Lectuur: “Little Women” van Louisa May Alcott

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Het volgende boek werd dus “Little Women” van Alcott, een boek waar ik eigenlijk nog nooit van gehoord had. Het is intussen verschillende keren verfilmd, soms zelfs in moderne settings. Tsja…

Ik moet eerlijk toegeven: het lag me niet zo, en tegelijk wilde ik toch steeds verder lezen. Hoezo? Wel, het boek valt onder “didactische roman”, een boek dat dus een morele les wil meegeven, en dat laatste ligt er nogal dik op, vond ik. Voortdurend zijn er verwijzingen naar de bijbel en hoe jonge meisjes eigenlijk hun leven zouden moeten leiden, geduldig en ijverig zijn, bescheiden, lief, dat soort dingen… Aan de andere kant mogen de personages ook ambitieus zijn, non-conformistisch, een eigen persoonlijkheid ontwikkelen…

Afbeeldingsresultaat voor little women book

Het gaat dus over een gezin van vier dochters met de moeder, terwijl vader het grootste deel van de tijd nog in de oorlog zit. Ze zijn niet bepaald rijk, maar maken er het beste van en zijn duidelijk welopgevoed, met de juiste connecties in de hogere kringen. De morele waarschuwingen zitten in het verhaal verweven, en toch, toch… Toch leef je mee met de vier meisjes, hun wel en wee, hun kleine besognes en grote ambities, hun verdriet, hun verliefdheden… Het verhaal is geschreven in de tijd van lange jurken, hoge hoeden, lange reizen doorheen Europa, soirées en theekransjes, in een welstellend Amerika, en ook dat laatste is verfrissend: de Amerikaanse opvattingen zijn behoorlijk anders dan die van pakweg Engeland of Frankrijk.

Vond ik het een goed boek? Goh, ik weet het eigenlijk niet. Ja en nee. Het morele gezaag werkte soms danig op mijn zenuwen, maar het verhaal zelf is eigenlijk gewoon heerlijk, meeslepend en bijzonder echt. Het zorgt dus ook tijdens het lezen zelf voor die tweespalt, en dat maakt het niet altijd makkelijk.

Lectuur: “Best served cold” van Joe Abercrombie

De trilogie ‘The First Law’ van Joe Abercrombie was mij zó goed meegevallen dat ik eigenlijk ook wel de stand alone boeken in dezelfde wereld wilde lezen.

De eerste daarvan was deze, een stevig boek met een gezonde dosis realisme: dit is geen wereld met knappe prinsessen, stoere helden en cleane gevechten, dit is een harde, grimmige wereld waar mensen dood gaan aan steekwonden, waar gekermd en gebloed wordt en de wereld geen mooie plaats is, waar mensen verraden worden en ieder voor zijn eigen gewin gaat.

Het hoofdpersonage is de aanvankelijk wél knappe Monzcarro Murcatto, een huurlingenleidster die verminkt en voor dood achtergelaten wordt door haar opdrachtgever om haar dus niet te hoeven betalen. Maar wraak is een zeer sterke emotie, blijkbaar ook een slechte leidraad, en best served cold.

Ze gaat voor haar wraak en verzamelt daarvoor de nodige mensen om zich heen, die ook telkens netjes uitgewerkt worden qua karakter, de ene al iets sarcastischer dan de andere, maar telkens ook met hun kleine kantjes.

Het is misschien een beetje lang uitgesponnen, hier en daar mocht het misschien wel wat korter, maar ik hou enorm van de stijl van Abercrombie. En vooral het realisme spreekt me aan, want in het fantasy genre zijn de helden vaak nogal karikaturaal.

Dus ja, ook de twee andere stand alone boeken gaan nog voor de bijl.

Lectuur: Jean Le Flambeur

k ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na “His Dark Materials” van die lijst dook ik opnieuw in de science-fiction, al zetten sommige van mijn vrienden deze ook gewoon onder fantasy. Het gaat om de reeks rond Jean Le Flambeur, drie boeken van de Finse auteur Hannu Rajaniemi. Het universum waarin dit afspeelt, is blijkbaar een verre, verre toekomst, waarin de aarde eigenlijk een voetnoot is en de mens maar één van de vele soorten.

Het verhaal draait rond, u raadt het al, Jean Le Flambeur, een gentleman-dief die bevrijd wordt uit een gevangenis om er dan als tegenprestatie iets te gaan stelen voor een soort goddelijk wezen om daarmee dan datzelfde universum te redden. Of zoiets. De plot is vreselijk ingewikkeld, mensen zijn eigenlijk een verzameling gedachten en herinneringen die je kan digitaliseren en dus naar wens in een lichaam dumpen. Ze zijn op die manier ook onsterfelijk, maar kunnen zich in duizenden tegelijk verdelen, gogols genaamd. Transhumanisme, mind-uploading maar daarnaast ook het delen van een lichaam tegen betaling, gevangenissen die experimenteren met het steeds opnieuw doden van zijn gevangenen, … Steden zijn kunstmatig gevormd, bewegen zich voort op grote poten om de hitte van de zon  te vermijden en dat soort dingen. U ziet het, science fiction maar met een compleet bijeengefantaseerde wereld.

