Lectuur: “Midnight’s Children” van Salman Rushdie

Los van het feit dat Rushdie een gecontesteerd schrijver is, is hij vooral ook een uitmuntend schrijver: dit boek van hem heeft niet voor niets de titel “Booker of Bookers” gekregen, na het winnen van de Booker Prize in 1981. Maar ik moet het toegeven: ik heb er drie weken over gedaan, want het leest ontzettend traag. Echt irritant traag, om eerlijk te zijn. En toch is het geen boek, zoals A Suitable Boy, waar je andere boeken tussendoor leest: je wil echt wel verder lezen. Oh, en ik wist ook niet dat Rushdie magisch realisme schreef, en dat is een vakje waarin je dit boek echt wel kan stoppen.

Het begint allemaal met Saleem Sinai. Of toch ongeveer, want de ik-persoon van het boek is deze Saleem die, wanneer hij in de dertig is maar er oud en versleten uit ziet, zijn eigen verhaal vertelt, en daar voor alle volledigheid – en ook noodzakelijkheid – mee start bij zijn grootouders. Hijzelf is geboren op klokslag middernacht op 15 augustus 1947, het moment waarop India onafhankelijk werd. Daardoor heeft hij magische gaven gekregen, net zoals nog 1000 andere Indiase kinderen die in dat magische eerste uur van de onafhankelijkheid zijn geboren. Helaas heeft hij ook een joekel van een neus meegekregen, een licht misvormde schedel, o-benen en moedervlekken in het gezicht. Nee, Saleem is niet van de mooiste, en ook dat zal een rol spelen. Hij is gelukkig wel geboren in een rijk gezin… Of misschien ook niet?

In elk geval laat Rushdie de levensloop van Saleem samenvallen met die van India, waarin het lijkt alsof Saleem het lot van zijn geboortestaat kan beïnvloeden. De arme jongen maakt ook extreem veel mee, verhuist naar Pakistan, komt terecht in de grootste armoede, raakt zijn magie kwijt, raakt zelfs zijn geheugen op een bepaald moment kwijt…

Rushdie beschrijft het allemaal in een prachtig, bloemrijk proza, datzelfde proza dat het net zo moeilijk maakt om vlot te lezen. Een citaat om een voorbeeld te geven van een van zijn filosofische bespiegelingen:

“Memory’s truth, because memory has its own special kind. It selects, eliminates, alters, exaggerates, minimizes, glorifies, and vilifies also; but in the end it creates its own reality, its heterogeneous but usually coherent version of events; and no sane human being ever trusts someone else’s version more than his own.”

Tegelijk is het ondanks alles bij momenten een zeer grappig boek, ik ben verschillende keren echt in de lach geschoten.  De geschiedenis van India krijg je erbij, maar meer als achtergrond, als situering van het verhaal, niet zo prominent aanwezig als in A suitable boy.

Wat me dan wel weer stoorde, is dat Rushdie te pas en te onpas terugkeert naar zijn kaderverhaal, namelijk de stervende Saleem die zijn levensverhaal opschrijft: die geeft hints naar toekomstige gebeurtenissen, maar besluit dan telkens opnieuw toch voor de chronologie te gaan. De eerste paar keer kan dat nog, na verloop van tijd wordt het storend, het breekt ook telkens de flow van het verhaal. Jammer, maar heel duidelijk een bewuste keuze om op die manier verschillende fases in het leven van Saleem af te bakenen.

Een stevige klepper dus, maar wel meer dan de moeite waard om je erdoor te worstelen, en terecht een klassieker.

Lectuur: “The Princess Diaries ” (1-5) van Meg Cabot

Ik was eerlijk gezegd wel wat verbaasd toen ik The Princess Diaries in de lijst van The Big Read zag staan, zij het op plaats 99. Maar bon, ge leest een lijst of ge leest ze niet, en ik wilde wel eens iets luchtigs. Euhm, luchtig is wel het woord, ja. Of vederlicht. Of “het is weggewaaid als ge even vergeet te kijken”. Maar ik zou er niet de eerste vijf boeken van na elkaar gelezen hebben, als het ook niet onderhoudend zou zijn.

