Lectuur: “The Klowns of Kent (Blue Moon Investigations #4)” van Steve Higgs

Yup, deze reeks groeit wel. Deze vond ik eigenlijk echt wel goed qua plot, ook al blijven de personages nogal stereotiep. Ja, het hoofdpersonage loopt zijn lul achterna voor zijn – uiteraard – bloedmooie collega, een van zijn vrienden kan alles wat een rok draagt nog steeds binnendoen zonder moeite, en die twee dashonden zijn nog steeds irritant.

Maar het verhaal zelf begint echt wel goed te komen: het is een goed onderbouwde plot die op een bepaald moment zelfs grimmig wordt. Er zijn namelijk clowns op pad die niet bepaald de kinderminnende soort zijn, wel integendeel: ze belagen mensen tot het uiteindelijk zelfs op moord uitdraait. En om een of andere reden zijn ze vooral uit op Tempest Michaels, ons hoofdpersonage.

Het is de eerste van de reeks die van mij 4 sterren krijgt, en ik ben wel van plan om nog meer van deze reeks te lezen, wanneer het nog eens licht mag zijn. En hopelijk zet Higgs de goeie tendens verder.

Lectuur: “Amanda Harper Paranormal Detective (Blue Moon Investigations #3)” van Steve Higgs

Nu ik toch bezig was met relatief hersenloze lectuur, kon ik maar even goed verder doen, toch? Deel drie in de reeks van Blue Moon Investigations, en tegelijk ook deel 1 in de Harper Files, zo blijkt.

Het hoofdpersonage is niet langer Tempest Michaels, maar wel de knappe – hoe kan het ook anders? – politieagente die met hem samenwerkte en nu de laatste dagen van haar opzegtermijn bij de politie uit doet, om dan full time als detective te gaan werken. Het gaat gelukkig minder over eten, en minder over die honden, maar de seksuele ondertoon is er nog steeds, en eigenlijk niet zo veel minder misogyn. Higgs weet duidelijk niet hoe een vrouw denkt, denk ik dan.

Harper gaat op onderzoek in een winkelcentrum waar blijkbaar een spook in de liften zit: de lichten vallen uit, en wanneer ze terug aan gaan, zijn de boodschappentassen verdwenen. Tsja. Daar zit natuurlijk meer achter, en dat vist zij dus uit. Alleen had ik zelf ook al snel door hoe de vork aan de steel zat: zo veel mogelijkheden zijn er nu ook weer niet, toch?

Ik vond het wel iets beter geschreven dan de vorige twee, Higgs heeft duidelijk bijgestuurd, maar de plot was dan wel flauwer. En moet die andere agente nu echt het stereotype zijn van de dikke zwarte vrolijke, allesetende vrouw? Vrouwen zijn blijkbaar ofwel razend knap en slim, ofwel dik en lelijk.

Lectuur: “The Phantom of Barker Mill (Blue Moon Investigations #2)” van Steve Higgs

Zoals gezegd staat mijn hoofd niet op zware kost, en dus deed ik verder met die Blue Moon Investigations, dat hyperlichte dingetje.

De plot is er een van dertien in een dozijn, maar wel goed uitgewerkt: de eigenaar van de staalfabriek Barker Mill is overleden, volgens de patholoog een natuurlijke dood, maar de weduwe is daar absoluut niet zeker van. Neem er dan ook nog bij dat de Mill sinds meer dan een eeuw geplaagd wordt door een spook, en je hebt een perfect verhaal. Uiteraard heeft Tempest Michaels intussen een samenwerkingsverband met een bloedmooie ex-agente voor wie hij compleet heet loopt, is er een steenrijke en zeer knappe erfgenaam van de fabriek die er appartementen wil zetten, en loopt er daarnaast ook nog een kleine familieplot. Alleen zijn die verdomde honden nog steeds veel te veel aanwezig en zijn ook de eetgewoonten van het hoofdpersonage nog steeds bijzonder breed uitgesmeerd. Serieus, gast: geen enkele lezer is daarin geïnteresseerd.

