Grrr.

Ik heb het hier niet vaak over mijn werk, maar nu ben ik me blauw aan het ergeren. Serieus!

Onze leerlingen zitten normaal gezien altijd in Smartschool met een foto. Die foto wordt jaar na jaar genomen door een schoolfotograaf: degelijke pasfoto’s dus. Alleen…

In de coronajaren mocht een schoolfotograaf het terrein niet betreden, en vorig jaar heeft de geboekte fotograaf ter elfder ure afgezegd en vonden we geen vervanger meer. Ik snap dat wel: die mensen verdienen daar niet meer aan voor al het werk dat ze erin steken. Maar het resultaat was dat onze leerlingen soms een drie jaar oude foto in het systeem hadden, en ik hoef u wellicht niet te vertellen hoezeer een puber kan veranderen…

Ook: de eerstes hebben gewoon géén foto en dan is het soms behoorlijk moeilijk om hen uit elkaar te houden als je hen alle 165 één uurtje per week ziet.

Vorig jaar had ik halverwege het jaar zelf foto’s genomen van de eerstes met mijn spiegelreflexcamera: het is dan nog een kwestie van ze allemaal manueel een nummer toe te kennen uit een lijst en ze in te laden in Smartschool. Al onze eerstes zaten erin.

Nu hadden verschillende collega’s op de personeelsvergadering op het einde van de vakantie gevraagd of er nieuwe foto’s konden komen. Ik had de werkwijze toegelicht, en iedereen – of toch zo goed als – zag het zitten om die eerste dag foto’s te nemen van zijn of haar klas (als klastitularis), de foto’s de juiste nummers toe te kennen vanuit de doorgestuurde lijst, en ze me dan door te sturen via wetransfer. Ik ging die eerste dag dan wel zelf de eerstes doen.

Prima, dat liep bijzonder vlot, ik nam de foto’s met mijn gsm, net zoals de collega’s en ik kreeg van de meesten nog dezelfde dag de foto’s door. Huppa, inlezen in het systeem door de smartschoolverantwoordelijke, en nieuwe foto’s!

Juist.

Quod non.

Terwijl in mijn Windows Verkenner alle foto’s staan zoals ze moeten, ook als ik ze open met Paint of Photo Viewer of zelfs InDesign, zet Smartschool ze op zijn kant. Nog vreemder: terwijl alle foto’s per klas op dezelfde manier getrokken zijn, zoomt Smartschool sommige foto’s extreem in, zodat je een pluk haar ziet, of een kin met wat pukkels of zo, bijzonder onflatterend.

Ik weet dat het aan de EXIF data ligt, maar zelfs als ik die wis en daarna de foto’s in bulk rechtzet, vindt SS nog steeds dat ze plat liggen. En als ik ze allemaal op hun andere kant leg, om ze dan zogezegd recht in het systeem te krijgen, vindt dat systeem dat ze dan wel op die manier mogen ingelezen worden. De helpdesk van SS vindt overigens dat ik die foto’s gewoon moet draaien en dat het dan wel opgelost zal zijn. Niet dus.

Ik word hier tureluurs van!!!

Serieus maat, ik heb hier dus al uren op zitten zoeken he, dingen opgezocht, methodes geprobeerd, maar niks dus. Grrr.

Mediacoach zijn, het is plezant, jong!

Lerarencampagne

Ik zie net in het nieuws dat Ben Weyts een campagne opstart om meer leraren te krijgen. Alle lof, maar blijkbaar ligt de nadruk op sneller benoemd en betere verloning. En ook ergens een beetje op de perceptie.

Wel…
Ik heb het vorige week tijdens een oudercontact nog eens mogen horen: “Ge moet maar 20 uur op een week werken, ge hebt 4 maanden vakantie en het is nog te veel moeite om te antwoorden op een email, of wa?”

