Amare in Damme

Watou hebben we dit jaar gemist, wegens te warm – te druk – te weinig rug. Maar De Standaard had in het begin van de zomer enkele evenementen opgelijst, en ik had dat netjes bijgehouden. Daarop zag ik nu dat we ook Ooidonk gemist hadden, en dat is op twintig minuten rijden van hier.

Maar wat dus langer dan de grote vakantie loopt, namelijk tot eind september, is àmare, een kunstroute in Damme. Het was prachtig weer, onze weekends zijn vrijgekomen, en dus trokken Bart en ik na de middag richting Damme. Daar ligt, een viertal kilometer van het dorp zelf, De Blauwe Zaal, een grote manège cum feestzaal waar ze volop aan het feesten waren in boerenkiel, jawel. Maar daar is dus ook een opstapplaats van de Lamme Goedzak, een oude boot die heen en weer vaart tussen Damme en Brugge.

Eigenlijk had ik die boot willen hebben om twintig over twee, maar net toen ik de tickets had aangeklikt en wilde betalen, was het boeltje blijkbaar uitverkocht. Meh. De boot van twintig over vier was ook prima, zo bleek, en daar waren nog kaarten voor.  We waren iets te vroeg en bekeken dan ook eerst enkele kunstwerken daar ter plekke. Daarna installeerden we voor twintig minuten op die Lamme Goedzak.

In Damme stapten we af, gingen meteen het ijssalon binnen tegenover de steiger en genoten. En keken dus naar alle kunst, met meer en minder succes.

Onder andere in het oude Sint-Jans-Hospitaal was er een hele collectie te zien. Knappe dingen, maar dat geslenter is dus dodelijk voor de rug.

We liepen verder, via de kerk en het bijhorende domein, en dan verder langs de oude vestingwallen waar blijkbaar al altijd gedichten geposteerd staan.

En toen was er nog een wandeling van een viertal kilometer doorheen de velden, langs een wijngaard, en dus bezaaid met kunstwerken.

Het was mooi, maar toen was het ook mooi geweest. Mijn rug had er genoeg van, en ook voor Bart was het welletjes. Maar ik heb er gigantisch van genoten, om eerlijk te zijn.

En nu maar hopen op nog mooi zondags weer.

Peppi en Kokki aan zee: dag drie

Ik zat om half acht al aan het venster naar de zee te kijken, en toch was het na twaalven voor we weg waren uit het appartement. Lazy mornings, zeker?

We deden een tweede grote stuk van The Crystal Ship, maar vonden het rond een uur of twee welletjes, lieten de kunstwerken voor wat ze waren en fietsten richting het centrum om daar iets te eten bij Paul.

We fietsten naar huis langs het Leopoldpark om daar nog wat labcaches op te pikken – u dacht toch niet dat ik intussen niet gegeocached had, of wa? – en Gwen trok meteen haar bikini aan om nog wat van de zon te genieten op het strand. Mijn rug wilde even rust, kreeg die, en tegen half zeven ging ook ik het strand op.

Vreemd genoeg had mijn brein zich op voorhand volledig voorbereid op vijf daagjes Oostende, met fietsen en kunstwerken en geocaches, en was het compleet voorbijgegaan aan het feit dat we ook aan zee zaten. Gelukkig had ik gisteren in een tweedehandswinkeltje voor zes euro een fijne bikini op de kop kunnen tikken, en had ik sowieso een badhanddoek mee. Maar yup, zee, dat was blijkbaar niet ingecalculeerd.

Ik heb er nochtans van genoten, van dat lezen daar op het strand. En die bikini, die valt echt goed mee.

Ja, dat is Gwen, daar op de vloedlijn.

Tegen acht uur kwam er toch weer een hongertje opzetten, zodat we op jacht gingen naar een vrij plekje ergens op een terras, en jawel, twee minuten chance bij de beste Italiaan op de dijk.

Opnieuw een zeer geslaagde dag, dus.

