Gerhard Richter, dat is zo’n beetje als Rothko, vond ik. Die heb ik iets meer dan twee jaar geleden ook gezien hier in de Fondation Louis Vuitton, en daar was ik toen ondersteboven van, terwijl dat ’toch maar’ wat kleurvlakken zijn.
Richter kende ik van zijn streepjes, maar die man is zo gigantisch veel meer. Zoals Bart het stelde: dat is zowat de Picasso van onze tijd. Want ja, die man leeft nog, en heeft intussen een eigen museum in Duitsland en overal overzichtstentoonstellingen, zoals deze prestigieuze hier in Parijs.
De man kan fantastisch schilderen, en dat bewijst hij zelfs tijdens zijn abstracte periode door af en toe een schilderij te maken van zijn geliefde of van zijn dochter dat bijna fotorealistisch is. Maar hij tast de grenzen van zijn kunnen af, de grenzen van de schilderkunst en het is prachtig om zijn evolutie te zien. Het is ook onvoorstelbaar hoe de Fondation erin geslaagd is om al deze werken samen te brengen van over de hele wereld. Chapeau!
Sommige dingen spraken me minder aan, bij andere heb ik me ook echt neergezet om een tijdje te zitten kijken. Het heeft me niet zo diep geraakt als Rothko, maar geloof me, die streepjes zijn zoveel meer dan gewoon streepjes, als je ze in het echt ziet. En zijn reeks over de aanslagen van de R.A.F., die komt gewoon visceraal binnen.
We waren vroeg op, omdat we om 10 uur aan de Fondation Louis Vuitton moesten staan, en die ligt buiten het centrum, voorbij de péripherique, aan de Bois de Boulogne. Gisterenavond was dat drie kwartier per auto, vandaag bleek dat – maar dat zagen we pas toen we al op waren – amper 25 minuten.
Soit, tegen half negen hadden we onze spullen opgeruimd, waren we via het piepkleine – en dus claustrofobische – liftje naar beneden gegaan en zaten voor een croissantje.
We wandelden iets verderop om onze bagage af te geven en namen dan een Uber. Het is wel makkelijk zo: tegenwoordig bestaat er een service die aangeeft waar je overal je bagage in bewaring kan geven voor een dagje: voor 6 euro konden we ons valiesje afgeven om 9.00 uur en die dan later, rond een uur of vijf, weer gaan ophalen. Dat was in een gewoon kleiner hotelletje, maar ik kan me voorstellen dat die op een dag zo ook wel een fijne bijverdienste hebben. Handig!
Een dik half uur te vroeg stonden we dus voor de Fondation Louis Vuitton, zodat we nog een wandeling door het park achter het gebouw maakten. Wel, daar heb ik dus ook van genoten, zo aan de arm van mijn liefste.
En toen stonden we bij Gerhard Richter, maar die krijgt zijn eigen aparte blogpost. Die verdient dat.
Soit, we liepen nog eens door en rond het gebouw, verzeilden zowaar in het Aziatische pretpark dat daarnaast ligt, en namen de metro richting centrum.
Ons verblijfje lag pal tegenover de Samaritaine, maar we waren er niet binnen geweest. Dat euvel gingen we rechtzetten door er dan ook maar te gaan eten.
De bijzonder vriendelijke ober wist ons te vertellen dat er wel degelijk nog een terras was, maar tegenwoordig was dat gelinkt aan een poepchic hotel en was het ook niet open in de winter. Jammer.
Voor Bart was het stilaan welletjes, zodat we nog langs de oevers van de Seine liepen en hij zich dan, halverwege de Île de la Cité, achter een koffie parkeerde, terwijl ik vrolijk op het eilandje een eind weg ging cachen. Blijkbaar had ik nog wat adrenaline over.
We gingen de bagage ophalen, kwestie van dat achteraf niet meer te moeten doen, en schoven tegen vier uur aan bij het Musée des Arts Décoratifs, maar dat was duidelijk de verkeerde volgorde: het valiesje mocht niet mee binnen. Hmpf. Bart ging dan maar in de Starbucks zitten daar tegenover het Louvre, terwijl ik het museum deed, en daarna wisselden we om.
Ik ben zot van Art Déco en had uitgekeken naar de tentoonstelling, maar… ook al was het met tijdsslots en werd het publiek zogezegd beperkt, het was er zeer onaangenaam druk. Als in: ik heb bepaalde vitrines gewoon overgeslagen omdat er drie rijen mensen voor me stonden. Bepaalde gangen kon je alleen door al schuifelend, het was aanschuiven en wachten. Blah. Op een goeie drie kwartier stond ik weer buiten, terwijl ik daar anders wellicht een uur of twee had doorgebracht. Teleurstellend, maar wel enkele prachtige dingen gezien.
