Onze reisapp had gezegd dat we best vroeg gingen, maar wij zijn zo niet van de vroege opstaanders. Pas om negen uur gingen we ontbijten, maar gaven wel al onze valiezen af aan de balie want die moesten verstuurd worden naar Hiroshima, en daar gaat een nacht overheen. We hielden dus weer enkel bij wat in onze rugzakken kan voor vandaag en morgen.
Tegen tien uur zaten we op de trein richting de Rode Poorten (Torii) van Fushimi Inari-Taisha, het meest beroemde Shinto-heiligdom van Kyoto. Dat laatste zullen we geweten hebben: het was zelfs al in het station aanschuiven om naar buiten te gaan. Man, wat een volk! Maar we moeten daar niet moeilijk over doen, wij liepen er ook. Het was dan ook aanschuiven door de poorten.
Tegen elf uur zaten we opnieuw op de trein, richting Nara om daar de hertjes te bekijken. Maar eerst daar ter plekke een uitstekende burger. Wolf is echt goed in het uitzoeken van die dingen.
En dan de herten: zo grappig! Het loopt er vol met tamme herten die zodanig geconditioneerd zijn dat, als je hen begroet met een buiging, ze gewoon terugknikken in de hoop dat ze dan een speciaal voor hen gemaakt en daar verkocht koekje krijgen. En juist omdat dat zo grappig is, doet iedereen dat ook. Al kunnen naar het schijnt de dieren soms agressief worden als ze niks krijgen.
Doorheen het hertenpark liepen we ook naar Todai-ji, een van de grootste houten gebouwen ter wereld en de reusachtige bronzen Boeddha. Indrukwekkend!
Eigenlijk was het nog de bedoeling om naar Uji, naar de Byodi-in tempel te gaan, maar iedereen was tempelmoe en eigenlijk ook gewoon moe, zoals de volgende foto van tijdens de treinrit van een uur bewijst. Bart heeft er zich even mee geamuseerd…
En je ziet zelfs tempels vanuit de trein.
Die rit had me weer zodanig opgekikkerd dat ik, terwijl de rest even een dutje deed, nog naar het ambachtenmarktje voor de grote tempel naast het hotel ging. Ik vond er nog leuke spulletjes, een fijn Japans vestje voor 11 euro – je kan er bij ons de stof nog niet voor kopen – en Wolf kwam nog af want ze verkochten er precies het soort eetstokjes dat hij wou. En toen wou ik nog even de tempel binnen, maar die sloot blijkbaar om half zes. Blah. Misschien morgenvroeg?
En iets over zeven zaten we in een sushi-restaurant met zo’n lopende band. De kleur van het bordje zegt wat het kost, en blijkbaar zijn ze allemaal getagd, want om af te rekenen gaan ze gewoon even met een scanner langs de stapel en het wordt automatisch geteld. Wijs!
Kwart over acht waren we terug, voor een deugddoende vroege avond met nog een fijn heet bad. Oef.
16,000 stappen.