Peppi en Kokki aan zee: dag twee en The Crystal Ship

We sliepen lang, gingen iets halen om te ontbijten, bleven nog lanterfanten en het was uiteindelijk na elven voor we het appartement verlieten en de fiets op gingen.

Het plan?  Een deel van de route van The Crystal Ship fietsen, en dan vooral het stuk op de Oosteroever. Voor wie niet weet wat The Crystal Ship is: dat is een project dat al een tiental jaar loopt en waarbij intussen 92 straatkunstwerken zijn geschilderd op alle mogelijke gevels. De kunst is zeer uiteenlopend: primitief, verbaal of soms bijzonder levensecht, vaak met een knipoog (of meer) naar James Ensor. Ik wilde dit al jàren doen, maar bleef het uitstellen, en nu kwam het er eindelijk van. Ik vond in Gwen ook een gewillige partner in crime, en samen gingen we dus de elektrische fiets op, zelfs in die hitte. Al viel dat laatste wel mee, daar aan zee: het werd vandaag 31° ipv. de 36° uit het binnenland. En ik vond zowaar een paarse zomerhoed die me ook deels redde van de warmte!

Bon, ik heb ook alle kunstwerken gefotografeerd en post ze hier voor mezelf. Neem gerust mee een kijkje, of sla ze gewoon over. We hadden allebei de app gedownload waarmee we de eerste zes kunstwerken al bezochten voor we in de Dienst Toerisme van Oostende (tegenover het casino) voor vijf euro het boekje en de kaart gingen halen. Heb je die nodig? Nee, de app geeft ook alle info, maar we vonden het papier soms gewoon praktischer en overzichtelijker. Maar mocht u dus uitleg willen bij een van die kunstwerken? Alles staat op de app.

Af en toe zag ik ook nog andere muurtekeningen die niet tot het parcours behoren, maar die ik er wel bij wilde. Of beelden. Ik heb iets met beelden.

Na een paar kunstwerken zetten we onze fietsen aan de Visserskade en deden we een toertje te voet, omdat de kunstwerken daar dicht op elkaar lagen en er toch te veel voetgangers waren om door te navigeren met die fietsen. En onderweg kwamen we een Griekje tegen. Zoals het hoort.

Toen was het al vier uur en namen we de veerboot naar de overkant, maar moesten wel een twintigtal minuten wachten: het was pokkedruk in Oostende. En ja, aan de overkant was het veel rustiger, bijzonder heet, ietwat desolaat, maar gelukkig vonden we wel een (heet) terras om iets te drinken. Dat werd een gewone latte (van 6 euro) want 15 euro voor de iced versie vond ik er wat over.

Een half uur wachten op de boot terug zagen we niet zitten, en dus fietsten we gewoon terug naar de overkant, iets wat met die elektrische fietsen niks inhield uiteraard. En we zagen nog wat kunstwerken ook, mooi meegenomen. In het passeren waaiden we ook nog de Delhaize binnen, kwestie van brood en melk en kaas en zo voor het avondeten.

We aten, ik ging even liggen, Gwen ging nog richting strand, en rond een uur of acht deed ik dat ook: gewoon even rustig zitten in mijn stoel en genieten van de ondergaande zon.

Het is vreemd hoe snel de zon eigenlijk ondergaat… Maar ik werd er wel helemaal zen van.

Enkele dagen aan zee met Gwen

We hadden het al maanden geleden in onze agenda gezet: een paar dagen in Oostende, in het appartement van Gwen (en haar ouders). Ik ging in de voormiddag enkel nog naar de kapper en na de middag naar de kine, en ging Gwen ophalen rond een uur of vier. Ook zij was niet gehaast, want haar mama was gevallen en er was wel wat commotie, ja. Ik had ook de fietsen mee, want ik wilde in Oostende eindelijk eens de reeks The Crystal Ship doen.

