
Château du Mylord (Ellezelles)
L’Air du Temps (Liernu)
La Table de Maxime (Our)

1 MICHELIN ster:

Brussel:

Barge (Brussel) N
Comme chez Soi (Brussel)
Humus x Hortense (Elsene) N
La Canne en Ville (Elsene)
Da Mimmo (St-Lambrechts-Woluwe)
Kamo (Elsene)
Le Pigeon Noir (Ukkel)
senzanome (Brussel)
La Villa Emily (Brussel)
La Villa in the Sky (Elsene)

Vlaanderen:

Kelderman (Aalst)
’t Overhamme (Aalst)
Bistrot du Nord (Antwerpen)
The Butcher’s son (Antwerpen)
DIM Dining (Antwerpen)
Dôme (Antwerpen)
Fine Fleur (Antwerpen)
’t Fornuis (Antwerpen)
FRANQ (Antwerpen)
Het Gebaar (Antwerpen)
GLASS (Antwerpen) N
Kommilfoo (Antwerpen)
Misera (Antwerpen) N
Nathan (Antwerpen)
Nebo (Antwerpen)
Le Pristine (Antwerpen)
Hofke van Bazel (Bazel)
Sans Cravate (Brugge)
Zet’Joe by Geert Van Hecke (Brugge)
De Zuidkant (Damme)
Marcus (Deerlijk)
Hostellerie Le Fox (De Panne)
Hostellerie Vivendum (Dilsen)
Hostellerie St-Nicolas (Elverdinge)
Libertine (Erpe)
La Belle (Geel)
De Kristalijn (Genk)
Horseele (Gent)
OAK (Gent)
Publiek (Gent)
Sensum (Gent) N
Souvenir (Gent)
Michel (Groot-Bijgaarden)
JER (Hasselt)
Ogst (Hasselt)
Arenberg (Heverlee)
Couvert couvert (Heverlee)
Hof Ter Hulst (Hulshout)
Boo Raan (Knokke-Heist)
Cuines,33 (Knokke-Heist)
Sel Gris (Knokke-Heist)
Table d’Amis (Kortrijk) N
EED (Leuven)
EssenCiel (Leuven)
De Pastorie (Lichtaart)
Rebelle (Marke)
Vol-Ver (Marke)
Tinèlle (Mechelen)
’t Korennaer (Nieuwkerken-Waas)
M-Bistro (Nieuwpoort)
De Bakermat (Ninove) N
Aurum by Gary Kirchens (Ordingen)
Willem Hiele (Oudenburg)
Benoit en Bernard Dewitte (Ouwegem)
Maison Alain Bianchin (Overijse)
L’Envie (Sint-Denijs)
Carcasse (Sint-Idesbald)
Centpourcent (Sint-Katelijne-Waver)
Goffin (Sint-Kruis)
Sir Kwinten (Sint-Kwintens-Lennik)
Brasserie Julie (Sint-Martens-Bodegem)
’t Stoveke (Strombeek-Bever)
Melchior (Tienen)
Alter (Tongeren)
Magis (Tongeren)
De Mijlpaal (Tongeren)
Hert (Turnhout)
Sense (Waasmunster)
In den Hert (Wannegem-Lede)
Bar Bulot (Zedelgem)
Fleur de Lin (Zele)
Innesto (Zonhoven)

Wallonië:

Quai n°4 (Ath) N
Chai Gourmand (Beuzet)
Les Gourmands (Blaregnies)
Maison Marit (Braine-l’Alleud)
Philippe Meyers (Braine-l’Alleud)
Bistro Racine (Braine-le-Château)
Le Pilori (Ecaussines-Lalaing)
Le Château de Strainchamps (Fauvillers)
Aux petits oignons (Jodoigne)
Héliport Brasserie (Liège)
¡Toma! (Liège) N
Arabelle Meirlaen (Marchin)
Les Pieds dans le Plat (Marenne)
Le Comptoir de Marie (Mons)
Lettres Gourmandes (Montignies-Saint-Christophe)
Attablez-vous (Namur)
Le Gastronome (Paliseul)
La Ligne Rouge (Plancenoit)
L’Impératif (Roucourt)
Philippe Fauchet (Saint-Georges-sur-Meuse)
Quadras (Sankt-Vith)
Zur Post (Sankt-Vith)
Au Gré du Vent (Seneffe)
Le Coq aux Champs (Soheit-Tinlot)
Hostellerie Le Prieuré Saint-Géry (Solre-Saint-Géry)
Hostellerie Gilain (Sorinnes)
Le Pré des Oréades (Spa)
l’Essentiel (Temploux)
Arden (Villers-sur-Lesse) N
Le Cor de Chasse (Wéris)

Nieuwjaarsdag

Er werd hier vooral heel lang geslapen vandaag, iedereen nam uit de ijskast wat hij of zij wilde, en tegen drie uur gingen we met het hele gezin wandelen. Ha ja, dat is intussen een beetje een traditie, wanneer het weer het toelaat tenminste, of de kapotte voeten.

We trokken richting Bourgoyen: het ging er druk zijn, maar hopelijk niet te modderig. Hmm, viel dat even tegen. Maar bon, we deden de hele toer, zo’n goeie vijf kilometer en er werd druk gekletst tussen de broers en de zus. Bart en ik liepen erbij, keken ernaar en genoten. En namen foto’s, dat ook.

Tegen half zeven kwamen ze allemaal naar beneden voor de traditionele fotoshoot met de vuurspatters, zodat ik ook het filmpje van 2023 kon afwerken. We keken dan ook naar alle filmpjes sinds 2012 en genoten daar allemaal zo van… Ook dat is intussen een traditie.

