Ponden

Het zal wel aan mij liggen, maar ik snap dat dus niet. Wolf vertrekt volgende week naar Londen, en daar hebben ze tot nader order – en wellicht nog wel wat langer ook – nog steeds Britse ponden in plaats van euro’s.
Nu, Wolf krijgt wel wat zakgeld mee en dus bestelde Bart zestig pond.

Af te halen op donderdagvoormiddag tussen 9 en 12 in het bankkantoor in Mariakerke. Nee, niet Wondelgem, daar doen ze geen geld meer. En nee, niet willekeurig in het andere kantoor, maar op die ene voormiddag. Qué?

Ik heb sterk het vermoeden dat ze dat enkel nog als service zien, en niet als een  basisdienst van een bank. Nog een chance dat ik op donderdag pas om tien uur moet beginnen lesgeven en er daarvoor dus om kon. En nee, blijkbaar ook niet om half negen, toen ik Wolf met zijn pijne poot af ging zetten aan school.

Zucht. Volgende keer dan maar gewoon ginder uit de muur halen, zeker?

Regen

Dat weer, dat is het dus niet he. Maar dat hoef ik u waarschijnlijk niet te vertellen, zo langzamerhand loopt iedereen gewoon chagrijnig omwille van die regen.

Maar…

Wat kan je in hemelsnaam doen tegen katten die ervan overtuigd zijn dat ik het kan doen stoppen met regenen en die dus blijven zagen? Die met overtuiging aan het venster blijven staan miauwen en dan beschuldigend in mijn richting kijken wanneer ik het raam open doe en het blijkbaar toch nog aan het regenen is?

Echt he. Grmbl.

Pedagogische studiedag

Tsja, pedagogische studiedagen, die zijn zeker en vast nuttig, dat kan ik als leerkracht alleen maar bevestigen. Maar als ouder vloek ik er ook wel eens op, ja, want vind dan maar eens opvang.

Bart kon zich gelukkig vrijmaken – het stond ook al even in de agenda – om bij Merel te blijven, en meteen moest ik me ook geen zorgen meer maken over het eten ’s middags: ik moest gewoon maar mijn voeten onder tafel steken, net als de jongens.

Meteen daarna verdween Bart weer naar zijn kantoor, maar het was wel een pak van mijn hart dat ik me geen zorgen hoefde te maken over Merel.

De rest van de dag was dan ook heel chill, ik moest enkel nog Wolf naar en van de rugby halen.

Dank je, liefje!

Auw.

Lesgeven vandaag, dan met Kobe even tot bij mijn pa in het ziekenhuis en dan boodschappen doen staat vandaag blijkbaar gelijk aan plots misselijk worden van de pijn.
De rug vindt dat hij het recht heeft om wraak te nemen voor de esbattementen van dit weekend, heb ik de indruk.

Gelukkig doen mijn benen het wel nog en moet ik mijn krukken of stok niet boven halen, dat is het niet. Maar het zweet loopt me af en ik heb het moeilijk om me te concentreren. En ik weiger om pijnstillers te nemen want dan ga ik er gelijk los over.

Nope.

Ik ben blij dat ik nog de bewegingsvrijheid heb om te dansen zoals dit weekend – een millimeter verder en ik was verlamd – maar dat moeten boeten voor elk pleziertje, nee, dat is het toch niet.

Bah humbug.

Mens erger je niet

Dingen waar een mens zich al op maandagmorgen aan ergert: als je per se het woord ‘idealiter’ wil gebruiken, leg dan niét de klemtoon op liter, maar wel op de a. Of gebruik misschien gewoon een woord dat je wél kan uitspreken, hmm? Zeker als je een uitleg op de radio komt doen, en niet meteen wil weggezet worden als incompetent.

Of ligt dat nu echt aan mij?

