Lectuur: “De geniale vriendin” van Elena Ferrante

Ik loop precies een beetje achter met mijn boekbesprekingen, en dan heb ik de vorige negen nog in één keer besproken. Maar voor mij is het pas echt vakantie als ik het mezelf ook kan toestaan overdag te lezen.

Omdat we in de buurt van Napels op vakantie waren, was me de reeks van Elena Ferrante aangeraden, L’amica geniale. Maar Italiaans is me echt een brug te ver, ik moest dat misschien wel kunnen aan ’t unief, maar nee, bedankt.

Ik dacht: ik ga eens voor een Nederlandse vertaling gaan. Maar ugh… De vertaalster was duidelijk een Nederlandse en dat merk je. En ook de zinnen vond ik stroef, om eerlijk te zijn. Maar bon, ik was in het Nederlands begonnen, ik heb het dan ook uitgelezen in het Nederlands.

Het is een meeslepend maar tegelijk ook verbijsterend boek. Het verhaal speelt zich af in een bijzonder grauwe, arme wijk van Napels zoals we zelf ook al hadden gezien en waarvan we behoorlijk hadden staan kijken.
Het is ergens de jaren vijftig, relatief kort na de oorlog, de armoede is groot, het geweld regeert nog steeds. Vrouwen horen aan de haard, zorgen voor de kinderen, worden regelmatig afgetuigd door hun echtgenoten, en dat patroon herhaalt zich bij de kinderen. Al van in het begin gaat Ferrante het geweld tussen de kinderen onderling niet uit de weg. Het hoofdpersonage, Lenú, raakt als jong meisje bevriend met de enigmatische Lila. Hun vriendschap is van de wisselende maar zeer intense soort: ze zitten samen op school, spelen samen, maar Lila is… vreemd, en bijzonder intelligent. Alleen mag ze niet verder studeren, terwijl Lenú door haar keiharde werk en behoorlijk wat gelobby van haar leerkracht wel de kans krijgt.

Het is een… bevreemdend boek. Aan de ene kant heb ik het niet bijzonder graag gelezen, aan de andere kant kon ik het ook niet wegleggen en bleven de personages in mijn hoofd spoken: ik wilde weten wat er met hen ging gebeuren, en met de rest van de buurt, want ook al is het boek geschreven vanuit het standpunt van de intussen oudere Lenú, je leeft mee met het wel en wee van de hele buurt, de opkomst van de kruidenier, de mafia-invloeden, dat soort dingen.

Aanrader? Goh… ik weet het niet. Eigenlijk wel. Ik heb in elk geval ook de volgende boeken gelezen.

Lectuur: “The Iron Druid Chronicles” van Kevin Hearne

Deze reeks – jawel, ik ga deze niet boek per boek bespreken – kreeg ik via via door, en ik heb me er machtig mee geamuseerd. Dat laatste woord is welbewust gekozen: dit is superlichte vakantielectuur waar je doorheen raast.

Hoofdpersonage is Atticus O’Sullivan, een druïde die eigenlijk al meer dan 2000 jaar oud is, maar zichzelf jong kan houden en rondloopt als kerel van een jaar of 21, met een stevige attitude én een magisch zwaard. Of twee. En een serieuze dosis magische krachten, dat ook.

Hij woont en werkt in de Verenigde Staten maar komt uiteraard in meer dan diverse problemen, zowel hier op Gaia als in andere sferen, waaronder het Ierse Tir Na nÓg, waar de goden leven waarmee hij voortdurend in contact staat. Maar ook de andere panthea bestaan en zijn meer dan aanwezig.

Hij is de laatste nog levende druïde en zal op een bepaald moment een leerling aannemen, waarop Hearne ook hoofdstukken uit haar standpunt begint te schrijven. Atticus is ook vergezeld van een gigantische wolfshond, Oberon, waarmee hij vlot mentaal kan praten en die een nogal vreemd gevoel voor humor heeft.

Hearne heeft de wereld echt wel goed uitgedacht: er zitten weinig tot geen gaten in, zo goed als elk detail – zoals bijvoorbeeld het feit dat hij met zijn hond kan praten – is wel ergens uitgelegd, en bij momenten is het razend spannend, op andere momenten is het pure slapstick. Er zijn vampieren, heksen, weerwolven in overvloed, maar ook die hebben zich aan de huidige tijd aangepast.

