Ik vermoed dat het aan de ADHD ligt, maar waar Bart er plezier in vond rustig op het appartement te blijven en te lezen en te schrijven en wat te werken, toog ik op mijn eentje opnieuw de stad in om te verkennen en extra caches te loggen – iets waar Bart niks aan vindt en waardoor ik hem dus niet ambeteer.
Ik ging eerst voor een koffie met een kaneelpretzel in één van de oudste koffiehuizen van de stad, compleet met een nyckelharpa serenade.
Ik wandelde verder, genoot van de staalblauwe hemel en de prachtige middeleeuwse architectuur, las alle mogelijke infoborden, stadslegendes en uitleg over alle mogelijke plekjes, en genoot.
De laatste foto is trouwens genomen van aan ons voordeur.
Bart had intussen boodschappen gedaan en maakte een fijne omelet, en daarna trokken we opnieuw de stad in, naar een andere wijk deze keer, Rotermann, om er naar PoCo – Pop-Art Museum te gaan. Eerlijk, ik had er me niet al te veel van voorgesteld omdat er weinig reclame rond is, en de locatie boezemde ook al niet te veel vertrouwen in: een gewoon rijhuis in een hippe buurt met alle bekende winkels. Maar het verraste, met veel bekend werk, herkenbare profielen en nieuwe namen. De moeite waard, jawel.
Aangezien we nu toch in zo’n hippe wijk zaten, dronken we iets op een terras, parkeerde ik Bart daar en ging op zoek naar cadeautjes voor de kinderen. Sinds een paar jaar is dat een coole T-shirt voor de jongens, maar je moet altijd eens de gezichten zien van het hippe personeel als ik daar dan in zo’n winkel in de T-shirts ga snuisteren… Soit, ik vond voor iedereen iets, dronk nog een extra koffie en we wandelden terug.
En ’s avonds gingen we chic gaan eten in een sterrenrestaurant, maar dat krijgt later nog zijn eigen aparte post.
Ik sliep lang, en dat had zijn redenen: ik ben echt wel ziek nu. Maar met de nodige medicatie – ik kan helaas geen Sinutab of zo nemen wegens glaucoom – kon ik mezelf genoeg oppeppen om eerst om de hoek te gaan ontbijten in een Frans-Belgische zaak: het was niet ver en ook niet echt duur. Het weer was al bij al best doenbaar, al hingen er echt vreemde wolken. Iets voor Lieven Scheire, me dunkt.
We liepen even terug naar het appartement en namen de nodige regenjasjes en zo mee, want we wilden naar Kiek in de Kök. Jawel, dat heet echt zo: vroeger, in de tijd van de Hanzesteden, sprak men hier Middelduits, en dit is de naam van een toren van waarop de soldaten in de keukens van de lager gelegen huizen konden binnenkijken. Kiek in de Kök dus.
Concreet bleken het vier verschillende torens te zijn, met elkaar verbonden door een oude vestingsmuur met houten looppaden, zo van die dingen die je vaak in films ziet. Best wel wijs, maar man, wij hebben trappen gedaan zeg! Zo van die smalle draaitrapjes, stijl Gravensteen en al.
Na een uurtje stonden we weer buiten en moesten we het tweede deel, de onderaardse gangen, nog doen, maar ik stond letterlijk te trillen op mijn benen. Gelukkig heb je vier uur de tijd om de tickets te gebruiken, zodat Bart me mee naar huis sleepte en ik prompt anderhalf uur sliep.
Tegen half twee was ik voldoende opgeknapt om dat tweede deel te doen, maar dan toch eerst met een lunch achter de kiezen. Het begon licht te regenen, maar Bart loodste ons feilloos naar een heel fijn restaurantje met een beperkte maar inventieve en lekkere kaart. De serveuse stelde het blijkbaar zeer op prijs dat ik zei dat ik blij was dat we niet in een toeristenval verzeild waren.
Nu die innerlijke mens versterkt was, kon ik het wel weer aan om terug naar die Kiek te gaan en de ondergrondse gangen in te duiken. Die zijn blijkbaar middeleeuws, maar vooral ook tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt als schuilkelders. Griezelige dinges, als je het mij vraagt.
