Lectuur: de Rivers of London (Peter Grant) serie van Ben Aaronovitch

Birgit had me deze reeks aangeraden als lichtvoetig, makkelijk te lezen, en geschreven door een van de schrijvers van Doctor Who. Tsja, hoe kan een mens dan weerstaan?

Het gaat – alweer – om een hedendaagse wizard, maar dan weer in een compleet andere setting dan Harry Dresden of Matthew Swift. Peter Grant is namelijk een jonge politieagent die in de tovenaarswereld rolt, en vaststelt dat de Metropolitan Police in Londen blijkbaar ook een aparte afdeling heeft voor alles wat met het bovennatuurlijke te maken heeft. Zijn inspector is iemand die zo weggelopen lijkt uit de oerbritse films van na de wereldoorlog, strak in het pak en al. Uiteraard levert dit een pak bizarre situaties op, maar eigenlijk vooral een reeks politiedetectives van meer dan deftig niveau met een tovenaarsinsteek. En uiteraard ook een belangrijke rol voor de rivieren in Londen, maar dat moet u vooral zelf ontdekken.

Het leuke is ook dat de boeken wel degelijk verder bouwen op het overkoepelende verhaal, en dat het niet alleen om zeven romans gaat, maar ook daartussen een reeks graphic novels waarin ook dat overkoepelende verhaal verder loopt, en er zit zelfs een luisterboek tussen, maar daar ben ik nog niet geraakt.

Leest het vlot? Welzeker, je gaat je vrij snel identificeren met het hoofdpersonage, maar het zijn ook gewoon goed geschreven detectives, en meer moet dat niet zijn, vind ik.

Fijne vakantielectuur, niks hoogstaands, maar gewoon leuk. Een aanrader dus.

Lectuur: “De bekeerlinge” van Stefan Hertmans

De boekenclub op school opnieuw van de grond krijgen, het lukt me maar niet. Soms denk ik dat het aan mij ligt, dat de collega’s niet graag met mij die dingen bespreken. Maar aan de andere kant heeft iedereen het ook zodanig pokkedruk dat het gewoon niet lukt. Mja…

Ik had tegen 18 november “De bekeerlinge” van Hertmans vooropgesteld, maar toen bleek dat ik eigenlijk alleen ging zijn. Niet veel boekenclub aan, natuurlijk.

Bon, ik heb het boek in ieder geval wel gelezen. Vond ik het een goed boek? Wel, ik ben er eerlijk gezegd niet helemaal uit. Het is een intrigerend boek, dat in elk geval, het blijft hangen. En ik hou van Hertmans’ barokke stijl, dat ook.

Het verhaal is vrij eenvoudig samen te vatten: in het Zuid-Franse dorp waar Hertmans een buitenverblijf heeft, stoot hij op het verhaal van een jonge Normandische edeldame die verliefd wordt op een Joodse jongeman en met hem vlucht. Wellicht heeft ze daar, in tijden van de kruistochten, nooit de implicaties van vermoed.

Hertmans verweeft haar verhaal met dat van zijn zoektocht naar bronnen, resten, ruïnes en verhalen over zijn onderwerp, en dat maakt het enerzijds net veel realistischer, anderzijds ook… ik weet niet… Het verbreekt een beetje de magie van het waargebeurde verhaal: telkens wanneer je net weer in het verhaal van de jonge Hamoutal wordt meegezogen, is daar weer de nuchtere stem van de auteur.

Maar zoals gezegd, het is bij momenten moeilijk om het boek neer te leggen, want het intrigeert mateloos, en het bleef dan ook door mijn hoofd spoken.

Een aanrader? Ik weet het dus echt niet. Als je houdt van Hertmans’ stijl, doen. En anders? Er zijn veel goeie boeken, geloof me.

