Bart heeft een zalig compilatiefilmpje gemaakt. On that note: nu we weer thuis zijn, is het een pak makkelijker om overal ook de filmpjes in te zetten, zoals in de laatste drie postjes. Wie dus filmpjes wil zien, moet maar eens opnieuw de verslagen van Japan bekijken: ik ben ze er beetje bij beetje aan het bijzetten, want het is wel een werkje, ja.
365 – 17 april 2026 – Osaka kasteel
365 – 16 april 2026 – selfie in Osaka
365 – 14 april 2026 – even de innerlijke samoerai evoceren
Japan – dag 10: van tempels en herten. En volk. Veel volk.
Onze reisapp had gezegd dat we best vroeg gingen, maar wij zijn zo niet van de vroege opstaanders. Pas om negen uur gingen we ontbijten, maar gaven wel al onze valiezen af aan de balie want die moesten verstuurd worden naar Hiroshima, en daar gaat een nacht overheen. We hielden dus weer enkel bij wat in onze rugzakken kan voor vandaag en morgen.
Tegen tien uur zaten we op de trein richting de Rode Poorten (Torii) van Fushimi Inari-Taisha, het meest beroemde Shinto-heiligdom van Kyoto. Dat laatste zullen we geweten hebben: het was zelfs al in het station aanschuiven om naar buiten te gaan. Man, wat een volk! Maar we moeten daar niet moeilijk over doen, wij liepen er ook. Het was dan ook aanschuiven door de poorten.
Tegen elf uur zaten we opnieuw op de trein, richting Nara om daar de hertjes te bekijken. Maar eerst daar ter plekke een uitstekende burger. Wolf is echt goed in het uitzoeken van die dingen.
En dan de herten: zo grappig! Het loopt er vol met tamme herten die zodanig geconditioneerd zijn dat, als je hen begroet met een buiging, ze gewoon terugknikken in de hoop dat ze dan een speciaal voor hen gemaakt en daar verkocht koekje krijgen. En juist omdat dat zo grappig is, doet iedereen dat ook. Al kunnen naar het schijnt de dieren soms agressief worden als ze niks krijgen.
Doorheen het hertenpark liepen we ook naar Todai-ji, een van de grootste houten gebouwen ter wereld en de reusachtige bronzen Boeddha. Indrukwekkend!
Eigenlijk was het nog de bedoeling om naar Uji, naar de Byodi-in tempel te gaan, maar iedereen was tempelmoe en eigenlijk ook gewoon moe, zoals de volgende foto van tijdens de treinrit van een uur bewijst. Bart heeft er zich even mee geamuseerd…
En je ziet zelfs tempels vanuit de trein.
Die rit had me weer zodanig opgekikkerd dat ik, terwijl de rest even een dutje deed, nog naar het ambachtenmarktje voor de grote tempel naast het hotel ging. Ik vond er nog leuke spulletjes, een fijn Japans vestje voor 11 euro – je kan er bij ons de stof nog niet voor kopen – en Wolf kwam nog af want ze verkochten er precies het soort eetstokjes dat hij wou. En toen wou ik nog even de tempel binnen, maar die sloot blijkbaar om half zes. Blah. Misschien morgenvroeg?
En iets over zeven zaten we in een sushi-restaurant met zo’n lopende band. De kleur van het bordje zegt wat het kost, en blijkbaar zijn ze allemaal getagd, want om af te rekenen gaan ze gewoon even met een scanner langs de stapel en het wordt automatisch geteld. Wijs!
Kwart over acht waren we terug, voor een deugddoende vroege avond met nog een fijn heet bad. Oef.
16,000 stappen.
365 – 13 april 2026 – herten in Nara
Japan – dag 9: fietsen in en rond Kyoto
Na een heerlijke nachtrust en een uitmuntend ontbijt – hoe kan het hier ook anders, in dit hotel? – werden we opgehaald aan het hotel door Rono, een Japanse gids die blijkbaar een tijd in de V.S. heeft gestudeerd. Zijn Engels was dan ook goed, maar soms niet heel verstaanbaar. Er stonden vijf lichtgewicht elektrische fietsjes klaar, en ja, die dingen waren echt goed!
