Sinds het begin van de zomervakantie ben ik bezig met Duolingo. U weet wel, die taalapp waarmee je al spelend een taal kunt oppikken. Enfin ja, zonder enige vorm van grammatica, gewoon zinnetjes en woorden leren, maar da’s beter dan niks, zeker?
Veel vrienden van me deden het al lang, maar om een of andere reden had ik dat altijd afgewimpeld. Tot deze zomer dus, toen ik het installeerde voor Turks. Ik wil graag Turks kunnen om een deel van mijn leerlingen te verstaan als ze onder elkaar aan het samenzweren zijn, of elkaar uitschelden en dergelijke. Dan kan ik tussenkomen en zeggen dat ik hen begrepen heb.
Ook vind ik het handig als ik kan verwijzen naar het taalsysteem en zo kan vergelijken met het Latijn. Turks is agglutinerend, maar werkt dus ook met een soort naamvallen. Zo is een aardbei een çilek, en dan eet je een aardbei, of aardbeien: çilek yerim. Wil je echter zeggen: ‘Ik eet de aardbei’, dan wordt het çileği yerim. Een accusatief, maar alleen met bepaald lidwoord. Dat soort rare dingen krijg je niet uitgelegd, je moet ze maar oppikken uit de zinnen die je krijgt.
En die zinnen, die zijn soms echt raar. Zo moest ik bijvoorbeeld al eens het volgende vertalen: Havalimaninda ördekler süt içer, ofte eenden drinken melk op de luchthaven. Say what?
Maar ik begin wel wat woorden te kennen en te herkennen, en enkele werkwoorden onder de knie te krijgen. Benieuwd hoe lang ik het zal volhouden en tot waar het me zal brengen.
Voorlopig amuseer ik me er nog mee, en dat is het voornaamste.