Soit, het is licht en onderhoudend, en dus lees ik wel verder, ja.

Leesclub: “The Song of Achilles” van Madeline Miller

Ja, dit boek hebben we al eerder besproken in de leesclub, meer bepaald in 2022, kort na corona. Maar de leerlingen vroegen er expliciet naar, en deze leerlingen zaten toen uiteraard niet in de leesclub, dus ik zei geen nee.

We waren met een fijn groepje, en ook nu lag dat deels aan het feit dat het een LGBTQ+ boek was, met name over de prachtige liefdesrelatie tussen twee personages uit de Ilias van Homeros.

Het is het verhaal van de Griekse held Achilles , maar dan vanuit het standpunt van zijn beste vriend Patroclus. In het origineel, de Ilias, is de relatie tussen beide onduidelijk. Wel is het zo dat Achilles buitenproportioneel reageert wanneer Patroclus sterft, en dat geeft aanleiding tot het vermoeden dat zij een relatie hadden, ook al wordt dat nergens expliciet vermeld. Miller neemt deze premisse met beide handen aan en werkt dat gegeven volledig uit, vanaf het begin dat de jonge Patroclus onopzettelijk een jongen doodt en verbannen wordt naar het hof van koning Peleus, de vader van Achilles. Ze groeien samen op, ontdekken samen de liefde en bouwen een diepe relatie uit. Samen trekken ze naar Troje, waar Patroclus uit de gevechten blijft maar de steun en toeverlaat is van Achilles. En dan krijg je het verhaal zoals dat in de Ilias beschreven staat: Achilles moet een stuk van zijn buit afgeven, mokt en weigert te vechten, waarop Patroclus dan maar wanhopig de wapens opneemt, en natuurlijk sneuvelt. Is dit een spoiler? Goh, dit is eigenlijk een algemeen bekend verhaal, zodat ook Miller daar niet echt een geheim van maakt.

Vrijwel niemand van de leerlingen kende het originele verhaal, en groot was dan ook de verbazing toen ik vertelde dat Patroclus in de Ilias wél een goede vechter is, dat Briseis daar maar één keer aan het woord komt en dat ze overigens een getrouwde koningsdochter is, geen boerenmeisje, en dat Thetis, de goddelijke moeder van Achilles, daar vrijwel geen rol speelt. Miller heeft duidelijk behoorlijk wat wijzigingen aangebracht, en dat kan uiteraard volledig, ze heeft een prachtig verhaal geschreven. Maar er werd wel kritisch gekeken naar het waarom van de veranderingen in Patroclus. Waarom moet hij plots ‘zachter, vrouwelijker’ geportretteerd worden? Waarom mag hij niet langer een vechter zijn? Of waarom moeten ze plots vrouwen redden, terwijl ook dat niet gebeurt in de Ilias? In hoeverre wil Miller een stereotiep beeld oproepen? Het is toch niet omdat er een koppel is van hetzelfde geslacht, dat je daarom per se een ‘mannetje’ en een ‘vrouwtje’ moet hebben? Natuurlijk is dit boek wel al geschreven in 2011 en zijn de tijden intussen ook al wel wat veranderd, maar dan nog… Sommige leerlingen gaven wel toe dat ze nu anders naar het boek keken, nu ze de originele versie van de feiten kennen.

Dat neemt niet weg dat dit een steengoed boek is dat een homoseksuele relatie normaliseert, iets wat nog veel te weinig voorkomt. Aanrader? Zeker en vast, en de leerlingen waren ook blij dat het op de leeslijst van Engels stond.

Lectuur: “Paranormal Nonsense (Blue Moon Investigations #1)” van Steve Higgs

Ik zocht en vond nog zo’n compleet hersenloos racey dingetje zoals The Iron Druid en vooral The Dresden Files, alhoewel dat je die twee niet echt hersenloos kan noemen, want je moet bij momenten goed nadenken. Dat was bij deze reeks eigenlijk niet echt nodig: een vroegere militair besluit privédetective te worden in Rochester (UK) en per ongeluk verschijnt zijn advertentie onder de noemer ‘paranormaal’. Tsja. Het is dan niet verwonderlijk dat er vreemd volk op af komt, denk ik dan. Tempest Michaels gelooft niet in het paranormale en slaagt er dan ook in zijn eerste echte ‘paranormale’ zaak op een gewone manier te verklaren.

