Rare autootjes

Wat me meteen opviel in Tokyo en later ook in de rest van Japan: ze hebben er een enorme voorkeur voor een type auto dat wij hier niet of nauwelijks hebben. Als in: 1 op 5 auto’s, minstens, is er zo eentje. Wat bedoel ik dan? Wel, een soortement kruising tussen een jeep en een bestelwagen: klein, met zo’n grappig snuitje vooraan, en dan achteraan wat meer laadruimte, maar de grootte van een Kangoo of zo. Ik heb een paar foto’s genomen om te tonen wat ik precies bedoel, en het feit dat er zo’n aantal op één foto kunnen, zegt genoeg.

En ja, je hebt ze in alle kleuren en in alle merken, zowel Toyota, Honda, Subaru…

Vreemd.

Rare borden en teksten

In Japan vind je soms de raarste borden en meldingen. Veel daarvan liggen wellicht aan foutieve vertalingen, sommige gewoon ook aan die extreem voorzichtige en beleefde natuur van de Japanners. Bij sommige is het ook gewoon raden wat er bedoeld wordt.

Neem nu deze uit Shiboya: waarom staan die voetjes daarop? En die O lijkt wel een G met die sigaret?

Of neem nu deze: op zich niks speciaals, ware het niet van die 25.00 uur, waarmee ze 1 uur ’s morgens bedoelen. Ik moest dat een paar keer bekijken voor ik door had wat ze bedoelden.

Deze uit het Chinese vliegtuig snap ik nog steeds niet:

Onderstaand is op zich niet zo vreemd, maar het is iets dat wij in de verste verte niet zouden tegenkomen, toch?

Deze stond op de shinkansen. Hadden ze last van bedwantsen zoals in Parijs? Was er een softwareprobleem? Geen idee, maar het is wel voorbij, blijkbaar.

De beleefdheid zit echt overal: je maakt voortdurend lichte buigingen, neemt dingen aan met twee handen, overhandigt ze met twee handen, zegt continu dankje, en blijkbaar kan het dus ook zelfs op een verkeersbord.

Ze zijn er streng over luidop bellen. Je ziet het dan gelukkig ook quasi nergens.

Onderstaande gaat uiteraard over de drukte en hoe er normaal gezien joggers in het park zijn, maar het lijkt wel alsof je de bloesems niet aan het schrikken mag brengen…

Euh. Geen idee.

Dit.

Doubtful things? Zoals?
Ik denk dat we zowat allemaal elkaar hebben aangeraakt :-p

Dit ging over de Sonny Angels rage, en ze meenden het.

Beautification Enforcement Area.

En dan was er nog dit. De Nakasendo Juku is een enorm gekend, bijzonder druk bewandeld pad dat ook echt de moeite is. Maar je zal er dus maar langs wonen. Bij verschillende huizen stond er duidelijk dat het privaat eigendom was en dat het niet de bedoeling is dat je er gaat zitten.

Maar er woont dus ook een kunstenaar, en wij lagen strijk. Sophisticated.

Raar land. Serieus.

Putdeksels

Het is me jammer genoeg te laat opgevallen, ik heb in Tokyo niet echt rondgekeken, maar… blijkbaar zijn putdeksels in Japan ook iets speciaals. Nee, lang niet allemaal, in Hiroshima heb ik echt lopen rondkijken en niks gezien. Maar ze gaan ervan uit: waarom saaie putdeksels maken als je voor quasi hetzelfde geld ook een specialere vorm kan gieten?

Het was me voor het eerst opgevallen in Odawara, maar toen dacht ik er nog niet echt iets van:

Daarna zag ik deze in Nakatsugawa: een verwijzing naar het samoeraiverleden uit de Edoperiode. En ja, soms doen ze zelfs de moeite om ze in te kleuren.

Daarna ben ik er beginnen op letten. Allez, toch als ik eraan dacht. In Nara zag ik er zelfs twee: een ingekleurde van de herten en eentje van een brandweerwagen, geen idee waarom.

En in Kyoto was er dan eentje dat naar de typische tempels en sakura verwees.

Blijkbaar lagen er in Osaka zelfs met Pokémon op, maar die waren allemaal net iets te ver.

Als ik ooit nog eens opnieuw in Japan zou komen, ga ik er echt op beginnen letten. En waarom doen we dat hier niet? Kan een mooie verrijking voor het straatbeeld zijn, toch?