Bon, we doken weer boven op als een stelletje mollen, ik zocht en vond nog een cache, en we gingen op zoek naar een bakkerijtje want het brood hier is van de rare, voorverpakte soort. Alleen bleek dat bakkerijtje, ook al om de hoek – er zijn hier nogal wat hoeken – bijzonder populair te zijn voor zijn kaneelbroodjes. We hadden geluk: er was net een tafeltje vrij, maar ik moest nog even wachten want de kaneelbroodjes zaten nog in de oven en ze vlogen, jawel, als zoete broodjes de deur uit: er stond vrijwel constant een lange rij mensen aan te schuiven.
Oh, en dat brood? Dat was al uitverkocht, ze hadden dat maar heel beperkt. Dan toch maar, intussen weer in de regen, naar de supermarkt om de iets verdere hoek gelopen.
Rond half zes waren we thuis, rond half zes lag ik in mijn bed en sliep ik, en tegen half acht begon Bart de tafel te zetten zodat ik ook weer wakker werd.
De dag werd afgesloten met een Finse reeks, een telefoontje met mijn dochter en nog een halve doos zakdoekjes.
Dju, ne mens kan zich ellendig voelen. Hopelijk morgen beter, want dan wordt het Helsinki.
Ik zou goed geslapen hebben, ware het niet dat mijn neus compleet verstopt was vannacht. Ik vrees dat ik een stevig geval van sinusitis heb: koppijn, verstopte neus, dan weer loopneus, pijnlijke ogen, enfin, het hele gedoe. Ik ben echt wel mottig…
Maar ik genoot van het ochtendlicht in onze living, ook al sliepen we vrij lang.
We ontbeten – daar had Bart voor gezorgd, die had melk en cornflakes mee van thuis – en tegen elf uur gingen we de stad in. Ons logement ligt dus echt op een straat van het centrale plein, heerlijk gewoon. En het was warm vandaag, dik 27 graden. We liepen rond, deden van geocache en gingen vooral ook naar ‘boven’, waar je panoramisch zicht hebt over de stad. We wilden dat vooral vandaag doen, nu de zon nog schijnt.
We liepen – uiteraard – ook de Alexander Nevskikathedraal binnen, een pareltje van Russisch-Orthodoxe kunst en zagen waar Trump zijn inspiratie voor bling vandaan haalde.
We wandelden verder naar beneden, terug naar het centrale plein, en konden daar hoegenaamd niet weerstaan aan de naam van een restaurant: Troika. Drs. P. zou trots geweest zijn op ons. Het bleek een Russisch restaurant te zijn, compleet met barse bediening, maar met een degelijk, goed maar pokkezwaar stoofpotje. Ik kreeg Super Mario vibes toen ze het kwamen brengen.
En toen gingen we even terug naar ‘huis’ want ik voelde me echt slecht en wilde even slapen. Bart vond dat helemaal niet erg, zeker niet toen het dan ook nog eens begon te onweren en er een heuse wolkbreuk boven ons hoofd hing. Het water liep in kanaaltjes naar beneden.
Bart was wel al even naar de supermarkt gelopen, we konden dus gewoon brood eten, en tegen kwart na zeven gingen we voor een avondwandelingetje: om half acht was er, op zo’n vijf minuten wandelen, een geocache eventje van Nederlandse cachers, en dat vond ik wel leuk. Bart moest lachen.
Jammer genoeg begon het daarna weer te druppelen, zodat we onze wandeling wat inkortten en tegen goed acht uur terug op het appartement waren. Tsja. Maar ik was tegen dan toch weer behoorlijk ellendig, dus erg vond ik het niet. Morgen gaan we proberen tegen zonsondergang terug boven te gaan, zodat we daar een uitzicht op hebben.
En vooral: ik hoop dat ik me beter voel, want dit is het toch niet, nee.
Het werd een vreemde, lange dag. Een rustig ontbijtje, dan mijn valies maken, ons pa halen, eten, pa terugbrengen, en om 15.20 uur de taxi naar het station. Aansluitend de trein naar Brussel, overstap naar luchthaven. Bart had ervoor gezorgd dat we drie uur op voorhand waren, want daar hadden ze uitgebreid voor gewaarschuwd: dat het het drukste weekend van het jaar was in de luchthaven, en dat de wachtrijen konden oplopen.
Euh.
