Geplooid

Deze ochtend dacht ik dat het wel ging lukken om les te gaan geven: ik was per slot van rekening al twee dagen braaf in mijn zetel gebleven, en ik zag er me ook op om naar de dokter te gaan voor een briefje.

Soit, een paracetamol gepakt en richting school. Het eerste uur les met mijn derdes ging vlot, het uurtje studie daarna met een handvol vierdes was ook geen enkel probleem, al begon het te minderen: ik vermoed dat de medicatie begon uit te werken en ik begon me mottig te voelen.

Toen ik tijdens het derde lesuur – een springuurtje en het lokaal was vrij – even ging liggen op een van de banken, met mijn sjaal onder mijn hoofd als kussen, stelde ik me toch de vraag wat ik eigenlijk in hemelsnaam aan het doen was. Nog vier uur lesgeven ging, als ik eerlijk was, niet lukken.

Ik heb mezelf en mijn spullen bijeen geraapt, ben gaan melden dat ik het niet volhield, heb nog een en ander van taak voorzien, en ben naar huis gereden, puur op wilskracht. Thuis heeft het geen vijf minuten geduurd voor ik in slaap lag…

Dus nee, die griep is zeker nog niet voorbij. En zoals de directie zei: liever nu ziek en vrijdag paraat dan omgekeerd. Want vrijdag is er de Beleefdag: 300 zesdestudiejaartjes komen les volgen, waarvan zo’n honderdtal een lesje Latijn bij mij moeten volgen, en dat is bijzonder belangrijk voor onze recrutering. Dus ja, vrijdag ziek zijn is geen optie.

En dus vandaag maar in mijn bed, met nog extra paracetamol, en duimen dat het lukt tegen vrijdag.

Meh.

Merel maakt pannenkoeken

Sinds gisteren ben ik ziek. Het zat er al aan te komen zaterdagavond: ik ben vroeger van de Vampire naar huis gekomen wegens barstende koppijn, en ik had nochtans al paracetamol genomen.

Gisteren was ik helemaal futloos en slap, en ik voelde me mottig. Echt koorts had ik niet, maar ik heb ook niet snel koorts, en als ik er dan heb, dan is het meestal gemeend. Vandaag heb ik me ook op school ziek gemeld: het ging gewoonweg niet. Griep, veronderstel ik, zoals de halve bevolking.

Maar het is Lichtmis, en de traditie wil dat er dan pannenkoeken gebakken worden. Ik had tegen Merel gezegd dat het dit jaar eens niet ging zijn, want dat ik me echt niet goed genoeg voelde om pannenkoeken te staan bakken. “Geen probleem”, had ze gezegd, “dan bak ik toch gewoon pannenkoeken? Je moet me gewoon een recept geven.”

Dat werd een Meuzie, en tegen half zeven stond mijn dochter hier gezwind pannenkoeken te bakken voor ons tweetjes. Ha ja, want Bart is daar zo gelijk niet zot van, die houdt niet zo van zoete dingen ’s avonds.

Het is zo gelijk wel een gemak in huis, zo’n vijftienjarige dochter. En die pannenkoeken, die hebben gesmaakt!

Wolfseynd

Nee, vandaag was het niet ideaal… Het opstaan was niks, ik ging vlot in het spel en ik kon netjes uitspelen wat ik wilde. Het weer zat eigenlijk best wel mee – het regende eigenlijk nauwelijks – en de spelers deden wat ze moesten. Maar ik had eigenlijk al niet zo veel zin in een ontbijt, en voelde me na verloop van tijd precies wat minder. Tegen de lunch was ik precies wat misselijk en ik at zo van ver een halve croque, meer niet. En toen begon het fout te gaan. Ik wilde niet uit het spel omdat een hele spelersgroep van me afhing voor een bepaald ritueel, maar nee, het ging van langsom slechter. Ik haastte me al een paar keer richting wc voor krampen en een iets te vlotte stoelgang om goed te zijn.

En toen, midden in het ritueel, ging het helemaal fout. Ik siste tegen Jesse – zijn personage heeft dezelfde krachten als ik – dat hij moest overnemen, trok een sprintje richting het dichtstbijzijnde toilet, kreeg gelukkig ook een emmer en kroop, helemaal leeg, in mijn bed. Bezorgd kwam spelleiding vragen of ik niet liever naar huis ging, maar anderhalf uur in de auto zou niet gelukt zijn, zowel qua misselijkheid als qua gebrek aan toilet of emmer in de onmiddellijke nabijheid.

