Quarantantie

Nee, het is geen vakantie, het zijn nog altijd schoolweken. Daarom wordt er ons, leraars, uitdrukkelijk gevraagd om taken op te geven om de geziene leerstof te consolideren. Maar met twee middelbareschoolstudenten hier in huis merk ik hoe vreselijk ze die taken vinden. Je zou van minder schoolmoe worden.

Daarom dacht ik: laat ik eens wat creatiever proberen te zijn? In het vijfde hebben we net een aantal lyrische gedichten gezien, in het zesde zijn we bij Tacitus aan het bekijken hoe Nero zijn stiefbroer Britannicus heeft vermoord. Als synthese/consolidatie heb ik dan ook opgegeven aan beide groepen: maak een Tik Tok filmpje (echt of fake, je hoeft het niet te publiceren) over een van de gedichten/Tacitus. Wel, ik denk dat dat zowat de wijstste taak is die ik ooit  gegeven heb: ik heb me kriek gelachen bij wat er is binnengekomen, en ik heb de indruk dat ook de leerlingen dat best wel amusant vonden.

En bij mijn eerstes dacht ik: ik geef gewoon nieuwe leerstof, maar dan wel in een filmpje. En laat ik nu net aan de fabeltjes zitten, dus zowel de inleiding rond Aesopus en Phaedrus als het verhaaltje rond de haas en de schildpad. En ja, ik zing dan altijd in de klas, dus heb ik dat nu ook maar op het filmpje gedaan. Ik hoop maar dat ze thuis er even hard om moeten lachen als de reacties in de klas.

Maar er zijn ook beperkingen aan die filmpjes: zelfs gecomprimeerd nemen ze veel plaats in beslag en ze zijn moeilijk up te loaden omdat de Smartschoolservers nogal onder stress staan. En dus ga ik later gewoon live lesgeven, denk ik. Enfin, ik zie nog wel.

Laat eens weten of dit bij benadering is hoe je dacht dat ik lesgaf ^^

Conference call, iemand?

Alweer prachtig weer vandaag, en ik had zin om opnieuw te gaan rondfietsen, maar helaas, er was een vergadering van het Certaminacomité gepland om 14.00 uur. Een en ander liep mis voor mij qua uitnodiging en het was vrijwel drie uur vooraleer ik erbij geraakte.

Er werd gepalaverd over jurering, over het afgelast zijn van de internationale wedstrijd en dus ook de reizen, en of de winnaars dan niet op citytrip konden gaan in september. Over de organisatie van de prijsuitreiking – waarbij niemand er oren naar had dat ook die misschien niet zou kunnen doorgaan wegens begin mei, maar bon – en over de beloningen. Vooral ook over het financieel verslag en de subsidies en dergelijke.

Enfin, drie uur later, iets over zes, was ik horendol en had ik het wel zo’n beetje gehad, ja. Ik heb medelijden met mensen die voor hun werk continu van die conference calls moeten doen, zoals Bart. Hondemoe word je daarvan, echt, veel lastiger dan een echte vergadering.

Pff.

Game room

Het is al lang dat ik denk dat we iets moeten doen met mijn gigantische slaapkamer boven. Oorspronkelijk was die ingericht als kantoor voor Barts beginnende bedrijf – ja, dat is echt bij ons op zolder gestart, ja.

Intussen is dat bedrijf gigantisch gegroeid en ettelijke keren verhuisd, en is de ruimte boven door ons ingepikt als reusachtige slaapkamer. Aan de ene kant stond ons bed, een aantal ingemaakte boekenkasten en gewone kasten, een boekenkast met zo’n 1000 strips en een oude tv.

In het midden staat er een vierkante pilaar die eigenlijk de schouw van de kachel is, en is er ook nog de  trap die uitkomt. Aan het ronde venster is er een verhoog waar Merel een heus restaurantje heeft ingericht. In 2016. ’t Is niet alsof ze er nog veel speelt, maar bon.

En de andere kant, tsja, daar deden we eigenlijk niks mee. Er staat een grote kleerkast van zowel Bart als mij, een tweezit die dienst doet als stortplaats voor larpkleren, een eenzit, een salontafeltje vol gerief dat naar de zolder moet, mijn oude stereo van 35 jaar oud maar mét platenspeler, en een keukenblokje met een pompsteen met koud water en een ijskastje dat prima werkt maar vooralsnog niet aan ligt. Langs de trapleuning is er nog een boekenkastje, en daarbovenop ligt het altijd vol met rommel en kleren die van beneden komen en in de kast moeten.