Lectuur: “Red Country” van Joe Abercrombie

Dat ik een fan ben van Joe Abercrombie, heb ik hier al meermaals belijd. Na de trilogie van The First Law en de losse boeken The Heroes en Best Served Cold restte me enkel nog het losse boek – nu ja, los, wel volledig gezet in dezelfde wereld met verwijzingen naar de andere boeken en met een van de hoofdpersonages uit de trilogie – Red Country. Het is fantasy als in: met zwaarden en een min of meer middeleeuwse setting, met nauwelijks magie en een gezonde dosis realisme. Maar waar Best Served Cold een enorme Venetiëvibe had en The Heroes precies wel de eerste wereldoorlog leek, is dit pure western. Allez ja, zonder geweren en met zwaarden en zo, maar qua sfeer? Oh ja…

Het gaat om een mijnstadje met twee rivaliserende bendes, een gold rush, en uiteraard prachtige hoofdpersonages die geen helden zijn, allesbehalve, maar die diep gaan om toch te bereiken wat ze dromen.
Voeg daar nog Abercrombies prachtige proza bij, en ik geniet. Intens.

Dus hou je van fantasy? Dan is dit een gigantische aanrader.

Lectuur: “The Heroes” van Joe Abercrombie

Zoals ik hier al zei, ben ik enorme fan geworden van Abercrombie. Die mens schrijft schitterend, met een rauwe dosis realisme en een gezond gevoel voor humor. Zwarte humor, dat wel. Zoals ik eerder al schreef: “Dit is geen wereld met knappe prinsessen, stoere helden en cleane gevechten, dit is een harde, grimmige wereld waar mensen dood gaan aan steekwonden, waar gekermd en gebloed wordt en de wereld geen mooie plaats is, waar mensen verraden worden en ieder voor zijn eigen gewin gaat.”

En als het verhaal zich dan nog afspeelt in een oorlog met enkele personages die ook al in The First Law trilogie voorkwamen, dan is het al helemaal grauw. Maar ik persoonlijk vind dit zijn beste boek tot nog toe. Een plot die eigenlijk heel eenvoudig samen te vatten is: een zinloze oorlog met een zinloze veldslag om een betekenisloze heuvel. Maar de personages zijn zó raak, zó knap uitgewerkt dat je hoe dan ook meeleeft. Uiteraard zit je nog in een middeleeuwse setting met zelfs een klein vleugje magie, maar eigenlijk speelt dat nauwelijks een rol.

Een aanrader? Zeker en vast!

Lectuur: “Little Women” van Louisa May Alcott

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Het volgende boek werd dus “Little Women” van Alcott, een boek waar ik eigenlijk nog nooit van gehoord had. Het is intussen verschillende keren verfilmd, soms zelfs in moderne settings. Tsja…

Ik moet eerlijk toegeven: het lag me niet zo, en tegelijk wilde ik toch steeds verder lezen. Hoezo? Wel, het boek valt onder “didactische roman”, een boek dat dus een morele les wil meegeven, en dat laatste ligt er nogal dik op, vond ik. Voortdurend zijn er verwijzingen naar de bijbel en hoe jonge meisjes eigenlijk hun leven zouden moeten leiden, geduldig en ijverig zijn, bescheiden, lief, dat soort dingen… Aan de andere kant mogen de personages ook ambitieus zijn, non-conformistisch, een eigen persoonlijkheid ontwikkelen…

Afbeeldingsresultaat voor little women book

Het gaat dus over een gezin van vier dochters met de moeder, terwijl vader het grootste deel van de tijd nog in de oorlog zit. Ze zijn niet bepaald rijk, maar maken er het beste van en zijn duidelijk welopgevoed, met de juiste connecties in de hogere kringen. De morele waarschuwingen zitten in het verhaal verweven, en toch, toch… Toch leef je mee met de vier meisjes, hun wel en wee, hun kleine besognes en grote ambities, hun verdriet, hun verliefdheden… Het verhaal is geschreven in de tijd van lange jurken, hoge hoeden, lange reizen doorheen Europa, soirées en theekransjes, in een welstellend Amerika, en ook dat laatste is verfrissend: de Amerikaanse opvattingen zijn behoorlijk anders dan die van pakweg Engeland of Frankrijk.