Het appartement ligt eigenlijk in Mariakerke, op de dijk, met prachtig zeezicht. Het is ook echt groot: een ruime living met geïntegreerde keuken, drie slaapkamers, twee aparte toiletten naast elkaar (!), twee badkamers (de ene met dubbele wastafel, douche – met twee douchekoppen, eentje aan elke kant – en bad, de andere en suite bij de ene slaapkamer), een kleine berging, twee kelderruimtes en een garage. Jawel. De prijs mag u er zelf bij denken, daar op den dijk.

Maar dat is dus wel mega luxe… We zetten de fietsen in de garage, mijn auto gewoon op straat en gingen naast de deur iets eten. We wilden namelijk vrij snel terug op het appartement zijn, want ja, eclips! We hadden het best mogelijke zicht, maar vreemd genoeg blijft de zon een volledige schijf op foto, zelfs bij die 90% verduistering. Het werd wel een pak donkerder, daar op het strand, alsof de zon zo goed als onder was. Mooi, zeker met de eclipsbrilletjes die ik nog in een schuif liggen had van 1999. Soms is het wel handig, ekster zijn…

En toen gingen we nog voor een avondwandelingetje om een ijsje te halen. Zowat mijn eerste deze zomer, stel je voor!

En toen waren we allebei pompaf en was het bedjestijd. Maar een mooie start van een korte vakantie met de beste vriendin, ja.

Londen dag vijf: het is op

Omdat het gisteren zo laat was, sliepen we lang, ontbeten laat en trokken rond half elf de deur van ons excellente verblijf achter ons dicht. Ik geef u nog even een zicht op de privétuin mee van op ons terras.

We namen met onze spullen de metro vanuit Paddington richting St. Pancras om daar onze bagage al eerst even af te droppen, en lazen intussen de Metro, het gratis gazetje dat daar nog bestaat. We stelden wel vast dat we precies lang bleven stilstaan op Edgeware Road, en plots… reden we terug de andere richting uit en stonden we weer in Paddington! Als twee idioten hadden we er dus niet bij stilgestaan dat Edgeware Road de eindhalte is van de Circle Line in de ene richting, en dat we daar dus hadden moeten overstappen op de Circle Line in de andere richting. Goed bezig dus, extra gezeul voor Merel met de overvolle – wegens te veel boeken gekocht – en loodzware valiesjes, en bijna een uur kwijt. Het zorgde ervoor dat we onze bagage afgooiden en richting Charing Cross spoorden, maar daar eerst iets gingen eten in een of ander Italiaans restaurant. Het stikt daar echt van de Italiaanse dinges…

En toen was het tijd voor de National Gallery, iets wat bij Merel ook met stip op haar lijstje stond. Ja, het was het waard, alleen al voor de Monets die er hangen en waar zij compleet zot van is. Ze kocht dan ook een schriftje van Monet en kreeg van mij een T-shirt met de waterlelies op.

En toen… was het op bij Merel. Haar voet deed zeer – een ontstoken teennagel en blijkbaar, zo bleek achteraf thuis, een ontstoken pees – en ze voelde zich echt niet goed. Het plan was geweest om nog te voet, zo’n 40 minuten wandelen in totaal, richting St. Pancras te gaan met een tussenstop in het British Museum en daar ook een koffietje. Dat lukte dus niet meer, en ik troonde haar dan maar mee via de metro naar St. Paul’s Cathedral die ik ook wel wilde zien en waar ik nog een massa labcaches kon doen, zodat zij zich ook niet schuldig hoefde te voelen.

Zij installeerde zich daar in de tuin van de kathedraal onder een boom, en ik ging op wandel. 26£ voor de binnenkant van de kerk was me toch iets te veel, zodat ik me ook in de schaduw installeerde en een reeks labcaches afwerkte. De rust en de stilte – het was echt druk geweest in de buurt van Trafalgar Square – hadden Merel duidelijk goed gedaan, en een ijskoffie met koekje bij de Starbucks waren nog beter. We namen de metro’s terug richting Euston, haalden onze bagage op, waren tegen half zes in het station, zoals gevraagd, en gingen als een sneltrein doorheen bagagecheck, security check en paspoortcontrole: ze deden toevallig net voor onze neus telkens een nieuwe balie open. Een rustig half uur later konden we aan boord, zaten we te lezen, kregen we een deftige koude salade als avondeten, en om tien uur stonden we in Brussel. Daar hebben we gelopen om nog de trein van 22.07 uur naar Gent te halen, maar helaas: dat perron van de Eurostar is echt té lang en te druk, en we stonden om 22.08uur in de vertrekhal te kijken naar een bord waar net de trein naar Gent van verdween. Dju.

