LARP season long overdue

Het beste bewijs dat ik zo gigantisch hard toe was aan een larpweekendje: ik heb vandaag verschillende complimentjes gekregen dat ik zo liep te stralen, zo energiek leek en zo gigantisch goed gezind liep. En dat na een fysiek uitputtend weekend waarin ik veel te weinig heb geslapen. Normaal gezien ben je gigantisch brak na zo’n weekend, loop je te suffen en doet alles aan je lijf pijn.

Tsja.

Larpen is een passie, zeker?

Kevin de emotional support fish

Haven zit er weer op, en ik ben moe, maar zo, zo gelukkig…

Ik heb me helemaal uitgeleefd, ik ben er helemaal voor gegaan, en we zijn weer eens gigantisch in de plot verzeild. Andere dingen heb ik dan ook weer absoluut niet gezien, zoals de piraten, de boten, andere dinges..

Gisterenavond heb ik me trouwens ook tranen gelachen: Jorik, ons propwonder en latexmaestro, had een hoop spullen voorzien voor een heuse barfight: er waren latex krukken, latex bierpullen, latex biertonnen en zelfs een grote latex vis. Op een bepaald moment brak er een bargevecht uit en ik heb me daar onversaagd in gesmeten. Binnen de kortste keren had ik de vis vast en heb ik iedereen vakkundig afgelapt, voor zover ik niet ergens dubbeltoe van ’t lachen op een stoel hing. En op het einde hing iedereen wel ergens en had ik nog steeds de vis vast: gewonnen!!!

Ik heb het ding dan ook niet meer afgegeven en bij mij gehouden als emotional support fish en heb hem Kevin gedoopt. Ik was namelijk nog steeds laaiend op zowat alle spelers omdat die ons genadeloos in de steek hadden gelaten. Maar de foto’s zijn daardoor wel bijzonder amusant.

Haven: een zalige dag

Ge hebt er geen gedacht van hoe deugd het doet! Op weekend, zonder mondmasker, met eindelijk weer alle larpvrienden. Zoals iemand het al zei: “Het is een tribe, een gemeenschap.” Hoeven we elkaar wekelijks of zelfs maar maandelijks te zien? Belange niet. Maar het zijn wel my kind of people, en ik heb ze gemist, zoveel is duidelijk.

Ik heb geen moment rust gehad vandaag. Zelfs toen ik, in dit heerlijke weer, een dekentje in de schaduw bij onze – ingame – tenten neerlegde met het idee een middagdutje te doen en de rug wat rust te gunnen, kwam er voortdurend iemand gewoon naast me liggen om dingen te bespreken. De rug heeft gerust, dat wel, mijn geest was nog meer bezig dan anders.

En ’s avonds ben ik gemarteld, in de steek gelaten, diep teleurgesteld, en heb ik gewoon gehuild van woede en machteloosheid. En ook van opluchting, op een bepaald moment.

Het was intens en het deed zo ongelofelijk veel deugd…

Eindelijk larpen!

Het was niet meteen de meest ideale timing, zo het eerste weekend van het nieuwe schooljaar.

Maar bon, ik moest enkel in de voormiddag lesgeven, we konden hier dus rond een uur of twee afspreken en dan rond een uur of drie vertrekken. Mijn wagen werd nota bene gevuld met en door jonge gasten: het jongste Vosje Jarne reed mee, en Jesse ook nog. En ik had de tank – aka. mijn Ford S-Max – ook nog ter beschikking. Maar best, want het ding zat ei- en stampvol.

Zelf voelde ik me niet bijzonder lekker, geef ik toe: doodop van de wisseling van vakantie naar lesgeven en een rug die dat niet fijn vond. Tsja.

We reden fluks naar Antwerpen om er Mireille op te vissen en reden dan door naar Nederland, naar een hele fijne locatie net over de grens. En jawel, stralend, maar echt stralend weer! Klein chanceke, precies!

Maar het was een klein beetje op, geef ik toe. Ik ben hallo gaan zeggen op ’t strand bij de tenten, aan spelkot en dergelijke, en tegen dan had Jarne onze spullen uitgeleegd. De auto werd geparkeerd, en ik ook. Als in: ik ben een uur in mijn bed gekropen vooraleer het spel in te gaan. Een paar mensen van spelleiding protesteerde daartegen, maar Lorre kent me meer dan goed genoeg: één blik op mijn gezicht was voldoende om me richting bed te sturen.

Ik heb diep geslapen, geloof ik, en daarna lukte het echt wel weer. Aankleden, schminken – vooral dat – en het spel in. En deugd dat dat deed, ge hebt er geen gedacht van!

Cantandum

Yep, we zijn er – opnieuw – aan begonnen, aan ons koor! Het deed wel raar, na al die tijd… Ha ja, in de eerste lockdown gingen we uiteraard plat, en daarna hebben we een aantal keer kunnen zingen, maar met mondmaskers en afstand en zo, de lol was er een beetje af.

En toen ging de boel, begrijpelijkerwijs, weer dicht. Ja, zo’n koor, dat is niet bepaald coronaveilig, als je eerlijk bent. Iedereen zit er vollen bak te zingen en dus aerosolen te verspreiden.

Eind juni mochten we in principe nog een paar repetities doen, maar daar was bijzonder weinig animo rond en het nut was ook zeer beperkt.

Maar vandaag, vandaag mocht het weer. We waren met niet bijzonder veel – nogal wat volk is met vakantie, zo buiten de schoolvakanties – maar het deed wel enorm deugd. En dat programma voor dat concert op 30 januari, dat komt helemaal goed.