Dekbedsaga…

Ik had al lang gezegd dat ik een nieuw echt donzen dekbed wilde, want die dingen verslijten, en ik ben een ongelofelijk kouwelijke in bed, zelfs met een elektrisch onderdeken. En dan meteen liefst een echt goed, maar helaas ook duur.

Toen ik in de Standaard Webshop (jawel, van de krant) een aanbieding zag voor een donsdek van De Witte Lietaer, dacht ik: “Hah, dat moet ik hebben se!” Ducky werd overal geprezen voor zijn kwaliteit, en 179 euro ipv 299, dat vond ik een mooie deal. Op 24 november bestelde ik, en vergat het prompt weer.

Tot ik er kort na nieuwjaar weer aan dacht. Tiens, geen donsdeken gekregen? Ik keek even na, en jawel, het geld was prompt van mijn rekening gehaald. Ik belde dus even met de Helpdesk van de webshop. Ja man, wat was me dat? “24 november, mevrouw? Ja, u had wel maar 14 dagen tijd om te reageren he! Ik weet niet of we daar iets kunnen aan doen!” “Euh mevrouw, er staat bij uw verkoopsvoorwaarden dat er 14 dagen bedenktijd en retourrecht is, niets over 14 dagen bij niet-ontvangst?” “Madam, dat staat daar wel in, ik ga dat moeten bespreken met mijn service manager, maar ik kan u niets beloven se! Ge gaat dat op mail moeten zetten, want zo kan ik daar niets aan doen!” Dat ging zo nog even door, tot ik me oprecht geschoffeerd voelde. Trouwens, ik heb er de verkoopsvoorwaarden nog even bij gehaald, en die spreken van 14 dagen bedenktijd, maar over minimaal 30 dagen bij niet-ontvangst als er geen levertijd is afgesproken. Bon, die zou eigenlijk na twee dagen moeten geweest zijn, maar in de kerstperiode kan het altijd wel druk zijn natuurlijk.

Ik heb dan maar een redelijk vlammende mail opgesteld, helaas zonder antwoord.

Veertien dagen later heb ik dan nog maar eens met diezelfde helpdesk gebeld, waar ze deze keer wél iets vriendelijker waren. “Ha ja, mevrouw, ik zie uw mail staan, maar we hebben nog niet de tijd gehad die te beantwoorden.” Mijn opmerking over veertien dagen viel niet helemaal in goede aarde  maar bon. Ze gingen het nakijken en me het geld terugsturen, want de actie was afgelopen en ze hadden geen dekbedden meer. Tsja…

Tot plots vorige week er een zeer vrolijke man van een pakketbedrijf aan de deur staat met een grote grijze vuilniszak met etiket. Huh? Jawel, 2.5 maand na bestelling krijg ik alsnog een donsdeken toegestuurd, verpakt in een vuilzak. Ja, binnenin de vuilzak zat het netjes in originele verpakking verpakte donsdeken, daar niet van, maar een vuilzak? Hmm? Ik opende het donsdeken, en vond er de orderbrief. Bestemd voor ene Tessa. Afkomstig van Het Belang Van Limburg, niet De Standaard. Het was dan trouwens nog niet eens het type donsdeken dat ik besteld had (eenlagig) maar een vierseizoenenexemplaar, met twee lagen dus. Hallo, helpdesk van de webshop Het Belang Van Limburg? Die vielen daar uiteraard uit de lucht, maar wel op een zeer vriendelijke en charmante manier. Ja, die dame had een donsdeken besteld, maar dat ook weer teruggestuurd. En nee, ze konden niet in het systeem van De Standaard Webshop, maar ze ging het zeker uitzoeken, want dat klopte inderdaad aan geen kanten.

