Lezing NKV: “Beeldvorming over Nero als schoolvoorbeeld van desinformatie” door Koen Vandendriessche

Dit moet echt wel een van de meest bezochte lezingen geweest zijn van het NKV: het kleine zaaltje in de Rozier was eigenlijk te klein, er werden nog extra stoelen aangesleept en we waren zowaar met 41 personen!

Het onderwerp sprak dan ook wel aan, alleen jammer dat de spreker niet de allerbeste spreker was: hij legde rare pauzes, wisselde enorm van volume in zijn uitspraken en brouwde soms verwarrend lange zinnen.

Maar zijn onderwerp was dan weer zeer interessant. Keizer Nero wordt standaard afgeschilderd als een zeer slechte keizer, terwijl hij eigenlijk niet beter of niet slechter was dan andere keizers. Augustus, bijvoorbeeld, heeft minstens evenveel doden op zijn geweten, net als Constantijn.

Hoe komt het dan dat er zoveel negativiteit heerst rond zijn persoon? Het begint bij Tacitus, die al graag eens sensationeel uitpakt. Hij had echt de intentie om een roman te schrijven, en zet dus daarom bepaalde dingen net iets meer in de verf. Zo poneert hij al eens dat er “gezegd werd dat”, om dan een lange uitweiding daarover te beginnen en pas op het einde, in een kort zinnetje, te stellen dat dat eigenlijk niet echt waar bleek te zijn. Als lezer onthoud je echter het lange betoog. Suetonius neemt Tacitus over, maar dan zonder het voorbehoud, en stelt de beweringen als feiten voor. En dan later worden die door Cassius Dio al helemaal versterkt. Resultaat: een bijzonder negatief relaas op basis van vaak opzettelijk verkeerd geïnterpreteerde bronnen. Tsja.

Je moet dus bij Tacitus ook echt oplettend lezen, want je wordt snel op het verkeerde been gezet, gewoon omdat hij dat interessanter vindt.

Al bij al een echt wel interessante lezing, waarvan ik ga proberen delen in mijn syllabus rond historiografie van Tacitus te verwerken.

En toen hielp ik na afloop eventjes mee met het ronddelen van drankjes, bewonderde ik de architectuur en het feit dat er zomaar een puzzel ligt voor wie dat wenst, moest ik uiteraard ook nog een stukje leggen, en genoot ik nog maar eens van het beeld van de Boekentoren, maar dan bij nacht.

Ontbijtje bij Bakker Klaas

Het was tijd dat we nog eens afspraken, Gwen en ik, en dus zaten we vandaag tegen kwart voor tien samen aan het ontbijt in het Wintercircus, bij Bakker Klaas. Het werd een stevig ontbijt, met yoghurt met vers fruit en granola, en daardoor was de kaneelbol die ik ook nog had besteld, eigenlijk wat te veel. Geen nood, ik heb die in de namiddag nog opgegeten met veel smaak.

We hadden eigenlijk weer veel te vertellen – allez ja, ik heb weer haar oren van haar hoofd getetterd, vrees ik – zodat het bijna al middag was voor we nog even gingen rondlopen. Het was tegen dan gelukkig gestopt met regenen, en dus liepen we eerst door de Vlaanderenstraat, zo door de Brabantdam – nog een Think Twice die ik niet kende – en dan via de Walpoortstraat terug naar boven. Zij moest nog in de bibliotheek zijn, en ik had ook nog een boek nodig voor de Kleine Cervantes, zodat we beiden naar binnen liepen.

En toen had ik een chanceke: ik vroeg terloops aan een balie bij de jeugdafdeling waar ik dat boek precies zou kunnen vinden, waarop een vriendelijke dame zei dat ik bij de kinderen moest zijn, maar dat ze wel even ging meelopen, want dat boek was sowieso moeilijk te vinden wegens de Leesjury en de Kleine Cervantes. Waarop ik bevestigde dat ik het ook daarvoor aan het lezen was, en zij plots stopte en me aankeek: “Ken ik u soms?” Euh? Bleek dat zij degene was die de long list lezers samenstelde en dat zij ook dinsdag naar onze school ging komen om de vergadering bij te wonen. En dat ik dus gerust haar exemplaar van De Wonderverteller mocht meenemen, als ik haar dat dinsdag dan kon teruggeven. Deal, uiteraard.

