Avatar: the way of water

Bart stelde voor om met zijn allen naar de film te gaan, en meteen ook Lieze mee te nemen, want Merel gaat altijd overal naar toe met haar.

Hij zocht en boekte de tickets die een uur na uitkomen nog beschikbaar waren, en dat bleken 4D tickets te zijn: met 3D-bril, maar ook met regen, wind, blazen aan je hoofd, en vooral de stoelen die alle richtingen uitgaan. Euh….

3D is bij Avatar absoluut een meerwaarde: de visual effects zijn zonder meer verbluffend, als je weet dat zowat alles CGI is. Je zit zo veel meer in de film zelf… Maar die 4D? Euh nee, liever niet: dat is echt een gimmick. Ja, het werkt als ze vliegen op een ikran en je dan meebeweegt, maar eigenlijk zouden ze het alleen mogen doen als je zogezegd mee op een van die beesten zit en niet als je er enkel maar naar kijkt. En dat is vaker het geval: wanneer een schot gelost wordt, krijg je een windstoot in je oor, ook al is het de tegenstander die schiet. Tijdens woeste gevechtsscènes zit je precies op een rollercoaster, waardoor het soms zelfs te veel was voor mijn rug. Het verwonderde me nog zeer sterk dat ik niet misselijk werd: dat viel al bij al nog mee. Maar, zoals Wolf het verwoordde, het haalt je uit de film in plaats van je er nog meer in te betrekken. Je voelt het te veel als extern aan waardoor je focus verslapt en dat is jammer.

En de film zelf? Magistraal… Het verhaal is quasi identiek aan dat van de vorige Avatar, dat wisten we, en dat stoort ook niet. Het is vooral prachtig, prachtig in beeld gebracht, en nee, die drieënhalf uur stoorde me niet, al weet ik dat veel mensen de film langdradig vonden.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden.