Ik sliep lang, en dat had zijn redenen: ik ben echt wel ziek nu. Maar met de nodige medicatie – ik kan helaas geen Sinutab of zo nemen wegens glaucoom – kon ik mezelf genoeg oppeppen om eerst om de hoek te gaan ontbijten in een Frans-Belgische zaak: het was niet ver en ook niet echt duur. Het weer was al bij al best doenbaar, al hingen er echt vreemde wolken. Iets voor Lieven Scheire, me dunkt.
We liepen even terug naar het appartement en namen de nodige regenjasjes en zo mee, want we wilden naar Kiek in de Kök. Jawel, dat heet echt zo: vroeger, in de tijd van de Hanzesteden, sprak men hier Middelduits, en dit is de naam van een toren van waarop de soldaten in de keukens van de lager gelegen huizen konden binnenkijken. Kiek in de Kök dus.
Concreet bleken het vier verschillende torens te zijn, met elkaar verbonden door een oude vestingsmuur met houten looppaden, zo van die dingen die je vaak in films ziet. Best wel wijs, maar man, wij hebben trappen gedaan zeg! Zo van die smalle draaitrapjes, stijl Gravensteen en al.
Na een uurtje stonden we weer buiten en moesten we het tweede deel, de onderaardse gangen, nog doen, maar ik stond letterlijk te trillen op mijn benen. Gelukkig heb je vier uur de tijd om de tickets te gebruiken, zodat Bart me mee naar huis sleepte en ik prompt anderhalf uur sliep.
Tegen half twee was ik voldoende opgeknapt om dat tweede deel te doen, maar dan toch eerst met een lunch achter de kiezen. Het begon licht te regenen, maar Bart loodste ons feilloos naar een heel fijn restaurantje met een beperkte maar inventieve en lekkere kaart. De serveuse stelde het blijkbaar zeer op prijs dat ik zei dat ik blij was dat we niet in een toeristenval verzeild waren.
Nu die innerlijke mens versterkt was, kon ik het wel weer aan om terug naar die Kiek te gaan en de ondergrondse gangen in te duiken. Die zijn blijkbaar middeleeuws, maar vooral ook tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt als schuilkelders. Griezelige dinges, als je het mij vraagt.
Bon, we doken weer boven op als een stelletje mollen, ik zocht en vond nog een cache, en we gingen op zoek naar een bakkerijtje want het brood hier is van de rare, voorverpakte soort. Alleen bleek dat bakkerijtje, ook al om de hoek – er zijn hier nogal wat hoeken – bijzonder populair te zijn voor zijn kaneelbroodjes. We hadden geluk: er was net een tafeltje vrij, maar ik moest nog even wachten want de kaneelbroodjes zaten nog in de oven en ze vlogen, jawel, als zoete broodjes de deur uit: er stond vrijwel constant een lange rij mensen aan te schuiven.
Oh, en dat brood? Dat was al uitverkocht, ze hadden dat maar heel beperkt. Dan toch maar, intussen weer in de regen, naar de supermarkt om de iets verdere hoek gelopen.
Rond half zes waren we thuis, rond half zes lag ik in mijn bed en sliep ik, en tegen half acht begon Bart de tafel te zetten zodat ik ook weer wakker werd.
De dag werd afgesloten met een Finse reeks, een telefoontje met mijn dochter en nog een halve doos zakdoekjes.
Dju, ne mens kan zich ellendig voelen. Hopelijk morgen beter, want dan wordt het Helsinki.


Pfff, balen zeg, zo ziek 😔 Hopelijk voelde u snel wa beter!