We konden maar inchecken twee uur op voorhand, waardoor we nog een uurtje moesten wachten. Zucht.
Check-in en veiligheidscontrole verliepen vlot: voor een keer was ik het niet die de boel deed biepen, maar wel Bart. Geen idee waarom, overigens.
Iets over acht, stipt op tijd, vertrok het al bij al kleine vliegtuig, twee uur en een kwartier later stonden we aan de grond rond half twaalf plaatselijke tijd, bij een mooie 20 graden. Ik was wat mottig maar niet echt misselijk, dat viel dus nog best mee.
Een kwartiertje taxi later werden we midden in de oude stad gedropt, in een relatief chique zijstraat van de grote markt. En die AirBNB, die heeft Bart weer schitterend gekozen: veel ruimer dan op de foto’s, met een grote living, een ruime keuken/eetplaats, een deftige slaapkamer en een grote badkamer met zelfs een bubbelbad. Alles is wel verbonden met elkaar met kleine trapjes, maar op zich is dat niet zo erg.
We moesten nog even bekomen, maar nog wat later crashten we in wat een uitstekend bed bleek. Goeie keuze van mijn echtgenoot, echt wel.
Zoals gezegd doen we geen meerdaagse dingen deze vakantie, maar Amsterdam is niet zo ver natuurlijk, daar kan je makkelijk op een dag heen en terug. Bart wilde zeer graag de tentoonstelling van Marina Abramovic zien, en ik gaf hem geen ongelijk.
Wolf gooide ons dus om kwart voor acht af aan het station, zodat we de trein richting Brussel konden nemen. In mijn hoofd was Antwerpen logischer, maar volgens de NMBS kon dat niet om daar op te stappen op de HST. Waarop we prompt een tussenstop in Antwerpen maakten natuurlijk. Meh. Maar gelukkig was de trein wel rood: Bart wenst zich enkel in rode voertuigen te verplaatsen.
Enfin, iets over tien stonden we in Amsterdam Centraal en kreeg ik prompt een bericht van Jeroen dat ons pa bloed had overgegeven, en wat hij nu moest doen. Euh, de dokter bellen tiens? Die kwam langs, en stuurde, zoals verwacht, ons pa richting spoed. Ik vrat mijn kas op, daar in Amsterdam, het moest weer lukken natuurlijk. Soit, Jeroen bracht hem, en Roeland nam over in het ziekenhuis. En ik, ik nam extra maagmedicatie en stapte met Bart in een Uber richting Fabrique des Lumières voor een prachtig lichtspektakel zoals we al gezien hadden in Bordeaux.
Bart was eigenlijk ook op prospectie voor een latere reis met mensen uit zijn sector en had gedacht dat dit misschien wat te licht zou zijn, maar ik vond het prachtig. Het moet ook niet allemaal zwaar zijn, toch? En ja, je kan hier foto’s en filmpjes van blijven nemen…
Bon, we stapten buiten, genoten even van de prachtige omgeving en namen opnieuw een Über, richting Nxt Museum, gewijd aan digitale kunst. En ja, dit is zeker een aanrader. Niet bijzonder groot, maar wel indrukwekkend, als dit je ding is.
(Nog twee filmpjes komen eraan, maar ik moet even wachten van YouTube wegens spamgevaar)
Vanuit dit fijne museum wandelden we dan te voet richting ons restaurant: Moon in de A’Dam toren. Wij gaan enkel nog voor lunches in hoge ronddraaiende restaurants, toch? Maar waar de kwaliteit van het eten in Berlijn te wensen overliet, was dit echt wel goed. En een fijne ober, dat ook.
We namen het veer naar de overkant en daar dan opnieuw een Über naar het Stedelijk Museum voor Abramovic. Het was er druk, maar het was wel de moeite. Dat mens is echt wel een paar vijzen kwijt. Dat wist ik al, maar als je alles samen ziet zoals hier, spreekt daar toch echt wel enige vastberadenheid en engagement uit.
Eigenlijk was het plan om nog naar het MoCo te gaan, maar de rug was het echt wel aan het opgeven. Maar we waren nu toch al in het Stedelijk, en ik wilde dan toch nog de moeite doen om even naar de vaste collectie te gaan kijken. Daar heb ik geen spijt van gehad: prachtige, prachtige dingen.