En de avonturen? Goh… Die zijn soms wat bij het haar getrokken, soms wat over the top – Heimdall of Fenrir doden, iemand? – maar bijzonder vermakelijk.

Al bij al heb ik acht boeken gelezen en een kortverhaal of tien, op een maand tijd, dus dat valt wel mee, zeker?

Hearne heeft vooral gigantisch goed naar Jim Butcher en zijn Dresden Files gekeken: de sfeer is compleet dezelfde, de humor in dezelfde lijn, de nevenpersonages eigenlijk ook: een magiër met een hond in de hedendaagse wereld, met machtige organisaties die meespelen of tegenwerken, een leerlinge die dan minstens even machtig wordt, een leermeester die niet altijd even sympathiek is…

Maar ik kan zo’n lichte reeks bij momenten echt wel smaken, zeker in de vakantie.

Lectuur: “Warbreaker” van Brandon Sanderson

De premisse van dit boek – twee zussen die toevallig prinsessen zijn, een van hen die moet trouwen met een God Koning, een mindere god die niet bepaald fan is van zijn job, een onsterfelijke die de in het verleden gemaakte fouten probeert recht te zetten – lijkt redelijk onvolwassen, maar is het allesbehalve.

Sanderson heeft andermaal een volledig universum opgezet, eentje waarin Adem en Kleur een hoofdrol spelen. Elke persoon heeft één Adem, maar die kan je, als je dat wil, ook doorgeven. Het leven verliest wat kleur, maar verder heeft dat niet zoveel consequenties. Echter, wie 50 Adems verzamelt, bereikt de Eerste Hoogte en ziet daardoor zoveel meer: kleuren, geluiden, levensvormen… Wanneer je nog hoger klimt – en dus een fabelachtige rijkdom in Adems verzamelt – kan je ook Wekken: met je adem dode materie heel even tot leven wekken en dingen voor je laten doen.

Het hoeft geen betoog dat Sanderson opnieuw voluit gaat in deze wereld. Waar de Mistborn Trilogy 1 en 2 veel meer vaart heeft, gaat Sanderson hier bedachtzamer te werk, trager, meer filosofisch. Het zorgt ervoor dat zijn redeneringen soms moeilijk te volgen zijn, dat het boek trager leest, maar opnieuw zit zijn wereld én zijn plot meesterlijk in elkaar. De wrange humor die een van zijn personages ten toon spreidt, ligt me niet altijd, maar past wonderwel in het verhaal.

Het is een duidelijk afgesloten verhaal dat echter ruimte laat voor een vervolg. Of meerdere. Alleen, Sanderson heeft al zo veel werelden die elk om een vervolg schreeuwen. Nog een geluk dat de man zo snel schrijft…

Lectuur: “Elantris” van Brandon Sanderson

Dit is alweer een stevig boek van bijna 700 bladzijden, eentje waarvan ik het doodjammer vind dat er maar één van is, maar waarvan ik de subtitel “Elantris 1” zeer hoopgevend vind.

Ja, Brandon Sanderson is een van mijn favoriete fantasy auteurs, je moet zijn naam hier maar even in de zoekbalk ingeven. Ook met Elantris is hij erin geslaagd een volledig nieuwe wereld te scheppen met eigen accenten, een eigen magie, een eigen geschiedenis. Blijkbaar was de stad Elantris ooit een prachtige, onvergelijkbare stad, draaiend op magie en met een speciaal soort magiërs: gewone mensen werden plots wakker met extra krachten en konden dan in Elantris gaan wonen. Tot het plots fout ging en de hele stad verwerd tot een soort zombieland, met de Elantrianen die niet konden sterven maar elk pijntje – stoot maar eens je teen – bleven voelen tot ze uiteindelijk gek werden van pijn en angst.

En dan krijg je binnen dat kader natuurlijk opnieuw een knap verhaal, een goeie plot, politieke intriges, een sterke vrouwenfiguur, de nefaste invloed van religie… Het zijn intussen wel vertrouwde ingrediënten, dat wel, maar telkens weer op een nieuwe manier gebracht. Ik ben eigenlijk vooral pokkejaloers op die mens zijn fantasie en zijn vertelkracht, en ik kijk reikhalzend uit naar deel twee.