En zo was ik pas tegen half twee thuis, maar had ik een bijzonder aangename voormiddag achter de rug.

Lectuur: “Queen of Sorcery (The Belgariad #2)” van David Eddings

Deel twee van deze trilogie vond ik eigenlijk al beter: er zit iets meer diepgang in, de wereld moet niet meer geschetst worden, en het gaat iets vlotter vooruit (hoewel…).

Garion weet intussen wie of wat hij is, maar hij is onderweg op zijn missie om de wereld te redden, en dat gaat blijkbaar niet zo vlot. De personages worden wat meer uitgediept, maar Eddings gaat bij momenten de verschillende volkeren wel erg stereotyperen, en je kan je vaak niet van de indruk ontdoen dat hij het over echte volkeren heeft, zoals een Mediterraans volk enzovoort.

Wat ook wel stoort, is dat Garion vaak onder zijn voeten krijgt van Polgara – de Queen of Sorcery uit de titel – omdat hij iets doet zonder te beseffen wat de gevolgen daarvan zijn, net omdat zij als zijn opvoeder bijzonder veel voor hem verzwijgt of zegt dat hij dat later wel zal te weten komen. Sorry, maar zo werkt een opvoeding niet. Als je iemand opzettelijk niet alle feiten vertelt, moet je ook niet komen zagen dat hij iets gedaan heeft op basis van de info die hij heeft.

En Ce’Nedra, de prinses die zijn vrouw zal worden? Man, wat een vervelend nest zeg! Hoe stereotiep kunnen ook hier de gender rollen zijn?

Los daarvan is het beter geschreven dan deel een en gebeuren er echt ook wel leuke en spannende, soms zelfs humoristische dingen. Beter dan deel een dus, maar nog steeds geen echte hoogvlieger, wat mij betreft.

Nog wat handschoentjes

Nu ik toch bezig was en Arwen duidelijk fan is van die dingetjes om in de auto te dragen, haakte ik nog wat van die polswarmertjes, maar dan met een duimpje voor haar.

En dan ook nog, met een overschotje katoenen garen, een paar voor mezelf. Als ik naar tv kijk, is zo’n paar zo goed als af op een avond. Tsja.

Bloosdoosbriefjes

Ook dit jaar organiseerde de Leerlingenraad een complimentenactie, waarbij leerlingen en leerkrachten elkaar – al dan niet anonieme – briefjes kunnen sturen. Ik heb, zoals elk jaar, de klas waarvan ik klastitularis ben elk een persoonlijk briefje gemaakt. Ik steek daar wel wat werk in, ja.

Zelf heb ik er drie gekregen, van drie van mijn derdes, drie heerlijke kiekens.

Een van hen heeft een Latijnse tekst die we nu aan het lezen zijn, drie keer afgeprint op gekleurd papier en daar hebben ze dan vanalles tussen geschreven. Ik moest lachen, ja.

Maar het belangrijkste is dat ze er moeite hebben willen insteken om me aan het lachen te brengen, en dat ze me dus precies wel graag hebben.

Yup, doet deugd.

Boekentoren

Ik kan de tijd niet zeggen dat ik nog eens op de belvedère van onze eigenste Gentse boekentoren ben geweest. Het ding is ook recent volledig gerestaureerd en in zijn volle glorie hersteld.

Bart had vandaag om één uur een bezoekje aan het panorama geboekt: dat is gratis, ze doen dat twee keer per maand, maar je moet wel reserveren. En dus parkeerden we vlakbij, namen de lift naar boven en keken onze ogen uit. Die zaal is echt prachtig, en we hadden geluk: de zon was er net doorgekomen. En boven sta je dan natuurlijk gewoon in centrum Gent met alle zichten in alle richtingen. Héérlijk! We mocht zelfs even op een van de balkons, maar dat bleek vooral bijzonder fris.