Higgs doet zijn uiterste best om Michaels te laten overkomen als een doodgewone single guy maar spendeert dan ook gigantisch veel tekst aan het uitlaten van de beide dashonden van het hoofdpersonage, aan het drinken van thee en het beschrijven van het dieet en de fitness, met daarnaast een oog voor knappe vrouwen en het effect daarvan op de lul van de protagonist. Het resultaat is een irritant hoofdpersonage met nogal wat macho- en misogyne trekjes. Ik bedoel maar: zelfs de knappe barista aan de overkant van zijn kantoor wordt omschreven als ‘een paar pondjes te zwaar’, en een dikkere vrouw – uiteraard met harige bovenlip – is meteen ook een walrus. Serieus. Er wordt wel érg hard gefocust op uiterlijk en gezond eten, en nogal weinig op het cerebrale. Dat laatste zou je nochtans verwachten bij een detectiveplot.

Aan de andere kant was ik wel op zoek naar iets dat bijzonder vlot leest en wat je dus kunt lezen als je moe bent en geen zin hebt om iets anders te doen. Deze urban fantasy beantwoordt wel aan die criteria, ja. Maar noem het gerust een equivalent van pakweg CSI, The Rookie of zo’n andere politieserie. Mja. Of misschien nog eerder een Midsomer Murders maar dan met een stevig fout kantje. En toch ga ik ze lezen, want mijn hoofd staat niet op iets ernstigers. Moet ook wel kunnen, toch?

Lectuur: “Welkom thuis, chrononauten” van Dirk Weber

Dit was een van de boeken van de Kleine Cervantes, en nee, het lag me niet zo. Pas op, ik vond het niet slecht, maar er is beter. De rest van de juryleden bij ons sabelde het genadeloos neer: er was niemand die het goed vond.

Ik vermoed dat het is omdat het een beetje afstandelijk is geschreven, bij momenten. Je wordt als lezer niet echt meegesleept in het verhaal, vond ik.

Het speelt zich af ergens in de jaren 50, in een fictieve Vlaamse (of Nederlandse) stad. Barend is een weesjongen met een gave voor tekenen, en daarom wordt hij opgepikt door Meester Pieter om voor diens veilinghuis te komen werken. En dan wordt duidelijk dat daar meer aan de hand is, want er is een manier om door de tijd te reizen. Meester Pieter laat hem – en anderen – naar het verleden teruggaan om er verloren kunstwerken te redden, kunstwerken die anders toch geen rol meer zouden gespeeld hebben in de geschiedenis. Maar Barend wordt ziek van dat reizen, en telkens zieker en zieker… En waar zijn zijn voorgangers, de vorige tijdreizigers, naartoe?

Samen met Lize probeert hij de duistere kantjes van het hele gegeven te achterhalen, en samen zoeken ze ook een uitweg.

Het boek liet me wat op mijn honger zitten. Ik vond de premisse schitterend, maar laat dit eens uitgewerkt worden door pakweg een Sanderson? Het bleef wat te vrijblijvend, te veel losse eindjes, te weinig diepgang in de personages. Wat gebeurt er met de zwendel van het veilingshuis? Waarom zit Lize daar? Of een van de andere kinderen?

Mja. Veelbelovend, maar voor een kritisch fantasy- en science fictionlezer net niet.

De Kleine Cervantes: de slotvergadering

Yup, we zijn door onze vijf boeken heen intussen, en dus restte ons nog om vandaag de scores te geven en een gedicht te maken rond het boek dat ons toegewezen was, met name De Wonderverteller van Lida Dijkstra.