Vond ik het een goed boek? Goh, ik weet het eigenlijk niet. Ja en nee. Het morele gezaag werkte soms danig op mijn zenuwen, maar het verhaal zelf is eigenlijk gewoon heerlijk, meeslepend en bijzonder echt. Het zorgt dus ook tijdens het lezen zelf voor die tweespalt, en dat maakt het niet altijd makkelijk.

Lectuur: “Best served cold” van Joe Abercrombie

De trilogie ‘The First Law’ van Joe Abercrombie was mij zó goed meegevallen dat ik eigenlijk ook wel de stand alone boeken in dezelfde wereld wilde lezen.

De eerste daarvan was deze, een stevig boek met een gezonde dosis realisme: dit is geen wereld met knappe prinsessen, stoere helden en cleane gevechten, dit is een harde, grimmige wereld waar mensen dood gaan aan steekwonden, waar gekermd en gebloed wordt en de wereld geen mooie plaats is, waar mensen verraden worden en ieder voor zijn eigen gewin gaat.

Het hoofdpersonage is de aanvankelijk wél knappe Monzcarro Murcatto, een huurlingenleidster die verminkt en voor dood achtergelaten wordt door haar opdrachtgever om haar dus niet te hoeven betalen. Maar wraak is een zeer sterke emotie, blijkbaar ook een slechte leidraad, en best served cold.

Ze gaat voor haar wraak en verzamelt daarvoor de nodige mensen om zich heen, die ook telkens netjes uitgewerkt worden qua karakter, de ene al iets sarcastischer dan de andere, maar telkens ook met hun kleine kantjes.

Het is misschien een beetje lang uitgesponnen, hier en daar mocht het misschien wel wat korter, maar ik hou enorm van de stijl van Abercrombie. En vooral het realisme spreekt me aan, want in het fantasy genre zijn de helden vaak nogal karikaturaal.

Dus ja, ook de twee andere stand alone boeken gaan nog voor de bijl.

Lectuur: Jean Le Flambeur

k ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na “His Dark Materials” van die lijst dook ik opnieuw in de science-fiction, al zetten sommige van mijn vrienden deze ook gewoon onder fantasy. Het gaat om de reeks rond Jean Le Flambeur, drie boeken van de Finse auteur Hannu Rajaniemi. Het universum waarin dit afspeelt, is blijkbaar een verre, verre toekomst, waarin de aarde eigenlijk een voetnoot is en de mens maar één van de vele soorten.

Het verhaal draait rond, u raadt het al, Jean Le Flambeur, een gentleman-dief die bevrijd wordt uit een gevangenis om er dan als tegenprestatie iets te gaan stelen voor een soort goddelijk wezen om daarmee dan datzelfde universum te redden. Of zoiets. De plot is vreselijk ingewikkeld, mensen zijn eigenlijk een verzameling gedachten en herinneringen die je kan digitaliseren en dus naar wens in een lichaam dumpen. Ze zijn op die manier ook onsterfelijk, maar kunnen zich in duizenden tegelijk verdelen, gogols genaamd. Transhumanisme, mind-uploading maar daarnaast ook het delen van een lichaam tegen betaling, gevangenissen die experimenteren met het steeds opnieuw doden van zijn gevangenen, … Steden zijn kunstmatig gevormd, bewegen zich voort op grote poten om de hitte van de zon  te vermijden en dat soort dingen. U ziet het, science fiction maar met een compleet bijeengefantaseerde wereld.

Rajaniemi is doctor in de fysica, en dat is wel duidelijk: hij speelt met termen als neutrino’s, quantumteleportatie, Higgsdeeltjes, Planckruimte, Hawkingdrive enzoverder, en dat maakt het soms echt wel moeilijk om te lezen. Af en toe heb ik bij zijn wetenschappelijke uitleg afgehaakt, en af en toe heb ik ook een stuk herlezen omdat ik niet meteen helemaal mee was.