Een uurtje later opnieuw telefoon: dat het inderdaad een soep was, dat het helemaal niet klopte, maar dat ze zich wilden excuseren voor de soep, en dat ik daarom, als ik wou, het geleverde exemplaar zonder meerkost mocht houden. Oh? Ja, dat had de telefoniste ook zelf niet verwacht, maar dat was zo beslist door haar meerderen, en eigenlijk was dat een cadeautje van dik 60 euro, want het vierseizoenendekbed stond inderdaad 60 euro meer geprijsd. Euh…

Ik vroeg en kreeg even bedenktijd, ze ging me een uurtje later terugbellen. Ik zocht het even op, en ja, volgens hun webshop was het vierseizoenenexemplaar 399 euro waard, en bij pakweg bol.com stond het 359 euro geprijsd. Voor 182 euro, verzendingskosten meegerekend. En vooral: zonder verder gedoe.

Ik heb dan maar ja gezegd, in de namiddag een paar nieuwe dekbedovertrekken gehaald (want dit was 220 cm lang ipv. 200), en geslapen als een roosje onder een dikke laag eendendons.

Oef.

Kafka en Murphy geven een feestje

Dat Murphy me graag eens bij mijn lepels heeft, is alom bekend. En dat ik vaak in Kafkaiaanse papiermolens verzeil, eigenlijk ook.

Dat het deze keer niet anders is, was dan ook geen grote verrassing, alleen weer een stevige teleurstelling. Serieus zeg.

Half januari had ik nog geschreven: “Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.”

Ik had dus beter mijn mond gehouden, zo blijkt. Jinxen en zo. Want 1 februari, da’s vandaag, en om opnieuw te beginnen had ik dus wel toestemming van Certimed nodig, in casu een controlearts, maar het bleef bij complete radiostilte. Gisterenmorgen belde ik dus zelf maar even naar Certimed: hoe het nu precies zat, en wanneer ik een controlearts kon verwachten en zo.

“Oh”, was de reactie, “wanneer heeft u de papieren opgestuurd? Vorige week? Wacht, ik kijk even. Ja, die zijn vorige dinsdag toegekomen, maar die zijn niet in orde, er is een datum niet ingevuld. Wij hebben daar die dinsdag zelf nog de school van verwittigd.” Ik viel uiteraard uit de lucht, want ik wist nergens van, en ik was er ook eigenlijk behoorlijk zeker van dat ook de school nergens van op de hoogte was.

Ik dus een telefoontje naar Peggy, de personeelsverantwoordelijke, die al even hard als ik uit de lucht viel. Daar was duidelijk iets misgelopen. Misschien iemand die een mail niet gelezen had, of een telefoontje niet had doorgegeven? Maar dat leek me onwaarschijnlijk. Iets later kreeg ik een zeer bezorgde telefoon van de directie: dat zij haar mails had nagekeken, maar niks gekregen had, en ook via telefoon van niks wist, en dat ze zich heel erg ambetant voelde met de situatie. Hmm, dat kon ik me best voorstellen, ja. Enfin, ze hebben zelf dan maar naar Certimed gebeld, en blijkbaar hadden die nog een oud emailadres in hun systeem zitten, en was die mail uiteraard niet toegekomen.

Zucht.

Diepe zucht.

Morgen dus maar opnieuw naar de dokter – het mag gelukkig de huisarts zijn – om nieuwe papieren te laten invullen, mijn ziekteverlof met 18 dagen te laten verlengen, en dan alles door te mailen. Dat mag dus blijkbaar ook. Ik ben benieuwd. Ne mens wil dan al eens werken, en mag dus niet.

Hopelijk dus opnieuw deeltijds aan het werk na de krokusvakantie.

Murphy, ge zijt ne smeerlap.

Kafka op zijn best

Het was weer de moeite vandaag! Ik zou dus graag op 1 februari halftijds willen herbeginnen met lesgeven. Fulltime gaat helemaal niet lukken, dat voel ik, ik blijf keihard tegen mijn eigen grenzen aanlopen, maar halftijds in vijf en zes, dat moet kunnen.

