Lectuur: “Eleanor Oliphant is completely fine” van Gail Honeyman

Wolf vroeg me of ik hem dit boek kon bezorgen, want hij had het nodig voor Engels. Meteen heb ik het dan zelf ook maar gelezen, en ik was onder de indruk. Ik zou het zelfs willen voorstellen voor de leesclub, als we die volgend jaar weer van de grond krijgen.

Ik geef het eerlijk toe: in het begin heb ik me een paar keer afgevraagd of ik wel ging verder lezen. Het hoofdpersonage – het boek is in de ik-vorm – spreekt zeer afgemeten, en mijn eerste indruk was dat ze zwaar autistisch is. Niet meteen de meest boeiende lectuur, een zeer repetitief leven: elke dag dezelfde kleren, hetzelfde eten, hetzelfde werk.

(Pas op: minor spoilers. Had je al gepland om het zelf te lezen, dan lees je best niet verder. Wil je een reden hebben om het te lezen? Dan kan het wel, denk ik.)

Maar dan komt het beetje bij beetje naar boven dat Eleanor eigenlijk een zeer, zeer zware jeugd heeft gehad. Dat ze een zeer ongezonde relatie heeft met haar moeder.
Door een stom toeval wordt ze uit haar routine en haar isolement gerukt en daar geeft ze beetje bij beetje aan toe, schoorvoetend. En dan wordt duidelijk – voor mij toch – dat ze eigenlijk niet autistisch is, maar zwaar getraumatiseerd en totaal sociaal onaangepast. Ze heeft, om kort te gaan, nooit leren leven, nooit leren omgaan met mensen, nooit geleerd hoe mensen eigenlijk in elkaar zitten.

Ja, ik was redelijk ondersteboven van dit boek. En eigenlijk ongelofelijk blij om te lezen dat het eigenlijk wellicht, met vallen en opstaan, wel goed zal komen met Eleanor. Ook al weet ik dat ze een fictief personage is.

En die afgemeten stijl? Het boek kon eigenlijk niet anders geschreven zijn.

Een aanrader, echt wel. Echt. Wel.

Lectuur: “Race of Scorpions” (The House of Niccolò #3) van Dorothy Dunnet

Was ik bij de eerste twee boeken van deze reeks nog enigszins gereserveerd, dan vond ik dit boek wél weer helemaal top. Het hoofdpersonage Nicholas eist steeds meer zijn plaats op als leider, positioneert zich nadrukkelijk aan het hoofd van zijn compagnie en zijn beslissingen zijn des te intrigerender.

Dunnet heeft het duidelijk voor personages die geniaal zijn: ook hier is Nicholas een rekenwonder, maar vooral een genie in het plannen, bedenken, intrigeren en manipuleren. Hij beheerst een massa talen, maar dat blijkt in die periode geen uitzonderlijk feit te zijn.

Na de bijna-dood-ervaringen in Trebizond verzeilen Nicholas en een deel van zijn compagnie in Cyprus, aanvankelijk dik tegen zijn zin. Maar tegen sommige tegenstanders zeg je nu eenmaal best geen nee, als je wil blijven leven.

Op Cyprus moet Nicholas zich voorzichtig een weg zoeken tussen twee rivaliserende koningen – enfin, halfbroer en halfzus – die beiden aanspraak maken op de troon, want hij zit wel aan het hof van de ene, maar zijn er in zijn omgeving dan geen mensen die eigenlijk voor de ander werken?

Uiteindelijk heeft Nicholas ook hier een massa doden op zijn geweten, zij het weer onrechtstreeks. En ja, dat leidt duidelijk tot enig trauma, zelfs als hijzelf fysiek redelijk ongeschonden wegraakt uit Cyprus. Een stevig pak rijker, dat wel.

Dunnet slaagt er deze keer wel in – het kan ook volledig aan mij liggen – om het bij moment razend spannend te maken. Haar hoofdpersonage is ook veel gelaagder, gecompliceerder en net daardoor ga je sterker meeleven.

Yup.

Mijn volledige goedkeuring.

