Yup, we zijn door onze vijf boeken heen intussen, en dus restte ons nog om vandaag de scores te geven en een gedicht te maken rond het boek dat ons toegewezen was, met name De Wonderverteller van Lida Dijkstra.
Het gedicht, dat had nog wat voeten in de aarde, maar toen kwam iemand op het lumineuze idee om er een ‘vormgedicht’ van te maken: tekstregels maar in de vorm geschreven van een van de onderwerpen, in dit geval een kameel. Ze brachten al woorden aan, maakten zinnetjes, en er werd een ontwerp gemaakt. Morgen over de middag heb ik toezicht in de creaclub en gaat een leerling de achtergrond van een woestijnlandschap maken in aquarelverf, gaat iemand anders de dichtregels uitwerken en nog eentje de kameel alvast schetsen.
Ik ben benieuwd wat het gaat worden, maar ik vind het wel een goed idee, want met enkele leerlingen samen een gedicht schrijven, dat is nog niet zo eenvoudig.
Ik ben in elk geval wel blij dat ik de vijf boeken heb gelezen, want dat is zó ver van mijn bed, die Nederlandstalige jeugdliteratuur, dat ik echt niet meer mee ben met wat er leeft. En per slot van rekening zijn dat toch mijn leerlingen.