Maar zijn het goeie boeken? Welzeker. Rajaniemi heeft prijzen behaald met zijn eerste boek, en ik snap dat wel: het is compleet vernieuwend en verfrissend en de plot zit ingenieus in elkaar. Maar lichte strandlectuur is het niet, neem dat van me aan.

Lectuur: “His dark materials” van Philip Pullman

Ik ben aan het afwisselen, qua lectuur, tussen fantasy, scifi en de klassiekers van de apocriefe BBC-lectuurlijst.

Na de intense Matthew Swift boeken kwam ik bij de klassieker “His Dark Materials” van Pullman, en het zei me totaal niks. Alleen de tekening van de eerste cover – want het gaat hier om een reeks van drie boeken – deed vaag een belletje rinkelen: een meisje op de rug van een gepantserde ijsbeer.

Ik begon dus te lezen in “The Golden Compass” en stelde vast dat het blijkbaar om de avonturen van een meisje van een jaar of tien ging, in een steampunkwereld. Was ik van mijn sokken geblazen? Euh, niet echt, nee. Het was een fantasyverhaal, met pratende dieren, zeppelins, steampunktoestanden, alternatieve werelden, maar ik heb, om eerlijk te zijn, al betere fantasy gelezen.  Ook al betere allegorieën over hoe de mensheid de wereld om zeep aan het helpen is, of betere coming-of-age verhalen.

Ik heb toch de andere twee boeken ook gelezen, want als ik ergens aan begin, wil ik ook weten hoe het afloopt. Maar nee, het was niet alsof ik hier begeesterd in de zetel zat te lezen overdag, terwijl dat wel het geval is met andere verhalen.

Mja.

Het kan helemaal aan mij liggen, maar nee, voor mij haalt het belange niet het niveau van de andere klassiekers die ik hier al heb gelezen.

Lectuur: “Matthew Swift” van Kate Griffin

Na de reeks rond Harry Dresden had Birgit me de veel kortere reeks van Kate Griffin aangeraden rond de urban sorcerer Matthew Swift. Tot op zekere hoogte zijn de twee reeksen vergelijkbaar: het gaat in beide gevallen over een eenzaat, een tovenaar die zijn magie haalt uit de stad, daar ook mee werkt, en eigenlijk de wereld moet redden van een aantal catastrofes.

Maar daar houdt het eigenlijk mee op. De Dresden Files zijn veel meer fantasie, spelen zich af over de hele wereld, maar grotendeels in Chicago. Die stad lijkt wel eerder toeval dan wat anders.
In de reeks rond Matthew Swift ligt dat helemaal anders: ook hier is het hoofdpersonage een eenzaat, die in verpauperde omstandigheden te werk gaat. Maar de stad Londen is minstens evengoed een hoofdpersonage. Het soort urban magic dat hier beschreven wordt, werkt niet in een plattelandsomgeving. Je kan zo de routes doorheen de stad volgen, Swift verlaat de stad ook niet, en zijn magie komt uit de elektriciteitsleidingen, de straatlampen, de metro, de vuilbakken en de stadsvossen.
De humor is ook helemaal anders, als in: quasi onbestaande. Waar The Dresden Files puberaal sarcastisch zijn, is het hier allemaal bittere ernst, met af en toe een cynische ondertoon.

Heb ik de vier boeken graag gelezen? Jawel. Maar het leest niet als de razendsnelle pulp rond Dresden, en het laat je ook niet met een adrenalinestoot achter. De reeks is zoals de achterbuurten van Londen waarin ze zich afspeelt: donker, duister, vuil, grijs, met roet en uitlaatgassen besmeurd, maar daarom niet minder intrigerend.

Op simpele vraag digitaal te leen.