De premisse is heel simpel: Mia Thermopolis is een New-Yorkse tiener die bij haar alleenstaande moeder woont. Haar vader doet iets in Europa, in een klein staatje stijl Monaco. En dan blijkt vaderlief door een kankerbehandeling steriel te zijn, is zij zijn enige – onwettige – kind en is zij de troonopvolger van Genovia. Met alle gevolgen van dien.

Het verhaal is dus geschreven in dagboekstijl vanuit het standpunt van een veertienjarige doodgewone tiener met vrienden, een crush, een grootmoeder die zich te veel moeit, een school waarvoor ze harder moet werken dan ze zou willen, dat soort dingen. Allemaal heel herkenbaar, heel verteerbaar, zonder nadenken, en best wel komisch, ja.

Ga ik de rest nog lezen? Goh… er is een grens aan mijn tolerantie voor vederlichte dingen, maar soms heeft een mens daar ook eens nood aan. Maar om dit nu in die top 100 te zetten? Boaf.

Lectuur: “A Darkness at Sethanon” (The Riftwar Saga #4)” van Raymond E. Feist

Mja. Wellicht is het niet de bedoeling om de boeken meteen na elkaar te lezen – er zaten ook wel wat jaren tussen de publicatie, vermoed ik – maar het wordt echt wel wat voorspelbaar. Vond ik de eerste boeken nog charmant ouderwets, dan begint het hier zowat te storen dat elke hoofdfiguur een held is die dan ook een adellijke titel krijgt, en dat Feist echt schrik heeft om zijn hoofdpersonages te laten sterven. Er zou zo veel meer in zitten qua diepte, mocht hij dat wel durven. Ja, er sneuvelt wel eens een nevenpersonage, maar niet meer dan dat.

Persoonlijk vind ik het ook jammer dat hij zijn personages niet verder durft uit te diepen. Hij heeft er intussen zo veel gecreëerd, dat hij ze enkel nog een verhaallijn kan geven en niet echt meer een uitdieping, en dat vind ik jammer. Ik had graag gezien hoe Pug met zijn immense macht omgaat, of hoe Jimmy stilaan volwassen wordt en daar ook de psychologische kant van gezien. Uiteraard raakt Feist dit wel aan, maar daar blijft het ook bij: aanraken. Het verhaal zit natuurlijk op zich wel weer mooi in elkaar, met soms bijzonder spannende episodes, maar al bij al blijf ik een beetje op mijn honger zitten.

En een einde waarbij iedereen nog lang en gelukkig leefde? Nah, niet mijn ding.

Lectuur: “Silverthorn (The Riftwar Saga #3)” van Raymond E. Feist

Ook deel drie van de Riftwar Saga van Feist is good ol’ cloak and dagger. De goeien zijn echt goed, de slechteriken zijn echt wel slecht, er wordt gevochten, er moeten werelden gered worden, de magiër van dienst is uiteraard de grootste magiër die er ooit is geweest, en de elfen en goblins zijn ook weer van de partij.

Maar net omdat het zo heerlijk ouderwets is, is het aangenaam om lezen, en Feist kan ook echt wel schrijven. Beetje voorspelbaar, misschien, maar wel spannend en zeer kleurrijk.

Het verhaal gaat eigenlijk gewoon verder waar het gestopt is in de vorige twee boeken. Prins Arutha gaat trouwen, maar voor het altaar wordt zijn geliefde neergeschoten met een giftige pijl die voor hem bedoeld was. Met enige magie kan haar schielijke overlijden wat uitgesteld worden, zodat de prins de tijd krijgt om in het hol van de vijand de plant te gaan zoeken waaruit het tegengif kan bereid worden. En natuurlijk is er een divers reisgezelschap dat voor de nodige esbattementen zorgt.

Intussen krijgen we ook, meer als zijplot, het verhaal van Pug die terug gaat naar Tsuranni om daar meer info te krijgen over de big bad evil guy die de werelden wil verwoesten.

Kortom, alle ingrediënten dus voor een klassiek maar oerdegelijk fantasyverhaal, en soms moet dat ook gewoon niet meer zijn.

