Picknick in het Middelheimpark, editie 4

Ik probeer er een traditie van te maken, van die zomerse picknick in het Middelheimpark.

In 2017 was dat voor de eerste keer het geval, en toen waren we redelijk op den bots met een man of twintig en liepen we ook rond om het beeldenpark zelf te zien.

In 2018 hadden we het door omstandigheden moeten uitstellen naar eind augustus en waren er behalve ons nog vier anderen. Maar gezellig werd het wel.

Editie 2019 was door eerder slecht weer opnieuw eind augustus, maar toen waren we toch weer met achttien in totaal ^^

Vorig jaar was er, om bekende redenen, geen picknick, maar dit jaar dacht ik: waarom niet op 21 juli? Een vrije dag voor iedereen, vaak geen echte plannen voor vakantie dit jaar, en met ruimte voor uitstel. En: geen Gentse Feesten.
Ik postte het op Facebook, nodigde vooral de LARPvriendjes uit, en zag dat iedereen duidelijk behoefte had aan samenzijn en een gezellige babbel.

Het weer beloofde droog te blijven, 23° was ideaal, en jawel, maar liefst 48 mensen (baby Wannes meegerekend) kwamen gezellig op het grasveld zitten. Er werd gepraat, getetterd, gegeten, een groepje ging kubb spelen, de oudere kinderen gingen op wandel met de hond, enfin, vakantiesfeer troef. Het was vooral duidelijk dat we elkaar gemist hadden. LARPvolk, ja, maar eigenlijk zijn we gewoon, zoals Danny het uitdrukte, een tribe. En ik mis mijn tribe.

Uiteraard was er halverwege de namiddag de verhuis van de schaduw van de boom naar de schaduwrijke rand achteraan het veld. Trouwens, dat is toch wel de fijnste wegbeschrijving ooit: “Ge parkeert aan de Middelheimlaan, komt binnen via de hoofdingang links van de gesmolten boot, gaat rechts richting het kasteeltje en dan weer links, en tegenover de ijsbeer gaat ge het veld op naar de zwangere roddelende vrouwen.”

Enfin, ik had een heerlijke, rustgevende, ontspannen namiddag.

Huisje kijken

Peggy, de personeelsverantwoordelijke van onze school, is eigenlijk al lang meer dan een collega.

Afgelopen jaar is ze verhuisd van Mariakerke naar Wondelgem, en ook al had ik de bouw van dat nieuwe huis meegevolgd – zowel door haar verhalen als door af en toe eens langs te fietsen – ik was er nog steeds niet geraakt.

Enfin, geraakt is eigenlijk niet het juiste woord: als risicopatiënt was het voor haar nu niet direct aangeraden om volk over de vloer te laten komen. Maar we hadden al eventjes gezegd: als het van de vakantie goed weer is, kom ik ne keer op uw terras koffie drinken en uw huis bekijken. Meer nog: we hadden de week van de 19de voorzien in onze agenda, want daarvoor zou het toch niet lukken.

En dus kreeg ik plichtsgetrouw een berichtje: dinsdag koffie? Vrolijk fietste ik dus richting Peggy, waar ik dacht een goed uur of zo te zitten. Ja goe were!

Ik had het eigenlijk moeten weten: we hadden al zo lang niet meer de tijd gehad om eens deftig te kletsen aangezien zij vooral thuis werkte. Ik was er tegen kwart voor drie, en het was na zessen tegen dat ik weer op de fiets zat.

Maar man, dat deed deugd! Gewoon over vanalles nog eens tetteren, en eigenlijk bijzonder weinig over het werk, zo hoort dat in de vakantie.

En dat huis? Stevig de moeite!

Vriendjesdag

Voor haar laatste blokfluitles mocht Merel een vriendinnetje meenemen, en dus reed ik rond een uur of vijf met twee giechelende meiden op de achterbank naar de Poel.

Erg vond ik dat absoluut niet, want de café Labath is weer helemaal open en dus kon ik rustig binnen genieten van mijn koffietje, mijn boek en voor de gelegenheid zelfs een stukje taart. Dat had ik verdiend, vond ik, na een lange dag deliberaties.

Maar na de les waren we eigenlijk niet gehaast, zodat ik de magische woorden sprak: “Zeg dames, wat denken jullie van een ijsje?” Het antwoord was iets tussen een sprong, een gil, een lach, of alles tegelijk.

Een dikke vijf minuten later zaten we, zoals de traditie het vereist, op het muurtje van de Graslei. Ik had geen ijsje meer genomen, die taart was al welletjes. Maar de gezichten spraken boekdelen.

