Amsterdam: rustig terug naar huis

We zaten rond een uur of acht aan een uitstekend, uitgebreid ontbijt in een fijne soort veranda cum tuintje, maar voor dat laatste was het veel te koud.

Iets over negen stonden we buiten, voor een wandeling van zo’n klein half uurtje, om tegen tien uur onze trein terug te nemen vanuit Amsterdam Zuid. Eigenlijk is dat laatste een veel beter idee dan Amsterdam Centraal: veel rustiger, en ook veel beter bereikbaar voor taxi’s en dergelijke. En voor ons dus ook te voet. Het was bijzonder rustig op dat uur in die Amsterdamse straten op een zonnige Pinksterochtend, en we genoten van de wandeling.

Er was zelfs nog tijd om even rond te lopen rond het station, en ook in Antwerpen hoefden we ons deze keer niet te haasten. Tegen kwart voor één waren we thuis, alwaar Wolf opa al had gehaald en Bart zonder omhaal eten op tafel toverde.

Hadden we langer in Amsterdam kunnen blijven? Natuurlijk. Maar dan kon ons pa niet bij ons blijven eten, en ik weet dat hij daar naar uitkijkt. Hadden we de overnachting kunnen overslaan en gisterenavond nog de trein terug kunnen nemen? Nah, want dan waren niet kunnen gaan eten en had mijn rug dat niet aangekund.

Maar dit, dit was perfect. En nu nog voldoende tijd om die rug te laten rusten, de was te doen en examens op te stellen.

Voor herhaling vatbaar, jawel.

Dagje Amsterdam

Ik had al eerder gezien dat er een tentoonstelling was in het Rijksmuseum rond de Metamorphoses van Ovidius: allerhande werken die door hem geïnspireerd zijn. En dus kreeg ik van Bart gewoon een dagje – en nachtje – Amsterdam cadeau. Zalig, toch?

Rond acht uur zaten we op de trein naar Antwerpen, waar we moesten lopen in het station: onze trein had stilgestaan in Berchem, waardoor de comfortabele acht minuten overstaptijd plots gereduceerd waren tot drie minuten. Gelukkig hadden we één rugzak voor ons tweeën, geen gedoe met rolkoffers en zo, dus we crosten doorheen het station, vlogen de roltrappen af, en sprongen op het nippertje in de laatste openstaande deuren van de klaarstaande Eurostar. Net na ons gingen die dicht, dus oef! Alleen… bleek het een dubbele trein te zijn, met in het midden een gekoppelde locomotief, zodat je niet doorheen de trein kunt wandelen. En uiteraard zaten wij op het verkeerde stuk…  Gelukkig kon de train manager – zo’n Eurostar heeft geen conducteur, no siree – ons nog een plaatsje toewijzen, niet naast elkaar, maar dat gaf niet. Oef.

Iets voor twaalf stonden we in Amsterdam en ja, het was er al behoorlijk warm. Toch gingen we op pad, richting Museumplein, toch een uurtje stappen. We zochten zo veel mogelijk de schaduwkanten op, zagen dat alle terrasjes stampvol zaten, zochten en vonden een brasserie waar het aangenaam zitten was, en vonden dus even verkoeling. En intussen pikte ik alle mogelijke caches op, voornamelijk labcaches.

Tegen half drie stonden we in het Rijksmuseum, waar we de lange rij om binnen te kunnen – ondanks de gereserveerde tickets – konden omzeilen dankzij mijn gehandicaptenkaart. Chance, want na die wandeling vond mijn rug het even welletjes, en stilstaan is moordend.

Ik ging even zitten, en daarna wandelden we door de expo: knap! Een paar dingen gezien, zoals de Caravaggio, die ik ook in mijn cursus heb gezet. En een paar andere die ik er wellicht nu ga inzetten. En uiteraard moest ik ook een foto nemen van de Laocoöngroep die daar staat, dat hoort zo. Ook de gekendste Archimbaldo hing er, en tot mijn grote verrassing en blijdschap ook een versie van Maman van Louise Bourgeois. Ik wil nog steeds ergens naartoe waar er een grote versie staat, en pas nu heb ik ontdekt dat er blijkbaar een in Tokyo staat. Had ik dat eerder geweten…

Ik beet op mijn tanden en we liepen nog even tot bij de Nachtwacht, want dat hoor je te doen in het Rijksmuseum, toch? Ze zijn het aan het restaureren en het was knap om zien. En in het passeren zagen we uiteraard nog wat andere dingen en passeerden we bij de bibliotheek. Hoe machtig is dat, zeg?

Toen was het tijd voor een vreemd blauw drankje, een benadering van een milkshake, op een terrasje in de buurt van het museumplein. Het zitten deed deugd, de frisse drank ook.

