Lectuur: “Paranormal Nonsense (Blue Moon Investigations #1)” van Steve Higgs

Ik zocht en vond nog zo’n compleet hersenloos racey dingetje zoals The Iron Druid en vooral The Dresden Files, alhoewel dat je die twee niet echt hersenloos kan noemen, want je moet bij momenten goed nadenken. Dat was bij deze reeks eigenlijk niet echt nodig: een vroegere militair besluit privédetective te worden in Rochester (UK) en per ongeluk verschijnt zijn advertentie onder de noemer ‘paranormaal’. Tsja. Het is dan niet verwonderlijk dat er vreemd volk op af komt, denk ik dan. Tempest Michaels gelooft niet in het paranormale en slaagt er dan ook in zijn eerste echte ‘paranormale’ zaak op een gewone manier te verklaren.

Higgs doet zijn uiterste best om Michaels te laten overkomen als een doodgewone single guy maar spendeert dan ook gigantisch veel tekst aan het uitlaten van de beide dashonden van het hoofdpersonage, aan het drinken van thee en het beschrijven van het dieet en de fitness, met daarnaast een oog voor knappe vrouwen en het effect daarvan op de lul van de protagonist. Het resultaat is een irritant hoofdpersonage met nogal wat macho- en misogyne trekjes. Ik bedoel maar: zelfs de knappe barista aan de overkant van zijn kantoor wordt omschreven als ‘een paar pondjes te zwaar’, en een dikkere vrouw – uiteraard met harige bovenlip – is meteen ook een walrus. Serieus. Er wordt wel érg hard gefocust op uiterlijk en gezond eten, en nogal weinig op het cerebrale. Dat laatste zou je nochtans verwachten bij een detectiveplot.

Aan de andere kant was ik wel op zoek naar iets dat bijzonder vlot leest en wat je dus kunt lezen als je moe bent en geen zin hebt om iets anders te doen. Deze urban fantasy beantwoordt wel aan die criteria, ja. Maar noem het gerust een equivalent van pakweg CSI, The Rookie of zo’n andere politieserie. Mja. Of misschien nog eerder een Midsomer Murders maar dan met een stevig fout kantje. En toch ga ik ze lezen, want mijn hoofd staat niet op iets ernstigers. Moet ook wel kunnen, toch?

Lectuur: “Welkom thuis, chrononauten” van Dirk Weber

Dit was een van de boeken van de Kleine Cervantes, en nee, het lag me niet zo. Pas op, ik vond het niet slecht, maar er is beter. De rest van de juryleden bij ons sabelde het genadeloos neer: er was niemand die het goed vond.

Ik vermoed dat het is omdat het een beetje afstandelijk is geschreven, bij momenten. Je wordt als lezer niet echt meegesleept in het verhaal, vond ik.

Het speelt zich af ergens in de jaren 50, in een fictieve Vlaamse (of Nederlandse) stad. Barend is een weesjongen met een gave voor tekenen, en daarom wordt hij opgepikt door Meester Pieter om voor diens veilinghuis te komen werken. En dan wordt duidelijk dat daar meer aan de hand is, want er is een manier om door de tijd te reizen. Meester Pieter laat hem – en anderen – naar het verleden teruggaan om er verloren kunstwerken te redden, kunstwerken die anders toch geen rol meer zouden gespeeld hebben in de geschiedenis. Maar Barend wordt ziek van dat reizen, en telkens zieker en zieker… En waar zijn zijn voorgangers, de vorige tijdreizigers, naartoe?

Samen met Lize probeert hij de duistere kantjes van het hele gegeven te achterhalen, en samen zoeken ze ook een uitweg.

Het boek liet me wat op mijn honger zitten. Ik vond de premisse schitterend, maar laat dit eens uitgewerkt worden door pakweg een Sanderson? Het bleef wat te vrijblijvend, te veel losse eindjes, te weinig diepgang in de personages. Wat gebeurt er met de zwendel van het veilingshuis? Waarom zit Lize daar? Of een van de andere kinderen?