Lectuur: “The Spring of the Ram” (The House of Niccolò #2) van Dorothy Dunnet

Bij de nummer 1 van deze reeks had ik mijn bedenkingen: Dunnet schrijft schitterend, maar in vergelijking met haar vorige reeks The Lymond Chronicles viel deze wat lichter uit. Het probleem zat hem vooral in het hoofdpersonage: waar je eigenlijk meteen als een blok viel voor Francis Crawford, heeft Nicholas Van Der Poele lang niet diezelfde aantrekkingskracht. De plots zitten nochtans even vernuftig in elkaar, het verhaal is exotisch en goed geschreven, en toch…

Maar ik moet het toegeven: Nicholas wordt intrigerender naarmate het verhaal vordert. Is hij in het eerste boek nog de weesjongen die zich opwerkt van leerjongen tot baas van de ververij, dan krijgt hij hier veel meer vrij spel. Ja, zijn verleden achtervolgt hem nog steeds keihard, hij moet opboksen tegen vooroordelen en achterdocht, maar er komt meer en meer vlees aan het personage. Nicholas en zijn kompanen – of waren het nu toch babysitters? – verzeilen met enige omwegen in Trebizond – het huidige Trapzon in Turkije – dat zowat het laatste Byzantijnse bolwerk is. Hij moet opboksen tegen zijn rivalen en doet dat op een geniale, zij het bij momenten zeer gewaagde manier.

Het grote verschil met Lymond is dat die zich meteen “entitled” voelde, de macht nam en voor de directe aanpak koos. Nicholas heeft helaas dat privilege niet: hij wordt er steeds aan herinnerd dat hij van zeer lage komaf is en dus sociaal geen enkele status heeft. De directe aanpak zou hem meteen de doodstraf opleveren, en hij moet dus indirect te werk gaan. Steeds vraag je je als lezer af: was dit nu zo gepland, of is dit een samenloop van omstandigheden? Is Nicholas nu echt zo geslepen, of is hij toch nog naïef? Of ben je zelf als lezer nu naïef aan het zijn? Heeft hij nu de dood van bepaalde mensen op zijn geweten of niet?

Bij de Lymond Chronicles was het beste boek veruit hetgeen zich in de Levant afspeelde, aan het hof van sultans en emirs. Ook hier kan Dunnet zich helemaal laten gaan in het beschrijven van de Oosterse omgeving, al gaat ze niet zo ver als de vorige keer.

Al bij al levert het een intrigerend, bijzonder goed geschreven verhaal op. Maar, nog steeds: Lymond it ain’t.

Lectuur: “Niccolò Rising” (The House of Niccolò #1) van Dorothy Dunnet

Mja.

Het is geen Lymond.

Maar eigenlijk is dit echt wel weer een steengoed boek van Dorothy Dunnet. Het speelt zich iets vroeger af dan The Lymond Chronicles, en meer bepaald zelfs in Brugge, wat het wel een extra charme geeft, ja. Dunnet heeft, net zoals bij de vorige boeken, zeer grondige research verricht, zoveel is zeker.

Alleen… ook hier duurde het minstens 200 bladzijden voor ik wat in het verhaal kwam, moet ik toegeven. Ze wisselt weer complete slapstickmomenten – een race doorheen de straten van Brugge op een kaalgeplukte struisvogel, iemand? – af met behoorlijk spannende passages, maar misschien ben ik te snel na de Lymonds om hieraan te beginnen. Het lijkt wel meer van hetzelfde, opnieuw een jong knap hoofdpersonage – maar wel met een compleet andere achtergrond – dat zich een recht op een eigen leven moet banen doorheen stapels tegenslagen en persoonlijke vijanden, met een buitengewone intelligentie. De plot zit opnieuw zeer ingenieus in elkaar, met onverwachte maar niet onlogische wendingen, politieke intriges doorheen gans Europa, persoonlijke vetes en Brugse besognes.

Maar vooral: Nicholas, hoe charmant hij ook moge zijn, is geen Francis Crawford of Lymond. Claes is gewoon te braaf, te… Ja, braaf is echt wel het woord. Hij steekt stommiteiten uit maar vooral, hij bijt niet van zich af, waar Lymond veel harder was.