Rajaniemi is doctor in de fysica, en dat is wel duidelijk: hij speelt met termen als neutrino’s, quantumteleportatie, Higgsdeeltjes, Planckruimte, Hawkingdrive enzoverder, en dat maakt het soms echt wel moeilijk om te lezen. Af en toe heb ik bij zijn wetenschappelijke uitleg afgehaakt, en af en toe heb ik ook een stuk herlezen omdat ik niet meteen helemaal mee was.

Maar zijn het goeie boeken? Welzeker. Rajaniemi heeft prijzen behaald met zijn eerste boek, en ik snap dat wel: het is compleet vernieuwend en verfrissend en de plot zit ingenieus in elkaar. Maar lichte strandlectuur is het niet, neem dat van me aan.

Lectuur: “His dark materials” van Philip Pullman

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na de intense Matthew Swift boeken kwam ik bij de klassieker “His Dark Materials” van Pullman, en het zei me totaal niks. Alleen de tekening van de eerste cover – want het gaat hier om een reeks van drie boeken – deed vaag een belletje rinkelen: een meisje op de rug van een gepantserde ijsbeer.

Ik begon dus te lezen in “The Golden Compass” en stelde vast dat het blijkbaar om de avonturen van een meisje van een jaar of tien ging, in een steampunkwereld. Was ik van mijn sokken geblazen? Euh, niet echt, nee. Het was een fantasyverhaal, met pratende dieren, zeppelins, steampunktoestanden, alternatieve werelden, maar ik heb, om eerlijk te zijn, al betere fantasy gelezen.  Ook al betere allegorieën over hoe de mensheid de wereld om zeep aan het helpen is, of betere coming-of-age verhalen.

Ik heb toch de andere twee boeken ook gelezen, want als ik ergens aan begin, wil ik ook weten hoe het afloopt. Maar nee, het was niet alsof ik hier begeesterd in de zetel zat te lezen overdag, terwijl dat wel het geval is met andere verhalen.

Mja.

Het kan helemaal aan mij liggen, maar nee, voor mij haalt het belange niet het niveau van de andere klassiekers die ik hier al heb gelezen.

Lectuur: “Matthew Swift” van Kate Griffin

Na de reeks rond Harry Dresden had Birgit me de veel kortere reeks van Kate Griffin aangeraden rond de urban sorcerer Matthew Swift. Tot op zekere hoogte zijn de twee reeksen vergelijkbaar: het gaat in beide gevallen over een eenzaat, een tovenaar die zijn magie haalt uit de stad, daar ook mee werkt, en eigenlijk de wereld moet redden van een aantal catastrofes.

Maar daar houdt het eigenlijk mee op. De Dresden Files zijn veel meer fantasie, spelen zich af over de hele wereld, maar grotendeels in Chicago. Die stad lijkt wel eerder toeval dan wat anders.
In de reeks rond Matthew Swift ligt dat helemaal anders: ook hier is het hoofdpersonage een eenzaat, die in verpauperde omstandigheden te werk gaat. Maar de stad Londen is minstens evengoed een hoofdpersonage. Het soort urban magic dat hier beschreven wordt, werkt niet in een plattelandsomgeving. Je kan zo de routes doorheen de stad volgen, Swift verlaat de stad ook niet, en zijn magie komt uit de elektriciteitsleidingen, de straatlampen, de metro, de vuilbakken en de stadsvossen.
De humor is ook helemaal anders, als in: quasi onbestaande. Waar The Dresden Files puberaal sarcastisch zijn, is het hier allemaal bittere ernst, met af en toe een cynische ondertoon.

Heb ik de vier boeken graag gelezen? Jawel. Maar het leest niet als de razendsnelle pulp rond Dresden, en het laat je ook niet met een adrenalinestoot achter. De reeks is zoals de achterbuurten van Londen waarin ze zich afspeelt: donker, duister, vuil, grijs, met roet en uitlaatgassen besmeurd, maar daarom niet minder intrigerend.

Op simpele vraag digitaal te leen.

Lectuur: “To Kill a mockingbird” van Harper Lee

Zoals gezegd wissel ik fantasy en science fiction af met klassiekers, en in mijn lijst stond deze hoog aangeschreven.

En jawel, ik was redelijk van mijn sokken geblazen, ja. Het gebeurt niet zo vaak dat ik moet huilen bij een boek, maar bij deze heb ik dat dus wel gedaan. Een paar keer. Damn, zo mooi…

Het uitgangspunt is vrij simpel: een klein meisje in het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig vertelt over haar leven met haar broer, haar beste vriend en haar vader. Haar moeder is blijkbaar overleden, en vader is een advocaat die op een bepaald moment een zwarte moet verdedigen die beschuldigd wordt van verkrachting. Alleen al het feit dat hij zwart is, maakt hem in veel blanke ogen per definitie schuldig.