Lectuur: “Circe” van Madeline Miller

Omdat “The Song of Achilles” me zo gigantisch goed bevallen was, wilde ik ook deze ‘Circe’ lezen. En ja, die was ook meer dan oké, maar niet het niveau van Achilles, maar dat kan gerust ook aan mij liggen.

De tovenares Circe is een van de personages uit Homeros’ Odyssea: Odysseus komt op haar eiland aan, blijft er een behoorlijk lange tijd, en is de vader van haar kind Telegonus.

Miller neemt ons mee naar de kinderjaren van Circe: ze is de dochter van de zonnegod Helios en een nimf, maar heeft noch het uiterlijk, noch de stem van de goden. Daardoor wordt ze uitgelachen en niet aanvaard, zodat ze haar heil eerder zoekt bij de stervelingen. Ze komt er ook achter dat ze beschikt over toverkracht, iets wat bij de goden niet toegelaten is. Wanneer ze een liefdesrivale betovert, wordt ze verbannen naar het eiland Aiaia waar ze de enige bewoonster is. Ze temt er de dieren, de natuur en ook de occasionele voorbijganger. Daedalus passeert er, Hermes komt regelmatig op bezoek, en dan is er ook Odysseus… Ze perfectioneert met eindeloos geduld – het helpt wel als je onsterfelijk bent – haar toverdranken en spreuken, voedt met veel moeite haar kind op en laat hem met nog veel meer moeite ook los…

Miller maakt er een prachtig verhaal van, maar op een of andere manier werd ik er minder emotioneel in betrokken als bij Patroclus. Maar heb ik het graag gelezen? Welzeker, alleen staat het niet bovenaan mijn lijst.

Lectuur: “Amongst our weapons” (Rivers of London #9) van Ben Aaronovitch

In 2020 draaide ik er de volledige reeks “Rivers of London” met veel plezier door, intussen was er dus ook aflevering 9.

De hoofdpersoon is uiteraard nog steeds Peter Grant, politieagent in Londen en beginnend magiër, al is hij nu niet echt meer een beginneling. Daarom heeft hij ondertussen ook een leerling, Sarah Guleed, zowel politieagente als magiër in opleiding.

En ja, hij is nog steeds samen met Beverly, de godin van de river Brook, die op het punt staat te bevallen van een tweeling, met alle bijhorende poespas.

Maar vooral krijgen we hier opnieuw een case: een bizarre moord in een van Londens meest beveiligde plaatsen, de Silver Vaults.

Enfin, alle ingrediënten dus voor een licht, luchtig boek met een magische inslag maar vooral een fijne blik op Londen. Geen hoogstaande literatuur, wel een fijn tussendoortje, zoals altijd.

Lectuur: “Rhythm of War” (The Stormlight Archive #4) van Brandon Sanderson

Deel 3 was al geleden van in januari, en ondertussen heb ik tal van andere boeken gelezen, waaronder nog een reeksje fantasy van Joe Abercrombie.

Maar deze bleven wel degelijk in mijn hoofd spoken en dus ging ik nog eens voor een klepper van meer dan 1200 bladzijden. Nee, zelfs ik begin niet lichtzinnig aan een dergelijk boek.

Was het het waard? Oh ja. Net zoals de vorige drie delen krijgt ook deze vlotjes 5 sterren van mij, en ook al is het zo’n klepper, dan nog is het telkens weer jammer wanneer hij uit is, en smaakt het naar meer.

We zitten opnieuw bij dezelfde hoofdpersonages, maar er komt een aantal nieuwe personages bij, enfin, toch als hoofdpersonages met een eigen point of view. De hele oorlog wordt daardoor opnieuw een pak genuanceerder, er is geen wit of zwart en elke partij is overtuigd van zijn eigen gelijk.

Wat ik vooral ook mooi vind, is dat een van de hoofdpersonages, een van de meest overtuigde strijders, Kaladin Stormblessed, stevig gebukt gaat onder PTSD, ofte een trauma dat hem verhindert zijn heldenrol op te nemen. Hij moet een andere manier zien te vinden om mee te draaien, een vredelievende rol op zich nemen, en hij mag alle twijfels laten zien, hij mag blokkeren.

Ja, ook in dit boek toont Sanderson zich een meester. Qua plot zitten er eigenlijk nergens dei ex machina tussen, het lijkt allemaal plausibel en zit ongelofelijk mooi in elkaar. En toch blijft het bij momenten gigantisch spannend…

Ik blijf enorme fan, jawel.

