De traditie van de eersteschooldagfoto

Tradities zijn geen tradities als je ze niet in ere houdt. Al had het deze keer ook wel wat – ongeschoeide – voeten in de aarde.

Ik moest namelijk al weg om kwart over acht, Merel moest maar opstaan om half negen, Kobe slaapt meestal nog wat langer omdat hij meestal tot na middernacht doorwerkt, en Wolf, tsja, die stond liever ook niet zo vroeg op. Ergo: fotoprobleem.

We hebben het dan maar opgelost door af te spreken ’s avonds rond een uur of zeven: dan was ik al thuis, Merel ook, Wolf zat te studeren en Kobe, die normaal gezien op de scouts blijft en zijn boterhammen meeneemt, ging voor één keertje, speciaal voor de foto, thuis komen eten.

Merel trok er speciaal weer haar eersteschooldagoutfit voor aan, en de jongens, die zouden nog liever doodgevallen zijn dan schoenen aan te doen. Want ja, ook dat hoort er klaarblijkelijk bij.

Ik vond het allemaal goed: ik heb weer een prachtige foto van mijn drie mormels, eentje voor in de watwordenzetochsnelgroot-  en mandieveranderentochzoveel-reeks.



366-sep01





Dit was de vakantie van 2025

Vaak heb ik op het einde van de vakantie het gevoel dat ik niks gedaan heb. Wel, ik geef toe dat ik van de vooropgestelde klusjes ook weer geen klop heb uitgevoerd, maar verder zat mijn vakantie precies wel goed vol. Juli begon zeer rustig wegens geen auto en nood aan rust, maar vooral augustus zat propvol, op een goeie manier.

Maar ik was dus vaak niet in mijn kot:

Soms was ik zelfs meerdere dagen na elkaar niet in mijn kot:

Ik hing ook wel een klein beetje het huisvrouwtje uit:

Lezen deed ik dan weer amper: enkele boeken, zeker niet de 15 van vorig jaar. Helemaal niet erg, maar het zegt iets over de drukte in de vakantie.

Oh, en ik kreeg eindelijk ook een nieuwe tand.

Qua geocaching was het vooral in augustus een topmaand: maar liefst 200 caches!

Ik had eigenlijk willen cachen met Véronique, maar dat is er niet van gekomen wegens in juli geen auto en daarna geen tijd meer. En ik had ook alle Rondje-Vlaanderencaches van Oost-Vlaanderen willen doen, maar idem.

Ach ja. Ik heb veel gedaan, heel veel, en de rug heeft het zowaar niet opgegeven. De knie wel, maar dat is een ander verhaal. Ik kijk met veel genoegen op deze vakantie terug, die pakken ze me toch niet meer af.

Carpe diem!

Vernieuwd Travel Bug Hotel

In  2021 had ik een travel bug hotel geïnstalleerd hier thuis aan de schommel. Ik had toen een mega leuk vogelhuisje gevonden in de Action, maar helaas (en eigenlijk zoals verwacht): wreed stevig was dat niet.

Het heeft het dus niet lang overleefd, en er kwam een ander exemplaar. Intussen is ook dat exemplaar een beetje dood – die vogelhuisjes zijn precies niet wreed weerbestendig – maar ik vond gelukkig alweer een nieuwtje, en dat hangt nu netjes te pronken. Niet meer aan de schommel, want die is al een paar jaar weg, maar wel gewoon aan de haag.

Dus ja, als ge een vogelhuis aan mijn haag ziet hangen: het is een geocacheding. Uiteraard, of wat hadt ge gedacht?

Stropzakje

“Zeg mama, kan jij voor mij zo’n klein zakje haken? Om kleine spulletjes in te steken, zoals een lippenbalsem en haarrekkers en maandverband en zo, zodat dat niet overal los in mijn boekentas zit? En kan dat dan zo’n 15 op 18 cm zijn, met een stropje, en in blauw-witte streepjes, maar iets meer blauw dan wit?”

Zij vraagt, wij draaien. Uiteraard.

Bij deze.

Labcaches in het Spookhotel en Vrijbroekpark

Toen ik eerder deze maand in Vlaardingen zat bij Mireille, had ze het erover dat haar dochter Kiren haar kamer aan het herinrichten was en dat ze een aantal boeken weg deed. Laat Merel nu exact dezelfde smaak in boeken hebben…

Soit, resultaat was dat Merel en ik vandaag tegen half twaalf in Kapelle-op-den-Bos stonden en zij met Kiren in diens kamer doken, terwijl Mireille en ik rustig in de zetel een kletske deden.

