Dit was de vakantie van 2023

Vaak heb ik op het einde van de grote vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb en dat die vakantie voorbij is gevlogen. Nu, dat vliegen, ja, dat was ook deze keer het geval, en dat gevoel dat ik niks zinnigs gedaan heb, eigenlijk ook. Maar deze keer weet ik waaraan dat ligt: het rotweer. Ik wilde enkele uitstapjes maken, bijvoorbeeld naar Rijsel, of meer gaan geocachen, maar in de regen is daar weinig lol aan. Wel heb ik zowat elke goeie dag echt wel gebruikt om iets te doen. En mijn cursussen hebben niet geleden onder het regenweer…

Als ik even oplijst wat ik zoal gedaan heb, blijkt dat toch nog een en ander te zijn, ondanks het weer.

Dus ja, ondanks het mindere weer en de kapotte voet toch een goed gevulde vakantie met eigenlijk best veel volk, al heb ik lang niet iedereen gezien die ik wilde.

Maar ik kijk er met een fijn gevoel op terug, en dat is heel veel waard. Op naar het volgende schooljaar!

Project kast en bureau

Behalve het herschilderen van Merels bureau had ik nog niet bepaald veel uitgespookt hier in huis. Geen idee vanwaar de plotse lust tot opruimen me bekroop, maar die was er plots wel, en ik ging er zeker niet tegenin gaan.

Mijn grote – echt wel grote – bureaukast was me al langer een doorn in het oog. Enfin, dat gecombineerd met mijn bureau dat maar niet opgeruimd raakte omdat de helft ervan in de overvolle rommelkast moest. En die kast kon ik maar beginnen opruimen als ik voldoende tijd had en de rug dus meewilde. Een geval van yak shaving dus.

Soit, de beginsituatie van de kast was als volgt:

Oude cursussen, oude facturen, oude documenten, doosjes allerhande en dingen die er dus zonder meer zijn ingepoeft wegens geen zin en tijd om op te ruimen.

Ik ben rechtsboven begonnen, heb systematisch boord per boord leeggemaakt en van elk item bepaald waar het naartoe moest én dat ook uitgevoerd. En ja, dat was niet op één dag, dat heb ik in stagekes gedaan, ook al omdat de rug dat niet fijn vindt. Ik heb er twee grote dozen papier uitgehaald, een grote vuilzak afval, een hele zak PMD.

En toen was de hele kast in orde. Tot mijn eigen grote verbazing.

Op dat moment was mijn bureau nog een slagveld met enkele grote stapels papier en rommel. Ik heb er geen foto van genomen, maar denk dit:

Verder dan het onderstaande ben ik qua opruimen in de voorbije twintig jaar ook nooit geraakt:

En toen was er nu plots dit:

Jawel.

Ik kan er zelf ook nog niet passeren zonder de nodige verwondering en trots.

En mijn kuisvrouw is luidop in de lach geschoten toen ze het zag, puur uit ongeloof. Ze geeft het een week…

Altijd-onderweg-zoon

Véronique gebruikte destijds die bewoordingen om een van haar zonen te beschrijven, en tegenwoordig is dat perfect van toepassing op onze Kobe.

Net zestien geworden, maar eigenlijk nooit thuis. Hij zal de hele vakantie geen tien dagen thuis geweest zijn, denk ik, en dat begon eigenlijk zelfs al in juni. En het probleem is: ik kan hem niks weigeren omdat ik niet inzie waarom ik dat zou doen: hij kan maar deugd hebben van zijn leven, toch?

Na zijn examens, dus nog voor zijn rapport, is hij vier dagen gaan kamperen met zijn scoutsvrienden in de Ardennen. Vijftien dus nog, en hij moest me dus wel laten weten waar hij precies zat. De campings waren ook op voorhand geboekt, gelukkig maar.