Wij, wij hebben wijze kinderen. Echt.

Een dagje Parijs

Mijn lief had een snood plan opgevat: in Parijs, in de Fondation Louis Vuitton, loopt momenteel namelijk een overzichtstentoonstelling van Mark Rothko, iets wat we allebei echt wel graag wilden zien. En waarom dat niet een dagje Parijs?

Om kwart voor acht reden we richting Rijsel, om kwart over negen reden we daar het station uit op de TGV, om kwart over tien stonden we in Paris Gare du Nord. Makkelijker wordt het toch niet?

Ondertussen had Bart wel al een bericht gekregen dat het Centre Pompidou, waar we in de namiddag naartoe wilden, vandaag gesloten was door een vakbondsactie. Meh. Maar achteraf gezien was dat maar best ook, want het zou me absoluut niet gelukt zijn dat er nog bij te nemen, aangezien de rug echt niet optimaal is. Maar bon, ik ging er het beste van maken vandaag, en we gingen wel zien hoe ver de rug wilde meewerken.

We namen de metro (2.10 euro per rit, daar kan je niet voor sukkelen) naar de Sablon en wandelden daar nog een goeie tien minuten naar de Fondation Louis Vuitton, een prachtig bizar gebouw van Frank Gehry. Ik wist overigens niet dat dat zo ver buiten het centrum van Parijs lag, aan de rand van de Bois de Boulogne, nog buiten de Péripherique, zo’n 7 km in vogelvlucht van Hôtel de Ville.

We hadden tickets voor 11.30 uur en hadden verwacht dat we dan zomaar binnen konden lopen. Niet dus: er stond een rij van ettelijke tientallen meters aan te schuiven voor dat uur. Hmpf. Daar had mijn rug niet op gerekend… Maar toen zag ik in de rij mijn collega Sylvie staan! Die hadden tickets voor één uur, maar wilden eerst iets gaan eten. We zijn dan maar van plaats verwisseld, zij zijn langs een andere ingang naar het restaurant gegaan. Maar gelukkig ging na een kwartier de hele rij alsnog vlot binnen: iedereen moest door de scanner, vandaar. Ik snapte ook wel dat er strikt met uren werd gewerkt: het was er druk binnen, maar nog net doenbaar.

Ik leende een vouwstoeltje uit bij de balie, en liet me daarna onderdompelen in de wereld van Rothko. Eerlijk? Ik wist niet goed op voorhand wat ik moest denken van die gekleurde vierkanten, maar dat is ook niet weer te geven op reproductie. Rothko kan namelijk écht wel schilderen, zo bewijzen zijn eerste figuratieve werken. Maar wat hij doet met die “vierkanten en rechthoeken”, dat is… buitengewoon. Hij slaagt erin licht te vangen op een onnavolgbare wijze. Ik heb soms wel tien minuten zitten staren naar een van zijn kleurvlakken en werd helemaal meegevoerd. De moeite, echt waar. Onderstaande foto’s doen de schilderijen dan ook echt geen recht, maar bon.

Toen gingen we nog even buiten op de terrassen van het gebouw lopen, met een prachtig uitzicht over de Bois de Boulogne, en een glimp van de Eiffeltoren.

En toen was het al over half twee en was het op bij mij. Ik moest dringend zitten en eten, en vooral de pijn onder controle proberen houden. We wandelden dus terug richting de Sablon en waaiden daar Le Jardin binnen, een typische Franse brasserie met van die kleine tafeltjes en oogrollende Parijse obers die je het gevoel geven dat je mag blij zijn dat ze je überhaupt willen bedienen.

Na een klein akkefietje met pepersaus en omkiepende borden – later daarover meer – gingen we weer de metro op richting Arts et Métiers, waar we tot mijn grote vreugde in het metrostation verzeilden dat ik vorig jaar gemist had met Merel, en dat ik echt wel wilde zien. Die van Les Tuileries en Le Louvre waren anders ook niet mis. Leuk wat ze met die metrostations allemaal doen.

En ja, ik was blij om in Parijs te zijn.

We liepen naar de galerij waar Stephan Vanfleteren een tentoonstelling heeft – de reden waarom we deze vakantie naar Parijs gekomen zijn en niet ergens in februari of maart – en zagen dat het goed was. Zoals Bart zei: wat Rothko met licht doet in zijn schilderijen, doet Vanfleteren in zijn foto’s.

En toen had ik mijn tweede akkefietje van de dag, iets met een jas over mijn arm en plakletters en maken dat we weg waren en zo. Zoals Bart zei: “Met u kunt ge ook nergens komen…”

Oeps.

We wandelden verder richting Les Halles, gingen een koffietje drinken, zagen dat er in de winkel van Wasted Paris – Wolfs lievelingsmerk – geen halve zak te vinden was, liepen naar het grote hoofd aan Saint-Eustache, en besloten toen om te voet doorheen Parijs richting Gare du Nord te wandelen, via een aantal redelijk Aziatisch en roze geïnspireerde straten. Dat was maar een goeie twee kilometer, maar ik had beter moeten weten: het was net te veel voor mij. Tsja.

Soit, we waren ruim op tijd in Gare du Nord, vonden nog een tafeltje bij de Starbucks en zaten tegen half zeven op de trein, die een kwartiertje later vertrok en tegen kwart voor acht in Rijsel was.

Daar gingen we nog sushi eten en tegen tien uur zaten we moe maar voldaan in onze eigen zetel.

De moeite waard? Jazeker! Doenbaar op één dag? Zeker en vast! Goed voor de rug? Absoluut niet! Maar ben ik blij dat we het gedaan hebben? Volmondig ja.