Kutwinter

Ik heb het gehad met die winter. Normaal gezien vind ik winter absoluut niet erg, het is een kwestie van induffelen. Maar dan moeten er wel van die prachtige winterse helblauwe luchten zijn, de laagstaande zon, de vrieskrakende adempluimen.

Ik snak naar deftige wandelingen in dat soort lucht, in dat soort licht. Maar het enige dat we krijgen, is regen. Regen, en van die vaalgrijze luchten. Wandelen in dat weer, daar is gewoon geen lol aan. Ik had gehoopt in de kerstvakantie te kunnen gaan geocachen, maar het is gene vette geworden, de tweede week heeft het quasi onophoudelijk geregend.

Vorige week sprong ik nog een gat in de lucht omdat ik eindelijk nog eens met de fiets naar school kon. De zon scheen van geen kanten, maar het was tenminste droog.

Gisteren scheen dan eindelijk eens de zon. Mijn zesdes zaten met half dichtgeknepen ogen, maar niemand vroeg om de zonwering naar beneden te laten, iedereen genoot er zichtbaar van. Helaas, tegen dat ik goed en wel thuis was, begon het alweer te overtrekken. Echt…

Ik ben wel nog snel even de tuin ingedoken, gewoon om te kijken of daar misschien al sporen van de nakende lente waren. En jawel, de narcissen en de tulpen zijn aan het schieten en de botten van de japonica zijn aan het zwellen.

Oef.

Het is even te veel voor Corneel…

[Waarschuwing; rant]

[TL:DR: ook voor leerkrachten is het niet evident]

Het zijn stresserende tijden voor iedereen, deze vreemde coronatijden.

Wij als leerkrachten kregen plots een weekje extra vakantie, en eigenlijk waren we daar niet onverdeeld gelukkig mee, al vond de publieke opinie ons een bende leeggangers die zijn bek moest houden.

Ja, het deed deugd om even langer op adem te kunnen komen, om even niet continu dat masker op te moeten hebben en de stem te kunnen laten rusten, want lesgeven door zo’n ding, dat vraagt wel wat extra inspanning. En dan heb ik het nog niet eens over het gebrek aan interactie. Af en toe trek ik mijn masker heel even omlaag om mijn grijns te laten zien, zodat de leerlingen weten dat ik sarcastisch bezig ben. Mijn zesdes weten dat, mijn eerstes en tweedes wat minder. Maar ik zie hun uitdrukkingen ook niet: lachen ze, zijn ze verveeld, geamuseerd of gewoon aandachtig? Ja, je kan een en ander afleiden uit hun ogen ook, maar niet op acht meter afstand, toch?
Nog vervelender is het als een eersteke zonder zijn hand op te steken antwoordt: vanwaar kwam dat antwoord? Ik ken hun stemmen niet of toch niet voldoende en je ziet niet wie er aan het spreken is. En voor de verlegen leerlingen is het al helemaal een nachtmerrie: je verstaat hen aan geen kanten en ze moeten luider spreken.

En toen kwam het bericht dat tweede en derde graad halftijds les kreeg in de klas, halftijds thuis. Netjes in halve groepen. Euhm… Bon, voor vijf en zes was dat snel geregeld: ik zette mijn eigen laptop – want die van de school zijn allemaal in gebruik – vooraan in de klas, sloot hem aan op het vaste netwerk – want de wifi kan het momenteel niet trekken – en gaf gewoon live les voor de leerlingen thuis. Ze kunnen antwoorden, vragen stellen en dergelijke via de chatfunctie. Gelukkig doen ze dat ook wel. Op die manier kan ik de verloren lestijden iet of wat beperken.

In de eerste graad hebben ze wel gewoon les, tenminste in hun klasbubbels. Aangezien de school een aantal jaar geleden besloten heeft om Latijn voor het eerste in het modulesysteem onder te brengen en geen aparte Latijnse klassen te maken, zitten mijn leerlingen verspreid over de zeven klassen. Resultaat: geen les in de modules, maar taken. Dat wij als enige module een leerplan te volgen hebben, tsja… Da’s pech, zeker? En dat ik grammatica aan die eerstes niet in taken kan steken en dat ze nog niet voldoende kunnen om extra teksten te vertalen, tsja…

Maar waar ik echt wel mee inzat, waren mijn tweedes. Mijn collega en ik zijn nog puin aan het ruimen van de vorige lockdown: we zijn wel begonnen met de thema’s en teksten van het tweede jaar, maar de grammatica, die moeten we quasi van nul herbekijken. Ik heb intussen de spraakkunst die we vorig jaar hebben gezien en hadden moeten zien, wel ingehaald, maar ben dus nog niet aan iets nieuws begonnen. En toen kwam er bericht van de directie dat ook de basisopties in het tweede, onder andere de Klassieke Talen dus, geen les mochten geven wegens bubbelbreuk. Ze komen wel niet uit zeven verschillende klassen, maar toch uit meer dan één klas.

Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Eerst hadden ze al, zonder ons te consulteren, het examen Latijn in het tweede jaar geschrapt, en nu dit. Dat examen, dat had ik gewoon zien passeren in een dienstnota, en ik had gezucht, maar dat was dat. Ik ben moegestreden, ik zag het niet zitten om ervoor te gaan vechten, wetende dat we het uiteindelijk toch gingen verliezen.

Maar 4.5 weken les verliezen in totaal? 18 lesuren? Ha ja, een week doordat ik in quarantaine zat, een week door die extra week vakantie. Daar kan niemand iets aan doen. Maar nu nog tweeëneenhalve week kwijtspelen, goed voor 10 lesuren, omdat ze in bubbels zitten? Ik zuchtte zeer, zeer diep. Gelukkig zei de pedagogisch begeleider, aka. Gwen: “A la guerre comme à la guerre, daar is niks aan te doen. Doe wat je kan…”

Maar blijkbaar hadden ook andere collega’s bezwaar aangetekend, en toen kwam plots een berichtje van directie: “Dat het misschien niet helemaal duidelijk was geweest, maar dat de opties in het tweede wél les mochten geven”. En pas toen, toén realiseerde ik me hoe hard ik daarover had gestrest, want er leek een pak van mijn schouders te vallen. Gewoon les in mijn tweedes, een ongelofelijk fijne groep, en daardoor ook nog een kans om op schema te blijven, allez ja, coronaschema, maar toch. En ze vooral ook nog enthousiast te kunnen houden.

Stom he. Extra vakantie krijgen, en daar niet eens blij om zijn. Voortdurend onder stress staan: heb ik wel mijn masker goed opgehouden, heb ik alles wel ontsmet, hebben de leerlingen gedaan wat ze moesten, zijn die handen ontsmet bij het binnenkomen? Wie gaat er in quarantaine, wie zit er thuis, wie moet er taken krijgen, wie is er ziek, wie moet ik live de les laten volgen van thuis? Wie heeft wie besmet, welk risico loop ik als leerkracht tussen zo’n honderdtal leerlingen per dag? Wat gaat de planning voor volgende week zijn, en welk extra werk gaat dat met zich meebrengen? Dat gezeul met die computer van klas naar klas, kan dat eindelijk eens ophouden? Want als er iets met die computer gebeurt, dan is dat pech want persoonlijk materiaal, ook al gebruik je het voor school. En zal ik wel rond geraken met de leerstof? Zijn ze wel allemaal mee? Heb ik ze goed ingeschat met hun masker op? Zijn ze zelf niet te gestrest, wat kan ik doen om het hen makkelijker te maken? En hoe gaan die examens verlopen?

Onbewust is er dus continu stress, een gegeven waarvan ik me helemaal niet bewust was.
Dat het maar rap weer code geel of groen is. Dit hangt mijn voeten uit.

 

Ponden

Het zal wel aan mij liggen, maar ik snap dat dus niet. Wolf vertrekt volgende week naar Londen, en daar hebben ze tot nader order – en wellicht nog wel wat langer ook – nog steeds Britse ponden in plaats van euro’s.
Nu, Wolf krijgt wel wat zakgeld mee en dus bestelde Bart zestig pond.

Af te halen op donderdagvoormiddag tussen 9 en 12 in het bankkantoor in Mariakerke. Nee, niet Wondelgem, daar doen ze geen geld meer. En nee, niet willekeurig in het andere kantoor, maar op die ene voormiddag. Qué?

Ik heb sterk het vermoeden dat ze dat enkel nog als service zien, en niet als een  basisdienst van een bank. Nog een chance dat ik op donderdag pas om tien uur moet beginnen lesgeven en er daarvoor dus om kon. En nee, blijkbaar ook niet om half negen, toen ik Wolf met zijn pijne poot af ging zetten aan school.

Zucht. Volgende keer dan maar gewoon ginder uit de muur halen, zeker?

Regen

Dat weer, dat is het dus niet he. Maar dat hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen, zo langzamerhand loopt iedereen gewoon chagrijnig omwille van die regen.

