Op stap in Roubaix

Het was al van in de paasvakantie geleden dat ik Véronique had gezien, en we vonden beiden dat we dat dringend moesten rechtzetten. Toen ik dus voorstelde om samen te gaan cachen, zei ze meteen ja. We lieten ons oog vallen op Roubaix: behoorlijk wat caches, ideaal voor koud weer want dan kan je ergens binnen gaan zitten, en vooral: cultuur! Want ja, daar is ook onder andere het prachtige museum La Piscine in een voormalig art nouveau zwembad.

Ik pikte haar op in Ronse, en iets voor twaalf stonden we in Roubaix. Ik hoop alleen dat ik er geen boete krijg, want blijkbaar heb je nu niet alleen voor de grote steden, maar ook voor de kleinere steden een ecovignet nodig, en dat wist ik dus niet. We gingen meteen het museum binnen, liepen rond en wilden rond één uur daar ter plekke in het restaurant eten, maar blijkbaar was het overvol en konden we pas om twee uur eten. Tsja, dan eerst maar verder museumen, zeker?

Tegen twee uur kregen we een tafeltje, kozen we voor de stoverij met frietjes en een koffie met een echte Meertse wafel erbij.

Eigenlijk hadden we nog niet het volledige museum gezien, maar we wilden vooral nu naar buiten, want de zon scheen – het was wel koud, tegen het vriespunt – en we wilden nog een aantal caches doen, vooral dan rond street art. Daar is er wel wat van in Roubaix, zo blijkt. We deden eerst nog de binnentuin, liepen rond, genoten van de stad, genoten van elkaars gezelschap en vonden onze laatste cache zelfs in het donker bij de lichtjes van onze gsms. Maar wat een prachtige dag…

Ik zette haar af en was tegen acht uur terug in Wondelgem. Moe, maar man, zo mentaal opgeladen!

Dagje Nederland, in casu het Kröller-Müller

Bart moest vandaag in Ede zijn, tussen Arnhem en Utrecht, voor een podcast. Hij had gevraagd of ik geen zin had om mee te komen, en daar zei ik geen nee tegen: het is bijna drie uur rijden, maar twintig minuten verder zit je in Otterlo, meer bepaald in het Kröller-Müller museum, en voor zover ik me herinnerde, heeft dat een prachtige collectie. Meteen kon hij me in het terugrijden afgooien in Dordrecht, voor Big Rivers. Normaal gezien zou ik vrijdag zelf rijden en dan Mireille oppikken, maar mijn auto is nog steeds in de garage, helaas, ik heb dus geen vervoer. Ik had de trein kunnen nemen of iets anders proberen verzinnen, zoals het huren van een auto, maar een van de logische routes van Otterlo naar huis is via Dordrecht, en wie ben ik dan om moeilijk te doen?

Rond negen uur vertrokken we, kwart voor twaalf stonden we op de markt in Ede, nog wat later genoten we allebei van een fijne salade en had ik al wat labcaches gevonden. Tsja…

Om één uur moest hij bij OMA zijn voor zijn podcast, en ik ben dan maar in de buurt gaan rondlopen voor een paar geocaches. Er was een hele leuke multi rond vijf grote kunstwerken op ronde punten, maar jammer genoeg klopte mijn berekening voor de uiteindelijke cache niet helemaal. Maar ik had dus wel een fijne wandeling in een mooie buurt.

Iets voor drie waren we in Otterlo. Wat een prachtig museum, wat een collectie! Ik heb veel te veel foto’s genomen, maar bon, het is mijn blog :-p

Voor de beeldentuin deed Barts voet te veel pijn, dus liepen we daar niet echt rond.

Het zorgde er wel voor dat ik netjes tegen zessen in Dordrecht was, wat ervoor zorgde dat ik mee kon eten – Sabrina had heerlijk gekookt met gnocchi en soep en salades – en dat ik vooral ook mee kon op het bootje. Maar dat is voor een volgende blogpost.

Canada dag drie: nog steeds Montréal

Man man man, ik heb mezelf weer wat aangedaan… Montréal is gebouwd rond de Mont Royal, een toch wel enthousiaste “berg” in het midden van de stad, volledig bebost maar met wandelpaden en een prachtig uitkijkpunt over de stad. Er was me langs verschillende kanten aangeraden om die te beklimmen, en ik weet dat ik totaal geen conditie heb, maar ik ben wel van de koppige soort. In Sorrento heb ik me moeten laten kennen omdat ik misselijk werd, hier wilde ik doorbijten. Na het ontbijt zijn we dus vertrokken naar die Mont Royal.