Ook voor Bart was het welletjes nu. Het plan was om te voet terug te lopen naar het station, dat is een mooie wandeling dwars over de grachten heen. Alleen bleek gans Amsterdam buiten gekomen te zijn op deze eerste echt mooie zaterdag en zaten alle terrasjes ook overvol. We zijn dan ergens binnen – met groot open raam – iets gaan drinken om even te rusten en tot aan het station gewandeld. Dat gaat dan gelukkig wel weer voor de rug, al mag het niet al te lang zijn.
En toen bleek de trein terug geen HST te zijn, maar een gewone trein, zodat we er meer dan twee uur op zaten. Och ja, we zaten redelijk op ons gemak, dat viel dus wel mee. De trein vanuit Antwerpen naar Gent viel dan wel weer tegen: nog eens anderhalf uur, wegens boemeltrein met omleiding door werken. En nee, er was geen snellere trein meer, en ook geen betere verbinding vanuit Brussel. Meh. We waren dus pas om 22.50 uur in Gent, maar gelukkig stond onze trouwe zoon ons weer op te wachten.
Yup, goed gevulde dag, zou je kunnen zeggen. Maar het heeft deugd gedaan.
Opnieuw ontbeten we gewoon op ons appartement en fietsten dan op het gemak naar het Museuminsel, want daar hadden we in het Neue Museum een tijdsslot om 11.00 uur gereserveerd. We gingen vlotjes binnen, dronken eerst een koffietje en gingen dan rondlopen, eerst in het Trojaanse gedeelte, daarna bij de oude Grieken en dan bij de Romeinen. Ik kon mijn hartje ophalen ^^ Er was daar ook overigens een afdeling over Berlijn zelf, van steentijdperk tot ongeveer nu.
Toen reden we, op aanraden van iemand, wat verderop naar een Japans/Aziatisch restaurant met een zeer fijne binnentuin. We hadden niet gereserveerd, maar gelukkig hebben ze behoorlijk wat tafels, zodat we niet echt hoefden te wachten.
Toen ging het terug naar het Museuminsel, naar het Alte Museum, met dagticket zonder uurslot. Man man man… Bart is me daar een tijdje kwijt geweest, want vooral bij de Grieken – ik ben momenteel de cursus Grieks aan het uitwerken – kreeg ik er maar niet genoeg van. Ze hadden twee thematische opstellingen, namelijk Sport in Hellas en de Griekse helden, en laat dat nu net de twee thema’s zijn die ik in dat tweede jaar ga behandelen! Soit, ik geef hier een paar van de foto’s mee, zoals de piesende hetaere, de man die zijn ezel neukt en de kotsende tafelgast, maar ook een prachtige quadriga en eentje die bij een race spectaculair op zijn muil gaat. De rest hou ik wel voor de cursus.
Toen was het voor Bart welletjes, die ging even rustig gaan wezen op onze kamer, terwijl ik nog wat ADHD-energie overhad en dus nog wat labcaches ging doen. Als iemand kan uitleggen wat dat gordeldier op dat standbeeld doet: graag.
Bon, netjes gedoucht, opgefrist en opgetoeterd ging het opnieuw de fiets op richting Rutz, een driesterrenrestaurant dat al 23 jaar bestaat. Het duurste dat we ooit al gegeten hebben, dat geef ik toe, maar ook het allerbeste. Bij een van de gerechten kreeg ik tranen in mijn ogen en dat zegt veel. En ja, het zag er ook allemaal even prachtig uit. Ze letten enorm op de details, ik kreeg zelfs mijn eigen menukaart: zoek het verschilletje.
Na een kort fietstochtje ploften we neer op ons bed: alweer een bijzonder gevulde dag. Maar man, zo fijn…
Ontbijten deden we deze keer ook gewoon op de kamer: Bart had muesli mee voor mij. Wel gingen we daarna een koffietje drinken in de Hackeshe Höfe, blijkbaar een voormalig Jodenghetto dat nu prachtig is ingericht en een echte toeristenval is. We vonden zowaar ook het lokale graffitistraatje.
De tocht ging verder, langs het oude postgebouw naar de Nieuwe Synagoge. De oude synagoge moet bijzonder imposant zijn geweest, kathedraalachtig, maar helaas, ze is een beetje platgebombardeerd. Het is dan ook eerder een museum nu, maar wel eentje met permanente politiebewaking en metaaldetectorpoortjes. Tsja.