Zomerse zondag

Een zomerse zondag om duimen en vingers bij af te likken.

Zo was er de zelfgemaakte confituur en daarna een koud buffet om u tegen te zeggen. Mijn echtgenoot is echt wel de max.

En toen trokken ons pa en ik er nog op uit om de rest van de geocache in  park Halfweg te gaan zoeken. Helaas, de cachegoden waren ons niet goed gezind: de servers lagen plat! Geen mogelijkheid dus om de tussenpunten te gaan zoeken. Twee van de vijf ontbrekende tags konden we nog lokaliseren door op het gevoel af te gaan, en jawel, ook de uiteindelijke cache kon ik vinden puur op ervaring. We vonden er wel een enorme twaalfstammige boom – je moet de tweede foto met ons pa erbij maar eens bekijken – en een handgekapte prauw. Wijs!

We hadden alweer een zeer fijne wandeling, maar ik heb er helaas ook reuzeberenklauw gespot. Gelukkig werd die blijkbaar al regelmatig afgedaan, ’t stad moet er dus wel van weten. En ja, die is dus vlotjes drie meter hoog he!

Plots stonden we ook tussen de schapen: de Gentse stadsherder kwam even langs met de beestjes, die in de zomer sowieso gebaseerd zijn aan de Watersportbaan.

Aansluitend was er ook nog taart in de tuin met Marleen: die kwam haar verjaardag vieren ^^

 

Vanitas vanitatum

Ik moest al eventjes naar de kapper, en ook Merels topjes moesten dringend bijgeknipt worden om het haar weer gezond te zetten.

Toen ik daarbij de suggestie maakte om mêches, ofte highlights, zoals het nu standaard genoemd wordt, in haar haar te steken, begon ze gewoon letterlijk op en neer te springen.

En dus zaten we deze namiddag bij de kapper en zat Merel te glunderen dat het niet meer mooi was. Of eigenlijk net wél mooi.

De kapper had het niet gebrusht omdat Merel sowieso had afgesproken met Lieze en Julie om te komen zwemmen en dat dan een beetje overbodig zou zijn.

Na een kwartier dook er plots nóg een vriendinnetje op: Kobe had aan Kaat gevraagd of ze ook niet kwam zwemmen. Ze hadden beiden blijkbaar geen zwaar examen, zodat dat zwemmen wel moest kunnen. Tsja…

Tegen ijsjes werd er ook geen bezwaar gemaakt.

En Merel viel tegen de avond gewoon uitgeput in de zetel. Hoe zou dat komen, denk ik?

Podcast met barbecue

Een hele tijd geleden contacteerde Mathias me: hij was samen met Stijn en Stef, een paar andere jonge gasten uit Balen en ook larpers, een podcast begonnen. Ze hadden al verschillende gastsprekers gehad over verschillende onderwerpen, en wilden het nu over larpen hebben. En toen hadden ze blijkbaar alle drie onmiddellijk aan mij gedacht als larpveteraan en tante Olga.

Normaal gezien werd dat opgenomen bij Mathias thuis in een studio, maar dat zagen zij – en ik – niet zitten in de huidige coronaomstandigheden. Geen nood, ze gingen wel tot bij mij komen met al hun materiaal, zolang het droog was kon dat probleemloos buiten.

We hadden dus drie zaterdagen vooropgesteld, en bij de eerste droge dag zouden we opnemen. Vandaag dus.

Tegen zes uur kwamen ze dus met een pak microfoons, kabels, koptelefoons en een mengpaneel aanzetten, en Wim was ook mee als geluidstechnicus. Er werden pinten en duvels uitgeschonken, een ice tea voor mij, en we begonnen eraan.

Man, dat uur was gigantisch snel voorbij, eigenlijk, en we hebben goed gelachen. Ik zal hier de link wel zetten zodra ze het gepubliceerd hebben, geen probleem.

En toen had ik een barbecue voorzien. Allez ja, Bart had alle boodschappen gedaan en de groenten gesneden, Stijn –  die blijkbaar een barbecuefanaat en -wonder is – deed het eigenlijke bakken en de kinderen hadden de tafel gezet, ik heb geen poot moeten uitsteken.

Het werd eigenlijk nog een bijzonder gezellige avond, waarbij we de barbecue omgevormd hebben tot een heus kampvuurtje waarop we marshmallows hebben geroosterd.

Rond half twaalf heb ik hen buitengestoken: ze moesten nog anderhalf uur terugrijden natuurlijk.

Maar sociaal contact, dat doet deugd. En ik heb dus gigantisch veel zin om terug te larpen…