Bos ’t Ename

Vakantie en dus tijd voor geocaching. Véronique is gelukkig dezelfde mening toegedaan, afspreken was dus vrij makkelijk. Het weer is ander paar mouwen deze ‘kerstvakantie’, maar voor vandaag zag het er redelijk uit, en dus trokken we erop uit.

Ik had een fijn rondje gevonden in Ename, een kwartiertje van Ronse, in een bos, natuurgebied, Scheldevallei en uiteindelijk ook de abdij van Ename. Tegen twee uur bevonden we ons op een redelijk onverwachte parking middenin een woonwijk en, jawel, in de zon.

We kletsten, zochten geocaches, kletsten nog meer, aten een koekje op een zalig bankje, tetterden nog wat, namen foto’s, en vonden uiteindelijk ook de bonus.

En toen vonden we dat we eigenlijk ook nog wel even naar de abdij konden gaan kijken: een aparte losse cache én een labcaches van vijf stadia en een bonus. De parking daarvan is totaal niet aangeduid, maar bon, met wat moeite bevonden we ons toch aan de grondvesten van de abdij en het Provinciaal Archeologisch Museum.

Véro had een thermosfles hete kersenthee mee en cakejes, en daar op een bankje, in de zon, met een snelle mokke, beaamden we beiden dat het leven bij momenten nog zo slecht niet is.

Enfin, zeer, zeer aangename middag gehad. Voor herhaling vatbaar, dus.

Tochtje door Ronse

Het zijn geen Pasens meer zoals vroeger, zoveel is duidelijk. Vorig jaar “vierden” we nog Pasen achter de computer met Barts ma en broer, en mijn pa bleef braafjes en veilig thuis.

Andere jaren gingen we altijd, op Pasen zelf of op paasmaandag als het op zondag de Ronde was, naar Ronse bij Nelly, die dan een uitgebreide koude schotel of zo voorzag.

Helaas, ook dit jaar werd het eerder iets in mineur: we mogen Nelly maar bezoeken met twee extra bezoekers – Bart is haar knuffelcontact – en die moeten duidelijk boven de 12 zijn. Merel was geen optie, Kobe eigenlijk blijkbaar ook niet, en Wolf was de vorige keer rond nieuwjaar niet mee geweest, de keuze was dus snel gemaakt. Bart, Wolf en ik reden dus vandaag richting Ronse om eerst een kwartiertje te kletsen in de babbelbox. Daarna moest Bart nog een aantal dingen regelen voor zijn moeder, waardoor Wolf en ik een dik uur hadden om in Ronse wat caches te zoeken.

We gingen eerst nog eens op zoek naar de cache die aan een weefmachine zit, maar net zoals in 2016 moesten we het na een kwartier zoeken toch opgeven. Hmpf. Rotding.
Enfin, we deden een letterboxmulti, zagen dat de virtual die we gepland hadden, eigenlijk een hele wandeling was, en deden toen voor het eerst een labcache. Dat is een aparte app, eigenlijk, maar ongelofelijk leuk! Je krijgt een beginpunt en pas als je daar effectief op tien meter afstand bent, opent de app een uitleg en moet je een vraag beantwoorden. Heel vaak gaan labcaches dus om historische uitleg en dergelijke. Als je vraag 1 hebt beantwoord, krijg je toegang tot de tweede locatie, maar ook daar moet je effectief naartoe als je de vraag wil krijgen. Per opgeloste vraag krijg je trouwens een extra op je teller van gevonden caches. Zo gaat het snel, natuurlijk. En blijkbaar hebben de meeste labcaches ook een bonus, een effectief verstopt potje waarvan je de coördinaten maar krijgt als je de volledige labcacheronde hebt opgelost.

Wolf en ik hadden op dat moment niet zo heel veel tijd meer, zodat we de labcache in Ronse met de auto deden: ik reed tot aan de locatie, en van zodra ik de vraag kreeg, sprong Wolf uit de auto om het antwoord te zoeken.

Yup, dat was best wel amusant! Ik ga dat vaker doen, zo’n labcaches.

We pikten Bart om half vijf weer op, reden nog even langs nonkel Staf, en waren op het eind van de middag weer thuis.

Toch jammer dat het zo ver rijden is, he…

De Relieken part 3

Eergisteren was ik al een eind rond Deinze gaan fietsen voor de geocachingreeks De Relieken, vandaag breide ik daar nog een vervolg aan. Dat prachtige weer kan je nu eenmaal niet verloren laten gaan, toch?

Intussen had ik de raadsels die ik nog miste, kunnen oplossen dankzij medecacher Bergloper, en parkeerde ik opnieuw aan de kerk van Poesele. Vol goeie moed – het was alweer na drieën – stapte ik de fiets op, en meteen ook weer af: de ketting lag eraf! Op zich totaal geen probleem – ik kan een ketting met behulp van twee stylo’s of stokjes weer opleggen zonder mijn handen vuil te maken – ware het niet dat mijn ketting volledig in een plastieken omhulsel zit. En dat die kettingbeschermer stevig vastgevezen zat met inbusvijzen. Grr.

