Oudejaarsavond

Voor het eerst in jaren vierden we nog eens écht oudejaarsavond. Vorige jaren bleven we gezellig thuis met de kinderen, aten massa’s hapjes en keken films. Dit jaar had Gwen mij en Sofie een berichtje gestuurd: of we geen zin hadden om af te komen met de kinderen.

We zeiden uiteraard geen nee, en wij zorgden voor de hapjes en het dessert, Gwen maakte het hoofdgerecht, en Sofie had soep, taart en drank mee. Allemaal dik in orde dus!

Tegen zeven uur waren we bij hen, en het werd een zeer gezellige avond. Hapjes met hopen en kilo’s, dankzij mijn allerliefste echtgenoot. Hij doet dat graag, en mijn rug deed weer eens moeilijk. Intussen heb ik het verschil leren kennen tussen “Ga liggen en BLIJF!”  en “Kom van uw luie kont en beweeg ne keer een beetje!”

Dit was het laatste, en dus nam ik in de namiddag nog de fiets richting Gent om er een oudejaarscacheke op te pikken aan de Sint-Salvatorkerk. En dan ben ik maar verder gefietst tot aan Sint-Jacobs om er in de Italiaanse winkel een cadeautje voor Gwen te halen, en dan via de Reke (en mijn cache die daar ligt) terug naar huis.

In totaal zo’n tien kilometer op de elektrische fiets dus, en het deed behoorlijk veel deugd: de rug deed het weer. Gevoelig, dat wel, maar in orde.

Bart had intussen zowel hapjes als dessert gemaakt, en beide werden zeer gesmaakt, net zoals de soep die Sofie had gemaakt, en de hertenstoofpot met gevulde appeltjes en een zeer lekker soort kroketachtige dingen.

Tussen dessert en taart schoot het ons plots te binnen: het vuurwerk! We trokken jassen aan, Erik nam een zak mee met glazen en een fles bubbels, en we begonnen te stappen aan een stevig tempo richting stad. Alleen… we waren net iets te laat vertrokken, zodat we de Portus Ganda niet meer haalden, maar aan de Sint-Machariuskerk bleven staan, vlakbij ons vroegere kot. We stonden er op een bijzonder goed plekje tussen een hoop ander volk en genoten.

Daarna moesten we natuurlijk wel nog twintig minuten terugstappen. Tsja… Maar toen was er gelukkig nog taart ^^

Enfin, tegen twee uur waren we terug thuis, maar ik kon helaas nog lang niet slapen. Ik vond het in elk geval een zeer fijne avond. Voor de jongens was het wellicht wat minder, maar bon, dat hoort er dan maar bij.

Wij zijn in elk geval het nieuwe jaar goed ingezet.

Maak er een schitterend 2020 van!

 

Geocachen in Zingem

Sinds Véronique verhuisd is naar Ronse, zie ik haar nog amper. Heel begrijpelijk, maar wel heel erg jammer. Ik mis mijn maatje wel een beetje, ja.

Gisteren belde ik haar: dat het vandaag stralend weer ging zijn, en of ze geen zin had om te geocachen? Het antwoord liet niet lang op zich wachten, en dus spraken we af zo’n beetje in het midden, namelijk aan de Schelde in Zingem.

Het werd een prachtige wandeling met Véro, Peter, Léonore, Sophia, Merel en ik. En mooi verstopte en gemaakte caches, dat ook: 12 stuks met een bonus. En nog wat losse ertussendoor. Ik genoot intens.

We startten kwart voor twee en waren tegen half vijf terug aan de auto, waar een thermos nog redelijk warme chocomelk op ons wachtte, samen met een hoop frangipannekes. Ook Merel zei het: een pràchtige dag, in heel fijn gezelschap.

Dit is voor mij pas echt vakantie, geloof me.

Korda on tour

Anderhalve week na Omen, en het kriebelt nog steeds. Toen ik vorige week donderdag op mijn FB schreef dat ik op mijn eentje op café zat – een koffie in de Labath tijdens Merels blokfluitles – had Wim geantwoord dat hij gerust wilde afkomen. Mind you, die woont in Balen, op anderhalf uur rijden zonder verkeer. Donderdagavond tijdens de spits? Dik twee uur.

Geen goed idee dus, want ik had ’s avonds ook nog koorrepetitie. Maar ik vond het wel een bijzonder fijn idee, en dus spraken we af dat hij vandaag ging langskomen om gezellig iets te drinken. En hij mocht gerust nog andere Korda meebrengen, mochten die willen. En jawel, na dik twee uur in de auto stonden hier, iets over achten, Wim, Mathias en Lorenzo.

Het werd een gezellige avond van kletsen over Omen, de Korda, larp in het algemeen, maar ook andere dingen. Er werd geschaakt, er werd bier gedronken, er werd gelachen, en rond middernacht reden ze terug naar huis, anderhalf uur.

Goed zot, zeg ik u, maar wel zalig. Een hele fijne avond gehad.

Vriendschap

Eigenlijk ken ik Koen niet echt zo goed. Al een paar jaar een larpvriend, ja, en het klikt wel tussen ons. Hij is net als ik een taalfreak, maar is gedesillusioneerd uit het onderwijs gestapt en werkt nu in de Colruyt. Als rekkenvuller.

De paar keer dat we samen hebben gespeeld, was het meestal hard tegen onzacht. Maar ergens begrepen we elkaar altijd al. Toen hij door een diepe depressie ging, hield ik hem vanop een afstandje in het oog. Met hier en daar eens een vraagje aan zijn maten, of het wel ging. En behoorlijk bezorgd om zijn alcoholgebruik, dat ook, toen het toch wel erg de verkeerde kant begon op te gaan.