Lectuur: “Magician: Master (The Riftwar Saga #2)” van Raymond E. Feist

Blijkbaar worden de boeken 1 en 2 ook als één geheel uitgegeven, en dat is eigenlijk bijzonder logisch, want het verhaal loopt op alle fronten gewoon door. En op alle fronten bedoel ik vrij letterlijk: er is niet alleen meer het verhaal van Pug de leerlingmagiër, er is dat van prins Arutha, dat van Hertog Borric, dat van Tomas… En dan gaat het vooral over de oorlog die ze op verschillende plaatsen aan het voeren zijn tegen de Tsuranni, het volk van een andere wereld waar Pug nu verzeild is geraakt.

Pug is er een slaaf, al vier jaar. Samen met Laurie, een troubadour die ook gevangen is genomen, komt hij in het blikveld van een officier, gelukkig op een positieve manier. Die neemt hen mee naar zijn eigen landgoed, waar hun bestaan als slaaf net iets beter wordt. En dan wordt Pugs magische kracht opgemerkt…

Het een en het ander leidt natuurlijk tot een verhaal van een oorlog tussen twee werelden, waarbij Pug deel uitmaakt van allebei. Er zijn geen goeien en slechten, er zijn vooral politieke intriges aan beide kanten en ook misverstanden. Zo hoort dat. Pug zal die proberen te overstijgen door voor beide werelden het beste te kiezen, al is dat niet de gemakkelijkste weg zonder bloedvergieten.

Tegelijk laat Feist Pug soms tientallen bladzijden achterwege om het verhaal van een van de andere personages te vertellen. Dat al die verhaallijnen uiteindelijk samenkomen, is dan ook geen onverwachte wending.

Waar ik me wel een beetje aan stoorde, is dat alle ‘gewone jongens’ uiteindelijk helden blijken te zijn, dat alles netjes op zijn pootjes terechtkomt, dat iedereen – of toch zo goed als – de liefde vindt en dat de slechterik van dienst ook zijn verdiende loon krijgt. Het is me iets te zoetsappig, maar dat ligt misschien ook wel aan mijn voorkeur voor grimdark fantasy, waarbij de auteurs er niet voor terugdeinzen hun geliefde personages een roemloze dood te laten sterven. Hier deed het me bij momenten denken aan het langgerekte einde van Tolkiens Lord of the Rings, dat ook maar blijft duren met afscheid en dergelijke.

Maar vond ik het goed? Jazeker, ik ben hier gewoon de lastige mens aan het uithangen. Terecht een fantasy klassieker.

Lectuur: “Love in the time of cholera” van Gabriel García Márquez

Ik had eerder, ook in het kader van de BBC Classics, Honderd jaar eenzaamheid gelezen, en ook daar had ik het moeilijk mee. Het is niet dat ik beide boeken slecht vond, verre van, maar het kost me moeite om Márquez te lezen, dat geef ik toe.

Zijn stijl is prachtig poëtisch, zijn verhaal meandert van het ene personage naar het andere en komt dan toch weer terug, en toch… Het leest traag, heel traag, vind ik.

Márquez begint zijn boek met het verhaal van Dr. Juvenal Urbino en je wordt meteen meegesleept door dit flamboyante personage, tot hij zonder meer, onder komische omstandigheden, doodvalt. Euh? En dan verschuift de aandacht naar diens vrouw, Fermina Daza, en springt het verhaal meteen ook zo’n goeie vijftig jaar achteruit, naar diezelfde Fermina Daza – ja, ook Márquez gebruikt steevast de volledige naam – en haar prille romance als tiener met Florentino Ariza. En dan blijft het verhaal voortdurend tussen deze twee heen en weer gaan, met af en toe nog een nevenpersonage, maar nauwelijks.

Want Florentino Ariza blijft van haar houden, ook al is ze getrouwd met Dr. Juvenal Urbino en ziet ze hem niet meer staan.

Een tragisch liefdesverhaal, eigenlijk, maar wel prachtig. Alleen jammer dat het zo lang duurde om het uit te lezen.