Dat in het schoolreglement staat dat alle communicatie verloopt via Smartschool en dat meneer daar nog 164 ongelezen berichten had – wat hij zelf vol trots verkondigde – waardoor hij belangrijke info over zijn dochter nog niet gelezen had, tsja…

Ik hoef niet meer loon, nee. Ik wil gewoon dat mensen beseffen dat dit ook echt wel een fulltime job is, en dat er een reden is waarom ongeveer de helft van de opgeleide leraars stopt binnen de vijf jaar. En nee, dat is zelden omwille van de verloning (al mag die voor beginners wel wat meer zijn). Dan liever dat extra budget besteden aan extra ondersteunende leerkrachten. Alleen zijn die leerkrachten er niet…

Want anders zou ik kleinere klasgroepen vragen, zodat je elke leerling je volle aandacht kan geven en de zorg die hij of zij verdient, en meer opvoeders zodat wij niet telkens moeten inspringen voor studie, of dat we meer dan 15 minuten krijgen als middagpauze omdat we toezicht moeten doen. Of een extra leerlingenbegeleider, want die mens verzuipt in het werk en kan ook niet alles even goed opvolgen.

Alle lof voor je campagne, mijnheer Weyts. Just too little too late, heb ik het gevoel.

Een nieuwe Kafka, van Telenet deze keer

Echt serieus, het niveau van incompetentie van sommige mensen…

Vrijdag was dus onze internetkabel uit het bakje aan de muur gesnokt. Kan gebeuren, zeker als het stormt. Ik had gebeld, uitgelegd dat het de kabel was, en ze hadden me gezegd dat het uiteraard pokkedruk was, maar dat ze wellicht nog dezelfde dag konden langskomen, en anders zeker zaterdagmorgen. Bart had intussen via Twitter de bevestiging gekregen dat we nog voor de vrijdagavond op de planning stonden.

Niemand gezien.

Zaterdag: geen herstelling, geen antwoord, ik geraakte zelfs niet echt meer binnen op de helpdesk. Ook op twitter bleef het akelig stil.

Zondag: radiostilte. En telefoonstilte. En internetstilte.

Maandag raakte ik eindelijk opnieuw binnen bij de helpdesk van Telenet:

“Ja mevrouw, er moet een binnentechnieker langskomen want het ligt aan uw modem binnen.”
“Huh? Maar er is nog niemand langs geweest om de kabel te repareren?”
“Het ligt ook helemaal ook niet aan uw kabel, mevrouw. Er was een verdeelcabine in de buurt geraakt waardoor er 480 gezinnen zonder internet zaten, maar dat is gerepareerd. Als u nu nog een probleem hebt, ligt het aan uw modem en moet er een binnentechnieker komen.”

Ik naar buiten, gaan kijken naar mijn kabel.

“Euh mevrouw, dat kan niet want ik heb hier de kapotte kabel in handen!”
“Nee mevrouw, dat kan niet, dat is gerepareerd, u bent de enige in de straat zonder internet, het ligt echt aan uw modem. Is er morgen iemand thuis?”
“Ik heb de kapotte coaxkabel IN MIJN HANDEN!”
“En toch is het uw modem!”
“MEVROUW! HET KAN ME NIET SCHELEN, KIJK MIJN DOSSIER NA! Ik heb vrijdag gemeld dat mijn kabel los is en dat is nog steeds het geval. U moet dus een buitentechnieker sturen en geen binnentechnieker!”

Even stilte aan de andere kant.

“Goed, mevrouw, ik stuur een buitentechnieker langs, omdat u zo halsstarrig aandringt. Maar als het toch, zoals ik voorspel, uw modem is, dan kan het zijn dat u nog een week moet wachten op een binnentechnieker.”

Zucht. Diepe zucht.

Intussen had ik op zondag ook een bericht naar mijn leerlingen gestuurd dat ik zonder internet zat, dat ik enkel op 4G kon en dat alles dus zeer beperkt was.
In de les sprak een leerlinge me aan: dat ik het nummer van het schadedossier moest doorsturen, want dat haar vader eigenlijk degene was die op het hoogste niveau alle interventies aanstuurde. Oh…

Resultaat: dinsdag om half tien stond hier een technieker die even keek, zijn ladder uithaalde, het doosje openvees, de kabel opnieuw vastmaakte, doosje dichtvees en de ladder terug in zijn auto stak.
Dat in- en uitladen van zijn ladder duurde langer dan de eigenlijke herstelling. Onmiddellijk schoot de modem opnieuw in gang – nee, die was niet kapot, vreemd hè – en nog wat later was er effectief weer internet, zoals ik kon bevestigen aan de man.
Waarop die fijntjes antwoordde: “Prima, want ik moet dit straks nog even melden aan de groten baas…”

Blijkbaar hadden ze onze schademelding zaterdag afgesloten want de “bak” die hier 480 man zonder internet had gezet, was zaterdagochtend gerepareerd. Dat ik een afgerukte kabel had gemeld, was van geen tel. En dus moest het de modem zijn, ha ja. Dat zal wellicht zo in haar telefoonscript gestaan hebben, dat kan niet anders.