Koen is ook Eriks beste vriend. Je weet wel, Erik, die gigantisch fijne larpkerel die eind juni besloot om er een eind aan te maken. Toen ik het hoorde, gingen mijn eerste gedachten uit naar Eriks ex, de moeder van zijn dochter. En toen naar Koen. Met een dikke godverdomme.
Het was einde schooljaar, een te drukke periode voor mij om veel contact op te nemen, maar ik wist dat ze elkaar goed omringden, daar in Antwerpen. En dat Koen daar nood aan ging hebben. Uiteraard.

Toen ik op de dag van Eriks afscheidsdienst – de dienst zelf miste ik door andere verplichtingen – in The Cauldron kwam, werd ik langs alle kanten vastgepakt door larpvrienden, die even erg in zak en as zaten. En kwamen er meteen ook verschillende mensen naar me toe: “Koen zit binnen. Ga naar hem toe.” Wat ik uiteraard ook deed. We pakten elkaar vast, woordeloos, en bleven zo’n vijf volle minuten zo staan, denk ik. En toen grabbelde hij iets uit zijn binnenzak. “Hier. Lees mijn tekst.” Dat deed ik, terwijl hij in stilte naast mij voor zich uit zat te staren. Ik gaf hem de tekst terug, veegde mijn tranen weg, en knikte. Meer niet.

Later die avond hebben we nog gepraat, en ik heb hem uiteindelijk naar huis gevoerd. Ik wilde niet dat hij op dat moment nog een uur op een troosteloze bus moest zitten.

Gisterenavond ben ik bij hem gaan eten. Iets wat we eigenlijk al heel lang eens gingen doen, nog lang voor Erik. Het werd een aangename avond met vooral veel gepraat over muziek en literatuur. De verwachte huilpartijen bleven uit, ook al hebben we het onderwerp niet gemeden. Maar het werd een bijzonder gemoedelijke avond, alsof ik hem al jaren door en door ken.

En Koen kookt ook niet onverdienstelijk, al had ik de tarte tatin thuis in de ijskast laten staan. Goed bezig.

Nee, ik ga Koen niet wekelijks of zelfs niet maandelijks zien, dat weet ik. Dat weet hij ook. Maar als hij het vraagt, zal ik er staan. Want die connectie, die is er wel. Die zal er wellicht ook altijd wel blijven.

Vriendschap, het is iets raars. Toch?

DnD

Ik had het in oktober al gemeld: we waren eindelijk weer met een DnD-campagne gestart, onder leiding van Jesse. Toen al had ik het gevoel dat deze groep veel beter ging werken dan de vorige, en jawel: we gaan vooruit!

We hebben ook al tranen gelachen: een race waarbij Yorick als een gek op een tyrannosaurus genaamd Bananenbloempje door de jungle host, toestanden met de seksuele frustratie van Robbes personage, behoorlijk bizarre dinges. Maar wat wil je, met een campagne die Tomb of Annihilation heet en een zombietyrannosaurus als logo heeft?

En op het appartement van Jesse en Emma crossen ook twee allerschattigste roste katjes rond die zich bij tijd en wijle op onze schoot nestelen: cuteness overload.

Gent-Berchem-Antwerpen-Balen-Gent

Dat het gisteren -alweer- een drukke dag was. En eigenlijk was ik het niet van plan en heb ik nog getwijfeld tot op het moment dat ik vertrokken ben.

Het was namelijk Aetherdag. Ik ga voor het eerst meespelen, allez, figureren op Aether, een larp die gesitueerd is in een fictief jaren ’20, compleet met hoge hoeden, petten, enorme jurken, hoeden, parasols… Zo goed als geen fysiek vechten, wel heel veel roleplay en politiek. Het lijkt me echt wel iets voor mij, maar ik ken de wereld dus niet. Vandaag was er figurantenbriefing, kiezen van kostuums, dat soort dingen, van twee tot vijf. Ik ben om vijf uur stipt toegekomen – ik had het gevraagd en het kon nog – en heb een heel uitgebreide briefing gekregen en een stuk kostuum. Maar om enkel daarvoor even tot in Berchem te rijden, meh. Dus had ik gevraagd aan Koen en Lorre of die geen zin hadden om samen iets te eten. Die stonden dus om half zes ook in Berchem – “Hoe, Koen, zijt gij hier terug? Gij zijt hier toch al geweest?” “Euh ja, maar we komen Gudrun ophalen.” Verbaasde blik – en we reden dan samen naar de Wagamama. Ik had daar nog nooit gegeten, maar wel al veel goeds over gehoord. Het eten was dan ook dik in orde, het gezelschap ook.

Daarna waren we uitgenodigd in Balen voor Yannis zijn 21ste verjaardagsfeestje, een van de Korda Boys. Bizar, op mijn leeftijd, maar wel fun. Al was ik eigenlijk niet van plan te gaan. Maar Lorre en Koen vonden dat ik niet flauw moest doen, en eigenlijk was ik nog bijzonder wakker, dus alla, ik ben dan toch maar naar ginder gereden. Tsja.

Het was ook dik in orde: niet te veel volk, maar wel compleet waanzinnige ongein. Iets met Boratzwembroeken en zo :-p En nee, daar zijn geen fotografische bewijzen van. Enfin, het was na drieën tegen dat ik weer thuis was, na een drukke maar fijne dag.