We zaten sowieso vlakbij: ons hotel ligt in de straat die perfect naar het begin van de wandelpaden leidt, en die dus al vrij steil omhoog gaat. Ik moest al een keer of vier stoppen om naar adem te happen. En dan begint het: trappen. En trappen. En nog meer trappen, blijkbaar 339 stuks. De kinderen gingen al voorop want die hebben wel conditie en deden zowaar de labcache voor me die daar boven op het uitkijkplateau ligt. Bart bleef zeer geduldig bij mij, want ik heb minstens een keer of tien moeten stoppen om mijn hartslag te laten zakken en uit te hijgen. Die 35 kilo te veel en die kapotte rug doen wat met een mens… Maar bon, ik ben er geraakt, tot mijn grote vreugde, en ik genoot intens van het uitzicht.

En ja, we komen van daar beneden tussen de gebouwen, we konden ons hotel zien.

We deden nog een toertje op de top naar een groot kruis dat daar staat, en gingen toen langs de “chemin de l’escarpement” terug naar de trappen. De kinderen pikten intussen nog een pracht van een cache op, een beetje van de paden af, op een rots met een prachtig uitzicht. Ik had voor mezelf al besloten dat die wat te avontuurlijk voor me was, maar de kinderen zagen dat uiteraard wel perfect zitten, met knappe foto’s tot gevolg.

Bon, opnieuw de trappen af – ik ga mijn kuiten nogal voelen morgen! – en richting hotel, want het was intussen behoorlijk warm, het zweet liep in straaltjes van me af en mijn T-shirt was kletsnat. En blijkbaar bij de rest van het gezin ook.

Een korte rustpauze en een douche later gingen we hier vlakbij eten in een Grieks restaurant dat zeer behoorlijk was. Eten is wel duur hier in Montréal: voor vijf hoofdschotels en een fles water betaalden we maar liefst 180 euro, dat is niet weinig, maar het was gelukkig wél lekker!

Iedereen was moe dus gingen we voor een middagdutje, en Wolfs voet was ook wel aan wat rust toe, ja. Die verstuiking speelt hem nog steeds parten.

Toen we tegen drie uur aankondigden dat we richting het Museum voor Schone Kunsten hier wat verderop wilden, gaven de kinderen dan ook alledrie verstek – wat we wel verwacht hadden. Intussen was het overigens zachtjes beginnen regenen maar wel nog steeds warm.

Dat museum, dat is trouwens een van de raarste dat ik al gezien heb: het lijkt meer een allegaartje met zowat alles door elkaar, bijzonder vreemd gecureerd: Canadese kunst naast mummies naast mayavoorwerpen en ga zo maar door. Veel Japanse voorwerpen ook, naast zelfs wat Etruskische. Het bevat overigens een nieuw, strak wit gebouw dat met een ondergrondse verdieping onder de straat verbonden is met twee oudere gebouwen aan de overkant. Grappig was wel dat er nu net een expositie van Vlaamse meesters liep, met een complete uitleg over het Vlaanderen van vandaag.

Tegen dan was mijn rug stikkapot, musea zijn echt de hel, en dus keerden we richting hotel terug doorheen de regen en de warmte – rare combinatie – en ging Bart zonder mij boodschappen doen met de auto. Merel en Wolf gingen fluks mee, en samen brachten ze brood en beleg – waaronder kaas in een pot – mee om gewoon op de kamer een boterhammetje met melk te eten, en ja, dat deed deugd.

Bart was al om half tien onder zeil, ikzelf kon het nog rekken tot half elf, en toen was het ook voor mij weer welletjes.

Meisjesweekend

Bart zit in New York, de jongens zitten op Roanoke, en dus hebben Merel en ik het kot voor ons alleen. Gisterenavond hadden we daar niks aan omdat we zo laat thuis waren van Geel, maar vandaag gingen we het onderste uit de kan halen, en dat hebben we dan ook maar gedaan ^^

Ze had eerst muziekles van negen tot elf in Evergem, en daarna zijn we gezellig op de markt gaan rondlopen om alle ingrediënten voor de lasagne morgen te verzamelen. Net geen negen euro voor een kleine pompoen, een zak wortels, drie paprika’s, een bak champignons, twee ajuinen en een pastinaak: geen geld! En vooral ook kraakvers.


