Ik had Véronique alweer veel te lang niet gezien, en ze was ook niet naar de begrafenis kunnen komen, waardoor we vandaag afspraken. Ze was een paar dagen in Kluizen bij haar mama, wat ideaal was voor mij om haar na de kine op te pikken, even bij te praten, te wandelen, te geocachen, en haar dan een dikke twee uur later aan het station af te zetten. En zo geschiedde.
Ze was sinds haar kindertijd niet meer bij de kapel van Stoepe geweest – nochtans maar een paar kilometer van het ouderlijke huis vandaan – en was dan ook aangenaam verrast: door de bomen was de hitte bijzonder draaglijk, en de twee labcachen met bonus ook best amusant.
Tegen twee uur kregen we een tafeltje, kozen we voor de stoverij met frietjes en een koffie met een echte Meertse wafel erbij.
Eigenlijk hadden we nog niet het volledige museum gezien, maar we wilden vooral nu naar buiten, want de zon scheen – het was wel koud, tegen het vriespunt – en we wilden nog een aantal caches doen, vooral dan rond street art. Daar is er wel wat van in Roubaix, zo blijkt. We deden eerst nog de binnentuin, liepen rond, genoten van de stad, genoten van elkaars gezelschap en vonden onze laatste cache zelfs in het donker bij de lichtjes van onze gsms. Maar wat een prachtige dag…
Ik zette haar af en was tegen acht uur terug in Wondelgem. Moe, maar man, zo mentaal opgeladen!
Ik moet het zeggen: ik genoot intens. Zalig weer, fijn gezelschap dat perfect op dezelfde lijn zit, prachtig landschap en een reeks caches. We hadden het bijzonder aangenaam, dwars door het Ronsische landschap, over een oude spoorwegbedding.
Het was eigenlijk allemaal behoorlijk grijs, redelijk guur en somber, met af en toe zelfs een druppeltje, maar dat lieten we niet aan ons hart komen. Ik had op voorhand een hele route uitgestippeld van labcache naar labcache, waarvan we een stuk te voet konden doen en daarna een stuk met de fiets. En ja, we zagen stukjes Terneuzen – alleen het topje hoor, niet de echte commerciële binnenstad – die we anders nooit hadden gevonden.
Toen vond mijn rug het wat welletjes en gingen we de fiets op voor eerst nog een toertje in de stad en dan een prachtig tochtje langs het water en diverse caches. Maar man, mooi dat het daar is om op die Westerschelde de schepen te zien passeren… Het klaarde intussen ook helemaal op, we genoten van de zon.
We fietsen verder en kwamen langs een prachtig, maar echt prachtig beeld naar de Vesaliusman, en voorbij het brutalistische gemeentehuis.
Toen begon het stilaan donker te worden, waren we nogal moe, zag mijn rug het niet zo heel veel meer zitten, en gingen we op zoek naar een koffie.
In het passeren zag ik een bizarre gevel, waarop we onze remmen toesloegen, onze kar keerden en binnen gingen bij Bee. Maat, dat heb ik nog nooit gezien. Het hele cafeetje was versierd met koperen pannen, potten, lustertjes, brocante, kerstboomlichtjes en twee grote gezellige zetels. En de barvrouw? Die was, denk ik, in de tachtig, met een bos witte krullen, een luipaardonesie en een dikke saf in haar mond. Roken kon er blijkbaar wel :-p
Ik vroeg een latte, en ze schoot in de lach: enkel een bakkie koffie. Vero wou thee, maar daar deed ze niet aan: ze vond dat ze geen geld kon vragen voor een klets heet water met een zakje in. En toen ik vroeg of ik met kaart of payconiq kon betalen, schoot een van de andere klanten in de lach. Niet dus.
Maar het was een heerlijke, heerlijke afsluiter van een prachtige, zij het vermoeiende dag. Dit is er eentje waarvan mijn mentale batterijen helemaal opladen. Op naar de rest van de vakantie!
In het ziekenhuis wisten ze me plots te melden dat het misschien wel onder de noemer dagopname viel, maar dat er geen bedden vrij waren en dat dat ook niet hoefde, en dat ik hem om half drie gewoon opnieuw mocht komen ophalen in de wachtkamer. Oi?
En intussen regende het vrolijk verder… We reden naar huis, kletsten daar nog wat, Bart maakte zijn fantastische pasta met tomatensaus en ik voerde haar tegen zeven uur naar haar volgende afspraak. Maar eerst had ze haar zomerjurkje gewisseld voor een van de net gekochte exemplaren, want jawel, zo warm was het nu ook weer niet meer.
Maar bon, vandaag lukte het en iets over twee stonden we allebei aan de Spar in Gavere en gingen we ietsje verder parkeren. Dat bleek nog niet voldoende, voor een van de buurtbewoners: die kwam naar buiten en wees ons fijntjes op de parking een zijstraatje verder. Wisten wij veel…
Enfin, het werd een mooie fietstocht met eerst twee vruchteloze pogingen, dan 14 vondsten om dan te eindigen opnieuw met twee zoekpartijen die op niks uitliepen. Tsja.
Tussendoor was er thee, of nee, toch niet: in gans Asper is er geen enkele bank. Toen we aan de kerk passeerden, zagen we plots enkele bistrotafeltjes staan. We hielden halt, klopten aan, riepen aan het hek van Quitapena, maar enkel een hond kwam even kijken, ondanks het feit dat er een bord “OPEN” stond. We hadden ons net geïnstalleerd en thee uitgegoten, toen er alsnog een dame kwam piepen. We hebben de thee dan terug in de thermos gegoten en zijn binnen in de fijne tuin een ijsthee gaan drinken.
De verfrissing deed deugd, want het was eigenlijk echt wel warm, en het was uiteindelijk ook na zessen toen we terug aan de auto stonden, en zeker tegen dat de fietsen opnieuw opgeladen waren.
Bart en ik gingen eerst nog iets eten, niks speciaals maar altijd goed.
En toen trotseerden we de warmte en vonden we – eindelijk, bij een vierde poging – de cache aan de MUST (het textielmuseum) en enkele in de buurt van het station.
Intussen was er een telefoontje gekomen van het ziekenhuis dat ons pa nog te duizelig en te onvast op zijn benen was om vandaag al naar huis te gaan, waardoor mijn namiddag plots open kwam. En meteen gingen we samen op stap langs het Mijnwerkerspad, gewapend met een grote zak en een snoeischaar, om vlierbloesem te gaan plukken. Daar komt geen gemotoriseerd vervoer, dat zit dus wel snor.
We hadden een stevige zak bloesem en een fijne wandeling. En ook wel dorst, dat ook.
Tegen zes uur stond ik bij ons pa in het ziekenhuis en ik zag dat het goed was dat hij nog even kon blijven: hij stelt het goed, ziet er goed uit, maar was opgelucht dat hij nog niet naar huis moest: hij valt bij momenten gewoon omver, hadden de twee ergotherapeuten in de voormiddag vastgesteld.