Wat later kwam Merel met een grote grijns naar beneden: vijf boeken, vier T-shirts en een reeks speciale stiften was de buit.

Wat later aten we met zijn allen – dus ook man- en zoonlief – brood met soep, en nog wat later reden we richting het Vrijbroekpark, want ik had geen zin om stil te zitten en daar bevond zich vooral het Spookhotel. Dat is gebouwd in de jaren 70, enfin, de eerste twee verdiepingen toch. Het was de bedoeling om daar een reusachtig gebouw van 10 verdiepingen neer te zetten als congrescentrum en hotel met zijn eigen afrit van de E19, met alles erop en eraan, maar de werken zijn stilgelegd na twee verdiepingen. Er zijn daar twee mogelijke verklaringen voor: ofwel kregen ze de financiering niet meer rond, ofwel – en dat is de meer aanvaarde theorie – begon het gebouw te verzakken in dat moerasachtige gebied. Tsja. Er staat dus al meer dan 50 jaar een grote ruwbouw die heel veel avonturiers en urbexers aantrok. Stad Mechelen heeft daar nu zelf een attractie van gemaakt: via vlonderpaden vanuit het Vrijbroekpark kan je nu naar de eerste verdieping om er de grafitti te bewonderen, en je kan zelfs naar het ‘dak’ op de tweede verdieping, naar een uitkijkplatform. Op die manier is het een pak veiliger voor iedereen en heeft het park er een trekpleister bij. En mooi meegenomen: 10 labcaches, dat ook nog.

We liepen verder tot aan het eind van het park, keerden terug door de rozentuin en gingen toen iets drinken in Bar Broek.

Tegen goed vier uur waren we terug bij Mireille, dronken we nog iets, en deden er toen een heel pak langer over om naar huis te rijden.

Maar fijne dag? Check.

Lectuur: “Ashes and Arsenic” (Preternatural Affairs #6)” van S.M. Reine

Het brein is nog steeds niet toe aan serieuze lectuur – ook al zijn de examens en de verbeteringen al achter de rug, er zijn nog de klassenraden – en dus blijf ik me verdiepen in de perikelen van Cèsar Hawke, want na de excursus rond Isobel zijn we wel degelijk terug bij het standaard hoofdpersonage.

Directeur Friederling is naar een conferentie en dus mag Hawke even interim directeur spelen en kan hij zelf kiezen welke zaak hij neemt. Wanneer er een bankroof opduikt waarbij magie in het spel is, lijkt dat de ideale zaak, zonder veel problemen en vooral zonder lijken. Tot hij begint uit te pluizen en vaststelt dat het eigenlijk om een oorlog gaat tussen twee heksencovens, met, jawel, een redelijk bloederig spoor van lijken. Een spoor dat hem leidt naar zijn eigen, uiteraard compleet onschuldige, broer Domingo. Althans, Cèsar hoopt dat zijn broer onschuldig is. Maar dan beginnen er nog meer doden te vallen links en rechts, en wenst Cèsar uit de grond van zijn hart dat hij deze zaak maar nooit aanvaard had.

Yup, same old, maar wel van de nog steeds amusante soort. Hawke is wel stereotiep neergezet als een gast met een nogal enthousiast libido die elke vrouw bekijkt, inschat naar fuckability en daar commentaar bij geeft. Vreemd dat een vrouwelijke auteur dat op die manier telkens weer doet, want ja, dat begint te vervelen. Voor een man die naar eigen zeggen niet in staat is een vrouw te slaan, reduceert hij ze wel tot seksobject, elke keer weer. Meh.

Ghent by Night – Duister Gent

Vorige jaren speelde ik regelmatig als NPC mee aan een Vampire The Masquerade LARP hier in Gent op zaterdagavond. Het team hing op een bepaald moment het scenario aan de wilgen: het was genoeg geweest.

Maar nu besloot iemand anders om dit nieuw leven in te blazen, met een nieuw team – allez ja, ze doet het eigenlijk bijna solo – en op een prachtige locatie, de orgelzaal van de ontwijde kerk in Sint-Amandsberg. Ze zochten ook een aantal NPCs en dachten daarbij blijkbaar meteen aan mij – goed voor mijn ego.