Mja. Veelbelovend, maar voor een kritisch fantasy- en science fictionlezer net niet.

Lectuur: “Enchanter’s End Game (The Belgariad #5)” van David Eddings

En toen was er ook deel vijf, gewoon omdat het zonde zou zijn om het niet te lezen.

Garion is intussen tot koning gekroond, het magische voorwerp is terug waar het moet zijn, maar de grote ‘eindboss’ is nog niet verslagen, want dat is een taakje voor Garion. En daar zit het probleem: hoe gaat hij dat aanpakken? Hoe dood je een onsterfelijk wezen? Intussen leidt prinses Ce’Nedra een groot leger bij wijze van afleidingmanoever, kwestie van er toch een beetje een vrouwelijke toets in te steken. Al blijft het toch redelijk seksistisch allemaal, als je het mij vraagt.

Nu ja…

Het was onderhoudend, maar niet echt zo goed. Geen idee waarom dit tot de klassiekers onder de fantasy gerekend wordt: er is véél en véél beter op de markt, om eerlijk te zijn. Tsja.

Auteurslezing: “Grensgangers’ van Aline Sax

Zelden zag ik een auteurslezing die zó relevant was als deze. Hoezo? Wel, onze vierdes – Merel inclusief – vertrekken op maandag 30 maart voor vijf dagen richting Berlijn. Voor Nederlands moesten ze dan ook het boek “Grensgangers” lezen dat zich volledig afspeelt in, jawel, Berlijn. Het boek is opgedeeld in drie delen: deel 1 speelt zich af wanneer de Berlijnse muur plots gebouwd wordt, deel 2 in volle DDR en vooral StaSitijd, en deel 3 wanneer diezelfde muur neergehaald wordt. Los van de tweede wereldoorlog kan het boek niet méér over Berlijn gaan dan dit, en geeft het perfect de situatie voor de gewone burger in het Berlijn van de Koude Oorlog weer.

Sax begon dan ook met een uitgebreide geschiedenis van dat naoorlogse Berlijn, situeerde daarna haar personages in de tijd, gaf meer uitleg over onder andere Hohenschönhausen waar de leerlingen ook naartoe gaan, schetste de context voor de gewone burger en toonde dat ze ook effectief een historica is die het kan uitleggen én kan schrijven. Ze gaf ook duidelijk weer wat echt en wat fictie was, zoals de ontsnappingsroute voor Julian, maar leuk was dat tijdens haar onderzoek in Berlijn – waar ze een tijdlang ook woonde – een van haar bronnen daar uitriep dat dat ook effectief een ontsnappingsroute had kunnen zijn, en dat ze daar zelf nooit aan gedacht hadden.

Twee uur was misschien wat lang, maar ze gaf tussenin ook een pauze, waarmee ze aantoonde dat ze haar publiek echt wel kent en aanvoelt.

Ik heb alvast geboeid geluisterd en ik vind het jammer dat ik niet mee kan naar Berlijn, of dat ik dit boek en deze lezing niet had gehad nog voor we in 2024 naar Berlijn zijn geweest. Het zou een pak meer gekaderd hebben wat we gezien hebben, en dat terwijl Bart en ik toch ook niet helemaal onwetend zijn, aangezien we al 18 waren toen de muur viel.

Lectuur: “Castle of Wizardry (The Belgariad #4)” van David Eddings

We waren toch aan het lezen, en dus lezen we voort. Het is snel, en het is best onderhoudend, al zou ik het niet hoogstaand noemen, zoals eerder al aangegeven.

Het verhaal kabbelt eigenlijk een beetje verder: het magische voorwerp is verworven, de heenreis is achter de rug, en nu moet het reisgezelschap dus nog terug door vijandelijk gebied om een deadline te halen en terug te zijn in de voornaamste stad van hun eigen gebied. Daar moet Garion – die ondertussen worstelt met het feit dat hij niet alleen een tovenaar is, maar blijkbaar ook de hoge koning van het hele westen, én voorbestemd is om te trouwen met prinses Ce’Nedra – zijn lot vervullen.