Ik keek rond en spotte wat verderop een camionette van een schilder/behanger. Ik daarnaar toe, want de garage stond open en de man in kwestie was effectief aan het behangen. De dame des huizes vertrok net richting kine en kon me niet helpen, maar hij had wel een alaambak bij. Helpen kon hij niet, want al behangend kon hij zich echt niet permitteren zijn handen vuil te maken. Begrijpelijk. Maar ik mocht dus wel het juiste sleuteltje uit zijn werkbak vissen, en ik toog aan het werk. Gene zever: het heeft zeker tien minuten geduurd voor ik die rotbeschermer los kreeg. De ketting zelf lag er op twee seconden weer op, dat wel. Maar die beschermbak terug op zijn plaats krijgen duurde nog eens tien minuten en mijn handen waren pottezwart. Ugh. Gelukkig kon de behanger me wel een vod geven, waarmee ik het ergste van mijn handen kon krijgen. Me binnenlaten kon hij uiteraard niet, zeker zonder de aanwezigheid van de eigenaars. Maar bon, iets over half vier kon ik alsnog op de fiets stappen, iets minder fluitgeneigd dan daarvoor.

Ik fietste doorheen de velden, stapte elke 200 meter af om een cache te zoeken en gelukkig ook te vinden, fietste verder, genoot van het mooie weer, fietste vooral ook langs de vaart, merkte dat die wind toch wel stevig was en dat het uiteindelijk toch wel meer dan frisjes begon te worden, en was blij dat ik tegen zessen terug aan de auto was. Opnieuw heerlijk uitgewaaid, heerlijk ontspannen, en blij dat ik van dat laatste goede weer had genoten.

De Relieken part 2

In februari had ik al eens de auto en daarna de fiets genomen om een eerste stuk van een reeks van 101 geocaches te gaan loggen: De Relieken, raadsels rond Harry Potter die je dus eerst thuis moest oplossen.

Ik had toen intens genoten van de mooie route, de ongelofelijk rustieke streek en de weidse velden, en aangezien het vandaag stralend, maar echt stralend lenteweer was, trok ik andermaal naar Groot Deinze. Eerst pikte ik met de auto nog de bonussen op die ik de vorige keer niet had opgelost en de ene cache die ik toen nog niet had opgelost en ook niet ter plekke had kunnen vinden, en begon toen aan nr. 31. Ik zette mijn auto aan de kant van een boerenbaantje – en zag toen pas dat er daar blijkbaar af en toe een tractor met “aalkerdeel” moest passeren, maar bon, dat lukte hem toch.

Het was 24°, ik fietste rond in een licht topje en genoot. Intens.

Rond cache nr. 50 begon ik moe te worden, en toen ik er daarna twee niet vond, hield ik het bij 54 voor bekeken. De rest is voor een volgende keer, maar ik moet nog een deel van de raadsels oplossen.

Ik pikte nog wat losse caches op in het passeren en was eigenlijk helemaal ontspannen, uitgewaaid en goed gezind.

En die fiets in en uit de auto krijgen, daar ben ik intussen redelijk handig in geworden.

Geocachen in Destelbergen en zo

Mooi weer, zij het nog wat koud, en dus sleepte ik ons pa de auto in – hij moet echt, echt meer wandelen om zijn evenwicht te behouden, maar blijft excuses vinden – om een aantal caches te zoeken in Destelbergen.

In het passeren sloegen we eerst af naar de Ham, want daar zit een nieuwe, in een buurtparkje dat ik niet kende. We hebben er even staan drentelen, maar niks gevonden.

Daarna reden we door richting Destelbergen om een aantal caches te zoeken en sommige gelukkig ook te vinden. De locaties waren in ieder geval prachtig: we bewonderden onder andere het Admiraalpark en kasteel Crabbenburg.

Er liggen er daar nog wel een paar, maar ik vond het welletjes: ik had nog schoolwerk te doen. Maar we hebben wel genoten van de frisse lucht, de stralend blauwe hemel en de wandeling.

En die cache in de Ham? Na een tip van de eigenaar konden we hem op de terugweg alsnog loggen.

Cachen rond ’t Sas

Een prachtige woensdagnamiddag, een overwerkte Gudrun en werk dat ik ’s avonds ook nog kon afwerken = ideaal recept om een namiddag te gaan cachen niet ver van huis. Ik had eind december dit rondje zien uitkomen, maar durfde het toen niet aan, om de simpele reden dat ik een groot deel van deze wandeling vaak met ons ma deed. Dat het Sas haar favoriete plekje was, en dat een foto van datzelfde Sas zelfs op haar doodsbrief stond. Tsja.

Maar vandaag voelde ik me er klaar voor en reed dus fluks naar de Peperhoek om daar te parkeren en de eerste cache te zoeken. Daar kwam net een koppel toe met een hond die zich op het aanwezige bankje installeerden. Toen ik wat ronddrentelde, bleken het ook cachers te zijn, meer bepaald team Maximuis. Ik bleef een dik half uur kletsen en ging toen, eindelijk aan de wandel.

De caches werden eigenlijk allemaal al bij al vlot gevonden, ik wandelde langs het water, moest eventjes grondig slikken aan het Sas zelf, en nam de nodige foto’s.

Ik wandelde verder, sloeg het Meersstraatje in, pinkte een stevige traan weg op Rohoekske, ging Durmenbrug over, liep terug langs het water, vond alle codes en pikte langs een boerenslag de bonus op. Het begon al te schemeren toen ik terug aan de auto was en mijn fysieke batterijen waren plat, maar de mentale weer helemaal opgeladen.

Ergens blijft het toch ook mijn Zomergem…