De eerste keer was in juli toen we op Gent Jazz zaten, maar deze keer kon ik er dus wel bij zijn, met name als Sophronia Halberdine, de Head Harpy – als je VTM kent, weet je wat ik bedoel – en ancilla van Clan Ventrue. Een beetje op mijn lijf geschreven? Goh…

Yup, ik heb me geamuseerd. Ik moest de Head Harpy koel en afstandelijk spelen, onpartijdig en zeer kritisch. Wel, ik denk dat het me gelukt is. Er was overigens nog een andere harpij, iemand die ik nog niet kende, maar met wie het eigenlijk wonderwel klikte.

Een van de spelers schreef het volgende over mij, en over onze interactie (ja, in het Engels, want dat is de algemene voertaal aangezien er ook enkele Waalse spelers zijn):

“Sophronia has the gaze of a general and the voice of a schoolmistress. She speaks softly, but with direction. There is no flattery in her tone, only purpose. You get the impression she’s here not to perform power, but to transfer it—if she deems you worthy. Her energy is that of a pedagogue, but not of the kindly sort. She does not coax learning. She expects it.”

“Watching her and Vaelthorne (de andere harpij, nvdr) interact was like watching two mirrors edge toward each other—measuring, adjusting, resisting the impulse to blink. Where Vaelthorne is sharp, Sophronia is polished. Where Vaelthorne demands, Sophronia expects. It is like watching two lionesses idly sharpening their claws, measuring each other.”

Dus ja, ik denk wel dat de bedoeling overkwam. Ik ben benieuwd waar dit personage naartoe zal gaan, want we krijgen wel een uitgeschreven personage met doelen, maar mogen daar vooral ons eigen ding mee doen als NPC.

Yup.

I like.

 

Sofia: dag 4

Oorspronkelijk waren Gwen en ik van plan om echt vroeg op te staan, op te ruimen, met de metro naar de luchthaven te gaan en daar een auto te huren om zelf ook richting Plovdiv te gaan en daar de prachtige archologische sites te bekijken. Maar het is twee uur rijden en we moesten al om vier uur in de luchthaven staan. Het ging ons vooral stress bezorgen, en dat zagen we dan ook weer niet zitten.

De plannen werden dus bijgeschaafd: rustiger opstaan en ontbijten, opruimen, uitchecken en de bagage aan de balie laten, en richting Boyana kerk: een klein middeleeuws kerkje net buiten Sofia stad, volledig met fresco’s vanbinnen, met maar liefst 240 personen. Het is Unesco Werelderfgoed, dat wil wel wat zeggen.

Bon, voor 10 euro hadden we een taxi en dus stonden we om elf uur netjes aan de kassa van Boyana. Om daar te horen dat er telkens maar 9 man per keer binnen mag, en dat we aan de beurt gingen zijn om één uur. Euhm. Juist ja. Maar we stonden nu daar toch en eigenlijk waren we van plan om daar ook nog een wandeling te maken. We hebben de plannen dan maar omgedraaid: eerst een wandeling, dan het kerkbezoek. Eigenlijk nog een chance, want het werd echt heet vandaag. We liepen dus rond in de omgeving, zagen dat er vooral heel veel bos was en een mooie – lees: dure – wijk en zochten en vonden enkele geocaches. We passeerden ook een heel mooi klein orthodox kerkje, waar een oudere dame met spijt in het hart in vloeiend Bulgaars aanstoot nam aan mijn spaghettibandjes en me dus niet binnenliet. Ik heb haar in even vloeiend Vlaams uitgelegd dat ik het begreep en dat ik het helemaal niet erg vond, want van in de ingang kon ik het ook best wel zien. We kwamen overeen.

Iets over één konden we dan, na wat gepalaver, voor tien minuten in het kleine kerkje met temperatuur- en vochtigheidsregelaar. Foto’s mocht je er niet nemen, dus ik heb er een paar.

Na een wandelingetje terug en wat wachten op de taxi waren we terug in centrum Sofia. Het was intussen al dik na twee uur, maar gelukkig is er Vitosha, waar je op elk moment van de dag wel een restaurant vindt dat open is en eten serveert. We zaten in een Bulgaars iets en zagen dat het best oké was.