En weg waren we: door kleine straatjes met iets dat voor een fietspad moest doorgaan, maar waar nog wat werk aan is. Eerste stop: het Shogunpaleis, ook wel Nijo kasteel genoemd, met complete rondgang en uitleg. Grappig: de houten vloeren maken een vreemd piepend geluid bij elke stap die je zet, en dat komt door de nagels. Ze noemen het nachtegalenvloer. Je mag er binnen geen foto’s nemen…
We reden verder tot aan Kinkaju-Ji, het Gouden Paviljoen, gelegen in een prachtig park. En af en toe kom je al fietsend een random tempel tegen.
Toen gingen we ramen eten met Rono: goedkoop en lekker.
Vervolgens richting een zen-rotstuin, Ryoan-ji, om dan door te fietsen naar het bamboebos.
Bizar: plots reden we door de velden en zagen we Kyoto in de verte liggen.
En dat bamboebos? Beetje overrated, denk ik dan, en vooral gigantisch druk, zoals alles in Japan eigenlijk.
En toen was het nog een klein uurtje terugfietsen naar ons hotel, door velden, langs kleine straatjes, drukke banen, maar eigenlijk wel ongelofelijk wijs.
Tegen goed half vijf waren we terug en gingen de kinderen, jawel, shoppen, want gisteren had Kobe vanalles gevonden qua kleren en werkte de kredietkaart niet. Er stond nochtans genoeg op. En Bart en ik deden, zoals het oude mensen betaamt, een tukje.
En toen namen we een taxi naar opnieuw zo’n wagyu restaurant, maar nog beter dan gisteren. Wow. Duur naar Japanse normen, maar voor ons best betaalbaar voor die kwaliteit. En Merel had wel een hongertje, ja.
En dat was onze tweede dag in Kyoto, met 18.500 stappen en zo’n 30 km. op de fiets.
365 – 12 april 2026 – het Gouden Paviljoen
Japan – dag 8: kimono’s in Kyoto
Dag acht begon wat vroeger: om acht uur stonden we, gepakt en gezakt met de grote valiezen buiten, twintig na acht zaten we op de trein. Vijfentwintig na acht zaten we al niet meer op de trein. We hadden die trein willen nemen omdat dat de direct was naar Nagoya en dus een half uur sneller. Wel, half Nakatsugawa had blijkbaar datzelfde idee: de trein zat stampvol, en een klein uur rechtstaan zagen we niet zitten. We hebben dan maar de volgende genomen, een half uur langer maar met zitplaats. Tsja.
In Nagoya – wat een drukte, wat een immens station – regelden Bart en Wolf gereserveerde plaatsen voor ons én ons bagage, waardoor we wel pas tegen elf uur konden vertrekken, maar zeker waren van plaats. Niks dat een Starbucks niet kan oplossen, er was zelfs zitplaats.
Bon, de shinkansen dus op, mét valiezen, en dat lukte, maar er moet wel plaats zijn. We wilden ze liever niet opsturen omdat er echt nog een hoop nat gerief is: pulls, rugzakken, schoenen en zo kunnen echt niet in de droogkast, vandaar. In Kyoto namen we een Uber voor amper een kilometer of zo, maar dat deerde niet want liever dat dan met die valiezen sleuren, en ook: vier euro. Serieus. En als ge u afvraagt of er veel te zien valt op zo’n hogesnelheidstrein:
En toen was er het Kanra Hotel. We kregen al thee en een fris nat handdoekje bij het binnenkomen, en toen wisten we het al: dit komt helemaal goed. En toen zagen we de kamers, die gelukkig al beschikbaar waren.
Ruimte, licht, en een eigen onsen! Héérlijk! En dat voor de komende drie nachten, ik zie het helemaal zitten!
Lien, onze reisorganisator, had om 15.00 uur een heuse theeceremonie voorzien, we moesten ons dus nog reppen. Echt iets eten zat er dus niet in, maar niks dat een 7-Eleven niet kan oplossen. Alleen heb je hier nergens een plekje met bankjes of zo waar je dat dan ook kan opeten. We hebben dan maar lukraak een muurtje uitgekozen…
En toen kwam de theeceremonie, in traditionele outfits, met fotoshoot en alles erop en eraan. En een kleine Japanse oude dame die alles uitlegde in een Engrish om u tegen te zeggen. Maar het was wel heel fijn om doen. Zet u schrap voor een shitload aan foto’s.