Ga ik de reeks verder lezen? Ja, echt wel, het blijven steengoeie boeken, geschreven op een hoog niveau. Maar Lymond Chronicles it ain’t…

Lectuur: “The Ringed Castle” (Lymond Chronicles #5) van Dorothy Dunnet

Van boek 3 uit deze reeks was ik helemaal ondersteboven: wow! Lag het nu daaraan dat mijn verwachtingen extreem hoog gespannen bleven?

Deze ‘Ringed Castle’ vond ik net iets minder goed dan de vorige, al blijft de hele reeks wel op een onvoorstelbare hoogte staan.

(Let op, lichte spoilers!)

Lymond is weggeraakt uit Turkije, maar waar de rest van zijn gezelschap terugkeert naar Europa, gaat hij meteen richting Rusland. Dat is een onontgonnen terrein voor iemand met zijn capaciteiten en zo hoeft hij ook zijn familie niet onder ogen te komen.

In Rusland slaagt hij erin, met een aantal van zijn officieren uit St. Mary’s, zich op te werken tot de absolute generaal van de Russische strijdmachten, de Voevoda Bolshoia. Zoiets kan je niet zonder de nodige genadeloosheid, gewetenloosheid en keihard optreden, en Lymond wordt van zijn hardste kant geportretteerd. Hij kan ook moeilijk anders, in een land dat geregeerd wordt door een zeer onvoorspelbare tsaar en waarin de hele mentaliteit grondig verschilt van de Europese. Gelukkig is er Güzel, zijn Turkse maîtresse die hem een soort thuishaven aanbiedt en die het hele Russische avontuur voor hem geregeld heeft. Hier en daar wordt pijnlijk duidelijk dat hij wel degelijk nog een menselijke kant heeft.

Lymond heeft dan ook geen enkele ambitie om terug te keren naar Schotland of Frankrijk, laat staan Engeland, ook al wordt een groot deel van het verhaal gespendeerd aan de Muskovy Company, de Engelse handelsorganisatie die een permanente handelsroute wil oprichten tussen Engeland en Moskou. En dan vindt de tsaar dat Lymond zijn handelsbelangen in eigen persoon moet verdedigen in Engeland. Dik tegen zijn zin aanvaardt Lymond die commissie – hij kan moeilijk weigeren – en dan loopt het grondig, maar echt grondig mis.

Dunnet schetst een prachtig Moskou met alweer enkele bijzonder spannende scènes – die slederace! – en knap uitgewerkte personages, maar toch… Het verslavende van Pawn in Frankincense is net is minder. Er komt ook een pak meer politiek aan te pas en lange discussies.  Nog steeds is Lymond zelf geen point of view maar blijven we hem en de hele situatie zien door de ogen van zijn medestanders.

Ook Lymonds personage wordt iets meer gedefinieerd, zeker door het aangaan en het daaropvolgende verlies van bepaalde vriendschappen, de band met zijn familie…

Nog steeds ongelofelijk het lezen waard, maar in vergelijking met de vorige wat mij betreft toch net iets minder.

Lectuur: “Pawn in Frankincense” (The Lymond Chronicles #4) van Dorothy Dunnet

Holy. Fuck.

Ik weet het, ik val in herhaling, maar die boeken van Dorothy Dunnet worden alleen maar beter. Ik heb net boek vier uit, en ik ben gewoon van mijn sokken geblazen. Wat een rollercoaster!

Of zoals Bart zei: “Ge hebt precies gewoon stress door die boeken, of wa?” Eigenlijk wel. Ze zijn bij momenten zo ongelofelijk spannend dat het bijna pijn doet.

Boek vier gaat naadloos verder waar boek drie eindigde – minor spoiler alert – met dezelfde grote vijand en dezelfde genadeloze race tegen de tijd. Alleen speelt alles zich hier nu af in de Oosterse wereld, voor een groot stuk zelfs in Constantinopel met een bijzonder hoge invloed van de islam. De citaten komen dan ook voor een groot stuk uit de Koran, maar zijn sinds het eerste boek een pak geminderd. Opnieuw moet Francis Crawford of Lymond and Sevigny al zijn intelligentie aanboren, samen met de fysieke paraatheid van een afgetrainde twintiger, om de situatie het hoofd te bieden.