De personeelsverantwoordelijke en ik gingen op zoek naar de mogelijkheden, want volgens Gwen had zij een aantal jaar geleden na een zware aanval van cytomegalie een reïntegratieplan na langdurige ziekte (rplz) gehad, waarbij je halftijds werkt, maar toch geen ziektedagen en pensioenrechten kwijtspeelt. Leek me ideaal, beter dan een verlof voor verminderde prestaties (vvp) waarbij je wel nog halve ziektedagen spendeert. Dat laatste zou eigenlijk maar logisch zijn, maar als het eerste bestaat, gaan we niet zot doen he!

Na wat zoekwerk vonden we inderdaad op de site onderwijsvlaanderen de papieren voor zo’n rplz, alles werd afgedrukt, en ik moest enkel nog de controles en dergelijke aanvragen bij Medex, het controleorgaan, en uiteraard de papieren laten invullen door de dokter. Bon, ik was woensdag langsgeweest bij de huisarts daarvoor, maar blijkbaar mogen die papieren enkel ingevuld worden door de specialist. Alleen… ik heb pas een afspraak op 28/01, en je moet het controleonderzoek best twee weken op voorhand aanvragen, en dat moet minstens vijf werkdagen voor de geplande werkhervatting zijn. Hmpf. Huisarts belde, ik mocht vandaag over de middag met die papieren langsgaan in het ziekenhuis. Oef.

Ik belde naar Medex voor een controle, en kreeg netjes op tijd een afspraak. Alleen… Een half uurtje later belde de behulpzame dame me terug: “Mevrouw, zei u daarnet niks van onderwijs? Want dan is dat niet bij ons, wij zijn daar niet voor bevoegd, u moet bij Certimed zijn.”
“Oh? Maar op de papieren staat duidelijk Medex? En die papieren komen van de site van onderwijs Vlaanderen?”
“Het spijt me echt, mevrouw, dan klopt dat niet, want u moet écht niet bij ons zijn, maar bij Certimed.”

Juist.

Ik belde dus naar Certimed, inderdaad het controleorgaan waarnaar ik tot hiertoe alle papieren had opgestuurd. “Reïntegratieplan? Dat bestaat niet, mevrouw.” “Euh? Ik heb hier de papieren voor mij liggen?” “Ik weet niet waar u die gevonden heeft, mevrouw, wij kennen enkel een vvp, geen… hoe noemt u dat? Reïntegratieplan? Het spijt me, mevrouw, maar ik kan u écht niet helpen! Uw personeelsverantwoordelijke zou dat moeten weten.”

Helaas was Peggy op dat moment niet bereikbaar, en was het intussen half twaalf. Ik moest dus tussen één en twee in het ziekenhuis bij de dokter langs om de juiste papieren te laten invullen, en ik zag alles al in het water vallen. Zucht.

Verder rondgesurft dan maar, sites gelezen, ambtenarees ontcijferd, en uiteindelijk maar rechtstreeks naar het werkstation gebeld. Zo’n werkstation, dat zijn de administratienerds in Brussel die de puntjes op de i zetten en ons uiteindelijk ook betalen op basis van het papierwerk van de lokale secretariaten. Als die het niet wist, dan wist niemand het. Een vriendelijke heer nam op, luisterde, en zei ook dat hij van zo’n reïntegratieplan niks wist. Ja, dat bestond voor mensen die einde loopbaan waren (TBS), en dan was dat inderdaad via Medex. Maar in mijn geval? Nee hoor. Toen ik hem het geval van Gwen aanhaalde, zocht hij dat meteen op. Een privacybreuk was dat niet meteen, aangezien ik er duidelijk alle details van wist. En ja, zij had effectief een reïntegratieplan gehad, maar dat was al in 2005 geweest, en intussen bestond dat al ettelijke jaren niet meer. In mijn geval moest het een vvp zijn. Ahhh…

Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij me niet had kunnen helpen, maar ik verzekerde hem dat hij dat net wél had gedaan: ik had eindelijk duidelijkheid! Enfin, ik heb dan maar alle papieren voor een vvp afgedrukt, ben ermee naar het ziekenhuis gereden, heb alles laten invullen – de dokter schreef me drie maanden halftijds voor, we gaan wel zien wat lukt en wat niet – en maandag gaat alles op de post.