Op donderdag kwam hij thuis, vrijdagvoormiddag moest hij nog op school zijn, en van school uit vertrok hij met de fiets naar het station, naar Werchter voor de Red Hot Chili Peppers. Pas tegen half vijf – het concert duurde lang, de trein liet op zich wachten, de rit duurde anderhalf uur, en toen moest hij nog fietsen – lag hij in zijn bed. Gelukkig kon hij de zaterdag wat bijslapen, want op zondag was er het lentefeest van Marne, en op maandag stond hij op het speelplein van Wippelgem. Dat doet hij als vakantiejob samen met zijn scoutsvrienden. Voor het geld hoeft hij het niet te doen: als vijftienjarige zonder brevet krijgt hij 15 euro per dag daarvoor. Zodra hij 16 wordt gaat het omhoog, en zodra hij ook zijn stage heeft gedaan, gaat het naar 35. En wanneer hij 18 is en hoofdleiding, is het een volwaardige job aan 12 euro per uur. Maar nu is het eigenlijk nog een combinatie van lol met de vrienden en een beetje extra zakgeld. Hij is er wel de hele week voor weg van half negen ’s morgens tot half zeven ’s avonds.

Dan was hij het weekend wel min of meer thuis, al is er altijd wel iets te doen; hangen in de tuin van Rhune of in de garage van Suzanne, of naar het Parkcafé of…

Op woensdag vertrok hij richting gewoon scoutskamp voor een week, om de donderdagmiddag thuis te komen. Vrijdag en zaterdag net genoeg tijd om alles te wassen en eventjes bij te slapen, op zondag was hij weer weg naar Zuid-Korea…

Daarvan is hij op een maandagnacht thuisgekomen, dinsdag heeft hij bijgeslapen, en woensdag, jawel, stond hij alweer op het speelplein. Als hij namelijk zijn stage nog deze vakantie wilde afwerken, moest hij wel, verklaarde hij. Ook de week van 21 augustus was een volledige speelpleinweek, met ’s avonds de nodige extra activiteiten, en in het weekend was er Woodrock waar hij enkele shifts draaide als toiletmadam.

En die laatste dagen van de vakantie kon hij zijn maten toch niet in de steek laten op het speelplein? Toch? Dus ja, ook morgen en overmorgen staat hij nog in Wippelgem.

Woensdag en donderdag zal hij thuis zijn. Denk ik. Hoop ik.

En dan begint de school weer en gaan we dat weg zijn grondig terugschroeven. Eerst moet hij bewijzen dat zijn Frans en zijn wiskunde wél goed kunnen zijn, en dan zien we wel weer…

Kobe, mijn altijd-onderweg-zoon. Benieuwd waar hij zal eindigen.

Nog een dagje cachen, in Landegem deze keer

Nog een laatste mooie dagje voordat het weer gaat omslaan, en ik had eigenlijk wel zin om nog eens flink uit te waaien.

De fiets op de drager, en richting Landegem dus: daar ligt nog een aantal caches van de Zonnestelsel-reeks, en dat is een mooi fietstochtje langs de vaart tot in Nevele. En daar ligt dan weer een klein rondje van de Gezinsbond: ideaal.

Langs het kanaal heb ik een paar keer stevig moeten zoeken, één keertje heb ik de cache ook aan mij voorbij laten gaan wegens de immense netelzee waar ik door had moeten waden, en in Nevele moest ik met de zware elektrische fiets op een Finse piste, en dat bleek ook geen cadeau. En ja, soms vindt ne mens al eens rare dingen langs zijn baan. Maar verder? Nog eens heerlijk uitgewaaid, doorgefietst en fysiek moe. En vooral helder in het koppetje.

Nog een dagje hondjescaches

Mooi weer, en vanaf donderdag of zo gaat het beginnen regenen: ik ben dus nog eens gaan cachen daar in Gavere, de reeks Scott & Whisky. Het is fijner als Veronique mee is, maar alleen doet het eigenlijk ook wel eens deugd: rust en stilte om me heen. En prachtige landschappen en prachtige caches, dat ook. Ik ben wel nogal laat vertrokken, het was na vier uur, maar bon, het was dan ook net iets minder warm op die manier.

Ik heb genoten, maar ik heb beloofd aan Véro te wachten voor het laatste stuk tot ook zij nog eens mee kan.

 

Een tegenvallend Watou

Mooi weer + vrije zondag = dagje Watou. Vorig jaar hadden we er nog een weekendje van gemaakt, met twee overnachtingen in Poperinge. Dat hoefde nu ook weer niet, maar een dagje Watou was wel een van de dingen die ik op de planning staan had.