En toen was er dus de ceremonie.
We hadden de optie om nog langer in die kleren rond te lopen, maar dat hoefde nu ook weer niet. Ichi go ichi è.
En toen gingen we shoppen. Allez ja, we gingen mee naar een speelgoedwinkel waar ze Sunny Angels verkochten, en ik kocht een Kuromi voor aan mijn tas. When in Japan… En toen gingen we met zijn allen de Uniqlo binnen, waar de kinderen vanalles vonden en ik een tasje en een blauw kleedje voor een trouw kocht. En waarna Bart en ik een taxi naar huis namen, want het was meer dan welletjes voor ons. Zij bleven nog shoppen en gingen zelfs in een McDonalds eten.
Dat liet voor Bart en mij de ruimte om letterlijk aan de overkant Wagyu beef te gaan eten, dat je zelf kan bakken. Het kostte ons 30 euro per persoon, waar het je in België zoveel zou kosten voor twee stukjes, denk ik dan.
En toen was de pijp uit.
18.000 stappen.
Japan – dag 7: zeiknat
Dit hotel is iets helemaal anders dan het vorige: het is in orde hoor, daar niet van, maar qua stijl is het eerder eco-hipster-backpacker. Het is dan ook ingericht met veel blank hout en dergelijke, aandacht voor ecologie, en ook het ontbijt had wat van die stijl.
De dag beloofde niet veel goeds qua weer: het zag er nat uit, en het voorspelde niet veel goeds.
En net vandaag stond een stevige natuurwandeling op het programma: een stuk van de Nakasendo Juku, zo’n acht kilometer van Magome naar Tsumago, twee traditionele maar zeer toeristische dorpjes, want die trail is zeer bekend. Bart en Arwen hadden voor de zekerheid goedkope maar stevige regenjasjes gekocht in de 7/Eleven, de rest vertrouwde op de waterdichtheid van de kleren. Wel… Ik kan u bij deze melden: in drie uur zware regen blijft niks droog, ook niet de inhoud van de normaal gesproken waterdichte rugzakken. En mijn dure Rains regenjas? Zo lek als een zeef.
Het begon nochtans goed, de sfeer zat erin op de bus.
En die sfeer, die bleef er eigenlijk wel in, hoe nat we ook werden. Alleen het laatste half uur was er wat te veel aan: omhoog-omlaag, sop-sop-sop, en geen idee of we wel een bus gingen hebben waar we geen half uur in de kou gingen moeten op staan wachten. Ik was nat tot op mijn vel, letterlijk: ik kon zelfs onderbroek en beha uitwringen.
Zo hard regende het dus:
Maar ik heb me echt geamuseerd, het was prachtig en ik ben blij dat we het gedaan hebben. In Tsumago gingen we vijftig minuten moeten wachten en konden we dus snel een udon gaan eten in een traditioneel restaurant, waar ze blijkbaar dit soort nattigheid wel gewoon zijn, want er waren handdoeken en dergelijke voorzien. Alleen die vijftig minuten bus terug naar Nakasendo was lastig en koud.
In het hotel zette Bart me meteen onder de douche, want ik was aan het bibberen. Maar ook hier zijn ze dit weer precies wel gewoon: er is een ontvochtiger in de kamer, en je kon aan de receptie gewoon schoenendrogers lenen. Moh…
En toen we allemaal opgedroogd waren, de natte kleren in de wasmachine en daarna droogkast zaten, was er tijd voor een stevige, zeer lekkere pizza wat verderop in de straat.
En toen had ik precies weer wat energie, want ik ben nog een uur gaan geocachen in de donkere, verlaten straatjes van Nakatsugawa, want intussen was het wel gestopt met regenen. En om tot rust te komen, ben ik nog even in yukata tot aan de onsen gegaan, waar ik helemaal alleen was en heb liggen drijven in het hete water.
Een fijne afsluiter van een toch wel waterachtige dag.
25.500 stappen.