Oef.

Met wat geluk komt alles nog goed op 1 februari. Als er nu maar niks verloren gaat in de post, of er nergens een verkeerde datum is ingevuld of een lijntje vergeten.

Want Kafka en Murphy zijn beste vriendjes, dat heb ik al een tijdje door…

Fawlty Towers

Een of twee keer per jaar lukt het om te lunchen met Annick. Af en toe komt ze wel koffie drinken, maar lunchen, dat mag al eens ietsje specialer zijn. Het Boneryck en de Koe-Vert heb ik intussen al een beetje gezien, ook al is het er keer op keer lekker.

En dus vroeg hij me wat hij zou aanraden. “Goh”, zei hij, “probeer anders de Chateaubriand in Doornzele ne keer?” Ik kende het restaurant van naam, en hijzelf had er deze zomer lekker gegeten op het terras buiten. Zone 09 gaf het zelfs een uitmuntend en had het bekroond met een Gouden Vork. Daar konden we dus niet mee misdoen, vonden we, ook al was het ietsje duurder.

Wij dus naar Doornzele, en het moet gezegd: het kasteeltje is echt wel een mooi gebouw, en blijkbaar ook een hotel.

Het was kwart voor één, en er waren nog twee andere tafeltjes bezet. Ze gingen die avond sluiten voor vakantie, vertelde de gerant ons, maar we waren uiteraard nog meer dan welkom. We bekeken het menu, en dat zag er prima uit, alleen… Annick is allergisch voor schaaldieren, en bij het voorgerecht – een stukje lotte – zat een bisque van garnalen. Geen enkel probleem, verzekerde de gerant ons, dat konden ze gewoon weglaten. Dik in orde.

We kletsten wat, en al gauw verscheen een zeer lekker soepje, iets met pompoen en gember. Voor mij zaten er garnaaltjes in, voor Annick uiteraard niet.

Even later kregen we van de ober elk een heel mooi voorgerecht.

IMG_1099

Alleen… beide borden zagen er identiek uit. Ik vroeg meteen aan de jongen:

– “Zitten daar garnalen in?
– “Neenee, mevrouw, dat is zonder garnalen!”
– “En die bisque dan?”
– “Ha ja, daar zitten wel garnalen in!”

Ik zweeg en bleef hem vragend aankijken. Waarop hij me aankeek met een blik als van een koe die naar een trein keek: niet-begrijpend en leeg.

Waarop de gerant kwam aangestoven, Annicks bord meegriste en zich verontschuldigde. Dat daar inderdaad garnalen in zaten, en dat ze meteen een ander bord gingen maken. Juist ja. Ik heb het mijne dan maar leeggegeten, en daarna kwam ook Annicks voorgerecht eraan. Zonder garnalen, met nog extra excuses. Dat die jongen er bij het hapje nog aan gedacht had, en blijkbaar bij het voorgerecht niet meer, en dat hij dat ook niet snapte, maar dat die jongen een leercontract was en niet van de snuggerste.

Annick en ik roloogden even naar elkaar, eigenlijk al bijna meer gegeneerd door de nogal bizarre excuses dan door het voorval op zich.

Helaas waren wij intussen nog de enige klanten, en vond de jongen het blijkbaar nodig om al de andere tafels te beginnen afruimen: eerst de glazen, dan het bestek, dan de tafelkleedjes… Zelfs de plaats naast ons moest er meteen al aan geloven, terwijl wij nog zaten te eten (aan een tafeltje van drie). Het gerammel was niet meteen het aangenaamste, moet ik toegeven, zeker niet toen de gerant vrolijk begon mee te doen, en ze een conversatie begonnen te houden doorheen de hele zaal…

Enfin, het hoofdgerecht kwam eraan: een vol au vent op gedeconstrueerde wijze: lekker, maar de saus mocht wat meer pit hebben, ze was nogal flauwtjes.