Er is dus wel degelijk een evolutie in de personages: Garion van naïef en idioot naar iets minder naïef en idioot, Ce’Nedra van compleet irritant naar manipulatief en irritant. Mja. En toch heeft het iets. Het is klassiek, voorspelbaar, niet bijster goed geschreven, en toch…

En uiteraard lees ik nu ook nog het laatste deel, waar vanzelfsprekend het goede zal overwinnen, de relatie tussen Garion en Ce’Nedra tot bloei zal komen en hij uiteindelijk een goede koning zal worden. Wedden?

Lectuur: “Magician’s Gambit (The Belgariad #3)” van David Eddings

Deel drie van de trilogie, en nee, het wordt nog steeds geen toplectuur. Dat hoeft ook niet, het is young adult en fantasy uit een absoluut niet woke tijd, en als je daarmee rekening houdt, valt het best wel mee.

Garion is nog steeds onderweg – eigenlijk is dit een uitgesponnen reisverhaal, maar dan veel minder goed geschreven dan LOTR – met zijn reisgenootschap, waar nu ook Ce’Nedra aan toegevoegd is, zijn toekomstige bruid en verwende prinses. Er zit iets meer vaart in dan in deel twee, maar de uitgesponnen grappen en de cynische humor – waar ik doorgaans wel fan van ben, maar niet als ze racistisch of sexistisch zijn – beginnen na verloop van tijd op de zenuwen te werken, net als sommige personages. Serieus, hoe vervelend kan je sommige personages maken? Ik weet wel dat niet al je personages even sympathiek moeten zijn, maar als je sommige echt wil buitensjotten, dan lijkt het me toch niet ideaal. En natuurlijk is er dan op het einde de grote confrontatie, maar enkele weken na lectuur heb ik al geen idee meer hoe dat precies verliep. Dat zegt wel iets, ja.

Soit, het is een klassieker, ik heb het gelezen, maar dat is ook wel dat. Nee, ik ga de trilogie niet meteen aanraden aan mensen, sorry.

Lectuur: “Oever” van Ludwig Volbeda

Dit jeugdboek was er ook eentje voor de Kleine Cervantes, de Gentse boekenjury.

Ik vond het in het begin nogal vreemd: het is niet meteen duidelijk wie er aan het woord is, wat dat is met die Oever – het blijkt een persoon te zijn – en waarover het gaat. Pas beetje bij beetje wordt dat duidelijk, maar ik vrees dat sommige minder geoefende lezers – lees: jongeren die het verplicht moeten lezen – tegen dan al afgehaakt zijn.

Jip moet een zelfportret maken voor de tekenles op school, maar slaagt daar maar niet in, hoewel die echt wel goed kan tekenen. De voorkeur daarvoor gaat uit naar insecten en dan vooral kevers, vandaar ook de tekening op de boekomslag. Jip is dan ook echt gefascineerd door kleine beestjes. Maar ook door de nieuwe jongen in de klas, en vooral door Oever, die jammer genoeg verhuisd is en die op die manier gewoon verdwenen is. Oever had nochtans de hele wereld van Jip veranderd…

12 updates beschikbaar

(Let op, spoiler).

Wat ook niet meteen duidelijk is, en duidelijk zo bedoeld is, is dat Jip eigenlijk een meisje is. In jongenskleren. Met jongenshobby’s. En die nochtans wel op jongens valt. Pas op het einde beseft ze dat ze eigenlijk gewoon liever een jongen zou zijn.