Ook hier wordt stevig wat gesneuveld, kreeg ik zelfs tranen in de ogen – dat schaakspel! Maar man, dat schaakspel! – en wordt Lymond niet gespaard. Wordt hij sympathieker? Hmmm, niet echt, denk ik. Maar hij wordt wel menselijker en menselijker, met meer twijfels en problemen, en je begint langzamerhand inzicht te krijgen in zijn psyche.

Want dat is me pas nu opgevallen: het verhaal wordt altijd door de ogen van iemand anders gezien, je ziet het nooit vanuit Lymonds standpunt. Vaak is dat het standpunt van Jerott Blyth, zijn trouwe… aanhanger? Vriend? Volgeling? Voor mij is dat een van de sympathiekste personages en het was fijn om zijn gedachten en twijfels te kunnen volgen.

Wie deze keer ook een grote rol speelt, is de jonge Philippa die al in de vorige boeken opduikt maar nu veel meer op de voorgrond treedt en een stevig stuk van de plot op zich neemt. Het is mooi om haar te zien ontwikkelen tot een uitgediept personage dat toch trouw blijft aan de initiële karaktertekening.

En die plot, man, die plot… Het is onwaarschijnlijk hoe Dunnet die plot kan blijven balanceren tussen razend spannend, ongelofelijk poëtisch en soms pure slapstick. Tegelijk moet je er echt je gedachten blijven bij houden, want het zit bij momenten bijzonder ingewikkeld in elkaar. Soms gaat ze ook met opzet heel traag: op bijvoorbeeld een van de spannender momenten, wanneer het gezelschap het Seraglio betreedt, krijg je uitgebreide beschrijvingen van de omgeving, net om het wat langer te laten duren en dus de spanning op te drijven.  En telkens als je denkt dat ze toch ergens een steekje heeft laten vallen, dat er ergens een los eindje overblijft, blijkt dat later toch weer opgeraapt en vastgeknoopt te worden.

Ik weet nu waar Martin de inspiratie van zijn Game of Thrones heeft gehaald, zij het minder briljant. Dit overtreft gans GoT mijlenver, alleen al omdat het zich in een historische wereld afspeelt en dus geen nood heeft aan fantastische of magische elementen om het spannend te houden.

Ik weet dat ik vaak lovend ben over boeken, maar ik blijk alleen maar betere en betere te lezen. En zeggen dat ik bij boek 1 van deze reeks 200 bladzijden nodig heb gehad om over mijn twijfel heen te geraken. Zucht.

Lectuur: “The Disorderly Knights” (Lymond Chronicles #3) van Dorothy Dunnet

Wat. Een. Boek.

Yup, ik ben meer en meer fan van Dorothy Dunnet, en zeker van haar Lymond Chronicles. Nee, ze leest niet als een trein, zeker niet als je het vergelijkt met pakweg Jim Butcher of Ben Aaronovitch. Daarvoor zitten er veel te veel rare wendingen, ongewone vergelijkingen en totaal vreemde woorden in haar taal: zelfs de Oxford English Dictionary herkent ze belange niet allemaal. Maar er zitten pareltjes tussen, zoals bijvoorbeeld een hearth claith dat je maar verstaat als je 1. het luidop zegt 2. Nederlands kan. Blijkbaar iets dat honderden jaren geleden wel nog gebruikt werd, en zo zit het vol.

Het zorgt ervoor dat ik dubbel zo lang lees aan één boek van haar als aan een gemiddeld ander boek, dat heb ik al vast kunnen stellen. Maar eigenlijk is dat gewoon een verlenging van het leesplezier.