Thuis propten we alles in de koelkast en stapten daarna samen de fiets op, gewapend met een rugzak en een fietsmandje, aangezien Merel achterop zit en mijn fietstassen dus niet bruikbaar zijn. Het was immens stralend weer, en we genoten intens van het fietstochtje.

Aan de Hema werd onze fiets netjes op de fietsenparkeerplaats gestald, en gingen we gezellig samen frietjes eten, zalig in de zon op het grote terras daarboven, onder begeleiding van de zoele klanken van een hakkebord.

Ik had intussen gemerkt dat mijn achterste fietsband niet echt hard meer stond, en dat mijn slot dreigde te blokkeren, dus we wandelden rustig naar de fietsherstelplaats onder de Stadshal voor een druppel olie en een zucht lucht, die ik beide met de glimlach en voor niets kreeg. Dik in orde!

We fietsten naar de Reep om de nieuwe waterloop te bezichtigen en meteen ook de cache aan de Scaldissluis te vervangen, en zagen ook voor het eerst effectief een kajak gebruik maken van de kajakglijbaan.

We fietsten fluks door naar de Hopper om nieuwe scoutstruien, en zaten nu al zo ver dat we maar gewoon doorfietsten naar het Citadelpark. Daar gingen we eerst even rondlopen in het S.M.A.K., maar stelden vast dat Raoul De Keyser ons ding niet is. Marcel Duchamp zagen we al beter zitten, eigenlijk. We zijn dan maar nog Pokémon gaan vangen in het park, en maakten er een zeer aangename wandeling van.

We hadden eigenlijk iets willen drinken in de kiosk daar in ’t park, maar blijkbaar was dat maar tot eind september. Tsja, er zat dan maar niks anders op dan terug naar ’t stad te fietsen en daar een ijsje te halen. Hoe jammer nou… Maar eerst fietsten we nog vrolijk door het Miljoenenkwartier om twee caches op te halen.t

We sloegen nog stapels pepernoten in in de Hema, een ongelofelijk schattige vleermuisdiadeem en nog wat extra Halloweengerief, en fietsten toen gewoon naar huis, om tegen half zes gewoon in de zetel te ploffen.

Om zes uur haalden we onszelf weer uit de zetel, sleepten ons naar de winkel, en sloegen vooral, naast sandwiches, ook hapjes in. Tegen zeven uur versierden we het huis, trok Merel haar vleermuisonesie aan, en nestelden we ons samen in de zetel met een zak monsterchips en een fijne heksenfilm.

Toen ik haar om negen uur in bed stak, kreeg ik een extra lange knuffel: “Dank je mama, voor zo’n geweldige dag!” En ik kon dat alleen maar beamen.

Een Gentse zondag

Véronique had voorgesteld om vandaag eerst naar het MSK te gaan, en dan samen iets te eten. Wij zeiden geen nee, en zelfs Wolf zag dat zitten.

We voelden ons meteen weer old school Gentenaars, die eerst naar een (op zondagvoormiddag gratis) museum gaan en dan de stad intrekken. Iets over elf stonden we aan het Museum voor Schone Kunsten, wij met de auto, Bart met de fiets: zo kan hij makkelijker Pokémon vangen :-p

De tijdelijke tentoonstelling van Medardo Rosso sprak me niet zo aan, en de vaste collectie is ook niet zo direct mijn stijl, maar het grote werk in de inkomhal, met pseudo-Farsi zinnen, vond ik dan weer fantastisch, net zoals de Metafloristiek onder de koepel.

Daarna reden we naar de parking van de Ramen, want we hadden gereserveerd in de Brasserie onder de Stadshal. Dik in orde, zoals altijd.

Bart is daarna nog gaan kijken of er nog bootjes te huren vielen op de Coupure, maar alles was al lang weg. Wolf vond het trouwens welletjes voor zijn rug en wilde naar huis, maar Merel is nog meegegaan met Véronique en Léonore naar de Zebrastraat.

Een fijne zondagmiddag, jawel.

Vakantie! In Boulogne-sur-Mer

Gisterenavond zaten we dus heerlijk in Boulogne, en ook al zat het weer niet helemaal mee, het regende toch niet. En dus trokken Bart en ik elk een pull aan, en wandelden naar la Vieille Ville, het oude ommuurde stadscentrum van Boulogne, een vierkant van nog geen halve kilometer lang.