Echt, apenland, dit België, waar ge zonder connecties blijkbaar nog altijd nergens geraakt. Maar bon, we hebben internet, eindelijk. Dan kan ik eindelijk ook weer deftig voor school en de schoolwebsite werken.

Een beetje storm…

Ze hadden ons gewaarschuwd: dit ging de ergste storm worden in 30 jaar. Jaja, dachten we zowat allemaal, het zal wel weer een storm in een glas water worden. Maar toen bleek de berichtgeving altijd maar ernstiger en waarschuwender, en zei ik tegen de jongens dat ze misschien beter niet met de fiets gingen, maar met mij konden meerijden. Heh, en toen zei Kobe dat Sandra hem en Ayo en Kaat ging voeren en dat Els hen dan wel weer ging komen ophalen. Juist, want ik werk daar niet en moet niet sowieso rijden, of wa?

Enfin, met Wolf, Kobe, Ayo en Kaat reed ik naar school en zag vooral stilte voor de storm: een mooi, liefelijk weertje. Maar toen begon het effectief te waaien, en nog geen klein beetje. En kwam de melding van scholengroep en later zelfs het ministerie dat de school in de namiddag dicht ging: stormverlet.

Ik bleef wachten tot 12.02 uur – ik heb op vrijdag eigenlijk een pauze van 11.00 uur tot 13.30 uur en ga meestal naar huis – en bracht Kobe, Kaat en Ayo naar huis, pikte Wolfs kleren op die Kobe netjes verzamelde en reed tegen één uur terug richting school. Tegen dan had ook Wolf gedaan met de les. Hij was eigenlijk van plan geweest om na school eerst nog naar de rugby te gaan – afgelast, uiteraard – en dan naar Arwen, maar nu wilde hij meteen meerijden zodat hij Jarno kon helpen de schapen, geiten, kippen, konijnen, katten en hond in veiligheid te brengen.

Soit, ik zat in de namiddag met grote ogen vanuit de living naar buiten te kijken of onze boom nog niet wegwaaide, toen ik plots een krak hoorde. Bij nazicht – heerlijk om buiten te lopen, je bleef bijna niet recht staan, maar het was wel wat gevaarlijk wegens rondvliegend vanalles – bleek dat onze regenpijp vooraan was afgebroken. Daar heeft zich een kamperfoelie rond geslingerd en die had net iets te veel wind gevangen, zo bleek. Ik liep naar boven om de lianen door te knippen die zich aan de pijp van de buren vast hadden geklampt, zodat ook die pijp niet zou afkraken. Helaas, ik bleek niet snel genoeg, want plots viel heel het boeltje naar beneden en snokte – driewerf helaas – daarmee ook de internetkabel los. Juist ja. Zucht.

We belden, kregen wegens business klant vrijwel meteen iemand aan de lijn die alles netjes noteerde en zei dat we bij de prioritaire gevallen behoorden, en dat het hopelijk nog dezelfde avond zou opgelost zijn. Hetzelfde zei de helpdesk van Telenet op Twitter: dat we nog voor vandaag op de planning staan.

Ik ben benieuwd…

Habemus portam!

Oef, ze is er eindelijk: onze nieuwe garagepoort!

Het heeft zo gelijk wat voeten in de aarde gehad… Eind april wilde ik, tegen de zomer, vliegenramen voor de jongens hun kamers – Merels kamer heeft een kantelraam, no go dus – en dan meteen ook de zonneblinden aan Barts bureau laten herstellen en ook de garagepoort vernieuwen. Het ding is 35 jaar oud, er zijn al een paar wieltjes van de geleiders afgebroken, en je ziet duidelijk aan de breuken dat het metaalmoeheid is, reparatie is dus geen optie.