En dan waren er de interieurs van de Orient Express…
Bart kwam me ophalen, we namen de Uber richting station, en dat was dat. Daar moesten we nog even wachten – liever te vroeg dan te laat -, installeerden ons op de trein, en tegen iets over negenen stonden we weer thuis.
Bart had een paar weken geleden geopperd om naar Parijs te gaan: er waren enkele tentoonstellingen die we wilden zien, vooral dan die van Gerhard Richter, en er was ook Minimalism in de Pinault, maar dan was dit het laatste weekend dat het kon.
Euh, wij dus deze ochtend om half zeven per auto richting Rijsel, en dan om acht uur de TGV op. Ja, het was vroeg, maar dat stoorde niet: in die trein kan je lekker chillen. Iets over negen namen we een Ubertje richting de plek waar we onze bagage konden droppen – onze slaapplek was nog niet beschikbaar – en dan ging het te voet, doorheen het op dat moment nog rustige Parijs, richting het Picassomuseum een heel eind verder. We wandelden een heel eind parallel met de Champs Elysées, over de Place de La Concorde, doorheen de Tuileries, en zagen dat het dan nog een dik half uur was, en dat we het niet op tijd gingen halen.
Elk museum is tegenwoordig met tijdslots, en het is dan ook redelijk belangrijk om daar op tijd te zijn. Aangezien we toen al drie kwartier aan het stappen waren, namen we voor die laatste drie kilometer alsnog een Uber, zodat we netjes op tijd waren in het Picassomuseum, maar, zodra we er binnen waren, toch eerst een koffietje gingen drinken. Dat smaakte overigens, geloof me. En het museum was groter en viel beter mee dan verwacht, om eerlijk te zijn.
Iets na twaalven liepen we rustig door de Marais, keken even in de Marché des Enfants Rouges, liepen verder en waaiden een klein Japans – in elk geval Aziatisch – restaurant binnen voor een bentobox.
En toen was er meer dan tijd genoeg om rustig verder te wandelen langs Les Halles, uiteraard mijn favoriete beeld ‘Ecoute’ aan de Saint-Eustache, en dan nog een deftige koffie voor Bart, met een vleugje Epictetus, terwijl ik wat labcaches ging oppikken rond de kerk.
Tegen drie uur stonden we aan te schuiven aan de Bourse Commerciale, het gebouw van Pinault, voor de tentoonstelling rond Minimalisme. Die was, euh, minimalistisch. Ik kan niet zeggen dat het me echt aansprak, maar wat een gebouw zeg! Aan de binnenkant van de koepel heeft Tadao Ando een betonnen constructie gezet waardoor je het geheel nog veel beter kan bekijken. Knap!
Ons logement lag op vijf minuten stappen verder, aan de Rue de Rivoli, tegenover de Pont Neuf, dus gingen we eerst daar naartoe, want de rug begon het behoorlijk op te geven. Alleen stond onze bagage dus vier kilometer verderop. Meh. Bart had een schitterende locatie uitgezocht, maar over die bagage hadden we dus niet goed nagedacht. Soit.
Het appartementje – zitkamer-keuken in elkaar, apart toilet, slaapkamer met een soort open badkamer – moet vroeger de helft van een groter appartement geweest zijn, maar voldoet volledig aan de vereisten van een toerist. Het valt ook onder een hotelketen, en was dus voorzien van alle comfort en toiletbenodigdheden, maar met twee ruimtes, met zelfs een wasmachine, afwasmachine en diepvries. Niet dat we die nodig hadden, maar het was wel makkelijk dat er twee ruimtes waren.
Ik ging liggen en viel prompt in slaap. Bart was, zoals altijd, een schat en ging de bagage ophalen, waarna hij rustig nog een koffietje nam en een beetje schreef of zo.
Tegen zeven uur waren we verwacht in een chic Japans restaurant wat verderop, zodat we ons in het intussen nachtelijke Parijs begaven. En dat restaurant? Meh. We waren allebei echt niet onder de indruk, er was geen enkel gerecht dat echt de moeite waard was, het was alleen maar duur. Tsja. Dat weten we dan ook alweer.
Via een kleine omweg liepen we terug naar huis, zo rond kwart over negen, staken even de Seine over, en zagen dat het goed was. Paris Ville Lumière, wel degelijk.
Maar geloof me, we waren doodop tegen dat we in ons bed lagen, en we sliepen snel. Het was dan ook een lange, goed gevulde dag, zoals mijn echtgenoot pleegt te zeggen.