Koffiemomentje en cachemomentje

Gwen en ik hebben elkaar in deze vakantie weer bijzonder weinig gezien, helaas. We zijn begin augustus bij hen gaan barbecueën en dat was toen supergezellig. En toen werd het – enfin, bleef het – slecht weer, en begonnen onze roosters opnieuw.

Vandaag besloten we om er alsnog werk van te maken, en spraken we om vier uur af in ’t stad voor een koffietje. Bart heeft blijkbaar aandelen bij Izy, en daar was ik nog nooit geweest, dus dat was ideaal, al zeker omdat ik nog in de Curb moest zijn, de skateshop daar in de straat. Schitterend fietsweer, overigens ^^

En toen kwam er ’s avonds nog een extra cache van Stefanie uit, langs de Buntstraat, de fietsweg naar school voor mij.

Ik sprong fluks de fiets op en reed naar ginder, waar ik, tot mijn gigantische verbazing, een park ontdekte waar ik al jaren gewoon langsfietste en nooit het bestaan van had vermoed. Ja, ik had al dat stukje grasland met struiken gezien, maar aangezien er links en rechts huizen staan, dacht ik dat dit nog onbenutte bouwgrond was of zo. Niet dus: achter die huizen, langs de R4, ligt een heus park! Compleet met weggetjes, brugjes, mountainbikepad, alles erop en eraan. Ik was zeer gecharmeerd en haalde zelfs ook nog een FTF. En nam eigenlijk een hoop foto’s voor mezelf.

Een mooie afsluiter van de vakantie, zowaar.

 

W-Festival!

Eindelijk! Weer eens normaal doen en al!

We hadden het twee jaar geleden afgesproken, Lieven en ik, dat we weer samen naar W-Festival zouden gaan, maar uiteraard had ook hier corona een stokje voor gestoken.

In 2017 en 2018 was ik er met Bart als VIP, dit jaar ging ik met een gewone kaart en enkel naar Sinners’ Day, de uitdrukkelijk gothic/EBM dag van de vijf dagen. In tegenstelling tot de vorige keer was er nu maar één groot podium, en was het ook niet langer in Amougies maar wel in Oostende, op het Klein Strand.

Ik sprak af met Lieven en Wouter, ne maat van hem, aan de oprit in Drongen en reden samen naar Oostende. Daar wist Lieven een goedkope parking te zijn, maar wel eventjes wandelen van de locatie. Dichtere parking was er sowieso niet. Ik wist dat ik vooral ’s nachts niet de stamina zou hebben om nog een half uur te wandelen, en nam de fiets mee, zodat ik ’s nachts gewoon kon terugfietsen en de heren dan ophalen met de auto.

Aan de ingang was er eerst een strenge COVIDcontrole, en dan pas de ticketcontrole. En dan, dan was het een beetje thuiskomen: een strand vol zwartzakskes, gemiddeld boven de 40 jaar, dat wel. Maar daar pas ik natuurlijk naadloos in.

Alleen was de organisatie niet vlekkeloos te noemen: net zoals vorige jaren bleek het eten een probleem te zijn. Ze willen precies maar niet leren uit hun fouten: dit is wellicht hun drukstbezochte dag, maar de meeste eetstandjes waren gewoon niet eens open, pas vanaf morgen. Juist ja. En er was uitdrukkelijk meegedeeld dat je het terrein niet meer mocht verlaten voor COVIDredenen. Ja hoor, commerciële overwegingen, want in tegenstelling tot Amougies heb je in Oostende wél stapels alternatieven. Soit, toen we vaststelden dat de wachtrij aan het enige frietkot meer dan twee uur bleek te zijn, verlieten we toch het terrein en gingen in een pitazaak wat verderop iets eten. Een goeie move, zo bleek, en we konden probleemloos het terrein weer op, want ik vermoed dat de organisatie toch groen licht had gegeven.

En de muziek? Tsja, die was zoals verwacht. The Obscure, een steengoeie Cure-tributegroep hadden we gemist, maar dat vond ik niet zo erg aangezien ik the real thing al ettelijke keren heb gezien. Ramkot was bezig toen we het strand betraden, maar kon me maar matig bekoren, om eerlijk te zijn.

Suicide Commando, een bende geschifte idioten uit Leopoldsburg behoort tot mijn favorieten en die wilde ik niet missen. Ik heb dan ook staan dansen en springen, ik geef het toe, al hebben ze mijn favoriete nummer niet eens gespeeld. Maar de sfeer zat er wel in, ja.

Daarna waren het Whispering Sons, die ik een beetje vond tegenvallen – we zijn ook niet echt gericht gaan kijken – en Young Gods, die ik zelfs niet kende. We zijn intussen maar gaan eten, zodat we scherp stonden voor het vervolg: VNV Nation, een van mijn absolute favorieten. Ik heb hen al verschillende keren live gezien, onder andere hier in Gent in de Arena Van Vletingen. Ik blijf fan, ook al vind ik zanger Ronan Harris niet zo enigmatisch op een podium.

Wouter kende ze niet en was behoorlijk onder de indruk.

En toen was er Front 242, de groep voor wie beide heren sowieso waren gekomen en waar ik ook echt wel fan van ben.

Aansluitend was er nog de langverwachte eenmalige reünie van The Neon Judgement, waar heel veel mensen naar uit keken. Alleen… de magie was er niet. Het was niet de eerste keer dat ik hen zag, maar wel zowat de… saaiste keer. Tsja… Ze worden er ook niet jonger op, natuurlijk.

En toen was ik blij dat ik de fiets had genomen, want het tempo waarin vooral Lieven ging: amai!

Enfin, tegen twee uur was ik thuis, moe, zere rug, maar zeer voldaan. En vooral: een gevoel van normaliteit. Oef.