Boulogne1

Er is daar één straatje dat perfect te vergelijken valt met de Rue de Bouchers in Brussel: het ene restaurantje naast het andere, van alle mogelijke pluimage en prijsklasse. We streken neer in Restaurant de la Haute Ville, en zoals altijd had mijn dierbaarste perfect gekozen: relatief chic, te doen van prijs, maar vooral heel lekker.

Kikkerbilletjes…

kikker

Voorgerechten hoefden niet, desserts wel. En hoe…

caramel

Profiteroles met caramel au beurre salée, en het bleek een zwaantje te zijn. De calorieën, daar durf ik zelfs niet aan dénken, maar lekker man, ge hebt er geen gedacht van!

De volgende morgen ontbeten we rond acht uur, laadden alles weer in de auto, lieten die staan, en  trokken opnieuw naar la Vieille Ville, maar dan om de kerk en vooral ook het kasteelmuseum te gaan bekijken.

Die kerk, daar is werk aan. Mooi, maar serieus in verval, en da’s jammer. De koepel is nochtans best imposant.

Boulogne2

Boulogne3

Boulogne4

Boulogne5

Boulogne6

Dat altaar is trouwens een unicum: opgebouwd uit massa’s kleine stukjes graniet.

Op naar het museum. Ik had geen al te hoge verwachtingen, om eerlijk te zijn: een kasteel uit de dertiende eeuw, het eerste in zijn soort zonder donjon, maar met acht kleinere bolwerken, en binnen dus een museum. Het bleek om kwart voor tien effectief nog niet open te zijn, en dus wandelden we er even rond, in zo’n lucht waarvan je nu twijfelt of het aan het miezeren is of niet. De binnenplaats was niet zo indrukwekkend, de wandeling eromheen al iets meer. Prima kasteeltje, overigens, met wat modificaties, om een zombie-apocalyps te weerstaan.

Boulogne7

Boulogne8

Boulogne9

Boulogne10

Boulogne11

Stipt om tien uur ging het verrassend modern museum open. Hier en daar maakt het echt gebruik van de oude kasteelmuren, maar vaker is het precies opgebouwd aan de binnenkant, en merk je helemaal niet dat je in zo’n oud gebouw rondloopt.

De zalen zijn thematisch naar tijdperk en/of land van herkomst: Egypte, een hele mooie verzameling Griekse vazen, (waaronder eentje met Aeneas die zijn vader op zijn schouders draagt en zijn zoontje meeneemt tijdens de vlucht uit Troje)

Boulogne12

maar evengoed Afrika of Oceanië, zoals deze prauw.

Boulogne13

In een van de trappenhuizen, langs de oude muren, had een klimplant zich een weg gezocht doorheen een barstje. Charmant, en leuk dat de suppoosten (die trouwens vrij overvloedig aanwezig waren in een verder leeg museum) die niet verwijderen.

Boulogne14

De collectie is dus best mooi, en knap gepresenteerd, en toen gingen we naar de kelders. Ideale timing, want er kwam net een meute jongeren op schooluitstap toe, met bijpassend volume en interesse.

Die kelders, wel, daar kan het Gravensteen, of zo goed als elk kasteel dat ik al gezien heb, een puntje aan zuigen. Knap zeg! Ideaal voor een binnenlarp, overigens. Je kon er ook restanten zien van Romeinse gebouwen, compleet met Korintisch kapiteel en inscripties. Putten, cisternes, zalen, gangen… En alles netjes onderhouden.

Boulogne15

Al bij al een aanrader van een museum, vonden wij.

Buiten bleek het intussen echt aan het regenen te zijn. Ondanks een tegenpruttelende Bart wilde ik toch nog eventjes op de versterkte muren, maar meer dan een kijkje zat er niet in, want de nattigheid was er teveel aan. Nochtans moeten ze heel mooi zijn, bijna zoals een park, want bijzonder breed, kijk zelf maar.

Boulogne16

Oorspronkelijk waren we van plan om met de auto naar de nieuwe stad te rijden, omdat Boulogne de belangrijkste vissershaven van Frankrijk is en het daar best mooi blijkt te zijn, maar in dit weer zagen we dat niet zitten, om eerlijk te zijn.

We liepen terug naar de auto, schudden ons even uit als jonge honden, en stippelden een route uit naar Le Touquet-Paris Plage.

Da-ag Boulogne!