En toen gingen we het Stedelijk Museum binnen, want daar was een tentoonstelling rond onder andere Kho Liang Ie, een ontwerper met wiens bureau (dat hij destijds mee opgericht heeft) Bart nu samenwerkt. Kho Liang Wie? Het Stedelijk presenteert het eerste grote museale overzicht van Kho Liang Ie, die met zijn ontwerpen voor meubels en interieurs van de jaren 50 tot mid jaren 70 van de vorige eeuw een centrale positie innam binnen de Nederlandse vormgeving. Met zijn poëtische benadering en bijzondere materiaalkeuze gaf hij een speelse touch aan het strakke modernisme. Ook omringde hij zich met een groot internationaal netwerk en introduceerde hij nieuwe ontwerpers in Nederland.

Ja, het was de moeite. Knappe dingen gezien, fijne ontwerpen, vooral ook een strakke visie. Hij is trouwens degene die Schiphol heeft vormgegeven.

En toen was de pijp echt wel uit, maar die laatste tien minuten wandelen naar ons boetiekhotel De Ware Jacob moest nog kunnen. Daar ben ik wel meteen gaan liggen voor een uurtje, om te bekomen en de pijn te laten zakken.

Niet groot, maar geriefelijk, en met beneden een fijne lounge en zelfs een terras, en we kregen een welkomstdrink, maar waren beiden te lui om nog naar beneden te gaan en dat te halen.

Tegen half acht hadden we gedoucht, verse kleren aan en gingen we richting BAK, een restaurant aan het water. In het begin hadden we helaas geen uitzicht van aan onze tafel, maar zodra er een tafeltje vrij kwam, hebben ze ons verzet, en ja, dat was fijn. En het restaurant? Oké, niet wow, beetje hipster, en luide muziek, wat wel jammer was. Maar het werd een fijne date night met mijn lief.

En toen was het tijd om te slapen. Echt wel.

Moederdag

Eerlijk? Ik was compleet vergeten dat het moederdag was, ik had bijna koeken uitgehaald uit de vriezer – we eten op zondagmorgen altijd versgebakken croissants en zo die je de avond voordien moet uithalen en laten rijzen – en ik snapte al niet dat Bart dat vergeten was.

Maar Wolf was speciaal naar huis gekomen, Kobe was om zeven uur speciaal naar de bakker gereden, en ik had dus een ontbijt met gesneden aardbeien, mango en kiwi, een yoghurtje, een iced latte van de Starbucks, en de max van een kaartje van Merel.

Het cadeautje zat nog vast in de post, nochtans anderhalve week geleden besteld, maar bon, het is dan toch in de loop van de week – ik schrijf dit dus effectief een week later – aangekomen. En ja, perfect wat ik wilde en nodig had: een garenkom. IYKYK.

En Bart? Die neemt me het eind van de maand  mee naar een plukwandeling en daarna een uitgebreide lunch bij een van mijn favoriete restaurants, dus ja, dat kan tellen.

Maar vooral: ze waren alle drie thuis, ze zaten alle drie aan het ontbijt en er werd gepraat, gelachen en geplaagd. En ik, ik voelde me geliefd als mama. Want ik heb drie prachtige, zalige kinderen. Bedankt, lieverds!

Huiskamerkuren #82: Senne en Lokko 2

Senne en Lokko uit de titel, dat zijn Senne Guns en Laurens Billiet, die al eerder een voorstelling samen hadden, en nu dus in Zomergem hun allereerste try-out ten berde brachten. Dat het de allereerste was, dat was er bij momenten aan te merken: het geheel was een heerlijke chaos, met een Senne die af en toe aan het ratelen sloeg van de zenuwen, wiens apparatuur niet altijd meewerkte, en met een Lokko die af en toe in de knoop sloeg met zijn gigantische hoeveelheid instrumenten. Maar net dat gaf het geheel een enorme charme.

Beide heren kwamen dus met nieuwe liedjes, maar ook met een pak humor, waarin duidelijk nog moest geschrapt worden, gesnoeid en bewerkt, maar waarmee ik bij momenten gigantisch heb zitten lachen. Er zaten geniale vondsten in, jammer genoeg ook dingen die te lang gerokken werden waardoor ze een beetje flauw werden, maar dat is nu eenmaal altijd het geval met een try-out, zeker de eerste. Maar beleggingsadvies? Alle mogelijke reggaeversies? Of de – ietwat onwillige – participatie van iemand uit het publiek? Goed gelachen!

Heb ik genoten van de avond? Wel, Bart en ik gaan in de gaten houden wanneer ze effectief met de voorstelling in de zalen komen, want dat willen we echt wel zien. Het kan alleen maar beter worden, toch? En als het nu al zo vermakelijk was…

 

X-it: optreden met eerste eigen nummer

Was ik er de vorige keer niet bij, vandaag gingen we met de hele familie (+ annexen) naar het optreden van Kobe en zijn groep X-it kijken. Ze speelden een uur tijdens de lunch op Hoeve Lootens, hier in Wondelgem centrum. Ik nam zelfs ons pa mee, en ook Arwen was afgekomen met haar zussen, net zoals de halve scouts.