Lectuur: “Magician: Apprentice (The Riftwar Saga #1)” van Raymond E. Feist

Dit fantasyboek wordt standaard gerekend onder de klassiekers, en het is ook geen wonder dat hij in de Big Read-lijst staat.

Toen ik enkele jaren geleden vroeg naar aanraders in het fantasy-genre, ging blijkbaar iedereen er zowat van uit dat ik dit al gelezen had. Quod non. Bij deze maak ik het euvel dus goed, en ik snap ook helemaal waarom dit een klassieker is: het is bijzonder toegankelijke fantasy met vooral middeleeuwse gevechten, een kasteel dat moet verdedigd worden, jonkvrouwen in nood, maar dus ook elfen en dwergen – klassiek afgebeeld zoals bij Tolkien – en, vreemd genoeg, een buitenwerelds volk dat aanvalt en wil veroveren via een soort scheuren in de realiteit, de rifts uit de titel van de reeks. Veel kom je er in dit boek eigenlijk (nog) niet over te weten.

Het verhaal begint bij Pug, een jongetje dat op zijn ‘bestemmingsdag’ de leerling wordt van een magiër en en in die functie met zijn leermeester en de hertog op reis moet om kond te doen aan de koning (aan de andere kant van het rijk) van buitenaardse invallen. Een echt coming-of-age-verhaal wordt het echter niet, want al vrij snel gaan er enkele jaren overheen en is Pug een jaar of achttien, valt hij in handen van de vijand en verdwijnt hij uit het verhaal. Dat verhaal focust dan een tijdje op zijn beste vriend Tomas en verschuift dan naar kasteel Crydee, waar Pug vandaan komt en waar we een heuse belegering krijgen.

Daar ongeveer stopt deel één, waardoor je eigenlijk naadloos naar deel twee grijpt. In een eerdere editie vormen die overigens één volumineus geheel.

Het verhaal is vlot geschreven, klassiek maar net weer origineel genoeg om niet te vervelen, en je leeft helemaal mee met de protagonisten. Feist kan vertellen, dat is zeker, hij weet hoe hij spanningsbogen moet opbouwen en hoe hij karakters moet beschrijven.

En dus, jawel, grijp ik meteen naar deel twee. Zoals het betaamt.

Lectuur: “Sherlock Holmes and the Miskatonic Monstrosities (The Cthulhu Casebooks, #2)” van James Lovegrove

Na boek 1 nam ik ook boek 2 ter hand, en dat gaf uiteraard meer van hetzelfde, maar, naar mijn mening toch, een beter verhaal. Dr. Watson, de ik-persoon in het verhaal, moet namelijk minder uitleg geven over de Lovecraftiaanse achtergrond of over hoe hij en Holmes vrienden zijn geworden.

Het verhaal begint eigenlijk wanneer Holmes en Watson bij een patiënt van Bedlam, het lokale gekkenhuis, worden gehaald omdat die niet meer weet wie hij is en vooral ook een taal spreekt die niemand lijkt te kennen… tenzij je Lovecraft kent natuurlijk. Ze ontdekken dat hij een van de twee wetenschappers is die een expeditie op de Miskatonic River hebben gehouden, op zoek naar wezens uit het Necronomicon. En dan gaat de bal aan het rollen natuurlijk.

Een groot deel van het boek wordt in beslag genomen door het dagboek van een van beide wetenschappers, maar dat stoort helemaal niet. Het leuke is hier dat het boek toch wel behoorlijk vol Cthulhu mythos zit, compleet met een nightgaunt, een ghoul, een shoggoth en meer van dat fraais. En natuurlijk blijft het een Sherlock Holmes-verhaal…

Opnieuw: licht, leuk als tussendoortje, maar je moet wel boek één gelezen hebben of je snapt er niks van.