Maar…

Wat kan je in hemelsnaam doen tegen katten die ervan overtuigd zijn dat ik het kan doen stoppen met regenen en die dus blijven zagen? Die met overtuiging aan het venster blijven staan miauwen en dan beschuldigend in mijn richting kijken wanneer ik het raam open doe en het blijkbaar toch nog aan het regenen is?

Echt he. Grmbl.

Pedagogische studiedag

Tsja, pedagogische studiedagen, die zijn zeker en vast nuttig, dat kan ik als leerkracht alleen maar bevestigen. Maar als ouder vloek ik er ook wel eens op, ja, want vind dan maar eens opvang.

Bart kon zich gelukkig vrijmaken – het stond ook al even in de agenda – om bij Merel te blijven, en meteen moest ik me ook geen zorgen meer maken over het eten ’s middags: ik moest gewoon maar mijn voeten onder tafel steken, net als de jongens.

Meteen daarna verdween Bart weer naar zijn kantoor, maar het was wel een pak van mijn hart dat ik me geen zorgen hoefde te maken over Merel.

De rest van de dag was dan ook heel chill, ik moest enkel nog Wolf naar en van de rugby halen.

Dank je, liefje!

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

Mens erger je niet

Dingen waar een mens zich al op maandagmorgen aan ergert: als je per se het woord ‘idealiter’ wil gebruiken, leg dan niét de klemtoon op liter, maar wel op de a. Of gebruik misschien gewoon een woord dat je wél kan uitspreken, hmm? Zeker als je een uitleg op de radio komt doen, en niet meteen wil weggezet worden als incompetent.

Of ligt dat nu echt aan mij?

Dekbedsaga…

Ik had al lang gezegd dat ik een nieuw echt donzen dekbed wilde, want die dingen verslijten, en ik ben een ongelofelijk kouwelijke in bed, zelfs met een elektrisch onderdeken. En dan meteen liefst een echt goed, maar helaas ook duur.

Toen ik in de Standaard Webshop (jawel, van de krant) een aanbieding zag voor een donsdek van De Witte Lietaer, dacht ik: “Hah, dat moet ik hebben se!” Ducky werd overal geprezen voor zijn kwaliteit, en 179 euro ipv 299, dat vond ik een mooie deal. Op 24 november bestelde ik, en vergat het prompt weer.

Tot ik er kort na nieuwjaar weer aan dacht. Tiens, geen donsdeken gekregen? Ik keek even na, en jawel, het geld was prompt van mijn rekening gehaald. Ik belde dus even met de Helpdesk van de webshop. Ja man, wat was me dat? “24 november, mevrouw? Ja, u had wel maar 14 dagen tijd om te reageren he! Ik weet niet of we daar iets kunnen aan doen!” “Euh mevrouw, er staat bij uw verkoopsvoorwaarden dat er 14 dagen bedenktijd en retourrecht is, niets over 14 dagen bij niet-ontvangst?” “Madam, dat staat daar wel in, ik ga dat moeten bespreken met mijn service manager, maar ik kan u niets beloven se! Ge gaat dat op mail moeten zetten, want zo kan ik daar niets aan doen!” Dat ging zo nog even door, tot ik me oprecht geschoffeerd voelde. Trouwens, ik heb er de verkoopsvoorwaarden nog even bij gehaald, en die spreken van 14 dagen bedenktijd, maar over minimaal 30 dagen bij niet-ontvangst als er geen levertijd is afgesproken. Bon, die zou eigenlijk na twee dagen moeten geweest zijn, maar in de kerstperiode kan het altijd wel druk zijn natuurlijk.

Ik heb dan maar een redelijk vlammende mail opgesteld, helaas zonder antwoord.

Veertien dagen later heb ik dan nog maar eens met diezelfde helpdesk gebeld, waar ze deze keer wél iets vriendelijker waren. “Ha ja, mevrouw, ik zie uw mail staan, maar we hebben nog niet de tijd gehad die te beantwoorden.” Mijn opmerking over veertien dagen viel niet helemaal in goede aarde  maar bon. Ze gingen het nakijken en me het geld terugsturen, want de actie was afgelopen en ze hadden geen dekbedden meer. Tsja…

Tot plots vorige week er een zeer vrolijke man van een pakketbedrijf aan de deur staat met een grote grijze vuilniszak met etiket. Huh? Jawel, 2.5 maand na bestelling krijg ik alsnog een donsdeken toegestuurd, verpakt in een vuilzak. Ja, binnenin de vuilzak zat het netjes in originele verpakking verpakte donsdeken, daar niet van, maar een vuilzak? Hmm? Ik opende het donsdeken, en vond er de orderbrief. Bestemd voor ene Tessa. Afkomstig van Het Belang Van Limburg, niet De Standaard. Het was dan trouwens nog niet eens het type donsdeken dat ik besteld had (eenlagig) maar een vierseizoenenexemplaar, met twee lagen dus. Hallo, helpdesk van de webshop Het Belang Van Limburg? Die vielen daar uiteraard uit de lucht, maar wel op een zeer vriendelijke en charmante manier. Ja, die dame had een donsdeken besteld, maar dat ook weer teruggestuurd. En nee, ze konden niet in het systeem van De Standaard Webshop, maar ze ging het zeker uitzoeken, want dat klopte inderdaad aan geen kanten.