Francis Crawford of Lymond, niet langer Master of Culter maar wel Comte de Sévigny, verzeilt deze keer op missie in Malta waar hij in een bloedige oorlog terechtkomt tussen de Hospitaalridders van Sint-Johannes van Jeruzalem en de Turken. Dunnet weet het bij momenten ongewoon spannend te maken, en ergens is het zelfs jammer dat je weet dat Lymond zelf het hoe dan ook zal overleven omdat er anders geen zes boeken kunnen zijn. Ze maakt er echter totaal geen punt van om hem extreem te laten afzien en sympathieke nevenpersonages zonder meer af te maken. Veel hilarische passages zitten er hier niet in, maar wel des te meer diepgaande psychologische analyses, prachtige nieuwe personages, twijfel, verrukking…

Als lezer weet je eigenlijk niet meer of je nu wel of niet mee moet voelen met Lymond. Hij is ongelofelijk intelligent, knap, charmant, maar ook bij momenten gewetenloos, wreed en vooral arrogant. En toch, toch blijkt hij altijd het morele gelijk te halen, ook al is de weg ernaartoe niet altijd even… rooskleurig. En toch zou je hem met open armen en een gezonde dosis achterdocht ontvangen.

Na Malta en vooral ook een heftige belegering in Tripoli komt hij terug naar Schotland om daar een eliteleger op te richten dat hij wil verhuren. Maar tegelijk blijft hij moeilijkheden rond zich opstapelen en blijkt hij vooral een aartsvijand in zijn onmiddellijke omgeving te hebben opgenomen. Pas doorheen het boek wordt je duidelijk wie dat is, wat die persoon al allemaal heeft ondernomen en vooral wat Lymond daartegen in stelling heeft gebracht.

De spanning druipt ervan af, en “eind goed al goed” is niet bepaald een frase die je vlotjes met Dunnet in verband brengt, zo blijkt. Altijd is er nevenschade, zijn er betreurenswaardige doden, is er onherstelbare emotionele beschadiging.

Maar net dat heeft ervoor gezorgd dat ik zowel donderdagavond als vrijdagavond tot half drie heb liggen lezen in mijn bed. Het is vakantie, ik kan het me permitteren, maar by Jove, ik doe dat lang niet voor elk boek.

Lectuur: “Queens’ Play” (The Lymond Chronicles #2) van Dorothy Dunnet

Schreef ik over boek 1 van de Lymond Chronicles nog dat ik moeite had om erin te geraken, dan was dit aansluitende boek helemaal geen probleem.

Let op: spoiler voor boek 1!

We zitten ietsje verder en Lymond is helemaal gerehabiliteerd, zij het nog niet helemaal genezen. Mary de Guise, the Queen Dowager vraagt hem om haar dochter in Frankrijk te beschermen: Mary Queen of Scots is zeven jaar oud en verloofd met de Franse Dauphin. Om die reden verblijft ze aan het Franse hof. Maar er zijn heel veel partijen die er baat zouden bij hebben om haar uit de weg te ruimen: jaloerse troonpretendenten, Ierse verzetsstrijders die de oorlog tussen Engeland en Frankrijk opnieuw willen zien oplaaien, Engelsen die haar liever willen zien trouwen met de Engelse kroonprins en, als dat niet kan, haar nog liever dood willen…

Francis stemt toe, maar dan wel in een vermomming, wat ronduit hilarische slapstick oplevert. Aan de andere kant zit er ook iets diep tragisch in zijn dekmantel: wie is de echte Lymond? De edelman die in alles zijn rigide zelfbeheersing behoudt, gewapend met scherpe tong, of de ollave Thady Boy die alle remmingen loslaat en het hele Franse hof op stelten zet?

Tegelijk blijft er de onderstroom van intrige: wie is degene die de aanslagen op de kleine Mary pleegt? En kan Lymond haar wel beschermen?

Meer ga ik hier niet zeggen zonder de plot weg te geven, maar waar Lymond in het eerste boek bijzonder koud, hard en bij momenten onsympathiek overkomt, laat de auteur hem hier al vaker zijn menselijke kantjes blootgeven. Pas op, hij blijft mensen gebruiken zoals het hem uitkomt, ruïneert levens, springt achteloos om met gevoelens, maar deze keer weet je als lezer dat hij zich daar maar al te goed van bewust is, maar oordeelt dat zijn principes en doelen belangrijker zijn dan emoties.