Bart zorgde dat de kinderen eten hadden ’s middags, en tegen elven vertrokken we richting de West-Vlaanders, meer bepaald kasteel De Lovie. Dat is zo’n vijf kilometer van Watou-centrum, maar daar is dus blijkbaar ook altijd een deel van de tentoonstelling. In plaats van in Watou te parkeren, daar alles te doen, naar de Lovie te fietsen en dan nog moeten terugkeren, had Bart dus het lumineuze idee om te beginnen met die fijne fietstocht doorheen het Poperingse platteland. Tegen kwart voor één waren we in Watou centrum, haalden we onze tickets en gingen we eerst iets eten, netjes in de schaduw.

Daarna deden we het parcours in Watou, maar… laat ons stellend dat we niet meteen onder de indruk waren, en dat is zachtjes uitgedrukt, noch van de kunstwerken, noch van de poëzie.

Eén werk sprong eruit, maar dat pakte echt niet op beeld, en ook het begeleidende gedicht was niet mis.

En toen fietsten we terug naar de Lovie, waar om 17.00 uur een voorstelling zou zijn, maar voor Bart hoefde het echt niet meer. We zijn zelfs de Lovie niet binnengegaan, want dat ging toch meer van hetzelfde zijn.
We hebben ons dan maar eventjes geïnstalleerd in de zomerbar aan de vijver, en ik ben nog een paar caches op het domein gaan bekijken, terwijl Bart rustig op een bankje zat.

Watou 2023? Niet bepaald een aanrader. Volgend jaar beter.

 

Geocachen in Gavere: meer hondjes

Die fameuze hondjesgeocacheronde in Gavere, daar is werk aan. Zowel vanwege de legger – ze zijn stuk voor stuk knap gemaakt, er is echt veel werk in gestoken – als voor de cachers, want het zijn er meer dan 70. Ik ben er ook al een tijdje mee bezig: twee jaar geleden met Véronique, vorig jaar op mijn eentje, vandaag opnieuw. Het is niet altijd evident om een dag te vinden dat we allebei vrij zijn én dat het goed weer is.

Maar bon, vandaag lukte het en iets over twee stonden we allebei aan de Spar in Gavere en gingen we ietsje verder parkeren. Dat bleek nog niet voldoende, voor een van de buurtbewoners: die kwam naar buiten en wees ons fijntjes op de parking een zijstraatje verder. Wisten wij veel…

Enfin, het werd een mooie fietstocht met eerst twee vruchteloze pogingen, dan 14 vondsten om dan te eindigen opnieuw met twee zoekpartijen die op niks uitliepen. Tsja.

Tussendoor was er thee, of nee, toch niet: in gans Asper is er geen enkele bank. Toen we aan de kerk passeerden, zagen we plots enkele bistrotafeltjes staan. We hielden halt, klopten aan, riepen aan het hek van Quitapena, maar enkel een hond kwam even kijken, ondanks het feit dat er een bord “OPEN” stond. We hadden ons net geïnstalleerd en thee uitgegoten, toen er alsnog een dame kwam piepen. We hebben de thee dan terug in de thermos gegoten en zijn binnen in de fijne tuin een ijsthee gaan drinken.

De verfrissing deed deugd, want het was eigenlijk echt wel warm, en het was uiteindelijk ook na zessen toen we terug aan de auto stonden, en zeker tegen dat de fietsen opnieuw opgeladen waren.

En toen, toen was er alsnog thee. Nog steeds gloeiend heet, we hebben er gewoon koud water bij moeten kappen om het afgekoeld te krijgen, want eigenlijk had Véro tegen zes uur thuis willen zijn.

Ach ja, het is vakantie…

Bedenkingen bij Berlijn

  • Graffiti is alomtegenwoordig, maar de bussen en trams zijn perfect geel en proper. Bizar.
  • Er zijn geen zebrapaden. Oversteekplaatsen wel, maar enkel aangeduid via een kleine stippellijn links en rechts en dus zeker niet van ver zichtbaar. Ik erger er mij blauw aan, je ziet zeker in het donker amper waar je moet lope.
    EDIT: er zijn wel zebrapaden, maar enkel waar er geen lichten zijn. Je moet dus al goed zoeken.
  • Broodsnijmachines in het warenhuis. Oh. My. God. Maar echt. Dat zijn barbaarse bloeddorstige zaagbladen die spontaan doen denken aan Indiana Jones. Je legt dat brood erin, en dan komt er eerst een paar klauwen uw brood genadeloos vaststekken, en dan komt een zaagblad aan een hels tempo sneetje per sneetje afsnijden. Guillotinegewijs. Afspelen mét geluid.

