Lectuur: “Bitter Thirst” (Preternatural Affairs #8)” van S.M. Reine

Deel acht van de levensgebeurtenissen van Cèsar Hawke, en jammer genoeg meer van hetzelfde seksisme. Al is er nu nog meer een donkere ondertoon in aan het sluipen.

Na de desastreuze gebeurtenissen in Reno wordt de PRAY opgesteld, een wet die in de USA de rechten van Preternaturals sterk aan banden legt: een verplichte registratie, maar ook een verbod op voortplanting enz. enz.  Het hoofd van de OPA heeft dit opgesteld, maar ook witches gaan er het slachtoffer van worden. Hawke moet de PRAY zien tegen te houden, al twijfelt hij daar zelf over, want veel misdaden en moorden komen wel degelijk op het conto van de Preternaturals. De OPA is niet langer een geheime organisatie, wat ook voor hem één en ander verandert. Er komt heel veel protest tegen de PRAY, en wanneer Hawkes familie in het kamp van het protest zit, wordt het moeilijk voor hem. En dan zijn er nog de geheimen binnen de geheimen. Wie chanteert enkele protesteerders zodat ze de boel verstoren? Vanwaar komen de wapens? Wie creëert de enorme magische cirkels? Hoe zit het met The Apple, de cultus die de kop opsteekt? Wie is de grote manipulator?

Hawke wordt er niet gelukkig van, en nog minder wanneer ook een resem persoonlijke problemen hem het leven moeilijk maken.

Hmm. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken. De plot zit knap in elkaar, maar de personages blijven nogal vlak en het seksisme blijft me dwars zitten. Het begint ook Amerikaanser en Amerikaanser te worden, en ook dat stemt me niet gelukkig. Maar het blijft wel hersenloos amusement, dat wel.

Zomertruitje nummer 8

Jawel, nog eentje, en ik ben nog niet uitgehaakt.

Peggy wilde er nog eentje in het grijs in de lichte katoen, en daarna nog eentje in hetzelfde grijs in de zwaardere katoen.

Hierbij dus de foto’s, om even te tonen hoe hetzelfde model compleet anders valt bij een andere lichaamsbouw, maar bij allebei eigenlijk even mooi is.

Met dank aan de bereidwillige modellen ^^

Fietspad door het ziekenhuis

Wat ik eigenlijk al altijd geweldig vind, is dat – vooral in Gent, misschien ook elders in Vlaanderen – mensen de meest logische weg kiezen, en dat we ons daar dan ook aan aanpassen.

Neem nu in Gent het fietspad dwars door de terreinen van het Sint-Lucasziekenhuis. Vanuit Wondelgem loopt er een heel mooi fietspad dwars doorheen een stukje natuur, met een eigen fietsbrug en dan zo richting ’t stad.

Alleen… die brug komt eigenlijk uit tegenover de ingang van het ziekenhuisterrein. Je kan als fietser uiteraard rond rijden, maar als je richting Sint-Jacobs wil, dan is de kortste weg gewoon dwars door het ziekenhuis. En dat hebben ze dan ook gewoon gedaan: er staat een fietsroute aangeduid, er staan verkeersborden, en het hek van de nacht- en spoedingang – dat vroeger dicht was en waarvoor je moest aanbellen – is niet helemaal gesloten, maar staat ongeveer een goeie meter open zodat je als fietser altijd kan passeren.

Persoonlijk vind ik dat dus de max, hé! En het neemt onmiddellijk ook een deel van de ziekenhuissfeer weg als daar vrolijk een aantal fietsers passeert.

84

Ons pa werd afgelopen donderdag 84 jaar. Een hele prestatie, zeer zeker, al is hij intussen wat wankel te been, bij momenten nogal afwezig en dus ook niet aandachtig als we iets willen zeggen. Maar dat neemt niet weg dat hij nog steeds graag leeft, met smaak eet, veel leest en af en toe tv kijkt.

Zoals elke zondag kwam hij ook vandaag bij ons eten, en ook Roeland was erbij met de rest van zijn gezin. Door een misverstand was Jeroen helaas niet van de partij, maar dat had er wel voor gezorgd dat de hoop beperkt bleef, zodat ik simpelweg spaghetti met bollekes heb gemaakt zoals ons ma dat altijd deed, en dat er dan taart was en zo.

We zaten buiten, genoten van het heerlijke weer en tetterden honderduit. En ons pa zat erbij, keek ernaar, en vond dat het goed was.

Cachecontrole en een nieuw exemplaar

Vandaag wilde ik er even op uit met de fiets: de gedachten verzetten, wat frisse lucht en wat beweging voor de rug. Enkele van mijn caches waren verdwenen, hadden een vol logboekje of hadden nood aan een nieuw dekseltje. Ik heb dan maar het hele rondje gereden, alle 32 caches nagekeken en eentje toegevoegd. Dat laatste kon nu omdat een andere cache gearchiveerd is en er dus een plekje vrij kwam.

En zoals altijd genoot ik van dat hele mooie fietspad rond Gent, maar ook van het Groenevalleipark en de rest van het rondje.

Nu nog eens tijd en goesting vinden om die nieuwe cache ook aan te maken en te loggen. Allez hup, weer eentje bij.