Lectuur: ” The Secret Garden” van Frances Hodgson Burnett

Ik dacht, ik neem na dat hele lichte van Bridget Jones nog eens iets van de klassiekerslijst, kwestie van daar ook nog eens aan voort te doen. Mijn keuze viel op deze The Secret Garden uit 1910. Het is eigenlijk een kinderboek, maar dan wel eentje vol clichés. Ofwel zijn alle kinderverhalen daarna op dit verhaal gebaseerd, dat kan ook, het is per slot van rekening meer dan 100 jaar oud.

Het verhaal op zich – let op, spoiler, maar niet echt want je ziet het van mijlenver aankomen – is over een nors, stuurs weesmeisje, Mary, dat bij haar excentrieke nonkel moet komen wonen in een kast van een landhuis met meer dan 100 kamers. Nonkel is nooit thuis en ze wordt min of meer aan haar lot overgelaten. Alleen hoort ze ’s nachts regelmatig gehuil.

Bon, Mary gaat op onderzoek uit en vindt in de enorme landerijen een geheime tuin waarvan ze – wonder boven wonder – ook de sleutel vindt. Binnenin is alles overwoekerd maar wel prachtig. En dan blijkt dat het gehuil van een oververwend jongetje komt, de zoon des huizes waarvan men al jaren verwacht dat die elk moment kan doodvallen, die nooit buitenkomt, die zelfs niet kan stappen, en dat de reden is waarom de vader ook nooit thuis is.

Uiteraard zullen Mary en Colin vriendschap sluiten, zal zij hem mee naar buiten nemen, zullen ze samen de geheime tuin onder handen nemen, wordt ook Colin weer helemaal gezond en worden ze beiden flinke, gezonde kinderen.

Joepie.

Zoals gezegd, heel voorspelbaar, en net daarom kon het me niet echt bekoren. Ook de kinderen zijn bijzonder cliché, net zoals de andere personages. En ook al hou ik wel van Engels uit die periode, het werd net iets te vaak herhaald hoe stuurs en hoe lelijk en hoe nors Mary eigenlijk wel was. En hoe zagerig en klagerig Colin wel was.

Nope, geen fan.

Lectuur: “Bridget Jones: the edge of reason” van Helen Fielding

Aangezien ik ‘Bridget Jones’s Diary’ had gelezen, heb ik er meteen maar deel twee aangeplakt. Het is zodanig meer van hetzelfde dat ik uiteindelijk deel 3 maar gelaten heb voor wat het is.

De boeken zijn duidelijk niet bedoeld om na elkaar te lezen, want je wordt op den duur alleen maar zenuwachtig van Bridgets neurotische gedrag. Pas op, het blijft amusant en vederlicht, maar goh… Misschien te licht? Misschien te neurotisch? Misschien te klungelig? Te naïef, zoals de episode in Thailand?

Veel kan ik er eigenlijk niet eens over schrijven, om eerlijk te zijn. Leuk voor tussendoor, maar niet meer dan dat.

Lectuur: “Bridget Jones’s Diary” van Helen Fielding

Het hoeft niet altijd zware lectuur te zijn, en deze stond nota bene op de lijst van de BBC, dus dacht ik: na die zware kleppers ga ik even voor iets lichts. Ik kende de films, ik kende dus ook de reputatie van deze boeken. Wel, ik moet zeggen: de films leunen echt dicht bij de boeken aan, ik zag dan ook continu Rene Zellweger voor me, en Colin Firth en Hugh Grant. Er is erger om naar te kijken, denk ik dan.

Het is goed geschreven, het is vlot, het is grappig, maar wat ik vooral geniaal vond, was dat in het boek – en dat is begrijpelijkerwijs uit de films gelaten – Bridget echt een crush heeft op Colin Firth de acteur en dat ze ook een interview mag doen met hem en zo. Om dan Colin Firth te strikken als acteur om haar love interest te spelen: heerlijk toch? En ook Hugh Grant, die dan later ook een belangrijke rol speelt in de film, wordt stevig door de mangel gehaald in het boek. Ik vermoed dat Fielding nooit had durven dromen dat het boek zo’n succes ging worden dat beide heren gewoonweg wilden meespelen in de film.

Ik had het op een paar dagen uit en het is niet alsof een boek als dit blijft hangen, maar als je chick lit wil die zeer aangenaam is om te lezen? Doen, zou ik zeggen.