Lectuur: “Sherlock Holmes and the Shadwell Shadows (The Cthulhu Casebooks, #1)” van James Lovegrove

De premisse van deze boeken is wel fijn: dr. Watson heeft tot hiertoe alleen de reguliere zaken van Sherlock Holmes beschreven in vier boeken en talrijke kortverhalen. Maar naast die boeken die voor het gewone publiek bestemd zijn, schrijft Watson nu ook de verhalen neer, voor zijn eigen gemoedsrust, die te maken hebben met een heel andere, parallelle wereld van Great Old Ones, Elder Gods en Outer Gods. Cthulhu, Nyarlathotep, Yog-Sothoth en dergelijke meer dus. Een hele uitdaging voor de rationele geest van Holmes is het aanvaarden van het bestaan van die wereld, maar wanneer de detective op een reeks bizarre moorden stuit en aan het graven gaat, komt hij wel degelijk in contact met gebeurtenissen en wezens die alle werkelijkheid en rationaliteit tarten. Moriarty blijkt ook niet zomaar een tegenstander te zijn, maar een die probeert via de Great Old Ones meer dan een mens te worden.

Auteur James Lovegrove heeft al een aantal Sherlock Holmes-verhalen geschreven, maar is duidelijk ook grote fan van de verhalen en de wereld van Lovecraft, waarin die parallelle wereld beschreven wordt. Het lag dan ook voor de hand dat hij Holmes in deze wereld ging laten figureren. Of deze wereld in de verhalen van Holmes, zo je wil.

Het resultaat is een duidelijke Sherlock Holmes-whodunit, maar dan overgoten met de Lovecraftsaus, en dat smaakt naar meer. Lovegrove schrijft vlot, schrijft goed, en zijn plot is niet onrealistischer dan die van Sir Arthur Conan Doyle zelf. Dat is, wanneer je bereid bent te luisteren naar the Call of Cthulhu, natuurlijk.

Fijne, snelle tussendoortjes.

Lectuur: “Lolita” van Vladimir Nabokov

Ik geef het toe: het was niet met volle goesting dat ik aan Lolita begon: ik kende het boek op zich niet, maar wel de premisse, namelijk dat van een pedofiel die zich vergrijpt aan een meisje van 12.

Wat ik niet had verwacht, was een in se humoristisch boek dat net met die humor de tragiek en het schrijnende van het verhaal draaglijk houdt. Nabokov schrijft in de eerste persoon, over een man van rond de 40, Humbert Humbert, die als Europeaan naar Amerika is gekomen, altijd al droomde over wat hij noemt nymphets – jonge meisjes tussen 10 en 14 die dat ongrijpbare iets uitstralen – en die dan op Lolita botst. Ze is de dochter van zijn huisbazin, waar hij een kamer huurt. Hij is op slag verliefd en ronduit geobsedeerd door deze Dolores Haze en trouwt zelfs na twee maanden met de moeder om dicht bij het meisje te kunnen zijn. Wanneer die moeder dan in een stom accident sterft, heeft hij vrij spel. Hij trekt met Lolita de Verenigde Staten rond, van hotel naar motel, een jaar lang, met haar als zijn seksslaafje. Al komt dat eerst niet zo echt tot uiting, beetje bij beetje wordt duidelijk dat hij haar gewoon chanteert met mooie kleren, maar ook met geld voor elke keer dat ze seks hebben. En dat blijkt vaak te zijn, heel vaak.

Uiteindelijk vestigen ze zich in een klein stadje waar zij naar school kan, maar wanneer hij merkt dat ze iemand anders zou kunnen hebben, gaan ze weer op weg. En dan kan zij ontsnappen, tot zijn grote paniek en wanhoop. Hij blijft haar zoeken, met desastreuze gevolgen.

Nabokov schrijft met zeer veel humor en zelfrelativering. Je wordt meer en meer ontzet naarmate duidelijker wordt wat hij allemaal met Lolita uitspookt, maar het bloemrijke taalgebruik – doorspekt met Frans – en de humor doen je eerst meeleven met het personage. Pas naarmate zijn wanhoop en obsessie hem verder drijft, slaagt de humor er niet langer in het schrijnende en ontzettende van de situatie te camoufleren.

Heb ik het graag gelezen? Hmm. Het is een hard verhaal dat je niet even snel voor het plezier leest. Maar het is verdomd goed geschreven, en het is terecht een klassieker. Ik zou het wel aanraden, ja.