Sofia: dag 1

Omdat we zo laat in ons bed lagen, hadden we het plan om naar Plovdiv te gaan met een huurauto, meteen laten varen. Goed idee: we waren allebei stikkapot, om eerlijk te zijn. We sliepen dus wat langer, zaten nog net voor half elf aan het ontbijt, en gingen daarna de stad verkennen: de Sveta Nedelyakerk, de Sofia op haar pilaar, langs het presidentiële gebouw met zijn wachters en naar het oude Sint-Joriskerkje.

Tegen dan was het bijna twee uur en gingen we iets eten in het bijzonder aangename openluchtrestaurant van het Archeologisch Museum. We kregen er zowaar een opgerold gedichtje bij de Lavazza koffie, met Google Translate to the rescue.

We waren nog net op tijd om de Verandering van de Wacht te zien, al was daar eigenlijk niet zo veel aan te zien.

We liepen verder, onder een stralende zon en zo’n  26 graden, langs het Nationaal Theater en het bijhorende park (en geocaches) naar de Alexander Nevskikerk. Daar waren ze net aan het zingen, en daar heb ik een klein klein stukje van kunnen opnemen. Op de laatste foto hieronder zie je in het piep- piepklein in de rechteronderhoek Gwen zitten op de trappen.

Tegen dan hadden we al behoorlijk wat kilometers afgelegd en gingen we stilaan terug richting ons hotel, maar we stopten eerst nog langs een zeer aangename binnentuin voor een drankje.

Toen moesten we Vitosha nog kruisen, de lange centrale boulevard van Sofia met tal van winkeltjes, restaurantjes en terrasjes, en gingen we voor een snelle hap bij een fastfoodGriek. Ja, dat bestaat daar dus.

Om af te sluiten wandelden we nog even tot het einde van Vitosha voor het zicht om de omliggende bergen, en waren tegen negen uur terug op ons hotelkamer. Alwaar we ons even afspoelden, nog wat scrollden en lazen en uiteindelijk op een deftig uur gingen slapen. Want ja, morgen kwart voor zeven gaat de wekker. Ugh.

Oh, en een aparte vermelding voor een foto die Gwen genomen heeft: een beetje voor de grote kerk staat een grote bronzen leeuw, waarbij de glimmende stukken duidelijk aangeven dat hij nogal vaak beklommen wordt. Ik wilde me niet laten kennen als leeuwentemmer en klom daar dus ook op. En dat was dus iets hoger dan ik had gedacht, waardoor ik een ongetwijfeld overweldigende elegantie aan de dag legde. Gwen kreeg prompt de slappe lach en ik ook, waardoor het wel een heerlijke foto werd. Oordeel gerust zelf.

Parelmoer

De reden waarom ik zo fluks uit Vlaardingen vertrok, is dat mijn bestie Gwen gisteren dertig jaar getrouwd was. Dertig jaar geleden waren Gwen en Erik ook al mijn beste vrienden, en ik was haar getuige. Dertig jaar later zaten we in de Barque à Jack aan de Snepkaai, samen met de andere getuige van toen, Fabrice en zijn vrouw Sylvie die er toen ook al bij was, nog twee andere vrienden en hun dochter, en ook Elly, een van de kinderen van Gwen.

We zaten buiten op het terras en aten zeer smakelijk en veel te veel, terwijl er fijne gesprekken ontstonden en anekdotes van vroeger werden opgerakeld.

Tegen tien uur verkasten we met zijn allen naar hun bijzonder gezellige tuin, waar nog iets werd gedronken, beide getuigen nog verhalen uit de oude tijd opdisten, er zelfs nog werd gezwommen door sommige aanwezigen, en er zelfs nog taart was met kaarsjes en al.

Het werd eigenlijk een bijzonder aangename avond: ideaal gezelschap, lekker eten, fijne locatie, prachtig weer…

En vooral: het was fijn om Gwen en Erik zo te zien stralen. We spreken af over dertig jaar (al zal het wel een pak eerder zijn, vermoed ik).

Nog eens proficiat, Gwennie!

Vlaardingen dag twee

Tegen half negen waren we op, pas tegen half elf zaten we weer op de fiets, deze keer voor een reeksje échte caches – in tegenstelling tot labcaches, waar je gewoon een vraag moet beantwoorden en niks fysieks zoeken – in de buurt en daarna in centrum Vlaardingen, waar we iets wilden eten.