Het verhaal wordt verteld vanuit het standpunt van de zesjarige Scout, waardoor het allemaal een zekere onschuld en naïviteit vertoont, maar in feite gaat het hier om een keiharde aanklacht over vooroordelen, rassendiscriminatie en de enggeestigheid van kleine samenlevingen. Of hoe een klein meisje nog niet die bekrompenheid van een volwassene bezit.

Het verhaal is prachtig geschreven, in een heerlijke vertellende stijl, zonder te dramatiseren. En het is net die eenvoud die het uiteindelijk zo ongelofelijk ontroerend maakt.

Met heel veel recht en reden een klassieker. Eentje die ik wellicht ooit nog wel eens zal herlezen.

Lectuur: “The Imperial Radch” van Ann Leckie

Michel had me deze trilogie aangeraden, en ik weet intussen dat ik op Michels smaak mag en kan vertrouwen, dat is blijkbaar dezelfde als die van mij.

En dus las ik deze zware science fiction met ongelofelijk veel genoegen: de intriges in een – uiteraard – dystopische wereld waarin een AI in onverwachte en vooral frustrerende omstandigheden toch probeert “het goede” te doen. Knap geschreven, een subliem ontwikkelde wereld waarin ik op het eerste zicht geen inconsistenties heb ontdekt, en personages waarmee je kan meeleven: wat wil een mens nog meer?

Goh, als ik eerlijk ben? Meer boeken in de reeks :-p

En een leuk detail: in de taal van de Radchaai is er geen onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk: er wordt naar alle personages verwezen als “she”, wat in het begin zeer verwarrend overkomt wanneer een personage duidelijk mannelijk blijkt te zijn, maar waar je eigenlijk verrassend snel aan went, en dat je er ook op wijst hoe mannelijk we de meeste personages en machtsposities zien.

Als je into scifi bent: een aanrader.

Lectuur: “Catch 22” van Joseph Heller

In mijn afwisseling tussen fantasy, science fiction en klassiekers besloot ik de BBC-lectuurlijst te volgen. Het eerste boek dat ik gewoon staan had op computer was “Catch 22”, iets wat me sowieso al aangeraden was.

Ja, ik was diep onder de indruk: ik heb ervan gedroomd, ik zat er ook overdag mee in mijn hoofd. Zelden heb ik een boek gelezen dat zo chaotisch was, zo intuïtief, zo… onoverzichtelijk, om mee te beginnen. Het lijken allemaal bijzonder rare, losse gedachten die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken, maar naarmate de focus verschuift van het ene personage naar het andere en je dus andere standpunten krijgt, vallen de puzzelstukjes op hun plaats. En wat voor een puzzelstukjes.

Het verhaal – een echte plot is er niet en is ook niet nodig – speelt zich af tijdens de tweede wereldoorlog, waarbij bombardier Yossarian zich steeds meer en meer afvraagt hoe hij in hemelsnaam uit de hel die de oorlog is, weg kan raken. De situatie rondom hem en zijn… vrienden? Lotgenoten? Collega’s? Medeslachtoffers? is ronduit kafkaiaans en nihilistisch, en het deed me ongelofelijk vaak aan de reeks M.A.S.H. denken: ik heb die als vroege tiener gezien en vroeg me vaak af waar die kinderachtige grappen en rare grollen voor nodig waren. Wel, de mosterd kwam duidelijk van dit boek, en met recht en reden: humor is de enige manier om niet compleet gek te worden in een dergelijke situatie waar de een na de ander rondom jou sterft.

Ja, het boek had een stevige mentale impact. Het heeft me ook aan het denken gezet, meermaals. Ik weet waarom ik klassiekers lees, dus.

Yossarian lives!

Nog meer binge reading: 15 Dresden Files

Op 10 maart had ik het hier al geschreven: ik had me volop op “The Dresden Files” van Jim Butcher gestort, en was aan het lezen als een zot, met 7 uitgelezen boeken als gevolg.

Intussen zitten we nog geen maand verder, en ik heb er meteen al 8 bij gedaan: de rest van de reeks. Ik heb er echt intens van genoten, en de plot wordt intenser, de sfeer grimmiger. Alleen, als je ze allemaal na elkaar leest, krijg je natuurlijk ook wel soms dezelfde wendingen, fraseringen, maniërismen van de schrijver, en dat kan al eens op de zenuwen werken.

Maar ik heb ze bijzonder graag gelezen: vergelijk het gerust met een goeie reeks op Netflix die je niet kan afzetten. Pulpy, maar aangenaam en vlot, en ideale afleiding voor een drukke geest.

Ik kan al niet wachten tot de volgende in de reeks uitkomt. En misschien dat ik wel eens op zoek ga naar de serie op Netflix of zo, want blijkbaar is er een verfilming van. Die volgt de boeken wel niet zo trouw, maar geeft de sfeer wel correct weer. I’ll settle for that!