IMG_1102

We begonnen te eten, maar al gauw stelde ik vast dat de aangekondigde patatjes er niet bij waren. Tiens. En er werden precies ook geen aanstalten gemaakt om er te brengen. Halverwege de maaltijd maakte ik dus vrij luid de opmerking tegen Annick dat ik het raar vond dat daar niks extra bij was van patatjes of rijst of zo. Een paar minuten later kwam effectief de gerant er weer aan, met de excuses dat ze inderdaad de aardappelkroketjes waren vergeten, en dat die er nog aankwamen. En jawel, eigenlijk net voordat we klaar waren, kwam hij af met een ganse schaal aardappelbolletjes, en begon hij verwoed onze borden te vullen, in plaats van ons zelf de hoeveelheid te laten bepalen. Zó verwoed, overigens, dat er een bolletje van zijn lepel rolde. Geen probleem, zo bleek, fluks schepte hij het van de blanke tafel op, terug de kom in, en meteen in mijn bord. Hmm… En ondertussen volgenden uiteraard nog maar eens uitgebreide excuses.

Intussen werd de zaal verder opgeruimd, en werd er zowaar zelfs al met tafels geschoven. Toen de gerant nog eens langskwam met verontschuldigingen, voerde hij aan dat het feit dat ze gingen sluiten geen excuus mocht zijn, maar dat ze eerst om vier uur nog een receptie hadden voor 60 man. “Ha ja”, merkte ik op, “dat hebben we al gemerkt aan het vele opruimlawaai…” Waarop hij beloofde dat ze even gingen wachten en het stil gingen houden.

Intussen was het voor Annick en mezelf welletjes: het was er intussen zelfs ronduit ongezellig met al het opruimen, en de gladde excuses hoefden niet voortdurend herhaald te worden.

Toen de gerant kwam afruimen, bood hij ons een koffie of thee van het huis aan, maar die sloegen we beleefd af: het was genoeg geweest, en ik wilde dan liever gewoon thuis koffie drinken, in alle rust. Of hij dan echt niks voor ons kon doen, vroeg hij? Goh ja, misschien iets afdoen van de rekening, dacht ik, maar dat wilde ik voor de dooie dood niet gezegd hebben, zo trots waren we wel. Nogmaals excuses, en mocht hij ons echt niks aanbieden? Echt niet?

We vroegen gewoon de rekening, en die kregen we ook: 26 euro per persoon voor het eten, 4,50 euro per halve liter water. Zonder korting. De rekening werd gebracht in een mooi houten doosje met een assortiment snoepjes erin. Annick nam er een koffiespek uit (die met die arabier op), en dat had de gerant gezien: “Ahhh!” riep hij uit, “toch nog iéts waarmee ik u een plezier kan doen!” Hij liep naar de kast, haalde daar een ganse doos van die snoepen uit, grabbelde een ganse poot, en dumpte die heel onceremonieel in Annicks sacoche. En terwijl ik mijn portefeuille weg stak, volgde ook bij mij een ganse poot van die snoepen. En ik lust die geeneens…

Enfin, wij zijn buitengekomen, naar de auto gestapt, en beginnen gieren van ’t lachen… Wat was me dat, zeg? Verborgen camera? Sorry voor Alles?

Soit, het kan best zijn dat het restaurant een goeie naam heeft, met positieve besprekingen en zelfs een Gouden Vork, maar ik denk niet dat ik hier nog terug kom. Allez, misschien eens op het terras in de zomer. Iedereen kan wel eens een off-day hebben, maar dan nog.