Dan maar een trein later, zodat we om elf uur Bart in de armen konden sluiten, en nog iets later in ons eigen bed lagen.

Oef.

Londen, u was fijn. Echt fijn.

Londen dag 4: wat minder en dan een knaller!

We gingen opnieuw ergens ontbijten, en stelden opnieuw vast at we daar gewoon meer voor betaalden dan een lunch. Tsja. Maar het was wel lekker.

We namen de underground richting Camden omdat ik daar zo goede herinneringen aan heb uit vervlogen tijden, maar die tijden bleken wel degelijk vervlogen. Camden is niet meer het walhalla van de alternativo’s, goths en punks, maar een gigantische toeristenval met voornamelijk goedkope eetstandjes en souvenirbrol. En veel te druk ook nog eens. We liepen wat rond, ik stelde vast dat mijn favoriete gothwinkel The Black Rose blijkbaar al jaren weg is, dat de Cyberdog nu vooral voor ravers is en dat verder de prijzen behoorlijk hoog liggen. Ik heb er wel de max van een paarse hoed gekocht, en nog afgedongen van 35 naar 30 pond, wat wel de prijs is voor een degelijke hoed uit 100% wol. Yup, in mijn nopjes.

Maar nog voor de middag maakten we dat we daar weg kwamen en spoorden richting St.James Park, om daar in een echte pub ons te goed te doen aan een pie. Vandaar liepen we naar Buckingham Palace om dat toch ook eens gezien te hebben, liepen de Mall af en kwamen uit op Trafalgar Square, waar we oog hadden voor de fijne verkeerslichten.

We keken even rond, aanschouwden Nelson,s Column en gingen dan naar Cecils Court, een straat die bekend staat om haar fijne antiquarische boekenwinkels. Dat had Merel toch zo opgezocht. Alleen bleek het eerder een straatJE en waren een winkel of vier-vijf en dat was het. We waren niet bepaald onder de indruk.

Tegen dan waren we allebei al wat moe, en we wilden vooral ook op tijd op het appartement zijn om nog wat te rusten, iets te eten en op tijd op West End te zijn, hier dus ongeveer terug. We namen de metro richting Euston en stelden vast dat dat niet hetzelfde is als Euston Square en dat je daar een vijftal minuten bovengronds moet voor een aansluiting. Ideaal voor een ijskoffie in zo’n straatstandje dus. Oh, en opnieuw enkele boodschappen voor het avondeten en morgen het ontbijt.

Het uurtje rust deed deugd: we fristen ons op, ik trok zelfs een kleedje aan, en iets over half zeven gingen we de deur uit. Ik had gerekend op een half uur verplaatsing – de show begon om half acht – maar dat was dus een behoorlijke misrekening, zeker omdat we plots tien minuten moesten wachten op een volgende metro. Ouch. Het zorgde ervoor dat we buiten adem, op een holletje maar wel nog op tijd kwamen voor Hadestown, het aangepaste en naar musical vertaalde verhaal van Orpheus en Eurydice. En ja, het was ook écht goed! We hadden ook degelijke plaatsen, al was ik blij dat ik geen 2 meter ben want dan had ik niet in die stoel gepast.

Behoorlijk onder de indruk van zowel het spektakel zelf als van de zangprestaties. Wanneer de gefilmde versie in oktober uitkomt op de Engelse markt, ga ik toch eens kijken of ik dat kan vastkrijgen en eventueel tijdens uren studie of zo aan mijn leerlingen voorschotelen.

We liepen op het gemak door de drukte terug naar de underground, waren tegen goed half twaalf thuis, en dat was dat voor dag vier.