Ik vond het zalig: Bart weet verdomd goed waar hij me allemaal een plezier mee doet!

 

Een late nieuwjaar

We hadden nog niet genieuwjaard met Barts broer, simpelweg omdat de jongens examens hadden en Kobe daarna in Berlijn zat. Maar vandaag waren beide families beschikbaar en hadden we hen uitgenodigd voor een dessertenbuffetje tegen half vier.

Ik ben gisteren eigenlijk behoorlijk over mijn grenzen gegaan en voelde me vandaag weer alles behalve oké, maar de planning omgooien was moeilijk, dus ging ik deze voormiddag, alweer op karakter, aan het werk. Ik bakte een red velvet cake – die helaas niet rood genoeg was, maar bon – en versierde die met botercrème, ik maakte twee soorten tiramisu, draaide een stevige chocolademousse in elkaar en gooide een schaal vol m&ms, Maltezers en andere dergelijke dingen. Merel bakte ook nog een schaal brownie waaruit ze dan hartjesvormen haalde en die versierde. Alles samen werd het dus een degelijk buffetje waar eigenlijk bijzonder weinig van gegeten werd. Moeten we onthouden.

Het was op zich best wel gezellig, ware het niet dat Bo zich blijkbaar steendood verveelde maar de jongens er niet op in gingen om met hem te gaan voetballen, ook al omdat we zelfs geen voetbal in huis hebben.

Oh, en Bart en ik kregen een leuk cadeautje: een behoorlijk stevige bon om in het Brusselse te gaan eten. Hun suggestie was Comme Chez Soi, en daar gaan we wellicht geen nee tegen zeggen.

En achteraf? Viel ik prompt weer in slaap in de zetel. Het is zo’n beetje mijn thema, deze week.

Lectuur: “Pawn of Prophecy (The Belgariad #1)” van David Eddings

Deze was me aangeraden, maar veel klassieker en clichématiger kan fantasy niet zijn, vond ik.

Het begint allemaal met Garion, een doodgewone weesjongen op een doodgewone boerderij. Tot hij uiteraard niet zomaar een jongen blijkt te zijn, maar een verloren gewaande prins die onder de hoede staat van zijn tante die dan een letterlijk eeuwenoude tovenares blijkt te zijn.

Er vormt zich een reisgenootschap, want Garion – die uiteraard ook over meer krachten blijkt te beschikken dan een gewone mens – heeft een missie om de wereld te redden, hoe kan het ook anders. Een duistere kracht heeft een magisch voorwerp gestolen en dat moet teruggehaald worden. Garion beseft dat hij niks meer kan geloven van wat hij weet, dat hij niemand meer kan vertrouwen en dat hijzelf niet is wie hij dacht dat hij was.

Soms is het best wel charmant hoe Garion naïeve vragen stelt, hoe hij een simpele kijk op de wereld heeft, zeker als hij dan in het gezelschap terechtkomt van andere koningen en koninginnen, maar vaak werkt ook dat net op de zenuwen. Ik ben ook niet bijzonder verrast door de schrijfstijl, die is ook soms nogal simplistisch.

Lees ik het vervolg? Dat wel, want dat zou dan weer zonde zijn, maar vind ik het écht goed? Nope, voorlopig niet. Ik heb al bijzonder veel verhalen gelezen over een weesjongen (of -meisje) dat dan plots een koning of koningin blijkt te zijn en de wereld moet redden van een of andere snoodaard, uiteraard geholpen door een select reisgezelschap van allerlei pluimage. Tolkien als inspiratie, iemand?

Nog een paar handschoentjes

Merel houdt zo niet van dat opengewerkte van mijn andere vingerloze handschoentjes, dus ging ik gewoon voor een patroontje van vasten en stokjes, en met een duimpje. Best wel gelukt, en nu dus ook nog in andere kleuren…