Het gedicht, dat had nog wat voeten in de aarde, maar toen kwam iemand op het lumineuze idee om er een ‘vormgedicht’ van te maken: tekstregels maar in de vorm geschreven van een van de onderwerpen, in dit geval een kameel. Ze brachten al woorden aan, maakten zinnetjes, en er werd een ontwerp gemaakt. Morgen over de middag heb ik toezicht in de creaclub en gaat een leerling de achtergrond van een woestijnlandschap maken in aquarelverf, gaat iemand anders de dichtregels uitwerken en nog eentje de kameel alvast schetsen.

Ik ben benieuwd wat het gaat worden, maar ik vind het wel een goed idee, want met enkele leerlingen samen een gedicht schrijven, dat is nog niet zo eenvoudig.

Ik ben in elk geval wel blij dat ik de vijf boeken heb gelezen, want dat is zó ver van mijn bed, die Nederlandstalige jeugdliteratuur, dat ik echt niet meer mee ben met wat er leeft. En per slot van rekening zijn dat toch mijn leerlingen.

Lectuur: “Enchanter’s End Game (The Belgariad #5)” van David Eddings

En toen was er ook deel vijf, gewoon omdat het zonde zou zijn om het niet te lezen.

Garion is intussen tot koning gekroond, het magische voorwerp is terug waar het moet zijn, maar de grote ‘eindboss’ is nog niet verslagen, want dat is een taakje voor Garion. En daar zit het probleem: hoe gaat hij dat aanpakken? Hoe dood je een onsterfelijk wezen? Intussen leidt prinses Ce’Nedra een groot leger bij wijze van afleidingmanoever, kwestie van er toch een beetje een vrouwelijke toets in te steken. Al blijft het toch redelijk seksistisch allemaal, als je het mij vraagt.

Nu ja…

Het was onderhoudend, maar niet echt zo goed. Geen idee waarom dit tot de klassiekers onder de fantasy gerekend wordt: er is véél en véél beter op de markt, om eerlijk te zijn. Tsja.

Auteurslezing: “Grensgangers’ van Aline Sax

Zelden zag ik een auteurslezing die zó relevant was als deze. Hoezo? Wel, onze vierdes – Merel inclusief – vertrekken op maandag 30 maart voor vijf dagen richting Berlijn. Voor Nederlands moesten ze dan ook het boek “Grensgangers” lezen dat zich volledig afspeelt in, jawel, Berlijn. Het boek is opgedeeld in drie delen: deel 1 speelt zich af wanneer de Berlijnse muur plots gebouwd wordt, deel 2 in volle DDR en vooral StaSitijd, en deel 3 wanneer diezelfde muur neergehaald wordt. Los van de tweede wereldoorlog kan het boek niet méér over Berlijn gaan dan dit, en geeft het perfect de situatie voor de gewone burger in het Berlijn van de Koude Oorlog weer.

Sax begon dan ook met een uitgebreide geschiedenis van dat naoorlogse Berlijn, situeerde daarna haar personages in de tijd, gaf meer uitleg over onder andere Hohenschönhausen waar de leerlingen ook naartoe gaan, schetste de context voor de gewone burger en toonde dat ze ook effectief een historica is die het kan uitleggen én kan schrijven. Ze gaf ook duidelijk weer wat echt en wat fictie was, zoals de ontsnappingsroute voor Julian, maar leuk was dat tijdens haar onderzoek in Berlijn – waar ze een tijdlang ook woonde – een van haar bronnen daar uitriep dat dat ook effectief een ontsnappingsroute had kunnen zijn, en dat ze daar zelf nooit aan gedacht hadden.

Twee uur was misschien wat lang, maar ze gaf tussenin ook een pauze, waarmee ze aantoonde dat ze haar publiek echt wel kent en aanvoelt.

Ik heb alvast geboeid geluisterd en ik vind het jammer dat ik niet mee kan naar Berlijn, of dat ik dit boek en deze lezing niet had gehad nog voor we in 2024 naar Berlijn zijn geweest. Het zou een pak meer gekaderd hebben wat we gezien hebben, en dat terwijl Bart en ik toch ook niet helemaal onwetend zijn, aangezien we al 18 waren toen de muur viel.