Ik stelde voor aan de jongens om er een game room van te maken. Op voorwaarde dat eerst de larpkamer werd uitgemest, want anders konden we het larpgerief dat in de kamer gesmeten was, niet opruimen.

Aldus geschiedde.

De larpkamer werd bijzonder grondig aangepakt, al het zoldergerief werd op zolder gelegd, de kleerkasten werden verschoven, alles werd schoongemaakt, opgeruimd en gestofzuigd, twee bureautafels die in de larpkamer stonden omdat ze ooit als laboratorium dienst deden, werden eruit gesleept, net zoals de bureaustoelen, een tapijt van Nelly werd netjes op de grond gelegd, de ijskast opgestart en opgevuld, extra schermen en toetsenborden aangesleept, en de game room was een feit! Ze kunnen er ongestoord zitten gamen met het geluid aan, er is ruimte voor drie computers en een extra scherm om vanuit de zetel op de Switch of de Playstation te spelen, en ze storen er vooral niemand. Oh, en er is een zware verwarming/airco voorzien, nog uit de kantoortijd.

Een hele verbetering, als je het mij vraagt, en vooral ook een goed begin van de quarantantie.

 

Quarantantie

De negenjarige dochter stelt voor om voor de schoolvrije periode de komende drie weken het woord “quarantantie” te gebruiken. Kwestie van het geen vakantie te noemen.

De kinderen hebben het begin van die quarantantie alvast goed opgepakt: Kobe heeft in de les techniek papieren doosjes leren maken – een kwestie van meten, vouwen, nadenken, naden en patronen – en die wil hij nu samen met Merel maken in mooier papier om er allerhande dingen in te steken. Voor mij niet gelaten!

Intussen hebben wij leraars ook bericht gekregen dat we vooralsnog volgens ons gewone lesrooster op school moeten aanwezig zijn. Mensen met kleine kinderen moeten die dan maar naar de opvang van hun eigen lagere school sturen. Hmm? Ik snap de logica niet helemaal: noodopvang is enkel voor de urgente beroepen zodat er zo weinig mogelijk kinderen zijn, maar die van de leraars moeten er ook bij omdat wij op een lege school moeten zijn. Ik wil met plezier taken voorzien, filmpjes opnemen, zelfs klassen schilderen, maar de jongere kinderen van collega’s moeten dan wel in een opvang? Sta me toe dat een beetje vreemd te vinden. Maar bon, wellicht is dat maar een overgangsmaatregel tot het ook voor ons duidelijk is hoeveel leerlingen er nog op school zullen zijn en hoe we het concreet moeten aanpakken. We kunnen toch moeilijk met zijn 50 in een kleine leraarszaal gaan zitten, toch?

Ik ga maandag dus tegen tien over tien eens gaan luisteren op school, ik ga mijn boek meenemen, en ik ga daarna vooral ook  nog eens langs de Action passeren nu dat nog kan en mag, om extra, mooi en dik papier te halen voor die bovengenoemde doosjes.

En verder zien we dan nog wel, zeker? Het zijn vreemde tijden…

Uitvaart

Neenee, maak u geen zorgen, nikske begrafenis! De uitvaart waarover ik het heb, is de naam binnen de GO!-scholen voor de 100 dagen. Al een aantal jaar doe ik daar de begeleiding van, al hebben ze me dit jaar eigenlijk niet veel geconsulteerd. Ik heb ze vooral laten doen, en het viel allemaal best mee.

Het thema was “Kinderseries”, maar veel inspiratie had ik niet, en ik ben dan maar gegaan als Roodkapje van de Sprookjesboom. Och ja…

De show zelf was best wel oké. Ik heb al beter gezien, maar zeker ook al veel slechter. En de opkuis was ook vrij snel gedaan, al was er alweer een grote groep die er zeer snel vanonder was gemuisd. Jammer, jammer.

Leuk was wel dat ze me dit jaar voor het eerst gevraagd hebben een speech te houden voor mijn zesdes. Pas op, het is pas de vierde of vijfde keer dat dat gebeurt, ze hebben dat maar een paar jaar geleden ingevoerd. Maar mijn zesdekes wilden dus graag dat ik hen besprak, en dat heb ik dan ook maar gedaan. Met veel inside jokes, natuurlijk.

“Toen ik vorig jaar voor het eerst mijn huidige zesdes in de klas kreeg, zat ik al snel met de handen in het haar. Wat was me dat, zeg?

Een zootje ongeregeld met een grote bek of een kritische blik, en geen flauw idee waar al die grammatica eigenlijk voor moest dienen. En vertalen? Latijn? Zijt ge zot, of wa?

Ik slikte, en nam me voor er het beste van te maken.

Intussen zijn we bijna twee jaar verder, en ik ga telkens weer met een grote glimlach naar mijn kleine klasje. Maar, al  zijn ze met niet zo veel, ze tellen allemaal voor twee.

Neem nu de Grieken. Standaard saaie mensen, wordt wel eens gezegd. Huh, was dat maar waar. Want om te beginnen is er James. Of Gwendolyn. Of nee, toch maar James. Al was ik deze week toch eventjes de kluts kwijt. Wat was het nu? Toen bleek het genderswitchdag te zijn, en dat verklaarde veel. Maar hoe je hem ook noemt, de glimlach, het enthousiasme en de inzet zijn er zo goed als altijd. Gelukkig maar.

Rosalie, dat is een ander paar mouwen. Want als zij slecht gezind is, zal je het merken ook: ze steekt haar gevoelens niet bepaald weg. Haar meningen ook niet, trouwens: je zal steevast weten wat ze over een bepaald onderwerp denkt, en ze trekt zich niks aan van wat een ander daarvan zegt. Chapeau!

En dan is er natuurlijk ook Saurelle: de rustige standvastigheid binnen de woelige Griekjes. Tenzij er per ongeluk een kat binnenwandelt in het lokaal: haar gegil doet zelfs nu nog het haar op mijn armen rechtstaan, en mijn les was meteen om zeep.

Naast de Grieken heb ik ook de infame Latijn-Moderne Talen. Dat infame, dat heb ik vooral van horen zeggen, want ik moet het toegeven, in mijn les zijn het meestal lammetjes, ja, zelfs Edis.

Om te beginnen is er onze Sloveense schone, Lejla. Ik dacht dat dat zo’n braaf verlegen stil meisje was, maar zet haar naast Noussaïba, en zo stil is ze niet meer, zeker als beide dames op de kap van de heren kunnen zitten. Want ja, ook Noussaïba durft al eens haar prachtig gestifte mondje opentrekken tegen haar klasgenoten, zeker als daar een vrouwonvriendelijke opmerking is gekomen. Weet je, Noussaïba? Ik zie de heren hun ogen al op voorhand fonkelen van de voorpret, want ze weten maar al te goed hoe jij zal reageren. Al verschieten ze nog wel eens als jij ze een lap met je pennenzak geeft.

Aan Ramses zal het niet liggen. Die zit doorgaans zeer rustig de rots in de branding van de klas te wezen. Hij zegt niet veel, of het zou een gevatte opmerking in het oor van Nathan moeten zijn. Ik vind het soms jammer dat ik niet kan horen wat je zegt, Ramses, want aan Nathans ingehouden lach te zien, is het er soms gewoon klop op. Wat die lach betreft, de jouwe is intussen legendarisch. Jouw geluidloze manier van schateren is zo ongelofelijk aanstekelijk, dat ik er zelf al de slappe lach van gekregen heb. Héérlijk gewoon!

Milan is dan weer een beetje het tegenovergestelde: zo rustig als Ramses is, zo hyper kan Milan bij momenten zijn. Ik snap het niet, Milan: heb jij op het einde van een schooldag geen stijve nek? Want je zit meer achter je te kijken om toch maar commentaar te kunnen geven tegen je klasgenoten. Of om daarna bij je buur te kijken wat je nu ook weer moest opschrijven, of waar we zitten, of wat er gezegd werd, of waarover het ging, of… Als het maar geen wiskunde is…

Gelukkig is er ook Nathan, samen met Ramses het tegengewicht voor al het verbale geweld van de rest van de klas. Van aan de zijlijn bekijkt hij rustig de wereld, denkt er het zijne van, en geeft af en toe gevatte commentaar. En al eens een correct antwoord, dat ook.