Bart had in mijn agenda gezet: “gewoon nog eens samen gaan eten”. Dat “samen gaan eten” klopte wel, dat “gewoon” iets minder, want Moscou is het nieuwe restaurant van de intussen 71-jarige Danny Horseele, en hij heeft duidelijk torenhoge ambities.
De locatie is ietwat vreemd, aan de afrit van de E17 in Gentbrugge, achter de Gamma, in een industrieterrein. Dat zie je overigens totaal niet van binnen: daar is het bijzonder aangenaam zitten, met een greige interieur en een groot raam waardoor je in de piekfijne keuken kan binnenkijken.
We namen de vijfgangenmenu – niet dat er keuze was, maar bon – en daarbij het aangepaste saparrangement. Beginnen deden we met een alcoholvrije cocktail, en daar kwamen verschillende hapjes bij: een mini ‘croque deluxe’ met onder andere foie gras en coquille, scheermes op drie verschillende manieren klaargemaakt – en ja, de ‘schelp’ is geen schelp maar perfect eetbaar – en iets dat Maldonado chimichurri heet. We wisten meteen dat het niveau hoog, zeer hoog ging zijn.
Het eerste voorgerecht was een cevice van skrei, en complimenten voor de sapsommelier: als je het sapje op voorhand proefde, smaakte het soms zeer vreemd. Maar zodra je het bij het gerecht dronk, klopte het volledig, een perfecte samengang. Daarna kwam een Rubia Capricho d’Oro met makreel. En ja, het ene moest een lente voorstellen, compleet met eetbare vlindertjes, en het andere was dus een pizzaatje, maar met nog twee andere gerechtjes bij.
En toen kwamen er kikkerbilletjes met zwarte look, waarbij een moeras geëvoceerd werd. Het lekkerste van de avond, echt…
Het echte hoofdgerecht was duif met tijm en peer, maar dus een stukje borstvlees in een sausje met kers in verwerkt, en dan een boutje, daarnaast nog een derde potje met een stoverij, en zelfs nog een soortement pizzaatje. Vier bereidingen, alle vier even lekker.
Tegen dan was het voor mij meer dan welletjes, maar echt. Als ik nog meer ging eten, ging ik misselijk zijn – nadeel van de Mounjaro – en mijn rug was het ook compleet aan het opgeven. Vrijdagavonden zijn lastig: een ganse werkweek, daar moet de rug van bekomen. Het waren ook geen ideale stoelen, al had ik halverwege een andere stoel gekregen omdat ik even naar de gang was gegaan om recht te kunnen staan en de rug te stretchen. Heel attent, echt.
Het dessert heb ik dus afgeslagen – ik ben ook al geen fan van bloedappelsien – maar Bart had dat wel, natuurlijk.
Toen we daarna de rekening vroegen, werd daar verbouwereerd op gereageerd: er waren nog koffie of thee met versnaperingen, maar toen ik zei dat de rug niet meer mee wilde, gaven ze ons die dessertjes gewoon mee in een doosje. Maar zalig, toch?
En de rekening? Eerlijk, ik denk dat ze een foutje hebben gemaakt, want dit was echt spotgoedkoop en minder dan dat er op de menu aangekondigd stond. Ware het niet dat de rug niet mee wilde en dat ik dus echt naar huis wilde, ik had het aangehaald en laten nakijken, want dit was echt te weinig voor de topkwaliteit die we kregen. EDIT: nagekeken, en bij de menuprijs zit een aperitief, de wijnen of saparrangement, water en koffie of thee gewoon inbegrepen. Spotgoedkoop.
Bij het dessert kwam de chef zelf even groeten, en ik zei het hem, dat ik een enorme bewondering voor hem had, dat hij op zijn 71ste nog die ambitie had. Hij had evengoed na zijn ‘pensioen’ een brasserie kunnen beginnen of zo, maar nee, een toprestaurant. Hij heeft geen ster omdat het nog niet lang genoeg open is, maar ik ben er zeker van: minstens één ster, en wat mij betreft zelfs twee. Complimenten voor zijn hele team en dus ook sous-chef Nicolai Van Quickelberghe.
Het begon net iets minder rustig: Merel moest, zoals elke dag deze week, om half tien op school zijn voor de toneelrepetities. Iets over negen vertrok ze met de fiets, luttele minuten later ging de voordeurbel. Euh? Daar stond ze opnieuw, met de vraag of we haar ketting wilden helpen opleggen. Ha ja, want het lag spekglad buiten en ze was net gevallen met de fiets, en daarna nog eens gewoon uitgegleden ook. Hmmm. Geen goed idee om te fietsen dus, want in onze wijk is er sowieso nooit gestrooid, maar de fietspaden onderweg naar school ook niet, terwijl de gewone baan wel berijdbaar is. Ik sprong dus in de douche, daarna in mijn kleren, en vervolgens in de auto. Tien minuten later stonden Merel en Lieze – die we onderweg ook hadden opgepikt wegens uiteraard hetzelfde probleem – op school, waar we ons een weg over de fameuze immer gladde rode stenen schaatsten.