Je krijgt dan ook vaak intense discussies tussen Lymond en zijn vrienden, waarin zij hem uiteindelijk ook bevestigen: “You did the right thing”. Al is ‘vrienden’ misschien wel een groot woord: Lymond laat zich vooral bewonderen, laat mensen verliefd worden op hem, laat hen zich opofferen voor hem, maar houdt zelf altijd afstand en geeft zich emotioneel niet bloot. Hij is en blijft alleen, een welbewuste zij het eenzame keuze.

Dunnet heeft het aantal citaten gevoelig teruggeschroefd, al blijft het leuk om dingen te herkennen. Zo vraagt iemand spottend over Lymond of hij, stomdronken, eigenlijk nog wel leeft, waarop de ander antwoordt: “Vivit et est vitae nescius ipse suae”, een citaatje uit Ovidius Tristia I 3, iets wat ik met mijn leerlingen lees.
Deze keer komt er ook een vleug Gaelic bij, maar het meeste kan je echt wel uit de context afleiden.

Een boek, niet voor de snelle, oppervlakkige lezers, maar voor wie wel graag eens een kluifje heeft. Schitterend qua intrige, ingebed in historische realiteit, met ongelofelijk veel spanning – ik heb vannacht doorgelezen tot half drie – en een stevige portie psychologie. En, jawel, de nodige slapstick bij momenten.

Valt het op dat ik dit boek graag gelezen heb?

Lectuur: “The Game of Kings” (Lymond Chronicles #1) van Dorothy Dunnet

Het is eigenlijk voor deze boeken dat ik besloten heb om geen reeksen meer te bespreken, maar aparte boeken, want deze verdienen het echt om een aparte beoordeling te krijgen.

Dit was me aangeraden, maar ik wist duidelijk niet waar ik aan begon: het heeft me 200 bladzijden gekost om er echt ‘in’ te geraken, maar toen kon ik het boek ook echt niet meer loslaten.

Het zegt veel over het boek dat er een apart compendium voor bestaat. En dat het wel zo handig is als je naast Engels ook Latijn, Spaans, Duits, Middelengels en Schots kan. En dat ik duidelijk mijn Rabelais en consoorten moet opfrissen.
Dame Dunnet is ongelofelijk belezen en het hoofdpersonage, Francis Crawford of Lymond, Master of Culter, speelt dan ook volop met zijn kennis. De citaten vliegen je om de oren, en gelukkig kan ik zonder enige moeite Frans, Latijn en Duits vertalen en weet ik ook wel het Spaans te begrijpen. Het Middelengels en het Schots, maar ook de immens uitgebreide Engelse woordenschat worden me gelukkig voor een groot deel aangeleverd door de ingebouwde Oxford English Dictionary, en ook Wikipedia die standaard op mijn Kindle zitten.
Maar dat wil niet zeggen dat ik alle citaten zomaar kan thuis brengen, jammer genoeg. En om er telkens weer google bij te halen, daar heb ik ook geen zin in.
Aan de andere kant is het net dat belezene dat me wel heel erg aansprak.
Het (fictieve) verhaal is dat van ene Francis Crawford of Lymond in de zestiende eeuw, een Schotse edelman, tweede zoon uit de Culter familie. Hij is erin geslaagd om zichzelf buiten de wet te laten stellen door zijn acties, terwijl hij eigenlijk in de strijd tussen Schotland en Engeland toch wel een belangrijke rol heeft gespeeld. Mede daardoor heeft hij een bende outlaws rond zich verzameld waar hij als absolute leider het land mee afschuimt. Maar er zit meer achter, zo veel meer… En zijn enige doel is zichzelf – en zijn familie – rehabiliteren.
Ik heb er geen idee van hoeveel opzoekwerk Dunnet heeft verricht voor deze historische fictieroman, maar het moet de moeite zijn geweest: zowat alle personages zijn dan ook echt en de politieke situatie is ook zeker historisch correct. Het vraagt ook wel enige moeite om mee te zijn en te blijven, vooral ook door de cryptische omschrijvingen en omsluierde uitspraken van de personages. Dunnet strooit met personages als Mary Queen of Scots, Mary de Guise Queen Dowager, Earl of Lennox, Lord George Stewart of Douglas, en het vergt wel wat concentratie om te blijven onthouden dat Sir George, de oudste Stewart, de broer van Lennox of Lord Douglas eigenlijk één en dezelfde persoon is.
Maar de intrige zit ongelofelijk goed in elkaar, bijzonder ingenieus, en ook al weet je dat het goed – enfin, toch in zekere mate – zal aflopen en dat Lymond het wel zal overleven, toch zit er gigantisch veel spanning in. Denk Game of Thrones, maar beter. Veel beter. En in de tijd vlak na Henry VIII.
Is het hoofdpersonage sympathiek? Ik ben er nog niet helemaal uit. Hij is jong, knap, atletisch, ongelofelijk intelligent, maar ook arrogant, koud, hard, beschadigd, gewetenloos en macchiavellistisch. Hij gebruikt mensen, en tegelijk zit er ook iets onzelfzuchtigs in. Ik weet het niet, maar ik weet wel dat ik met heel veel goesting aan boek twee ga beginnen.