Bedenkingen bij Japan

Ik heb het hier een beetje laten liggen, omdat het nogal druk was, zou men kunnen zeggen. Maar toch wel een paar dingen die me opgevallen of bijgebleven zijn in Japan:

  • Japan is druk, en dat is blijkbaar algemeen geaccepteerd. Niemand doet moeilijk over stampvolle metrostellen, over lange wachtrijen aan restaurants – dat is blijkbaar standaard – over kleine kamertjes, weinig plaats aan tafel in een restaurant, veel te veel volk in een museum. Ik spreek dan niet enkel over grootsteden zoals Tokyo of Osaka, ook op andere plaatsen was dat zo. Neem nu Nakatsugawa: daar liep om tien uur ’s avonds geen kat meer over straat, het leek verlaten. En toch waren de kamers in het hotel echt wel klein, was er in het restaurant echt niet veel plaats, en meer van dat soort details. Ze zijn dat daar gewoon, en daarom dat ons hotel in Hakkone zo uitzonderlijk aanvoelde: ruimte, plaats, stilte, een eigen ruimte voor het avondeten en het ontbijt, zonder extra lawaai. Want dat hoort er dus onvermijdelijk bij, zo blijkt: lawaai. Op elke bus speelt er een schermpje met reclames, in elke taxi achteraan ook, overal op straat is er schreeuwerige muziek, in de wachtrij voor de kabelbaan stond er een reclamebord met luide repetitieve muziek. Ik had het daar soms echt moeilijk mee.
    .
  • de spreekwoordelijke vriendelijkheid is ook echt. In Tokyo op onze eerste dag sprak ik een jongeman aan om het bureau van de Japan Rail te vinden. Hij had ons aanwijzingen kunnen geven, maar nee, hij liep gewoon drie verdiepingen mee tot aan de deur. Idem bij dat sushirestaurant dat we maar niet vonden: een werknemer van de mediawinkel liep mee tot aan de lift en wees ons de juiste verdieping aan. En ja, dat was in Tokyo waar je struikelt over de toeristen en waar die wellicht ook bij momenten zwaar op het systeem van de bevolking werken, zoals in Brugge.
  • Het aanschuiven is een ding. Nette rijen, vaak ook aangeduid op de grond, zoals in de treinstations. En iedereen doet dat ook, probleemloos. Idem voor de roltrappen en dergelijke. Het contrast met Zaventem was dan ook groot, waar mensen stonden te drummen voor de roltrap naar omhoog, zich dan met valiezen tussen de paaltjes van de neergaande trap wrongen en dan ook meedogenloos – je kan ook niet anders – werden omvergeduwd door degenen die van de trap kwamen.
  • Stations. Wow. Dat zijn megagrote winkelcentra waar je alle mogelijke winkels vindt, en waar je soms zelfs al de betaalzone moet binnengaan om de winkels te vinden. Op zich is dat niet zo erg: je scant, zoals bij ons in de metro, je kaart wanneer je binnengaat en opnieuw wanneer je buitengaat, en als je dan een reis heb afgelegd, gaat het geld automatisch van je kaart. Je moet dus wel zorgen dat die opgeladen blijft, en dat kan, vreemd genoeg, enkel met cash. Wij hadden ook een veertiendaagse treinpas waarmee je ook op veel van die metro’s kan, en die kost zo’n 450 euro voor twee weken, maar dat geld hebben we er meer dan uitgehaald, denk ik dan. Praktische mensen, die Japanners. Behalve die cash dan.
  • Tattoos. Ik had wel gelezen dat tattoos een dingetje waren, dat Japanners daar zeer wantrouwig tegenover staan, omwille van het feit dat dat gelinkt wordt aan de Yakuza, de Japanse maffia. We waren gewaarschuwd dat in een onsen, een publiek bad, tattoos niet toegelaten waren. Ik had dat ook nog gezegd tegen Bart, want die heeft een half sleeve op zijn ene arm en een wolvenkop op zijn andere. Hij had dat toen al lachend afgewimpeld en gedacht dat dat wel ging meevallen. Niet dus.
    Kobe is in Hakkone in de bijzonder luxueuze onsen geweest, waar hij meer dan een half uur in het hete water naar de sterren heeft liggen staren. Daar stond dus expliciet aangegeven dat tattoos niet toegelaten waren, en dan niet alleen de grote, maar ook duidelijk bv. een klein bloemetje bij een dame. Euh juist ja. In Nakatsugawa was ik alleen en was het geen probleem, maar ik had dus teruggefloten kunnen worden. Meh.
  • Formulieren. Voor alles, maar dan ook echt alles moet je een formulier invullen. Elke keer dat Bart de valiezen moest versturen, moest hij eerst online een formulier invullen, en dan ook nog eens in drievoud op papier.
    Een treinticket reserveren voor een half uur later? Papieren invullen tiens! En alles wordt driemaal gecheckt. Een bestelling aan tafel? Je zegt je bestelling, de dame of heer herhaalt het, iedereen heeft besteld, en alles wordt minstens nog een keer herhaald. En aan de kassa wordt nog eens overlopen of het ook echt wel klopt wat ze aanrekenen. Meer dan één stuk kopen in een winkel? De rekening wordt met jou overlopen om zeker te zijn.
    Een drinkfles kopen voor Merel: elke fles werd nog eens uitgepakt om zeker te zijn dat het de juiste kleur was, opnieuw ingepakt, dichtgeplakt en pas dan aangerekend. En als die voor jou dan vijf flessen koopt, duurt dat tien minuten, jawel. Urgh.
  • De fameuze Japanse toiletten: nee dank je. Ik hou niet van een voorverwarmde toiletbril – misschien is dat in de winter anders – en ook niet van het water op mijn kont. Allez, dat water zou misschien nog wel oké zijn, als je er deftig papier bij kreeg om alles af te drogen, want op de meeste toiletten zit geen droogfunctie. Maar het toiletpapier is één laagje, het lijkt wel van dat papier uit schoendozen. Daar kan je dus niks mee aanvangen. En dat zo’n toilet opengaat zodra je in de buurt komt: laat mij met rust! Maar vooral: zo’n toilet spoelt dus ook vanzelf door. Ik weet niet hoe u uw kont afveegt – of in dit geval afdroogt – maar ik ga dan op één bil zitten. Goh, denkt dat toilet, die is klaar, ik spoel door. En dat is hoogst onaangenaam, zo’n toilet dat doorspoelt terwijl jij er nog op zit. Nee dank je. BTW, zelfs openbare toiletten en toiletten in winkelcentra en zo zijn van die speciale gevallen. Dat, of Franse hurkgevallen. Urgh.