Dit is dus duidelijk een boek over het worstelen met genderidentiteit, met verliefd zijn, met queer zijn… Maar zoals ik ergens las: “Dit is wel echt een goed voorbeeld van een boek dat is geschreven met de hoop op een Gouden Griffel en dat bedoel ik niet als compliment. Ik bedoel dat dit een kinderboek voor volwassenen is en daar kan ik niks mee.” Onze leerlingen hadden ook een beetje dat probleem, en niet iedereen vond het even goed. Toch vond ik het wel iets hebben, ja. Ik kan me voorstellen dat sommige jongeren zich hier heel hard in zullen herkennen, hopelijk een duwtje in de rug krijgen en zich niet meer alleen met hun problemen voelen.

En dan is wat mij betreft een boek wel geslaagd, ja.

Lectuur: “Queen of Sorcery (The Belgariad #2)” van David Eddings

Deel twee van deze trilogie vond ik eigenlijk al beter: er zit iets meer diepgang in, de wereld moet niet meer geschetst worden, en het gaat iets vlotter vooruit (hoewel…).

Garion weet intussen wie of wat hij is, maar hij is onderweg op zijn missie om de wereld te redden, en dat gaat blijkbaar niet zo vlot. De personages worden wat meer uitgediept, maar Eddings gaat bij momenten de verschillende volkeren wel erg stereotyperen, en je kan je vaak niet van de indruk ontdoen dat hij het over echte volkeren heeft, zoals een Mediterraans volk enzovoort.

Wat ook wel stoort, is dat Garion vaak onder zijn voeten krijgt van Polgara – de Queen of Sorcery uit de titel – omdat hij iets doet zonder te beseffen wat de gevolgen daarvan zijn, net omdat zij als zijn opvoeder bijzonder veel voor hem verzwijgt of zegt dat hij dat later wel zal te weten komen. Sorry, maar zo werkt een opvoeding niet. Als je iemand opzettelijk niet alle feiten vertelt, moet je ook niet komen zagen dat hij iets gedaan heeft op basis van de info die hij heeft.

En Ce’Nedra, de prinses die zijn vrouw zal worden? Man, wat een vervelend nest zeg! Hoe stereotiep kunnen ook hier de gender rollen zijn?

Los daarvan is het beter geschreven dan deel een en gebeuren er echt ook wel leuke en spannende, soms zelfs humoristische dingen. Beter dan deel een dus, maar nog steeds geen echte hoogvlieger, wat mij betreft.

Lectuur: “Pawn of Prophecy (The Belgariad #1)” van David Eddings

Deze was me aangeraden, maar veel klassieker en clichématiger kan fantasy niet zijn, vond ik.

Het begint allemaal met Garion, een doodgewone weesjongen op een doodgewone boerderij. Tot hij uiteraard niet zomaar een jongen blijkt te zijn, maar een verloren gewaande prins die onder de hoede staat van zijn tante die dan een letterlijk eeuwenoude tovenares blijkt te zijn.

Er vormt zich een reisgenootschap, want Garion – die uiteraard ook over meer krachten blijkt te beschikken dan een gewone mens – heeft een missie om de wereld te redden, hoe kan het ook anders. Een duistere kracht heeft een magisch voorwerp gestolen en dat moet teruggehaald worden. Garion beseft dat hij niks meer kan geloven van wat hij weet, dat hij niemand meer kan vertrouwen en dat hijzelf niet is wie hij dacht dat hij was.

Soms is het best wel charmant hoe Garion naïeve vragen stelt, hoe hij een simpele kijk op de wereld heeft, zeker als hij dan in het gezelschap terechtkomt van andere koningen en koninginnen, maar vaak werkt ook dat net op de zenuwen. Ik ben ook niet bijzonder verrast door de schrijfstijl, die is ook soms nogal simplistisch.

Lees ik het vervolg? Dat wel, want dat zou dan weer zonde zijn, maar vind ik het écht goed? Nope, voorlopig niet. Ik heb al bijzonder veel verhalen gelezen over een weesjongen (of -meisje) dat dan plots een koning of koningin blijkt te zijn en de wereld moet redden van een of andere snoodaard, uiteraard geholpen door een select reisgezelschap van allerlei pluimage. Tolkien als inspiratie, iemand?