Ik belde naar Antoon De Cock NV, degene die de blinden hebben gestoken, die de ramen hebben gemaakt zodat ze nu ook de vliegenramen konden maken, en die ervoor kunnen zorgen dat de poort bij de rest past.

De volgende dag stond er hier al meteen iemand om op te meten en een offerte op te maken.

Juist.

Die offerte bleef op zich wachten, en ik belde en mailde verschillende keren, maar helaas, blijkbaar was er grote drukte. De offerte kwam uiteindelijk binnen terwijl wij in Frankfurt zaten, begin juli dus. Tot zover de vliegenramen tegen de muggen…

Intussen had de poort trouwens de geest gegeven: er was nóg een wieltje afgebroken en het ding deed het nu dus echt niet meer. De auto kon niet meer binnen, maar vooral: de fietsen konden alleen nog maar buiten via de achterdeur, waar er amper een meter ruimte is tussen de deur en het tuinhuis. Misère dus…

Het was eind juli tegen dat ik die in vakantiemails verzopen offerte opmerkte, maar toen was er uiteraard bouwverlof. En toen was het weer zeer druk. En toen bleek dat er toch opnieuw moest opgemeten worden voordat er een echte, secure offerte kon zijn. En toen moest die bevestigd worden, en doorgemaild, en bijgestuurd worden. En moest de poort besteld worden, en dat bleek toch wel even te duren. En toen bleek de poort niet zomaar geleverd te kunnen worden. En was er nog eens vertraging op de levering.

Enfin, puntje bij paaltje: Sinterklaas bracht ons een pracht van een poort! Het was nog net geen voldragen zwangerschap, maar bon, ze is er. Ze is bijna geruisloos – die oude poort maakte een gigantisch lawaai – en ze werkt. Ze werkt niet alleen met een knop binnen, maar ook met twee afstandsbedieningen – eentje in elke auto – en vooral: ook met een app!

Het zorgt ervoor dat Kobe al aan het Turcqpleintje op zijn app duwt en de poort open is tegen dat hij thuis is, of dat ik Merel zie passeren vanuit de zetel en niet eens hoef recht te staan.

Ja, ik ben fan. Eindelijk! En die muggennetten, die hebben we dan toch tegen de volgende zomer ^^

 

Stress en frustratie

Ik weet het, ik ben een controlefreak. Je kan me eigenlijk niet echt een plezier doen met een verrassingsfeestje, tenzij ik al klaar was om iets anders – vergelijkbaars – te gaan doen.
Op den bots uitgaan of zo, dat is aan mij niet besteed: ik moet daar mentaal op voorbereid zijn, op andere mensen. Ik ben nu eenmaal heel graag alleen en onverwacht sociaal contact, dat is een opgave.

Ik rij ook altijd zelf met de auto, al heeft dat dan weer grotendeels te maken met mijn extreme wagenziekte. Maar ik bepaal dus heel graag zelf the shots.

Samenwerken is geen enkel probleem, zolang iedereen zich aan de gemaakte afspraken houdt. Ofwel maak je dus geen afspraken, ofwel doe je dat wel, en dan volg je die op, zo simpel zit dat in elkaar in mijn hoofd.

Als ik dan voor een project, dat volledig mijn verantwoordelijkheid is, een planning opmaak met mensen die professionelen zouden moeten zijn, dan verwacht ik ook dat die planning gevolgd wordt. Die planning was namelijk goedgekeurd door alle partijen, en we zitten in tijdsnood.

Maar als daar dan vierkant de voeten aan geveegd worden – overmacht is iets anders natuurlijk, maar daar was vandaag geen sprake van – dan spring ik uit mijn vel.

Zeker als je in een school mensen moet beschikbaar houden: die zijn doorgaans aan het lesgeven en hebben maar bepaalde vrije momenten, en lokalen moeten vrijgemaakt worden en dergelijke. En als je professionals dan op maandagavond 21.00 uur laten weten dat ze de volgende ochtend in je school staan, dan geeft dat wel wat problemen, ja.

