Gallische Hoeve, eindelijk

Al jàren zeggen we met de vakgroep dat we naar de Gallische Hoeve in Destelbergen willen: dat is doenbaar met de schoolbus en is niet zo lang, en het sluit perfect aan bij de leerstof van het derde jaar. Mijn collega woont daar letterlijk om de hoek en zegt dan altijd dat zij dat zal regelen, maar helaas, het is er nog nooit van gekomen.

Onze jaarlijkse uitstap naar Velzeke is dit jaar in het water gevallen door de Vlaamse Toetsen, maar ik wilde de tweedes toch iets geven, en toen ik deze paasvakantie naar de Gallische Hoeve ging, probeerde ik dat toch te regelen.

Het had nogal wat voeten in de aarde – in mei mogen er eigenlijk geen uitstappen meer, maar aangezien het tijdens mijn eigen lessen viel, kon het nog – vooral dan qua busvervoer waar we maar geen antwoord op kregen, maar alla, vandaag stond ik toch met 22 tweedes en een stagiair – een collega mocht geen lessen meer verliezen – in de Gallische Hoeve. Drie vrijwilligers gaven een uitleg: eentje over het maken, spinnen, weven en kleuren van wol, eentje over de huisvesting in onze streken ten tijde van de Gallo-Romeinen, en eentje over de verschillende types wapens en beschermende kledij.

Romeinse archeologie in de klas

Ergens in de paasvakantie zag ik een item passeren op AVS over een Romeinse opgraving in Merendree. Dat interesseert me sowieso, maar ik vond het nog véél leuker toen ik zag dat de geïnterviewde archeoloog in kwestie een oud-leerling van ons was, een Griekje dan nog.

Maar Lucie, mijn collega Latijn en vooral Grieks, had dat ook gezien en was meteen in actie gekomen: ze had een mailtje gestuurd naar het bedrijf om Maartens gegevens te vragen en had dan ook Maarten de vraag gesteld of hij het zag zitten om op zijn oude school tijdens de lessen Latijn te komen spreken over die opgraving.

En Maarten, die twijfelde blijkbaar geen moment en zei onmiddellijk ja. Vandaag stond hij dan ook op school, bij de derdes van Sam en mijn tweedes, dus nog geeneens bij leerlingen van Lucie. En ja, hij deed dat bijzonder goed. De verlegen, stille leerling van bij ons was intussen een zelfzekere dertiger die het echt kon uitleggen met een passie. En vooral: hij had vanalles meegebracht, een aantal stukken die wel al door hen gecatalogeerd waren, maar die hij daarna naar de Technologiecampus van de UGent ging brengen om ze te laten behandelen door de afdeling chemie tegen oxidatie en ander bederf. Het doet ook gewoon raar om voorwerpen in uw handen te hebben die een Romein een kleine tweeduizend jaar geleden heeft vast gehad. Ik vond het helemaal de max en ging erin op als een kind in een snoepwinkel. Maar zo wijs, gewoonweg! En Maarten komt nog eens terug in mei voor de vierdes, de vijfdes en de eerstes van de vier uur. Echt serieus, zalige kerel intussen!

Ik schreef er het volgende over op de schoolwebsite:

Toen mevrouw Heymans, leraar Klassieke Talen, op AVS plots oud-leerling uit de richting Grieks-Latijn Maarten Praet hoorde praten over spectaculaire vondsten uit de Romeinse periode in Merendree, kon ze niet anders dan hem contacteren, toch?

Maarten stemde toe om op school te komen praten over die bewuste vondsten, voorzag een heuse powerpoint en had een hele resem voorwerpen mee. Hij legde uit wat Group Van Vooren precies doet, hoe een archeoloog te werk gaat en wat er zoal te vinden is daar in de vicus, de Romeinse wijk van Merendree. Daarnaast had hij een aantal interessante artefacten mee: onder andere een dakpan met de afdruk van een hondenpootje, maalstenen, potscherven met terra sigillata en vooral ook enkele van de 65 gevonden fibulae, Romeinse mantelspelden. Die laatste zijn zelfs nog niet gepubliceerd en gingen na de uitleg rechtstreeks naar de afdeling chemie van de Universiteit Gent om daar behandeld te worden tegen oxidatie. De leerlingen luisterden, keken toe, mochten de voorwerpen – de meeste toch – betasten en vonden het bijzonder interessant.

En het fijne? Maarten komt in mei nog even terug, want nu hebben enkel de tweedes en de derdes de uitleg gehad, en dan kunnen ook de andere jaren zijn uitleg horen. Nog eens bedankt, Maarten!

Alle foto’s van de activiteit kan u hier terugvinden in ons archief.

Uitvaart

De titel klinkt wat omineus, maar eigenlijk is dat gewoon de naam van de 100-dagenviering bij ons op school, al sinds jaar en dag. Kobe zat deze keer mee in het team en stak er wel wat tijd in. Maar er is één van de zesdes die er ongelofelijk veel werk heeft ingestoken om alles te filmen en te editen. En met filmen bedoel ik dan ook echt verschillende camerastandpunten en al. Die jongen wil filmschool gaan doen volgend jaar, en dat snap ik. Al is de consensus momenteel onder de leraars dat we hem een C-attest geven, zodat hij volgend jaar opnieuw kan filmen.