Een kijkje en een cache in een volgend hofje later reden we verder, voorbij de Reichstag – waarvan een bezoek aan de koepel blijkbaar al een maand op voorhand was uitverkocht – naar de Brandenburger Tor, waar we in een zijhofje een echte Duitse maaltijd verorberden: Flammkuche en nog wat.
Alras fietsten we verder, dwars door Tiergarten, naar de Victory Column, en dan verder door de stad, langs het water, tot aan de Potsdamer Platz. Daar zagen we overigens ook een fraai ingepakte wachttoren…
Verder ging het, met een omwegje langs de 2711 zuilen van het Joodse monument en Checkpoint Charlie, naar de Berliner Galerie, een museum voor hedendaagse kunst. Rare dingen gezien, zoals altijd, maar ook echt mooie.
Toen was het voor ons allebei welletjes en fietsten we terug naar huis, netjes tegen half zes, zoals gepland. Ha ja, want een tukje, een douche en een fietstochtje van een klein halfuurtje later zaten we bij Coda, een tweesterrenrestaurant met alleen maar desserts.
Ja, ik was even nieuwsgierig als u die dit nu leest. Ik wist ook niet wat te verwachten, maar het is vooral de vorm en textuur die dessertig is, de smaak niet noodzakelijk, al overheerste het zoete wel. En ja, biowater bestaat, blijkbaar.
Na afloop konden we zeggen dat het bijzonder lekker was, met verrassende combinaties en smaken, maar we misten toch wel wat beet: alles was een crème, een mousse, een taartje, een gevulde wafel, zoals de bedoeling was, maar je kon niet echt ergens je tanden in zetten. We misten zowaar een goeie steak of zoiets. Qua smaken was het wel knal erop, en dat mag ook niet verwonderen, want je krijgt niet zomaar twee sterren natuurlijk.
Enfin, een goeie fietstocht later waren we terug thuis, en behoorlijk moe na zo een dag.
Rond half acht werd ik wakker – dat komt ervan als je zo vroeg gaat slapen – en in de ochtendschemering klom ik de ladder af, stak de kachel aan en klom fluks weer in bed. Ik kan me voorstellen dat het hier in de winter écht koud kan zijn. Anderhalf uur later liep Bart al door het bos om het ontbijt op te halen aan de parking, terwijl ik nog zachtjes lag te lezen. Het bed ziet er overigens beter uit dan het is, ik heb echt slecht geslapen, mijn rug was me niet dankbaar.
Het ontbijt maakte echter veel goed: veel, maar veel te uitgebreid: een croissant en een chocoladebroodje, een pistolet en een ciabatta, beleg allerhande, verse fruitsla, een flesje fruitsap, en dat per persoon. We hebben de rest ’s avonds opgegeten…
De fluitketel om koffie te zetten, klonk overigens als een kitten dat gepest wordt: goed gelachen!
Bon, we ruimden op, genoten nog even op het dakterras en stonden tegen elf uur op de parking.
Toen we nog wat later in de ronduit heerlijke herfstzon richting Gent zoefden, maakten we ons de bedenking dat we eigenlijk beter nog wat meer zouden genieten. We gingen sowieso nog ergens moeten stoppen voor het middageten, maar Aalst of zo is nu ook weer niet zo aantrekkelijk, als ge in de Ardennen zit. “Waarom niet Namen?”, stelde Bart voor. Ik was eerlijk gezegd nog nooit in Namen geweest, de beslissing was rap gemaakt.
We reden de citadel op, parkeerden daar, genoten van het uitzicht, en namen toen de kabelbaan naar de benedenstad. Heerlijk, zo’n ding! Maar wel bij momenten nog ferm hoog.
We liepen door de stad, deden labcaches, zagen charmante beelden en aten op een terras in onze T-shirt in de zon. November, dames en heren.
Tegen goed drie uur zaten we weer in de auto, tegen vijven waren we thuis en hadden we nog de rest van de zondag om bij de kinderen te zijn en de was te doen. En schoolwerk, dat ook.
Maar wat een glorieuze twee dagen, zeg! Ik heb er immens van genoten en daar zat het weer ook wel voor iets tussen, maar dan nog…