Terug thuis – ik had me heel even in de warenhuishel gewaagd en was daar ongeschonden uitgekomen – werd er vooral nog geblogd, wat gelezen, gehaakt, chocomousse gemaakt en genikst. De jongens vertrokken naar hun respectieve feestjes, Bart, Merel en ik installeerden ons in de zetel met ovenhapjes en de film Hackers, er was daarna Vrede op Aarde – nog steeds enkel het programma, jammer genoeg – en er was volop vuurwerk om ons heen rond middernacht. Er werd geknuffeld, wensen uitgewisseld, en dat was 2025. Een al bij al goed jaar, op persoonlijk vlak dan.
Moge 2026 meer van dat brengen, en dan vooral ook internationaal.
Deze stond al lang op de planning maar hadden we wegens redenen al een paar keer uitgesteld. Vandaag trokken mijn lief en ik dus wél richting het MSK, en we waren zeker niet de enigen: het was er druk, en we moesten zelfs geluk hebben met het parkeren. Maar het was De Moeite. Zoals ik al iemand had horen zeggen: je ervaart er de zee meer dan wanneer je zelf aan zee staat.
Vanfleteren is magistraal, zijn captatie van de zee in al haar facetten nog magistraler. Als je het nog niet gezien hebt: doen! Ook de juxtapositie met schilderijen van diezelfde zee heeft een meerwaarde. Als ik nog eens in de buurt moet zijn tijdens de openingsuren van het MSK, spring ik zeker nog eens binnen. Met zo’n Museumpas is het toch gratis…
En nee, de foto’s hier doen de foto’s daar uiteraard geen recht, maar ik doe toch een poging.
Ik was er eerder voorbijgelopen met Gwen en had toen gedacht dat dit wel een fijn restaurant kon zijn voor een volgende keer. Ik had zelfs de menukaart gefotografeerd.
En toen zette Bart dit in de agenda als verjaardagsetentje, puur toeval.
Sin is een… concept. Als in: het heeft allemaal wel iets met zondes te maken, zowel menukaart als tafelschikking als de uitleg bij de verschillende gerechten. Ik kon het wel smaken, ja.
We gingen voor een alcoholvrij aperitief, en dan de menu van vijf gangen. Wél met vlees (The Full Sin, versus Sin-free) maar zonder wijnen, uiteraard. En ja, het was goed. Niet ze-zijn-op-weg-naar-een-ster-goed, maar wel echt goed.
En, zoals je kan zien, heel mooi gepresenteerd. Goedkoop? Nee, maar dat hoeft ook niet, want het was wel op niveau.
Een aanrader dus, tussen de Vrijdagmarkt en het Anseeleplein.
Nam ik gisterenavond Bart nog mee voor een verjaardagsuitje, dan trakteerde hij me deze avond met een circusvoorstelling in het wintercircus. Jawel, officieel valt het onder circus wegens georganiseerd door het Circuscentrum, maar het was bijzonder poëtisch en eerder acrobatie, onder de titel Arbo.
Ik was nog niet eerder in het Wintercircus geweest sinds het gerestaureerd is, en was dan ook aangenaam verrast. Blijkbaar kunnen ze voor evenementen het centrale deel afsluiten. Daar stond nu een grote kubus met metalen ribben van 6m op 6m, vol hangende lichtjes. Daarrond kon je als publiek gaan liggen in een soort strandstoelen of op een lage tribune gaan zitten, zodat je makkelijk omhoog kon kijken. Mijn rug protesteerde niet tegen de strandstoelen, zodat we netjes vooraan konden kijken. En ja, dat was de moeite. Het begon bijzonder traag, dat wel, met de acrobaat die gewoon rondliep op de bovenste ribben van de kubus, rondkijkend en onderwijl een prachtige schaduw werpend op de wanden van het Wintercircus. Heel knap uitgelicht. Hij evoceerde duidelijk een gevoel van eenzaamheid, van verloren zijn.
En dan kwam er een lichtje. Eentje maar. Dat van hem wegliep, telkens wanneer hij het probeerde te pakken. En uiteindelijk kwam er een symbiose, een prachtig samenspel van de acteur, de lichtjes en de muziek., alsof de lichtjes een levend wezen waren.
Wij zaten ademloos te kijken en genoten. Circus? Goh… Dans, acrobatie, poëzie? Jawel.