En als ze dan op dinsdag op de school zijn en om half vier zeggen dat ze de volgende morgen ook komen, dan stel ik nog snel een planning op en stuur die zoals afgesproken per mail door rond half vijf, zo vlak voor de klassenraden beginnen. Maar als die professionals dan de volgende morgen die planning niet gelezen blijken te hebben en als argument geven: “Wanneer heb je die mail gestuurd? Gisteren half vijf? Dat is veel te laat!”, ja, dan zou je kunnen spreken van frustratie, ja.

Man!

Kutwinter

Ik heb het gehad met die winter. Normaal gezien vind ik winter absoluut niet erg, het is een kwestie van induffelen. Maar dan moeten er wel van die prachtige winterse helblauwe luchten zijn, de laagstaande zon, de vrieskrakende adempluimen.

Ik snak naar deftige wandelingen in dat soort lucht, in dat soort licht. Maar het enige dat we krijgen, is regen. Regen, en van die vaalgrijze luchten. Wandelen in dat weer, daar is gewoon geen lol aan. Ik had gehoopt in de kerstvakantie te kunnen gaan geocachen, maar het is gene vette geworden, de tweede week heeft het quasi onophoudelijk geregend.

Vorige week sprong ik nog een gat in de lucht omdat ik eindelijk nog eens met de fiets naar school kon. De zon scheen van geen kanten, maar het was tenminste droog.

Gisteren scheen dan eindelijk eens de zon. Mijn zesdes zaten met half dichtgeknepen ogen, maar niemand vroeg om de zonwering naar beneden te laten, iedereen genoot er zichtbaar van. Helaas, tegen dat ik goed en wel thuis was, begon het alweer te overtrekken. Echt…

Ik ben wel nog snel even de tuin ingedoken, gewoon om te kijken of daar misschien al sporen van de nakende lente waren. En jawel, de narcissen en de tulpen zijn aan het schieten en de botten van de japonica zijn aan het zwellen.

Oef.

Het is even te veel voor Corneel…

[Waarschuwing; rant]

[TL:DR: ook voor leerkrachten is het niet evident]

Het zijn stresserende tijden voor iedereen, deze vreemde coronatijden.

Wij als leerkrachten kregen plots een weekje extra vakantie, en eigenlijk waren we daar niet onverdeeld gelukkig mee, al vond de publieke opinie ons een bende leeggangers die zijn bek moest houden.

Ja, het deed deugd om even langer op adem te kunnen komen, om even niet continu dat masker op te moeten hebben en de stem te kunnen laten rusten, want lesgeven door zo’n ding, dat vraagt wel wat extra inspanning. En dan heb ik het nog niet eens over het gebrek aan interactie. Af en toe trek ik mijn masker heel even omlaag om mijn grijns te laten zien, zodat de leerlingen weten dat ik sarcastisch bezig ben. Mijn zesdes weten dat, mijn eerstes en tweedes wat minder. Maar ik zie hun uitdrukkingen ook niet: lachen ze, zijn ze verveeld, geamuseerd of gewoon aandachtig? Ja, je kan een en ander afleiden uit hun ogen ook, maar niet op acht meter afstand, toch?
Nog vervelender is het als een eersteke zonder zijn hand op te steken antwoordt: vanwaar kwam dat antwoord? Ik ken hun stemmen niet of toch niet voldoende en je ziet niet wie er aan het spreken is. En voor de verlegen leerlingen is het al helemaal een nachtmerrie: je verstaat hen aan geen kanten en ze moeten luider spreken.

En toen kwam het bericht dat tweede en derde graad halftijds les kreeg in de klas, halftijds thuis. Netjes in halve groepen. Euhm… Bon, voor vijf en zes was dat snel geregeld: ik zette mijn eigen laptop – want die van de school zijn allemaal in gebruik – vooraan in de klas, sloot hem aan op het vaste netwerk – want de wifi kan het momenteel niet trekken – en gaf gewoon live les voor de leerlingen thuis. Ze kunnen antwoorden, vragen stellen en dergelijke via de chatfunctie. Gelukkig doen ze dat ook wel. Op die manier kan ik de verloren lestijden iet of wat beperken.