We liepen nog even rond, ik nam nog een foto van onze straat, en weg waren we, richting luchthaven. Daar waren we uiteraard te vroeg – twee uur is daar niet nodig – maar de verrassend grote en moderne luchthaven is ideaal om rustig iets te eten en te wachten. Gwen werkte nog wat op haar computer, ik las wat, en de aangekondigde vertraging was uiteindelijk toch zo goed als weg, zodat we effectief kwart over zes vertrokken.

Opnieuw een incidentvrije vlucht, ik voelde me prima, maar de trein die we hoopten te halen, was al weg. Al bij al stond ik tegen tien uur thuis bij mijn gezin.

Een hele fijne werkvakantie, echt van genoten, fijn gezelschap, en voor herhaling vatbaar. Al is Georgië volgend jaar me net iets te ver vliegen. Het zal voor over twee jaar zijn, richting Malta. En hopelijk kan Gwen dan ook weer mee.

Sofia: dag 3

We begonnen de dag rustig: Gwen moest nog wat mails beantwoorden en dergelijke – haar dienst is wel degelijk maandag herbegonnen – en mijn rug en knie wilden nog wat extra bekomen van gisteren. In de voormiddag was de conferentie sowieso enkel voor de afgevaardigden en waren we dus vrij.

Maar tegen half twaalf gingen we toch op pad: we wilden eerst nog wat rondlopen en dingen bekijken vooraleer we om half één aan het restaurant stonden voor de lunch.

Gwen en de rest van de Vlaamse dames bleven in het lunchrestaurant om te vergaderen over de nieuwe leerplannen en dergelijke, terwijl ik opnieuw aansloot in de grote aula voor een panelgesprek – of dat was toch zo aangekondigd – met eerst Bulgaarse experten en daarna Bulgaarse studenten. Dit kwam neer op eerst vijf mensen die op een of andere manier gelieerd zijn met de klassieke talen – zoals een orthodoxe priester in vol ornaat die nog net niet uit zijn vel zweette (denk ik toch, het was er pokkewarm) – die elk hun zegje deden, en daarna vijf studenten die ook elk hun zegje deden, waardoor het plots twee uur en een kwartier later was en iedereen moeite had om wakker te blijven. Allez, toch rondom mij, zag ik zo.

Gelukkig ging het daarna, na een stevige koffie en wat zoetigheid, richting het Nationale Archeologische Museum, waar we een deskundige uitleg kregen over eerst de aanwezige schatten en daarna de rest van het museum. Knappe dingen gezien, echt knappe dingen. Ik zet er hier enkele vooral voor mezelf, maar geniet gerust mee.

En toen was het zes uur, en was er eigenlijk niet voldoende tijd meer om nog richting hotel te gaan, want om zeven uur moesten we weer aan de universiteit staan voor een concert. En aangezien er weer enkel koude hapjes voorzien waren, gingen we met enkelen toch snel eerst iets eten, opnieuw in het restaurant van het museum zelf.

Uiteindelijk waren we iets te laat op het concert, maar gelukkig was dat met de Bulgaarse slag en was het eigenlijk nog niet begonnen. We kregen een inleiding in het Bulgaars en daarna in het – onverstaanbaar want om een of andere reden wilde hij geen micro gebruiken – Latijn, en toen was er een tweedelig concert: eerst een soprane, een alto en een bariton die prachtige stukken van Bach en Buxtehude brachten.

En daarna kwam de organisator Dimitar met zijn leerlingen, die blijkbaar dus ook allemaal Latijn spreken. Juist ja.
Ze brachten onder andere stukjes van de Carmina Burana, die op muziek gezet waren door Academia Vivarium Novum uit Italië, de school van jawel, Luigi.

Zeer, zeer te pruimen, ook al was het niet bepaald meerstemmig.

Na afloop, zo rond half negen, waren er inderdaad hapjes maar ik had intussen genoeg gegeten en de rug vond het alweer allemaal welletjes. Een eind wandelen zag ik dan wel weer zitten, dus na een half uurtje of zo gingen we er met de Vlaamse delegatie vandoor en gingen de meesten nog mee iets drinken, want het was onze laatste avond samen. Gwen en ik moeten morgen vertrekken, de rest gaat nog mee – zoals eigenlijk de bedoeling was – naar Plovdiv. Maar het werd een fijne afsluiter, jawel.