We begonnen de dag rustig: Gwen moest nog wat mails beantwoorden en dergelijke – haar dienst is wel degelijk maandag herbegonnen – en mijn rug en knie wilden nog wat extra bekomen van gisteren. In de voormiddag was de conferentie sowieso enkel voor de afgevaardigden en waren we dus vrij.
Maar tegen half twaalf gingen we toch op pad: we wilden eerst nog wat rondlopen en dingen bekijken vooraleer we om half één aan het restaurant stonden voor de lunch.
Gwen en de rest van de Vlaamse dames bleven in het lunchrestaurant om te vergaderen over de nieuwe leerplannen en dergelijke, terwijl ik opnieuw aansloot in de grote aula voor een panelgesprek – of dat was toch zo aangekondigd – met eerst Bulgaarse experten en daarna Bulgaarse studenten. Dit kwam neer op eerst vijf mensen die op een of andere manier gelieerd zijn met de klassieke talen – zoals een orthodoxe priester in vol ornaat die nog net niet uit zijn vel zweette (denk ik toch, het was er pokkewarm) – die elk hun zegje deden, en daarna vijf studenten die ook elk hun zegje deden, waardoor het plots twee uur en een kwartier later was en iedereen moeite had om wakker te blijven. Allez, toch rondom mij, zag ik zo.
Gelukkig ging het daarna, na een stevige koffie en wat zoetigheid, richting het Nationale Archeologische Museum, waar we een deskundige uitleg kregen over eerst de aanwezige schatten en daarna de rest van het museum. Knappe dingen gezien, echt knappe dingen. Ik zet er hier enkele vooral voor mezelf, maar geniet gerust mee.
En toen was het zes uur, en was er eigenlijk niet voldoende tijd meer om nog richting hotel te gaan, want om zeven uur moesten we weer aan de universiteit staan voor een concert. En aangezien er weer enkel koude hapjes voorzien waren, gingen we met enkelen toch snel eerst iets eten, opnieuw in het restaurant van het museum zelf.
Uiteindelijk waren we iets te laat op het concert, maar gelukkig was dat met de Bulgaarse slag en was het eigenlijk nog niet begonnen. We kregen een inleiding in het Bulgaars en daarna in het – onverstaanbaar want om een of andere reden wilde hij geen micro gebruiken – Latijn, en toen was er een tweedelig concert: eerst een soprane, een alto en een bariton die prachtige stukken van Bach en Buxtehude brachten.
En daarna kwam de organisator Dimitar met zijn leerlingen, die blijkbaar dus ook allemaal Latijn spreken. Juist ja.
Ze brachten onder andere stukjes van de Carmina Burana, die op muziek gezet waren door Academia Vivarium Novum uit Italië, de school van jawel, Luigi.
Zeer, zeer te pruimen, ook al was het niet bepaald meerstemmig.
Na afloop, zo rond half negen, waren er inderdaad hapjes maar ik had intussen genoeg gegeten en de rug vond het alweer allemaal welletjes. Een eind wandelen zag ik dan wel weer zitten, dus na een half uurtje of zo gingen we er met de Vlaamse delegatie vandoor en gingen de meesten nog mee iets drinken, want het was onze laatste avond samen. Gwen en ik moeten morgen vertrekken, de rest gaat nog mee – zoals eigenlijk de bedoeling was – naar Plovdiv. Maar het werd een fijne afsluiter, jawel.