  • Daklozen. Veel, en vaak met een tentje en gans hun hebben en houden op een vaste stek onder een brug.
  • Voor het eerst ook een vluchtelingenkamp gezien: Oekraïners in containers op Tempelhof. Brr. Wij zijn gelukkige mensen.
  • Zoals Bart het verwoordt: Berlijn is een zwaar getraumatiseerde stad. De meeste steden hebben een min of meer continu verloop, zoals bv. Londen: natuurlijk hebben de oorlogen een impact gehad, maar het leven ging verder. In Berlijn zijn er twee enorme breekpunten: de tweede wereldoorlog en de Berlijnse Muur. Zoals een van de gidsen zei: “Het is wat kort door de bocht, maar algemeen kan je zeggen dat na de tweede wereldoorlog een kwart van Berlijn volledig was verwoest, een kwart zwaar beschadigd en eigenlijk onbewoonbaar, een kwart gehavend maar doenbaar, en een kwart nog normaal bewoonbaar”. Dat doet wat met een stad: je moet volledig opnieuw beginnen, om van de menselijke en emotionele schade nog niet te spreken, en het verwerken van de nazigruwel. En dan was er de Stasi – zie vorige posts – en de Berlijnse Muur en het enorme litteken dat dat met zich heeft meegebracht, zowel fysiek in de stad als mentaal. De Berlijners leven ofwel in dat verleden dat alomtegenwoordig is, ofwel willen ze er resoluut mee breken en leven ze in het nu.
  • Stickers. Quasi elke verkeerspaal is volgeplakt met de meest waanzinnige stickers. Geen idee vanwaar de fascinatie.
  • Berlijn is groen. Volgens iemand waarmee we gesproken hebben, zou 40% van Berlijn bestaan uit groen of water. Of groen water. Wellicht zijn daar de privétuinen ook in gerekend, maar dan nog: er zijn echt veel parken en parkjes, en er is natuurlijk ook Tiergarten, het lokale Central Parc.
  • Berlijn is ook groot. Maar echt groot. Wij hebben verschillende keren een kleine tien kilometer in een bepaalde richting gefietst, en dan zit je nog steeds in een volgebouwd gebied. Toegegeven, je komt dan in wat vroeger voorsteden moeten zijn geweest, of industriegebied, maar wat intussen naadloos is opgegaan in de urbanisatie. Ik denk dat Berlijn zo’n 20 km in doorsnee is. Bij mooi weer zijn (elektrische) fietsen ideaal, en anders is er de prima metro.
  • Berlijn is (nog) geen echte fietsstad, maar er zijn merkelijk meer fietsers dan in veel andere steden. Het is natuurlijk geen Amsterdam of Kopenhagen, maar de fietsinfrastructuur is duidelijk in opkomst, een beetje zoals hier in Gent of in Antwerpen.
  • De verkeerslichten duren lang. LANG. Je kan makkelijk twee volle minuten staan wachten tot je als fietser kan oversteken, vooraleer dus de auto’s in alle richtingen hebben kunnen rijden en afslaan. Meh.
  • Ze houden hier ook nog wel van een fijn kasseibaantje. En net zoals hier in Gent vinden ze blijkbaar niet altijd de juiste mensen om die te onderhouden. Man, hebben wij gebobbeld af en toe!
  • Net zoals in elke grootstad ga je ook hier niet omkomen van de honger, verre van: om de paar stappen – zolang je min of meer in het centrum blijft – val je over een restaurant. Echte ketens hebben we nochtans niet veel gezien, zoals bv. de alomtegenwoordige Starbucks in New York of de Pain Quotidien in Parijs.
  • Heel veel binnenhofjes en binnenpleintjes. Sommige daarvan zijn openbaar, zoals de Hackesche Hofe, andere zijn wellicht privé, maar je ziet wel vaak door openstaande poorten of doorgangen een hoop groen.

Gaan we nog terug? Goh, er zijn nog zo veel andere boeiende steden te bezoeken en die krijgen de voorkeur, maar anders kwamen we wellicht nog wel terug: we hebben nog een massa dingen niet kunnen doen. Maar een volgende keer wordt het wellicht geen slaaptrein meer.