Ik zal misschien bevooroordeeld zijn, maar ik vond hen echt wel goed, ja. Ze speelden de zachtere covers en Anna zingt echt wel goed. Alec moet daar nog iets meer bij durven, maar instrumentbeheersing hebben ze echt wel. Nu alleen nog vaker optreden dat ze zelfzekerder worden, en repeteren. Kobe stond te blinken met zijn nieuwe basgitaar, maar ook de oude was mee, want ze spelen één nummer in een andere stemming en dat scheelt wel een hoop werk. Uiteraard is er nog veel ruimte voor verbetering, maar dit is amper hun derde optreden, ze spelen nog maar sinds september vorig jaar. En dan vind ik dit best wel oké, ja.

En jawel, ook een eerste eigen nummer. Over de titel zijn ze er nog niet uit, dus voorlopig maar titelloos. Maar – vond ik – met een sterke referentie aan The Cure, qua gitaarsound en zo. Knap!

En als bisnummer nam Anna de bas van Kobe over en ging hij – een goeie meter weliswaar – achter de microfoon staan, voor een stevig punknummer. Gelukkig had hij zijn publiek gewaarschuwd, maar dan nog.

Ons pa zijn oordeel: “Ah zo een gebries!” Maar Kobe genoot er intens van, en daar draait het toch om.

En toen was het tijd om thuis iets te gaan eten, lekker rustig.

Fietstochtje met extra’s

Een stevig eindje gefietst vandaag, na het werk. Enkele van mijn caches waren dringend aan onderhoud toe, dus ik had mijn cachebak in mijn fietstassen gestoken en genoot van het mooie weer. En ja, het is echt wel een mooi rondje, zo langs dat fietspad. Enkele logboekjes waren volledig vol, andere gewoon klam, en hier en daar was er ook eentje verdwenen. Shit happens, denk ik dan. Enfin, ik heb er weer een mooie fietstocht op zitten, dik twee uur en een extra 11 kilometer, in totaal dus rond de 20. Goed gereden.

Leuk detail: sommige mensen van de Gentse groendienst weten echt wel wat cachen is. Kijk maar naar de foto waarin de berm van het fietspad is gemaaid: ze hebben ook netjes rond de paal gemaaid waarachter mijn cache zit, terwijl ze dat rond de andere palen niet hebben gedaan.
En op een andere plek had ik een nano, een magnetisch doosje van ongeveer een kubieke centimeter, verstopt aan de achterkant van een fietsknooppuntbordje. Dat bordje, compleet met paal en al, bleek verdwenen, en ik vreesde dus het ergste. Maar nee, er stond een nieuw bordje aan de overkant van de weg, en jawel, daar vond ik dus de cache terug.

Fijne mensen, hier in Gent!

Japan – dag 14: さようなら (ofte sayonara)

Na een succulent ontbijt zagen Arwen en Kobe het niet zitten om nog veel te doen, maar Bart, Wolf, Merel en ik wilden ook onze laatste dag in schoonheid afsluiten, en dus gingen we nog even tot bij het kasteel van Osaka, te midden van een groot park en omgeven door twee slotgrachten. Vlakbij staat overigens een ziekenhuis waarbij het wel lijkt alsof de Enterprise is geland…

We liepen rond, ik deed een paar caches, en we zagen dat het goed en warm was.

We waren vrij snel terug, tegen kwart over elf, meer dan voldoende tijd dus om nog twee caches aan beide zijden van het hotel te zoeken, en dan tegen twaalf uur uit te checken.

En helemaal afsluiten wilden we doen in stijl, en dus had Bart voor ons allemaal in het hotel een teppanyaki lunch gereserveerd: met een eigen chef die netjes toonde wat hij deed, en ons een vijfgangenmenu voorschotelde. En eigenlijk hadden we nog geen honger na dat uitgebreide ontbijt :-p

Maar dit hadden we nog niet gedaan, en onze kinderen kenden dat niet. Ja, het was een belevenis, en ja, het was duur,  maar wat een fijne afsluiter! Oh enne, wasabi – in het Japans met klemtoon op de eerste a, sorry Jeroen Meus – die vers geraspt wordt, is niet te vergelijken met verpakte wasabi. Héérlijk!

Nog een laatste zicht op Osaka, en weg waren we, de taxi in richting luchthaven. Die ligt trouwens volledig op een eiland, wel wijs om zien.

Om kwart voor twee opgehaald, om kwart voor drie op de luchthaven, tegen kwart na drie door alle administratieve onzin en in de lounge. Om vijf uur het vliegtuig op, vier uur later in Hong Kong, tegen negen uur dus.

Ik was nog maar eens kotsmisselijk, en een uurtje op de grond in de lounge liggen slapen hielp niet, dus nog maar eens mijn maaginhoud afgestaan aan een toilet in die lounge. En tegen kwart voor twaalf – eigenlijk kwart voor een, maar we waren al een tijdzone geminderd – terug het vliegtuig op, voor nog eens dertien uur. Yay. Not.

14.000 stappen. Ja, zelfs vandaag.