We vonden een hele fijne cache aan een verborgen vlaggenstok, een hele fijne gewijd aan de bekendste inwoners van Vlaardingen, zijnde Bassie en Adriaan, en nog wat andere losse, zoals een virtual aan een ijzertijdhoeve. Er zat er ook eentje in de Twist, de speciale fietsbrug, maar dat was wat veel klauterwerk voor twee kapotte mensen dus die hebben we maar zo gelaten.

Aan de kerk van Vlaardingen vonden we een plekje om te eten, en ik hield het bij een yoghurt met granola aangezien ik ’s avonds nog ging eten. We zagen een trouw en een hoop volk wegens een brandmelding ergens in de buurt, en ook een tweede fotocache bij een van de talloze nieuwe putdeksels ter ere van de herdenking van de Slag bij Vlaardingen in 1018.

We fietsten verder, pikten ook nog een aantal labcaches op in het centrum, fietsten langs plekjes die Mireille nog niet kende, en hadden uiteindelijk toch weer 16 kilometer op de teller.

En om 15.00 uur zat ik weer in de auto richting Gent: andere, leuke verplichtingen riepen me terug. Het had gerust wat langer mogen duren, maar dan had ik wellicht Mireille helemaal uitgeput. Tsja.

Vlaardingen

Mireille had me laten weten dat ze deze week in Vlaardingen zat, een klein stadje – of toch dorp? – naast Rotterdam. Ze heeft daar vrienden die op reis zijn, en past op de katten. Of ik geen zin had om een paar dagen af te komen? Zin zeker, maar het in de agenda krijgen, dat was een ander paar mouwen. Gisterenavond was er – of zou er geweest zijn – Masks, en donderdagavond moeten we gaan eten. Maar van woensdagvoormiddag tot donderdagnamiddag moest dus wel nog kunnen. Het is niet alsof het druk is, en al.

Ik sliep vrij lang, had geen zin om me op te jagen, moest blijkbaar nog vanalles regelen – orthodontistafspraak regelen, mijn pa zijn was gaan brengen, Wolf het eten gaan brengen dat hij vergeten was, dat soort onzin – waardoor het uiteindelijk iets na één was toen ik daar in Vlaardingen mijn auto parkeerde. Maar Mireille was daarop voorzien, we hadden al uitgebreid plannen gemaakt, dus ik laadde mijn spullen uit, nam wat ik nodig had, en ging samen met haar de elektrische fiets op. We fietsten door prachtig natuurgebied naar een ‘pontje’ – een veerboot dus – die ons naar een restaurant bracht.

Daar aten we aan de rand van het water en genoten, ook al was het intussen al twee uur.

We namen het vervolg van het pontje, fietsten verder en kwamen in Maasland om er labcaches te zoeken. Mireille heeft drie jaar vlakbij gewoond, maar was nooit in het dorpje zelf geweest. Bijzonder charmant, mooi, met een oud kerkhofje, een heus Museum De Schilpen met snoep van vroeger – het sloot net, we konden even binnen kijken maar kregen de uitleg niet meer – en prachtige straatjes.

Alleen vonden we er geen cafeetje of zo, terwijl we toch een koffie wilden. We fietsten dus nog even verder en kwamen terecht in het Sonnetje, een pannenkoekenhuis waar Mireille blijkbaar vroeger wel eens kwam met haar schoonmoeder en zo. Nostalgie!

En toen fietsten we naar huis, want de energie was na 30 labcaches en 22 kilometer eigenlijk toch wel op.

Edoch, een korte trip naar de Jumbo en een avondeten later, bleken we het toch nog te zien zitten om een korte wandeling met 5 labcaches in de buurt te maken. Het bleken uiteindelijk toch drie kilometer te zijn, maar we waren heerlijk verfrist en op adem gekomen.

Er volgde nog een douche en iets met hete thee en een Nip ‘n’ Dip koekje en bijhorende lachbui, en toen was het welletjes.

Warme dagen

Ook vandaag was ik van plan om niet veel poot te verzetten: meer was, koken, en dan ’s avonds hier bij ons een sessie van Call of Cthulhu.

Hmm.

