Vampire

Vorige keer kon ik niet gaan wegens de rug te dood, vandaag was ik wel weer present op de Vampire Larp hier in Gent. Normaal spelen we in de ontwijde kerk in Sint-Amandsberg, maar blijkbaar is dat nauwelijks te verwarmen, en dan krijg je na verloop van tijd echt wel serieus koud.

Vicky was daarom op zoek gegaan naar een alternatief, en had iets gevonden midden in het centrum, een hele knappe middeleeuwse kelder in de Biezekapelstraat. Niet groot, maar wel zeer stemmig. En helaas – waar ze ook totaal niet aan gedacht had – op een zaterdagavond wanneer de kerstmarkt er staat. Gent was dus vol. Als in: alle parkeergarages waren volzet. Ik heb twintig minuten rondgereden tot ik een plekje vond in Tussen ’t Pas, waar ik eigenlijk niet mocht staan. Maar toen ik terug kwam, stonden er nog drie auto’s voor me geparkeerd, die wel al iets meer in de weg stonden. Soit, overleefd en geen boete.

Het zorgde er wel voor dat ik wat te laat was, maar dat stoorde niet echt. Ik had weer de hele avond besprekingen: met mijn Ventrue, met de Prins, met de andere Harpy, met zowat alles en iedereen.

Amusant, ja. Blij dat ik geweest ben.

Lectuur: Les Nuits de la peur bleue (Le Bureau des affaires occultes #3) van Éric Fouassier

Zoals ik al eerder zei, zijn dit fantastische boeken, maar niet iets wat je vlot even tussendoor leest, zowel omwille van het Frans als omwille van de toch wel zware inhoud.

Zoals altijd is het gewoon het simpelste om de korte inhoud te geven zoals hij overal te vinden is: meteen een staaltje van het Frans waarin het boek geschreven is.

Printemps 1832. Une épidémie de choléra terrorise la population parisienne. La « peur bleue », comme on l’appelle, provoque des centaines de morts et suscite les plus folles rumeurs. Sinistre hasard: une série de meurtres atroces décime au même moment le quartier pauvre de Saint-Merri. Les victimes sont poignardées avant d’être amputées d’un organe. Qui peut tuer ainsi, prélevant poumon, foie ou rein? Un maniaque? Face au risque de panique, l’inspecteur Valentin Verne explore toutes les pistes. Secondé par Aglaé et deux récentes recrues, l’Entourloupe, escroc repenti, et Tafik, ancien mamelouk des armées napoléoniennes, il traque la vérité dans les rues de Paris et ses recoins les plus obscurs. Une nouvelle enquête de l’inspecteur Valentin Verne, le génial créateur du Bureau des affaires occultes, où la science flirte avec le vice et le crime.  

De jonge inspecteur Verne gaat dus in een door een zware epidemie geteisterd Parijs op zoek naar een seriemoordenaar die op een wel zeer gruwelijke manier te werk gaat. Zijn geliefde Aglaé is intussen ook een lid van zijn afdeling van de politie, tot grote verbazing van zowat alles en iedereen want vrouwen zijn geen politie. Toch niet in die tijd.

Intussen blijven ook de trauma’s van Verne opspelen, tot Aglaé een manier vindt om die te doorbreken. Eindelijk. Want nu kunnen de personages ook op persoonlijk vlak verder, en hoeft de auteur daar niet meer over doordrammen.

Het blijft dus een loodzwaar thema dat ook niet bepaald lichtvoetig wordt weergegeven, en af en toe komt het akelig dicht in de buurt van wat er speelde in 2020. Maar, ik lees zeker nog het vervolg. Als ik eens veel tijd heb – het leest niet bepaald vlot – en weer zin in een uitdaging. Mijn Frans wordt er alleen maar beter op.

Kerstversiering bij ons pa

Al jaren ziet ons pa het niet zitten om zelf een kerstboom te zetten – ons ma deed dat altijd – en dan kreeg hij steevast een kerstvaas van mij, een mooie vaas gevuld met kerstballen en lichtjes.

Ik zag geen reden om van dat principe af te wijken, zeker omdat ik hem al eerder een paasvaas, zomervaas en herfstvaas had gemaakt voor op zijn kamer. Dit weekend kreeg hij dus een kerstvaas, maar hing ik ook een kerstbal aan zijn naamplaatje, een mannetje aan een venster en zelfs drie kerstballen aan zijn rollator. Hij vindt het namelijk moeilijk om ’s middags zijn rollator te onderscheiden van die van de rest, en had een kartonnen bekertje in het netje gestoken. Het had geen zicht, geloof me, maar ik mocht het er dus niet uithalen. Nu hangen er dus kerstballen aan, en voor de lente zoek ik dan wel iets van een bloem of zo. Ik heb nog wel wat liggen :-p

 

Duolingo

Sinds het begin van de zomervakantie ben ik bezig met Duolingo. U weet wel, die taalapp waarmee je al spelend een taal kunt oppikken. Enfin ja, zonder enige vorm van grammatica, gewoon zinnetjes en woorden leren, maar da’s beter dan niks, zeker?