Sportdag

De vorige sportdag was in de laatste week van juni, deze ligt dus in de eerste week van het nieuwe schooljaar. Of zoals Merel zei: “Allez, is er nu wéér sportdag? We hebben er nog maar ene gehad!”

Maar we hadden deze keer dus geluk met het weer, in tegenstelling tot de vorige edities, waar het al eens stormde, of sneeuwde, of begon te gieten. Die sportdagen waren dan wel de dag voor de paasvakantie, voor alle duidelijkheid.

Ik ging mee met de derdes naar de Blaarmeersen, eerst voor een sessie Spel zonder Grenzen, daarna Teambuilding, en in de namiddag mocht ik naar huis want ik geef op vrijdag maar les tot 13.00 uur. Ik ben intussen al een ancien wat sportdagen betreft, en zeker al wat de Blaarmeersen betreft na al die jaren rugby. Ik had me dus uitgebreid voorzien van het nodige gerief. Als in: mijn bommakarretje gevuld met mijn kampeerstoel, een paraplu, een parasol, een picknickdeken voor de spullen van de leerlingen, een fles water, een doosje met twee pruimpjes, een pak stroopwafels, mijn boek en mijn haakwerk.

Ik heb me geïnstalleerd en de collega’s moesten lachen, want ik zat daar zalig. Ik heb foto’s genomen, ik heb aangemoedigd, gelachen, gelezen (wanneer ze even ergens anders waren) en gehaakt. Ik was verdomd blij met de parasol, want de zon kon stevig branden, en nog veel blijer met mijn deftige stoel.

Maar ik was ook blij toen ik weer thuis in mijn zetel kon liggen, want die eerste week, dat hangt toch aan de ribben. Allez ja, rug.

Lectuur: “Once darkness falls” (Preternatural Affairs #7)” van S.M. Reine

Ik probeerde eerst nog verder te lezen in een ‘serieus’ boek, maar mijn hoofd stond er absoluut niet naar, en dan is dit soort lichte pulp wel ideaal. Ik ging eerst nog schrijven ‘luchtige pulp’, maar eerlijk, dit is het niet echt meer.

Cèsar Hawke is nog steeds een agent van de Office of Preternatural Affairs, maar het wordt allemaal net wat grimmiger. Reno, een stad in Nevada, is ten prooi gevallen aan demonen, meer bepaald the Mother of All Demons. Project MOAD is top secret, uiteraard, maar iemand heeft enkele stevige fouten gemaakt, en Hawke moet uitzoeken wie daar de schuldige van is. Alleen ontdekt hij zaken die een pak duisterder zijn dan het vermoorden van enkele duizenden burgers, jawel. De OPA is namelijk absoluut niet wat ze lijkt, de leiders ervan nog minder. En hij krijgt geheime missie binnen geheime missie, terwijl de personen die zijn steunpilaren zouden moeten zijn, zelf zware geheimen blijken te hebben.

Voeg daar nog eens een dosis persoonlijke problemen aan toe, en je komt bij dit zevende boek in de reeks.

Nee, het is zeker geen toplectuur, maar dat hoeft ook niet. Alleen begint het meer en meer op de zenuwen te werken hoe Hawke vooral zijn lul achterna loopt, elke vrouw beschrijft als seksobject en graad van neukbaarheid, en blijkbaar niet al te veel plaats heeft voor andere dingen in zijn brein. Was dit geschreven door een man, dan was het puur seksisme, en eigenlijk is het dit nog steeds, ook al is de schrijver een vrouw. Mja.

Ik weet eigenlijk niet goed of ik nog veel verder ga lezen, want hoe licht dit ook is, dit begint me wel te storen, ja.

De fameuze eerste schooldag

Eigenlijk kijk ik nooit uit naar die eerste schooldag: geef mij maar meteen de tweede, daar is tenminste alweer structuur en mag ik mijn lievelingsbezigheid uitoefenen.

Maar deze eerste was nog zo slecht niet. Ik moest om half negen op school zijn maar werd pas om tien over tien ingeschakeld, dus dat was eerst nog anderhalf uur lummelen, wat praten met de collega’s, nog een paar kopies maken en nog even gaan liggen om de rug te sparen voor de rest van de dag.

Om tien over tien kreeg ik mijn derdes binnen, een klein groepje dit jaar, helaas, maar wel stuk voor stuk fijne gasten waar ik dus klastitularis van mag zijn. Ik vulde een uur met de algemene richtlijnen en raadgevingen zoals ook Elias Verwilt dat zo schitterend wist te vatten:

Ik kon nog een uur vullen, maar dat derde lesuur? Nope. Ik heb dan maar mijn syllabus uitgedeeld en ben beginnen lesgeven over historiografie, de definitie, soorten en dergelijke, als prelude op Caesar. Ik had bijna medelijden met mijn arme derdekes…

In de namiddag deed ik mee de begeleiding van een fotozoektocht voor onze eerstes in het natuurgebied vlak achter onze school, de Groene Velden. Heerlijk weer, fijne collega’s, en een mooi wandelingetje. Dat de leerlingen niet altijd even hard meewerkten, ach ja…

Maar ik was wel pompaf na die eerste dag: verandering van tempo, maar vooral ook het feit dat je je die eerste dagen ook altijd volledig geeft. Het is pas later dat je terugvalt op je eigen standaard tempo dat je ook veel langer kan volhouden.

Bon, op naar die tweede schooldag dus!