Merel kwam af dat ze echt wel niet wilde wachten om schoolgerief te gaan halen: ze had nieuwe mappen nodig, en wat stylo’s en stiftjes en cursusblokken en al dat soort onzin, maar als we gingen wachten tot de laatste week, zou al het leuke spul al weg zijn. Nu, morgen en donderdag zit ik in Nederland, vrijdag is een hoogdag, en zaterdag is meestal pokkedruk. En zondag vertrek ik voor vijf dagen naar Bulgarije op Euroclassica congres. Vandaag dus. Juist.

Ik wilde wel wachten tot ik wasmachine drie kon buitenhangen, waardoor we na het eten nog naar de 2005 versie van Pride and Prejudice begonnen te kijken, maar halverwege richting Action in Waarschoot reden, vervolgens naar de C&A in Eeklo – ik had nieuwe jeans nodig, ik zit zo goed als door mijn laatste paar – de Hema, de Zeeman en terug naar huis. Ik vond warempel een prachtige, maar eigenlijk gewoon veel te grote schoolagenda voor mezelf, met bijhorende pennenzak voor in totaal 5 euro. Vorig jaar ben ik voor het eerst weer een papieren versie beginnen gebruiken, enkel om de taken in te noteren, de kopies die ik nog moet maken, de straffen die ik uitdeel, de extra dingen die ik anders toch vergeet… Ik wilde er dus weer eentje, en ben zo content als een katjen, al is het ding echt te groot. Maar bon.

De rest van de film werd uitgekeken, en toen bleek dat de sessie Call of Cthulhu toch niet kon doorgaan: een van de spelers zat in het ziekenhuis met hartritmestoornissen bij zijn vrouw, en een ander had zich blijkbaar pas een kwartier op voorhand gerealiseerd dat hij morgen op reis vertrok en dat hij nog vanalles moest regelen. Tsja.

Ik vond het wel jammer, ja: ik had uitgekeken naar een gezellige avond buiten in de tuin, op een van de weinige warme avonden. Blijkbaar was ik niet de enige die daar zo over dacht, want toen ik voorstelde om dan gewoon een spelletje te komen spelen, gingen ze meteen akkoord. Iets later zaten Geraard, Alex, Ruben en ik dus Munchkin te spelen, een oud maar zeer amusant spel dat ik nog nooit gespeeld had. Plutonium draak, iemand?

Enfin, een drukke maar productieve dag met een fijne afsluiter dus. Merci, gasten!

Tallinn: dag 7

Yup, onze laatste dag hier. We pakten routineus en efficiënt in en gingen nog voor een wandeling, opnieuw de heuvel op, zoals op de eerste dag, maar nu met een paar geolabcaches en een extra stukje dat we nog niet gezien hadden.

Stipt om twaalf uur verlieten we het appartement, gepakt en gezakt. Ver gingen we niet lopen met die bagage, en dus aten we in Rataskaevu 16, een zeer degelijk restaurant een paar huizen verder. En ja, voor de laatste keer lieten we het ons ook smaken: rendierstoofpot, voor mij met een speciale Estste icetea.

Ik ging nog voor de dochter een paar kaneelbroodjes halen, terwijl Bart nog een koffie dronk, en toen namen we een Uber richting luchthaven. We wisten wel dat we daar veel te vroeg gingen zijn – half drie, voor een check in vanaf half vier en vlucht om half zes – maar we konden geen weg met die bagage, en het gaf me de kans om ook daar nog wat geocaches te zoeken, wat ik prompt ook deed. En gelukkig konden we onze bagage wel al kwijt via de self check in. Bart ging voor een rustig tafeltje, ik liep nog een uurtje rond in een hippe buurt, een gereconverteerde fabrieksbuurt waar nu het “Silicon Valley” van Tallinn zit.

Nog wat later zaten we op het vliegtuig, en tot mijn grote verbazing had ik nergens last van, zodat ik rustig kon zitten haken, naar buiten kijken en luchtfoto’s maken van eilanden, hoogovens, groeves van het een of het ander, en zelfs tijdens de landing boven Brussel, dus ook de basiliek en het Atomium.

Nog een lange treinrit en een taxi later stonden we om half tien weer thuis, waar ook Wolf op net hetzelfde moment thuiskwam van een weekje Tsjechië met UGent Racing.

En dat, lieve kijkbuiskindertjes, was dat.