Een uurtje later opnieuw telefoon: dat het inderdaad een soep was, dat het helemaal niet klopte, maar dat ze zich wilden excuseren voor de soep, en dat ik daarom, als ik wou, het geleverde exemplaar zonder meerkost mocht houden. Oh? Ja, dat had de telefoniste ook zelf niet verwacht, maar dat was zo beslist door haar meerderen, en eigenlijk was dat een cadeautje van dik 60 euro, want het vierseizoenendekbed stond inderdaad 60 euro meer geprijsd. Euh…

Ik vroeg en kreeg even bedenktijd, ze ging me een uurtje later terugbellen. Ik zocht het even op, en ja, volgens hun webshop was het vierseizoenenexemplaar 399 euro waard, en bij pakweg bol.com stond het 359 euro geprijsd. Voor 182 euro, verzendingskosten meegerekend. En vooral: zonder verder gedoe.

Ik heb dan maar ja gezegd, in de namiddag een paar nieuwe dekbedovertrekken gehaald (want dit was 220 cm lang ipv. 200), en geslapen als een roosje onder een dikke laag eendendons.

Oef.

Kafka en Murphy geven een feestje

Dat Murphy me graag eens bij mijn lepels heeft, is alom bekend. En dat ik vaak in Kafkaiaanse papiermolens verzeil, eigenlijk ook.

Dat het deze keer niet anders is, was dan ook geen grote verrassing, alleen weer een stevige teleurstelling. Serieus zeg.

Half januari had ik nog geschreven: “Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.”

Ik had dus beter mijn mond gehouden, zo blijkt. Jinxen en zo. Want 1 februari, da’s vandaag, en om opnieuw te beginnen had ik dus wel toestemming van Certimed nodig, in casu een controlearts, maar het bleef bij complete radiostilte. Gisterenmorgen belde ik dus zelf maar even naar Certimed: hoe het nu precies zat, en wanneer ik een controlearts kon verwachten en zo.

“Oh”, was de reactie, “wanneer heeft u de papieren opgestuurd? Vorige week? Wacht, ik kijk even. Ja, die zijn vorige dinsdag toegekomen, maar die zijn niet in orde, er is een datum niet ingevuld. Wij hebben daar die dinsdag zelf nog de school van verwittigd.” Ik viel uiteraard uit de lucht, want ik wist nergens van, en ik was er ook eigenlijk behoorlijk zeker van dat ook de school nergens van op de hoogte was.

Ik dus een telefoontje naar Peggy, de personeelsverantwoordelijke, die al even hard als ik uit de lucht viel. Daar was duidelijk iets misgelopen. Misschien iemand die een mail niet gelezen had, of een telefoontje niet had doorgegeven? Maar dat leek me onwaarschijnlijk. Iets later kreeg ik een zeer bezorgde telefoon van de directie: dat zij haar mails had nagekeken, maar niks gekregen had, en ook via telefoon van niks wist, en dat ze zich heel erg ambetant voelde met de situatie. Hmm, dat kon ik me best voorstellen, ja. Enfin, ze hebben zelf dan maar naar Certimed gebeld, en blijkbaar hadden die nog een oud emailadres in hun systeem zitten, en was die mail uiteraard niet toegekomen.

Zucht.

Diepe zucht.

Morgen dus maar opnieuw naar de dokter – het mag gelukkig de huisarts zijn – om nieuwe papieren te laten invullen, mijn ziekteverlof met 18 dagen te laten verlengen, en dan alles door te mailen. Dat mag dus blijkbaar ook. Ik ben benieuwd. Ne mens wil dan al eens werken, en mag dus niet.

Hopelijk dus opnieuw deeltijds aan het werk na de krokusvakantie.

Murphy, ge zijt ne smeerlap.