Ook al sinds een jaar of tien – als het niet langer is – ben ik de leerkracht die die Uitvaart een beetje bij sta. Als in: praktische informatie doorgeven, dingen regelen met directie, dat soort dingen. Over de inhoud ga ik niet, die wil ik ook op voorhand niet eens weten.

En – ik geef het toe, ik was er niet helemaal gerust in want het ging precies niet vooruit – het was uiteindelijk een van de beste uitvaarten van de laatste jaren. Ik heb me ziek gelachen met een bepaald filmpje dat niet online komt, maar ook met de rest van de overval heb ik meer dan smakelijk gelachen. Serieus, gasten!

Nieuwsgierig? Alles staat hier online, op de schoolwebsite.

 

Doorlichting

Yup, we hebben er weer van: de doorlichting! De directie is ons daar stevig bang voor aan het maken, en dat vind ik jammer. Jonge of onervaren collega’s zijn half aan het flippen en dat is niet meteen de bedoeling.

Wat doet zo’n doorlichting in essentie? Ze komen met een team naar school en doen aan kwaliteitsbewaking. Voldoen de gebouwen qua veiligheid en hygiëne? Werkt de ijskast in de leraarskamer naar behoren? Zijn er voldoende toiletten? Nu ja, dat zijn dingen waar je als school zelf niet veel aan kan doen, veel van die problemen zijn voor scholengroep of voor Brussel, want wij kunnen zelf niet beslissen om ramen te repareren of toiletten bij te bouwen, daarvoor moet er extern budget komen.

Wat ze vooral ook nakijken, is of we effectief wel valabele diploma’s afleveren. Hebben de leerlingen ook gezien wat wij beweren dat ze gezien hebben? Geven wij de juiste leerstof om de leerplandoelen en dus de eindtermen te halen? Uiteraard kunnen ze dat niet voor alle vakken, en dus zitten er enkele in de focus, vakken waarop ze zich concentreren. Daar wordt gekeken, aan de hand van jaarvorderingsplannen en agenda’s, of we alle verwachte leerstof hebben aangeboden. Daar worden dan ook toetsen en examens naast gelegd. Wanneer er twijfel is over een bepaald leerstofonderdeel, bekijken ze ook de notities van de leerlingen: als er ook daar geen spoor te vinden is, dan besluiten ze – terecht – dat een bepaald stuk leerstof niet is aangeboden en dus ook niet is verwerkt. Dat moeten we uiteraard remediëren en daar krijgen we dan enkele maanden tijd voor.

Er wordt ook grondig gekeken naar het beleid: wat is de visie van de school, hoe zit het met inclusiviteit, hoe behandelen we leerproblemen, hoe gaan we om met de onderwijsloopbaan? Remediëren we voldoende, differentiëren we waar nodig? Veel van het werk – en dus ook de angstreflex – zit bij het beleid. Ook daar kunnen wij als individuele leerkracht weinig aan bijdragen. Wij kunnen er wel voor zorgen dat we op de hoogte zijn van alle beleidsmaatregelen, zoals dat hoort, want niet iedereen volgt alles voldoende op.

Dit is mijn zesde doorlichting. Zoals Wolf zei: “Goh, mama, jij bent toch in orde met al die dingen?” Ja dus. En ik maak me geen zorgen. Ja, ik ga nog enkele beleidsnota’s nalezen, maar daar houdt het voor mij ook op. Latijn zit sowieso niet in de focus, maar zelfs dan heb ik niks te vrezen.

Trouwens, ik heb vertrouwen in onze school. Ik zou er anders mijn drie kinderen niet naartoe gestuurd hebben, toch?

English Day

Yup, vorig jaar was hij er niet, maar dit jaar dus wel weer: de English Day op school. Merel had er al tijden naar uitgekeken, ze had een speciale outfit voorzien: een prachtig plooirokje met bijpassend kostuumvestje, lange zwarte kniekousen en ik had vorige week nog speciaal in de kringwinkel een wit bloesje voor haar gekocht. Het was de perfecte outfit, en toen durfde ze plots niet meer en ging ze toch in gewone kleren naar school. Ja, ik was nijdig, ja: daar heb ik dus wel wat geld aan gehangen, en behoorlijk wat moeite ook. Bleh.

De meeste leerlingen van de lagere jaren durfden dus precies niet meedoen, en dat was wel wat jammer, ja. Ook bij de leraars was er precies weinig animo, in vergelijking met anders. Kobe was wel in kostuum gegaan, net zoals de meesten van zijn klas. En er was versiering overal. En uiteraard ook The English Theatre Company met hun bizarre toneelstukken. Oh, en mijn collega had schitterende scones gebakken met clotted cream: ze waren zalig!

Ontroerend Goed speelt “Fight Night”

Met de cultuurcel van school zat ik vanavond dus niet op de repetitie van het koor – wat nochtans eigenlijk wel nodig was –  maar in Sleidinge, in CC De Stroming voor de voorstelling “Fight Night” van Ontroerend Goed.