Er zullen me wellicht nog wel dingen invallen, en dat schrijf ik dan later nog wel eens.

Japan.

Het is een speciaal land, jawel.

Dit was Japan in 1 minuut

Bart heeft een zalig compilatiefilmpje gemaakt. On that note: nu we weer thuis zijn, is het een pak makkelijker om overal ook de filmpjes in te zetten, zoals in de laatste drie postjes. Wie dus filmpjes wil zien, moet maar eens opnieuw de verslagen van Japan bekijken: ik ben ze er beetje bij beetje aan het bijzetten, want het is wel een werkje, ja.

Japan – dag 10: van tempels en herten. En volk. Veel volk.

Onze reisapp had gezegd dat we best vroeg gingen, maar wij zijn zo niet van de vroege opstaanders. Pas om negen uur gingen we ontbijten, maar gaven wel al onze valiezen af aan de balie want die moesten verstuurd worden naar Hiroshima, en daar gaat een nacht overheen. We hielden dus weer enkel bij wat in onze rugzakken kan voor vandaag en morgen.

Tegen tien uur zaten we op de trein richting de Rode Poorten (Torii) van Fushimi Inari-Taisha, het meest beroemde Shinto-heiligdom van Kyoto. Dat laatste zullen we geweten hebben: het was zelfs al in het station aanschuiven om naar buiten te gaan. Man, wat een volk! Maar we moeten daar niet moeilijk over doen, wij liepen er ook. Het was dan ook aanschuiven door de poorten.

Tegen elf uur zaten we opnieuw op de trein, richting Nara om daar de hertjes te bekijken. Maar eerst daar ter plekke een uitstekende burger. Wolf is echt goed in het uitzoeken van die dingen.

En dan de herten: zo grappig! Het loopt er vol met tamme herten die zodanig geconditioneerd zijn dat, als je hen begroet met een buiging, ze gewoon terugknikken in de hoop dat ze dan een speciaal voor hen gemaakt en daar verkocht koekje krijgen. En juist omdat dat zo grappig is, doet iedereen dat ook. Al kunnen naar het schijnt de dieren soms agressief worden als ze niks krijgen.

Doorheen het hertenpark liepen we ook naar Todai-ji, een van de grootste houten gebouwen ter wereld en de reusachtige bronzen Boeddha. Indrukwekkend!

Eigenlijk was het nog de bedoeling om naar Uji, naar de Byodi-in tempel te gaan, maar iedereen was tempelmoe en eigenlijk ook gewoon moe, zoals de volgende foto van tijdens de treinrit van een uur bewijst. Bart heeft er zich even mee geamuseerd…

En je ziet zelfs tempels vanuit de trein.

Die rit had me weer zodanig opgekikkerd dat ik, terwijl de rest even een dutje deed, nog naar het ambachtenmarktje voor de grote tempel naast het hotel ging. Ik vond er nog leuke spulletjes, een fijn Japans vestje voor 11 euro – je kan er bij ons de stof nog niet voor kopen – en Wolf kwam nog af want ze verkochten er precies het soort eetstokjes dat hij wou. En toen wou ik nog even de tempel binnen, maar die sloot blijkbaar om half zes. Blah. Misschien morgenvroeg?

En iets over zeven zaten we in een sushi-restaurant met zo’n lopende band. De kleur van het bordje zegt wat het kost, en blijkbaar zijn ze allemaal getagd, want om af te rekenen gaan ze gewoon even met een scanner langs de stapel en het wordt automatisch geteld. Wijs!

Kwart over acht waren we terug, voor een deugddoende vroege avond met nog een fijn heet bad. Oef.

16,000 stappen.