Meh.

Ik heb lang en diep geslapen, me er niet of nauwelijks van bewust dat er af en toe iemand kwam checken of alles nog oké was. En tegen tien uur heb ik me uit bed gehesen, mijn outfit aangetrokken, nog wat bij laten schminken en ben ik alsnog opnieuw in het spel gegaan. Niet dat ik veel waard was: ik heb niet veel meer gedaan dan wat rondgehangen, maar bon, het was toch dat.

Jammer. Mijn laatste Omen had zoveel meer kunnen zijn, maar blijkbaar was ik niet de enige: het moet een gemeen virusje geweest zijn dat de ronde deed, want in totaal is een tiental mensen naar huis gegaan om dezelfde reden. Blah.

Tallinn: dag 2

Ik sliep lang, en dat had zijn redenen: ik ben echt wel ziek nu. Maar met de nodige medicatie – ik kan helaas geen Sinutab of zo nemen wegens glaucoom  – kon ik mezelf genoeg oppeppen om eerst om de hoek te gaan ontbijten in een Frans-Belgische zaak: het was niet ver en ook niet echt duur. Het weer was al bij al best doenbaar, al hingen er echt vreemde wolken. Iets voor Lieven Scheire, me dunkt.

We liepen even terug naar het appartement en namen de nodige regenjasjes en zo mee, want we wilden naar Kiek in de Kök. Jawel, dat heet echt zo: vroeger, in de tijd van de Hanzesteden, sprak men hier Middelduits, en dit is de naam van een toren van waarop de soldaten in de keukens van de lager gelegen huizen konden binnenkijken. Kiek in de Kök dus.

Concreet bleken het vier verschillende torens te zijn, met elkaar verbonden door een oude vestingsmuur met houten looppaden, zo van die dingen die je vaak in films ziet. Best wel wijs, maar man, wij hebben trappen gedaan zeg! Zo van die smalle draaitrapjes, stijl Gravensteen en al.

Na een uurtje stonden we weer buiten en moesten we het tweede deel, de onderaardse gangen, nog doen, maar ik stond letterlijk te trillen op mijn benen. Gelukkig heb je vier uur de tijd om de tickets te gebruiken, zodat Bart me mee naar huis sleepte en ik prompt anderhalf uur sliep.

Tegen half twee was ik voldoende opgeknapt om dat tweede deel te doen, maar dan toch eerst met een lunch achter de kiezen. Het begon licht te regenen, maar Bart loodste ons feilloos naar een heel fijn restaurantje met een beperkte maar inventieve en lekkere kaart. De serveuse stelde het blijkbaar zeer op prijs dat ik zei dat ik blij was dat we niet in een toeristenval verzeild waren.

Nu die innerlijke mens versterkt was, kon ik het wel weer aan om terug naar die Kiek te gaan en de ondergrondse gangen in te duiken. Die zijn blijkbaar middeleeuws, maar vooral ook tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt als schuilkelders. Griezelige dinges, als je het mij vraagt.

Bon, we doken weer  boven op als een stelletje mollen, ik zocht en vond nog een cache, en we gingen op zoek naar een bakkerijtje want het brood hier is van de rare, voorverpakte soort. Alleen bleek dat bakkerijtje, ook al om de hoek – er zijn hier nogal wat hoeken – bijzonder populair te zijn voor zijn kaneelbroodjes. We hadden geluk: er was net een tafeltje vrij, maar ik moest nog even wachten want de kaneelbroodjes zaten nog in de oven en ze vlogen, jawel, als zoete broodjes de deur uit: er stond vrijwel constant een lange rij mensen aan te schuiven.

Oh, en dat brood? Dat was al uitverkocht, ze hadden dat maar heel beperkt. Dan toch maar, intussen weer in de regen, naar de supermarkt om de iets verdere hoek gelopen.

Rond half zes waren we thuis, rond half zes lag ik in mijn bed en sliep ik, en tegen half acht begon Bart de tafel te zetten zodat ik ook weer wakker werd.