Veel vrienden van me deden het al lang, maar om een of andere reden had ik dat altijd afgewimpeld. Tot deze zomer dus, toen ik het installeerde voor Turks. Ik wil graag Turks kunnen om een deel van mijn leerlingen te verstaan als ze onder elkaar aan het samenzweren zijn, of elkaar uitschelden en dergelijke. Dan kan ik tussenkomen en zeggen dat ik hen begrepen heb.

Ook vind ik het handig als ik kan verwijzen naar het taalsysteem en zo kan vergelijken met het Latijn. Turks is agglutinerend, maar werkt dus ook met een soort naamvallen. Zo is een aardbei een çilek, en dan eet je een aardbei, of aardbeien: çilek yerim. Wil je echter zeggen: ‘Ik eet de aardbei’, dan wordt het çileÄŸi yerim. Een accusatief, maar alleen met bepaald lidwoord. Dat soort rare dingen krijg je niet uitgelegd, je moet ze maar oppikken uit de zinnen die je krijgt.

En die zinnen, die zijn soms echt raar. Zo moest ik bijvoorbeeld al eens het volgende vertalen: Havalimaninda ördekler süt içer, ofte eenden drinken melk op de luchthaven. Say what?

Maar ik begin wel wat woorden te kennen en te herkennen, en enkele werkwoorden onder de knie te krijgen. Benieuwd hoe lang ik het zal volhouden en tot waar het me zal brengen.

Voorlopig amuseer ik me er nog mee, en dat is het voornaamste.

Lectuur: “The Last Olympian (Percy Jackson and the Olympians #5)” van Rick Riordan

Zo af en toe lees ik eens een Percy Jackson tussendoor: snelle en amusante lectuur, een no-brainer.

Het valt me, net als vorige keer, op dat het telkens iets minder ‘grappig’ is, wel telkens iets duisterder. Percy wordt telkens wat ouder en volwassener, dat ook, maar de dreiging wordt ook elke keer groter.

Kronos heeft nu zijn zinnen op New York gezet en het is aan Percy en zijn halfbloedvrienden om die opmars te stoppen, want de Olympische goden zelf proberen krampachtig om de titaan Typhon tegen te houden, iets wat eigenlijk niet lukt.

En ja, er vallen doden. Er zijn twijfels, over zelfwaarde, over het nut, over opofferingen… Riordan gaat er knap mee om, het zijn niet meer puur de jongerenboeken die het waren, er zit meer in. Ik lees het graag, zeker omdat het een mengeling is van mijn favoriete mythes en een vlot geschreven boek.

En ja, de rest van Riordan blijft dus op de lijst van te lezen boeken staan. Als tussendoortjes, snelle lectuur. Maar wel hele goeie.

Exit Anna

Waar ik wel spijt van had, is dat ik zaterdagavond niet thuis was. Ik had al maanden geleden toegezegd voor Into The Node, en had daar ook echt wel zin in, maar…

Kobe kwam enkele weken geleden af met de aankondiging dat hij een eerste optreden had met zijn groepje, Exit Anna. Hij heeft jarenlang fagot gespeeld, maar is daar in het zesde mee gestopt en heeft zich toen over mijn kleine basgitaartje ontfermd. Ik had die in januari 2022 – blijkbaar nog steeds met mondmasker – gekocht toen we een gitaar voor Wolf kochten, omdat het ding amper 100 euro kostte en ik dat voor dat geld toch niet kon laten liggen. Intussen hadden we een tweede versterker gekregen via Gift Gent en was Kobe echt wel gebeten door die bas. Hij heeft dan ook met een groepje gespeeld op zijn proclamatie.

Nu was hij dus beginnen spelen met enkele vrienden van de scouts: Anna (ook van onze school) op zang, Jurre op gitaar, hijzelf dus op bas, en toen zochten ze nog een drummer en werd dat Brecht, van het KAM en het proclamatiegroepje. Anna’s papa is een fervent muzikant en heeft een heuse studio bij hem thuis, hier vlakbij, ideaal dus.

Blijkbaar hadden ze na één repetitie vastgesteld dat een extra gitarist ook wel welkom was en sloot Alec zich bij hen aan, óók al van dat proclamatiegroepje op het KAM. Met andere woorden: vijf groepsleden, waarvan drie van de scouts en vier van het KAM.