In de eerste graad hebben ze wel gewoon les, tenminste in hun klasbubbels. Aangezien de school een aantal jaar geleden besloten heeft om Latijn voor het eerste in het modulesysteem onder te brengen en geen aparte Latijnse klassen te maken, zitten mijn leerlingen verspreid over de zeven klassen. Resultaat: geen les in de modules, maar taken. Dat wij als enige module een leerplan te volgen hebben, tsja… Da’s pech, zeker? En dat ik grammatica aan die eerstes niet in taken kan steken en dat ze nog niet voldoende kunnen om extra teksten te vertalen, tsja…

Maar waar ik echt wel mee inzat, waren mijn tweedes. Mijn collega en ik zijn nog puin aan het ruimen van de vorige lockdown: we zijn wel begonnen met de thema’s en teksten van het tweede jaar, maar de grammatica, die moeten we quasi van nul herbekijken. Ik heb intussen de spraakkunst die we vorig jaar hebben gezien en hadden moeten zien, wel ingehaald, maar ben dus nog niet aan iets nieuws begonnen. En toen kwam er bericht van de directie dat ook de basisopties in het tweede, onder andere de Klassieke Talen dus, geen les mochten geven wegens bubbelbreuk. Ze komen wel niet uit zeven verschillende klassen, maar toch uit meer dan één klas.

Ik slaakte een diepe, diepe zucht. Eerst hadden ze al, zonder ons te consulteren, het examen Latijn in het tweede jaar geschrapt, en nu dit. Dat examen, dat had ik gewoon zien passeren in een dienstnota, en ik had gezucht, maar dat was dat. Ik ben moegestreden, ik zag het niet zitten om ervoor te gaan vechten, wetende dat we het uiteindelijk toch gingen verliezen.

Maar 4.5 weken les verliezen in totaal? 18 lesuren? Ha ja, een week doordat ik in quarantaine zat, een week door die extra week vakantie. Daar kan niemand iets aan doen. Maar nu nog tweeëneenhalve week kwijtspelen, goed voor 10 lesuren, omdat ze in bubbels zitten? Ik zuchtte zeer, zeer diep. Gelukkig zei de pedagogisch begeleider, aka. Gwen: “A la guerre comme à la guerre, daar is niks aan te doen. Doe wat je kan…”

Maar blijkbaar hadden ook andere collega’s bezwaar aangetekend, en toen kwam plots een berichtje van directie: “Dat het misschien niet helemaal duidelijk was geweest, maar dat de opties in het tweede wél les mochten geven”. En pas toen, toén realiseerde ik me hoe hard ik daarover had gestrest, want er leek een pak van mijn schouders te vallen. Gewoon les in mijn tweedes, een ongelofelijk fijne groep, en daardoor ook nog een kans om op schema te blijven, allez ja, coronaschema, maar toch. En ze vooral ook nog enthousiast te kunnen houden.

Stom he. Extra vakantie krijgen, en daar niet eens blij om zijn. Voortdurend onder stress staan: heb ik wel mijn masker goed opgehouden, heb ik alles wel ontsmet, hebben de leerlingen gedaan wat ze moesten, zijn die handen ontsmet bij het binnenkomen? Wie gaat er in quarantaine, wie zit er thuis, wie moet er taken krijgen, wie is er ziek, wie moet ik live de les laten volgen van thuis? Wie heeft wie besmet, welk risico loop ik als leerkracht tussen zo’n honderdtal leerlingen per dag? Wat gaat de planning voor volgende week zijn, en welk extra werk gaat dat met zich meebrengen? Dat gezeul met die computer van klas naar klas, kan dat eindelijk eens ophouden? Want als er iets met die computer gebeurt, dan is dat pech want persoonlijk materiaal, ook al gebruik je het voor school. En zal ik wel rond geraken met de leerstof? Zijn ze wel allemaal mee? Heb ik ze goed ingeschat met hun masker op? Zijn ze zelf niet te gestrest, wat kan ik doen om het hen makkelijker te maken? En hoe gaan die examens verlopen?

Onbewust is er dus continu stress, een gegeven waarvan ik me helemaal niet bewust was.
Dat het maar rap weer code geel of groen is. Dit hangt mijn voeten uit.