Lectuur: “Gods of Blood and Powder” (trilogie) van Brian McClellan, samen met de kortverhalen

Ik denk dat ik eens alle boeken die ik lees, apart ga beginnen bespreken: het is soms jammer om een hele reeks in één keer te bespreken, en in deze coronatijden waarin een mens niks speciaals doet, is het ook al ne keer, goh, moeilijker om onderwerpen te vinden. ’t Is niet alsof we veel uit ons kot komen…

Maar deze is dus toch weer de bespreking van een trilogie. In februari had ik de eerste trilogie gelezen van Brian McClellans Powder Mage en was ik zeer begeesterd.

Ik heb daar toen alle kortverhalen bij gelezen die uiteindelijk ook in twee boeken gebundeld zijn. Er zaten echt korte verhalen bij, sommige waren bijna 90 bladzijden lang, maar allemaal gaven ze wel wat extra info over de personages uit de eerste trilogie. Niet dat ze allemaal even sterk zijn, die kortverhalen, maar dus wel aangenaam om lezen.

En toen was er de tweede trilogie die zich een tiental jaar na de eerste reeks afspeelt. De focus is verschoven naar een van de nevenpersonages uit de eerste reeks, met daarnaast een nieuw personage en een personage uit een van de kortverhalen, The Mad Lancers. Ook in de vorige boeken kreeg je een voortdurende wissel van POV (point of view), maar het absolute hoofdpersonage komt hier begrijpelijkerwijs niet meer voor.

Gelukkig komt een van de meer intrigerende personages, Taniel Two-Shot, hier wel weer uitgebreid aan bod, zij het niet als POV. De logica van de wereld is ook helemaal doorgetrokken, en het is dus een dikke aanrader om eerst die eerste trilogie te lezen voor je aan deze boeken begint.

Het blijft ook mooi om die verschillende standpunten te zien: soms worden bepaalde gebeurtenissen zelfs uit de verschillende standpunten belicht zodat je een totaal ander en vooral vollediger beeld krijgt.

Het echte hoofdpersonage is deze keer Vlora Flint, een van de officieren uit de vorige reeks, die hier aan het hoofd staat van een huurlingenleger in Fatrasta, ver van haar thuisland. Ze moet het hoofd bieden aan een grimmige vijand maar tegelijk vooral ook interne problemen zien op te lossen én een bijzonder ingrijpende gebeurtenis zien te voorkomen.

Daarnaast is er Michel, een nieuw personage dat bijzonder gelaagd blijkt te zijn, na een eerste antipathieke indruk, en dat zich willens nillens in de hoogste politieke sferen bevindt.

En dan is er Ben Styke, of zoals ik ergens las, “The Logan Ninefingers van Fatrasta”, een absolute moordmachine die blijkbaar toch veel meer een geweten heeft dan hij laat blijken.

Alles samen zorgt dit opnieuw voor een uiterst geslaagd geheel met een weldoordachte plot, bijzonder spannende momenten, goed uitgewerkte personages en toch nog het nodige mysterie.

De eerste twee boeken, Sins of Empire  en Wrath of Empire kregen van mij nog 4 sterren, Blood of Empire, als kroon op het verhaal, toch wel vijf. Ik heb ze opnieuw in een razend tempo uitgelezen…