Zaterdag hadden ze hun eerste optreden, en uiteraard waren Bart, Merel, Wolf en Arwen present. Bij Anna speelden de zenuwen nog een beetje, maar eigenlijk zingt ze verdomd goed. En de heren, die speelden de pannen van het dak, ook wel zenuwachtig, maar bon. Voorlopig zijn het nog covers, maar er zijn plannen voor eigen nummers.

En toen waren er zelfs groupies. Moet ook maar eens kijken hoe hard hij zich staat te amuseren op het einde, wanneer de zenuwen weg zijn. Die lach, daar zou ik alles voor doen.

 

54

Omdat ik gisteren tegen negen uur al weg was en pas vannacht laat thuis kwam, werd mijn verjaardag vandaag gevierd. Eigenlijk doen we nooit veel meer dan een uitgebreid ontbijt, maar dat is ook meer dan voldoende, want dan zijn al mijn kinderen gewoon thuis en bij mij.

Wolf had speciaal boodschappen gedaan en een mango mee, een ice coffee, een Danio – dat is om een of andere reden ook een traditie, alsof we dat anders niet kunnen kopen – en chocolade. Merel was naar de bakker gereden om koffiekoeken, en Arwen had een prachtig boeket bloemen mee. En Kobe, wel, die was gewoon Kobe.

Als cadeautje kreeg ik een hele mooie, felpaarse drinkfles van Tupperware, wat nog steeds mijn voorkeur verdient. Merel kent me goed…

En meer moest dat niet zijn. Bart en ik geven elkaar geen cadeaus meer, ik zou trouwens niet weten wat, maar doen dus van die uitjes. En hij kookt voor me: een heerlijke vol-au-vent, compleet met Hollandaisesaus. Liefde gaat niet alleen bij mannen door de maag.

En er was taart, zoals dat hoort op zondag.

En ik, ik zag dat het goed was. Los van mijn rug zou ik niet veel veranderen in mijn leven, om eerlijk te zijn. Ik heb een fantastische echtgenoot, heerlijke kinderen, een job die ik nog steeds graag doe, een leuk huis naar mijn goesting, fijne hobby’s en genoeg geld om me geen zorgen te hoeven maken. Behalve dan die rug: wat kan een mens zich meer wensen?

Carpe diem, en op naar die 55.

Into The Node

Drie behoorlijk maffe larpvrienden van me besloten om zelf een eendagslarp op poten te zetten, volledig in cyberpunkstijl. Een beetje een verlengde van een bestaande andere LARP, maar dan losstaand daarvan, en op uitnodiging. Ik was vereerd dat ik daarbij was: ik speelde een NPC, een bijzonder nerdy hacker. Missie geslaagd, denk ik, zeker als ik de foto’s zie.

We zaten op een basis die gerund werd door een ‘evil overlord’ met assistentie van twee droids, prachtig gespeeld door Veerle en Sofie, echt. Het coolste was dat Bart (niet mijn Bart, een andere) een app had geschreven voor bepaalde skills, maar ook voor de geldtransacties en dergelijke. En als hacker kon ik dan van iedereen de rekeningen en dergelijke opvragen. Leuk, overigens, om met je smartphone te mogen spelen en foto’s te nemen en dergelijke. Al was de verleiding daartoe niet erg groot, er werd continu gespeeld.

Ja, ik heb me echt goed geamuseerd, kon me uitleven, heb mijn doelen behaald en behoorlijk wat gehackt. Yup. En ja, dit is een fijne manier om je verjaardag door te brengen, met een hoop gelijkgestemde zielen. Zelfs op je 54ste hoeft het allemaal niet ernstig te zijn, toch?

Sin

Ik was er eerder voorbijgelopen met Gwen en had toen gedacht dat dit wel een fijn restaurant kon zijn voor een volgende keer. Ik had zelfs de menukaart gefotografeerd.
En toen zette Bart dit in de agenda als verjaardagsetentje, puur toeval.

Sin is een… concept. Als in: het heeft allemaal wel iets met zondes te maken, zowel menukaart als tafelschikking als de uitleg bij de verschillende gerechten. Ik kon het wel smaken, ja.

We gingen voor een alcoholvrij aperitief, en dan de menu van vijf gangen. Wél met vlees (The Full Sin, versus Sin-free) maar zonder wijnen, uiteraard. En ja, het was goed. Niet ze-zijn-op-weg-naar-een-ster-goed, maar wel echt goed.

En, zoals je kan zien, heel mooi gepresenteerd. Goedkoop? Nee, maar dat hoeft ook niet, want het was wel op niveau.

Een aanrader dus, tussen de Vrijdagmarkt en het Anseeleplein.