Man man man…

Gelukkig was thuis de koffie heel lekker, met de juiste ingrediënten, en in alle rust. Oef.

Nu dit weer…

Rond half tien kreeg ik plots, totaal onverwacht, een telefoontje van Bart. Of ik hem kon komen ophalen aan Dok Noord, want zijn fiets was gestolen.

Say what??

Ja dus. Hij had al sinds twaalf uur een resem vergaderingen op Dok Noord, en was verschillende keren voorbij zijn fiets gewandeld, die netjes vastgeketend was aan een fietsenrek. De laatste keer dat hij hem gezien was, was toen hij om zeven uur ging eten. Toen hij rond negen uur de fiets op wilde om naar huis te rijden, was die foetsie. Spoorloos.

Het eerste wat hij deed, was de GPS tracker van het ding laten activeren. Hij bleek in de buurt van de Dampoort te staan. Tiens tiens. Helaas is die gps lang zo accuraat niet als die van een auto, en wijst hij maar een algemene buurt aan. Ik pikte Bart op, en we reden door naar Ekkergem, naar de politie. Daar moesten we een half uurtje wachten voor we ons verhaal konden doen, maar gelukkig nam de agent van dienst ons wel heel serieus. Tsja, zo’n Vanmoof zoals Bart heeft, is geen goedkope fiets, zou je kunnen stellen. Designmodel, elektrisch, volledig elektronisch te bedienen met je iPhone, en met dus een ingebouwde GPS.

Vanmoof-Bike-in-Black

Het duurde ginder nog wel even, en blijkbaar was het ook bijzonder druk, want ze wilden wel een patrouille sturen om eens te gaan kijken in de Dendermondsesteenweg, maar dat ging wel nog even duren. Onderaan het zadel had ik een tile geplakt, een tracker die geactiveerd wordt als er iemand met de juiste app op zijn telefoon minder dan 10 meter in de buurt komt. Dan kan je hem zelfs geluid doen maken. Ideaal thuis voor mijn sleutels en mijn handtas :-p

Om elf uur vonden we het wachten welletjes en reden we naar huis, maar ik had wel gezegd dat ze me eventueel wel nog mochten bellen. En jawel, om half een werd ik uit mijn diepe slaap gewekt door mijn telefoon: of ik het nog zag zitten om te gaan zoeken? Ik sprong in mijn kleren, en reed fluks naar mijn date met een combi aan de frituur aan de Dampoort. That’s a first… Ik stapte in de combi, we reden wat verderop, en samen met twee agenten liep ik dus in het holst van de nacht door de straat. De GPS wees heel duidelijk een afgesloten cité aan als locatie, maar de heren wisten niet goed of achter dat hek het nu ook nog openbaar domein was of niet, en durfden het niet open te maken. Tsja… Ze raadden me aan om de volgende morgen zelf eens terug te komen met de tile tracker, want die was niet afgegaan, ik kon dus niet dicht genoeg in de buurt komen.

Zucht…

En blijkbaar hadden de dieven verstand van dit soort fietsen, want de laatste GPSmeting bleek om 2.10 uur te zijn, en daarna… niks meer.

Bart en ik reden vanmorgen nog even langs, geraakten zelfs probleemloos in de cité, maar helaas, niks meer te vinden natuurlijk.

In de loop van de voormiddag belde de politie nog wel een paar keer, en kwam er zelfs een andere patrouille langs voor een extra verklaring rond het gps- en tilesysteem: het was de eerste keer dat ze ook maar een kleine kans maakten om de dievenbende te kunnen klissen, maar het feit dat de gps uit stond, voorspelt niet veel goeds…

Soit, Bart is dus nu naast zijn rijbewijs ook zijn fiets kwijt. Nog een chance dat ik thuis ben om chauffeur te spelen…

Enfin, als u deze fiets ergens ziet staan of rijden, meld het even. De kans is echter groot dat hij al ergens in het buitenland zit…