De perstekst is eigenlijk vrij verhelderend:

Een politieke verkenningstocht vermomd als interactief, theatraal spel. De kandidaten strijden op het podium om de sympathie en de stem van het publiek. Het publiek, gewapend met een stembakje, beslist wie blijft of gaat, maar raakt verwikkeld in een steeds complexer, ondoorzichtiger systeem van regels en manipulaties. Alle tactieken en strategieën zijn veroorloofd om de eindoverwinning te behalen.

Vijf spelers. Vijf rondes. Jouw stem. Eén over­levende. De inzet: je aandacht, je goed­keuring, je zwakke plek, je leedvermaak, je steun, je oordeel.

We helpen je beslissen met polls, stemwijzers, coalities, campagnes, debat­ten, exit polls en opiniepeilingen. We zorgen ervoor dat de beste niet wint.

‘Fight Night’, gecreëerd in 2013, reisde al de hele wereld rond. ‘Fight Night’ is één van de populairste voorstellingen uit het Ontroerend Goed-repertoire en wordt voor het verkiezingsjaar 2024 in een nieuw kleedje gestoken, klaar om het publiek opnieuw te laten stemmen. 

Geen idee in hoeverre dit doorgestoken kaart was, maar ik denk dat er gewoon meerdere spelmogelijkheden zijn, zo zit Ontroerend Goed wel in elkaar. Iedereen had inderdaad een stembakje en werd regelmatig gevraagd een stem uit te brengen op één van de vijf kandidaten, op basis van een mening of zelfs gewoon maar uiterlijk. Maar het was niet altijd degene met de meeste stemmen die zomaar verder ging: iemand die op de tweede plaats stond, werd genadeloos weggestemd omdat de anderen een coalitie aangingen, dat soort dingen. Zoals het er ook echt aan toegaat in ons politieke systeem dus.

Op een bepaald moment werd gevraagd dat iedereen die niet akkoord ging met het systeem, zou weigeren een stem uit te brengen, en dan ook naar voor te komen. Hen werd uitgelegd dat ze nu buitenspel stonden, aangezien ze niet wilden stemmen. De meeste van onze leerlingen zaten daarbij en trokken grote ogen toen hen verzocht werd de zaal te verlaten. Ha ja, ze stonden buitenspel. Het einde van het stuk hebben zij dan ook niet gezien, ze kwamen pas weer binnen na het applaus.

Ja, ik denk dat het het publiek en dan vooral ook onze leerlingen aan het denken heeft gezet. Allez, hoop ik toch, want het is ook echt wel nodig.

Een geëngageerd stuk dus, en de moeite zeker waard.

Dagje Rijsel

Het begint zo langzamerhand een traditie te worden, dat ik op woensdag mee ga met de vijfdes op GWP naar Rijsel. De andere dagen kunnen ze me moeilijk inschakelen omdat ik telkens les heb met één of twee, maar de woensdagen zijn vrij. Volgend jaar zal dat weer anders zijn wegens dan een GWP met alle jaren in dezelfde week, maar bon, dat zien we dan wel weer.

Ik zat dus iets over acht op de bus naar Rijsel, rond negen uur gooiden we onze leerlingen voor de Franstalige leeuwen – aka. Franstalige gidsen zodat wij hun handje niet moesten vasthouden – en konden wij zelf doen wat we wilden. Ik had mijn fiets meegenomen, want van vorige jaren wist ik dat een ganse dag rondlopen een beetje te veel van het goede is. Maar we gingen dus eerst met de collega’s gezellig ontbijten op hetzelfde adresje als vorig jaar.

Daarna gingen zij shoppen en stapte ik de fiets op om te geocachen, vooral dan rond het vijfpuntige fort van Rijsel. Ik had eerlijk gezegd iets verwacht in de stijl van Sluis, maar het binnenste van het fort wordt wel degelijk nog gebruikt en is militair domein, en de buitenkant is volledig een prachtig, redelijk wild park met dus verschillende hoogten door de omwalling. Heel, heel knap!

’s Middags hadden we wel weer samen afgesproken om te eten, in Le Bierbuik, een redelijk speciaal restaurant. Ik weet niet of ik het echt lekker vond, maar ik ben dan ook verwend natuurlijk…

En toen ging ik verder geocachen: er was niet genoeg tijd voor het Museum van Schone Kunsten, dat doen Bart en ik wel eens als we ooit een weekendje vrij hebben.

Ik passeerde langs fijne steegjes, langs het geboortehuis van Charles De Gaulle, langs een prachtig brugje en uiteindelijk opnieuw in dat prachtige park rond het stervormige fort, want ik was door wegversperringen niet rond geraakt voor de middag.

Tegen half vier tekenden we weer present op de Place Rihour, waar we van alle – maar echt àlle – begeleiders complimenten kregen voor onze leerlingen: ze hebben zich blijkbaar voorbeeldig gedragen, zoals we gewoon zijn.

Enfin, ik was doodop ’s avonds, maar ik heb echt intens genoten, en ik denk dat ik toch een kilometer of twintig heb rondgefietst daar in Rijsel. Dik in orde!