Oeps, heb ik nu per ongeluk Jibbe overgeslagen? Sorry, blondie, ik wilde je niet wakker maken! Al mag het gezegd worden: je Latijnse grammatica heb je bijzonder goed opgefrist, en voor een keer is dat niet sarcastisch bedoeld.

En dan, ja, dan is er nog Edis. De nagel aan mijn doodskist. Gelukkig was ik vroeger een gothic en heb ik het wel voor doodskisten. Edis, je bent blijkbaar een man van vele gezichten. Mijn collega’s kunnen maar niet geloven dat jij in mijn klas een lammetje bent, wanneer je tenminste niet te laat bent, of aan het ruziemaken met Léon. En ik kan dan op mijn beurt bijna niet de halve horrorverhalen geloven over jouw gedrag in combinatie met andere, niet nader genoemde klassen. Ik kijk er al naar uit om jou een extra jaartje in mijn klas te hebben!

En hoe zou ik hem nog kunnen vergeten, de man van de Latijn-Wetenschappen! Oh dèè! Raar maar waar, de klasbepalende factor is bij mij niet Edis, maar wel deze jongeman. Want ik heb nog maar het woord ‘toets’ uitgesproken, en ik krijg al een hele litanie van Léon! “Maar mevrouw!! Nog een toets, of wa? Allez, dat is toch niet meer normaal? Weet gij wel hoeveel toetsen wij hebben? En hoeveel werk? En dan begin ik nog niet eens aan dat boek voor Frans, want allez zeg, dat kan toch niet! Dat wij een boek moeten lezen voor Frans! Stel u voor zeg!” Weet ge, Leon, met uw gewurtel kunt ge een ganse kolonie konijnen voor jàren in leven houden! Aan de andere kant, met een paar verse aardbeien ben je wel stil te krijgen.

Maar…

Ik voelde me oprecht vereerd dat ze mij vroegen om hen hier even door de mangel te halen. Want, hoe je het ook draait of keert, het zijn mijn zesdekes. Mijn zesdes, die misschien wel een stevige mening hebben, maar bij wie ik me telkens weer welkom voel, ongeacht de toetsen. Mijn Latinisten, die trouw elke woensdag taart meebrengen. Mijn lieverds, bij wie ik tot rust kom.

Weet je, in het begin van het vijfde had ik nooit gedacht dat ik dit nog zou zeggen, maar – en ik meen het uit de grond van mijn hart – ik ga jullie missen. Echt waar. En ik hoop dat jullie ons hier op school ook niet snel zullen vergeten.”

 

Bijscholing

Bijscholing, ik vind dat een correcter woord dan nascholing. Vandaag waren we uitgenodigd door Gwen in het Huis van het GO! in Brussel voor een les rond “Latijn lezen in de eerste graad”.

Mja, ik heb wel wat inzichten bijgeleerd, ja, en ga mijn methode licht bijsturen. Ook de vraagstelling die hij hanteert, is bijzonder interessant. Meer moet dat eigenlijk niet zijn, voor een bijscholing: nieuwe dingen die je kan uitproberen en waarvan je de pedagogische waarde inziet.

De opleiding was gedaan rond half een, en mijn collega’s keerden fluks naar huis terug: zo kon Ellen nog net haar kinderen van school halen en haalde Lucie nog haar C-uur Grieks. Donderdag is echter mijn vrije namiddag en dus bleef ik nog wat rondhangen bij Gwen. Die stelde voor om, terwijl zij aan het afronden was met nog een leerkracht, broodjes te halen bij de buren van Unizo. Helaas, tegen dan was het één uur en was alles uitverkocht. Geen nood, dan maar de Proxy-Delhaize wat verderop. Driewerf helaas: nog drie broodjes te krijgen, elk met komkommer. Niet dus. Hmmm.

En toen werd ik gewezen op de uitstekende pizzeria een paar huizen verder, waar je ook dingen kon meenemen. Ik bestelde er een excellente pizza en kreeg die een achttal minuten later, kraakvers en dampend, en gelukkig ook in een doos want het was toch wel aan het regenen, ja. Gwen en ik aten met smaak onze pizza, zij werkte nog iets af terwijl ik wat zat te lezen, en we namen samen de trein naar huis.

Yup, ik heb ergere dagen meegemaakt.