Kafka op zijn best

Het was weer de moeite vandaag! Ik zou dus graag op 1 februari halftijds willen herbeginnen met lesgeven. Fulltime gaat helemaal niet lukken, dat voel ik, ik blijf keihard tegen mijn eigen grenzen aanlopen, maar halftijds in vijf en zes, dat moet kunnen.

De personeelsverantwoordelijke en ik gingen op zoek naar de mogelijkheden, want volgens Gwen had zij een aantal jaar geleden na een zware aanval van cytomegalie een reïntegratieplan na langdurige ziekte (rplz) gehad, waarbij je halftijds werkt, maar toch geen ziektedagen en pensioenrechten kwijtspeelt. Leek me ideaal, beter dan een verlof voor verminderde prestaties (vvp) waarbij je wel nog halve ziektedagen spendeert. Dat laatste zou eigenlijk maar logisch zijn, maar als het eerste bestaat, gaan we niet zot doen he!

Na wat zoekwerk vonden we inderdaad op de site onderwijsvlaanderen de papieren voor zo’n rplz, alles werd afgedrukt, en ik moest enkel nog de controles en dergelijke aanvragen bij Medex, het controleorgaan, en uiteraard de papieren laten invullen door de dokter. Bon, ik was woensdag langsgeweest bij de huisarts daarvoor, maar blijkbaar mogen die papieren enkel ingevuld worden door de specialist. Alleen… ik heb pas een afspraak op 28/01, en je moet het controleonderzoek best twee weken op voorhand aanvragen, en dat moet minstens vijf werkdagen voor de geplande werkhervatting zijn. Hmpf. Huisarts belde, ik mocht vandaag over de middag met die papieren langsgaan in het ziekenhuis. Oef.

Ik belde naar Medex voor een controle, en kreeg netjes op tijd een afspraak. Alleen… Een half uurtje later belde de behulpzame dame me terug: “Mevrouw, zei u daarnet niks van onderwijs? Want dan is dat niet bij ons, wij zijn daar niet voor bevoegd, u moet bij Certimed zijn.”
“Oh? Maar op de papieren staat duidelijk Medex? En die papieren komen van de site van onderwijs Vlaanderen?”
“Het spijt me echt, mevrouw, dan klopt dat niet, want u moet écht niet bij ons zijn, maar bij Certimed.”

Juist.

Ik belde dus naar Certimed, inderdaad het controleorgaan waarnaar ik tot hiertoe alle papieren had opgestuurd. “Reïntegratieplan? Dat bestaat niet, mevrouw.” “Euh? Ik heb hier de papieren voor mij liggen?” “Ik weet niet waar u die gevonden heeft, mevrouw, wij kennen enkel een vvp, geen… hoe noemt u dat? Reïntegratieplan? Het spijt me, mevrouw, maar ik kan u écht niet helpen! Uw personeelsverantwoordelijke zou dat moeten weten.”

Helaas was Peggy op dat moment niet bereikbaar, en was het intussen half twaalf. Ik moest dus tussen één en twee in het ziekenhuis bij de dokter langs om de juiste papieren te laten invullen, en ik zag alles al in het water vallen. Zucht.

Verder rondgesurft dan maar, sites gelezen, ambtenarees ontcijferd, en uiteindelijk maar rechtstreeks naar het werkstation gebeld. Zo’n werkstation, dat zijn de administratienerds in Brussel die de puntjes op de i zetten en ons uiteindelijk ook betalen op basis van het papierwerk van de lokale secretariaten. Als die het niet wist, dan wist niemand het. Een vriendelijke heer nam op, luisterde, en zei ook dat hij van zo’n reïntegratieplan niks wist. Ja, dat bestond voor mensen die einde loopbaan waren (TBS), en dan was dat inderdaad via Medex. Maar in mijn geval? Nee hoor. Toen ik hem het geval van Gwen aanhaalde, zocht hij dat meteen op. Een privacybreuk was dat niet meteen, aangezien ik er duidelijk alle details van wist. En ja, zij had effectief een reïntegratieplan gehad, maar dat was al in 2005 geweest, en intussen bestond dat al ettelijke jaren niet meer. In mijn geval moest het een vvp zijn. Ahhh…

Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij me niet had kunnen helpen, maar ik verzekerde hem dat hij dat net wél had gedaan: ik had eindelijk duidelijkheid! Enfin, ik heb dan maar alle papieren voor een vvp afgedrukt, ben ermee naar het ziekenhuis gereden, heb alles laten invullen – de dokter schreef me drie maanden halftijds voor, we gaan wel zien wat lukt en wat niet – en maandag gaat alles op de post.

Oef.

Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.

Want Kafka en Murphy zijn beste vriendjes, dat heb ik al een tijdje door…