De dag werd afgesloten met een Finse reeks, een telefoontje met mijn dochter en nog een halve doos zakdoekjes.

Dju, ne mens kan zich ellendig voelen. Hopelijk morgen beter, want dan wordt het Helsinki.

 

Thuisgezet

Vandaag had ik dus eigenlijk examen van mijn zesdes moeten afnemen, maar ik kan nauwelijks stappen, dus werken zat er helemaal niet in. Nu ja, die zesdes kennen mijn examens en mijn vraagstelling, ik denk niet dat er sowieso vragen gingen zijn.

Maar de dokter die op huisbezoek kwam, was formeel: rust. Mijn spieren staan allemaal keihard en dus schreef hij me Voltaren voor tegen de ontsteking en de pijn en vooral ook Diazepam om die spieren te ontspannen. Met de hele duidelijke waarschuwing dat ik dat maximaal vijf dagen mag nemen, want benzodiazepines zijn zeer verslavend. Ik ging het effect wel snel voelen, zei hij.

Hij ging me meteen thuis zetten tot eind december, maar de 20ste was voldoende: daarna was het toch vakantie. Maar ik moet het dus echt rustig aandoen, ook wanneer de rug verbetert, want die moet echt eerst weer helemaal op zijn plooi komen.

Verbeteren zit er sowieso niet in, maar ik ga zien hoe ver ik geraak. School kan het me per definitie niet kwalijk nemen als ze niet verbeterd zijn, want ik ben in ziekteverlof. Hell, andere collega’s zouden het ook niet doen en hebben het in het verleden ook vertikt. Ik ga in elk geval proberen de derdes en de vijfdes te doen, voor de rest zien we wel.

En de klassenraden en de rapporten en zo, dat zal helaas verdeeld moeten worden onder de collega’s, want ook dat gaat niet lukken.

Geen fijne afsluiter van het eerste semester, maar bon, het is niet alsof ik daarvoor gekozen heb.

Balen

Zucht.

Ik baal als een stekker, maar het zat eraan te komen: de dokter heeft me twee weken thuis gezet. Eigenlijk wilde ze dat nog langer, maar ik wil mijn leerlingen minstens nog één keer zien voor de examens beginnen.

De rug doet het namelijk nog steeds absoluut niet, integendeel. Vorige week maandag was ik naar de arbeidsgeneesheer geweest, en die had me aangeraden om tegen de acute rugpijn – heviger dan anders – tien dagen ontstekingsremmers te nemen, zodat de veronderstelde ontsteking zou genezen. Alleen mag je dan misschien niet zo actief blijven als ik wel gedaan heb, denk ik dan. In de vakantie heb ik me koest gehouden, maar er waren de heftige repetities voor het koorconcert waar ik misschien wel koppiger geweest ben dan verantwoord was. Aan de andere kant: voor dat ene stuk waren we echt met weinig tenoren en konden ze me écht wel gebruiken. En als ik een engagement aanga, probeer ik me daar ook aan te houden.
Gisteren vroeg onze huidige – waarnemend want de eigenlijke directeur is ziek – directeur of het ging, en ik moest toegeven dat ik op mijn tandvlees zat, dat ik bij momenten misselijk was van de pijn, en dat ik de schoolraad ’s avonds niet zag zitten, maar die wel online vanuit mijn zetel wilde bijwonen. Nu, ze kent me ook wel al een beetje en zei dat mijn gezondheid prioriteit kreeg, dat ze begreep dat ik zo vlak voor de examens eigenlijk niet wilde opgeven, maar dat ik altijd online mocht lesgeven, dat ze dan wel voor de praktische kant gingen zorgen. Ze wist dat dat vlot ging van tijdens de coronaperiode, en als dat me zou helpen, dat dat dus ook kon.
Wel, dit is nog maar eens een bewijs van warme school. Echt, mijn school -welke tekortkomingen er ook mogen zijn zoals op elke school – mijn school is de warmste die ik ken. Zorgzaam, meedenkend, oplossingsgericht…
Gisterenavond zat ik dus vanuit mijn zetel de schoolraad te volgen, deze morgen gaf ik gewoon les, maar het ging moeizaam. En toen ging ik dus naar de dokter. Die gebood me onmiddellijk te stoppen met die ontstekingsremmers – uw lever en nieren reageren daar niet zo goed op, tien dagen is zowat de limiet –  en zette me thuis. Ze ging dat doen tot minstens begin december, maar op mijn duidelijke protest heeft ze dat beperkt tot en met de dinsdag, zodat ik nog drie dagen kan lesgeven en zowel mijn derdes, vijfdes als zesdes nog één keer in levenden lijve kan zien voordat ze examens hebben. Dat helpt altijd tegen de zenuwen en de stress, en vooral mijn derdes hebben daar nood aan, want die hebben nog nooit een examen Latijn gehad en zijn nu al aan het panikeren.
Ik mag dus ook online lesgeven aan mijn hogerejaars, en ik mag gelukkig ook nog uitstapjes doen, zolang ik maar mijn grenzen bewaak. Ik mag zelfs gaan larpen – oef! – omdat ik daar mijn eigen grenzen kan aangeven en kan gaan liggen wanneer ik dat zelf bepaal. Ik heb wel even moeten uitleggen wat larpen was, en ze moest lachen. Maar het mag dus, als ik zelf vind dat het kan.

Maar ik vind het ronduit klote. Ik wil werken, ik wil lesgeven, ik wil leven op mijn eigen tempo zonder dat mijn rug dat bepaalt. Of nog meer bepaalt dan dat hij nu al doet, want alle fijne dingen en feestjes en babyborrels de voorbije weken heb ik toch al moeten afzeggen. Geen Halloweenfeestje bij Bart en Birgit waar ik zo naar uitkeek en waar ik al helemaal een outfit voor had, geen babyborrel van de kleine Suze bij Philip en Margaux, wellicht ook geen Kommil Foo morgen met de Cultuurcel van de school.

Serieus.
Kloterug.

Het betert stilaan, maarre…

Wees al een dag of vijf geveld door de griep. Voel u op dag vijf wel wat beter, goed genoeg om te douchen, u aan te kleden en wat werk te doen. Raap uzelf samen om uw dochter naar de blokfluitles te voeren, want een uur stilzitten en lezen bij een koffie moet nog wel lukken.

Bestel u bij uwe koffie een stuk cheesecake omdat die er zo goed uitziet en ge toch nog geen vieruurtje hebt gegeten. Neem een hap van de bijzonder smakelijk uitziende taart. Realiseer u pas dan dat ge eigenlijk al vier dagen niks meer smaakt.

Zucht eens diep.
Het uurtje in de Labath was meer dan genoeg, ik ben thuis gekomen en in mijn zetel geploft. Het koor, dat lukte sowieso niet meer, al was het maar omdat ik nog stevig aan het sniffelen ben en dat ik al zingend misschien wel wat microben zou verspreiden. En wie weet is het toch corona?

Nope

Nee, het is het nog steeds niet oké vandaag. Ik ben om zes uur opgestaan om Bart naar het station te voeren – hij gaat een drietal dagen naar Londen – en het terugkeren was toch eigenlijk puur op wilskracht. Ik ben onmiddellijk gewoon weer in mijn bed gekropen, compleet met opnieuw mijn slaapkleedje aan en al. Ik heb geslapen tot elf uur, en echt wel diep. Serieus.

Gelukkig zag Kobe het zitten om quiche te maken – Bart had al boodschappen gedaan en alles voorzien – want het ging echt wel niet. Ik doe er Kobe eigenlijk zelfs een plezier mee, want quiche is met ruime voorsprong zijn favoriete gerecht en hij maakt hem ook perfect klaar.

En met spijt in het hart moest ik ook verstek laten gaan voor de dansvoorstelling van de Cultuurcel. Ik had het bijzonder graag gezien in het  Concertgebouw Brugge, Tao Dance Theatre, maar het zou echt niet gelukt zijn.

Ik heb dus liggen balen in mijn zetel. Lamlendig.

Blergh

Allez hup, dag drie is dus nog ellendiger dan dag twee. Als in: opgestaan om medicatie te kunnen nemen, want het geklop in mijn sinussen doet een drilboor alle eer aan. En nee, ik kan de meeste medicatie niet nemen wegens glaucoom.

Ik kruip gewoon terug. Meh.